Bruin en/of zwart bont – bij recessief wit

Bruin onyx geel mozaiek 2


Bruin en/of zwart bont – bij recessief wit:

In de recessieve factor is geen spoortje van vetstofkleur aanwezig. Het is eigenlijk een defecte factor. Wat is hier aan de hand? Door het ontbreken van het vermogen om uit plantaardige stoffen, die pro-vitamine A bevatten, de moedersubstantie van vitamine A om te zetten in vitamine A, is de vogel spierwit. Vitamine A is enorm belangrijk bij het omzetten en vormen van vetstofkleuren. Dit onvermogen heeft ook een kleine invloed op de huidskleur en in mindere mate op de hoorndelen. Dit is weer een oorzaak van het gemis van bepaalde stoffen in het bloed. Het is dus een must om regelmatig vitamine A te geven aan recessief witte kanaries, maar dit moet voldoende bekend zijn.

Voor de kweek zoekt men goed bevederde vogels van goed formaat, zowel in intensieve als schimmelkleuren. Het koppelen is eigenlijk vrij makkelijk: let op de lengte van de bevedering, en voor de rest moet wat de ene vogel te veel heeft, de andere te weinig hebben. Met andere woorden, twee vogels koppelen met te lange bevedering en een te platte kop geeft vogels met een platte kop en een ruwe lange bevedering.

Koppelingen:

  • Rec wit * Rec Wit
  • Rec wit * Geel split wit
  • Geel split wit * Geel split wit
  • Geel split wit * Rec wit
  • Rec wit * Geel.

Uit de koppelingen worden recessief witte vogels geboren, al dan niet verervend voor split wit, enz. Het is ook belangrijk te weten dat uit dergelijke koppelingen wel eens jongen komen met lichte bontvorming. Dit kan zijn lichtbruin bont (afkomstig uit de isabel reeks) en ook wel zwart bont (afkomstig uit de zwarte reeks). Deze bontvorming kan ernstige vormen aannemen voor de verdere kweek en uiteraard zijn ze waardeloos voor tentoonstellingen. Ze moeten dan ook zoveel mogelijk uitgeschakeld worden bij onze kweekvogels. Vogels met bruinbont (minimale melanine), zoals licht in de flanken (billen) of een klein tikje in de oogstreek, zijn echter vaak vogels die men niet direct moet wegdoen. Dit zijn meestal mooie grote vogels, goed in de bevedering en fel wit. Met deze vogels wordt wel eens met enkele koppels doorgekweekt en geeft goede, mooie, zuivere nakomelingen. Deze jonge vogels herken je aan de lichte oogkleur in het nest, de zogenaamde Isabel ogen. Het zijn deze vogels die door de recessief wit kweker niet zo snel van de hand worden gedaan.

De vogels met bontheid uit de zwarte reeks zijn minder geschikt om door te houden, tenzij ze dit maar minimaal laten zien, bijvoorbeeld alleen in de flanken. Je herkent deze jongen weer aan hun donkere zwarte ogen. Vogels met bonte pennen en/of hoorndelen, of koppels die dit doorgeven aan hun jongen, zijn beter om weg te doen, omdat deze zwarte tekening zal blijven overheersen. Let eens bij je vetstofvogels: dikwijls is de mooiste vogel van kleur die vogel die in de flanken tussen de billen een pluimpje bruin bont laat zien. Vetstofkwekers zijn hier wild van. En uiteraard, een tentoonsteller verwijdert dit pluimpje en na het wassen heeft hij meestal een schitterende vogel. Ik heb zo al menig prijs gehaald. Ik noem dit geen bedrog plegen, maar de vogel ‘swanjeren’ (brengen en verzorgen) – welke TT-speler doet dit niet?

Ik hoop dat ik je in het kort duidelijk heb gemaakt wat het bruin en zwart bont (melanine) voor invloed heeft op de recessief witte vogel. Menig recessief witte kweker noteert bij de geboorte met een viltstift die vogels met lichte ogen, omdat deze later weer overgaan naar normale oogkleur. Maar het is erg belangrijk te weten welke vogels het hebben. Ik wens je veel succes met de witte vogels. Zijn er nog vragen, dan hoor ik ze graag.

Groeten, Wout van Gils.

Agaat Rood Mozaïek

Agaat Rood Mozaïek.

Het pigment van een agaat rood mozaïek is hetzelfde als dat van de gewone agaat. De pigmentkleur is grijszwart en moet starten vanaf de snavelbasis. Op de rug en de flanken moeten duidelijk symmetrische tekeningen te zien zijn die goed van elkaar onderscheiden zijn, doorlopend tot in de flanken. Over het algemeen is het bestrepingspatroon breder dan bij klassieke schimmelvogels. De snavel, pootjes en nagels moeten qua kleur harmoniëren met het pigment. Een herkenningspunt bij agaten blijft de goed zichtbare baardtekening. Over de hele vogel ligt een mooie, egale zilversluier.

Pop Type 1.

Boven de ogen zien we een smal en kort streepje, de schoudervlekken zijn diep rood en duidelijk getekend. De borst moet een kleine, zwak doorgekleurde vlek vertonen, niet te groot maar ook niet te klein en duidelijk zichtbaar. Het stuitkussen moet ook de gevraagde vetstofkleur vertonen. De mozaïektekening moet waar nodig duidelijk symmetrisch zijn. De vetstofkleur is zuiver en helder rood. Bij het poptype wordt naast de mozaïektekening ook een zo wit mogelijke bijkleur verwacht, die sterk contrasteert met het rode mozaïekpatroon. Hoe beter het contrast, hoe mooier.

Veelvoorkomende fouten:

  • Oogstreep ontbreekt.
  • Schoudervlek ontbreekt of is niet scherp genoeg afgetekend.
  • Schoudervlek loopt door tot in de vleugelpennen.
  • Borstvlek is veel te groot of nauwelijks zichtbaar.
  • Stuittekening ontbreekt of vloeit uit.
  • De tekening is niet symmetrisch of te smal.
  • De vetstofkleur is niet egaal of vertoont wolken of is tweekleurig.
  • Hoorndelen zijn te donker.
  • Te veel bruin op het rugdek.

Man Type 2.

Een scherp omlijnd, fel gekleurd puttermasker rondom de snavel met duidelijk afgetekende schoudervlekken boven de ogen. De oogstrepen vormen de verlenging van het masker. Op de borst een minder duidelijk doorkomende borstvlek, meestal wat groter dan bij het poptype. Het stuitkussen moet de gevraagde vetstofkleur vertonen, helder dieprood. De niet-rode velden steken zo fel mogelijk af tegen het rode mozaïekpatroon.

Veelvoorkomende fouten:

  • Het masker is onregelmatig afgelijnd en niet fel genoeg van kleur.
  • Het masker is te klein/groot en loopt te ver door achter de ogen naar de nek en op het kopje.
  • Schoudervlek is afwezig of niet voldoende afgelijnd.
  • Schoudervlek is te groot en loopt zelfs door tot in de flanken.
  • Tekening is vervaagd, te smal of niet symmetrisch.
  • Borstvlek is te groot en vloeit uit naar de flanken.
  • De vetstofkleur is tweekleurig of niet voldoende doorgedrongen.
  • Hoorndelen zijn te donker van kleur.

Opmerking:

In de vleugelpennen zal zowel voor type 1 als type 2 altijd een minimale hoeveelheid natuurlijke vetstof aanwezig zijn. Dit mag niet bestraft worden als “schoudervlek loopt te ver door” of met de opmerking “doorgekleurde vleugelpennen”. Natuurlijk krijgen die vogels de voorkeur die dit het minst laten zien in deze pennen. Wat betreft de kweek, gebruiken we altijd zuivere mozaïekvogels en we gaan kweken naar ofwel het poptype ofwel het mantype toe. Het kweken van beide types uit een koppel zal zelden voorkomen, dus maak van tevoren je keuze voor type 1 of type 2. Maar wed niet op twee paarden, en gebruik als regel wat de ene vogel te veel heeft, moet de andere te weinig hebben. Let ook op met het opvoeren van de vogels; begin hiermee rond 6 weken. Succes met de agaat mozaïek.

Wout van Gils.

Bruin Wit

Bruin wit schimmel


Bruin Wit:

De bruine kanarie is een van onze oudste mutaties en duidelijk herkenbaar voor iedereen. De bruine kanarie heeft twee verschillende bruine pigmenten, namelijk bruine eumelanine en bruine phaeomelanine. Er is een duidelijk verschil te zien tussen de bruine eumelanine die de tekening vormt en de bruine phaeomelanine die het tussenliggende bruin verzorgt. Het is logisch dat hoe sterker de bruinfactor werkt, hoe beter het bruine verenkleed eruit zal zien. Poppen benaderen over het algemeen het beste de standaard. Voor deze vogels vragen we maximale bruine eumelanine, beginnend bij de snavelbasis. De kleur van de vleugel- en staartpennen moet overeenkomen met de totaalkleur. De oxidatie van het bruin moet maximaal zijn in de bevedering. Poten, nagels en snavel moeten een bruinachtige kleur hebben. Rug en flanken moeten gelijkmatige, symmetrisch verdeelde bruine tekeningen vertonen, afgetekend tegen een sterk geoxideerde ondergrond met een matige aanwezigheid van phaeomelanine. De grondkleur moet duidelijk zichtbaar blijven op de borst en onderlichaam. Vleugel- en staartpennen moeten goed zijn doorgekleurd en mogen geen verbleking vertonen. Net als bij andere vogels is de blauwfactor ongewenst, omdat deze een bruinverdringende werking heeft. Het zonlicht kan ook schadelijk zijn, dus het wordt aanbevolen de vogels vrij donker te houden. Bij bruin wit zullen het vaak de poppen zijn die het dichtst bij de standaard komen. Zorg ervoor dat de grondkleur altijd zichtbaar blijft op de borst en onderlichaam. De grondkleur komt ook voor bij dominant wit en rec wit, meestal met de dominantwit factor. Zorg ervoor dat de aanslag minimaal blijft en niet te diep van kleur is. De rec witte ondergrond wordt steeds vaker gezien. Hier is nog meer bruin op zijn plaats. Let hierop bij komende tentoonstellingen. Bij het koppelen van deze vogels is niet alleen de bruine factor belangrijk, maar ook de lengte van de bevedering kan bij sommige kwekers problemen opleveren. Nogmaals, de grondkleur moet duidelijk zichtbaar zijn op de borst, en de eumelaninebestreping moet altijd goed zichtbaar blijven zonder overheersend te worden. Een veelvoorkomende fout is het optreden van storende witte schimmelvlekjes (witte omzoming), meestal op het rugdek, wat altijd door de keurmeester wordt bestraft.

Standaardeisen:

1. Duidelijk waarneembare zware, niet onderbroken bestreping op de rug en flanken.
2. De grondkleur moet altijd duidelijk zichtbaar zijn.
3. Vleugel- en staartpennen moeten overeenstemmen met de totaalkleur.
4. Maximale vloeiende bruine kleur tot in de borst en flanken, en de aanwezige bruine phaeomelanine moet gelijkmatig verdeeld zijn.
5. Snavel en poten moeten egaal van kleur zijn.

Veelvoorkomende fouten:

a. Aanwezigheid van schimmelvlekjes.
b. Grijze tint rond het kopje en borst.
c. Borst te bruin, nauwelijks zichtbaar van de grondkleur.
d. Te fijne en onderbroken bestreping.
e. Pigmentverlies in vleugel- of staartpennen.
f. Vervaagde tekening op het rugdek.
g. Overmatig lange en slordige bevedering.

De ivoor factor wordt niet direct aanbevolen bij het kweken op deze witte ondergrond, omdat dit de grondkleur meestal niet ten goede komt. Sinds 2003 is de standaard aangepast naar het meer zuiderlijke type, met een overgangsperiode. Houd hier rekening mee. Zie de rubriek AOB technische commissie voor meer informatie.

Succes met deze vogels.

Wout van Gils

De Bruinfactor.


Bruin wit schimmel

De Bruin Factor.

INLEIDING:

Deze vogels, die door jullie allen wel bekend zijn en weinig problemen zullen opleveren wat betreft herkenning, worden desondanks nog vaak met fouten gekweekt. Menig liefhebber neemt contact met mij op voor informatie over de Bruine Kanarie. Hoewel ik de bruine kanarie zelf niet al jarenlang kweek, vind ik deze vogels toch erg mooi en interessant, vooral in combinatie met de Ivoor- of Pastelfactor en in samenwerking met de recessief witfactor komen regelmatig prachtige exemplaren voor. In dit artikel wil ik kort ingaan op deze vogels om enkele punten te benadrukken en om tot een beter fok- en koppelingsresultaat te komen. De bruine kanarie is een van de oudste mutaties in de pigmentserie. Voor elke kanariekweker is de herkenning van de bruine kleur geen probleem. Het is een vogel die in al zijn veren bruin pigment zal tonen. Hoe warmer en voller van kleur, hoe beter de vogel eruit zal zien. De vogel kan nooit te bruin zijn, het geheel moet goed doorlopen in de flanken en borst, met een zo zacht mogelijke bruine tekening.

DE BRUINFACTOR DOET EIGENLIJK TWEE DINGEN:

  1. De zwarte eumelanine-tekening wordt omgezet in het bruine phaeomelanine-tekening.
  2. Het andere vormt de bruine phaeomelanine tussen de bestreping. Het is dus bijna vanzelfsprekend dat hoe sterker de bruine factor werkt, hoe vloeiender het bruine verenkleed eruit zal zien.

EEN ANDER KENMERK IN DE BRUINREEKS IS DAT:

  • Een pop altijd de beste bruine kleur zal hebben.
  • Een man zal altijd wat harder getekend zijn.

VERERVING BRUINFACTOR: (z)

Deze is geslachtsgebonden en dus ook gekoppeld aan alle andere factoren die op het geslachtschromosoom liggen. Men gebruikt kleine letters omdat:

  • de mutant z recessief vererft ten opzichte van de wildvorm z+
  • de wildvorm z+ dominant vererft ten opzichte van de mutant z.

BRUINFACTOR EN BLAUWFACTOR.

BLAUWGRIJZE KLEUR RONDOM DE KOP. WERKT HARDE BESTREPING IN DE HAND. ER ZAL NOOIT EEN VOLLEDIG BRUINE KLEUR ZICHTBAAR ZIJN. DOET AFBREUK AAN HET TOTALE KLEURBEELD.

DE KWEEK:

Er zijn veel mogelijkheden in de keuze van de kweker welke kleur hij wil kweken. Vogels met “Blauwfactor” worden gebruikt, uiteraard zonder isabel- of agaatfactor. Als u een fokzuivere (homozygote) man heeft en hiermee kweekt, zullen er alleen groene jongen uitkomen. De mannen hiervan zijn bruinverervend. Deze paart u weer met een bruine of bruin-witte pop. De dochters van de groene man koppelt u aan een bruine of bruin-witte man:

Voorbeeld: BRUIN x BRUIN. BRUIN x BRUIN WIT geel/BRUIN x BRUIN WIT BRUIN WIT x GROEN

Als u bruin-geel wilt kweken, kunt u het bruin verbeteren door gebruik te maken van een groene of zwart-gele vogel,

Voorbeeld: een koppelingsmogelijkheid is Bruin x bruin-geel intensief, deze geeft 50% bruin en 50% bruin-geel. Om het bruin te verbeteren, gaan we dus zwart inschakelen. Als u kweker bent van bruin-geel, dan zult u in plaats van zwart een bruin-rood moeten inschakelen om het bruin te willen verbeteren. Meest voorkomende koppelingen zijn:

  • roodbruin-schimmel x roodbruin-intensief
  • roodbruin-intensief x roodbrons-schimmel

Ik zou u ook aanraden het te proberen met de ivoorfactor erbij. Nog enkele mogelijkheden:

  • bruin-wit pastel x bruin-ivoor
  • bruin-ivoor x bruin-wit pastel
  • bruin-wit pastel x bruin-pastel
  • bruin-wit x ivoorbruin
  • bruin-ivoor x bruin-wit

HET GEBRUIK VAN DE IVOORFACTOR IN DE BRUINREEKS KAN MEN GUNSTIG NOEMEN. (Geeft een maximum aan bruin te zien). Ook het gebruik van de recessief wit-factor is aan te bevelen. Ik hoop u hiermee enkele richtlijnen te hebben gegeven voor de kweek van bruine vogels. Belangrijk is dus: blauwfactor vermijden!

ENKELE STANDAARDGEGEVENS EN VOORKOMENDE FOUTEN:

BRUIN WIT: Een maximale bruinconcentratie, goed doorlopend in flanken en borst. Het bruin van de bestreping moet goed overvloeien in het bruine phaeomelanine, die ook zo maximaal mogelijk aanwezig moet zijn. De kleur van de borst en het onderlichaam moet een egale bruin-witte tint laten zien. Een minimale aanslag in de vleugels (bij de dominante vogels). Hoorndelen eenkleurig, middelmatig zachtbruin.

Enkele fouten:

  • Aanwezigheid van blauwe schijn op kop of borst
  • Niet bruin genoeg – niet vloeiend – te streperig
  • Te licht in flanken, borst, onderlichaam
  • Te veel aanslag vleugels – schouders
  • Opgebleekte vleugelpennen
  • Tekening onderbroken, te smal

BRUIN INTENSIEF: Hierbij moet men weten dat het bruin tussen de bestreping nooit in die mate aanwezig is als bij de bruine en mogelijk is en moet zijn. De tekening en vleugel- en staartpennen moeten wel zo bruin mogelijk zijn. Tussen de bestreping een weinig (haalbare) bruin phaeomelanine, dit doorlopend in borst en flanken. Een goede werking van de intensief-factor en egaal van kleur, hoorndelen eenkleurig zachtbruin.

Enkele fouten:

  • Tekening niet bruin genoeg, en onderbroken
  • Geen of te weinig flanktekening
  • Lichte toppen aan vleugel- of staartpennen
  • Niet egaal van kleur – schimmelsporen
  • Rugdek niet egaal van kleur

BRUIN-ROOD INTENSIEF: Een maximaal haalbaar bruin is vereist, met een minimum aan streperigheid – rugdek goed bruin van kleur. Het geheel met een bruine tekening zacht vloeiend in elkaar lopend. Het pigment moet zover mogelijk doorlopen in flanken en borst. Een egale goede rode kleur is vereist. De bruine phaeomelanine zal de intensief-factor enigszins tegenwerken. Maar het rugdek zal toch een zo vloeiend mogelijk warmbruine kleur laten zien. Hoorndelen eenkleurig zachtbruin.

Enkele voorkomende fouten:

  • Tekening te hard, onderbroken, te smal
  • Te weinig bruin (vloeiend) op rugdek en flanken
  • Geen flanktekening, onderbroken
  • Niet egaal van kleur – schimmelsporen tweekleurig
  • Lichte vleugel en staartpennen

BRUIN (SCHIMMEL): Een maximale concentratie van bruin, zover mogelijk doorlopen in de flanken en borst. De tekening moet zacht uitvloeien en als het ware een geheel vormen met het tussenliggende bruin phaeomelanine. Een enkelvoudige geelfactor met een lichte egaal verdeelde schimmel-factor en grondkleur.

Enkele voorkomende fouten:

  • Niet bruin genoeg
  • Grondkleur niet egaal
  • Rugdek te streperig, tekening te smal
  • Vleugel en staartpennen, borst en stuit schimmelverdeling niet goed

BRUIN-ROOD SCHIMMEL: Een maximaal aan bruin op rugdek, borst en flanken. Zo weinig mogelijk streperigheid op het rugdek. De bestreping en tussenliggend bruin moeten als het ware in elkaar overgaan. Een zacht rode grondkleur egaal verdeeld, met een egaal verdeelde schimmel erover verdeeld. De borst zal iets dieper van kleur zijn.

Enkele voorkomende fouten:

  • Niet bruin genoeg
  • Schimmelverdeling niet goed, grondkleur niet egaal – twee- of driekleurig
  • Lichte vleugel of staartpennen
  • Lichte flanken of broek
  • Tekening te onderbroken en te smal

BRUIN IVOOR INTENSIEF: Zie eisen en fouten als bij de goudbruine, alleen door de werking van de ivoorfactor is de diepe goudkleur gehalveerd. De grondkleur moet wel zuiver en egaal blijven, mooie vogels om te zien en te kweken.

BRUIN IVOOR (SCHIMMEL): Zie eisen en fouten zoals bij de bruine, doordat men hier te maken heeft met een enkelvoudige geelfactor, samen met de ivoorfactor, zal er een zeer zwakke grondkleur ontstaan, en dit is dan foutief. Men moet een geelfactor gebruiken die ligt tussen dubbel en enkel factorig samen met de ivoorfactor zal dit het juiste kleurbeeld aan de bruinivoor geven.

BRUIN ROOD IVOOR: Zie eisen en fouten als bij de roodbruine, alleen door de werking van de ivoorfactor is de dieprode grondkleur gehalveerd, “roze”. De grondkleur zal wel zuiver en egaal moeten blijven.

BRUIN ROOD IVOOR (SCHIMMEL): Zie eisen en fouten als bij de roodbruin, de grondkleur is alleen door de werking van de ivoorfactor minder diep. Men krijgt een roze kleuruiting, deze moet wel egaal van kleur zijn.

BRUINFACTOR IN SAMENWERKING MET PASTEL: In samenwerking met de pastelfactor op onze bruine kanarie is er natuurlijk van onze normale klassieke bruine vogel geen sprake meer. Door de werking van de pastelfactor (2de reductie factor) is het bruin van de bestreping zodanig gereduceerd dat de hele vogel een lichter uiterlijk heeft gekregen, zonder nog een duidelijk spoor van een tekening. Dit is nu geheel samengevloeid met het gehele rugdek en is ook de vereiste verschijning nu.

BRUIN WIT PASTEL: Een zo vloeiend mogelijk egaal bruin rugdek. Geen of zeer weinig bestreping meer. Rugdek maximaal bruin doorlopend in flanken en borst. Lichtbruin vleugel en staartpennen aangepast aan het totaalbeeld van de vogel. Dus geen lichte of opgebleekte pennen. Borstkleur moet een zacht zilveren tint laten zien. Bij de dominante vogels een minimale aanslag in vleugelpennen.

Enkele voorkomende fouten:

  • Laat zware bestreping zien op rugdek.
  • Vloeit niet over in bruine rugdekkleur.
  • Flanken en borstkleur te licht (wit).
  • Te veel aanslag (dominantiefactor) vleugel en staartpennen te licht.

BRUIN PASTEL INTENSIEF: De goudkleur zal in het rugdek meer naar voren komen. Toch moeten we proberen het rugdek zo vloeiend mogelijk bruin te houden. Uiteraard ook flanken en borst. Evenals bij de goudbruine, zal door de intensief-factor het bruine minder overheersen dan bij de schimmelvogels. Maar het geheel zal zo vloeiend mogelijk moeten zijn, geen of zeer weinig bestreping meer, met een egale dubbel geelfactor.

Enkele veelvoorkomende fouten:

  • Onvoldoende bruinheid.
  • Onjuiste schimmelverdeling, ongelijkmatige grondkleur (twee- of driekleurig).
  • Te lichte vleugel- of staartpennen.
  • Te lichte flanken of broek.
  • Te onderbroken en te smalle tekening.

BRUIN IVOOR INTENSIEF: Zie eisen en fouten zoals bij de goudbruine, maar door de werking van de ivoorfactor is de diepe goudkleur gehalveerd. De grondkleur moet wel zuiver en egaal blijven voor mooie vogels om te zien en te kweken.

BRUINIVOOR (SCHIMMEL): Zie eisen en fouten zoals bij de bruine. Door de enkelvoudige geelfactor samen met de ivoorfactor ontstaat een zwakke grondkleur; gebruik een geelfactor tussen dubbel en enkel samen met de ivoorfactor voor het juiste kleurbeeld.

BRUIN ROOD IVOOR: Zie eisen en fouten zoals bij de roodbruine, maar door de ivoorfactor is de dieprode grondkleur gehalveerd, resulterend in een “rose” tint. De grondkleur moet zuiver en egaal blijven.

BRUIN ROOD IVOOR (SCHIMMEL): Zie eisen en fouten zoals bij de roodbruin, maar de grondkleur is door de ivoorfactor minder diep, met een roze kleuruiting die wel egaal moet zijn.

BRUINFACTOR IN SAMENWERKING MET PASTEL: In samenwerking met de pastelfactor op onze bruine kanarie verliest de klassieke bruine vogel zijn bestreping door de werking van de pastelfactor, waardoor de vogel een lichter uiterlijk krijgt. Er mag geen duidelijk spoor van tekening meer zijn.

BRUIN WIT PASTEL: Een egaal bruin rugdek zonder of met zeer weinig bestreping. Rugdek moet maximaal bruin doorlopen in flanken en borst. Lichtbruine vleugel- en staartpennen moeten passen bij het totaalbeeld van de vogel. Geen lichte of opgebleekte pennen. Borstkleur moet een zachte zilvertint hebben. Bij dominante vogels minimale aanslag in vleugelpennen.

Enkele veelvoorkomende fouten:

  • Zware bestreping op rugdek.
  • Onvoldoende overvloeiing in bruine rug dekkleur.
  • Te lichte flanken en borstkleur (wit).
  • Te veel aanslag (dominantiefactor), te lichte vleugel- en staartpennen.

BRUIN PASTEL INTENSIEF: De goudkleur moet prominenter zijn in het rugdek, maar probeer het bruine toch vloeiend te houden, inclusief flanken en borst. Ondanks de intensieve factor mag het bruine niet te sterk overheersen zoals bij schimmelvogels. Het geheel moet zo vloeiend mogelijk zijn, met weinig of geen bestreping en een egale dubbel geelfactor.

Enkele veelvoorkomende fouten:

  • Rugdek nog te zwaar getekend, te weinig vloeiend bruin.
  • Te lichte flanken en vleugel- of staartpennen.
  • Onegale grondkleur, bewolkt, schimmelsporen, onzuiver, weinig bruin zichtbaar.

BRUINPASTEL (SCHIMMEL): Een vloeiend egaal bruin rugdek, goed doorlopend in borst en flanken. Geen of zeer weinig zichtbare bestreping. Egaal enkelvoudige geelfactor, met gelijkmatig verdeelde schimmel over de hele vogel.

Enkele veelvoorkomende fouten:

  • Onvoldoende bruin zichtbaar.
  • Te lichte vleugel- en staartpennen, lichte broek.
  • Bewolkte kleur, onjuiste schimmelverdeling.
  • Te zware tekening op rugdek, geen vloeiend rugdek.

BRUIN ROOD PASTEL: Net als bij de roodbruine, door de intensieve factor ontwikkelt het bruin zich iets minder, maar probeer maximaal bruin te behouden zonder streperigheid. Egaal rode grondkleur, vooral bij oudere vogels, met goed doorgekleurde vleugel- en staartpennen. Het geheel moet een goede bruine indruk maken.

Enkele veelvoorkomende fouten:

  • Twee- of driekleurig, ongelijkmatige grondkleur.
  • Te fijne tekening op rugdek, onvoldoende bruinheid.
  • Lichte vleugel- en staartpennen, of broek.
  • Schimmelsporen.

BRUIN ROOD PASTEL (SCHIMMEL): Een vloeiend egaal bruin rugdek, flanken en borst zo bruin mogelijk. Geen of zeer weinig zichtbare bestreping, goed ineen vloeiend geheel met een egale enkelvoudige roodfactor en gelijkmatig verdeelde schimmel over de hele vogel.

Enkele veelvoorkomende fouten:

  • Onvoldoende bruinheid.
  • Onvoldoende overvloeiing op rugdek, borst, flanken.
  • Niet egale kleur, lichte flanken.
  • Te zware tekening op rugdek en flanken.
  • Onjuiste schimmelverdeling.

BESLUIT: Beste bruinkwekers, jullie hebben diverse mogelijkheden, maar ook uitdagingen in het kweekproces. Vooral de zilvertint kan voor moeilijkheden zorgen vanwege de onvoorspelbare blauwfactor. Selectieve kweek en aandacht bij het koppelen en aankopen van vogels kunnen dit voorkomen. De Bruingeelivoor is een veelgekweekte en prachtige vogel, ook op onze T.T. Voor ervaren kwekers raad ik aan samen te werken met de recessieve witfactor in de zilverkleur. Ik hoop dat ik jullie weer nuttige informatie en tips heb kunnen geven over de bruine kanarie. Onthoud dat naast een goede kleur ook andere aspecten belangrijk zijn voor een succesvolle T.T. vogel.

Vanaf 2003 is ook deze standaard aangepast naar het meer zuidelijke type, met een overgangsperiode. Houd hier rekening mee, zie ook de rubriek AOB technische commissie.

Wout van Gils

De Geel Mozaiek type 1

Geel mozaïek


De Geel mozaïek type 1.

Inleiding:

Een van de kanarievogels die ik met veel plezier zie en succesvol kweek, is de Geel mozaïek. Zoals bekend, zijn er twee typen: type 1 voor de pop en type 2 voor de man. Zelf geef ik de voorkeur aan het pop-type omdat ik persoonlijk de helderwitte ondergrond het mooist vind. Bij mannen is dit iets minder, maar ik merk op dat hier ook aanzienlijke verbeteringen te bewonderen zijn. In de afgelopen jaren hebben kwekers deze vogels tot prachtige exemplaren gemaakt. Het is duidelijk dat men moet beslissen welke richting men opgaat in de kweek. Ofwel fokt men het pop-type of anders het man-type. Het is bijna onmogelijk beide soorten uit één koppel te kweken; men moet gericht kiezen of twee aparte lijnen uitzetten. Belangrijk bij deze vogels is niet alleen de vorm, maar ook de lengte van de bevedering. Te lange bevedering resulteert niet alleen in erg losse flanken en minder mooi gesloten vogels, maar vergroot ook de kans op lumps, vooral op de schouders. Daar moet goed op worden gelet. Wat de vorm betreft, lopen we hier in België zeker niet achter, en we kunnen dit zeker met succes in de kweek opnemen. Het is ook cruciaal om de lipochroomkleur in de staart goed in de gaten te houden, hoewel dit niet gemakkelijk te verminderen is, moeten we proberen dit toch minimaal te houden. Ook moeten we proberen te voorkomen dat de vogels vleugel- en/of staartpennen verliezen, omdat deze bij terugkomst ook meer doorgekleurd zullen zijn.

Geel mozaïek type 1:

Een mozaïek is een tekeningvogel waarvan het patroon de vastgestelde normen zo dicht mogelijk moet benaderen, waarbij contrast ook een enorm belangrijke rol speelt. We streven naar een zo intens mogelijk patroon op een zo helder mogelijke grond. Aandacht moet worden besteed aan de kleurdiepte van het patroon; dit mag zeker niet te diep worden of overgaan naar oranje, maar ook niet te minimaal van kleur zijn. Alles moet goed zichtbaar zijn en zich op de volgende plaatsen ontwikkelen:

  • Een duidelijke oogstreep die achter het oog begint.
  • Een kleine maar duidelijke borstvlek.
  • Een duidelijke schoudervlek zonder ver door te lopen in de vleugels.
  • Een goed zichtbare stuitvlek.

De oogstreep:

Deze moet duidelijk en afgebakend achter het oog beginnen en mag ongeveer een lengte hebben tussen de 6 en 10 mm. Uiteraard zoveel mogelijk symmetrisch. Als de streep boven het oog begint en minimaal is, kan dit worden geaccepteerd, maar de voorkeur moet duidelijk uitgaan naar de achter het oog beginnende oogstreep. Een boven het oog beginnende oogstreep kan dus wel minimaal worden bestraft door de keurmeester.

De schoudervlek:

De schoudervlek geeft samen met de oogstreep de mooie mozaïektekening weer. Voorkomen moet worden dat deze te ver doorloopt in de vleugelpennen. Ook moet deze duidelijk naar voren komen en zichtbaar zijn, zonder te diep van kleur te worden maar uiteraard ook niet te minimaal van kleur. Hij zal altijd goed zichtbaar moeten zijn.

De borstvlek:

Deze moet altijd zichtbaar zijn als een ovale vlek van ongeveer een centimeter lengte. Deze mag nooit te groot zijn maar moet ovaal en zichtbaar zijn. Opvallend is dat sommige mooie mozaïeken met goede schouder- en oogtekeningen een minimale borstvlek laten zien, maar deze moet wel aanwezig zijn, zoals vereist door de standaard. Let op, een klein vlekje en niet uitlopend naar de flanken; bij een pop-type is dit uit den boze.

De stuitvlek:

Deze vlek zal er meestal wel zijn, in tegenstelling tot de schouder- en oogstreep, maar let op dat hij niet te groot wordt. Over het algemeen zal dit minder problemen veroorzaken dan de oog- en schoudervlek.

De kweek:

Zoals eerder vermeld, moet men letten op de lengte van de bevedering, maar kweek niet met de bedoeling zowel mannen als poppen te kweken uit hetzelfde koppel. Koppel een pop aan een man met een minimaal masker (flink foutieve man met masker), zelfs met een kleine inkeping erin kan geen kwaad. Let ook op een minder grote borstvlek en een juiste kleurdiepte, en uiteraard op de vorm van beide vogels. Je weet dat wat de ene te veel heeft, de andere te weinig moet hebben. Gebruik dus mannen die zoveel mogelijk het pop-type benaderen. Let goed op het zogenaamde muizenkopje; dit zal met het mozaïekpatroon nog meer een misvormd uitzicht geven dan bij andere vogels. De vogel kan dan weliswaar een mooi mozaïekpatroon hebben, maar de vorm zal de vogel kansloos maken. Wees dus ook hier zeer waakzaam. En uiteraard let ook op je voeding en/of kleurstimulerende middelen, zodat het mozaïekpatroon niet te diep van kleur wordt. Zorg voor zo min mogelijk uitloop van de schoudervlek in de vleugelpennen. En als je de vogels voedt met gele of rode stimulerende middelen, begin dan niet eerder dan rond 6 weken. Wees ook hier waakzaam dat de kleur niet te diep wordt. Veel succes met deze schitterende kanarievogel.

Wout van Gils.

De Geel Mozaïek Type 2

Geel mozaïek type 2 a


Geel Mozaïek Type 2.

Inleiding:

Een van de kanarievogels die ik graag zie en met succes kweek, is de Geel Mozaïek. Zoals bekend zijn er twee typen: type 1 voor de pop en type 2 voor de man. Zelf geef ik de voorkeur aan het pop-type omdat ik dit persoonlijk het mooiste vind, vooral vanwege de helderwitte ondergrond. Bij de mannen is dit minder, maar ik merk op dat hier ook aanzienlijke verbeteringen te bewonderen zijn. Kwekers hebben de afgelopen jaren deze vogels tot prachtige exemplaren gemaakt. Het is duidelijk dat men moet beslissen welke richting men op wil in de kweek: of men fokt het pop-type, of anders het man-type. Beide soorten fokken uit één koppel is praktisch uitgesloten; men moet doelgericht kiezen of twee aparte lijnen uitzetten. Bijzonder belangrijk bij deze vogels is niet alleen de vorm, maar ook de lengte van de bevedering moet goed in de gaten worden gehouden. Te lange bevedering resulteert niet alleen in erg losse flanken en minder mooi gesloten vogels, maar vergroot ook de kans op gezwellen, vooral op de schouders. Ook moet er voldoende aandacht zijn voor het masker, zorg dat het oog goed zichtbaar is in het masker en dat het masker naar de nek toe uitloopt. Hier moet nauwlettend op worden toegezien. Let ook op de kleurdiepte van het masker; het mag niet te diep worden, want dit kan, hoe vreemd het ook klinkt, meer kleur op het rugdek veroorzaken, wat eigenlijk zo min mogelijk moet zijn, maar bij mannen wel zichtbaar is en bij de pop niet. Probeer dit tot een minimum te beperken. Wat de vorm betreft, lopen we hier in België zeker niet achter en kunnen we dit met succes in de fokkerij opnemen. Ook moeten we goed letten op de doorgaande lipochroomkleur in de staart; dit is niet gemakkelijk te verminderen maar we moeten proberen dit tot een minimum te beperken. Let ook goed op en probeer te voorkomen dat de vogels vleugel- en/of staartpennen verliezen; als deze terugkomen, zullen ze ook meegekleurd zijn.

Geel Mozaïek Type 2:

Een mozaïek is een getekende vogel waarvan het patroon de vastgestelde normen zo nauwkeurig mogelijk moet benaderen, waarbij contrast ook een belangrijke rol speelt. We streven naar een zo intens mogelijk patroon op een zo helder mogelijke ondergrond. Aandacht moet worden besteed aan de kleurdiepte van het patroon; dit mag niet te diep worden of overgaan naar oranje, maar ook niet te minimaal van kleurdiepte zijn. Een te diep masker (putter) resulteert ook in meer kleur op het rugdek. Alles moet duidelijk zichtbaar zijn en zich ontwikkelen op de volgende punten:

  • Een duidelijk masker (putter) waarin het oog goed zichtbaar is, niet doorlopend naar de nek.
  • Een duidelijke borstvlek die niet doorloopt in het masker of de schoudervlek, duidelijk gescheiden van beide.
  • Een duidelijke schoudervlek die goed is afgetekend zonder ver door te lopen in de vleugels.
  • Een goed zichtbare stuitvlek.

Het Masker:

Dit is een van de duidelijkste kenmerken tussen de man en de pop. De man heeft een vol puttermasker volledig rond de snavel. De ogen moeten hier goed in vallen. De krul achter het oog is aanwezig maar moet zo minimaal mogelijk zijn en mag niet te ver doorlopen. Het masker bij mannen in combinatie met een helderwitte ondergrond is niet gemakkelijk te realiseren, maar ook hier is aanzienlijke vooruitgang geboekt. Diverse kwekers hebben dit probleem al goed onder de knie.

De Schoudervlek:

De schoudervlek geeft samen met de oogstreep de mooie mozaïektekening weer. Voorkomen moet worden dat deze te ver doorloopt in de vleugelpennen. Ook moet deze duidelijk naar voren komen en zichtbaar zijn, zonder te diep van kleur te worden, maar uiteraard ook niet te minimaal van kleur. Het moet altijd goed zichtbaar zijn.

De Borstvlek:

Deze is groter dan bij de poppen en dus goed zichtbaar. Maar men moet voorkomen dat deze te groot wordt en tegen het masker en de flanken aansluit; dit is duidelijk niet toegestaan en zal door keurmeesters worden bestraft. Probeer te zorgen voor een duidelijk afgebakende, niet te diepe borstvlek.

De Stuitvlek:

Deze vlek zal meestal aanwezig zijn, in tegenstelling tot de schoudervlek en de oogstreep, maar let op dat deze niet te groot wordt. Over het algemeen zal deze minder problemen veroorzaken dan de oog- en schoudervlek.

De Kweek:

Zoals eerder genoemd, moet worden gelet op de lengte van de bevedering, maar fok niet met de bedoeling zowel mannen als poppen uit hetzelfde koppel te krijgen. Een mozaïekman die het type van een pop laat zien, is het meest geschikt voor poppen en zeker niet voor de fok van mannen. Gebruik dus een pop met zware tekening, een grote oogstreep en lipochroom boven de snavelbasis. Dit zijn vogels die worden gekoppeld aan een man met een goed masker. Let ook op de borstvlek en schoudervlek; deze moeten ook aanwezig zijn en niet te groot. En let uiteraard ook op de vorm van beide vogels; wat de ene te veel heeft, moet de andere te weinig hebben. Gebruik dus poppen die zoveel mogelijk het man-type benaderen. Let wel op het zogenaamde ‘muizenkopje’; dit zal met het mozaïekpatroon nog meer een misvormd uitzicht geven. De vogel kan dan weliswaar een mooi mozaïekpatroon hebben, maar de vorm maakt de vogel kansloos. Let dus hier ook goed op! En let uiteraard ook op je voeding en/of kleurstimulerende middelen, zodat het mozaïekpatroon niet te diep van kleur wordt. Ook hier geldt weer, als je kleurstimulerende middelen geeft, begin hier dan rond week 6 mee, en let ook op dat de kleur niet te diep wordt. Succes.

Wout van Gils.

Kanarie Geel

Geel schimmel


Kanarie Geel.

Voor de meeste kwekers komt deze kreet zeker bekend voor. Voor de beginnende liefhebber zal deze opmerking vast en zeker nog wel eens tegenkomen. De TT-spelers onder ons weten al wat ik bedoel met de titel van dit artikel. In de standaard staat het erg duidelijk beschreven, maar voor iedereen is het niet even makkelijk de juiste gradatie vast te stellen van deze grondkleur. Toch zijn een geel intensief of een geel schimmel totaal verschillende vogels, en het verschil is door iedereen vast te stellen. Maar er zijn diverse intermediaire kleuren die menig liefhebber aan het twijfelen zetten. Ook de keurmeester zal een verschil in opmerkingen plaatsen; de ene keurmeester schrijft dat de grondkleur goed is, terwijl de ander zegt dat deze te diep, te warm, of bewolkt van kleur is. Een zaak staat hier vast: er is zeker iets niet goed met de kleur. En de mooie eenvoudige kleur vogel GEEL kennen wij allemaal en die bestaat alleen in GEEL: INTENSIEF en GEEL: SCHIMMEL.

Het is nu dat tussen deze twee kleuren een zeer grote variatie kan liggen, die door vele liefhebbers allemaal ingezet worden als TT vogel. Dit kan niet en wordt meestal foutief gedaan. Vogels die goed ingezet worden voor de kweek zal ik zeker niet ontkennen, maar voor de TT zijn er maar enkele soorten Geel. Voor de keurmeesters ligt hier ook een probleem, zeker met het keuren met kunstlicht is het dikwijls een probleem om de juiste kleur (GEEL) vast te stellen. Meestal heeft het kunstlicht zelfs een positief effect op de kleur van deze gele vogels; ook lichte schimmelsporen in nek en/of rug zijn bijna niet meer vast te stellen. Het is ook om die reden dat de meeste keurmeesters in het begin van de keuring een vogel naar het daglicht halen om de juiste gradatie vast te stellen en zo een vergelijking te kunnen maken met gele vogels. Het zal duidelijk zijn dat de tafelkeuring hier een groot voordeel kan opleveren voor de keurmeesters, maar ook voor de beoordeling van de vogels. Het blijft dan ook aan te bevelen zo veel mogelijk gebruik te maken van de TAFELKEURING (blijf hierop hameren bij uw bestuur).

Het is daarom ook wel te begrijpen dat de ene vogel wel eens een paar punten kan zakken of stijgen in kleur door de verlichting in de zaal, en het zal zeker niet aan de keurmeester liggen dat er punten verschil is bij kunstlicht. Al moeten zeker de kampioenen gemaakt worden bij goed licht (voor het raam) en met drie personen. En dit is natuurlijk wel mogelijk om te doen. Maar de liefhebber zal ook een selectie moeten gaan maken tussen al die tussenkleuren (GEEL), en het is aan de keurmeester deze goede kleur eenvormig en goed aan te geven. Over de bovengenoemde vogels wil ik in het kort nog iets vermelden.

De Geel Schimmel.

Ja, we zien deze vogels nog wel, maar er is een grote kentering gekomen.

Wat zien we dan wel? Nou, weinig geel schimmels; in de meeste gevallen zien we een vogel met de dubbele geelfactor met een schimmelwaas eroverheen. Is dit een geelschimmel? Natuurlijk niet. De keurmeester zal hier meestal als opmerking geven dat de vogel bewolkt is of niet egaal van kleur. Of hij keurt hem als geel intensief en bestraft hem met de aanwezige schimmelsporen, enzovoort. Dus voor de kweek van geelschimmels altijd twee vogels gebruiken met lichte schimmel en de enkele geelfactor. Het zullen meestal de poppen zijn die de standaardeisen het dichtst benaderen. Het verschil tussen man en pop is hier erg goed waar te nemen. Dus gebruik geen intensieve vogels voor het kweken van geelschimmels; koppel lichtschimmel vogels aan elkaar met een enkele geelfactor, uiteraard met een zwak geel bezit en een gelijkmatig verdeelde schimmel. Of zoals men dikwijls zegt: wat de ene vogel te veel heeft, moet de andere minder hebben.

STANDAARD GEELSCHIMMEL:

  • Egaal zachtgeel geheel enkelvoudige geelfactor.
  • Overtrokken met een gelijkmatige fijn verdeelde schimmelsluier.
  • Grondkleur en schimmel moeten harmonieus zijn, beide gelijkmatig verdeeld over de vogels. Geen blauwstructuur.
  • Mag geen sterke gele partijen bezitten, zoals kop, schouders en stuit.
  • Pennen zoveel mogelijk doorgekleurd.
  • Geen enkele melanisatie is toegestaan.
  • Hoorndelen vleeskleurig.

VEEL VOORKOMENDE FOUTEN:

  • Te lichte en/of onzuivere gele kleur.
  • Niet egale, bewolkte tint.
  • Te diepe grondkleur met grote kleurloze veerpartijen.
  • Te bleke pennen, onvoldoende doorgekleurd.
  • Te zware schimmel, vooral in nek en op de rug.
  • Onregelmatig verdeelde schimmel.
  • Bontheid en/of op de hoorndelen.

De Geel Intensief.

Deze vogel heeft een hooggele grondkleur, de kleur van een rijpe zonnebloem, in samenwerking met de dubbele geelfactor. Deze vogel moet ook, in tegenstelling tot de geelschimmel, in het bezit zijn van de dubbele geelfactor. Zet ook nooit vogels in die een oranje bijtint laten zien; dit zal later in de jongen terugkomen, vooral in de kleine veertjes boven de snavel zullen bijna altijd oranjekleurig doorkomen omdat daar de kleurstof zich het sterkst zal concentreren. Dit geldt ook voor minder maten voor de rest van de bevedering. Bij het kweken van geel intensieve vogels dient men altijd twee vogels te gebruiken met een zo sterk mogelijke geelfactor, zo diep mogelijk doorgekleurd in de vleugel- en staartpennen. De beste paring is een geel intensieve vogel te koppelen aan een geel intensieve vogel met schimmelsporen aanwezig, uiteraard met een goede bevederingstructuur en groot. Paar zo weinig mogelijk een geel intensief aan een geelschimmel vogel om datzelfde jaar TT-vogels te verwachten. Op langere termijn kan dit natuurlijk wel. Hou er terdege rekening mee dat een goede geel intensieve vogel drager moet zijn van een dubbele geelfactor. Doet men het anders dan zal men steeds de tussenliggende kleuren verkrijgen, en het is dat wat we toch nog veel zien. Wat ook belangrijk is om te weten, in tegenstelling tot de geelschimmels zijn het de mannen bij de geel intensief die het best de standaard benaderen. Zij zijn veel dieper en mooier doorgekleurd dan de poppen. Menig geelkweker wil ook wel geel intensieve vogels kweken via vogels split voor wit (gele pop). Let wel met een dubbele geelfactor, deze koppelen aan een geel intensieve man. Met deze methode kan na enkele jaren het mes snijden aan twee kanten door bijvoorbeeld geel intensieve vogels en recessieve witte vogels te kweken uit hetzelfde nest. Bij deze methode op letten dat de intensief factor niet te sterk wordt, blijf letten op de lengte van de bevedering en op de aanwezige schimmelsporen. Uiteraard zal ook de grootte en vorm ook meespelen. Dus de weg naar een goede geel intensief is koppelen een geel intensief * hooggeel. Beiden met een dubbele geelfactor, met de pop een lichte schimmel (spoortjes), iets wat meestal altijd zo is maar in minimale hoeveelheid. Alle andere koppelingen zullen het eerste jaar tussenliggende kleuren opleveren, zowel te diep bewolkt en noem maar op. Het is aan de kweker om hier goed nota van te nemen. De keurmeesters moeten een eenvormig standpunt innemen, dat er is in de standaardeisen. Maar spijtig genoeg worden deze mensen dikwijls beïnvloed door het kunstlicht, maar dit is al eens eerder aangehaald. Een oplossing in deze blijft de tafelkeuring met daglicht inval. Dit kan niet genoeg gesteld worden en ook bij de andere kleuren zal dit de eenvormigheid van de kleur en het keuren ten goede komen.

STANDAARD GEEL INTENSIEF:

  • Zuivere, heldere egale goudgele kleur (dubbele geelfactor) volledig intensief, geen enkel spoor van schimmel.
  • Aangepaste lichte blauwstructuur.
  • Geen oranje bijtint.
  • Grote pennen zo volledig mogelijk doorgekleurd.
  • Geen enkele vorm van bontheid.
  • Hoorndelen vleeskleurig.

VEEL VOORKOMENDE FOUTEN:

  • Gele kleur te flets, niet diep genoeg en nog ongelijk, vooral kop schouders.
  • Onzuivere gele tint (bijvoorbeeld oranje bijtint).
  • Niet volledig intensief gekleurd.
  • Schimmelsporen aanwezig op de vogel.
  • Opgebleekt rond kopje.
  • Pennen niet voldoende doorgekleurd.
  • Bontheid in bevedering en/of hoorndelen.

Besluit.

Ja, beste vogelliefhebbers, dit was dan iets over de gele kanarievogel. Door velen een gemakkelijke vogel genoemd om te kweken. Ik moet eerlijk bekennen, ik heb vele kleuren gekweekt, maar een goede geel intensief is mij nog niet gelukt te kweken. Dit jaar ga ik het opnieuw proberen, maar daar trek ik nu dan enkele jaren voor uit. Wat ik verder nog wil mededelen is dat een mooie gele vogel ook voor de rui kan veranderen tijdens de rui. De meer ervaren kweker zal hier zijn maatregelen wel tegen nemen, maar ik wil dit toch nog even aanhalen. Veel vogels worden na de rui te diep van kleur en/of geven een oranje bijtint.

De reden hiervan kan zijn:

  1. Te veel onkruidzaden in je voer (bevat caroteen).
  2. Geef geen wortels, rode kool, raapzaad.
  3. Geef gele vogels zelfgemaakt eivoer.
  4. Vermijd caroteenhoudende zaden.
  5. Scheid rode en gele vogels totaal van elkaar.
  6. Eieren van scharrelkippen zijn het beste.

Dus ook hiermee moet je rekening houden bij het kweken van gele vogels. Ik hoop met dit artikel de geelkwekers erop attent gemaakt te hebben dat het kweken van de gele kleur moeilijk is en goede kennis bij het koppelen nodig is. Kleur bij kleur houden; als men gaat mengen, doe dit dan doordacht door bijvoorbeeld een stam op te bouwen, maar niet om in een jaar een goede vogel te kweken. Wat een mengeling van kleuren en factoren blijft, geeft een mengeling en hiermee zal men weinig resultaat bereiken op de TT. In het kweekhok de komende jaren is het iets anders, maar dan gaat men doordacht en met kennis te werk. Aan allen een goede kweek, en denk eraan: kweek geelschimmels en/of geel intensieve vogels, maar kweek nooit beiden door elkaar om ofwel geelschimmel of geel intensief te verkrijgen. Dat lukt zelden, ook al zal hier ook de uitzondering de regel wel weer bevestigen. Veel plezier met de gele vogels

Wout van Gils

De kobalt factor.

kobalt 3


Nieuw bij de kleurkanaries: de Kobalt-faktor F heiler.

“Nog nooit van gehoord” zal u zeker zeggen bij het lezen van dit opschrift  en dit volledig terecht, daar het begrip “Kobalt” tot op heden nog nooit werd gebruikt in samenhang met kleurkanaries. Het handelt zich hier om een fenomeen dat kweker Fr. Heiler het laatste jaar in een artikel ” Kanaries kweken -toegevoegde mutaties” (Vogelvrienden, deel 2) voor de eerste maal beschreven en als “super oxydatie in het gevederte” gekenmerkt heeft.De Terugblik

Ik kan het me nog goed herinneren dat op het DKB-wereldkampioenschap 1995 in Ulm een stam kleurkanaries Roodzwart-schimmel stond van kweker H. Jammers uit de Kempen, die door een afwijkend uitzicht de attentie trok van een prijskeurder. Het bijzondere aan deze vogels was een ongewone stompe basiskleur,Vooruit gebracht door een duidelijk uitmuntende vlekken pigmentering die zich uitstrekte tot aan het cloaca bereik, zoals een grauwe schimmelboord, die zich gelijkmatig over de gehele hoek verdeeld. De vogels kregen door de bot slecht 26 punten en belandden hiermee verslagen in de achterste rangen van het klassement. Van de kweker hebben wij enkel vernomen dat al zijn zwartvogels dezelfde kweek en voedingswaarden genoten hebben en dat hij het afwijkende uitzicht bij sommige van zijn vogels niet verklaren kan.

College-kweker K.- W. Weber uit Oggersheim, die zelf reeds sinds vele jaren met succes zwartrode kanaries kweekt en een voorliefde heeft voor die nieuwe, zeldzame kleurslag, kreeg een mannetje uit deze collectie, om dmv kweekresultaten te onderzoeken of het zich hier om een mutatie handelt of dat het een resultaat is van toegediende voedingsstoffen. Daar het mannetje na de rui niet van uitzicht veranderde sprak hij allereerst over een nieuw mutatie. ‘ Helaas kon in het daaropvolgende jaar niet verder gegaan worden met de geplande testkweek daar het mannetje 1 gestorven is; uit de kweek van 4 (uiterlijk onopvallende) halfzusters ?onder elkaar kwamen slechts enkele lagere klasse gekleurde vogels. In 1997 lag er voor het eerst een “supergeoxideert” Jong In het nest. In 1998 lukte het  dan om uit het voorhanden kweekmateriaal tegelijkertijd meerdere van deze afwijkende, donkere zwartvogels op stok te brengen van beide geslachten, waarmee vaststond dat het zich hier om een mutatie handelde met een vrij / recessieve erfelijkheid. Op het DKB-wereldkampioenschap in januari 2001, wederom in Ulm, heeft kweker Weber de beste vogels van zijn nakweek aan het brede publiek voorgesteld in de klasse “nieuwe kweek/mutaties”. Op dit ogenblik is kweker Weber erin geslaagd deze eigenschap over te dragen aan zwartgeel, zwart-witte en ook roodbruine kleurkanaries. Los hiervan kwamen er het afgelopen jaar in een agaatstam van een verenigingscollega van de AZ-plaatselijke vereniging Heppenheim enkele roodagaatvogels voor met eveneens een extreem dichte en donkere vlekken pigmentering tot aan de cloaca, wat voor agaatvogels volkomen vreemd  is .Volgens de mij hiervoor liggende informatie is deze verervings factor ook hier vrij /ressestent: Of het hier om dezelfde eigenschap handelt als bij de roodzwarte vogels kan enkel door een proefkweek met beide soorten vastgesteld worden. De kwekers staan reeds met elkander in contact. Vermoedelijk zijn zulke afwijkende gepigmenteerde vogels reeds eerder en in andere kleursoorten opgetreden zonder dat men deze als eigenstandige mutatie erkend heeft.
Kenmerken van de mutatie/mogelijkheden:

Onderstaand enkel de uiterlijk zichtbare kenmerken die deel uitmaken van de “Kobalt-factor”:

1. Waar te nemen is een aanzienlijke toename van de eumelanine opslag in het gevederte, die de vogel kobalt 1kkobalt 4rakobalt 3chtiger gepigmenteert laat uitschijnen zonder dat er een verandering van de melanie toon of -zoals bij Onyx- een in een ander door loping van de tekening -en vlakken melanine plaatsvindt. De jonge vogels onderscheiden zich op grond van een hoger zwartaandeel van hun klassiek zwarte nestzusters, en dit reeds bij het uitvliegen. Misschien is het mogelijk in het kort door microscopische onderzoeken een exact uitsluitsel te bekomen in welke veder regio de verhoogde concentratie van het eumelanine zich lokaliseert en hoe het eumelanine-aandeel zich in vergelijk met de klassieke vogels procentueel verhoogt.  

2. Naast de melanine maximering valt ook de gelijkmatigheid van de pigmentering over het gehele gevederte tot in de kleinste vederuiteinde op. Ook dit is een duidelijk onderscheid voor de Onyx  kanaries, bij de welke het bijzondere kenmerk juist de afname van de eumelanine dichtheid naar het achterste gedeelte van het lichaam toe is. Reeds na enkele levensdagen laat zich bij de jongen reeds de mutatie kenmerken aan de vergelijkbare donkere vederpennen van de onderbuik.

3. Samen met de verhoogde melanine opstapeling in de verderen ondergaat ook de vetkleur een verandering, doordat ze in vergelijking met de klassieke vogels aan lichtheid! zuiverheid verliest. Men kan zeggen, ze wordt op dat ogenblik van de melanine kleur doortoont.

4. Bij de schimmelvogels verandert de kleur van de schimmel van wit naar grijsgrauw. Bij een Schimmelvogels verandert de kleur van de schimmel van wit naar grijsgrauw. Daardoor treedt bij hen de “kobalt” eigenschap zeer duidelijk op de voorgrond.

5. Tijdens de rui van de “Kobalt” vogels hebben ze een ongewoon ruig verenkleed, hetgeen vermoedelijk met het verhoogde melanine gehalte in het verenkleed samenhangt. Merkwaardig genoeg voelt het verenkleed na de rui zacht en zijdeachtig aan. De kwaliteit van het verenkleed is over het algemeen duidelijk beter dan bij de klassieke Zwartvogels. Omdat de mutatie vrij/recessief vererft, laat ze zich met alle reeds bekende melanine varianten combineren. De “kobalt-factor” heeft alleen bij de Zwartvogels een duidelijke betekenis, waarbij een maximum aan zwarte melanine op de buitenkant van het gehele verenkleed aanwezig is. Wij weten allemaal, dat de oppervlakte pigmentering van onze Zwartvogels maar al te vaak bij de achterste flanken  en onderste buikgedeelte sterk afneemt en het gebied om de cloaca in het algemeen lichter van kleur is. Hier zou dus een lichtere plek gesloten kunnen worden.

Hetzelfde geldt ook voor de Onyx-kanaries, bij wie de lichtere plekken in het gebied van de flanken en de buik momenteel nog duidelijk ontwikkeld zijn. Bovendien zou het mogelijk moeten zijn om de witte onderbuik van onze Zwart-mozaïeken door het in kruisen van de “kobalt-factor” donkerder te krijgen, hetgeen uit het oogpunt van de optiek zeker een winst zou zijn, omdat de vogel hierdoor in zijn geheel donkerder zou lijken. Verder valt er te denken aan het optimaliseren van het oppervlakte melanine bij de Zwart-mozaïeken met de bruin verdringings factor, die zoals bekend, veroorzaakt wordt door het wegvallen van het phaenomelanine aan de verenrand, een lichte verenzoom vertoont, die aan de vlakke zijde lichter toont dan de klassieke Zwartvogel met een volle melaninedichtheid.Naamgeving en toekomstperspectief :

De naamgeving van de mutatie is nog niet bepaald. F. Heiler spreekt treffend van “super oxydatie van het verenkleed”, vergelijkbaar met de “super oxydatie van de hoorndelen”, die wij reeds langer kennen. De echtgenote van Ziegfried Weber had het gevoel, bij het zien van de grijs grauwe onderbuik van de gemuteerde vogel, herinnerd te worden aan het metaal kobalt en riep spontaan de benaming “Kobalt -kanarie”.“Kobalt”is zeker het meest pakkende en makkelijkst te hanteren begrip, hetgeen men derhalve de voorkeur zou geven. Misschien vindt men in de toekomst een nog betere benaming, die het geschilderde fenomeen nog treffender omschrijft. Wie ideeën heeft, dient niet te schromen deze ter discussie te brengen! Het is afwachten, of de “kobalt” -eigenschap zich zelfstandig als melanine variant kan handhaven of dat hem echter -zoals de bruin verdringingsfactor  slechts de rol van een aanvullings / veredelingsfactor overblijft  

Vertaald uit AZN Verslag Nr 8 .2001  Duitsland : ( vereinigung fur artenschuts vogelhaltung und vogelzucht. ( W.v.Gils )

De grijsvleugel-factor

Zwart pastel gijsvleugel wit


De grijsvleugel-factor: alleen voor kenners.

In onze kanariewereld zijn er verschillende kleurslagen. Over het algemeen zijn al deze kleurslagen te bewonderen op onze TT (tentoonstelling), en ze komen ergens wel voor bij onze toegewijde kwekers in hun kweekhok. De grijswing is echter een factor die menig kweker niet of nauwelijks durft te gebruiken. Kortom, het is een zeer moeilijke en onvoorspelbare factor. Hoewel ze voorkomen, zijn ze zeker niet in grote aantallen te vinden. Toch zijn er kwekers die deze vogels kweken en er prachtige exemplaren van op de TT tentoonstellen. Ik persoonlijk heb veel bewondering voor deze kwekers die ondanks de onvoorspelbaarheid toch in staat zijn om mooie vogels voort te brengen. Nu iets meer over deze factor.

Grijswing-factor:

Deze factor komt meestal voor bij vogels uit de zwartpastelreeks. Het puur fokken van de grijswing-factor is zo goed als uitgesloten. Uitgebreide kennis van je eigen vogels in combinatie met je stam en kweekboek kan hierbij zeer nuttig zijn en is ook noodzakelijk om deze factor goed te beheren. Deze werking staat ook wel bekend als de versterkte “pastelfactor-werking.” Dit betekent een versterkte reductie van de melanine samen met een omkeerbare ligging van dezelfde melanine in de toppen van de veren, die hier sterk gemelaniseerd zijn. Het bijzondere van de grijswingels is de tekening die een gemarmerde indruk moet geven. De vleugel- en staartpennen moeten lichtgrijs zijn met zo donker mogelijke omzoming van de toppen. De rug is lichtgrijs zonder bestreping maar met een soort “hamerslagpatroon”, ook wel omschreven als een grijs geschubd rugdek met schubjes. De flanktekening moet gemarmerd aanwezig zijn. De snaveldelen zijn loodgrijs en zo donker mogelijk. Het bezit van bruin phaeomelanine vormt hier een groot probleem. De eumelaninen zijn sterk gereduceerd, waardoor het bruine phaeomelanine nog beter naar voren komt. Dit kan worden opgelost door de blauwfactor in de vogel te introduceren. Het beste en mooiste grijswing-patroon vinden we bij de mannen. De introductie van de mozaïekfactor laat de melanisatie bij de grijswingels nog beter tot zijn recht komen, maar men moet voorkomen dat het bruin de overhand krijgt. De ivoorfactor wordt eigenlijk niet echt aanbevolen bij deze vogel, omdat dit het bruin in de vogel nog meer naar voren zou kunnen brengen. Vaak zie je vogels die een mix zijn tussen zwartpastel en grijswingels, de zwartpastellen met grijze grote pennen maar met een nog klassiek tekeningpatroon, gestreept, worden de “grijswingel”-types genoemd en zijn dus geen TT (tentoonstellings) vogels. Het uiterlijk komt ongeveer als volgt naar voren: de melanisatie in de vleugel- en staartpennen, evenals de rugveren en flanken, sterk afgezwakt, kleur lichtgrijs, een donkere gemelaniseerde omzoming van de pennen en rugveren, het overige deel van de veer slecht minimaal gemelaniseerd. De snaveldelen zijn loodkleurig en de donskleur van zowel de man als de pop is zilverachtig grijs. Het geheel moet een harmonieus uitzicht geven.

De vererving:

Dit blijft een erg groot vraagteken. Zuiver geslachtgebonden of zuiver onafhankelijk kan het zeker niet zijn; er zijn reeds vermoedens geuit die niet of nauwelijks bewezen zijn. Puur fokken is niet mogelijk, dus we kunnen grijswingels fokken die het kenmerk van grijswingels niet bezitten. Een aanbevolen kweekmethode voor grijswingels is een homozygote grijswingel x homozygote grijswingel. Partners die drager zijn van agaat, bruin of pastel doen de grijswingeleigenschappen vaak verdwijnen en geven ons weer opgebleekte zwartpastellen ofwel de grijswingel-types genoemd. Het is zeker dat de grijswingel-factor sterk verbonden is met de pastelfactor. Tot nu toe lijkt het erop dat nog geen fokzuivere of homozygote grijswingels zijn gekweekt. Het is en blijft een zeer onbetrouwbare factor, en het is bewonderenswaardig hoe sommige kwekers hiermee om kunnen gaan. Enige kans op succes komt ook voor uit de volgende paringen:

  1. Grijswingel x Zwartpastel.
  2. Zwartpastel x Zwartpastel.
  3. Grijswingel x Grijswingel-type.

Het zal voor iedereen duidelijk zijn dat grijswingels uit de zwartreeks het beste en meest acceptabele beeld geven volgens de standaard. Dus, grijswingels fokken alleen in de zwartreeks geeft ook de meeste kans op het geschubde rugdekpatroon. Nogmaals, de beste resultaten worden behaald door met homozygote vogels uit de zwartreeks te kweken, maar zelfs dan is dit nog niet met zekerheid te stellen. Vaak hebben de jonge popjes vóór de rui een redelijke grijswingeltekening, maar dit verdwijnt gedeeltelijk tijdens de rui en wordt dan weer wat streperig. Alleen de opgebleekte pennen blijven behouden. Er is een verschil tussen schimmel- en intensieve vogels: schimmels zijn meestal iets beter gemarmerd op het rugdek, maar de vleugel- en staartpennen zijn niet volledig opgebleekt. Bij intensieve vogels zien we wel opgebleekte pennen met een mooie zwarte omzoming, maar dan is het rugdek weer minder mooi en soms zelfs weer iets streperig. Er zijn echter al erg mooie exemplaren te zien, dus het kan. Kortom, het is en blijft een zeer uitdagende vogel. Veel geduld en kennis zijn nodig, maar vooral geduld en kennis van zaken kunnen tot resultaten leiden. Het is niet voor iedereen weggelegd; ook het op papier zetten van dit artikel gaf al aan dat het niet gemakkelijk is, laat staan het fokken van deze vogels. Proficiat aan die kwekers die het wel kunnen en aandurven. Succes!

De Isabel Geel

Isabel geel intensief

 


De Isabel Geel:

De isabel is een van de eerste gekweekt in Nederland door een zekere Hr Helder. Men kan stellen dat een isabel een bruine variant is met een reductie van melanine. Tot deze serie behoren de isabel geel, wit en rood, waarbij de witte ondergrond kan worden beïnvloed door de dominante witte factor of de recessieve witte factor. De vogels hebben minimale melanine met redelijk korte strepen op het rugdek en flanken, breder bij de schimmelvogels. Schimmelvogels vertonen ook altijd iets meer phaeomelanine tussen de strepen. In de vleugel- en staartpennen is een zacht beige tint aanwezig, die goed moet overeenstemmen met de totaalkleur. De hoorndelen worden gewoon vleeskleurig genoemd. Intensieve vogels hebben kortere bevedering, terwijl schimmelvogels iets langere bevedering hebben.

Er is ook de typische koptekening van de isabel, zichtbaar aan de bovenkant van de snavel en bij het gebied van de wenkbrauwen. Als gevolg van de reductiefactor vertoont het pigment in deze gebieden een lipochroom kleur. Meestal ziet men op tentoonstellingen de mannelijke exemplaren, vooral de intensieve vogels, die het goed doen. Het is echter belangrijk te onthouden dat schimmel popjes ook mooie vogels zijn en vaak in de prijzen vallen. Een goede schimmelverdeling is daarom essentieel. Bij intensieve vogels zijn de popjes snel te herkennen, omdat ze graag het bekende schimmelkransje in de nek laten zien en een licht bruin waasje op het rugdek hebben, kenmerkend voor intensieve popjes.

Bij geel intensieve vogels moet een dubbele geelfactor zorgen voor een egale, diepgele kleur zonder overgang naar oranje. De bevedering speelt ook een belangrijke rol; als deze te kort is, kan het bekende oogstreepje ontstaan, evenals schrale bevedering rond de ogen. Bij het koppelen is het belangrijk te letten op de bevedering en de hardheid van de tekening. Gebruik voor intensieve vogels altijd een intensieve vogel tegen een matig intensieve vogel, met voldoende grootte en vorm. Let goed op de bevederingslengte en houd de regel in gedachten dat wat de ene vogel te veel heeft, de andere te weinig moet hebben. Gebruik ook fokzuivere vogels.

Soms worden vogels tentoongesteld met splitsatine vogels, maar wees ervan bewust dat veel van deze vogels een lichte opbleking kunnen vertonen aan de snavelbasis en in de vleugel- en staartpennen. Als de keurmeester dit opmerkt, kan dit worden bestraft.

De standaardeisen voor Geel intensief zijn:

  1. Een intensieve vogel met dubbele geelfactor, egaal verdeeld.
  2. Schimmel- en bruine veerpartijen zijn niet toegestaan.
  3. De tekening moet kort en redelijk fijn zijn.
  4. Lichte zichtbare flanktekening.
  5. Zacht beige tint in de vleugel en staartpennen, in overeenstemming met de totaalkleur.
  6. Snavel en poten vleeskleurig.

De standaardeisen voor Geel schimmel zijn:

a. Een vogel met enkele geelfactor, egaal verdeelde schimmel. b. Bij deze kleurslag krijgen we meer een vloeiend rugdek, maar de tekening blijft zichtbaar. c. De tekening moet kort en redelijk fijn zijn (iets breder dan bij de intensieve). d. Een minimaal aan bruin. e. Zacht beige tint in de vleugel en staartpennen, in overeenstemming met de totaalkleur. f. Snavel en poten vleeskleurig.

Veel voorkomende fouten zijn:

  1. Te diepe grondkleur, oranje bijtint.
  2. Schrale bevedering, kleurloze vleugel- en staarttopjes.
  3. Niet egale grondkleur.
  4. Schimmelverdeling op de borst en rest van het lichaam kan beter.
  5. Opgebleekte vleugel- en staartpennen.
  6. Nekschimmel aanwezig.

Zoals bij alle geel factorige vogels is het belangrijk om op te letten met voeding; een teveel aan caroteen-houdende zaden kan leiden tot een te felle kleurdiepte, waardoor het geel overgaat in een oranje bijtint. Deze vogels zijn hier erg gevoelig voor. Succes!

Wout van Gils

De Lutino

Lutino


Mooi maar niet makkelijk: De Lutino

Inleiding:

Iedereen die mij kent, weet dat ik een voorkeur heb voor vetstofvogels, vooral die met rode ogen. Ondanks het besef dat dit niet eenvoudig is, probeer ik al vele jaren deze vogels te kweken. Ik heb redelijk goede resultaten behaald met de albino, met nog betere resultaten met de rubino, maar iets minder succes met de lutino. Desondanks zijn het, ondanks hun moeilijkheidsgraad, prachtige vogels om mee te kweken. Ik zou echter niet adviseren om deze vogels aan beginnende kwekers aan te raden. De lutino is bekend in intensieve en schimmelvarianten, en in de kleur geel, met of zonder de ivoorfactor. Iedereen heeft zijn eigen voorkeur, waarbij de neiging vaak naar de intensieve variant gaat. Het moet echter gezegd worden dat de laatste jaren schimmelvogels grote successen boeken op de keurtafels met uitstekende resultaten. Schimmelvogels zijn tegenwoordig ook prachtige exemplaren. Dus de voorkeur voor intensief is niet meer zo prominent.

De vererving:

De lutino is een gele lipochroom kanarie met rode ogen, zoals eerder genoemd, beschikbaar in intensieve en schimmelvarianten, met of zonder de ivoorfactor. In deze vogels zien we totaal geen pigment meer, maar dit is nog wel latent aanwezig. Dit komt doordat de lutino twee genetische types kent, namelijk via de pheao en/of de satinet. De pheao erft autosomaal over, wat betekent dat zowel de pop als de man dragers kunnen zijn, ook wel splitvogels genoemd. De satinet erft geslachtgebonden over, wat betekent dat alleen de man een drager kan zijn; de pop is ofwel satinet of klassiek. Beide mutaties, pheao en satinet, gedragen zich recessief, wat betekent dat de klassieke vorm altijd de overhand heeft. Opvallend, maar niet vreemd, is dat de meeste ino’s, in dit geval de lutino, geslachtgebonden blijken te erven en genetisch satinet zijn.

Enkele koppelingen:

De meest gebruikte koppeling is een geel verervende lutino man * Lutino pop. Dit is de beste en snelste weg naar lutino’s. Hiermee kweek je direct lutino mannen, poppen en gele mannen die split zijn voor lutino, en klassieke poppen. Het kweken van lutino * Lutino zou ik niemand aanraden, omdat de problemen groot worden, resulterend in blindheid, wat zeker niet de bedoeling mag zijn. Als je puur op lutino wilt kweken, is het raadzaam om direct te beginnen met 2 lutino mannen en 5 à 6 poppen in wisselbroed. Zo kun je de beste jongen van deze paren het volgende jaar onderling laten paren. Dit is meestal de snelste weg naar succes. Zorg ervoor dat de mannen van verschillende stammen zijn.

Het hoeft geen betoog dat je altijd de lengte van de bevedering in de gaten moet houden, zeker als je naar intensieve kweekt. Bij schimmelvogels moet je ook letten op de lengte van de bevedering en vooral op de schimmelverdeling. Hier geldt weer: wat de een te veel heeft, moet de ander minder hebben.

De kweek:

Lutino’s en alle andere vogels met rode ogen hebben een beperkt gezichtsvermogen, hoewel er wel verschillen merkbaar zijn. Desalniettemin moeten we hier zeker rekening mee houden. Deze vogels moeten fel licht vermijden. Plaats de vogels altijd in de schaduw en nooit in direct zonlicht of tl-verlichting. Door fel licht gaan de vogels nog slechter zien, en de kans op oogontsteking is groot. Ook zullen poppen dikwijls geen nest beginnen te maken en de eitjes zomaar laten vallen.

Als de jongen uitkomen en er zijn zowel lutino’s als zwartogen, is het raadzaam dit goed op te volgen. Blijkt dat de jonge roodogen achterblijven, dan is het misschien beter de roodogen bij elkaar te leggen of ze wat bij te voeren. Mijn ervaring is dat bij goed verzorgde vogels het meestal meevalt en de pop de jongen wel voedt. Maar ik moet toegeven dat ik toch de eerste dagen iets bijvoer. Iedereen moet zijn keuze maken, maar aandacht is vereist bij jonge roodogen.

Zelfstandig worden:

Jonge roodogen blijven aandacht vragen, eigenlijk geldt dit ook voor oudere vogels. Mijn voorkeur gaat ernaar uit deze vogels in een aparte kooi of volière onder te brengen en niet bij andere niet-rode ogen te plaatsen. Op deze manier worden de roodogen niet aan de kant gedrukt door hun iets mindere gezichtsvermogen. Door ze bij elkaar te plaatsen, zijn deze problemen er niet en kunnen de roodogen rustiger en goed volwassen worden, met bijna geen uitvallers. Als je ze bij andere niet-rode ogen plaatst, zullen de vogels het zwaar te verduren krijgen.

Over het voeren van de lutino’s zijn er ook diverse meningen. Sommige kwekers voeren hun jongen met geelstimulans of aangepaste zaadmengeling tot ongeveer dag 18. Mijn ervaring is dat lutino’s al vrij diep van kleur zijn. Natuurlijk kan dit ook aan mijn voeding liggen, maar let op bij het voeren van lutino’s is zeker vereist. De kleur zal vrij snel veranderen naar een oranjeachtige tint, en dat is zeker niet de bedoeling. Ja, leergeld betalen we hier zeker, maar één ding is zeker: het zijn zulke mooie vogels, die roodogen, dat de meeste kwekers dit graag op de koop toe nemen. Het leergeld bedoel ik dan. Succes met deze vogels.

Wout van Gils.

DE MOZAÏEK KANARIE

geelmozaiek koppel


DE MOZAÏEK KANARIE

HET ONTSTAAN EN DE ONTWIKKELING:

Deze variëteit is ontstaan door het inkweken van de Kapoetsensijs. Naar mijn weten dateert dit terug tot ongeveer 1942. De verdere ontwikkeling kwam tot stand door een strenge selectie op de vrouwelijke kleurkenmerken van de Kapoetsensijspop en de kanariepop. Er is dus sprake van duidelijk geslachtsdimorfisme. In de loop der jaren heeft strenge selectie het mozaïekpatroon in de kanarievogel gefixeerd door een omkering van de verdeling van de lipochroom kleur in de veren. Met uitzondering van de typische mozaïekpatronen (waar de lipochroomkleur zich bevindt), werd de vetstofkleur teruggedrongen naar de basis van de veren, waardoor wit aan de buitenkant van de veren zichtbaar werd.

In de beginjaren waren er veel fouten bij deze vogels. De grote doorbraak begon rond 1970. In die periode werd ook vastgesteld dat het mozaïek “geslachtsgebonden erft” met een intermediair karakter. Met andere woorden: de mozaïekkenmerken erven geslachtsgebonden over, maar enkele factoren beïnvloeden het patroon. Het mozaïekpatroon is alleen zichtbaar bij een NIET INTENSIEVE VOGEL! (Dus een schimmelvogel).

Het mozaïekpatroon wordt beïnvloed door de: a. INTENSIEFFACTOR b. DOMINANT WITFACTOR c. RECESSIEF WIT FACTOR

In de jaren ’70 werden veel ontdekkingen gedaan en gedocumenteerd. Lange tijd dacht men dat alleen de mozaïekpop een TT (tentoonstelling) vogel was, maar later werd ingezien dat dit niet het geval was. Op verschillende plaatsen ontdekte men dat de mozaïekman een eigen verschijningsvorm heeft, en men kwam tot de volgende onderscheidingen:

  1. Mozaïekpop, ook wel Type I genoemd.
  2. Mozaïekman, ook wel Type II genoemd.

image14moz manOver deze types zal ik later een apart stukje schrijven. De mozaïekfactor werd vele jaren gekweekt in de vetstofreeks. De laatste jaren is het type ook veel gekweekt in de pigmentserie, waar ook prachtige vogels ontstonden. Door de inzet van veel liefhebbers en de oprichting van speciaalclubs is de mozaïek de laatste jaren sterk in opkomst. Het is een uitdagende vogel, maar recente successen bewijzen dat er prachtige vogels mee te kweken zijn. Het is een nieuwe uitdaging voor veel kwekers, exposanten en keurmeesters om deze vogel te kweken en op tentoonstellingen te presenteren. Aan de heren keurmeesters de taak om deze vogels naar waarde en moeilijkheidsgraad te beoordelen. Er ligt nog veel werk voor ons allemaal. De mozaïekkanarie verdient het, laten we daarom samenwerken om deze vogel te leren waarderen!

KENMERKEN MOZAÏEKPOP – TYPE I (zie tekening) Deze vertoont vier specifieke kleurtekeningen in hoofdzakelijk witte veren. Deze tekeningen moeten duidelijk en scherp afgebakend zijn, waaronder: a. KOPTEKENING, OOGSTREEP EN KEELVLEKKEN AAN BEIDE ZIJDEN VAN DE KOP b. SCHOUDERVLEK (goed doorgekleurd) c. DE BORSTVLEK (zo klein mogelijk) d. DE STUITVLEK (goed doorgekleurd)

KENMERKEN MOZAÏEKMAN – TYPE II (zie tekening) a. EEN DOORGEKLEURDE VOORKOP (puttermasker) b. SCHOUDERVLEK (goed doorgekleurd) c. DE BORSTVLEK, die veel groter is dan bij de pop, de kleur moet vrij zijn van de hals en de flanken. d. EEN GEKLEURD STUITKUSSEN. Deze tekening kan in de gele of rode vetstofkleur voorkomen. (Met de ivoorfactor erin, raad ik af, ondanks verschillende meningen hierover.)

NB. Bij de pop Type I moet de borstvlek zwak doorschijnen, niet te groot zijn en ter hoogte van het borstbeen zitten. Bij de man Type II moeten de schouder, borst en stuittekening ruimer zijn dan bij Type I. De borstvlek moet echter goed gescheiden zijn van het masker en de flanken. Type I kan keelstippen hebben, maar een mozaïek zonder of met weinig keelstippen kan ook hoog gewaardeerd worden. Toch verdient een mozaïek van goede tekening en kleur met keelstippen altijd de voorkeur.

LET OP. Bij de vetstofmozaïekkanarie, zowel man als pop, moeten de vleugel- en staartpennen zo wit mogelijk zijn!

VEELVOORKOMENDE FOUTEN BIJ VETSTOFMOZAIEKEN: DE POP TYPE I

  1. Vetstofkleur boven de snavel.
  2. Vetstofkleur op het rugdek.
  3. Rode kleur rond de ogen, geen oogstrepen.
  4. Borst te fel en te diep doorgekleurd, en te groot.
  5. Geen stuitkleur – keelvlekken.
  6. Gekleurde vleugel- of staartpennen.
  7. Schoudertekening loopt te ver door.

DE MAN TYPE II:

  1. Onderbroken masker, te groot of niet goed afgebakend.
  2. Borstvlek die aansluit op masker en flanken.
  3. Stuitkleur niet goed doorgekleurd.
  4. Ontbreken van helderheid tussen de vetstofkleur van de rug en de schouders.
  5. Schoudertekening loopt te ver door in vleugelpennen.
  6. Vetstofkleur loopt door tot in de staartpennen.
  7. Mozaïektekening niet symmetrisch.

Uiteraard kan men deze mozaïektekening in de gele of rode kleur ook in de pigmentreeks kweken. Men kan dan niet meer spreken van de witte veervelden. De gepigmenteerde mozaïek zal altijd een zogenaamde ZILVERSLUIER vertonen, vooral in de Agaat of Groen serie.

DE GEPIGMENTEERDE MOZAÏEK:

Als eerste eis moet altijd gelden: HET MOZAÏEKPATROON. De eisen voor het pigment komen op de tweede plaats. De mozaïektekening ontstaat door de vetstofgekleurde veren en de veren die gepigmenteerd zijn. De tekening moet duidelijk en scherp waarneembaar zijn en aan beide zijden volkomen gelijk. De pigmenttekening moet voldoen aan de eisen van een vogel zonder mozaïektekening. Het kenmerk bij de pigmenttekening is de witte broek. Gepigmenteerde mozaïeken zullen over het algemeen meer of minder een witte broek laten zien en de zilversluier, dan bij dezelfde soort vogel zonder de mozaïekfactor. In de Agaatreeks zal de zilversluier het meest waarneembaar zijn, evenals in de zwart serie. De broek moet dus wit zijn en doorlopen tot tegen het lichaam, waar de poot zich bevindt. Ook in de pigmentserie onderscheidt men weer type I en type II.

VEELVOORKOMENDE FOUTEN IN DE PIGMENTREEKS:

  1. Ontbreken van zilversluier.
  2. Pigmentfouten – onsymmetrisch.
  3. Verdere fouten beschreven in de vetstofreeks Type I + II.

MOZAIEK KANARIE TYPE I (POP) MOZAIEK KANARIE TYPE II (MAN)

BESCHRIJVING TYPE I (POP) DE KOPTEKENING:

De kop vertoont aan beide zijden, net boven beide ogen, een smal, scherp en goed doorgekleurd oogstreepje. Deze strepen mogen niet te lang zijn en moeten gelijk zijn aan beide zijden van de kop. Doorlopende vetstofkleur boven de bek is niet toegestaan. Keelstipjes kunnen zich aftekenen, ook weer aan beide zijden van de kop. De kleur moet zuiver geel of rood zijn.

DE SCHOUDERTEKENING:

Duidelijk afgebakende, niet te grote vlekken, ook aan beide zijden. De kleur is hetzelfde als die van de koptekening en loopt niet door in de vleugelpennen. Vetstofkleur in de pennen is niet toegestaan. De crèmeachtige kleur (zoals beschreven bij Type II) is ook hier acceptabel bij rode mozaïekkanaries.

DE BORSTTEKENING:

De borstvlek is goed doorgekleurd en matig groot (niet te groot en niet te klein). Deze mag niet doorlopen naar de keel, flanken en poten.

DE STUITTEKENING:

Het stuitkussen moet voorzien zijn van een goed afgebakende en gekleurde tekening (stuittekening). De kleur is weer hetzelfde als die van de koptekening en schoudertekening. Het mag niet doorlopen naar de staartpennen.

PIGMENTTEKENING:

De pigmentvereisten zijn gelijk aan die voor vogels zonder mozaïektekening of kenmerken. Het vereiste kenmerk is de witte broek, waarbij een zilverachtige kleur de tekening beheerst door het ontbreken van vetstofkleur. Zoals eerder beschreven als “zilverachtige sluier”.

BESCHRIJVING TYPE II (MAN) DE KOPTEKENING:

Deze bestaat uit een scherp afgebakend en goed doorgekleurd masker, dat zich rond de snavel en ogen bevindt. De ogen liggen precies in het masker. Maskerbeschrijving: De grenslijnen lopen zo recht mogelijk van de ene ooghoek naar de andere, de afstand van de lijnen tot aan de snavel is gelijk en bovendien gelijk aan de afstand van snavel naar ogen. De kleur moet zuiver diepgeel of rood zijn.

DE SCHOUDERTEKENING:

Scherp afgebakende schoudervlekken aan beide zijden, gelijk en niet te groot. De kleur van deze schoudervlekken is hetzelfde als die van de koptekening. Zoals eerder beschreven, mag deze tekening niet doorlopen in de vleugelpennen. Vetstofkleur is niet vereist, waardoor een zeer lichte (zwakke) kleurschakering in de vleugelpennen is toegestaan. Deze kleur wordt nestkleur genoemd en komt alleen voor bij rode mozaïekvogels.

DE BORSTTEKENING:

Doorschijnend goed doorgekleurd, duidelijk gescheiden van masker en flanken.

DE STUITTEKENING:

Het stuitkussen (of rugeinde) is bedekt door de vleugelpennen. De kleur van deze stuittekening is weer hetzelfde als de koptekening en schoudertekening en mag niet doorlopen in de staartpennen.

PIGMENTTEKENING:

Zoals eerder beschreven, moeten de pigmentvereisten voldoen aan dezelfde eisen als voor vogels zonder mozaïektekening of kenmerken. Het vereiste kenmerk is de witte broek, waarbij een zilverachtige kleur de tekening beheerst door het ontbreken van vetstofkleur. Reeds eerder beschreven als “zilversluier”.

DE KWEEK: Zoals eerder opgemerkt, is de kweek de laatste jaren sterk toegenomen. Een eerste vereiste voor het fokken van mozaïeken is het kweken in stamverband, oftewel fokparen samenstellen in familieverband, bijvoorbeeld:

  • Vader x dochter
  • Moeder x zoon
  • Halfbroer x halfzus

Dit vereist uiteraard een uitstekende administratie of kweekboek. Een paring van bijvoorbeeld een mozaïekman x zalmpop geeft de helft van de zonen en dochters de mozaïekfactor. Dit betekent zalmmannen en poppen, evenals enkele mozaïekfactorige mannen en mozaïekpoppen.

Uiteraard zullen beide fokparen redelijke mozaïeken opleveren, maar het uiterlijk zal bestaan uit mozaïektypen. Van een scherp gemaskerd mozaïekpatroon zal geen sprake zijn, aangezien de witte veervelden (de vereisten van de mozaïek) doorlopend zullen zijn met de vetstofkleur. Hierdoor vloeit de mozaïektekening te veel ineen.

Het selecteren moet zeer overwogen gebeuren. Het is nooit aan te bevelen twee zeer witte vogels aan elkaar te koppelen. Het verdient de voorkeur een zeer witte man te paren aan een pop die veel lipochroomkleur (vetstof) vertoont, vooral een korte bevedering heeft, en indien mogelijk, zelfs een beetje vetstofkleur boven de snavel heeft. Het is belangrijk om de intensieffactor zoveel mogelijk te vermijden. Als de bevedering te lang wordt, kan men overwegen een intensieve vogel in te kweken, maar het is beter om dit te vermijden. Verder moet men rekening houden met het feit dat de mozaïekfactor recessief en geslachtsgebonden vererft.

ENKELE KOPPELINGSMOGELIJKHEDEN: a/ Mozaïek x mozaïek = 100% mozaïek b/ Niet mozaïek x mozaïek = 50% split-mozaïek (mannen) / 50% niet-mozaïek (poppen) c/ Mozaïek x niet-mozaïek = 50% split-mozaïek (mannen) / 50% mozaïek (poppen) d/ Split-mozaïek x mozaïek = 25% split-mozaïek (mannen) / 25% mozaïek (mannen) / 25% mozaïek (poppen) / 25% niet-mozaïek (poppen) e/ Split-mozaïek x niet-mozaïek = 25% niet-mozaïek (mannen) / 25% split-mozaïek (mannen) / 25% niet-mozaïek (poppen) / 25% mozaïek

HET OPVOEREN VAN DE ROODFACTORIGE MOZAÏEKEN: Op de eerste plaats moet tijdens de nestperiode geen kleurversterkend middel aan de mozaïeken worden gegeven. De kans op een goede mozaïek is dan al verkeken. Kleurstof toedienen moet pas beginnen wanneer de vogels ongeveer zes weken oud zijn, zodat het kleurcontrast optimaal uitkomt. De hoeveelheid kleurstof moet gelijk zijn aan het opvoeren van andere roodfactor kanarievogels; nooit minder toedienen aan de mozaïek! Zulke vogels zijn te herkennen aan de oranje onderbevedering, wat als foutief wordt beschouwd.

Wout van Gils

De Onyx kanarie.

Zwart onyx

DE ONYX:

ALGEMEEN: Bij deze mutatie wordt de ontwikkeling van bruine phaeomelanine belemmerd, waardoor de eumelanine iets matter wordt. In de rugdriehoek (tussen de bestreping) en de kopstreek ontstaat echter een verdonkering. Deze verdonkering manifesteert zich optimaal in maximale pigmentreeksen (zwart & bruin), terwijl het bij die met de eerste reductiefactor (agaat & isabel) minder opvallend is. De veren moeten volledig en gelijkmatig gemelaniseerd zijn. Deze melanine is matter in vergelijking met die van de klassieke kanaries. Aanwezige bruine phaeomelanine is fout. Intermediaire vogels met opaalkenmerken moeten absoluut worden bestraft. Duidelijke bestreping loopt vanaf de kop, via de rug en flanken tot aan de stuit. De tint van de eumelanine is altijd iets matter dan die van de klassieke kanarie. Voor maximale pigmentreeksen (‘zwart & bruin’ 50-50%) is brede en lange bestreping gewenst, terwijl de agaat- en isabelreeks een smallere en meer onderbroken bestreping vertoont. Deze mutatie komt voor in witte, gele en rode grondkleuren. De combinatie met de ivoorfactor en/of de mozaïekfactor is mogelijk bij de rode en gele grondkleur.

  • Bij de intensieve variant vragen we een diepe, heldere en egale grondkleur, zonder schimmel.
  • Voor de schimmels vragen we gelijkmatig verdeelde schimmel met een heldere en egale grondkleur.
  • De Onyxwit komt voor met de dominante of recessieve witfactor. De recessieve witfactor geeft meer contrast. Bij de dominante witte grondkleur is minimale aanslag alleen toegestaan in de vleugelpennen.
  • Bij onyx mozaïeken wordt het beschreven mozaïekpatroon gevraagd, waarbij oogstrepen aanwezig moeten zijn. De vererving van de onyx is recessief en onafhankelijk.

TOELICHTING: Doordat de phaeomelanine ontbreekt, kan de grondkleur soms een warme tint vertonen. Het is belangrijk ervoor te zorgen dat de grondkleur altijd zuiver blijft. In de zwart- en bruinreeksen vertoont de onyx een diepe melaninekleur in de rugdriehoek en op de kop, waardoor de flanken een iets lichtere tint kunnen hebben. Dit mag echter niet als een fout worden beschouwd, maar volledige opbleking van de flanken is foutief. Door de afwezigheid van phaeomelanine kan de onyx soms een lichtere kleur in de flanken vertonen, maar selectie moet dit kunnen elimineren, en uniformiteit verdient de absolute voorkeur. De bestreping mag niet te zwak zijn, omdat dit de onyxkenmerken kan verzwakken. Bij de witte grondkleur en de schimmels mag de bestreping iets breder zijn. Ook door de inbreng van phaeovrije mozaïekvogels kunnen poppen zonder enige vorm van phaeomelanine ontstaan. Deze vogels voldoen aan de norm, maar de bestreping

DE OPAAL


Bruin opaal geel mozaiek

DE OPAAL KANARIE

INLEIDING:

Hoewel de opaalkanarie al vele tientallen jaren bestaat, heeft deze vogel pas in de laatste tien jaar opmerkelijk terrein gewonnen onder kanariekwekers, zowel binnen als buiten onze federatie. Dit wordt duidelijk op onze tentoonstellingen en in gesprekken tijdens mijn lezingen over kanarievogels, waar steeds meer vragen over de opaalkanarie naar voren komen. Dat juich ik toe. Net als velen ben ik al jaren bezig met de opaalfactor, die me niet loslaat. Naast mijn rode en witte kanaries heb ik verschillende opaalvariëteiten gekweekt, zij het niet altijd met succes. Vooral in de rood ivoor agaat opaal en de zwart opaal geel ivoor verliep het niet altijd zoals gewenst. Persoonlijk vind ik de zilver agaat opaal recessief de mooiste variatie, hoewel smaak hierin een rol speelt. Opvallend is dat deze vogel het meest wordt gezien.

DE OPAALFACTOR OF “STRUCTUURFACTOR”:

De opaalfactor staat ook bekend als de “structuurfactor”, en terecht. De opaalstructuur brengt namelijk een verandering in de ligging van de melanine met zich mee. Hoewel de opaal voor velen niet direct duidelijk lijkt in tijdschriften, tentoonstellingen of lezingen, is de opaalfactor meer geschikt voor ervaren kwekers. Beginnende liefhebbers doe ik het advies om te starten met klassieke kleuren en later over te stappen op niet-klassieke kleuren. Toch wil ik in dit artikel iets schrijven over de “opaalkanarie”, zodat het voor beginners duidelijker wordt en voor ervaren kwekers een opfrissing kan zijn.

ONTSTAAN VAN DE OPAALFACTOR:

Net als elke kleur die meestal ontstaat door een mutatie, geldt dit ook voor de opaalkanarie. Deze mutatie ontstond rond 1949 in Duitsland bij een zekere Hr. Rossner, een kweker in het stamverband van de groene zangkanarie. Plotseling verschenen er in enkele nesten “GRIJSBLAUWE KANARIES”. U kunt zich voorstellen dat deze man niet wist wat hij zag. Jarenlang had hij groene Harzerzang-kanaries gekweekt en dan plotseling geconfronteerd worden met grijsblauwe kanarievogels. Gelukkig heeft deze man ingezien dat dit iets heel bijzonders was en is met deze vogels verder gegaan in samenwerking met enkele andere kanariekwekers. De eerste vogels hadden ook een zeer slechte bevedering; hier moest veel aan verbeterd worden. De erkenning van de opaalmutatie heeft ontzettend lang geduurd, zelfs ervaren vakmensen wilden er weinig of niets van weten. Als men eerder op grote schaal was overgegaan tot het kweken met deze mutatie, zou het zeker geen 13 jaar hebben geduurd voordat deze in veel fokkerijen werd gekweekt. Dit gebeurde rond 1962. Nu, bij het bekijken van veel hokken en tentoonstellingen, is er op korte tijd ontzettend veel gebeurd en zijn er veel goede kweekresultaten bereikt, vooral in de bevederingsstructuur. Waarom de naam “OPAAL”? Deze is zeker niet zomaar gegeven. Ooit hebben ze mij verteld dat deze naam afstamt van een bepaalde edelsteen. De opaal als kleuruitdrukking is juist door zijn opaliserende werking, gebaseerd op een indirecte waarneming van de kleur. Men krijgt bijna altijd een “NIET VOLLEDIGE BLAUWUITING”, veroorzaakt door de lichtinval op het zwarte eumelanine. De meeste melanine ligt verzonken in de kern van de baarden en de onderzijde van de veer. Het opaliserende effect leidt bij bijvoorbeeld de groen en agaatopaal tot een “blauwgrijze kleur”. Dus bij elke kanarievogel die in zijn bevedering enige blauwnuance vertoont, is dit in wezen een veranderd kleurbeeld van de zwarte eumelanine, veroorzaakt door een wijziging van de bevederingsstructuur.

WERKING VAN DE OPAALFACTOR

Agaat opaal wit rec

Zoals de meesten van ons wel zullen weten, heeft de groenopaal een blauwgrijze pigmentkleur. Dit blauwgrijs ontstaat door een veranderde ligging van de melaninen en de verdringing van de bruine phaomelanine. Bij de groenopalen ligt een deel van de melanine niet meer rondom de kern van de veerbaardjes, de mer

gcellen, gegroepeerd, maar verzonken in de kern. Rondom deze kern ligt een filterzone die een reflex teweegbrengt, waardoor het zwarte eumelanine een blauwgrijs kleurkarakter krijgt, en het aanwezige bruine phaeomelanine wordt geobserveerd. Op de buitenzijde van de veer, het gedeelte dat tegen het lichaam aan ligt, heeft deze structuurwijziging geen effect en blijft dus zwart.

Zoals eerder geschreven, komt de opaalfactor het mooist tot uiting op een bevedering met zwarte pigmentatie, met andere woorden bij de groene en de agaat. Enkele neveneffecten die hierbij kunnen ontstaan zijn door de structuurwijziging van de veer, vooral bij de groenopalen de rommelige bevedering, iets wat naar mijn mening de laatste jaren wel is verbeterd. In 1998 kunnen we stellen dat de zwart opalen ook een goede, strakke bevedering kunnen hebben. Ervaring in de kweek is wel een grote vereiste; vermijd in elk geval losse bevedering.

Daar de opaalfactor ook een bruin phaeomelanine verdringend vermogen heeft, zal het voor iedereen duidelijk zijn dat een bruin- of isabelopaal een bijna pigmentloze vogel is. De donskleur zal dan uitkomst moeten bieden:

  • Zwartopaal geeft blauwzwarte dons.
  • Agaatopaal geeft blauwgrijze dons.
  • Bruinopaal geeft blauwbeige dons.

De opaal in de bruinreeks ziet men weinig of niet. De reden is de bruinbelettende werking van de opaalfactor. Indien men deze vogel wil kweken, gebruik dan altijd een schimmelvogel, omdat bij de bruinopaal nog een zacht bruinbeige kleur vereist is, zelfs in vleugels en staart. De enige kleur in de bruinreeks die redelijk doorkomt, is de roodbruin opaal in de schimmelreeks. In de isabelreeks heeft de opaal weinig of geen zin, zoals iedereen wel begrijpt. De bruinopaal wordt wel regelmatig gebruikt om bij de groenopaal de bevedering gladder te krijgen; daarom worden ook deze vogels nog wel gekweekt. Als T.T.-vogel zullen ze misschien minder geschikt zijn ten opzichte van de andere opalen.

Om de opaalfactor (structuur) nog iets duidelijker te maken, zal de tekening met de uitleg nog iets verhelderender werken.

A) BIJ DE NORMAALSTRUCTUUR: hier zien we de meeste melanine aan de buitenkant van de cortex, de kern is niet gemelaniseerd, en de binnenkant bevat weinig melanine.

B) BIJ DE OPAAL STRUCTUUR: hier zien we aan de buitenkant dat deze zeer licht is gemelaniseerd, de kern is zeer zwaar gemelaniseerd. Ook de binnenkant bevat veel melanine. Rond de sterk gemelaniseerde kern bevindt zich een bewolkte zone met holtes, die een lichtbrekingseffect hebben op de blauwe lichtstralen uit het spectrum. Deze invallende lichtstralen worden deels door de cortex teruggekaatst, en dit nemen we als kleurloos waar. De overige lichtstralen dringen door de cortex en door de bewolkte zone, en worden zo door de gemelaniseerde kern geabsorbeerd. Een klein gedeelte van de blauwe lichtstralen wordt door de holtes gebroken en verstrooid, en via de cortex weer teruggekaatst. Dit nemen wij als liefhebbers, samen met de reeks teruggekaatste lichtstralen, waar als blauw. Dus hoe meer holtes om de gemelaniseerde kern, des te blauwer zal het effect worden.

Het geheel komt moeilijk over, maar door dit enkele malen over te lezen, zal het toch wel wat duidelijker worden hoe de opaalstructuur wordt veroorzaakt. Tengevolge van de structuurverandering van de bevedering wordt de kern zeer zwaar gemelaniseerd, de haakjes bevatten zeer weinig of geen melanine, en de kern omgeven met holtes, met een lichtbrekingsindex voor de blauwe lichtstralen, veroorzaakt dus de blauwe schijn in de bevedering van de vogel. Daardoor ontstaat bij een kanarievogel:

  • OPAALFACTOR MET GEEL: de groene tint.
  • OPAALFACTOR MET ROOD: de violette tint.
  • OPAALFACTOR MET WIT: de grijzblauwe tint.

VERERVING VAN DE OPAALFACTOR:

Deze is recessief en vererft onafhankelijk, net als de recessief wit factor en de phaeofactor. De opaalfactor moet dubbel aanwezig zijn om tot uiting te komen in zijn verschijningsvorm.

Voor de kweek onderscheiden we dus:

  • A) opaal
  • B) splitopaal (enkele opaalfactor)
  • C) niet-opaal (klassieke vogel)

Bij de onafhankelijke factor maakt het totaal niet uit welke ouder de factor draagt. Enkele voorbeelden zijn:

  • Vader Opaal x Moeder Opaal = gelijk aan ouders = Opaal
  • Vader Opaal x Moeder Niet Opaal = 100% split-opaal
  • Vader Split-opaal x Moeder Split-opaal = 50% split-opaal, 25% opaal, 25% niet opaal
  • Vader Split-opaal x Moeder Niet Opaal = 50% split-opaal, 50% niet opaal

DE KWEEK VAN DE OPALEN:

Zoals ik al eerder opmerkte, zijn de opalen in de zwart- en agaatreeks erg mooi. Ook de bruinopaal is in de afgelopen jaren in perfecte kleur gekweekt en te bewonderen op vele tentoonstellingen. Het is erg goed gegaan met de opalen, ook in combinatie met de mozaïekfactor zijn het prachtexemplaren en is ook zeker aan te bevelen om deze vogels te gaan kweken.

BIJ HET KWEKEN VAN OPALEN

Voor een succesvolle kweek van opalen is het van essentieel belang te beginnen met fokzuivere vogels uit de klassieke reeks, bijvoorbeeld uit de zwart- of agaatreeksen. Een stamkweek is hierbij een eerste vereiste. Vermijd vogels met losse bevedering, dit kan problemen in de hand werken. Bij het fokken met opalen is het raadzaam regelmatig terug te koppelen aan een klassieke vogel. Mijn persoonlijke voorkeur gaat uit naar de agaat opaal wit, vooral wanneer deze gepaard gaat met de recessief wit factor. Gebruik vogels die zowel split-opaal als split voor wit zijn, en vergeet niet regelmatig vitamine A te verstrekken.

Indien men overgaat tot het kweken van de blauwopaal, is het belangrijk om opnieuw te letten op de bevedering. Indien de keuze er is, koppel dan vogels met blauwfactor bij zich. Dit zal de blauwopaal alleen nog maar mooier maken. Een apart stukje over de tekening van de vogel is hier niet nodig; deze kennis wordt verwacht van elke kweker die al opalen heeft gekweekt. In het gedeelte over de enkele standaardeisen zal ik hierop terugkomen. Bij het kweken van opalen, zoals bij alle andere soorten, geldt altijd: WAT DE EEN TE VEEL HEEFT, MOET DE ANDER TE WEINIG HEBBEN, met aandacht voor grootte, vorm en bevedering.

Kortom, let bij de kweek van opalen op de volgende punten:

  1. Kweek nooit te lang opaal x opaal om problemen met opbleekfactor en bevedering te vermijden.
  2. Gebruik zo veel mogelijk splitvogels.
  3. De opaalfactor is recessief en vererft onafhankelijk (zie punt 2).
  4. De opaalfactor heeft ook een bruin belettende werking.
  5. Bij het kweken van agaat opaal wit: gebruik vogels met blauwfactor.
  6. Schakel vogels met een lange bevedering uit in de opaalkweek.
  7. Opalen hebben een sterke invloed op het melanine bezit.
  8. Isabel opalen hebben weinig of geen nut voor T.T. en kweek.
  9. Bij het kweken van recessief opaal: geef regelmatig vitamine A.

ENKELE STANDAARDGEGEVENS:

Het is een uitdaging om van elke vogel in de opaalreeks een standaard te geven. Daarom beperk ik mij tot de meest voorkomende vogels.

OPALEN IN DE ZWARTREEKS:

Door de aanwezigheid van de opaal- en blauwfactor krijgt de melanine, vanaf de bovenzijde van de bevedering gezien, een sterk belemmerde kleuruiting. Het diepe zwart wordt als gevolg van de opaalfactor een blauwgrijze kleur, waarbij de bruine phaeomelanine bijna niet meer zichtbaar is (poppen vertonen altijd een lichte bruine waas).

1) DE ZWART OPAALWIT:

De vogel vertoont een blauwgrijze tint, vooral op het rugdek. De blauwgrijze kleur mag niet geelachtig doorschijnen. De bestreping op het rugdek mag niet overheersen maar ook geen vage indruk geven. Een maximaal pigment is vereist in de vleugel- en staartpennen. Borst-, onderlichaam- en flankkleur moeten gelijk zijn, met minimaal pigment in de vleugelpennen. Snavel, poten en nagels dienen donker van kleur te zijn, maar niet diep zwart.

VEEL VOORKOMENDE FOUTEN:

  • Tekening te fijn en/of te smal.
  • Tekening te sterk samengevloeid in de grondkleur.

Wout van Gils

De pastel factor.


Isabel pastel wit


Pastel factor .                                                                          Wout van  Gils.

De PASTELFACTOR is omstreeks 1957 ontstaan.Door selectieve kweek kennis,stamkweek en verervingen vast te leggen is ont­staan wat we nu heden ten dagen normaal vinden NL. De pastelfactor (2° reductiefactor.) De werking ervan berust op het reduceren van de eumelanine (korrels)en voornamelijk deze die zijn gelegen in de bestreping van onze vogels.Zowel in de zwarte als bruine eumelanine .Het effect hiervan is dat de tekening lichter van kleur zal gaan worden,door de vermindering van de eumelanine korrels. Iets simpeler gesteld zou men kunnen stellen dat BV een vogel uit de zwartreeks 1000 melanine korrels zou bezitten en een vogel met de 2° reductiefactor nog maar 500.Dit is natuurlijk maar een voorbeeld om u duidelijk te maken wat deze Isabel pastel geel intensieffactor nu doet.In de praktijk zal dit zeker niet opgaan. Het uitzicht van vogels die drager zijn van deze factor zullen dus een erg vervaagde tekening laten zien.Als men nu een vogel neemt uit de zwartreeks dan heeft de zwartheid van de tekening erg ingeboet,en is grijsachtig zwart geworden zelfs iets smaller geworden van tekening.

 MEN KAN IN HET KORT HET VOLGENDE STELLEN.

 1   – De pastelfactor is ontstaan door de 2° reductiefactor.

     – Geeft een vermindering van zwarte en bruine eumelanine.

     – Werkt voornamelijk op de gehele bestreping van de vogel.

     – Geeft als uitzicht een enigszins verzonken minder afgelijnde en vervaagde indruk.

2  – De vererving is geslachtsgebonden en recessief.

 OPMERKING.

De pastelfactor komt een zeer vele gradaties voor.Zal dus nooit altijd even sterk werken,en zal verschillen van vogel tot vogel.

 DE AGAAT PASTEL.

 Ook deze vogel zal duidelijk de invloed van de pastelfactor laten zien,zijn uitwerking op het tekening pâtroon. Het resterende zwart van de agaat tekening zijn nu fijne grijzige streepjes geworden,ze zijn iets minder onderbroken en afgelijnd .Maar ook hier zij verschillen goed waar te nemen. Dus korte,fijne,volledige en regelmatig onderbroken grijzig-zwarte bestreping doorlopend in rug en flanken.

 ENKELE VOORKOMENDE FOUTEN.

* Opgebleekte en uitgeloogde pennen.

* Baardtekening onduidelijk of te vaag.

* Bestreping te breed en niet onderbroken

* Erg lichte flanken.

* Te veel bruin aanwezig.

 DE BRUIN PASTEL.

Hier wordt de bruine eumelanine zodanig gereduceerd,dat de tekening een vloeiend geheel gaat vormen,met het niet gereduceerde pheomelanine. Daardoor ontstaat nu en bruine vogel, met een mooi bruin vloeiend geheel.Het bruine pheaomeanine is nu door de pastel­factor erg mooi samen gevloeid.Er is zeker geen spraken meer van tekening.De man zal nog iets bestreping laten zien.Het zullen dan ook hier meestal de poppen zijn die de mannen op de TT de loef af zullen steken.

ENKELE VOORKOMENDE FOUTEN.

* Opgebleekte en uitgeloogde pennen.

* Bruintint te hard,vloeit te weinig.

* Te bruin geheel grondkleur geheel overdekt.

* Te weinig flanktekening.

* Schimmelsporen bij de intensieve vogel.

DE ISABEL PASTEL.

Bij deze vogel is het bruin al fel verminderd,als we hier nu ook nog de pastelfactor op los laten.Zal het geheel samen­vloeien in de reeds gereduceerde bruin pheaomelanine.Daardoor ontstaat een vogel met een zacht creme kleurige waas verdeeld over het gehele vogellichaam.Ook de kop,buik en flanken moeten voorzien zijn van deze kleur.Zonder een enkel spoor van tekening waar te nemen.Er zal hier wel een verschil zijn van uiterlijk tussen de schimmels en intensieve vogels alsook de man en de pop.

ENKELE VOORKOMENDE FOUTEN.

* Opgebleekte en uitgeloogde pennen.

* Nog bestreping op het rugdek.

* Te bleke contouren (bij schimmels)

* Het geheel is te weinig in een gevloeid. 

Zo ziet u in het bovenstaande dat ook bij deze factor,men erg goed en zorgvuldig te werk moet gaan tijdens het koppelen en ook alle eigenschappen goed op schrijven in je kweekboek.Zeer zeker als de pastel factor te sterk gaat werken dan zullen de vleugel en of staart pennen fel uitgeloogd worden en dit wordt aanzien als een zeer zware storende fout. Ik hoop beste sportvrienden bij u de pastelfactor weer wat te hebben opgelicht.En misschien door meerdere kwekers eens wat meer gebruikt gaat worden.Want met deze factor,en in combinatie met andere factoren ontstaan er pracht vogels.

De Reccesief wit kanarie.

Recessief wit a


 

De recessief wit :                                                    Wout van Gils

 

Deze vogel kent iedereen ,en ook vele liefhebbers kweken deze vogels ,ook een bezoeker aan onze tentoonstellingen staat dikwijls stil bij de vogel ,het is altijd een mooie vogel als deze goed verzorg wordt gebracht.Maar een stelling dat een recessief witte vogel al geboren wordt met 90 punten daar ben ik het nog lang niet met eens . Natuurlijk zijn er veel zaken die t.o.v een andere soorten kanarie vogels niet of nauwelijks zichtbaar zijn .Maar bij deze vogel komen toch weer andere zaken om de hoek kijken ,Niet alleen het wassen ,daar heb ik het al eens over gehad nu meer over de vogel zelf.In Recessief factor is uiteraard geen enkel spoor van vetstofkleur te zien Dit komt door het ontbreken van het vermogen om uit plantaardige stoffen welke Pro-vitamine A bevatten de moedersubstantie om te zetten in vitamine A ,daarom is de vogel spierwit .De Vitamine A is bijzonder belangrijk bij het vormen van de vetstofkleuren. Het onvermogen tot omzetting heft niet alleen invloed op de kleur ,maar ook op de huidskleur en de kleur van de poten deze is namelijk Lilla grijsachtig van kleur geworden.Dit wordt veroorzaakt door het gemis aan zekere stoffen in het bloed.Vitamine A Te kort geeft dikwijls niet alleen tranende ogen maar ook erg witte (lichte) pootjes .Het is dan ook een dringende en absolute noodzaak om recessief witte kanarievogels organische vitamine A te geven .Of wel de in de winkel kant en klare flesjes vitamine .Organische vitamine A komt ook voor in melk ,het is daarom ook niet vreemd regelmatig aan deze vogels wat brood met melk te geven ,ofwel als drinkwater,let wel in de zomer is dit niet aan te raden ,de reden zal wel duidelijk zijn denk ik. Ook in wortelen zit Vitamine A ,en in meerdere groenten.

Een te kort aan vitamine A .( vogels moeten regelmatig vit A toegediend krijgen )

Dit komt voor zeker als men niet regelmatig Vitamine A verstekt ,en of dat het men gewoonweg vergeet. Gelukkig geeft de vogel dan vrij snel aan dat er iets mis is ,en als je de vogels goed observeert zul je dit snel opmerken. De vogel zal op de eerste plaats lusteloosheid vertonen niet erg actief meer zijn . De nagels pootjes en of snavel zal gaan verkleuren ,en ook tranende ogen zullen zich openbaren .Het is goed deze zaken erg goed in het oog te houden zodat het gebrek Vitamine A niet voor komt ,zeker in de kweek is dit dikwijls fataal voor de jongen.Maar ook voor de ouder vogels mag er eigenlijk geen gebrek aan vitamine A ontstaan,.komt het toch voor dan snel Vitamine A bijgeven en uw vogels zullen vrij snel herstellen.

De vererving :

Door het niet werkzaam zijn van de enzymfactor wordt er geen melanine gevormd ,doch deze vogels kunnen nog de erfelijke eigenschappen bezitten van zwart,agaat,bruin en isabel.De recessief factor is recessief ( terug houden) zoals het woord zich al zegt en vererft dus onafhankelijk .Dit houd weer in dat deze factor dubbel aanwezig moet zijn om tot uiting te komen

De bevedering :

Het zal duidelijk zijn dat we hier bij deze vogels ook te maken hebben met intensief en schimmel ,voor vele ervaren kwekers is om dit vast te stellen geen probleem ,en weten daar ook erg goed mee om te gaan ,wat uiteraard ook erg belangrijk is bij deze vogels zeker voor TT vogels .Een aantal kwekers ook nog ervaren hebben toch problemen om de juiste bevedering vast te stellen ( intensief en of schimmel )Recessief witToch zijn hier methoden voor om dit vast te stellen,en die het voor die kwekers iets makkelijker wordt..Blaas de bevedering op tegen de Cloaca en pluk een pluimpje weg rechts er van aan de zijkant deze pluim moet ongeveer tussen de 18 a 21 M/m liggen om van een goede bevedering structuur te spreken ,die ook glad en gesloten overkomt.Een intensieve vogel zal ongeveer rond de 20 M/m uitkomen ,en een schimmel vogel moet men gauw een 6 Tal M/m bij tellen ongeveer 25 a 26 M/m lang. Iedereen kan dit vast stellen en het zal dan ook makkelijker zijn vogels te koppelen ,om straks Bv geen overdreven lange bevedering te krijgen. Het opblazen van het borstbeen kan ook een herkennings teken zijn maar hier is al wat meer ervaring voor nodig ,maar ook hier is een lengte verschil waar te nemen..Dus korte en nauw aansluitende bevedering voor de intensieve vogels .En de iets langere en dichtere voor de schimmelvogels.

De vorm :

Dit is bij deze vogels ook erg belangrijk ze mogen zeker niet aan de kleine slanke kant zijn ,een goed postuur is noodzakelijk met een mooie gevulde ronde borst ,een volle mooie ronde kop en volle nek ,kort op de pootjes staan ,met een niet al te lange staart ,kenners spreken hier over het Pop TYPE.. Het is ook dit type vogels dat bijna altijd met de prijzen zal gaan lopen De vorm het model van de witte vogel is erg belangrijk dit in combinatie met de juiste bevedering structuur waar we hierboven al over hebben beschreven.Het juiste type vogel is zo zeggen de kenners dikwijls voor de Rec witte vogel is het ” POP TYPE ” dit wil eigenlijk zeggen een relatief kort gedrongen vogel die wat laag op de pootjes staat met een mooi rond en breed kopje met een volle goed gevulde borst.Het zijn deze vogels die in combinatie met een goede bevedering en mooi helder wit zijn die prijzen halen op de wedstrijden.Deze vogels zullen over het algemeen half intensief zijn ,of kort tegen het intensief aanliggen, zij zitten ook altijd goed strak en mooi in de bevedering ,wat heel belangrijk is bij deze vogels. Het zal ook duidelijk zijn dat lange slanke vogels met een smal kopje ,en of slechte bevedering nooit een goede vorm of model zal laten zien .Zoals eerder vermeld de grote en vorm horen nauw samen  om een goed model te krijgen. Meestal kwekt  men naar  hot  meer  kortere pop type toe

 

Enkele koppelingen :

Rec wit * Rec wit.                                 100 % Rec wit

Rec wit * Geel / Rec wit                         50 % Rec wit  50 % Geel / Wit Rec

Rec wit * Geel                                      100 % Geel / Wit Rec

Geel / Rec wit * Geel Rec Wit                   25 % Wit rec 25 % Geel  50 % Geel / Wit / Rec.

Geel / Rec Wit * Geel                              50 % Geel / Rec Wit (niet altijd zeker )  50 % Geel.

Er wordt regelmatig gesteld dat het kweken van Rec Wit * Rec Wit niet goed zou gaan ,nou dat is dit zeker niet het geval ,een goede kennis van de afkomst van de vogels en zeker erg goed letten op de lengte van de bevedering van het koppel kan zulke paringen erg goede vogels voort brengen ,vele kwekers kweken dan ook zo ,maar regelmatig terug koppelen naar Geel en of Geel/split vogels zal ook noodzakelijk zijn ,maar dat zal bij de Rec wit kwekers zeker wel het geval zijn .Veel kwekers houden ook bij hun jongen ( in de nest) de oogkleur in de gaten ,zij zijn nog al gauw geneigd de isabel ogen te noteren ,en indien deze vogels later goed aan hun normen voldoen houden zij deze vogels door, Ook al hebben sommige kwekers ook hier andere gedachte over .Maar ik persoonlijk ben ook voor de isabel ogen.

De Standaard :

Een zuiver witte grondkleur is vereist

Moet een erg nette en zuivere witte bevedering bezitten ,reinheid is van groot belang

Snavel , poten en nagels moeten licht van kleur zijn.

Bevedering goed zuiver en goed gesloten ,en zeker niet pluizerig zijn.

Een mooie volle ronde kop .

Borst goed gevuld in verhouding met het lichaam.

Enkele fouten :

Te lang en of te schraal bevederd.

Bonte hoorndelen .

Bontheid in de bevedering.

Erg slanke niet volle vogel .

Dof van kleur met andere woorden geen glans.

Een blauwe tint in de bevedering .

Erg ruw in de bevedering ,niet sluitend.

Niet zuiver aan de snavelbasis.

Een te smalle spitse kop.

Besluit :

Als u dit weer eens gelezen heeft zult u zeker met me eens zijn dat een witte niet geboren wordt met 90 punten ,maar dat hier nog heel wat vooraf gaat .Daarna komt er ook nog veel bij kijken alvorens een mooie goede vogel op de TT te brengen ,maar het is de moeite waard het te proberen vele kwekers doen , het is ook daarom dat deze soort vogels met de gele en de rode de grootste ,en de moeilijkste te winnen reeksen zijn op onze wedstrijden .Veel succes met deze wel erg mooie en dankbare witte recessieve kanarie vogels .

Keurmeester AOB / C.O.M  Wout van  Gils                        

De rood intensief.

Rood intensief

 


De Roodintensief.                                Wout van Gils

 

Veel kwekers stellen dit is de mooiste kleur onder de kleurkanaries ,maar ook hier zullen de meningen wel weer verschillen ,maar een zaak staat vast het is een kleur die op alle grote TT zo goed als de meeste vogels heeft in hun reeksen ,dat geeft toch aan hoe deze vogel is gewild De meeste kanarie kwekers hebben een voorkeur maar het is toch opvallend hoeveel er op Rood vallen ,al is hier ook veel kennis en ervaring nodig op top vogels te kweken het blijkt dat er veel zijn die gespecialiseerd zijn in deze kleur.De roodfactor is ontstaan door een kruising van kapoetsensijs man aan een kanarie pop doormiddel van doorkruisingen van de vruchtbare bastaarden is er selectief gekweekt naar de kanarie toe met uiteraard het behoud van de oranje rode kleur van de kapoetsensijs.Eigenlijk is de kleur een mengeling van geel en rood met andere woorden Oranje rood .Het is door de toevoeging van de kleurstimulerende middelen in de voeding en of drinkwater dat de vogels mooi rood worden doorgekleurd .Heden ten dagen zijn er diverse soorten producten om van deze oranje rode kleur mooi diep rood gekleurde vogels te krijgen .uiteraard is hier ook weer kennis nodig en ook moet men goed te werk gaan ,mits de kleurstof op de juiste manier wordt gebruikt en in de goede dosering ,zal de rood factorige vogel ,uiteraard afhankelijk van het erfelijk vermogen uitgroeien tot een mooi diep gekleurde kleur .Het zal duidelijk zijn dat het toedienen van kleurstof alleen zin heeft in de opgroeiperiode ,en als de vogel aan de rui begint tot en met einde rui ,TT vogels dienen zelfs nog wat langer doorgevoerd worden Het is ook aan te bevelen om tijdens het kweken de rode vogels al kleurstof toe te dienen als de vogels aanvang maken met maken van hun nest.Buiten deze periode heeft het eigenlijk weinig zin de vogels kleurstof te geven ,dit heeft alleen zin in een groeiende bevedering ,dat is de enige gelegenheid om de veren en pluimen te voorzien van kleurstof .De kweker dient zich hier strikt aan te houden en uiteraard een regelmatige dosering te geven ,zoals is voorgeschreven op het product.Het onregelmatig verstekken geeft vlekkerige en bewolkte kleur ,en deze zijn dan weer ongeschikt voor onze tentoonstellingen. Ook in de rode kleur zijn zoals in vele kleuren verschillende gradaties maar het zal duidelijk zijn dat de roodintensief mooi diep moet zijn doorgekleurd zonder over te lopen naar te diep rood of lichtpaars,Vlekkerigheid is helemaal uit den boze ,dit geeft dus duidelijk aan dat men steeds de zelfde en op regelmatig tijdstip de kleurstimulans moet toedienen.

Roodschimmel het verschilDus hou er rekening mee dat via natuurlijke weg geen diep rood kan ontstaan ,dit is alleen mogelijk met het toedienen op een erg zorgvuldige manier van kleurstimulans in verhouding met de juiste hoeveelheid  ,en in de juiste periode .En dit ongeveer 18 gram per kgr / eivoerVeel ervaren kwekers voeren dikwijls hun ouder vogels niet meer op dit om de oranje rode kleur goed te kunnen vast stellen in hun vogels ,je zult bij deze kwekers dan ook diep oranje rode vogels waarnemen ,het zijn deze vogels die later met ook een goede dosering mooi diep en glanzend rood doorgekleurd zijn, ja zelfs in vleugen en staartpennen .Maar zij kennen hun vogels (stam ) dan ook door en door ,en het zijn zij die de resultaten halen.

De bevedering :

Bij deze intensieve vogels is een goede sluitende niet te lange bevedering erg belangrijk de borstveertjes mogen uiterlijk tussen 11 en 13 M/m zijn ,de veertjes moeten goed gevormd zijn en zeker niet langer dan de genoemde maten .De te lange contourveertjes geeft bij de intensieve vogels graag schimmelvorming dit is foutief ,en ook zal de bevedering nooit erg strak komen te zitten. Dus wees streng op de lengte van de bevedering controleer uw intensieve vogels maar eens je zult zien hoeveel vogels er nog tussen zitten met langere bevedering .Het is dus erg belangrijk hier streng op te selecteren zodat u na enkele jaren deze bevedering structuur bezit die erg belangrijk is voor het goed doorkleuren van de pennen en donsbevedering. Dus hou vogels door intensieve met een goed vol verenkleed met daarbij korte bevedering zoals hierboven beschreven.Maar u zult altijd zien en het is erg belangrijk dit te onderscheiden dat ook in de rode kleur zoals in zo vele kleuren diverse gradatie,s zijn in dit geval van rood intensief tot niet intensief met hierin vele tussenvormen.

Enkele koppelingen :

Vol Intensief man * Half Intensief pop.

Half Intensief pop * Vol Intensief man.

Vol intensief Man * Intensief pop (kennis en inzicht erg belangrijk bij deze koppeling)

De Standaard :

Een diep rode intensieve rode grondkleur ,gelijkmatig verdeeld.

Vleugel en staartpennen dienen te zijn doorgekleurd.

Snavel ,poten en nagels moeten vleeskleurig zijn.

Geen enkel spoor van schimmel is toegestaan.

Een goede strakke sluitende bevedering.

Een korte nauw aansluitende bevedering.

Enkele fouten :

Schimmel sporen aanwezig.

Bontheid in de bevedering en of hoorndelen.

Opening aan de oogstreek ,erg lang of ruw bevederd.

Rood loopt licht over in paarse kleur.

Erg smal van kop en of lichaam.

Besluit :

Ook bij deze kleur blijft het een schommeling van de werking der factoren zoals diep rood een juiste intensiviteit graad ,een goede bevedering goed model en body kortom ook hier komt nog al wat bij kijken .Maar dat het kan bewijzen jaarlijks zeer vele kwekers op onze tentoonstellingen ,de rode kanarie,s zijn er altijd in grote getale aanwezig ,en de kwaliteit mag er ook zijn ,zeer veel goede vogels ,in prachtige diep rode kleur een lust voor het oog van vele kwekers en bezoekers roodkwekers ik zou zeggen ga zo door ,ik hoop met dit artikel nog meer kwekers te kunnen aanzetten deze vogels te gaan kweken . Veel succes .                                                               Keurmeester C.o.M / AoB Wout van Gils

De Satinet Wit reccesief.

Satinet geel ivoor intensief


De satinet kanarie.                                 wout van  gils

Ja deze vogels zijn er natuurlijk al; veel langer ,maar de laatste jaren zijn deze vogels weer flink in opmars gekomen ,dit mag gelukkig ook gezegd worden van de Opaal wit ,maar daar wil ik het nu in dit artikel niet over hebben ,ik wil het nu hebben over de Satinet wit . Deze factor is vrij goed verbonden met de bruinfactor In de zwart en agaat reeks zullen deze vogels uiteraard weinig of geen tekening meer laten zien ,het wordt een vrij opgebleekte vogel met weinig of geen tekeningpatroon meer uiteraard nog wel met rode ogen. De satinetten hebben over ,T algemeen een vrij dichte en erg zachte en zijachtige donsbevedering,waaraan ze misschien wel hun naam te danken hebben. De satinet wit kennen we in een dominante en of recessief factor,waarvan beide erg mooi kunnen overkomen ,al zal de dominant factor iets moeilijker zijn ,en dikwijls ook wat storend overkomen ,De recessief factor wordt daarom meer gebruikt in deze vogel ,het komt ook wat oog strelender uit.Bij de satinet factor verdwijnt de bruine phaeomelanine incl. de zwarte eumelanine Alleen een licht gereduceerde bruine eumelanine blijft over .De satinet doet in eerste instantie denken aan een verlichte isabel uitgave met duidelijke robijn rode ogen .Tussen de bestreping op het rugdek is geen Pheaomelanine meer aanwezig, zodat we een volledige helderheid tussen de bruinbeige bestreping waarnemen .De popjes laten nog een lichte bruine waas zien ,ook dat is tegenwoordig erg minimaal geworden.De bestreping mag weer niet te hard of te donker van tint worden. Door de afwezigheid van bruine phaeomelanine is er meer plaats voor eumelanine en zal de bestreping wel eens iets harder ( breder) kunnen uitvallen. Als ze te breed zijn zal dit uiteraard door de keurmeester bestraft moeten worden. Verder moeten ze goed uitgelijnd zijn en uiteraard onderbroken.We mogen niet meer denken aan een vloeiend rugdek . aangezien we bij de satinet witten meestal te maken hebben met een redelijk intensieve vogel zal de bestreping soms iets breder zijn dan bij de satinet geelintensief.Een erg belangrijke vaststelling is dat het pigment moet beginnen aan de snavelbasis ,dit wordt door velen wel eens over het hoofd gezien ,maar het is o zo een belangrijk gegeven voor de satinetten ,en voor vele andere kanarievogels. Uiteraard zal ook de tekening moeten doorlopen naar de flanken toe ,en ook goed zichtbaar zijn ,en onderbroken.

Satinet rood mozaiek 1Dat betekend dat het pigment moet beginnen aan der snavelbasis ,en goed moet doorlopen tot in de flanken ,de staart en vleugelpennen dienen nog goed voorzien te zijn van pigment ,en mogen nooit kleurloos zijn .Menig keurmeester haalt nog steeds vogels eruit tijdens de keuring met BV een of meer witte startpennen dus wees hier goed op uw hoede bij eventuele aankoop van satinet wit. Kortom de Satinet moet duidelijk zijn tekening laten zien .De bruin en isabelserie noemen we onder een noemer altijd “De Satinet”.Het is tot heden en na vele jaren kweek dat we de mening zijn toegedaan dat we hier de klassieke normen moeten loslaten en niet meer van bruin en isabel spreken ,we spreken alleen nog van Satinet met geel ,wit,en rood .Uiteraard dit alles op een helderwitte grondkleur ,elke onzuivere bijtint wordt als foutief beoordeeld .Zoals gezegd laten de poppen meestal wel een lichtbeige waas zien ,maar ook dit wordt heden iets minder .Bij de dominantfactor zal in de vleugel of staart pennen ,soms ook een beetje in de staart een weinig vetstofkleur laten zien ,deze aanslag moet minimaal zijn en niet storend dus intensief zijn.En is alleen toegelaten in de drie buitenste vleugelpennen ,een licht gele waarneming in de rug schouders en of nek /en staartpennen wordt als foutief aangezien.Ook moet de vetstofkleur zuiver van tint zijn met andere woorden oranje kleurige vleugelpennen zijn totaal uit den boze ,en dus foutief en niet toegelaten.Een onzuiver tint doet aan de satinet wit een grote afbeuk aan het geheel,het is dan ook zeer aan te bevelen geen ivoorfactor er in te kweken ,dit om bv de gele aanslag in vleugel of staart pennen te verminderen. De recessieve satinet wit kan geen vetstofkleur laten zien dit is dus een voordeel ten opzichte van de dominante satinet. Ook de tekening bij de recessieve zal iets duidelijker ( harder ) over komen. De blauwfactor hiervoor gebruiken is af te raden deze zal de tekening nog harder en of donkerder maken wat weer een afbreuk doet op het totaal beeld.

De vererving :

De satinet factor heeft een geslacht gebonden vererving ,een man kan alleen split zijn voor satinet ,een pop dus nooit .Maak daarom gebruik van een split man tegen een satinet pop of een satinet man tegen een klassieke pop.blijft men satinet * Satinet kweken zal een flinke vermindering optreden van de eumelanine ,zodat men op den duur weinig of geen tekening meer over gaat houden ,en ook de vogels zullen gaan verkleinen.Indien men satinetten in recessief gaat kweken is het zeker niet aan te bevelen om steeds recessief op recessief te blijven kweken .Dit geeft op een vrij korte tijd een flinke terug val op het totaal van deze vogels ,laat dit over aan meer ervaren kwekers die duidelijk zien en weten wanneer dit wel en niet meer kan !!!!.

Enkele koppelingen :

Satinet * Satinet                      100 % Satinetten
Satinet * Niet Satinet                 50 % split mannen/ split satinet. 50 % Satinet poppen.

Niet satinet * Satinet pop            50 % Mannen /split satinet.       50 % Niet Satinet poppen.

Split Satinet * Satinet                 25 % Mannen/Split satinet        25% Satinet mannen.

                                               25 % Satinet poppen               25 % Niet satinet poppen.

Split Satinet * Niet Split Satinet    25 % Mannen split satinet.        25 % Niet satinet mannen.

                                               25 % Satinet poppen               25 % Niet Satinet poppen.

De standaardeis :
De bestreping moet duidelijk kort en onderbroken zijn ( schimmel vogels is tekening is harder)

Duidelijk en goed afgelijnde onderbroken flanktekening.

Een zacht zijde tint in vleugel en staartpennen .

Geen enkel spoor van Phaeomelanine is toegelaten.

De lipochroom kleur moet duidelijk zichtbaar blijven tussen de lichtbeige bestreping.

Het pigment moet duidelijk beginnen aan de snavelbasis.

Snavel en poten moeten vleeskleurig zijn.

Bij de dominante vogels een minimaal aan aanslag in de vleugelpennen.

Enkele veel voorkomende fouten :

Pigment verlies aan snavelbasis.

Opgebleekte vleugel of staartpennen.

Opening aan oogstreek.

Te veel tussenliggend bruin tussen de beige rugtekening.

Tekening te grof en of te hard.

Vogel is wat klein.

Erg slordig in de bevedering.

Wat Smoesig aan bovensnavel.

Niet zuiver van grondkleur.

Besluit :

Gelukkig is deze vogel weer volop in het daglicht op alle tentoonstellingen is hij weer te bewonderen,de kwekers zijn er zich weer van bewust dat met deze vogel weer eer valt te behalen ,en terecht dank zij deze kwekers en de keurmeesters is deze vogel op een hoger peil gekomen ,een fantastische verschijning en een dankbare vogel om te kweken voor de tentoonstelling .Het loont zeker de moeite om deze vogel te gaan kweken ,enige kennis van de factoren is zeker nodig maar dit is door iedereen te leren.en let op vogels met de rec wit factor niet vergeten vitamine A te geven!!

En een ding weet ik zeker de gekweekte vogels zijn dikwijls een streling in het oog van vele kanariekwekers en keurmeesters. Veel succes met de satinet wit.

Keurmeester Aob / C.O.M   wout van  gils                                 

De dominant wit.

Recessief wit a


Dominant wit.                                                         Wout van Gils.

Deze kanarie kleur heeft al een erg lange geschiedenis achter de rug,al meer dan 3 eeuwen geleden is deze ontstaan. Het heeft ook vrij lang geduurd alvorens hij werd erkend in het land van herkomst namelijk Duitsland. Nog steeds is deze vogel erg bekend onder de naam DUITS WIT het is een HETERZYGOTE (meervoudige verervende)vogel,in het bezit van de verborgen geelfactor. De dominantwit factor (duits wit) vererft dominant en onafhankelijk ten opzichte van de wildfactor. Een dominante kleur is in staat een recessieve op de achtergrond te verdringen. We kunnen dus stellen De dominant is altijd de zichtbare kleur,de recessieve kleuren zijn de kleuren die door de domi­nante kleuren op de achtergrond worden verdrongen. De dominant witte kanarie vertoont praktisch altijd de bekende GELE AANSLAG aan de smalle zijde van de slagpennen. Deze aan­slag is onvermijdelijk en de keurmeester stellen dan ook een minimale aanslag bij deze vogelsoort (Duits-wit) Het zal dan ook duidelijk zijn dat een dominant witte kanarie vogel met aanslag in de schouders en of staart niet in aanmerking zal komen voor de prijzen. Het is door de komst van de recessief witte kanarie dat de dominant witte kanaries het erg moeilijk begonnen te krijgen. Het is bijna zo ver geweest dat deze vogels bijna van de tentoonstellingen waren verdwenen. Gelukkig is er de laatste jaren over deze vogelsoort weer flink gediscuteerd,en ook de technische kommissie,s hebben deze vogel weer onder de aandacht gebracht,en gelukkig zijn er weer liefhebbers die deze vogelsoort weer volop gaan kweken en op de tentoonstelling brengen. Ook diverse speciaal clubs en of andere verenigingen brengen deze vogelsoort onder in een aparte reeks,een lovenswaardig initiatief wat zeker resulteert in veel en goede dominant witte vogels op deze tentoonstellingen. 

DE STANDAARD EISEN..:

– Zuiver en helder wit van kleur zijn.

– Zo weinig mogelijk aanslag in de vleugelpennen (buitenste 3)

– Geen enkel spoor van bontvorming mag aanwezig zijn.

– Hoorndelen (snavel,poten,nagels) vleeskleurig.

– Vorm grote enz zoals de kanarie standaard voorschrijft. 

 VOORKOMENDE FOUTEN..:

– Kleur niet zuiver en helder wit.

– Vuilwit of ivoorfactor.

– Aanslag in de schouders en of staart.

– Te veel meer dan 3 pennen in de vleugelpennen.

– Ruwe en of te lange bevedering.

– Bontvorming in bevedering en of hoorndelen.  

De dominant witte kanarie komt met een licht schimmelfactor het best tot zijn recht.Een volle intensief factor zal de vorming van de aanslag alleen maar in de hand werken.Voor de kweek gebruiken we vogels die niet intensief zijn,maar Bv geelschimmel * dominant wit en of omgekeerd.

Zoals gezegd het in kweken van de intensief factor levert zeker geen voordelen op het tegendeel eerder het zal zeker een verscherping opleveren van de aanslag in de vleugelpennen.Het gebruiken van ivoor factorige vogels met het doel om de aanslag te verminderen is ook uit den boze de aanslag zal wel verminderen maar de helderheid van de kleur wit zal gaan naar erg vuil wit,met alle gevolgen van dien.Dus nooit de ivoorfactor in kweken in deze vogelsoort.

 OPMERKING…:

 Als men de literatuur van de kanarie,s dan wordt er ook gesproken over de LETHAAL FACTOR.(niet levens vatbaar)Volgens de theorie zou deze factor ook optreden als we dominant wit * dominant wit kweken.Maar dit is louter theorie.Veel kwekers kweken deze vogels met goed resultaat dus Dom wit* Dom wit ,zonder dat de lethaal factor optreed.Het is hier wel erg van belang dat men rekening houd met de lengte van de bevedering nooit te kort nemen ,dus nooit een te korte bevedering kans op lethaal factor en te schrale bevede­ring en een te grote aanslag in de vleugelpennen.Bij een te lange bevedering krijgen we problemen met gladheid van de bevedering structuur.Zoals je ziet is het niet makkelijk,maar gelukkig komen deze vogels de laatste jaren weer terug op onze tentoonstellingen en dit is te danken aan onze kwekers technische commissie,s en aan onze keurmeesters die wat meer rekening gaan houden met deze erg moeilijke dominant wit factor.Het is ook net als bij de recessief wit factor dat men deze vogels goed moet verzorgen ,en ook veel badwater ,en wassen voor de vogels die naar de tentoonstelling gaan.

 Succes met deze vogels.    VAN GILS WOUT.   E-maol  wout@woutvangils.be

 

Rode kanarie met rode hoorndelen.

Rode  kanarie  met rode  hoorndelen.                          Wout van Gils.

 

Rood vetstof met rode snavel

 

Rode kanarievogel met rode hoorndelen ,wie weet er nog iets meer over ????

Daar ik er al wel enige tijd al van gehoord heb ,ben ik nu in het bezit van foto,s van deze vogels en ,ook heb ik de vogels in levende lijven gezien ,ja inderdaad licht oranje rode bek en poten .De vogels uiterlijk goed onderzocht en geen levervlek of andere zaken kunnen vast stellen ,met andere woorden zover ik en mijn collega die de vogels in bezit heeft hebben geen ziekten of iets anders kunnen vast stellen .De vogel (Man ) ziet er gezond en kwiek uit en laat ook goed zijn gezang horen .al moet gezegd dat we af en toe een lichte evenwicht stoornis hebben vast gesteld .Langs deze weg vraag ik kwekers die iets meer weten over deze vogel ,ons hun informatie door te sturen .Mijn collega gaat er uiteraard ook mee kweken ,en ik probeer zo veel mogelijk opvallende zaken te noteren. De gedachte dat de vogel aan een leverziekte lijdt ,lijkt me uitgesloten daar de vogel nu ruim 3 maanden in bezit is en nog in een goede conditie is .Weet u iets hier over meer laat het ons horen,ik hou jullie via mijn site verder op de hoogte.Bijgaand enkele foto,s van de bek ,en de poten..

Wij danken diegene die ons over deze verschijning iets meer kunnen schrijven ,en ons dit willen toesturen met dank aan G Tijsen voor het beschikbaar stellen van de vogel om de foto,s te maken .Over het verdere verloop houden we jullie op de hoogte via de Kanarie homepage.Sportieve groeten Wout van Gils

 

Opvoeren roodfactorige kanarievogels.

     Roodschimmel d

OPVOEREN ROODFACTORIGE KANARIE VOGELS”

INLEIDING.

Over deze soort vogels is al heel veel geschreven, gepraat enz We hebben voor- en tegenstanders van deze vogels, o.a. is dit wel of niet natuurlijk, is het schadelijk voor de vogel ja of nee, en de regelmatige opmerking op onze T.T., “roodbezit is niet egaal”. Kortom, er zijn heel wat op- en aanmerkingen over deze vogels. Daarom nogmaals een artikel over het opvoeren van deze vogels, en de voor- en nadelen hiervan, als deze er zijn ?Wand zoals we de laatste jaren ziet zijn er in de roodfactor fantastische vogels te bewonderen totaal doorgekleurd tot in het einde van de pennen toe. 

ONTSTAAN VAN DE ROODFACTOR.

De rode of oranjerode kanarie is zoals de meeste onder U wel zullen weten ontstaan aan de kruising met kapoetsensijs. Tussen de mannen hiervan zaten namelijk vruchtbare vogels. Door met deze vogels verder te fokken (stamkweek) heeft men een gedeelte van het rood (oranje) in onze kanarievogel gekregen.Jammer voor ons kanariekwekers dat dit niet helemaal is gelukt! Dit omdat de structuur van de veren van onze kanarie anders is dan die van de kapoetsensijs. Verder zullen de kleurstoffen van onze vogels gevormd worden door de “caroteen”” en deze komt weer voor in zaden en planten en we kunnen deze zelf toedienen. Daarover gaat het in dit artikel hoofdzakelijk. 

ROOD OPVOEREN: IS DIT NATUURLIJK?

Veel liefhebbers, niet kenners enz. menen dat de rode vogels onnatuurlijk zijn.

Ze zeggen: ”Dit zijn geverfde vogels”. Wij kwekers weten wel beter en laat ons dat dan ook uitleggen aan deze niet kenners van deze vogelsoort. Dat er geverfde vogels zijn, dat klopt maar deze worden op onze TT” met een aparte code gewaardeerd!Maar dit is niet wat we bedoelen. Normaal opgevoerde vogels zijn geen onnatuurlijke vogels (overdreven opvoeren uitgesloten). Beste liefhebbers, kijk eens rond in de natuur. Denk eens aan onze mooie kneu, goudvink, barmsijs enz. Natuurlijk halen deze vogels het uit hun voedsel, wat ze daar in overvloed vinden. Ze weten precies hoezeer en wat ze moeten eten, en ze krijgen een prachtige kleur. Deze vogels geplaatst in een volière krijgen kleurverwatering en weg mooie rode kleur, of we moeten een kleurstimulant toedienen. Ook het gezegde, een gele kanarie wordt met dat goedje ook rood ZIJN FABELS, probeer het maar, de vogel wordt wel oranje, maar nooit rood.“Kortom” als men besluit om roodfactorige vogels te gaan kweken, bedenk dat dit nog verre van eenvoudig is. Men zal heel precies moeten werken, veel geduld en een stipte instelling er op na houden. En begin met enkele koppels, want ook hier zul je leergeld moeten betalen. Mensen die van mening blijven dat de rode kleur toch onnatuurlijk is, lijkt het mij beter dat ze zich met de andere kleuren gaan bezighouden, daar de overtuiging ontbreekt van de echtheid van de roodfactorige vogels. 

FOUTEN AAN DE ROODPACTORIGE VOGELS.

Deze zijn er zeer veel, de meeste zelfs nadelig voor de vogels zelf en voor zijn nakomelingen. Een van de meest gemaakte fouten is de veelgenoemde opmerking “tweekleurig”. Met deze opmerking worden dikwijls meer dan een fout aangegeven, want soms zijn ze wel drie, ja zelfs vierkleurig. Oa gele vlekken, paarse kop of borst, rood en oranje door elkaar, gele of rode pennen, onvoorstelbaar wat men allemaal ziet. En dan stellen dat het onze eigen schuld is, de vogel kan er totaal niets aan doen. Veel kwekers geven zo maar wat als ze tijd hebben of voor een week ineens (water), regelmaat ontbreekt. Kortom erg jammer dat sommige vogels er zo uitkomen te zien.MET REGELMATIGE EN JUISTE TOEDIENING EN STEEDS DE GELIJKE HOEVEELHEID, zouden deze vogels dikwijls in de prijzen vallen het tegenovergestelde is nu het geval. Ik zal nu proberen enkele tips te geven omdat te voorkomen, maar nogmaals: GEDULD – REGELMAAT en OVERTUIGING zullen steeds van u verwacht worden, anders werkt deze kleurstimulans “averechts”. 

WAARMEE GAAN WE OPVOEREN:

Hier zijn diverse producten voor en eenieder heeft hierin zijn eigen keus. Dat er producten zijn die slecht zijn voor de gezondheid van de vogel geloof ik niet. Nadelige bijverschijnselen komen bij de juiste en voorgeschreven toediening niet meer voor, maar let wel: “OVERDAAD SCHAAD”. Maar dit geld niet alleen voor onze roodstimulans, dit geld voor al onze voedings- en verzorgingsproducten. Dus, dit is geen rede om te stellen dat de roodstimulans schadelijk is.

Enkele goede producten zijn o.a.       l. CANTHAXANTINE

                                                       2. CAROPHYLL

                                                       3. B-CAROTHENE

                                                       4. INTENSIEVE (BOGENA)

Zeker zijn er nog meer goede producten verkrijgbaar en mits goede en tijdige dosering zullen alle vogels goed doorgekleurd worden,elke liefhebber kan en zal voor zijn eigen uitmaken welk product voor hem of haar het beste is

De liefhebbers van roodfactorige vogels hebben wel ieder hun merk. Sommigen maken zelfs een mengeling van enkele producten, weer andere geven extra veel carotheen houdende zaden tijdens de rui erbij. Veel is mogelijk maar nogmaals “overdaad schaad”. Ik zelf geef al een 15-tal jaren canthaxantine / inrensief, met goede kleurresultaten, weinig of geen levervlek. Maar hebt u een goed product met goede resultaten, verander dit niet en ga zo door. 

WANNEER BEGINNEN MET OP TE VOEREN.

De meeste kwekers beginnen als de jongen uitkomen, dan krijgen de vogels de kleurstimulans in het eivoer gemengd. Dit gebeurt door een hoeveelheid BV. canthaxantine op te lossen in een beetje warm water ± 70° C. Deze hoeveelheid mengt men goed door het eivoer wat men nodig heeft voor 1 dag en voor de nodige koppels. Als de jongen in het nest liggen raad ik het af om BV canthaxantine in het drinkwater te doen, dit geeft echt een knoeiboel, en mijn inziens ook een slechter resultaat bij de jonge vogels.Er zijn ook kwekers die al rood opfokvoer geven een 10 tal dagen voor de vogels hun eieren leggen. Het voordeel is,, dat de vleugel- en staartpennen dan beter doorgekleurd zijn. En het is dan ook aan te bevelen dit zo te doen. Let maar eens op de jongen uit de 2de ronde deze zijn beter doorgekleurd zijn dan de 1ste ronde. De standaard van jonge roodfactorige vogels vraagt om een volledig doorgekleurde staart- of vleugelpennen , door goed en tijdig beginnen met de kleurstimulator kunnen de vogels goed doorkleurd zijn tot in de vleugelen staart pennen.De laatste jaren zijn er meer kwekers begonnen met de kleurstimulans gewoon in de gewenste hoeveelheid door en over het eivoer te strooien, dit weer goed mengen en aan de vogels geven. Ik heb hier ook goed doorgekleurde vogels van gezien.Ook zijn er heden voeders in de markt die het vocht gehalte erg goed opnemen ,en als men daar de kleurstimulator door mengt geeft dit een nog beter evenwichtig balans in de dosering

Van ons eivoer ,door dit er door te mengen ,het voordeel is een goed vocht gehalte met een juiste dosering van de kleurstmulator. 

WELKE MANIER VAN TOEDIENEN.

Zoals ik hierboven al heb aangehaald zijn er verschillende methoden, maak zelf een keuze, maar met, de juiste hoeveelheid en dagelijks vers.

Enkele methodes:   A. Door het eivoer mengen opgelost in water.

                            B. Over het eivoer strooien en goed mengen.

                            C. In het drinkwater doen. (tijdens kweek niet aan te bevelen)

                             D.Mengen door Bv de kracht en opvoer korrel,dan mengen met eivoer. 

OPVOEREN VOGELS TOT ZELFSTANDIG ZIJN:

Als de vogels uit de kweekkooi komen, en na het overgangshok naar de volière gaan, geef ik de vogels de kleurstimulans na ± 4  à 5   weken in het drinkwater. Weer de juiste hoeveelheid per liter drinkwater (in koelkast bewaren). Het drinkwater 1MAAL DAAGS VERVERSEN. Nooit wachten tot de drinkflesjes leeg zijn, dagelijks nieuw en vers water geven en aanmaken. Met erg warm weer indien mogelijk zelfs 2 maal daags. Het is namelijk zo dat de kleurstof hoe langer die aan het daglicht word blootgesteld, hoe minder sterk deze zal werken. Jullie kunnen dan wel zeggen dat de hoeveelheid kleurstof hetzelfde is geweest de hele ruitijd door, maar de werking ervan was of is nog geen 50% meer. Ik geef u nu nog enkele punten waarmee u degelijk rekening moet houden tijdens het opvoeren in de ruitijd:

A. STEEDS DE JUISTE HOEVEELHEID l à2 MAAL DAAGS VERVERSEN.

B. BEWAREN IN KOELKAST OF DONKERE PLAATS (geld ook voor kleurstof zelf)

C. GEBRUIK GEEN OUDE KLEURSTOF (JAARLIJKS NIEUWE)

D. WEINIG KIEMZAAD – FRUIT – GROENVOER (VOGELS DRINKEN MINDER)  

E. BADWATER NIET TE LANG LATEN STAAN (OOK NIET DAGELIJKS GEVEN)

F.EN OF DE ROODSTIMULATOR NOG DOOR HET EIVOER MENGEN. 

HOEVEELHEID VAN TOEDIENEN:

Dit is dikwijls voor iemand die maar met enkele koppels kweekt moeilijk, ook de te geven hoeveelheid voor deze koppels is moeilijk te zeggen. Toch wil ik enige richtlijnen geven.

EN HOUD DEZE AAN:

  1. A.GEBRUIK ALTIJD DE VOORGESCHREVEN HOEVEELHEID VAN DE

     FABRIKANT. (niet meer of niet minder)

B.   DRINKWATER: ± 1 GR. PER LITER WATER.

C.   EIVOER VOOR ± 50 VOGELS: 3 à 4 GRAM. ( +/- 12 Gram  per kgr eivoer )

D. STOPPEN ALS VOGELS UITGERUID ZIJN T.T. VOGELS DOORGAAN TOT AAN

1e T.T. (Tot de vogel volledig is uitgeruid)

Overdoseren heeft totaal geen zin, de rode kleur doet dan paars aanzien. Vogel wordt vlek-kerig en is schadelijk voor de vogel en het kost ons meer geld zonder resultaat. Vooral bij overdosering zullen we vogels verkrijgen met leveraandoeningen. Als uw vogels, en neem dat van me aan, de juiste hoeveelheid verkrijgen en regelmatig zoals hier beschreven, en ze zijn nog niet goed doorgekleurd, dan is het jammer maar het roodbezit (factor) is te zwak van uw vogels, en zult u naar ander kweekmateriaal uit moeten zien. Overdoseren heeft hier geen zin. 

KWEEKMATERIAAL OPVOEREN.?

Dit hoeft niet en is zelfs wat beter voor de vogels zelf, ook u haalt er voordeel uit. U zult beter zien welke vogel een sterk of een zwak roodbezit heeft, en zodoende kunt u het roodbezit van uw vogels opvoeren. Maar met een goed kweekboek en een goede roodfactor die u ziet, kunt u later zeer goed uw koppels samen stellen. Enig nadeel is het minder fraai uiterlijk van uw kweekvogels in het vogelverblijf.OPVOEREN VAN ONZE T.T. VOGELS.

Indien u roodfactorige vogels kweekt, met veel zorg en geduld, dan kan ik me voorstellen dat u ze ook wilt laten zien op onze T.T. en terecht. Deze vogels die u uitzoekt voor de TT’s ga ik een 9-tal weken voor de T.T. eens controleren, en het is niet uitgesloten dat er enkele vleugel- of staartpennen gebroken zijn. Zijn het er l of 2, kan men deze met een korte ruk uittrekken. (Let wel als men het links doet dit dan ook rechts doen, dit om BV. een ongelijke staart te voorkomen)

Zijn het er meerdere, dan l cm achter de schacht afknippen en ± 1 week daarna kan men heel eenvoudig zonder de vogel te kwetsen de pennen verwijderen. Daarna doorgaan met het regelmatig toedienen van kleurstof. Tijdens het opkooien van de T.T. vogels het niet meer geven in drinkwater, maar in het eivoer. Vanaf de aanvang van de T.T.’s geen kleurstimulator geven als dit niet meer nodig is. De laatste jaren zijn er meer kwekers begonnen met de kleurstimulans gewoon in de gewenste hoeveelheid door en over het eivoer te strooien, dit weer goed mengen en aan de vogels geven. Ik heb hier ook goed doorgekleurde vogels van gezien. 

WELKE MANIEREN VAN TOEDIENEN.

Zoals ik hierboven al heb aangehaald zijn er verschillende methoden, maak zelf een keuze, maar met, de juiste hoeveelheid en dagelijks vers.

Enkele methodes:  A. Door het eivoer mengen opgelost in water.

                            B. Over het eivoer strooien en goed mengen.

                            C. In het drinkwater doen. (tijdens kweek niet aan te bevelen) 

OPVOEREN VOGELS TOT ZELFSTANDIG ZIJN:

Als de vogels uit de kweekkooi komen, en na het overgangshok naar de volière gaan, geef ik de vogels de kleurstimulans na ± 4 à 5 weken in het drinkwater. Weer de juiste hoeveelheid per liter drinkwater (in koelkast bewaren). Het drinkwater 1MAAL DAAGS VERVERSEN. Nooit wachten tot de drinkflesjes leeg zijn, dagelijks nieuw en vers water geven en aanmaken. Met erg warm weer indien mogelijk zelfs 2 maal daags. Het is namelijk zo dat de kleurstof hoe langer die aan het daglicht word blootgesteld,hoe minder sterk deze zal werken. Jullie kunnen dan wel zeggen dat de hoeveelheid kleurstof hetzelfde is geweest de hele ruitijd door, maar de werking ervan was of is nog geen 50% meer. Ik geef u nu nog enkele punten waarmee u degelijk rekening moet houden tijdens het opvoeren in de ruitijd:

A. STEEDS DE JUISTE HOEVEELHEID l à2 MAAL DAAGS VERVERSEN.

B. BEWAREN IN KOELKAST OF DONKERE PLAATS (geld ook voor kleurstof zelf)

C. GEBRUIK GEEN OUDE KLEURSTOF (JAARLIJKS NIEUWE)

D. WEINIG KIEMZAAD – FRUIT – GROENVOER (VOGELS DRINKEN MINDER)  

E. BADWATER NIET TE LANG LATEN STAAN (OOK NIET DAGELIJKS GEVEN) 

HOEVEELHEID VAN TOEDIENEN:

Dit is dikwijls voor iemand die maar met enkele koppels kweekt moeilijk, ook de te geven hoeveelheid voor deze koppels is moeilijk te zeggen. Toch wil ik enige richtlijnen geven.

EN HOUD DEZE AAN:

  1.   GEBRUIK ALTIJD DE VOORGESCHREVEN HOEVEELHEID VAN DE

     FABRIKANT. (niet meer of niet minder)

B.   DRINKWATER: ± 3 GR. PER LITER WATER. (12 gram  per kgr eivoer )

C.   EIVOER VOOR ± 50 VOGELS: 10 à 12 GRAM.

D. STOPPEN ALS VOGELS UITGERUID ZIJN T.T. VOGELS DOORGAAN TOT AAN

1e T.T. (Tot de vogel volledig is uitgeruid)

Overdoseren heeft totaal geen zin, de rode kleur doet dan paars aanzien. Vogel wordt vlek-kerig en is schadelijk voor de vogel en het kost ons meer geld zonder resultaat. Vooral bij overdosering zullen we vogels verkrijgen met leveraandoeningen. Als uw vogels, en neem dat van me aan, de juiste hoeveelheid verkrijgen en regelmatig zoals hier beschreven, en ze zijn nog niet goed doorgekleurd, dan is het jammer maar het roodbezit (factor) is te zwak van uw vogels, en zult u naar ander kweekmateriaal uit moeten zien. Overdoseren heeft hier geen zin.Maar een kuur met cedechol is zeker aan te bevelen bij deze hoge dosering.

Beste roodkwekers, ik hoop met dit artikel weer enkele gegevens en tips te hebben kunnen verstrekken. Over de rode kanaries zullen meningsverschillen blijven bestaan, maar met geduld, overleg, zelfzekerheid en een grote nauwkeurigheid zijn er mooie en gezonde rode vogels te kweken door iedereen. Het valt mij al jaren op, bij mij in het kweekhok, op de T.T. bij mijn collega roodkwekers, dat vele rode en rood gepigmenteerde vogels mooie grote en forse vogels zijn. Glad in de bevedering zitten mooie houding, een streling voor het oog, ondanks onze voor- en tegenstanders over het opvoeren ervan. Roodkwekers, veel succes en tot een volgende keer. En denk eraan: OVERDAAD SCHAAD VOOR DE VOGELS MAAR OOK IN UW BEURS. 

VAN GILS WOUT’   E -mail wout@woutvangils.be

 

 

 

 

Zalm geen roodschimmel ???

Rood schimmel


De roodschimmel ( voorheen de zalmkanarie )                  Wout van Gils

Bijna 25 jaar kweek ik al ROODSCHIMMELS, OF WAREN HET DE ZALM kanaries? Ik kan dus duidelijk stellen dat ik ruim ervaring heb opgedaan in deze vogelsoort. Daarbij gevoegd een 20 jaar ervaring als keurmeester. Dit alles heeft geresulteerd dat ik heel goed heb ondervonden, de overgang van de zalm naar de roodschimmel toe. Ik heb hier altijd veel moeite mee gehad en nog ben ik er niet helemaal uit.
Als tentoonsteller heb ik hier de overgang noodgedwongen mee moeten maken, uiteraard ging dit niet makkelijk om de eenvoudige reden dat een zalm nooit zo diep is op te kleuren als een roodschimmel, en dat het schimmelpatroon ook anders is zal voor menig onder jullie ook wel duidelijk zijn. Met andere woorden de zalm kwekers hebben heel moeilijke tijden gekend tijdens hun noodgedwongen overschakeling. Daarom ook misschien wel laat, maar beter laat dan nooit, dit artikel over DE ZALM GEEN ROODSCHIMMEL ???
Menig kweker zal nu al wel begrijpen wat ik bedoel maar ik wil toch meer uitgebreid over deze ontstane situatie ingaan. De reden daarvan is om te reageren op het goede artikel in het AOB blad van juni 1990 van de HR JEAN DESMET, en de grootste reden is dat ik en ik weet zeker meerdere liefhebbers deze vogels zijn gaan missen. Want zegt menig kweker van deze vogels een zalm is geen rood schimmel, en nu komt het: ik lees erg veel over kanaries. Jaren heb ik lezingen verzorgd en veel gehoord gelezen en gesproken over de zalm of rood schimmel. In de meeste boeken staat iets geschreven over de zalm kanarie. Veel boeken geven het verschil aan in deze vogels, ook in diverse oudere, zowel BELGISCHE OF NEDERLANDSE standaardeisen komt men wel iets tegen over de zalm kanarie. Ik weet wel, in de COM kent men deze vogel niet en volgens de COM sleutel is het ook een roodschimmel, maar toch is er een vrij groot en mooi verschil waarneembaar. Jaren lang heeft men de zalm kanarie aanvaard en alzo gekeurd (zonder C.O.M standaard). De laatste 6 jaar is hier zichtbaar verandering in opgetreden, n.l. de roodschimmel neemt het van de zalm over, jammer wand er is DUIDELIJK VERSCHIL waarneembaar zowel in KLEUR ALS UITZICHT.

WAT DENKT U VAN ENKELE VAN DEZE TEKSTEN UIT BOEKEN EN TIJDSCHRIFTEN.

1 – De laatste jaren is men er toe overgegaan roodschimmels en zalmen in een klasse te keuren. De ZALM vogel heeft op wedstrijden de voorkeur. Evenwel is er tussen beide schimmel variëteiten een duidelijk verschil. De roodschimmel is een niet intensieve rode vogel, overtrokken met een korte schimmelmantel, deze schimmelpartijen zijn meestal niet geheel egaal verdeeld, vooral het kopje en de borst zijn gewoonlijk wat intensief van kleur. Doordat deze vogels gewoonlijk als zalm werden gekeurd was de terechte opmerking dan ook: schimmelverdeling laat op de kop en de borst te wensen over, ofwel te intensief, onregelmatige schimmelverdeling enz.
De goede ZALM moet een schimmel verdeling laten zien, die zich volledig egaal uitstrekt over het gehele lichaam. De schimmelsluier moet zodanig zijn, dat zij het aanwezige kleurvolume van oranjerood duidelijk manifesteert. Daarbij moet het schimmelpatroon hoefvormig zijn. Elk omzoomd veertje kenmerkt de topvogel. Zelf in de vleugels moet het schimmel patroon zichtbaar zijn. Het is raadzaam dat we deze kenmerken zoeken in een zalm kanarie. Gebruik oudere vogels waarvan deze typische zalm tekening goed naar voren komt. ZALM aan ZALM paren geeft in deze de beste resultaten. Let wel op de lengte der bevedering. De lichte schimmels of matig intensieve vogels zullen zeker de zalm tekening niet laten zien, verder blijven doorparen aan zalm vogels geeft weer het juiste zalm patroon terug. Het geeft een zeer grote voldoening om een stam zalmen te kweken die beantwoorden aan deze eisen. Niet alleen de liefhebber/kweker maar zelfs de LEEK heeft een waarderend oog voor deze prachtige mooie forse vogels, met zijn prachtige kleurcombinatie in zijn geheel. De zalmpop heeft zelden de perfecte zalmtekening, die is duidelijk voorbehouden aan het man type.

Beste liefhebber als je dit leest herken je dit dan en wat denk je en wat gaat er door je heen? ZIJN OF WAREN ER DAN TOCH ZALMEN?
2 – De intensieve vogel is de roodintensief de niet intensieve de roodschimmel of de zalm. Hoewel er een WEZENLIJK verschil is tussen een ROODSCHIMMEL en een ZALM wordt alleen de ROODSCHIMMEL heden ten dagen gezien als show vogel.

TER ONDERSCHEIDING DIENT GEZEGD:
De oranjerood schimmel toont de niet intensiviteit in de vorm van kleurloze veervelden. DE ZALM heeft een soort HOEFIJZERVORMIG SCHIMMELTEKENING. De toppen van de veren, ook de vleugel en de staartpennen, zijn bij een goede zalm scherp hoefijzervormig afgetekend. Zulke vogels zijn een streling voor het oog.

Beste liefhebbers als je dit leest herken je dit dan en wat denk je en wat gaat er door ie heen? ZIJN OF WAREN ER DAN TOCH ZALMEN?
3 – Soms wordt de rood schimmel ZALM KANARIE genoemd, wat kant nog wal raakt. ZALM is niet voorzien in de COM kleurtabel. Principieel is er geen bezwaar tegen deze kleurbenaming in de tabel op te nemen ware het niet dat de zalm geen rood schimmel is. In kwekers milieus bestaat er wel degelijk een vogel die markante verschillen vertoond met de roodschimmel en die met zalm zou kunnen betiteld worden. Een vogel met dezelfde kleur rood als het vlees van de vis waarvan hij zijn naam ontleende. Overtrokken met een egaal witte sluier waarvan beweerd wordt dat het geen schimmelfactor is maar veroorzaakt door een GELIJKAARDIG VERSCHIJNSEL ALS DIJ DE MOZAÏEK KANARIE. De zalmkanarie ontstond trouwens veel later dan de roodschimmel en deze laatste kan dan ook niet bijdragen tot de kweek van goede ZALMEN. Kleurvoedsel beïnvloed de zalm haast niet, de roodschimmel zeer zeker wel. Een voorbeeld van onnoemelijke verwarring is de mening dat de naam ZALM gegeven wordt aan een goede roodschimmel en de naam schimmel aan de roodvogels met een slechte schimmelverdeling.

Ongelooflijk wat er niet verteld kan worden. Vindt u nu ook niet dat er in dit artikel weer veel kenmerken inzitten die wij als (roodschimmel) zalm kanarie kwekers zeer zeker ervaren, en gebruikt hebben, is er dan toch een ZALMKANARIE?Beste liefhebbers als je dit leest herken je dit dan en wat denk je en wat gaat er door je heen? ZIJN OF WAREN ER DAN TOCH ZALMEN?
4 – DE ZALMEN worden als patroonvogel beschouwd het waarom zal ik proberen u duidelijk te maken. Van een goede zalm kun je eigenlijk niet meer spreken over schimmel, de vogel is dan voorzien van een halve maanvormige witte omzoming die dakpansgewijs over het gehele lichaam van de vogel is verdeeld. De meeste kwekers zullen het met me eens zijn, dat als goede TT vogels de mannen bijna niet aan bod komen. Om de eenvoudige reden dat de schimmel verdeling duidelijk te wensen overlaat. Dit is weggelegd voor onze poppen het goede schimmelpatroon. In lijnrechte tegenspraak daarmee zijn de zalmen dit zullen bijna 90% de mannen zijn!!De schubtekening van de zalmen wordt helaas te weinig aangetroffen op tentoonstellingen en het blijft een specialisatie om een ideale vogel te kweken. Omdat niet de poppen maar de mannen het ideaal beeld het best benaderen. Het vrij snel verloren gaan van de schub tekening, en het vrij moeilijk terug kweken van deze schubtekening doet mij denken aan een of meerdere factoren, gekoppeld aan de schimmelfactor die voor het ontstaan van de schubtekening verantwoordelijk zijn.OM DEZE BESCHOUW IK DE ZALM ALS EEN PATROONVOGEL.

Beste liefhebbers als je dit leest herken je dit dan, en wat denk je. Wat gaat er door je heen? ZIJN OF WAREN ER DAN TOCH ZALMEN ? Of is het de roodschimmel die we de laatste 10 tal jaren zien…

Beste liefhebbers, ik kan zo nog wel even doorgaan maar zoals ik al eerder schreef de meeste boeken schrijven iets over de zalm en komen er ook redelijk uitvoerig op terug. Ook deze boeken zijn al jaren oud, maar de toen beschreven vogels zijn nu heden ten dage ook nog zo, en in de bijna dezelfde omschreven standaard. Wat is er dan toch aan de hand dat de zalm weg is, of toch niet, is de vogel er nog, moeten we er iets aan gaan doen, of is het alleen maar schijn dat wij duidelijk verschil zien.

WAT KAN DE OORZAAK TOCH ZIJN DAT DE ZALMEN BIJNA WEG ZIJN?

Ik denk als meerdere grote ervaren kweker samen met andere top zalm kwekers het weer aandurven en willen betrachten om weer zalmen te gaan kweken zullen we ze zeker terug gaan zien en dan zullen de roodschimmelvogels het in wedstrijden zeer zeker weer moeilijk gaan krijgen. Ik durf te stellen dat wat nu de afgelopen jaren is gebeurd met de zalm kanarie, dan weer gebeurt met de roodschimmel vogels. Wat een gekke wereld toch of moeten we toch de zalm vogel in de standaard gaan opnemen? Ik, en ik weet velen met mij, zijn het eens dat de zalm vogel een aparte verschijning is en ook anders gekweekt moet worden als de roodschimmel. Ik hoop met dit artikel dat de discussie over wel of geen zalm weer op gang komt want wees eens eerlijk waren de zalm vogels geen lust voor het oog. Natuurlijk zijn de roodschimmel vogels ook prachtige exemplaren, of zijn het nu toch zalmen?

ZALM KWEKERS KENT U ZE NOG ?
IK HOOP DAT DE TECHNISCHE COMMISSIES OOK EENS STIL STAAN BIJ DIT PROBLEEM EN DAT ZE DE KENNIS VAN DE SCHRIJVERS VAN VEEL VROEGERE VOGELBOEKEN NIET IN DE WIND GOOIEN EN ZICH OOK AFVRAGEN VANWAAR IS DIT VERSCHIL ER NU EN IS EEN APARTE VERSCHIJNING GERECHTVAARDIGD (of is het toch een roodschimmel) EN DOE ER EEN UITSPRAAK OVER? BIJ AL ZOVEEL KLEURSLAGEN KAN ER MISSCHIEN NOG WEL EENTJE BIJ? DE ZALM IS DEZE DISCUSSIE ZEER ZEKER WAARD ONDANKS DE UITSLAG. E-Mail wout@woutvangils.be

De Satinet geel intensief.

Satinet geel ivoor intensief

 


Satinet geel intensief.                          Wout van Gils..

Deze kleurslag komt tot stand door de combinatie van de satinetfactor tezamen met de volle intensief factor. De vogel moet in het bezit zijn van mooie fijne korte smalle streepjes die evenwel niet verzonken maar duidelijk min of meer scherp afgetekend op het rugdek en in de flanken aanwezig zijn. De grondkleur moet zuiver van tint zijn er moet een egale doorgekleurde kleur zijn over het gehele lichaam, eveneens in de vleugel en staartpennen. 

De standaard van de Satinet geel intensief.
     Melanisatie beginnen aan de snavelbasis.
     Goed afgelijnde onderbroken rug en flanktekening.
     Helder rode ogen.
     Zuiver vetstofkleurige ,melanine loze contouren.
     Fijne licht bruine bestreping op rugdek en flanken.
     Door het ontbreken bruine pheaomelanine ,bekomt de vetstofgrond kleur
     Een zuiverder karakter.
     Lichte vleeskleurige hoorndelen. 

VOORKOMENDE FOUTEN:

    Pigmentstreepjes te sterk gereduceerd of te donker(hard van kleur.
    Bestreping te breed of te lang niet onderbroeken te kort of te smal.
    Te weinig pigment in vleugel en of staartpennen.
    Het geheel niet zuiver van kleur(oranje bijtint) of te hard van kleur door te veel blauwfactor)
    Nog schimmel sporen aanwezig.
    Onvoldoende of geen flanktekening.
    Opgebleekte vleugel en of staart pennen
    De bekende vorm fouten. 

Door vele kwekers wordt de satinet geel intensief vanuit de isabelserie gekweekt en met redelijk succes. Er zijn ook kwekers die vanuit de bruinserie de satinetten kweken. De rug bestreping van een satinet, gekweekt over isabel, ligt altijd verzonken op het rugdek, dat komt bij een satinet gekweekt via bruin veel scherper en duidelijker over. Ook zouden deze vogels een betere en duidelijke flanktekening.

De satinetfactor werkt als volgt.

Deze onderdrukt de vorming van pheao melanine volledig, maar tast ook nog het (bruine) eumelanine enigzins aan. Het zwarte eumelanine verdwijnt volledig. Koppelen we nu satinet x satinet dan zullen deze jongen uit deze paringen weinig of geen bestreping meer laten zien, en voor de niet kenner voor een LUTINO doorgaan. Komen deze vogels nu in handen van kwekers die niet gekocht hebben via het kweekboek in te zien bij deze liefhebber, of deze vogels gekocht hebben op vogelmarkten enz. Dan zijn de gevolgen voor deze kweker niet te overzien. Paren deze kwekers een satinet zonder uiterlijk pigment aan een vetstofvogel dan is de nateelt een ramp .Namelijk allemaal kakelbonte jongen. Zoals als je ziet is het bij satinetten kweken ook goed opletten en kopen bij goede ervaren kwekers en via het kweekboek is een must wil men niet voor verassingen komen te staan bij het kweken van satinetten.  E-Mail wout@woutvangils.be  

Zwart geelivoor.

 

Zwart geel ivoor pastel


DE ZWART GEELIVOOR.                                                                    Wout van Gils

Na mijn artikeOver de “ZWART GEEL INTENSIEF” kan ik er toch niet langs om ook eens in het kort over de ZWART GEELIVOOR iets te schrijven. Men ziet deze  vogel niet zo veel, en toch zou ik het veel kwekers aanraden het eens te proberen.  Een goede kennis van mij heeft enkele jaren geleden hier een aanvang mee gemaakt met enkele koppels waarvan een zeer mooie man.  Jammer genoeg is deze man nu ongeveer volledig overgeschakeld naar de kruisingen kweek zodat ik het uiteindelijke resultaat van deze vogels niet heb kunnen beoordelen.  Ik zelf heb het ook eens geprobeerd, maar het bleek dat mijn vogels opaal verervend waren, daarom is hier niet veel van terechtgekomen.  Maar nu iets meer over de “Zwart geelivoor”.

DE IVOORFACTOR:

Ook wel structuur carotiode factor genoemd: deze geeft een verminderde uiting aan de vetstofkleur.  De kleur bepalende baarden bevatten carotioden.  De haakjes zijn kleurloos.  Dit als gevolg van de wat dikkere hoornlaag van de cortex.  Dit is voor ons zichtbaar als een lichtere kleurtint van de carotiode.  Men zou kunnen stellen dat de ivoor man voor ongeveer 50% van zijn totale carotenoïde kleur laat zien.  Dit is natuurlijk alleen waarneembaar bij de rode of gele en witte vogels.  De vererving is “geslachtsgebonden”.

RICHTLIJNEN VOOR DE KWEEK.

Als we Zwart geelivoor vogels willen kweken zullen we zeker vogels moeten inzetten met een maximaal aan hoog geel bezit, incl. de intensief factor, blauwfactor, ivoorfactor.Zouden we een vogel gebruiken met een zwak geel bezit, dan zal de vogel er erg grauwachtig gaan uitzien.  Dit omdat hier de ivoorfactor het geel zodanig heeft bewerkt dat er niets meer overblijft.  Van een zwart geelivoor is bijna niets te bespeuren. Het zwart en het bruin gaan de overhand nemen.  Alleen op de kop en stuit en op de borst in mindere maten is er nog iets van de vetstofkleur waar te nemen. Daarom kweek voor de  TT” Zwartgeelivoor intensief”.

ENKELE KOPPELINGSMOGELIJKHEDEN:

-Zoals we weten is de vererving geslachtsgebonden, zo zal een Zwart geelivoor man gekoppeld aan  een zwart geel pop, alleen zwartivoor dochters geven.  De zonen dragen deze factor onzichtbaar bij zich.  De reden is dat de man op beide chromosomen (X) deze factor moet hebben om tot werking te komen, dus zichtbaar worden.-Bij een Zwart geelivoor pop zal door het bezit van áán X chromosoom alleen aan de zonen de ivoorfactor overgedragen worden.  Man zal dus uit een Zwart geel ivoor intensieve man + Zwart geelivoor pop .Zonen krijgen: split ivoor en Zwart gele dochters. Nog enkele mogelijkheden tot koppelen zijn:

MAN                               pop                              DOCHTERS

Zwart geel                   Zwart ge                          Zwart geel / Ivoor            Zwart geel

Zwart geel / i                Zwart geel                       Zwartgeel en / ivoor        Zwartgeel en / ivoor

Zwart geel/ Ivoor          Zwartgeel  ivoor               Zwartgeel – ivoor            Zwartgeel  Ivoor

Zwart geelivoor             Zwartgeel                        Zwartgeel / ivoor            Zwartgeel .zw geelivoor

 

Hou er wel rekening mee dat een der ouders in bezit is van de intensief factor, en zeker de reeds eerder genoemde factoren, met uiteraard weer de “blauwfactor”.  Indien men kweekt met beide ouders in bezit van de dubbele geelfactor, dan wel letten op de lengte van de bevedering en zorg dat een der ouders nog wat schimmelsporen laat zien.  Let ook op de grote der vogels.

STANDDAARDEISEN  Zwart geel IVOOR INTENSIEF:

A)     Zware niet onderbroken tekening ook de flanktekening, goed zichtbaar en niet onderbroken.

B)    Hoorndelen, vleugel – en staartpennen zo donker mogelijk.

C)   Geen schimmelsporen, een weinig bruin is toegestaan.

D)   Goede egale ivoorwerking.

E)    Grootte + 14 cm.

ENKELE FOUTEN:

A)   Hoorndelen en flanken te licht van kleur.

B)    Tekening onderbroken, te smal, te weinig en onderbroken flanktekening.

C)   Onvoldoende werking blauwfactor, ivoorfactor.

D)   Grondkleur niet goed, schimmelsporen.

E)    Bevedering fouten, te klein.

BESLUIT:

Een opmerking wil ik nog maken, dat wij toch bij de “ZWART  GEELIVOOR” genoegen zullen moeten nemen met een weinig bruin in het rugdek, dit komt door de gewijzigde veerstructuur van de ivoorfactor, daardoor zal deze snel iets bruin laten zien, en wat mijn inziens ook toelaatbaar is.  We zullen wel moeten trachten dit tot een minimum te beperken.De kwekers van  Zwarte gele vogels raad ik zeker aan het ook eens te proberen met de ivoorfactor er bij. U zult zien dat ook hier weer mooie vogels uit zullen voortkomen.

Vanaf 2003 zal ook deze standaard aangepast worden naar het meer zuiderlijke Type toe,er is wel een overgangs periode ingesteld. Gelieve hier goed rekening mee te houden ,Zie ook de rubriek AOB technische commissie. Ik hoop ze al thans meer te mogen tegenkomen. Van Gils wout.E-Mail wout@woutvangils.be

De Zwartrood .

Zwart rood


Zwart rood.                                                                               Wout van Gils.

 

Nu we toch in vorige artikels de andere soorten besproken hebben in de zwartreeks, wil ik het nu in het kort hebben over onze Zwart Rood onder de kanarie vogels. men kent hierin enkele variateiten OA :

– ZWART ROOD INTENSIEF
– ZWART ROOD SCHIMMEL
– ZWART ROOD IVOOR INTENSIEF
– ZWART ROOD IVOOR SCHIMMEL

Dit zijn eveneens vogels uit de zwartreeks, alleen met een moeilijkheidsgraad erbij nl. de ROODFACTOR. Over de roodfactor heb ik al diverse artikels geschreven, en we weten, we hebben er voor en tegenstanders van. Maar deze zijn er wel overal. Over de roodfactor nog even dit ter herinnering:

DE ROODFACTOR:
Deze factor is in gekweekt via de kapoetsensijs, in onze kanarievogels, met andere woorden deze roodfactor is dus niet eigen aan onze kanaries. Deze roodfactor bezit het vermogen om via het voedsel of drinken opgenomen lutiene om te zetten in rood carationede. Het is aan de kennis en inzicht van de kweker in hoeverre de juiste roodfactor wordt bepaald aan onze kanaries. VEEL MOOIE ROOD FACTORIGE VOGELS WORDEN VERKLEURD DOOR FOUTIEVE TOEDIENING VAN DE ROOD STIMULANS. De roodfactor is, zoals de meeste factoren van onze kanaries, GEEN MUTATIE. Dit zal je wel duidelijk zijn, dacht ik.Let bij aankoop van roodbrons kanarievogels, of dit nu met of zonder ivoorfactor is, dat men vogels aankoopt die zo donker mogelijk zijn is vleugel en staartpennen. En vermijd zeker, en men ziet ze veel, de lichte broek en flanken. Let zeker ook op de grote en bevedering. Ga met de kweek naar ofwel roodzwart sintensief toe, met of zonder ivoorfactor, of kweek de roodbrons schimmel. Het mooiste ligt mijns inziens in de intensieffactor. Richt ook hier je kweek op. Al zijn er zeker ook mooie schimmelvogels te bezichtigen. Uiteraard weer met of zonder ivoorfactor. Een intensieve vogel zal minder phaomelanine laten zien dan een schimmel, als ook de tekening zal iets smaller zijn, zeker het bruin moeten we tot een minimum proberen te beperken.

STANDAARDEISEN ZWART ROOD INTENSIEF / EN MET IVOOR:

1) Een goed doorkomende zware niet onderbroken bestreping, symmetrisch t.o.v. elkaar, goed doorlopend en zichtbaar tot in de flanken.
2) Tekening evenals vleugel en staartpennen diep zwart van kleur.
3) Zo weinig of geen phaomelanine sporen mogelijk tussen de tekening.
4) Hoorndelen zo zwart mogelijk.
5) Een mooi heldere ineen vloeiende rode kleur, egaal verdeeld over het hele lichaam.
6) Een goede werking van de intensief factor, strakke bevedering.
7) Indien aanwezige ivoorfactor, dan goed letten op de egaliteit van de kleur.

STANDAARDEISEN ZWART ROOD SCHIMMEL / EN MET IVOOR:

1) Een goed doorkomende zware niet onderbroken bestreping, symmetrisch t.o.v. elkaar goed doorlopend tot in de flanken. (Tekening zal iets harder zijn dan van de intensieve zwart rood.)
2) Tekening evenals vleugel en staartpennen diep zwart van kleur.
3) Zo weinig mogelijk bruin op het rugdek.
4) Hoorndelen zo zwart mogelijk.
5) Een mooie egaal verdeelde schimmelverdeling over het gehele lichaam.
6) Een zacht matte zwart rode grondkleur, egaal verdeeld, met een matige schimmelverdeling.

ENKELE VOORKOMENDE FOUTEN:

– Twee, zelfs drie kleurige grondkleur, bewolkte grondkleur.
– Witte (lichte) flanken, stuit en hoorndelen.
– Tekening  onderbroken en te smal.
– Schimmelverdeling niet goed. (BV. in nekstreek)
– Kop of borst te intensief, schrale bevedering.
– Geen of weinig flanktekening. 

Kanariekwekers, ik hoop met deze bijdrage de vogels in de zwartreeks weer bij u te hebben opgefrist. Ook de roodbrons kan een zeer mooie vogel zijn, maar let bij aankoop en kweek dat je altijd vogels inschakelt, die zo zwart mogelijk zijn. De meest voorkomende fouten zijn de witte flanken en broek en of hoorndelen. Het is in zekere zin een gedeelte bontheid.

Dus let op. Wout van Gils.

Vanaf 2003 is  deze standaard aangepast worden naar het meer zuiderlijke Type toe,er is wel een overgangs periode ingesteld. Gelieve hier goed rekening mee te houden ,Zie ook de rubriek AOB technische commissie .E-Mail wout@woutvangils.be

 

De Zwart wit.

Zwart wit


Zwart Wit!                                                                  Wout  van Gils.

Ook deze vogel zien we niet zo heel veel en toch in sommige gewesten komen deze vogels sterk naar voren. En terecht, want een staalblauwe vogel is ook weer een uitdaging voor elke kweker. Dat dit moeilijk is weten we al, en dat dit in grote mate komt door het intermediair karakter van de blauwfactor.Men kent 2 soorten:
A) ZWART WIT INTENSIEF
B) ZWART WIT SCHIMMEL

De vogel die we het meest zien en die we eigenlijk voor onze T.T. ook zouden moeten kweken is de zwart wit intensief. Dit zeker om zijn mooie donkere kleur en helder glanzend uiterlijk. Zonder een enkel spoor van phaeomelanine. Wat de schimmel betreft, deze heeft aanzienlijk meer phaeomelanine, een veel minder heldere en glanzend uiterlijk en minder donker. Men kan stellen als theorie dat men een staalblauwe toekent als dubbele blauwfactor en de Zwart wit schimmel als enkele blauwfactor. Maar zoals u weet is dit door het intermediaire karakter niet goed vast te stellen. Men zou kunnen stellen dat BV. de blauwfactor bestaat uit 5 deeltjes, en dat de deeltjes onafhankelijk van elkaar vererven. Een jonge vogel zou dan ook van de pop 5 deeltjes krijgen plus van de man. Onze topvogel zou voor ± 80 % al geboren zijn wat kleur betreft. Maar het zou ook kunnen dat ieder maar 1 deeltje mee gaf, en een slechte vogel zou nu het geval zijn. Begrijpt u wat ik bedoel met de intermediaire karakter van de blauwfactor.

De blauwfactor.

Even ter herinnering. De blauwfactor geeft ten gevolge van een structuurwijziging in de bevedering (mutatie) ontstaat rond de kern de zo genaamde bewolkte zone. In deze bewolkte zone bevinden zich holtes. De nu invallende blauwe lichtstralen zullen gebroken en verstrooid worden en worden via de cortex teruggekaatst. Dit namelijk wordt door ons als blauw waargenomen. De hoeveelheid holtes rond de bewolkte zone bepaald het uitzicht, van onze blauwe vogel. Dit zal dan meer of minder zijn en dit is door ons goed waarneembaar. Begrijpt u nu ook dat het vaststellen van de hoeveelheid blauwfactor moeilijk is te bepalen. 

EIGENSCHAPPEN VAN DE BLAUWFACTOR.

A) Heeft een kleurverdiepend vermogen.
B) Een remmende werking op het bruine phaomelanine.
C) Stimulerende werking op het zwarte eumelanine.
D) Door het bruinverdringend vermogen verhelderd de vetstofkleur.
E) De werking ervan is intermediair.
F) vererving is onafhankelijk.

STANDAARDEISEN ZWART WIT INTENSIEF.

1) Een goed doorkomende zware onderbroken tekening, symmetrisch t.o.v. elkaar op rug en flanken ook goed dooromend .
2) Deze bestreping evenals de vleugel – en staartpennen moeten diepzwart van kleur zijn.
3) Totaal geen aanwezigheid van bruin phaomelanine.
4) Hoorndelen zo zwart mogelijk.
5) Kleurverdeling goed verdeeld, over het gehele lichaam, ook in flanken, dijen en onderlichaam.
6) Volle blauwstructuur en de intensief factor.
7) Minimale aanslag (rec. wit factor, geen aanslag).

ENKELE VOORKOMENDE FOUTEN:

1) Te fijne tekening, tekening is onderbroken.
2) Lichte of bonte hoorndelen.
3) Flanken of onderlichaam te licht van kleur.
4) Te veel aanslag BV. vleugel, staart, schouders.
5) Laat nog bruin phaomelanine zien.

STANDAARDEISEN ZWART WIT:

1) Een goed doorkomende zware bestreping, niet onderbroken(Tekening is iets breder dan van de Zwart wit intensief).
2) Een weinig bruin phaomelanine is toegestaan, dit op de rug en borst.
3) De gehele bestreping zo donker mogelijk.
4) Hoorndelen ook zo donker (zwart) mogelijk.
5) Kleurverdeling goed verdeeld over het gehele lichaam, ook op de borst, onderlichaam en flanken.
6) Een minimale aanslag (rec. wit geen aanslag meer).

Uiteraard kunnen deze vogels voorkomen in de Rec wit en Dominant wit factor.
OPMERKING

(Groen = Zwartgeel schimmel) (Goudgroen = Zwartgeel intensief) (Staalblauw = Zwart wit intensief) (Leiblauw = Zwart wit schimmel)

Bij koppelingen 3 en 4 zoal het aantal “groene” vogels veel minder zijn dan bij koppeling 1 en 2.
En nogmaals kweek alleen met die vogels die het zwarts van pigment zijn, en zo weinig of geen bruin phaomelanine bezitten. En als men T.T.- vogels kweekt is het net als bij de groene. Hier zal de staalblauwe meestal het hoogst scoren. Het waarom zal u nu wel bekend zijn. Dus zorg in je kweekvogels zo veel mogelijk blauwfactor en houd soort. Wout van Gils.

Vanaf 2003 isook deze standaard aangepast worden naar het meer zuiderlijke Type toe,er is wel een overgangs periode ingesteld. Gelieve hier goed rekening mee te houden ,Zie ook de rubriek AOB technische commissie.E-Mail wout@woutvangils.be

 

Begrippen in erfelijkheid.

bookwormwht

Begrippen in erfelijkheid.                        Wout van Gils.

Inleiding.

Als men bij ons liefhebbers het woord erfelijkheid aanhaalt of een artikel ziet in een maandblad dan zijn we gauw geneigd dit over te slaan en of niet te ver op in te gaan.Zodra men over formules en de daarbij horende symbolen gesproken wordt dan is dit voor velen een moeilijk te begrijpen zaak, ik zelf heb er ook problemen mee, maar toch als je er aan begint in een bepaalde kleur dan blijkt dit toch redelijk mee te vallen.
Als je dit bij de soorten vogels houdt die je kweekt, dit met de symbolen er bij dan kom je er meestal wel uit. En dan blijkt dat het toch te leren valt al moet ik bekennen je moet je daar regelmatig in verdiepen en uiteraard ook interesse voor willen tonen.Het kan dikwijls lang duren voordat deze interesse, die daarbij nodig is opgebracht kan worden. Willen wij het kweken van kanaries tot een zinvolle vrije tijd besteding ontwikkelen en houden, dan zullen we eerst een zekere hoeveelheid kennis hiervan moeten op doen. Kennis aangaande de erfelijke gedragingen van de vele kleuren en variaties, zoals die zich kunnen doen bij de kleurkanaries, ook de diverse uitdrukkingen die door de kwekers onderling worden gebruikt zullen we ZEER zeker moeten kennen. Het is hier over dat ik op een eenvoudige wijze duidelijk maak wat er wordt bedoeld met deze begrippen BV homozygoot, dominant,recessiviteit en nog andere begrippen. Het zijn deze begrippen die elke liefhebber toch zeker onder de knie moet zien te krijgen, en daardoor komt misschien de interesse voor iets verder te werken in de formules ook naar voren toe.
Wat is erfelijkheid.

Erfelijkheid is het overdragen van kenmerken van de ouders op hun nakomelingen, dit kunnen bij alle ouders aanwezige eigenschappen zijn de zichtbare en onzichtbare. ouders en hun kinderen zullen meestal op elkaar lijken, broers en zusters tonen dikwijls dezelfde kenmerken. wij praten hier over als stam gelijkheden. Vooral bij de liefhebbers die zich specialiseren in een bepaalde kleur kunnen we gelijke specifieke eigenschappen aantreffen. Let maar eens op de bouw, grote, gedrag van deze vogels onderling, hebben deze een sterke overeenkomst, ik denk dat de meeste onder ons deze wel kennen of zeker is opgevallen. Zelden echter zal de uniformiteit van dien aard zijn dat er geen kleine verschillen zijn op te merken. Als we een aantal vogels bij elkaar zetten zullen we bij een oppervlakkige beschouwing niet veel afwijkingen vast stellen in de kleur. Gaan we da vogels nauwkeuriger bekijken dan zien we al gauw een afwijking in kleur gradaties, de ene vogel wat lichter als de andere de ander wat dieper en zo voort. Met andere woorden we treffen een verschillende variatie van kleuren aan. Ook tussenliggende kleuren (intermediaire kleur) worden waargenomen. Men kan stellen dat elke kleur onderhevig is aan kwantitatieve en kwalitatieve verschillen. De kleurkenmerken vererven volgens vaste regels. De uiting van die kleur is niet altijd hetzelfde.
De factor.

Door samensmelting van de mannelijke zaadcel en de vrouwelijke eicel wordt de basis gelegd voor het nieuw te vormen leven. Hierbij worden de oudereigenschappen meegegeven. Dit noemen we de erfelijkheidsfactoren. Met andere woorden GENEN genoemd. De nieuwe cel is ontstaan (zygoot) bevat alle stoffen die nodig zijn voor de ontwikkeling van de verschijningsvorm (phaenotype). Voor elke eigenschap in de kiemcel is een factor (gen) aanwezig. Wij als kweker bepalen ons hoofdzakelijk tot de factor (gen) die de kleur of tekening bepalen.
Celdeling.

Een cel bestaat uit een bolletje, van een geleiachtige substantie omgeven door een vliesje. In de cel bevindt zich de celkern. De celkern bevat kleine draadvormige lichaampjes, de zogenaamde kernlussen, chromosomen genaamd. De chromosomen beschouwen we als de dragers van de erfelijkheids factoren. Deze zijn steeds in paren voorhanden dit is dus ook het geval met de factoren. Gaat de cel zich delen, hetgeen gebeurt door in snoering, dan groeit er een wand midden in de cel. In elke celhelft bevindt zich dan een chromosoom en de daarin zetelende factoren. Om nu een volledige celinhoud te krijgen, splitst het chromosoom zich in twee, de nu volgroeide cel beschikt dan weer over de volledige chromosoom paren. Alles kan zich nu opnieuw gaan herhalen.
Geslachtscellen.

U kunt zich indenken, als bij de bevruchting de zaadcel en de eicel samen komen en dus de kiemcel vormen, dat de kiemcel dubbele chromosoom paren zou kunnen bevatten. Maar dit is nu niet het geval. De geslacht of voortplantingscellen (gameten) zijn cellen met een halve inhoud, de nakomelingen krijgen immers de helft van beide ouders. Tijdens de ontwikkelingsperiode van de voortplantingscellen vindt er een andere deling plaats. In een bepaalde fase ontvangt de gameet (voortplantingscel) slechts een chromosoom van het paar. Dus ook een factor voor elke eigenschap. Op deze wijze wordt het evenwicht hersteld. Zodra de kiemcel is gevormd, dus de bevruchting, dan pas is de cel weer volledig. De tot het lichaam behorende chromosomen heten autosoom-chromosoomen. Dit ter onderscheiding van het geslachtchromosoom, die worden aangeduid met de letters X en Y. In de X en Y chromosomen liggen de factoren die het geslacht bepalen.

De mannelijke vogels bezitten XX.
De vrouwelijke vogels bezitten XY.

De vogels en vlinders vormen hier eigenlijk een uitzondering op. Want bij alle zoogdieren en bij ons mensen is het precies andersom gesteld namelijk.

De mannelijke bezitten XY.
De vrouwelijke bezitten XX.

Voor ons kanarie kwekers is het X chromosoom bijzonder belangrijk, naast de geslachtbepalende factoren bevinden zich daar de meeste kleur factoren. De kleur zwart, bruin, agaat, isabel de pigmentfactoren op een uitzondering na, bevinden zich in het X chromosoom. Dit is niet het geval met het Y-chromosoom. Het Y-chromosoom noemt men wel het ledige chromosoom, maar dit is niet helemaal waar. Het Y-chromosoom heeft wel degelijk een functie, het fijne hiervan is echter niet helemaal bekend. De mannelijke vogel produceert dus een soort gameten, steeds met het X-chromosoom. De pop zowel met X en Y. Het toeval regelt of de kiemcel van de vader of moederzijde (X) ontvangt. Met andere woorden de X van de man en de Y van de pop. Normaal gezien worden er dus net zoveel mannen als poppen geboren.
Verervingswijze.

In de kleurkanarie kweek hebben we te maken met verschillende manieren van vererving. De kleurfactoren bezitten over het algemeen een dominante of een recessieve vererving wijze. In een mindere mate is er sprake van een intermediaire vererving. Het is belangrijk te weten op welke manier zich een factor gedraagt, de kweekuitkomsten van verschillende koppelingen plaatsen ons dan niet voor verassingen. Dan kunnen we ook weten waarom een zekere kleurslag juist in die kleur te voorschijn komt, en waarom een andere kleur juist niet zichtbaar wordt. De vererving kennis leert ons waarom juist een bruine pop een pop is. En waarom die vogel in de zwartreeks van het mannelijke geslacht is. Een prettige bijkomstigheid is dat we bij sommige kweek kombinaties reeds aan de kleur kunnen zien welke het geslacht van de jonge vogels is. Dominant wil zeggen overheersend, bijvoorbeeld u zou een zwartgele man aan een witte pop koppelen (let wel dit is een overdreven en verkeerd voorbeeld). Alles verloopt goed, de eieren zijn bevrucht en de jongen komen naar ongeveer 14 dagen gezond uit. Wat we direct zien is dat alle jongen donker zullen zijn, en er niet een witte vogel tussen zal zitten, ook al zouden we anders om koppelen de uitkomst zal het zelfde blijven. Hierdoor stellen we vast dat de zwart gele kleur dominant is over de witte kleur. De witte kleur is in dit geval recessief, hetgeen betekend terugtrend.
Recessief en / of Intermediare.

Het zou ook kunnen gebeuren, dat er in plaats van zwart gele alleen witte kanaries worden geboren. In dit geval is wit dominant over zwartgeel. Er kan echter ook een andere kleur verschijnen. Inplaats van wit of zwartgeel blijken er BV ook grijs te zijn. Dit verschijnsel van de mengkleur duiden we aan met intermediaire (middenhouden) een veel gehoorde uitdrukking is: “Wat er in zit, komt er ook uit”. Hier zit een kern van waarheid in. De witte of zwart gele kleur is niet zomaar verdwenen, zij is namelijk verborgen ofwel latent aanwezig. Dit verschijnsel wordt meestal split genoemd. Split wijst immer op een recessieve eigenschap. Dit wordt meestal op de volgende manier aangegeven.

Zwartgeel/wit of wit/zwartgeel

De oudervogels, hetzij in zwartgeel hetzij in wit, zijn fokzuiver van kleur. Dit noemen we homozygoot. Homozygoot voor zwart of wit. Hun nateelt is niet fokzuiver. Doch heterozygoot, dit wil weer zeggen meervoudig verervend. De jongen vererven meer als de zichtbare kleur. Een minder geslaagde uitdrukking is fok onzuiver. Ter verduidelijking de benaming van de kleur vogels is bedoeld als voorbeeld, en om dit alles duidelijk naar de liefhebber over te brengen.
Modificatie (niet erfelijke eigenschappen).

Is het optreden van verworven eigenschappen. Deze zijn niet erfelijk. Bijvoorbeeld een kanarie die een teen of nagel of nog erger, een oog zou missen, zal dit gebrek nimmer vererven aan zijn nakomelingen. Modificaties kunnen veroorzaakt worden door bijvoorbeeld invloeden van buitenaf. Zo kan de kleur bruin van de kanarie flink opbleken door de invloed van het zonlicht (zie ook mijn artikel wel of geen zonlicht). De opgebleekte vogel blijft echter het erfelijk vermogen tot ontwikkeling van de volle bruine kleur behouden. Een voedings tekort tijdens de groeiperiode kan kleur (verwateringen) in de bevedering laten ontstaan, ook dit is weer een vorm van modificatie.
Mutatie.

Mutatie is een verandering van een factor waardoor een nieuw kenmerk ontstaat. De zeer vele kleurvariaties bij de kleurkanarie hebben hun verschijningsvorm te danken aan het muteren van een kleurfactor. Zo ver als men dit heeft kunnen nagaan behoort onze bruine kanarie tot de oudste kleurmutanten. Het is zeker al vele honderden jaren geleden dat deze mutatie zich heeft voorgedaan. Een eerste voorwaarde waaraan een mutatie moet voldoen is dat hij erfelijk is. Het kenmerk van de mutant moet volledig terug te vinden zijn in de nakomelingen. De meeste mutaties zijn recessief in hun verervingswijze. Slecht enkele hebben een dominant karakter. Vooral de laatste tien jaar zijn er nog al wat kleurveranderingen ontstaan. En denk maar weer eens aan de topaas, eumo, onyx. De laatste jaren gaat het weer erg snel. Als we ooit het geluk mogen hebben dat in onze broedkooi een mutatie optreed, is het zaak deze goed en snel vast te leggen. In de meeste gevallen is terug paren aan de ouders gewenst. Tevens, en dat zal ook wel duidelijk zijn, terug koppelen van broer en zus.
Geslachtsgebonden vererving.

De factoren die de kleurschijning aan de kanarie geven kunnen hun ligging hebben in het X chromosoom of in een auto-chromosoom. Alle kleurfactoren die betrekking hebben op de melamine liggen op het X-chromosoom. Dit heeft tot gevolg dat de man in het bezit kan zijn van verschillende factoren die betrekking hebben op de melaninestoffen. Of zoals we meestal zeggen op de pigmentkleur. Door bezit van slechts een X-chromosoom is dit bij de pop nooit het geval. Een gepigmenteerde pop kan dientengevolge alleen haar eigen kleur vererven. Een man kan dus behalve zijn zichtbare kleur nog één of meerdere pigmentkleuren vererven. De man kanarie heeft het vermogen de betrokken kleurfactor over te dragen aan zonen en dochters. De pop alleen aan haar zonen. Afhankelijk van de dominantie of recessiviteit zal dit de kleur van de nakweek bepalen.
Onafhankelijke vererving.

Ook wel vrije vererving bedoeld. Inplaats van onafhankelijke vererving gebruiken we de uitdrukking niet-geslachtgebonden vererving. De kleurfactoren die vrij vererven, liggen in een autosoom-chromosoom. Omdat de man of pop hierin geen verschil kennen, zullen de man en de pop deze factoren aan zonen en dochters worden afgegeven. de beide ouders brengen hier evenveel in. De paring van twee total verschillende kleuren zal in de nateelt in beide geslachten hun invloed uitoefenen. De witte, rode, gele kleur gedragen zich als onafhankelijk verervende factoren. Evenzo de opaal, ino en recessief wit factor. Dat wil weer niet zeggen dat er onderling geen dominante, resesiviteit of wel intermediaire betrekkingen bestaan. De geslachtsgebonden vererving gaat altijd samen met de werking van een vrij verervende factor. Te samen brengen zij het totaal kleurbeeld tot stand.
Besluit.

Ik hoop met deze uiteenzetting u weer eens een aanzet te hebben gegeven om toch eens wat meer te gaan doen met deze begrippen in de praktijk. We kunnen deze zaken niet missen in onze kweek, we moeten ze gebruiken, om te weten en te volgen wat er gaat en gebeurt is. Na het lezen van dit artikel moet bij de meeste onder ons het een en ander duidelijker zijn geworden, zonder over te gaan in formule vorm. Voor mij was het schrijven van dit artikel weer een nodige op frisser, ik hoop dat dit voor alle lezers van dit artikel het geval is. En voor de beginnende liefhebber een aanzet om er meer mee te gaan doen zelfs in formule vorm. Dan is ook dit artikel weer van veel nut geweest voor onze liefhebberij. Er zijn al veel artikels geschreven over dit onderwerp. Het geeft aan hoe belangrijk het voor ons kwekers is

De blauwfactor ja / nee.

Zwart geel pastel intensief


De blauwfactor Ja of Nee ?                                               wout van Gils

 Inleiding

Wij kanariekwekers kennen allemaal een groot aantal kleurslagen. Dat al deze kleurslagen hun uiterlijk te danken hebben aan een combinatie van kleuren, al dan niet samen met «factoren», die weer een bepaalde werking hebben op de bovengenoemde kleuren combinaties.De kleuren die wij kennen zijn bij onze kanarievogels o.a.:

1) HET ZWART = Eumelanine

2) HET BRUIN = Phéomeanine.

De grondkleuren: geel, rood en wit. Deze kunnen samen met de boven genoemde kleuren een combinatie maken. Het zwart en het bruin kunnen weinig of veel voorkomen in deze combinaties. Daarnaast zijn er nog andere factoren die weer een invloed hebben op het totale kleurbeeld van een.bepaalde vogel NL :

SCHIMMELFACTOR – INTENSIEFFACTOR
IVOORFACTOR – MOZAIKFACTOR
ISABELFACTOR -AGAATFACTOR
PASTELFACTOR -SATINETFACTOR
OPAALFACTOR en de! BLAUWFACTOR!

Het is deze blauwfactor die de keurmeester nogal eens bestraft bij bepaalde T.T. vogels. Regelmatig komt over deze factor een gesprek naar voren op mijn lezingen. Mijn collega,S en ik zelf wijzen dan ook regelmatig op de goede en de kwade kant van deze factor. Daarom wil ik hierover eens een artikel maken, met de voor en nadelen van deze factor.

Velen vragen zich overigens af:

1) WAAR KOMT DEZE BLAUWFACTOR VANDAAN?

2) WELKE WERKING HEEFT HIJ OP ANDERE KLEUREN?

3) HOE KUNNEN WE DE BLAUWFACTOR HERKENNEN?

Vele liefhebbers weten hier geen antwoord op en gebruiken daardoor deze factor jammer genoeg VERKEERD.Hoe werkt de blauwfactor? en Hoe ontstaat deze?De blauwfactor wordt ook genoemd de Optische factor of structuurfactor». Er zijn er ook die zeggen de «citroenfactor», dit is weer minder waar, want dit is weer een combinatie van de blauwfactor met geel. De blauwfactor op een bv zwart gele kanarie zorgt ervoor dat deze vogel pas echt donkerder wordt.

Wat doet nu de blauwfactor? DEZE FACTOR VEROORZAAKT EEN STRUCTUUR WIJZIGING IN DE MERGCELLEN VAN DE BEVEDERING. DAARDOOR VERANDERD HET OPTISCH EFFECT VAN PIGMENT EN VETSTOFKLEUR.Het ontstaan van deze factor is zoals de meeste voortgekomen uit een mutatie. Op een gegeven moment (wanneer weet ik niet) werd bij een kweker een vogel waargenomen, waarvan het geel ging lijken op een citroenkleur. Daarbij viel ook op dat het bestaande bruin veel minder was geworden. Deze citroen gele kleur was een combinatie van de gele kleur en deze nieuwe factor (mutant). Deze nieuwe factor heeft men de naam gegeven van BLAUWFACTOR». Achteraf bekeken is dit heel normaal want een combinatie van blauw + geel geeft groen. PROBEER DIT MAAR EENS DOOR EEN BLAUW EN EEN GEEL KLEURPOTLOOD DOOR ELKAAR TE KLEUREN. RESULTAAT: GROEN.

(Je zult zich nu ook afvragen hoe het geel en het blauw nu in onze kanarievogel komt, en hoe komt het nu dat dit samen de citroengele kleur geeft? Om hier een antwoord op te krijgen zullen we de bevedering van de vogel iets beter moeten gaan ontleden en kennen.Zoals we allen al weten heeft een veertje een smalle zijde (vaanzijde) en een brede zijde (vlagzijde), deze bevinden zich leder aan een zijde van de schacht. Deze zijn weer opgebouwd uit zijtakjes (baarden) die weer in elkaar grijpen. Onderaan van de schacht zit de dons. In de baarden bevindt zich de kleurstof, fig. 1. In dit voorbeeld is deze kleur geel. De schacht kunnen wij beschouwen als het toevoerkanaal van de kleurstof. Als wij nu een zo’n zijtakje doormidden zouden knippen en wij zouden deze vergroten, dan zien wij het volgende: fig. 2. Zoals men in fig. 2 kan zien noemen wij het hart van zo’n baardje de kern. Daaromheen zit de gele kleurstof. Als wij nu een kanarie in ons bezit hebben met de blauwfactor dan is op deze kern nog een soort ring aanwezig, fig. 3, die allemaal uit kleine holten bestaat.Deze holtes zijn nu een gevolg van de ontstane mutatie, waardoor de structuur, de samenstelling, anders is geworden. Daarom ook dat de blauwfactor ook wel structuurfactor wordt genoemd. Deze holtes (fig. 3) zijn nu de makers van het blauw in onze kanaries. Vroeger op school hebben ze ons geleerd dat het daglicht bestaat uit de kleuren ,rood ,Geel ,Groen , Blauw En violet.    

Samen geven ze ons de kleur wit, dus het daglicht. Als nu het daglicht valt op bv. een stukje papier, dan worden alle rode, gele, groene en violette stralen door het stukje papier opgenomen, en de blauwe lichtstralen teruggekaatst, dan zullen wij de kleur van dat papier als blauw waarnemen. Ditzelfde gebeurt nu ook met het daglicht dat op onze gele kanarie valt die in het bezit is van de blauwfactor, dus een vogel waarbij zich rondom de kern van de baardjes een ring bevindt. Deze ring bestaande uit holtes (fig. 3), is in staat om de blauwe lichtstralen uit het daglicht te splitsen en voor een gedeelte terug te kaatsen (fig. 4), de overige stralen, de rode, groene en violette, worden opgenomen door de kern. De teruggekaatste lichtstralen, de blauwe dus, worden samen met de eveneens teruggekaatste gele lichtstralen, die op de gele kleurstofdeeltjes vallen, waargenomen als citroengeel.Ik denk dat het nu wel duidelijk is dat de blauwfactor een structuurwijziging veroorzaakt in de bouw van de baarden in de veren, en dat dit veroorzaakt wordt door de bewolkte zones (holtes) rond de kern. Dus boe groter de concentratie van melanine in de kern, hoe groter het blauweffect zal zijn. Het is jammer dat we hieraan weinig te zeggen hebben. BIJ ONZE KANARIEVOGELS HEBBEN WIJ TE MAKEN MET WEINIG TERUG GEKAATSTE BLAUWE STRALEN. Was het maar waar dat alle blauwe stralen teruggekaatst werden, dan zouden we ook echte blauwe kanaries kennen. Denk maar eens aan ons blauw van de parkieten en exoten. Dit is dus bij onze kanaries niet haalbaar. Als men praat over de enkele of dubbele blauwfactor, zit bier maar een gedeelte waarheld in. De sterkte van de blauwfactor is alleen afhankelijk van het aantal bezit te holtes rondom de kern, ik denk dat dit nu wel iedereen duidelijk is. Verder is het belangrijk te weten dat de blauwfactor het best kleurverdiepend zal werken bij vogels met korte bevedering. Bij een goede selectieve kweek (stamkweek) is deze blauwfactor goed te verbeteren, steeds vogels met een max. aan blauwstructuur aan elkaar koppelen. Let wel op dat de intensiviteit van de kleur en bevedering hier een grote invloed hebben op het uiterlijk van de vogel. Denk maar eens aan onze Zwart wit intensief vogel, hij zal ook altijd winnen van onze zwart wit schimmel vogel. Het waarom zal nu wel duidelijk zijn, als ik zeg dat op de niet intensieve vogels de blauwfactor weinig of geen vat heeft. DE BLAUWFACTOR MOET DUS GEPAARD GAAN MET DE INTENSIEF FACTOR EN DAARBIJ EEN ZEER DONKERE ZWAAR GEMELANISEERDE KERN VAN DE BAARDEN. (dus bv. een groene kanarie). Bijna ben ik aan het einde van de uiteenzetting van de blauwfactor, ik moet ook nog vertellen dat de blauwfactor in onze kanarievogel echter ook een heel belangrijke invloed heeft op het BRUINBEZIT, en wel dit bruin wat tussen de streepjes ligt. De blauwfactor zet het bruin wat tussen de streepjes ligt om in zwart of bruin waaruit de streepjes ontstaan. Dus de blauwfactor heeft een dubbele werking:

1 – HEEFT EEN BRUINBELETTENDE WERKING.

2 – GEEFT AAN HET GEHEEL EEN HARDERE kleur   –       KLEUR,CITROENGEEL.(structuurwijziging)

1) Zwart wit intensief.                              Dubbele blauwfactor

2) Zwart geel

3) Zwart geel  int.

4) Zwart geel pastel

5) Zwart geel ivoor pastel  int.

6) Geel  Intensief

7) Zwart geel                                       Enkele blauwfactor

8) Zwart wit pastel

9) Agaat wit

10) Agaat wit pastel.

Ter herinnering: bij alle bruine vogels nooit een blauwfactor in kweken, alleen bij de hierboven vermelde soorten. (Let op bij de aankoop)

Vererving

De blauwfactor vererft onafhankelijk en intermediair. Met andere woorden, dat het eenmalig bezit van deze factor ook tot uiting komt, Bv. de zwart wit. Een dubbele aanwezigheid geeft dan ook een volle blauwuiting, de zwart wit intensief. Dus bezit een zwart gele kanarie hoog geel, de blauwfactor en vanzelfsprekend de intensief factor, dan zou er volgens het boekje een fantastische vogel uit moeten .Het zal duidelijk zijn dat bij de zwart witte vogels de intensief factor alleen vast gesteld kan worden door de lengte van de bevedering.komen, maar ja er tellen nog enkele rubrieken mee. Maar we zitten heel dicht bij de top, en dat is toch de bedoeling of niet soms.

 Besluit:

Ik hoop dat ik met deze uiteenzetting wederom veel kanariekwekers weer wat heb bijgeleerd. Het is een moeilijke factor en men weet nooit boe sterk deze werkt, maar het belangrijkste is dat we weten wanneer we hem moeten gebruiken. Ik hoop dat het voor iedereen wat duidelijk is geweest

Succes met de Blauwfactor ,en gebruik hem waar het nodig is. Wout van Gils

Bontheid wat doen we er mee

Bontheid bij onze kleurkanaries wat doen we er mee .

 

De meeste kanarie kwekers weten maar al te goed wat er met bontheid wordt bedoeld ,zeker onze kwekers tentoonstellers worden er wel eens mee geconfronteerd Als ze het nu willen of niet af en toe komt er in het nest een vogel te voorschijn die hier en daar wat bontheid zal laten zien .Voor de keurmeesters is dit een zware fout ,en zullen dit ook moeten bestraffen met  NG  ( Niet gekeurd ) . Dikwijls is er op onze tentoonstellingen ook een discussie als nu deze vogel wel of niet bont is ,maar weet de keurmesters weten echt wel waar ze op moeten letten om bontheid vast te stellen ,en oordeel niet te snel ,om te zeggen de vogel is niet bont. De kweker die voor zijn plezier kanarie,s kweekt zal zich minder zorgen maken over eventuele bontheid in de bevedering ,maar het is toch types dat ook deze kwekers proberen een zuivere vogel te kweken ,zeker in de kleuren geel,wit,rood ,willen deze mensen ook graag geen bontheid in de bevedering hebben .Natuurlijk is dit helemaal uitgesloten bij kwekers die selectief kweken ,en op de standaard kweken .Maar moeten we nu bontheid voor verder kweek nu resoluut uitsluiten ??

Bontheid uitsluiten voor de kweek ???.

Het is deze vraag die regelmatig door kwekers gesteld wordt ,op lezingen ,voordrachten ,keuringen ,E-mails enz .Moet men nu echt bontheid uitschakelen voor verder kweek. In de bontheid kent men bonte phaeo ,en eumelanine .Deze kunnen kan voortkomen ,in de veren ,pluimpjes ,haakjes ,en baarden ,en op de hoorndelen kortom overal kan bontheid voorkomen .Maar bontheid kan zich ook uiten in bonte pennen  (kleurloos ) in de pigmentreeksen bijvoorbeeld. Het is niet makkelijk om nu direct te zeggen dat elke vorm van bontheid moet worden uitgesloten voor verdere kweek .Ik denk zelf dat dit zeker niet het geval hoeft te zijn. Menig grote kweker kweekt wel eens met vogels waar een minimale bontheid in voorkomt. Welke vetstof kweker weet eigenlijk niet dat  dikwijls een erg mooie diep doorgekleurde en heldere vogel ergens een minimaal bont pluimpje wil laten zien .en dat dit pluimpje zich meestal ook nog openbaard in de binnenkant van de dijen van de vogel . Hoeveel kwekers zouden daar al niet mee  geconfronteerd zijn geworden ,en hoeveel zouden er daar al tegen de lamp gelopen zijn  op de keuringen .Bij goede vetstofvogels moet men altijd letten op deze vorm van bontheid in de flanken ,het komt regelmatig voor ,,en je kan het bijvoorbeeld voor een TT vogel ook makkelijk weghalen ,zonder dat er bevederings fouten ontstaan. Dit valt zeker niet onder de noemer fraude ,dit is het opmaken van een vogel ,doe je het niet dan is het tijdens een keuring  NG ,haal je het pluimpje weg dan is het best mogelijk dat de vogel mee doet voor en titel. En het zijn ook deze vogels die zeker niet voor de verdere kweek uitgeschakeld moeten worden ,zoals eerder vermeld is de kleur van deze vogels meestal altijd erg goed. En kan dan ook gerust mee doorgekweekt worden .Natuurlijk moet de bontheid minimaal bedragen ,en niet een halve flank ,maar dat zal wel duidelijk zijn denk ik zo.

Bontheid in de vleugel en of staartpenen ,zowel Phaeo of eumelanine ,en dan in grote mate is beter uit te sluiten ,al zijn ook hier kwekers die er anders er over denken ,zij weten dat er uit dit koppel bonte vogels komen ,maar weten ook dat het model ,en vorm ,en kleur van deze vogels perfect is als er geen bonte jongen  uit komt ,zij nemen bewust deze gok. Met andere woorden zij weten dat er bont uit komt ,maar als er geen uitkomen weten ze ook dat het dan erg goede vogels zijn. Maar de meeste kwekers schakelen toch de bontheid in de bevedering als deze voorkomt in grote mate volledig uit. .Ook bontheid bij de pigment vogels bijvoorbeeld witte pennen in staart of vleugels worden normaal niet meer ingezet voor de kweek ,daar de meeste jongen deze bonte pennen zullen overerven.

Bontheid in de hoorndelen.

Iedereen zal deze bontheid ook wel kennen ,wat te denken van een zwart streepje op de bek ,een vlekje op het loopbeen,een witte teennagel enz . een vervelend voorkomen wat weinig of niets meer aan te doen is .Als deze vogels uitgeschakeld moeten worden voor de selectieve kweek ,zijn de meningen nog wat verdeeld ,Ik persoonlijk ben van mening dat doorkweken met bontheid in de hoorndelen flink vererft, en dus regelmatig zal terug komen .Bij mijn kweek van vetstofvogels zal ik dan vogels uitschakelen die bontheid in de hoorndelen laten zien. Ik hoop zo het een en ander verduidelijkt te hebben ,maar ieder die zijn stam vogels goed kent weet nog beter om te gaan ,met het wel of niet doorhouden van licht bonte  pluimpjes in de bevedering .Succes Wout van Gils.

Vererving en voortplanting.

kan jong


 

Vererving en voortplanting.                                                                 Wout van Gils

Inleiding.

Het begin van de erfelijkheidsleer ligt zoveel eeuwen achter ons niet meer te achterhalen is. We kunnen ons echter voorstellen dat de mensen in vroegere eeuwen hoofdzakelijk hun bestaan vonden in (al was het in onze ogen primitief) landbouw en veeteelt. Een goede opbrengst van land en vee was, en is nu nog, een zaak van leven en dood. De boeren stonden dan ook eigenlijk aan de wieg van de erfelijkheidsleer. Natuurlijk, in het begin niet bewust, maar men kwam er toch waarschijnlijk al wel vlug achter dat uit slecht zaad geen goed koren groeide en dat uit een klein en langzaam paard geen vurig strijdros geboren werd.Zo is men al vroeg begonnen met het selecteren en veredelen van planten en dieren. Dit ging vaak met teleurstellingen gepaard, omdat men alleen op het uiterlijk afging en geen idee had van wat er precies gebeurde. Lang heeft men gedacht, dat erfelijkheid en vererving een zaak van bloed was. Men stelde zich voor dat het bloed van het jong voor de helft bestond uit dat van de vader en dat de andere helft van de moeder kwam. Het bloed van het kind zou een mengsel zijn van het bloed van de ouders. Deze veronderstelling heeft een lang en taai leven gehad.Voordat we gaan denken over de erfelijkheid moeten we het eerst eigenlijk nog hebben over bevruchting. Ook dat is lang een raadsel voor de mens geweest. Het is door het onderzoeken van oude geschriften bekend, dat de Babyloniërs en Assyriërs de bloemen van hun dadel planten bestoven om er voor te zorgen dat er vruchten kwamen. Dat ze daarmee kunstmatige inseminatie bedreven is hun echter ontgaan. (Kunstmatige inseminatie is het langs onnatuurlijke weg bevruchten van een eicel). Ook de dierlijke voortplanting is lang een raadsel geweest. Men wist wel dat een geboorte vooraf gegaan moet worden door een paring, maar veel meer niet. Omstreeks 1670 werd een grote stap vooruit gedaan, door de ontdekking van de zaadcellen (spermatozoïden). Met de ontdekking daarvan had men echter de functie nog niet begrepen.Een lange tijd heeft men gemeend, dat het parasieten van de eicellen waren. Omstreeks 1840 werd algemeen aangenomen, dat de ontdekking, die men in 1670 had gedaan in feite de voortplantingscellen van het mannelijk wezen waren. De eigenlijke bevruchting van een eicel door een zaadcel werd voor het eerst waargenomen in 1854. U begrijpt dat vanaf toen pas een gerichte studie over erfelijkheid en vererving mogelijk was.De geslachtsorganen van de vogels.Wanneer we onze vogels goed kennen, kunnen we vaak aan de kleur van de veren of aan de vorm zien of we een man of een pop hebben. Vertrouwen we ons niet, dan pakken we hem of haar in de hand en blazen de veren rond de aarsopening of cloaca opzij en zien dan bij de man een uitstulping die we TAP noemen. Bij de pop is het uiteinde van het lichaam rond.Secundaire geslachtskenmerken.Het verschil in kleur en het verschil van vorm tussen mannen en poppen noemen we de SECUNDAIRE geslachtskenmerken of de kenmerken, die niet direct met de geslachtsorganen te maken hebben.Primaire geslachtskenmerken.De uitstulping of de tap bij de man en het ronde achterlijf bij de pop zijn PRIMAIRE geslachtskenmerken, of kenmerken, die direct betrekking hebben op de geslachtsorganen.
De pop 

De inwendige geslachtsorganen van de pop bestaan uit de EIERSTOKKEN en de EILEIDER. Als onze pop broedrijp wordt, groeien aan de eierstok de dooiers. Aan die dooiers wordt voordat ze zich losmaken van de eierstok, een eicel toegevoegd. De dooier, die zich losgemaakt heeft, zakt in de trechtervormige opening van de eileider en wordt daar eerst omhuld door een laag EIWIT. Op haar weg naar de uitgang wordt het ei ook nog voorzien van enkele VLIEZEN en tenslotte van een KALKLAAG, die het beschermt tegen beschadiging en snelle afkoeling. Wanneer het ei volledig is en de schaal stevig genoeg, wordt het door het samentrekken van de buikspieren naar buiten geperst via de CLOACA. De man

sexenmsexenp

De inwendige geslachtsorganen van de man bestaan uit de TESTES, dat is een moeilijk woord voor de klieren waar de zaadcellen ontstaan en de ZAADLEIDERS. In het voorjaar of door kunstmatige verlichting en verwarming worden in de testes zaadcellen geproduceerd. Deze gaan door de zaadleiders naar een soort opslagplaats of magazijn dat zich dicht bij de cloaca bevindt en kunnen dan door het samentrekken van bepaalde spieren uitgestoten worden.
De bevruchting.

Menig serieuze kweker heeft in het voorjaar wel eens gemerkt dat er donsveertjes in zijn volière lagen en dacht dan aan een ontijdige rui en een verloren broedjaar. Bij meer ervaring bleek echter, dat deze donsveertjes een natuurlijk deel vormen van het broedrijp worden. De veren, die de pop verliest, komen van de buik. Deze wordt daardoor kaal en de pop die straks gaat broeden heeft daardoor een inniger contact met de eieren, waardoor de warmte overdracht van het lichaam naar de eieren wordt bevorderd. Door het uitvallen van de veren wordt ook daadwerkelijke belemmering voor de bevruchting uit de weg geruimd. Tijdens het bevliegen van de pop door de man, drukt deze zijn tap tegen de cloaca van de pop, door het samentrekken van bepaalde spieren bij de man, wordt het sperma, of anders gezegd de zaadcellen, bij de pop naar binnen gebracht. Deze hebben dan nog een lange weg voor de boeg. Ze moeten de hele weg door de eileider afleggen om bij de eicel te komen. Dit doen ze op eigen kracht, door het bewegen van hun staart. Zo’n zaadcel kunt U zich voorstellen als een klein kikkervisje

Carotenoide kleurstoffen.

 

 

Carotenoïde kleurstoffen:                                                                    W.v.Gils.

Gele vetstof ook wel xantofiel genoemd welke als laatste aanwezige kleurstof het uiterlijk van een zwart gele kanarie zal bepalen. Is ook een pigment kleur ,maar van een gans andere aard dan beide melanines ,het is een carotenoïde of vetstofkleur best oplosbaar in oliën  en vetten . Komt als luteine rechtstreeks uit de zaadvoeding en wordt in tegenstelling tot beide melanines langs het bloed in de groeiende veer afgezet. Zwart witte kanaries bezitten zoals bekend weinig of geen vetstof in hun bevedering ,zodat een bespreking ervan in eerste instantie overbodig lijkt ware het niet dat niet zozeer de kleurstof op zich van belang is ,maar eerder hoe en waar ze normaal in de veer komt. Dit is nl belangrijk om het enigszins afwijkend tekeningspatroon van Zwart witte kanaries t.o.V zwartgele en zwart rode beter te kunnen verklaren.De vetstofkleur bevindt zich Oa : ook in de veerranden ,zij het iets meer  geconcentreerd in de baardtoppen ,waar ze ook voor die plaats steeds in een soort concurrentie strijd zal liggen met de daar ook aanwezige bruine phaeomelanine. Men kan stellen waar vetsof zit kan weinig of geen buien phaeomelanine zitten met als gevolg waar het geel of het rood sterk aanwezig is ,zoals bij vol intensieve vogels met korte baarden, vinden we praktisch geen bruin en wordt zelfs ook de eumelanine door die sterkte vetstofconcentratie enigszins in elkaar gedrongen  met Oa . Een smallere bestreping tot gevolg. Maar ook omgekeerd ,waar weinig of geen vetstof is al het phaeobruin dan weer wel welig over heersen.

De vetstofkleur is dus in die tweestrijd, of driestrijd als u wil ,duidelijk de sterkste .Vetstof en bruine phaeomelanine kunnen wel lichtjes met elkaar “ vervloeien “ in elkaar overgaan ,maar nooit elkaar volledig bedekken. Het gevolg van dit alles laat zich  bij de zwart witte kanaries erg makkelijk raden  .Door de afwezigheid van vetstof zal bij deze kanaries het bruin bezit nooit in die mate kunnen beperkt worden zoals dat bij vergelijkbare zwartgele  en zwartrode vogels wel kan en zal t.z.t ook de bestreping normaal breder gaan uitvallen. Dat laat zich vooral duidelijk zien bij gemelaniseerde Mozaïeken waar de bestreping op rug en flanken wegens een praktisch kleurloze omgeving ( Denk eens aan onze Italiaanse typen die bezitten op die plaats praktisch geen bruin of vetstof meer ) maar dan ook aanzienlijk verbreden .( van de tekening) Kwalitatieve Zwartgele intensieven bezitten veel geelintensieve vetstof  verdeeld over ongeveer de helft van de contourveer. Bij schimmels is dat geel veel minder en zijn de randen dus kleurloos. Hou die zaken altijd goed uit elkaar .Succes Wout v Gils.

Crossing over hercombinatie van factoren.

Zwart wit


 

Crossing-over of Hercombinatie van Factoren.                    Wout van  Gils.

MIJN VOGEL IS TOCH FOKZUIVER.?

Men hoort regelmatig deze kreet, en zeker is hij bij menig liefhebber bekent. Men komt het tegenwoordig steeds meer tegen dat kwekers informeren hoe het toch mogelijk is dat men zo een soort vogel in zijn nest komt te liggen. Met het toenemen van het al maar kweken van de “niet klassieke kleuren” in de klassieke vogels is dit fenomeen fel toegenomen, zeker omdat er menig liefhebber er maar op kweken, en zeker niet weten wat men doet en aanricht. Een groot deel van deze vogels komen in de handel, worden weer verkocht met alle gevolgen (verassingen) van dien. Ook het niet goed vastleggen in je kweekboek van de in gekweekte factoren kan tot grote verrassingen (teleurstellingen) leiden. Ik weet zeker dat de meeste kwekers onder ons dit al eens hebben meegemaakt. Al zal zeker de meer ervaren kweker minder met deze zaken geconfronteerd worden.

Als iemand die zonder kennis van zaken en ervaring ergens vogels zal gaan kopen, en er zodoende mee gaat kweken. Een erg goede raad die ik u hiervoor kan geven is, koop altijd bij een kweker die selectief kweekt en die al vele jaren hoge ogen gooit met zijn soort vogels op de tentoonstellingen.

Maar toch is dit eigenlijk niet wat ik wil schrijven in dit artikel. Wat ik wilde schrijven is het volgende.

 

CROSSING-OVER OF HERCOMBINATIE VAN FACTOREN.

Het is namelijk mogelijk door het koppelen van bepaalde kleurslagen, nakomelingen te verkrijgen die u nog nimmer op uw hok heeft gehad, ondanks dat u toch fokzuivere vogels in bezit heeft. Via de kleuren agaat en bruin in het bezit te komen van groen en isabel. Dit is namelijk mogelijk door de twee hierboven genoemde factoren. Men komt deze crossing over ook zeer dikwijls tegen als “PASPERTOU” vogel (man). Hierover dan iets meer in detail. U zult namelijk al wel weten dat onze groene vogel een volledige pigment vogel is. Alles is in ongemuteerde vorm aanwezig.

DUS VOLLEDIGE PHEAO MELANINE EN EUMELANINE.

PHEAO MELANINE = bruin en korrel vormig.

EUMELANINE = zwart en staafvormig.

Door een mutatie bleef op een zeker moment het zwart pigment weg, en onze bruine kanarie was ontstaan. Zo is het ongeveer gegaan met onze bruine kanarie, toen het bruin verdween uit deze vogel was er niets meer over dan het zwarte pigment en zo werd onze agaat geboren. Dus door mutatie hebben de oorspronkelijke factoren een andere werking gekregen. (MUTATIE IS EEN GRIL DER NATUUR)Het zal nu wel duidelijk zijn dat, als we een bruine en een agaat weer samenbrengen, er weer een groene zal ontstaan. Dit noemt men dan een “HERCOMBINATIE VAN FACTOREN”. Wat men nu wel dient te weten dat deze groene vogel nu niet meer “fokzuiver” is. Hij heeft van de ene ouder de factor meegekregen om het zwart te laten verdwijnen, waardoor hij dus bruin vererft, en van de andere ouder kreeg hij de factor die het bruin reduceert, waardoor hij dus agaat zal vererven. Deze jonge man zal dan in bezit zijn van twee gemuteerde factoren. Als men nu gaat kweken met deze man zal hij hoofdzakelijk bruin en agaat vererven. Voordat er nu weer een groene zal ontstaan zal er eerst een “CROSSING-OVER” moeten voortkomen, zodat de factor zwart en bruin weer op het zelfde chromosoom komen te liggen.Een ander feit is nu ook mogelijk, namelijk dat de beide gemuteerde factoren op het zelfde chromosoom komen te liggen. De een zal nu het zwart pigment reduceren in bruin, de ander zal het bruin reduceren en zo zal onze “ISABEL” ontstaan. Dit is dan ook een bewijs dat eigenlijk onze ISABEL GEEN MUTATIE is, maar duidelijk wordt veroorzaakt door het samenbrengen van twee gemuteerde factoren n.l.: DE ZWART/BRUINE MUTANT. Dus het uitzicht van de isabel kunnen we zelf bepalen door:

ISABEL IS TE BRUIN DAN AGAAT INSCHAKELEN.

ISABEL IS TE BLEEK DAN BRUIN INSCHAKELEN.

Dus beste liefhebbers, niet altijd hoeft het een verrassing te zijn als men eens iets anders ziet liggen in het nest. Dit kan dan weer veroorzaakt zijn door de crossing-over. Met andere woorden het breken en verkeerd aangroeien van de chromosomen in zaad/eicel.

Er kunnen ook meerdere breuken ontstaan, de plaats waar de GEN (drager erfelijke factoren) ligt, speelt hierbij een grote rol. Hoe korter deze bij elkaar liggen, hoe minder kans er is voor crossing-over. Dus bij de sterk gekoppelde factoren zal het minder voorkomen dan bij de minder sterk gekoppelde factoren.

CROSSING-OVER kan voorkomen bij – GESLACHTSCHROMOSOMEN.

                                                           – AUTOSOMECHROMOSOMEN.

Het zal voor de meeste onder u wel duidelijk zijn dat voor de kleur en tekening alleen de eerstgenoemde van belang zijn, en dat er bij de poppen geen CROSSING-OVER kan voorkomen.

U ziet dat ondanks al weet u zeker dat uw vogel fokzuiver is er verassingen kunnen voorkomen. Maar nogmaals door goede selectieve aankopen een goede administratie en kennis ter zaken zal dit tot een uiterst minimum beperkt blijven. In hoeverre u nu de crossing-over in de praktijk zult moet gaan toepassen laat ik graag aan u kwekers over.Ik hoop u met deze uiteenzetting een bijdragen geleverd te hebben over het nut van goede verantwoorde aankoop, eerlijkheid ten opzichte van kwekers onderling. En zeker het nut van een kweekboek is van groot belang, en vraag hier ook naar bij je aankoop dit is voor je kweek van groot belang.Weigert men, zie dan af van je aankoop. Ook bij aankoop op vogelbeurzen moet men opletten. De beste methode is aan huis te kopen en te vergelijken via het kweekboek. Want nogmaals, we hebben onze klassieke vogels nodig om de niet klassieke vogels te verbeteren en te behouden. Maar de niet klassieke vogels hebben we niet nodig om klassieke vogels te kweken.In hoeverre dit gebeurt verklaart de steeds wederkerende verrassingen in onze nesten. En de daaraan verbonden vraag “DE VOGEL WAS TOCH FOKZUIVER ??”.

De Gele kanarie Makkelijk ?

Geel schimmelgeelintensief


De gele kanarie makkelijk te kweken.                                             W.v.gils.

De gele kanarie is bijna op de witte vogels na de meest voorkomende vogel op onze tentoonstellingen, zeker op grote TT en op internationale wedstrijden ziet men deze vogels veel. De Geel intensief, Geel schimmel, Geel ivoor intensief, geelivoor schimmel grote reeksen met veel vogels. Komt dat nu omdat deze vogels makkelijk te kweken zijn? Nou dat betwijfel ik toch, al blijkt zeker de laatste jaren in deze kleuren prachtige exemplaren te bewonderen vallen. In de Gelen met de ivoorfactor is het aantal iets minder maar vooral de Geel intensief doet het erg goed. Dat de gele het goed doet bij veel liefhebbers kwekers en tentoonstellers komt zeker niet omdat ze makkelijk te kweken zijn maar omdat deze kleur in da kanarie sport een veelgeliefde kleur is. VAESEN aAlles bij elkaar genomen zou men kunnen zeggen dat deze kleur mits de grondregels goed in de gaten te houden deze vogels goed te kweken zijn maar toch worden er nog fouten gemaakt die men eigenlijk zou kunnen vermijden, maar een goede gele kweken dat valt nog niet altijd mee. Ik heb dit zelf al meerder malen ondervonden. Van belang is dat men goede fok zuivere vogels aankoopt, het liefst bij een liefhebber die al vele jaren bewijst deze vogels te kenen door goede resultaten te overleggen op en via de tentoonstellingen. Koop deze vogels dan ook met het kweekboek er bij zodat je de juiste vogels en leeftijd koopt, en dat het geen inteelt is. En begin zo met zelf een stam op te bouwen. Voor de beginneling wil ik nog even wat zaken, benamingen en kweekwijzen herhalen aangaande deze vogels voor de ervaren liefhebber nog eens een opfrissen die ook voor hen als voor mij weer eens nuttig zijn. De gele vogels zullen er wel bij varen, dat zien we al jaren op onze tentoonstellingen.
Wat is intensief

    Men spreekt van intensieve vogels (bevedering).
     De kleur gelijkmatig is door gekleurd is tot de toppen van de veertjes.
     De vogel een korte strakke bevedering heeft.
     Het totaal beeld van de vogel kleiner en strakker in de bevedering is.
     Te intensieve vogels een oogsteep en of kale plekjes laten zien BV bij de oogstreek.

De vetstofkleur is oplosbaar in oliën of vetten.

Wat is schimmel.

Een bevedering wordt schimmel of niet intensief genoemd als deze van zodanige lengte en fijnheid is, dat de vet stofkleur niet tot in de toppen van de veren en veertjes kan doordringen en dus de topjes kleurloos wit blijven.

Het gevolg daarvan is.De topjes van de bevedering kleurloos zijn.Te veel schimmel geeft lange en losse bevedering ,en grondkleur wordt te licht.De bepluiming is langer dan bij de intensieve vogels.

De schimmel dient gelijkmatig over de vogel verdeeld te zijn ,met de juiste lengte van de bevedering dit om een mooie strakke bevedering te krijgen met daarover een mooi egaal verdeelde schimmel verdeling.
opsommingsteken .Een ogenschijnlijke grotere vogel (dit door lengte van de bevedering)

Dus het moet met de bovenvermelde punten duidelijk zijn om een intensieve vogel te onderscheiden van een schimmel vogel, zelfs bij een witte vogel moet dit kunnen, beoordelen op de lengte van de bevedering, door de vogel op te blazen en de lengte van de bevedering te beoordelen in de flanken en dijen. De beoordeling van de intensieve vogels zal dit duidelijk makkelijker zijn maar ook heb je hier te doen met vogels die je in twijfel kunnen brengen zeker de minder ervaren liefhebber zal bij het zien van een intermediaire vogel wel eens kunnen twijfelen. Maar toch met wat op te letten en te ontleden moet en kan iedereen daar uit komen.
Waar op letten bij de kweek

Om intensieve vogels te kweken mogen we nooit twee vol intensieve vogels aan elkaar koppelen. De jongen hebben en kleine overlevingskans, en de bevedering zal er erg schraal uit komen te zien, Zelfs de kiem in het ei kan afsterven door de letaal factor. De juiste methode is vol intensief x matig intensief en dan nog goed letten op de bevedering. Het gevaar bestaat hier dat men het matig intensief niet goed inschat en daardoor weer in de problemen komt, met zowel de bevedering en of de letaal factor. Maar door wat inlichtingen en hulp te vragen van een ervaren kweker is dit ook vrij goed te leren. Om goede schimmel vogels te kweken dan letten we er op om nooit geen twee volschimmel vogels aan elkaar te koppelen. De hoeveelheid schimmel zal zich blijven uitbreiden en we krijgen vogels met een te lange bevedering met een teveel aan schimmel sporen. Voor het kweken van schimmel vogels geven we dus de voorkeur aan kweekvogels met een matige hoeveelheid schimmel, en gelijkmatig over het lichaam is verdeeld, let daarbij ook op de grote van de vogels. Van de schimmelfactor komen ook veel gradaties voor het zelfde als bij de intensieve, en dat is het probleem van de gele kanarie er zijn zoveel verschillende gradaties maar is dit wel alleen bij de gele nee toch. Daarom stelt men ook

Geel intensief of wel de dubbele geelfactor.
    Geel schimmel of wel de enkelvoudige geelfactor.

WE KUNNEN HIER UIT MAAR EEN CONCLUSIE TREKKEN EN DIE IS DE KWEEK VAN GEEL INTENSIEF EN VAN GEEL SCHIMMEL KAN NIET SAMEN.

Dit wil zeggen men kan zelden geel intensief en geelschimmel kweken uit een koppel, men moet zelfs deze soorten goed gescheiden houden en alleen Intensief x matig intensief kweken. En geelschimmel x matig schimmel. En door een goede kennis en stam van je vogels je hierin iets verder gaan. Kweekt men te zeer door elkaar dan krijgt men de intermediaire vogels en die worden dan ook weer bestraft door de keurmeester, deze vogels kunnen wel weer goed zijn voor de komende kweek, maar dat zal nu wel duidelijk zijn denk ik.
Opletten met voeding

Bij de gele vogels moeten we zeker in de rui periode goed opletten met de voeding, plaats de vogels nooit langs een volière met rode vogels en geef je vogels geen caroteen houden de zaden, deze zullen door de invloed hiervan je vogels dieper gaan doorkleuren en of een oranje bijtint geven wat uiteraard ook weer foutief is. Geef ook geen onkruidzaden en pas ook op met bepaalde soorten groenvoer ziet beste liefhebbers dat bij de gele nog vele problemen om de hoek komen kijken maar door doordacht en met kennis te werk te gaan is de gele terecht een pracht van een vogel om te zien en te houden, ik hoop het een en ander weer bij jullie onder de aandacht gebracht te hebben, het zal zeker de vogels en zijn kleur te goede komen. Erg veel geel kwekers stellen zelf hun zaadmengeling samen, dit om zoveel mogelijk caroteen houden de zaden te vermijden, en of in minima aantal aanwezig te zijn.
De Geel intensief

Intensief met dubbele geel factor, gelijkmatig verdeeld schimmel sporen zijn niet toegelaten. Een zekere hoeveelheid citroenfactor zal ten goede komen aan de totaalkleur. De snavel, poten en nagels moeten vleeskleurig zijn.
De Geelschimmel

Niet intensief met enkelvoudige geelfactor, gelijkmatig verdeeld. Gelijk verdeelde schimmel over de gehele vogel. Snavel, poten en nagels moeten vleeskleurig zijn.Het kweken van de gele vogels vraagt zoals bij de vele andere soorten veel kennis en inzicht, de gele vogel is erg mooi om te zien en te kweken maar dat hij makkelijk te kweken is daar ben ik het in tegen stelling van vele niet mee eens, zoals hierboven beschreven spelen veel factoren een rol hierin heb je deze goed onder controle en een goed uitgebalanceerde stam ja dan zullen de goede gele vogels er zeker uit komen. En nog dit ter afsluiting zorg ook dat je gele vogels niet in het felle zonlicht komen ook dan kan er een opbleking komen en dit kan weer lijden naar een wat kleurverwatering. Ja en sommige onder jullie hoor ik al denken ,ja en de kleurstimulerende middelen dan? Ja die zijn er ook en dit is dan weer een ander hoofdstuk wat ook weer de nodige kennis en inzicht vraagt.

Succes met de gele kanaries. Wout van Gils

De kracht van inteelt.

bookwormwht


 De kracht van de inteelt                                                                   Wout van Gils.

Het gebeurt regelmatig dat een liefhebber zich een of meerdere goede vogels aanschaft en ze dan met willekeurige vogels uit zijn vogelbestand paart. Volgende jaren wordt er weer verder gekweekt . Maar na enkele kweekseizoenen blijkt dat onze bewuste lieghebber alleen nog maar achteruit aan het boeren is .Om dit weer tegen te gaan ,worden dan weer opnieuw dure vogels aangekocht,en na enkele jaren daarna herhaalt zich wederom dit leed .Kortom : men heft veel geld en energie gestoken in zijn vogelbestand,maar eigenlijk heeft het niet veel opgebracht. E vogel liefhebber krijgt het er erg moeilijk mee. .Ik weet er zullen altijd uitzonderingen blijven bestaan . Maar ik ben e van overtuigd als bovenstaande liefhebber meer succes zou gehad hebben als hij op een juiste manier gebruik zou gemaakt hebben de STAMKWEEK ( matro en patro kliene methode ) Hij is eigenlijk lukraak te werk gegaan en ondoordacht .Indien u hiervoor de voorkeur aan geeft aan het kweken van vogels zonder enige bekommering over wat er uit de wilde paringen komt ,is dat uw goed recht ,en ook dan kunt u veel plezier beleven aan uw vogels !!! Maar weet wel het lukraak kweken van kanarievogels met het doel het meedoen op tentoonstellingen kan niet lukraak gebeuren ,daarvoor is het grote aantal kleurslagen in de vogels veel te groot in aantal en bescheidenheid.Het behalen van eervolle resultaten met zelfgekweekte vogels is onverbrekelijk gekoppeld aan de verschijningsvorm van de ingezonden vogel. Met andere woorden de vogels die het dichts de standaard zal benaderen zal normaal het hoogste aantal punten krijgen . Het gokken op een toevaltreffer zal de liefhebber snel ontmoedigen en nooit of zelden lonend zijn. Aan te bevelen is zich een methode eigen te maken zodat we ieder jaar resultaten boeken ,hier spreken we dan zeker niet meer van een toevalstreffer maar van een goede doelgerichte en doelbewuste kweek. Men gaat kweken in lijnenteelt ,een veel gebruikte lijnen kweek is de Patrokliene ( Vader gelijkend ) en de Matrokliene ( moeder gelijkend ) Methode toe te passen .De basis van zulk een lijn is zonder meer het uitgangspunt het doel bewust kweken van kanarievogels.In zekere zin gaan we nu aan inteelt doen. Nu weet ik maar al te goed dat dit bij sommige erg gevoelig licht .Men denkt dan al onmiddellijk aan verzwakking, verminking enz .Maar de meer ervaren kweker weet maar al te goed dat dit echt wel meevalt .omdat gecontroleerd ,en met kennis van zaken wordt uitgevoerd. Deze mensen weten maar al te goed ,dat we dit niet willen het verzwakken van de kanariesoort zij willen verbeteren !! Dit gebeurt door onze stamopbouw we gaan trachten vogels te kweken die op de een of andere manier allen verwant zijn aan elkaar ,het zelfde Bloed hebben.De kracht van de inteelt ligt hem nu juist in het kweken met vogels die aan elkaar verwant zijn !!!

Merkwaardig genoeg blijven er nog kwekers tegen inteelt gekant ,al is deze groep niet meer zo groot als voorheen. Als je hen dan vraagt waarom ,dan blijven ze meestal het antwoord schuldig .Vele grote succes volle kwekers doen dit al vele en vele jaren met blijvend succes .Liefhebbers die hier in geloven ,en doordacht te werk gaan zullen zonder enige twijfel succes halen .Inderdaad heeft men lang gedacht dat een dichte verwantschap niet speciaal ongezondheid creëerde in een stam, doch het zou wel voor licht verborgen storingen kunnen zorgen. Met andere woorden ,daar waar we het basis materiaal gezond is ,daar zult u zeker succes hebben met inteelt. Het tegenovergestelde is ook waar voor elke storing of zwakte die de familie draagt zal deze zich ook uiten. Wanner inteelt zorgvuldig wordt uitgevoed ,komen er veel fouten aan het licht van de vroegere generaties ,zoals verlies in grote vorm ,vitaliteit enz enz. Maar als men oordeelkundig te werk blijft gaan en steeds de fouten blijft uitselecteren ,dus het kaf van het koren scheiden ,dan zult u zeer zeker aan een stabiliteit geraken en kanarievogels kweken die gelijk zijn je eisen  ( standaard eisen) en vrij van de te kort komingen en of gebreken .Je gaat goede vogels kweken het is de kortste weg naar het succes.De goede en minder goede eigenschappen komen het snelst na voren zo.We moeten altijd de goede eigenschappen blijven behouden en de slechte proberen uit te schakelen dit vraagt overzicht en tijd .Maar de inteelt kan je daar bij helpen ,als je dit uitvoert met kennis ,overzicht ,en met gezonde fiere vogels .Succes is verzekerd !!! Wout van Gils

Het gevaar van inteelt.

kan04

Het gevaar van  inteelt !!                            w                               

Na mijn artikel over de kracht van inteelt ,en de daarop volgende reactie,s wil ik ook iets schrijven over het gevaar van inteelt .de reactie,s op mijn vorig artikel brachten me aan het denken ,natuurlijk kan je met inteelt succes boeken ,en voor velen is dit nog steeds de kortste weg naar hun succes. Misschien dat ik niet helemaal duidelijk geweest ben over de eventuele gevaren van inteelt ik dacht van wel ,maar in dit artikel wil ik dan deze gevaren iets meer toelichten .Met dank aan die liefhebbers die me hier op attendeerde ,dat inteelt niet alleen goede eigenschappen maar ook gevaar kan opleveren als men er niet goed mee omgaat .Ik hoop met dit artikel beide zaken onder uw aandacht te hebben gebracht.

De Inteelt :

Hiervan is sprake als er gekweekt wordt met partners ,die een gemeenschappelijke afstamming met elkaar hebben. Het kweken van vogels waarbij het bloedverwantschap nauw met elkaar verbonden is kan men stellen dat dit niet altijd zonder gevaar is .Zonder duidelijke doelstelling en ervaring ,en afstamming en kennis van onze vogels moet men eigenlijk niet aan inteelt beginnen. Is deze doelstelling er wel ,men kent de afstamming van de vogels goed ,je hebt voldoende kennis en inzicht over de grote ,bevedering enz en men gaat zorgvuldig om met het samenstellen van de kweekparen dan zal inteelt zeker tot de mogelijkheden behoren ,en zelfs aan te bevelen .De voor en nadelen van inteelt hangen erg sterk af van de selectie van de ouderparen ,en de kennis van de kweker.Inteelt kan dus ook gevaren met zich mee brengen ,naarmate betreffende partners sterker verwant zijn ,worden de gevaren  meestal wat groter .Met deze kweek van dezelfde afkomst hebben wij meer kans dat ze dezelfde ongunstige factoren aan de nateelt over dragen ,als bij koppels ,waar tussen geen bloedverwantschap bestaat ,omdat verwantschap immers vaak dezelfde erfelijke aanleg bestaat. Zoals we  weten zijn het meestal de onzichtbare eigenschappen maar omdat de kans groot is dat deze zowel bij de mannelijke als bij de vrouwelijke vogels aanwezig zijn ,is de kans groot dat er bij een deel van de nateelt  ongunstige of wel ongewenste ,ja zelfs nadelige of zeer slechte eigenschappen zichtbaar worden.Naarmate de verwantschap sterker is kunnen hiermede gepaard gaande lichamelijke afwijkingen in de betreffende nateelt sterker tot uiting komen ,de onzichtbare degeneratie bij beide ouders aanwezig ,zal in de nateelt dikwijls in zichtbaar als een gebrek terug te vinden zijn .Natuurlijk zullen niet alle vogels deze degeneratie verschijnselen laten zien ,slechts een deel van de jonge vogels zal met licht zichtbare ongewenste eigenschappen geboren worden .zoals bijvoorbeeld slechte bevedering, te klein ,slecht zicht ,en andere .De erfelijke eigenschappen smelten samen tijdens de bevruchting ,vanaf dat moment zijn deze eigenschappen verantwoordelijk voor het individu inhoudende dat mislukkingen tijdens de broedperiode ook de reden inteelt als oorzaak kan hebben.Als wij dan weten wat inteelt zoal voor mogelijke gevolgen kan hebben ,zal het duidelijk zijn dat wij dit nooit zonder bepaald doel mogen toepassen en eigenlijk kan er maar een doelstelling zijn .Het verbeteren van de goede eigenschappen en die vastleggen in de nateelt.

Kweekboek een must bij inteelt.

Een kweekboek is altijd noodzakelijk ,maar bij de inteelt nog veel meer belangrijk en noodzakelijk .Inteelt is aan de buitenkant van de vogels niet te zien ,ook niet voelbaar of tastbaar.Dus een erg nauwkeurig bijgehouden administratie is een aller eerste vereiste. Zo niet dan komen er in een later stadium onherroepelijk problemen .Bloedverwantschap hoeft overigens niet altijd met zekerheid ongunstig te zijn voor de nateelt.Het hangt er maar vanaf of alle erfelijke eigenschappen die beide ouders gemeen hebben en die dus samen komen bij de bevruchting ,gunstig of ongunstig zijn.Zo zijn we bijvoorbeeld er niets mee als de vogel mooi van formaat is goed van kleur ,maar erg schraal en slecht in de bevedering zit. De combinatie vader/dochter en moeder/zoon kunnen ,even als halfbroer/halfzus in goede omstandigheden voor een deel zeker goede resultaten zal opleveren. Maar gedegenereerde eigenschappen bij de ouders zijn niet altijd zichtbaar en als die latent verborgen ,dus wel aanwezig zijn ,vormen die vaak door samenkomst ,zichtbare degeneratie verschijnselen en zoals gesteld ,mogelijk misvormingen ,bij sommige vogels.Dus de vast stelling is hier ook dat de slechte eigenschappen die latent aanwezig zijn bij de ouders zich zullen manifesteren in de nateelt . Als er geen dringende behoefte is aan een hier eerder genoemd doel sluit dan de inteelt uit .Inteelt heeft uitsluitend zin als wij vogels bezitten met uitermate goede eigenschappen,die wij in de nateelt willen vastleggen ,dit stond ook in mijn artikel De kracht van inteelt Zonder twijfel is door middel van inteelt de kans dat bepaalde eigenschappen van de ouders in de nateelt terug te vinden zijn aanzienlijk aanwezig. Maar omdat dit niet uitsluitend geld voor zichtbare goede eigenschappen ,maar dus ook voor minder goede en slechte eigenschappen .Is dus inteelt met kwalitatief matige vogels niet aan te raden .De kans van het verkrijgen van gebrekkige jonge vogels moet men dan niet onderschatten het kan immers zo zijn dat wanneer twee voor een dezelfde nadelige factor verantwoordelijke erffactor tijdens de bevruchting samen smelten de geboren jonge vogels een gebrek of fouten hebben. Dit kan natuurlijk zichtbaar ,maar ook weer onzichtbaar zijn.Uiteraard kunnen ook weer de goede eigenschappen bij elkaar komen ,en dat men de goede eigenschappen zichtbaar maakt ,en dat is dan ons streefdoel..Dit is waar we met inteelt naar toe streven maar dit is alleen bereikbaar als we vogels bezitten met uitermate goede en sterke eigenschappen .Een goede kweek selectie is zoals ik al eerder noemde erg belangrijk bij de toepassing van inteelt is dit nog meer een must. We zullen zeer streng moeten zijn ten aanzien van gezondheid ,type vorm ,bevedering formaat ,eigenschappen kennen enz enz .Zien we iets over het hoofd dan kan dit nadelige gevolgen hebben voor de je nakomelingen ,en ook je stam in gevaar brengen.

De werking van de factoren.

Halfzijder

 

De werking van de factoren bij kleurkanaries.

 

Inleiding.

In alle vogelboeken over onze kleurkanaries komen we dit tegen de “NORMEN EN FACTOREN”.Deze zijn voor het eerst gebruikt door de Heren Taylor en Wagner. Veel later is de ons aller bekende HR Veerkamp er mee verder gegaan. Over deze factoren wil ik nu eens iets schrijven in het kort en op mijn eigen manier om dit bij u kwekers weer eens onder de aandacht te brengen, en voor de beginnende liefhebber een aanzet om hier eens verder studie in te gaan maken. Het zal duidelijk zijn dat als u hier verder mee wilt gaan ik u adviseer in de boekhandel te gaan zien, er zijn hier goede boeken voor te krijgen en ik beveel u ze dan ook van harte aan.Ik wil in dit artikel de aanzet ervoor geven.

ENKELE RICHTLIJNEN VOOR DE FACTOREN ZIJN o.a.:

Onze niet gemuteerde factor (wildvorm) wordt aangeduid met het + (plus) teken.
De dominant wildfactor geven we aan met een kleine letter.
De recessieve factor geven we aan met een hoofdletter.
Deze aangeduide dominantfactor of recessief factor, heeft wel alleen betrekking op het overeenkomstig     GEN op het ander chromosoom.
Aanduiding van de geslachtschromosomen zijn..:

x/x = voor de MAN.

    X/y = voor de POP.

Het deel teken is om de zaadcel en de eicel uit elkaar te houden en tevens om de gekoppelde factoren  aan te geven.
Bij een doorgetrokken deelteken zijn de factoren gekoppeld.
Bij een onderbroken teken vererven de factoren vrij TOV elkaar. Als we nog weten welke letter bij een     bepaalde factor hoort, dan is de zaak OK, dit is gemakkelijk gezegd of niet soms?. Maar begrijpelijk is dat     velen onder ons het er toch nog moeilijk mee hebben Ook ikzelf heb het er nog al eens moeilijk mee, daarom     ook dit artikel zodat deze stof bij mij ook nog opgehaald gaat worden.

We kennen nu al enkele symbolen NL ..:

X = De man.

Y = De pop.

We zullen nu systematisch verder gaan..:
1. De Enzymefactor

De enzymfactor is een verzameling van actieve organische stoffen, die weer andere stoffen helpen omzetten of splitsen, zowel versnellen en of vertragen. Men kan de enzymen dus een schakel noemen tussen oorsprong verder leven en ontwikkeling.Voor ons is deze zichtbaar in de kleurfactoren die onze kleurkanaries bezitten.

De enzymfactor: vererft onafhankelijk en is intermediair.

De wildvorm geeft men aan als E+

De mutant geeft men aan als E

Dus als beide factoren aanwezig zijn in een vogel, zal dit zichtbar zijn als BONT de bontvorm.Zoals ik al eerder schreef gebruiken we hoofdletters als.

De mutant E dominant vererft ten opzichte van de wildvorm E+
De wildvorm E+ recessief vererft ten opzichte van de mutant E

2. De Inofactor.

Deze factor belet de werking van het enzym dat verantwoordelijk is voor de vorming van het EU-melanine, maar is daar tegenover geen beletting van de phaeomelanine. Door deze eumelanine beletting ontstaan de rode ogen bij deze vogels.

De inofactor vererft onafhankelijk, het symbool is eenvoudig INO.

Het symbool van de wildvorm is INO+

“DE INO FACTOR IS GEKOPPELD AAN DE EZYM FACTOR”

We gebruiken nu weer kleine letters omdat:

De mutant INO recessief vererft ten opzichte van de wildvorm INO+
De wildvorm INO+ dominant vererft ten opzichte van de INO.

3. De Zwartfactor.

Deze factor in samen werking met de enzymfactor vormt voor ons het zichtbaar het zwarteumelanine in de bestreping op het rugdek de flanken pennen en donsveertjes. De hoeveelheid zichtbare zwarte eu-melanine is afhankelijk van de oxydatie graat die heeft plaats gevonden bij de vorming hiervan.Het symbool is u wel bekend, en is Z+ deze vererfd geslachtsgebonden en is gekoppeld aan alle factoren die op het geslachtsgromosoom X liggen.

We gebruiken kleine letters omdat.:

De wildvorm Z+ dominant vererft ten opzichte van de mutant Z (bruin)
De mutant z dominant vererft ten opzichte van de wildvorm Z+

4. De Bruinfactor.

Door deze mutatie zal het eumelanine dat bij de wildvorm zwart is niet verder oxideren dan bruin tot donker bruin. Dit is natuurlijk afhankelijk van de sterkte van deze oxidatie graad.Het symbool is Z de wildvorm Z+ deze vererft ook weer geslachtsgebonden, en is dus ook weer gekoppeld aan alle andere factoren die op het geslachtschromosoom liggen.

We gebruiken de kleine letters omdat.:

De mutant Z recessief vererft ten opzichte van de wildvorm Z+
De wildvorm Z+ dominant vererft ten opzichte de mutant Z

5. De eerste reductiefactor (opbleekfactor)

De agaat eerste reductiefactor, noemt men ook wel de opbleekfactor, dit is een kwalitatieve reductie deze belet de vorming van PHAEO -melanine in de toppen van de baarden. Grotendeels tot volledig. Wij kennen deze als de zichtbare lichte vleugelpennen bij BV de agaat en isabel.

Het symbool is RB de wildvorm is RB+ de vererving is geslachtsgebonden.

We gebruiken kleine letters omdat.:

De mutant RB recessief vererft ten opzichte van de wildvorm RB+
De wildvorm RB+ dominant vererft ten opzichte van de mutant RB.

6. De tweede reductiefactor ( pastelfactor )

De tweede reductie factor reduceert het eumelanine. Het is een kwantitatieve reductie, het aantal eumelanine staafjes wordt veel minder is het aantal per bepaald oppervlak. Dit is bij de groenen en de agaat (pastel) goed waar te nemen door de meer verzonken bestreping..Dit in tegenstelling tot de isabelpastel, daar is geen bestreping meer zichtbaar. En zijn de eumelanine en de phaeomelanine gelijk van uitzicht geworden (bij goede pastellen).Het symbool is RZ de wildvorm RZ+ de vererving is geslachtsgebonden.

We gebruiken kleine letters omdat.:

De mutant RZ recessief vererft ten op zichten van RZ+.
De wildvorm RZ+ dominant vererft ten opzichte van de mutant RZ.

7. De Mozaïekfactor.

Deze factor is geen mutant maar is in gekweekt via de kapoetsensijs. Het is dus een geslachts demorfistische verschijnsel. Het is ook een gedeeltelijke carothotiene beletter met voor ons het kenmerkend mozaïekpatroon.

Men kent hier in:

DE POP – TYPE 1.

DE MAN – TYPE 2.

De mozaïek factor wordt belet, in samenwerking met de intensief factor, de dominant wit factor en de ressesief factor.

Het symbool is M de wildvorm M+ vererving geslachtsgebonden.

We gebruiken kleine letters omdat..:

De mutant M recessief vererft ten opzichte van de wildvorm M+
De wildvorm M+> dominant vererft ten opzichte van de mutant M

OPM.: het symbool M gebruiken ze in feite alleen maar om aan te geven dat de vogel niet in bezit is van de Mozaïekfactor.
8. De Ivoorfactor.

De aanwezigheid van de ivoorfactor doet de carotine kleur veranderen van uiting. De kleur bepaald bepalende baardjes bevatten caratione de haakjes zijn kleurloos als gevolg van de cortex van de baarden. Daardoor wordt een onderlichtinval verkregen, dit is voor ons weer zichtbaar als een lichtere kleur van de caratione.Dit is zegt men ongeveer 50%. Deze is alleen zichtbaar bij de gele, rode en witte vogels.

Het symbool is SC de wildvorm SC+ de vererving geslachtsgebonden.

We gebruiken kleine letters omdat..:

De mutant SC recessief vererft ten opzichte van de wildvorm SC+.
De wildvorm SC+ dominant vererft ten opzichte van SC.

9. De Satinet factor.

Deze factor belet de vorming en ontwikkeling van de pheaomelanine maar tast de bruin en eumelanine niet aan .Het zwarte eumelanine wordt wel aangetast, het gevolg daarvan is de rode ogen Het symbool is RM (reductie melanine) de wildvorm RM+ .De vererving is geslachtsgebonden.

We gebruiken kleine letters omdat..:

De mutant RM recessief vererft t.o.v. de wildvorm. RM +
De wildvorm RM+ dominant vererft t.o.v. de wildvorm rm.

10. De Geelfactor.

Deze factor vormt de werking van de enzymfactor het geelcarotione in de bevedering van de vogels. Het oorspronkelijke geel van de wildvorm is zeer licht geel.

Het symbool van de wildvorm is G+ .De geelfactor vererft onafhankelijk.

Hier gebruiken we de hoofdletters omdat …:

De mutant G dominant vererft t.o.v. de wildvorm G+
De wildvorm G+ recessief vererft t.o.v. de mutant G.

Men onderscheid ook een enkele G/G + . En een dubbele geelfactor G/G.
11. De Roodfactor.

Deze factor is zoals men al weet in gekweekt via de kapoetsensijs. Dus met andere woorden deze factor is niet eigen aan onze kanaries. Deze roodfactor die we hebben in gekweekt, heeft het vermogen om via het voedsel en of drinkwater opgenomen lutiene om te zetten in rood-caratiode.Het symbool is R+ (het zal duidelijk zijn dat we geen mutant kennen)De vererving van de roodfactor is “onafhankelijk” en is dominant t.o.v. de wildvorm.
12. De Blauwfactor.

Deze factor heeft een kleurverdiepend vermogen, tevens heeft deze een remmende werking op de ontwikkeling van de bruine pheaomelanine en heeft een verbeterende werking op de eumelanine. Ter verduidelijking de blauwfactor zet de korrelvormige bruine pheomelanine om in staafvormige eumelanine.De blauwfactor heeft daardoor een bruinverdringend vermogen en geeft een verhelderende vetstofkleur.

De werking van de blauwfactor is “intermediaire”.

Het symbool is B.

De wildvorm is B+

De vererving is onafhankelijk.

We gebruiken hoofdletters omdat:

De mutant B dominant vererft t.o.v. de wildvorm B+
De wildvorm B+ recessief vererft t.o.v. de mutant B.

Men kent nog B/B = dubbele blauwfactor. B/B+ Enkele blauwfactor.
13. De Intensief factor.

Deze factor heeft een kleurverdiepend vermogen, en heeft een gedeeltelijk remmende werking op de groei (ontwikkeling) van de bevedering. Men kent hierin verschillende vormen. Deze zijn voor de kweek goed, maar voor de tentoonstellingen is er maar een gradatie goed.

Het symbool is I de wildvorm is I+ de werking is intermediaire.

De intensief factor heeft een onafhankelijke vererving.

We gebruiken hoofdletters omdat:

De mutant I dominant vererft t.o.v. de wildvorm I+
De wildvorm I+ recessief vererft T.O.V de mutant I

OPM: Indien we bij deze koppeling en kweek van deze factor dezelfde sterkte van de intensiviteit factor tegen voorkomt, dan is de kans zeer groot dat de kiem afsterft (letaliteitwerking) of dat men jongen krijgt met een slechte schrale beverding.
14. De Dominant wit factor.

Deze factor is een onvolledige carotine beletter dit is weer goed waar te nemen in de aanslag van de vleugel en staart pennen en zelfs op de schouder dekveren. De dominant witfactor belet de vorming van carotenoïde Maar tast de vorming van eumelanine niet aan. Dus deze factor belet het enzym dat zorgt voor de vorming van de carotine kleur zijn werking uit te voeren.

Het symbool is CB de wildvorm CB+ . Dominant wit vererft onafhankelijk.

We gebruiken hoofdletters omdat:

De mutant CB dominant vererft t.o.v. de wildvorm CB +
De wildvorm CB + recessief vererft t.o.v. de mutant CB

15. De Recessief wit factor.

De recessief wit factor is een volledige carotenoïde beletter deze laat geen enkel spoor van carotenoïde Deze belet de vorming van de melanine kleur totaal niet. Deze geeft ook een licht paarsachtige kleur aan het lichaam van de vogel.

Het symbool is CB de wildvorm is CB +

De recessief wit factor vererft onafhankelijk.

We gebruiken kleine letters omdat :

De mutant cb recessief vererft t.o.v. de wildvorm cb+
De wildvorm cb+ dominant vererft t.o.v. de mutant cb

16. De Opaalfactor.

Deze factor ook wel de structuur factor genoemd. Ten gevolgen daarvan wordt de kern van de bereddering zwaar gemelaniseerd de haakjes bevatten weinig of geen melanine. De kern is omgeven door en zone met holtes, deze geven een lichtbrekingsindex voor de blauwe lichtstralen.Deze veroorzaakt de blauwe schijn in de bevedering. De opaalfactor heeft een bruin belettende werking.

Het symbool is so

De wildvorm is so+

De opaalfactor vererft onafhankelijk.

We gebruiken kleine letters omdat:

De mutant so recessief vererft t.o.v. de wildvorm so+
De wildvorm so+ dominant vererft t.o.v. de mutant so.

Besluit.

Zoals u weet zijn onze kleur kanaries nog verder uitgebreid met de topaas en de eumo en nog enkele andere zijn in aantocht je ziet het staat ook in onze hobby niet stil we gaan vooruit.Ik weet dat vele onder ons denken ja deze formules zijn we toch wat te machtig ik verdiep me daar niet in. Toch beste kwekers is het noodzakelijk hier iets van te weten. Ik moet eerlijk bekennen ook voor mij zijn al deze formules niet even duidelijk. Maar ik denk als iedere kweker selectief te werk gaat in zijn kweek dat hij makkelijk deze formules kan leren van zijn soorten vogels die hij of zij kweekt. En dat hij dan zeker op de goede weg zit.Ik hoop met deze uiteenzetting u hiermee een aanzet te hebben gegeven. Wij doen het tenslotte toch maar uit hobby, en het op zo een manier het te leren is dubbel zo mooi. Misschien draagt dit artikel bij u hier aan mee.

De wetten van mendel.

ei new

De Wetten van Mendel.

Dit speelt in de natuur in mindere mate een rol dan bij vele VOGEL LIEFHEBBERS IN HET HOK. Deze kwekers zullen goed rekening moeten houden met de erfelijkheid van de vogels, daarom iets meer hierover.
Wat houd erfelijkheid in.Dit wil zeggen: het overbrengen van alle eigenschappen, die wij soms kennen, op de nakomelingen. Dit kunnen goede en ook slechte eigenschappen zijn. Deze laatste willen de vogelkwekers nu zoveel mogelijk vermijden. Ieder mens, dier of plant is opgebouwd uit miljoenen cellen, de voortplanting hiervan geschiedt door het samenkomen van een mannelijke zaadcel met een vrouwelijke eicel. Door die samenkomst wordt er weer een nieuwe cel gevormd. Deze cel is nu het begin van het nieuwe leven. De cel zal zich via natuurlijke weg gaan delen en elk van deze twee die hieruit ontstaan, zal dezelfde inhoud hebben als waaruit zij ontstaan zijn. Deze twee splitsen zich weer, deze weer en weer enz. Een gedeelte van deze cellen zal daarna de functie opnemen voor de vorming van beenderen, hoorndelen, huid enz. Deze cellen zullen ook de dragers zijn van de erfelijke eigenschappen. Ik veronderstel dat u al een redelijk inzicht gekregen hebt in do opbouw van de cellen. De grondlegger van de erfelijkheid was een monnik namelijk: “GEORGE MENDEL”. Hierover iets meer.GEORGE MENDEL werd geboren in 1823 in Oostenrijk. In 1843 trad hij in het Augustijner klooster. Hij studeerde toen nog fysica en natuurwetenschappen. Zijn geliefkoosd werk was vooral het probleem van de overerving van enkelvoudige kenmerken bij kruisingen (voornamelijk bij erwten en bloemen). Met het doel hier een nader inzicht in te krijgen, vatte hij in 1858 zijn groots experiment, dat zijn naam de onsterfelijkheid zou bezorgen. Zijn besluiten van zijn kruisingsproeven formuleerde hij in wetten, die heden ten dage nog van belang zijn voor de erfelijkheidsleer. De grootste verdienste van “MENDEL” ligt in het doorzicht dat hij in zijn experimenten toonde, temeer omdat in die tijd niets bekend was over chromosomen en genen. Zijn uitspraken werden toen ook volledig genegeerd. De publicatie in 1865 van zijn resultaten werden dan ook snel de doofpot in gestopt. Zeer teleurgesteld hield MENDEL op met zijn experimenten en wijdde zich voortaan nog enkel aan het kloosterleven. Hij overleed in 1884. Ongeveer 15 jaar later kwamen 3 onderzoekers, onafhankelijk van elkaar, tot dezelfde ontdekking als MENDEL. Deze 3 waren:

De Oostenrijker: VAN TSHERMAK

    De Duitser: CORRENS

    De Nederlander: DE VRIES

Uit respect en eerbied voor “GEORGE MENDEL” werd toen besloten de gevonden wetten als: “DE WETTEN VAN MENDEL” te betitelen.
Eerste wet

WET OP DE EENVORMIGHEID.
Een fokzuiver levend wezen gekruist met een ander fokzuiver levend wezen van dezelfde variëteit geven dezelfde fokzuivere levende wezens.

RESULTAAT:
100% fokzuivere identieke nakomelingen.
Tweede wet.

DE DOMINANANTIEWET.
Een fokzuiver levend wezen gekruist met een ander fokzuiver levend wezen van een andere variëteit geven niet fokzuivere levende wezens met het uitzicht van de dominerende variëteit.

RESULTAAT:
100% niet fokzuivere jongen.
Derde wet.

DE WEDERKERIGHEIDSWET.
De verwisseling van de kweekelementen, wat betreft het geslacht allen, leidt steeds tot dezelfde resultaten bij de nakomelingen. Met andere woorden: AA x aa of aa x AA geven telkens 100% A a of 100% a A.

RESULTAAT:
Bij de nakomelingen is A a echter identiek hetzelfde als a A.
Vierde wet.

DE SPLITSINGSWET.
Een niet fokzuiver wezen gekruist met een ander niet fokzuiver levend wezen van dezelfde variëteit, leidt tot nakomelingen van fokzuivere aard van de variëteit van de grootvader en de grootmoeder. Tezelfdertijd leidt ze eveneens tot nakomelingen van de variëteit van beide ouders.

RESULTAAT:
25% fokzuivere nakomelingen A A
50% niet fokzuivere nakomelingen A a of a A
25% fokzuivere nakomelingen a a
Vijfde wet

DE ONAFHANKELIJKHEIDSWET.
Een fokzuiver wezen gekruist met een ander fokzuiver levend wezen, maar verschillend in tweeërlei opzichten met het eerste, geeft aanleiding tot nakomelingen van dezelfde variëteiten als deze der ouders maar ook tot variëteiten van een heel andere samenstelling. AA bb x aa BB

RESULTAAT:
Een mogelijke samenvoeging van eigenschappen geven aanleiding tot het ontstaan van 16 mogelijkheden waarvan:
3/16 van ingezet type 1
3/16 van ingezet type 2
9/16 van nieuw type
1/16 van nieuw type
Samengevat.

Dus, de erfelijkheid is een natuurwet volgens dewelke de eigenschappen van de ouders en voorouders werden overgedragen op de nakomelingen. De wijze waarop deze over dragingen geschieden, noemt men de studie van de erfelijkheid. De studie van de erfelijkheid steunt op: “DE WETTEN VAN MENDEL” Het zal nu ook voor iedereen duidelijk zijn dat bij het kweken van onze vogels, we moeten weten welke dezelfde eigenschappen zijn van onze vogels, want een gedeelte van de eigenschappen van d vader en een gedeelte van de moeder krijgt het jong mee in de EERSTE EICEL. Dit is weer bepalend voor zijn uiterlijk. Hij zal dan ook bepaalde erfelijke eigenschappen meekrijgen van de beide ouders, die hij niet zal laten zien.
Bijvoorbeeld.

Hij kan een kleur meekrijgen van de moeder die sterker is dan die van de vader, waarbij moeders kleur zichtbaar wordt bij de zonen en de kleur van de vader verborgen blijft, maar dan wel in staat is ze later aan zijn nakomelingen door te geven.

We willen bv. een goede groene kanarie met een goede kleur en een goede fijne korte en symmetrische onderbroken bestreping met tussen die tekening een goede mooie heldere groene kleur. Dus zo weinig mogelijk bruin. We hebben echter vogels die teveel bruin laten zien, en dit bruin moet verdwijnen om goede vogels te verkrijgen.

Dan komt hier het punt “ERFELIJKHEID” weer naar voren. We zullen dan om snel een goed resultaat te kunnen behalen moeten weten welke erfelijke eigenschappen dit in de toekomst kan gaan verhinderen. Een goede kweekadministratie in uw kweekhok en uw kennis van de erfelijke eigenschappen van aangekochte vogels is van groot belang en dus ook de eerlijke oprechte gegevens van een vogel meegeven als men hem ruilt of verkoopt. Menig liefhebber zou hier sportiever voor moeten uitkomen, want eerlijk duurt ook het langst in de vogelsport. Ik hoop met dit schrijven ,dat de wetten van Mendel ook weer eens bij u onder de aandacht gebracht te hebben prachtig wat die man voor ons heeft uitgevonden .Daarom nog eens dit schrijven over de wetten van mendel.

Die onberekenbare blauwfactor

Zwart wit


Die onberekenbare Blauwfactor :

Wie van onze kleurkanarie kwekers kent deze factor niet, wie werkt er niet mee ,wie wordt er niet mee geconfronteerd .en wie gebruikt hem niet . Kortom dit is een factor die veel kwekers graag gebruiken ,maar weer andere hem liever kwijt zijn dan rijk. Het s erg moeilijk deze factor ,in gradatie,s vast te leggen ,hij blijft erg oncontroleerbaar,al moet ik toegeven dat er kwekers zijn die deze factor erg goed onder controle hebben ,en deze op hun juiste waarde in kweken.

De Blauwfactor ;

Ook wel citroenfactor genoemd of anders kortweg de Blauwfactor genoemd .Vroeger dacht men dat de blauwfactor ontstaan was uit een mutatie van de bevederings structuur .Deze stelling is ondertussen herzien,omdat men er achter is gekomen dat de wilde kanarie reeds van oudsher over een gemiddelde enkelvoudige blauwstructuur beschikte,die dan eerst,en later door selectieve kweek werd ontwikkeld tot waarden gaande van bijna nul ( – afwezig ) ,tot zoals we ze nu kennen bij Oa : de goede bruine kanaries, tot de blauwstructuur bij de hedendaagse goede vogels uit de zwartreeks.De klassieke blauwfactor vererft ook onafhankelijk ( autosomaal) en net zoals alle andere uit de selectieve  kweek ontwikkelde eigenschappen of factoren, onvolledig dominant .Hij treed slechts op na de eerste rui,en situeert zich hoofdzakelijk in de baardtoppen .van de contourveertjes Die baardtoppen van kanaries met blauwstructuur zijn niet hol ( ledig) zoals bij kanaries zonder blauwstructuur ,maar vol ,als een fijn korrelige massieve doorschijnende structuur, die zoals we verder zien precies door die constructie de eigenschap bekomt overwegend blauwe lichtstralen uit het lichtspectrum te kunnen bevoordelen. Veren ontwikkelen zich uit veerpapillen in de huid. In groeiende veren zit net zoals in beenderen ,merg ,veermerg ,dat in de eerste plaats zal dienen als voeding van de aangroeiende veer ,maar ook  ,en dat is voor ons kwekers van meer belang ,het transport zal verzekeren van de verschillende kleurstoffen ,die later in de veer zullen worden afgezet. Eenmaal de veer bijna volgroeid ,zal het merg zich terug trekken waardoor alleen nog de holle omhulsels van de afgestorven mergcellen in de veeras en baarden overblijven.Het terug trekken van het merg uit de veren betekend tevens ook dat er van dan af geen kleurstoffen meer getransporteerd kunnen worden naar de kleurbepalende veerbaarden ,zodat de kleur van een volgroeide bevedering nooit nog langs natuurlijke weg kan beïnvloed worden !!! Kanaries zonder blauwstructuur zijn de holle baardtoppen van de groeiende contourveertjes ook gevuld met merg waardoor de respectievelijke kleurstoffen onbeperkt tot in de baardtopjes kunnen doordringen. Bij kanaries met blauwstructuur kan dat dus niet omdat daar de baardtoppen ,zoals reeds aangehaald ,over een bepaalde afstand tot ongeveer 6 M/m bij maximale blauwstructuur massief zijn en zo dus het merg vroegtijdig wordt tegengehouden waardoor er ook geen kleurstoffen tot in de toppen kunnen doordringen. ( Bv bij vetstof en phaeomelanine )

De gevolgen :

De bruine phaeomelanine en in mindere mate ook de aanwezige vetstof welke beide hoofdzakelijk op die plaats in de baardtoppen voorkomen zullen van de blauwfactor werking het meeste hinder ondervinden ,en dus aanzienlijk wordt verzwakt. Een sterke blauwfactor zal massas bruine phaeomelanine uit de bevedering verdrijven en tzt ook de gele of rode grondkleur verzachten . Geel intensief wordt lichter meer citroenkleurig ,het rood word dieper en kan overlopen naar paarsachtige kleur.Door hun afwijkende constructie zullen de massieve baardtoppen van de contour veren bij kanaries met de blauwstructuur de blauwe lichtstralen uit het lichtspectrum bevorderen. Hoofdzakelijk de blauwe lichtstralen van het invallend licht worden door de fijne korrelvormige constructie in de baardtopjes opgenomen en gefuseerd ,verspreid als het ware tot een blauwachtige schijn . waarom nu alleen blauwe lichtstralen worden bevoordeeld en niet bv de rode of de gele ,komt gewoon door dat bepaalde delen in de structuur van de korrelige massieve baardtopjes overeenstemmen ,in de resonantie zijn met de blauw lichtstralen. Dit is op zich zelf niet zo bijzonder als het lijkt ,want ook bij de radio of Tv ontvangst ,waar we ook te maken hebben met elektromagnetische golven ,doet zich ongeveer hetzelfde voor .Ook daar moet om uitsluitend een zender te kunnen ontvangen ,het toestel ook op die bepaalde zender zijn afgesteld.

Kanarievogels met blauwstructuur zullen meer blinken en tzt ook verdonkeren van tint vooral wegens een beter doorkomende zwarte donsbevedering en de verhelderde ,versterkende invloed van de boven liggende baardtopjes van het geheel. Het is dus zeker niet zoals destijds algemeen werd aangenomen als zou het verdonkeren van de kleur zijn oorsprong vinden in een met de blauwfactor gepaard gaande omzetting van bruine phaeomelanine in zwarte eumelanine .Ook mogen we niet veronderstellen dat bij de kanarie,s met blauwstructuur alle baardjes van een  hetzelfde veertje de blauwstructuur in hun toppen zullen bezitten want naast eentje met, kan er ook entje zitten zonder blauwstructuur, ook weer afhankelijk van de sterkte van de factor aanwezigheid..En dat is maar goed ook ,want anders zou er van vetstofkleur vooral niet veel meer overblijven. Dat het Phaeo bruin nog iets zou verzwakken tot daar toe ,al moet ook daarvan nog een bepaalde optimale hoeveelheid in de bevedering aanwezig blijven om het geheel zo donker mogelijk te houden.De kleurbalans van zwarte eumelanine en bruine phaeomelanine vetsof (indien aanwezig ) de donskleur en een optimale hoeveelheid blauwfactor ,moet dus steeds in evenwicht zijn en blijven om bij deze vogels elke vorm van opbleking te helder worden van het totaalbeeld,tegen te gaan.

Nog even dit welke grondkleur men moet kiezen bij onze vogels in de zwartreeks de dominant of recessief ? De meeste kiezen voor de dominant ,omdat de veerschachten bij de recessieve vogels over het algemeen ,ook bij de bruine wit wat bleek uitvallen Maar dit hoeft niet altijd zo te zijn hoor.Want een ander probleem is bij de dominante zeker de gele aanslag onder controle gehouden moet worden ,maar ook dat hoeft geen onoverkomelijk probleem te zijn kennis van zaken en overzicht zal je hier zeker bij helpen ,en de keuze dominant of recessief factor gebruiken  vergemakkelijken. Je ziet dat deze onberekenbare blauwfactor veel kwekers voor verassingen brengt ,en het samen stellen van koppels erg moeilijk maakt ,of anders gezegd niet altijd laat zien wat we er uit of van verwacht hebben ,deze factor doet niet altijd wat we willen ,maar mits goede vogels waarvan veel bekend is en kennis ter zake blijkt tegenwoordig dat we deze factor heel goed kunnen gebruiken bij veel vogels ,maar bij andere is hij echt niet gewenst belangrijk is dat te weten ,en met je kennis van je vogels en wat geluk is de blauwfactor goed onder controle te houden.  Met dank aan Hr J Belien voor deze informatie tekst. Wout v Gils.

Vererving en voortplanting.

Deel 9 Fig 4

Vererving en voortplanting.                                                    Wout van Gils.

Inleiding.

Het begin van de erfelijkheidsleer ligt zoveel eeuwen achter ons niet meer te achterhalen is. We kunnen ons echter voorstellen dat de mensen in vroegere eeuwen hoofdzakelijk hun bestaan vonden in (al was het in onze ogen primitief) landbouw en veeteelt. Een goede opbrengst van land en vee was, en is nu nog, een zaak van leven en dood. De boeren stonden dan ook eigenlijk aan de wieg van de erfelijkheidsleer. Natuurlijk, in het begin niet bewust, maar men kwam er toch waarschijnlijk al wel vlug achter dat uit slecht zaad geen goed koren groeide en dat uit een klein en langzaam paard geen vurig strijdros geboren werd.Zo is men al vroeg begonnen met het selecteren en veredelen van planten en dieren. Dit ging vaak met teleurstellingen gepaard, omdat men alleen op het uiterlijk afging en geen idee had van wat er precies gebeurde. Lang heeft men gedacht, dat erfelijkheid en vererving een zaak van bloed was. Men stelde zich voor dat het bloed van het jong voor de helft bestond uit dat van de vader en dat de andere helft van de moeder kwam. Het bloed van het kind zou een mengsel zijn van het bloed van de ouders. Deze veronderstelling heeft een lang en taai leven gehad.Voordat we gaan denken over de erfelijkheid moeten we het eerst eigenlijk nog hebben over bevruchting. Ook dat is lang een raadsel voor de mens geweest. Het is door het onderzoeken van oude geschriften bekend, dat de Babyloniërs en Assyriërs de bloemen van hun dadel planten bestoven om er voor te zorgen dat er vruchten kwamen. Dat ze daarmee kunstmatige inseminatie bedreven is hun echter ontgaan. (Kunstmatige inseminatie is het langs onnatuurlijke weg bevruchten van een eicel). Ook de dierlijke voortplanting is lang een raadsel geweest. Men wist wel dat een geboorte vooraf gegaan moet worden door een paring, maar veel meer niet. Omstreeks 1670 werd een grote stap vooruit gedaan, door de ontdekking van de zaadcellen (spermatozoïden). Met de ontdekking daarvan had men echter de functie nog niet begrepen.Een lange tijd heeft men gemeend, dat het parasieten van de eicellen waren. Omstreeks 1840 werd algemeen aangenomen, dat de ontdekking, die men in 1670 had gedaan in feite de voortplantingscellen van het mannelijk wezen waren. De eigenlijke bevruchting van een eicel door een zaadcel werd voor het eerst waargenomen in 1854. U begrijpt dat vanaf toen pas een gerichte studie over erfelijkheid en vererving mogelijk was.
De geslachtsorganen van de vogels.

Wanneer we onze vogels goed kennen, kunnen we vaak aan de kleur van de veren of aan de vorm zien of we een man of een pop hebben. Vertrouwen we ons niet, dan pakken we hem of haar in de hand en blazen de veren rond de aarsopening of cloaca opzij en zien dan bij de man een uitstulping die we TAP noemen. Bij de pop is het uiteinde van het lichaam rond.Secundaire geslachtskenmerken.Het verschil in kleur en het verschil van vorm tussen mannen en poppen noemen we de SECUNDAIRE geslachtskenmerken of de kenmerken, die niet direct met de geslachtsorganen te maken hebben.Primaire geslachtskenmerken.De uitstulping of de tap bij de man en het ronde achterlijf bij de pop zijn PRIMAIRE geslachtskenmerken, of kenmerken, die direct betrekking hebben op de geslachtsorganen.

 

sexenmsexenp

 

De inwendige geslachtsorganen van de pop bestaan uit de EIERSTOKKEN en de EILEIDER. Als onze pop broedrijp wordt, groeien aan de eierstok de dooiers. Aan die dooiers wordt voordat ze zich losmaken van de eierstok, een eicel toegevoegd. De dooier, die zich losgemaakt heeft, zakt in de trechtervormige opening van de eileider en wordt daar eerst omhuld door een laag EIWIT. Op haar weg naar de uitgang wordt het ei ook nog voorzien van enkele VLIEZEN en tenslotte van een KALKLAAG, die het beschermt tegen beschadiging en snelle afkoeling. Wanneer het ei volledig is en de schaal stevig genoeg, wordt het door het samentrekken van de buikspieren naar buiten geperst via de CLOACA.
De man. 

De inwendige geslachtsorganen van de man bestaan uit de TESTES, dat is een moeilijk woord voor de klieren waar de zaadcellen ontstaan en de ZAADLEIDERS. In het voorjaar of door kunstmatige verlichting en verwarming worden in de testes zaadcellen geproduceerd. Deze gaan door de zaadleiders naar een soort opslagplaats of magazijn dat zich dicht bij de cloaca bevindt en kunnen dan door het samentrekken van bepaalde spieren uitgestoten worden
De bevruchting.

Menig serieuze kweker heeft in het voorjaar wel eens gemerkt dat er donsveertjes in zijn volière lagen en dacht dan aan een ontijdige rui en een verloren broedjaar. Bij meer ervaring bleek echter, dat deze donsveertjes een natuurlijk deel vormen van het broedrijp worden. De veren, die de pop verliest, komen van de buik. Deze wordt daardoor kaal en de pop die straks gaat broeden heeft daardoor een inniger contact met de eieren, waardoor de warmte overdracht van het lichaam naar de eieren wordt bevorderd. Door het uitvallen van de veren wordt ook daadwerkelijke belemmering voor de bevruchting uit de weg geruimd. Tijdens het bevliegen van de pop door de man, drukt deze zijn tap tegen de cloaca van de pop, door het samentrekken van bepaalde spieren bij de man, wordt het sperma, of anders gezegd de zaadcellen, bij de pop naar binnen gebracht. Deze hebben dan nog een lange weg voor de boeg. Ze moeten de hele weg door de eileider afleggen om bij de eicel te komen. Dit doen ze op eigen kracht, door het bewegen van hun staart. Zo’n zaadcel kunt U zich voorstellen als een klein kikkervisje

Erfelijkheid in de praktijk.

Deel 9 fig 1

Erfelijkheidsleer in de praktijk.                                                Wout van  Gils

 

Ieder nieuw leven ontstaat door een combinatie van een eicel van de vrouw en een zaadcel van de man. Deze eicel en zaadcel noemt men “VOORTPLANTINGSCELLEN”.

EICEL              = VAN DE VROUW      voortplantingscellen of gameten of genaden.

ZAADCEL        = VAN DE MAN

In sommige boeken vindt men ook “gameten” of “genaden”, welke synoniemen zijn voor de voortplantingscellen.In elke voortplantingscel bevinden zich een bepaald aantal draadvormige cellichaampjes (spiralen). Deze cellichaampjes zorgen voor de voortplanting van de erfelijke eigenschappen. Deze sterk gekleurde lichaampjes noemt men “CHROMOSOMEN”. Zie fig.1Chromosomen komt van het Griekse woord “CHROMO’S” (beeld – SOMMA (lichaam) wat betekent: – beeld van het lichaam, overdragers van het beeld van het lichaam. De chromosomen komen steeds in paren voor. Bij de mens heeft iedere heeft iedere cel 46 chromosomen. Bij de grasparkiet zijn er dat 26, de kleurkanarie 18, en bij de zebravink tussen 22 en 26.Aangezien de chromosomen steeds in paren voorkomen betekent dit, dat bij de mens er 23 paar chromosomen aanwezig zijn, waaronder er 1 paar chromosomen instaat  voor de bepaling  van het geslacht. Dit paar noemt men de “GESLACHTSCHOMOSOMEN”.

Bij de mensen en de zoogdieren wordt dit paar als volgt samengesteld:

– Voor een vrouwelijk wezen      :  x  x

– Voor een mannelijk wezen        :  x  y

Bij de vogels is dit juist het omgekeerde:            MAN           :  x  x

pop          :  x  y

De 22 andere paren chromosomen noemt men de “AUTOSOMEN” Vroeger beweerde men dat de cellen van de mens 48 chromosomen telden, maar wetenschappers  hebben vastgesteld dat de mens er 46 heeft (23 paren). Op hun beurt bevinden er zich op deze chromosomen de GENEN (Fig.2). Ieder gen is een eigenschap of gedeeltelijk beeld van het wezen.De chromosomen zijn dus de dragers van de genen. Als nu de zaadcel en de eicel zich verenigd hebben tot een nieuwe bevruchte eicel, noemt men deze zogenaamde bevruchte eicel, de “kiemcel”.Maar vooraleer de zaadcel en de eicel zich verenigen wordt het aantal chromosomen in ieder van deze cellen vooraf gereduceerd en tot 50% (de helft) teruggebracht. Wat betekent dat de kiemcel opnieuw het volledige aantal chromosomen bezit, bijvoorbeeld:

Bij de mensen  :           zaadcel  :  46 chromosomen, – na reductie 23

eicel       : 46 chromosomen, – na reductie 23

samen        46 chromosomen.

De kiemcel is ook de allereerste cel van ieder nieuw lichaam, hetzij bij de mens, dier of plant.Ze worden dan ook wel eens de eerste lichaamscel genoemd. Deze kiemcel (eerste lichaamscel) gaat zich op een bepaald ogenblik splitsen  in twee lichaamscellen. Voordat deze splitsing gebeurde deed zich echter ook een splitsing voor van alle aanwezige chromosomen in de kiemcel (fig. 3 + 4).In iedere nieuwe lichaamscel is hetzelfde aantal chromosomen aanwezig als in de eerste lichaamscel (KIEMCEL). De 2 nieuw gevormde lichaamscellen gaan zich nadien ook splitsen zoals de voorgaande en gaan  4 lichaamscellen vormen. Deze 4 gaan zich eveneens splitsen en vormen er 8, enz. Deze almaar door ontdubbelen van de lichaamscellen betekent de groei van het levend wezen. Wanneer alle lichaamsdelen volledig gevormd zijn, gaan deze cellen zich groeperen onder verschillende aspecten, die dan de schors, het loof, het hout, de vruchten, enz bij onze planten.Bij mens en dier groeperen de cellen zich ook onder andere verschillende aspecten en vormen, zoals de huid, het haar, de spieren, het bloed, de beenderen enz.

Opmerkingen.

Zoals mijn uiteenzetting al aangeeft in Vogelvlucht, wil ik bij dit hoofdstuk toch nog iets aanhalen, wat de ervaren kweker natuurlijk allang was opgevallen. Ik wil deze punten toch nog even ophalen. Ook later in deze uiteenzetting, bij het hoofdstuk begrippen, komen ze nogmaals naar voren, maar hier zullen ze zeer zeker even moeten vermeld worden.

A)    HOMOZYGOOT               = FOKZUIVER

B)     HETEROZYGOOT           = FOK ONZUIVER

C)    LETHAALFACTOR           = DODELIJK (bv. 100% intensief  x  100% intensief)

D)    DOMINANT                    = OVERHEERSEND

E)     RECESSIEF                   = TERUGTREDEND

F)     INTERMEDIAIR              = MIDDEN HOUDEND

G)    FACTOR                        = EIGENSCHAPPEN DIE WE TERUGVINDEN (gen)

H)    CROSSING OVER           = SCHEURING en OVER KRUISEN van CHROMOSOMEN

I)     GESLACHTSGEBONDEN VERERVING.

J)     NIET GESLACHTSGEBONDEN VERERVING.

Een pop kan nooit verervend of split zijn, of voor een eigenschap die gebonden is aan het geslacht. De man kan dit echter wel zijn.

Dit zijn enkele begrippen die de ervaren kweker meer zal tegenkomen en gebruiken, maar toch ook zeer voornaam zijn voor de gewone liefhebber, die beslist al deze begrippen eens moet opzoeken en bestuderen. Er zijn hiervoor een groot aantal boeken te verkrijgen. Ik ga er hier dus niet verder op in omdat zoals al in het begin vermeld heb, het geheel eenvoudig en begrijpelijk te willen houden. Ik denk dat het na het enkele malen doorlezen van dit artikel het je allemaal wel meer duidelijkheid heft bijgebracht .Dan is mijn doel ook bereikt het gaat je goed met je vogels. Van Gils Wout.

Erfelijkheid moeilijk lees dit eens.

tt uitslag


Erfelijkheidsleer moeilijk? Lees dan dit eens!        Wout van Gils.

Voor degenen die de erfelijkheidsleer niet willen leren ,en of te moeilijk vinden .Zijn hier een aantal punten die het voor hen toch begrijpelijk maken. En misschien de aanzet geven om het toch te leren ,als is het alleen maar die factoren die voor hun vogels belangrijk zijn. De poppen kunnen alleen onafhankelijke factoren vererven factoren zoals Opaal,Phaeo,Topaas,Eumo,Onyx   Rec Wit .

  1 Poppen die Ivoor ,Zwart ,Bruin ,Isabel ,Pastel ,en Satinet vererven bestaan niet .

  2 Paspertou betekent ,zwart van uitzicht ( Zwartgeel , Zwartwit ,zwartrood) En zwart agaat

     Bruin ,en isabel verervend .Deze mannen geven hun kleur door aan hun dochters.

  3 Passe-partout mannen ontstaan door kruising van Agaat*bruin of Bruin * Agaat

    of Zwart * iIsabel  Isabel * Zwart.

  4 Passe-partout poppen bestaan niet. Dit is een duidelijke zaak.

  5 Een Ivoor ,Pastel of Satinetman x een klassieke pop geeft dochters die ook Ivoor – Pastel

     of satinet verervend zijn. Deze zonen zijn Split voor deze factor.

  6 Uit een klassieke man (Zwart,agaat,Bruin,Isabel) met een satinet pop zal nooit een satinet jong

     geboren  worden ,alleen als de vader ook satinet verervend is.

  7 Isabellen die Zwart,of agaat en of bruin verervend zijn bestaan niet ,even als bruinen

      die Zwart of  agaat verervend .

  8 Ook een Agaat man kan geen Zwart of Bruin vererven.

    9 Uit twee bruinen kan een Pheao geboren worden ,en ook een Opaal.

    10 Uit twee gelen kan een Recessief witte vogel geboren worden.

    11 Deze twee vorige kunnen als zowel de man als de pop deze factor met zich meedraagt.

    12 Vogels die dominantwit vererven bestaan gewoon weg niet ,bezit een vogel deze factor

        dan zal hij die ook uiterlijk laten zien.

Misschien dat deze bovengenoemde  kreten u toch de aanzet geven om toch eens wat dieper in deze Erfelijkheids leer te gaan duiken.Ik wens je veel succes  W.van.Gils .

Geschiedenis en ontstaan van de kanarie.

kan jong


 

Geschiedenis en ontwikkeling van de kanarie.

 

De Cirinus Canarius.                                                                     Wout van Gils

Over de ontwikkeling van de kanarie zijn diverse verhalen te vinden dit is er een van ,het welke we als correct moeten aannemen is niet te zeggen ,maar er komen toch diverse details overeen ,het geeft toch een vrij reëel overzicht weer.Een van de meeste voorkomende verhalen is het volgende Er zou rond 1402 een Franse matroos op de Canarische Eilanden aan de westkust van Afrika (in de diverse eilanden groepen ) OA : Tenerife ,Grand Canaria Palm enz een inlands meisje hebben leren kennen en is daar mee getrouwd ,hij heeft daar ook de eerste wilde kanarie ontdekt .Zijn Naam was Jean de Bethancourt die leefde grotendeels van de landbouw en visvangst .In zijn vrije tijd kooitjes bouwde en die met kanaries bevolkte en naar Spanje liet overbrengen . Zo zou dus Spanje de eerste kanaries hebben ontvangen .Dit is een van de vele veerhalen .Maar wel staat vast dat in de zestiende en zeventiende eeuw al op veel plaatsen kanaries werden gekweekt.

Ook mooi is het verhaal dat de Spanjaarden in de vijftiende eeuw de handel in kanaries zeer straf in eigen hand hielden en alleen mannetjes uitvoerde naar Italië en Zwitserland ,maar ook hier gong hety mis en is er toch een popje bij een persoon te recht gekomen en die is daar weer verder mee gaan kweken..Ook het verhaal dat een Spaans schip dat op weg naar Livorno door een storm verrast werd op de kust bij Italië De lading bestond voor een groot deel uit kanaries ,de matrozen hebben deze los gelaten op Elba. Ook het volgende is zeer zeker weer de moeite waard om een inzicht te krijgen over het ontstaan van de kanarie.

Sirinus Canarius.( de kanarie.
Op de Kanarische eilanden en Madeira leeft een tamelijk onooglijk vogeltje. Het is olijfgroen van kleur met een grijsbruine streep tekening. De Kanarie ! Serinus Canarius.De man heeft iets meer geel in het gevederte, maar over het algemeen.zijn beide geslachten vrij donker en onopvallend van kleur. Dit zijn de voorouders van onze in onvoorstelbare aantallen zang, kleur en postuurrassen gefokte en tot huisdier geworden kanaries. De hele ontwikkeling heeft ongeveer 500 jaar geduurd. In 1478 namen de Spanjaarden bezit van de Kanarische eilanden; de boven genoemde vogel werd door de Spanjaarden spoedig waargenomen, vooral hun lieflijke en afwisselende zang viel hen op.De wilde kanarie is een boomvogel, die zich bij voorkeur in de cipressen ophoudt en daarin buiten de broedtijd in kleine en grotere troepjes overnacht. Gedurende de broedtijd zonderen de paren zich af om hun broed plaatsen in de altijd groene planten en struiken te betrekken, die dan door de mannetjes heftig worden verdedigd.Het kunstzinnig gebouwde nest, bestaat uit witte plantenwol. Het voedsel bestaat uit kleine zaden, bladknoppen en groene scheuten terwijl tijdens de opfok van de jongen ook graag kleine insecten worden genuttigd. Enkele honderden jaren geleden was de gefokte kanarie een soort Status symbool. Menige patriciërsfamilie bezat een kanarie, waarvoor toen een stevige prijs werd betaald.De kanarie was een weelde artikel.Op zon en feestdagen zat de vrouw des huizes met de kanarie op haar rechterwijsvinger in haar prachtige vertrek, om op deze manier bezoek te ontvangen of zich te laten schilderen zoals oude familieportretten ons laten zien.De kanariekwekers waren doorgaans mensen van de werkende klasse.In Duitsland waren het vooral de arme bergbewoners uit de Harz, die de kanariefok als liefhebberij en als bijverdienste bedreven. Sedert eeuwen zijn miljoenen kanaries uit keukens en dakkamertjes, schuurtjes en hokjes van de Harzer kanariefokkers over de hele wereld vervoerd. In het begin van de 17de eeuw werden vogels van uit Duitsland in Engeland ingevoerd.Zeer spoedig werden deze vogels gekruist met Engelse zangvogel soorten, want ieder land sloeg binnen niet al te lange tijd een eigen zangrichting in. Hoe ontstond nu uit de groene kanarie, die tegenwoordig over de gehele wereld een begrip is geworden, de gele kanarie ?Het was geen plotselinge kleur verandering, maar een zeer lange ontwikkelingsweg.Bij de kweek verschenen soms lichte staart en vleugelpennen. Deze vogels paarde men onder elkaar, hieruit kreeg men geel bonte kanaries. Later kreeg men zelfs helemaal gele, die nog steeds erg in trek zijn. De fokkers in het Harz gebergte hebben de bonte vogels lang geprefereerd, omdat ze meer weerstand bezitten en nog beter zouden zingen dan de gele kanaries. De kopers verlangden steeds meer gele kanaries en zo werden de kwekers als het ware gedwongen gele exemplaren te fokken. In andere landen liep de fokrichting geheel anders. Hervieux de Chanteloup onderscheidde in 1709 al niet minder dan 28 verschillende kanarie kleurslagen in Frankrijk. Er bestonden toen reeds naast de groene, gele en bonte vogels ook al witte, agaatkleurige en kaneel bruine De zogenaamde rode kanaries verschenen pas in de 20ste eeuw door in kruising van de Kapoetsensijs, waardoor de kleurkanarie fok naast de zangkanarie fok een zeer belangrijke plaats ging innemen. De Engelse, Nederlandse en Belgische kanariefokkers legden zich eveneens toe op zeer merkwaardig gevormde en Gevederde kanaries, zodat een nieuwe tak in de kanariesport ontstond.  De POSTUURKANARIE deed zijn intrede.

Het kweekboek niet te missen.

bookwormwht

Kweekboek je kan niet zonder !!                                                     W.v.Gils.

Om te gaan schrijven hoe belangrijk het houden ,maar vooral onderhouden van een kwekboek is zal iedereen wel weten ,of ik stel het nog anders moeten weten.Wees eerlijk al hoe goed we het ook denken bij te houden ,soms zoeken we naar een ringnummer wat we niet kunnen vinden ,vergeten op te schrijven ,of wat dan ook ,of nog anders we vinden de ring nummer wel ,en de kleur komt helemaal niet overeen ,,eitje verwisseld of is en dode jonge vogel niet  opgeschreven ,en het ring nummer uit het bestand gehaald .ziek kooikortom er komen ondanks dat nog vergissingen voor.Maar we moeten dit voorkomen ,door aandachtig te blijven ,zeker als we en wie wil dit niet een goede stam willen gaan opbouwen ,dan zullen we alles goed moeten blijven noteren..Zowel de goede ,minde goede als slechte eigenschappen.Tegenwoordig zijn er schitterende kweekprogramma,s op de computer ,en er is heel goed en overzichtelijk mee te werken,maar weet wel een kweekboek hoort thuis in je kweekhok ,daar moet alles genoteerd en beheerd gaan worden in eerste instantie ,later moet je dit gaan verwerken in je Pc programma .He is later ook makkelijker bij eventuele verkoop dat je direct kunt zien waar de vogel uitkomt,en niet steeds naar je computer moet lopen ,maar na de kweek kun je natuurlijk ook je bestand uitprinten ,en dan heb je ook je overzicht.Maar bij  en in de kweek is het raadzaam ,tijdelijk alles te noteren in je kweekboek.

Wat moet men zoal noteren in je kweekboek : Oa : 

  – Het Kweekjaar “

  – De kleur van de man en pop ,incl de verervende factoren als deze er zijn.
  – Het ringnummer /  jaartal en de afkomst .
  –  Eventuele opmerkingen van de vogel , ( die je belangrijk vindt en nodig zijn )
  –  De datum van het koppelen.
  – Het hok nummer.en het Ronde nummer ( Bv eerste kweekronde )
  –  Het aantal eieren gelegd.en het uitgekomen aantal eieren.
  – Datum van aanvang broed .en datum van uitkomen van de eieren.
  – Een kolom om de ring nummers van de jonge vogels in te vullen.
  – Notitie van de kleur van de uitgekomen jongen.nota man op pop ,als je dit al kent.
  – Al de bijzonderheden over het nest,voederen ,groeien ,kleur ,bouw ,enz enz.

 

Het kunnen allemaal korte maar krachtige kreten zijn ,maar ze moeten voor je wel allemaal duidelijk herkenbaar zijn ,en van waarde ,ieder heeft daar toch wel op zijn manier behoefte aan .Maar zorg wel dat je nog weet wat je bedoeld hebt las je dit gaat inbrengen in de Pc ,of dat je later in het boek kijkt en je weet niet meer wat je bedoeld hebt. Weet wat je doet ,is belangrijk bij het kweken van vogels .Succes Wout van Gils.

Homezygote en Hetrozygote.

Isabel en bruin rood

 


 

Homozygote en Hetrozygote:                                           wout van Gils.

Er bestaan talloze vogels die naast hun uiterlijke kleur ook nog verborgen kleuren bezitten. Dergelijke vogels krijgen we gewoonlijk als we twee niet zuivere vogels met elkaar laten kruisen, zodat de jongen een palet van kleuren (zichtbaar en onzichtbaar) vertonen. Zo’n onzuiver verervende vogel wordt een heterozygote vogel genoemd, een term die voor ons evenwel erg doorzichtig moet zijn. We zien hier overduidelijk het woord ‘zygoot’ in terug, en aangezien we weten dat een zygoot een bevruchte eicel is, behoren we alleen ietwat dieper door te denken en ook dit woord zal ons voortaan zo duidelijk als glas zijn. Zygoot is een bevruchte eicel of – en dit mogen we in dit geval gerust opmerken – een bestanddeel dat voor de bevruchting heeft gezorgd en zich nu verder zal ontwikkelen tot een volwaardig individu. Nu zijn er in de zygoot eigenschappen die bepalend zijn voor het uiterlijk van het dier. Tijdens het samen smelten van de eigenschappen van man en pop (die in ons geval dus beide niet gelijk in kleur waren) zullen er dus bepaalde bestanddelen wedijveren om de eerste plaats; de teruggedrongen kleuren (en andere kenmerken) blijven echter wel in de zygoot aanwezig en bij eventuele samenvloeiing van meerdere van zulke teruggedrongen eigenschappen (bijvoorbeeld later bij paring) heeft men kans, dat eens teruggedrongen kleuren en of eigenschappen in een van de volgende generaties weer uiterlijk waarneem baar kunnen zijn.

We kennen  hoe kan het ook anders – het tegenovergestelde, namelijk zuiver verervende vogels of homozygote vogels. Deze vogels zijn dus beslist fokzuiver voor een bepaald kenmerk. Hebben we derhalve een paring die zgn. homozygoot is, dan bezit deze vogel ook geen andere eigenschappen of kenmerken welke niet duidelijk zichtbaar (aan het uiterlijk dus) zijn waar te nemen. En, hierbij uitgaande van het feit dat u het bovenstaande allemaal goed heeft begrepen, kunnen we eventjes flink in onze theorie opschieten en met een ogenschijnlijk rare bokkesprong pardoes verklaren dat zowel een heterozygote als homozygote kanarie er precies hetzelfde kunnen uitzien (ik zeg ‘kunnen’, omdat juist de uitzonderingen de regel bevestigen, zoals een wijs spreekwoord ons dat leert).Een homozygote zwart gele vogel (ik spreek hier even in het algemeen en heb dus niet speciaal een kanarievogel op het oog!) bezit enkel de kleur groen, terwijl een onzuiver (of meervoudig) verervende vogel wel groen (in meer of mindere mate) kan zijn, maar daarenboven nog verborgen en dus niet zichtbare kleuren (of kleur) bezitten (bezit); kortom, aanleg heeft een bepaalde, voor ons vaak onbekende kleur, bij paring over te geven op het nageslacht. Ik zeg ‘onbekend’, omdat de vader en de moeder van deze heterozygote vogel wel uiterlijk groen zijn geweest, maar ook verborgen kleuren (dus niet raszuiver) hebben gehad. Het spreekt dan ook vanzelf, dat wanneer we twee homozygote vogels met elkaar kruisen (homozygoot voor dezelfde kleur, zoals dat voor vele kanaries, behalve de intensief vogels, wordt gedaan; denkt u hier even dat intensief x intensief de letaalfactor brengt die dodelijk kan zijn), we ook zeer zeker kleurzuivere vogels mogen verwachten: agaat x agaat (beide homozygoot uiteraard) levert dan ook voor honderd procent agaat mannetjes en agaat popjes; dat kan eenvoudig niet missen, daar het mijn inziens toch duidelijk is dat de oude vogels geen kleur kunnen doorgeven aan het nageslacht, die ze zelf niet bezitten; de vogels, de ouders dus, zijn zuiver verervende dieren en dientengevolge mogen we ook zuivere jongen van die kleur verwachten en wel voor honderd procent (ook de jongen zullen op hun beurt eveneens zuiver verervend zijn).In dit verband mag ik misschien ook kort verklaren wat we verstaan onder een mutatie, een woord dat in dit boek nogal eens wordt gebruikt. Als er plotselinge veranderingen optreden in kleur en of vorm van een dier (of plant) die niet erfelijk te verklaren zijn, spreken we van een mutatie. Door veranderingen, waarvan de oorzaak (meestal) onbekend is in de erfelijke samenstelling, dus in de samenstelling van de chrornosomen, kunnen er plotseling kleur en lof vormveranderingen optreden. Het kan soms ook opzettelijk teweeggebracht worden, maar meestal komt het bij onze amateur fokkers plotseling en spontaan voor de dag. Wat een boffers zijn we dan!U mag mutatie niet verwarren met ‘modificatie’. Dit laatste is heel wat anders. door bepaalde ‘kleurvoeders’ toe te dienen, waarin bepaalde stoffen zijn toegevoegd of vaker nog, waarin bepaalde stoffen ontbreken (vooral vitaminen en chemicaliën), kunnen ook veranderingen optreden. Maar deze verdwijnen weer als de normale voeding wordt gegeven, zonder dus die bewuste ‘kleurvoeders’ (denk in dit verband aan het intensieve rood bij de rode kanaries, dat veelal wordt verkregen door ondermeer het verstrekken van wortelnat in het drinkwater of van andere preparaten die men kant en klaar in elke vogelwinkel kan kopen).Mutaties kunnen, en zullen vaak, erfelijk zijn; dat is een groot verschil met de modificatie, waarbij erfelijkheid niet aan de orde komt, daar zij immers ‘kunstmatig’ is te weeg gebracht.

Overigens zal het gebruik van inteelt bij het optreden van mutaties vaak noodzakelijk zijn. Dat wil dus zeggen dat de mutant wordt teruggekruist op vader of moeder om zo te proberen een mutatiestam op te bouwen, want u begrijpt dat de ouders van een mutatie natuurlijk mede aansprakelijk zijn voor het optreden van een mutatie, of althans in heel wat gevallen. Is de rnutant een popje en is de vader aansprakelijk te stellen voor de mutatie, dan zijn we in één ronde klaar als we hier inteelt toepassen (vader x dochter).

 

Hebben we wat pech en is mama de ‘oorzaak’, dan zal de weg één keer zo lang worden; we kruisen eerst vader x dochter, en een ‘zoontje’ uit deze verbintenis wordt teruggeplaatst op de eerste pop, dus oma voor deze kleinzoon; u zult zien dat we dus bij de tweede maal wederom mutanten zien verschijnen. Derhalve kan inteelt dus heus wel nuttig, ja, soms noodzakelijk zijn, maar anders zou ik het toch maar liever achterwegen laten, waar we tenminste voorkomen dat onze stam degenereert tot minder waardige vogels!

Ino,s in de vetstof reeksen.

 

LutinoalbinoRoodivoor Rubino schimme


Ino’s in de vetstofreeks                                          wout van Gils.
INLEIDING:                                                                                                        

Deze vogelsoort zien we de laatste jaren steeds meer opkomen niet alleen in de kanarie soorten maar ook in alle andere vogelsoorten. Zeker de albino en lutino,s zien we steeds meer opkomen, dit in combinatie met andere kleur factoren. Wat betreft de rubino deze vogels ziet men ook meer maar het kweken van deze soort blijkt toch wat meer problemen te geven. Ik ben ook enkele jaren met deze kleurslag bezig geweest maar ik heb ook moeten vaststellen dat bij deze vogelsoort de moeilijkheden toch iets groter zijn. Maar nu iets meer over de INO,S in het algemeen.In deze groep kent men twee soorten. Een groep vogels waarbij men een bruine omzoming en rode ogen laten zien. Deze vogels komen dan ook uit de groen of bruin serie. Ze zullen dan ook een schub tekening laten zien, mooie bruine omzoming in de pennen en rode ogen.De ino factor die gekweekt is in de agaat of isabel serie. Deze bezitten geen zwart(eumelanine) en bruin (pheamelanine) meer. Door deze afwezigheid zijn het nu bijna vetstof vogels geworden. Bij het opblazen van deze vogels kan men een nog iets of wat donkere dons waarnemen, dit geeft dan ook een indicatie van de fokzuiverheid van deze vogels.Door het in kweken van andere pigmentreducerende factoren, is het de kweker gelukt ook dit laatste restje Pheamelanine eruit te kweken en zo deze prachtige vogels er uit te kweken. Over deze vogels iets meer.Het zal voor de meeste kwekers duidelijk zijn dat men niet alle INO,s zal verkrijgen door het in kweken van de ino factor. Ook de satinet factor kan hier een grote rol inspelen, maar daar wil ik op een volgende keer eens op in gaan. In het algemeen kan men stellen dat “ONAFHANKELIJK VAN DE COMBINATIE VAN FACTOREN” die voor de uiterlijke verschijningsvorm verantwoordelijk zijn, zullen al deze vogels in hun gehele bevedering, inclusief de donsveertjes geen pigment meer laten zien, en rode ogen hebben. Ook al zijn in deze vogels verborgen factoren aanwezig, toch is met gerichte en strenge selectie en kweek. Zijn de INO,S in de vetstofreeks zodanig te kweken dat er uiterlijk totaal geen pigment meer zichtbaar is. Dit houd wel in dat men een rubino – lutino – albino niet altijd een fokzuiver vogel is. Men noemt dit met een moeilijk woord: “PARTIEEL ALBINISME” Met andere woorden een gedeeltelijke ontbreken van eumelanine en of pheaomelanine.

VOGELSOORTEN IN DE INO REEKSEN. 

ALBINO..: Vogels met witte grondkleur(met of zonder schimmel)
LUTINO..: Vogels met gele grondkleur(met of zonder schimmel)
RUBINO..: Vogels met rode grondkleur(met of zonder schimmel) 

ALBINO. Kent men met de dominant en recessief wit factor met of zonder schimmelfactor en of ivoorfactor.
 LUTINO.    Geel lutino Ivoor lutino met of zonder schimmelfactor.
RUBINO.    Rubino intensief -Ivoor rubino dit weer met of zonder schimmelfactor. 

VERERVING INOFACTOR.

De inofactor is terughoudend tegenover elke pigmentkleur, heeft een vrije vererving. Het is een recessief factor die geheel onafhankelijk vererft. Deze kan dus alleen te voorschijn komen als de factor dubbel aanwezig is dus ofwel zichtbaar is op in split vorm.

ENKELE KOPPELINGSMOGELIJKHEDEN ZIJN.

1      INO x INO = 100 % ino (niet al te zeer aan te raden)
2     INO x NIET INO = 100 % split ino.
3     INO x SPLIT INO = 50 % split ino 50 % ino
4     SPLIT INO x SPLIT INO = 50 % split – 25 % ino – 25 % niet ino.
5     SPLIT x NIET INO = 50 % niet ino 50 % split ino.

Over het kweken van ino,s via satinet en of pheao kan maar is veel moeilijker en vraagt meer kennis.

BEOORDELEN VAN INO,S.

Al deze vogels hierboven beschreven zullen worden beoordeeld naar de standaardnorm zoals deze is uitgegeven voor deze vogels. Of de vogels nu over ino en of satinet gekweekt worden speelt geen enkele rol. Kortom welke factor er ook verantwoordelijk is dit doet tijdens het keuren totaal niets ter zaken. Alleen de kweker kan hierover zekerheid verstrekken, en ook dat is nog niet altijd zeker. Ik herinner me hierover nog een aangename discussie in een van mijn voordrachten enkele jaren geleden, tussen een oudere en een jongere kweker. In deze groep zijn zeer mooie en prachtige resultaten te bereiken, ik wil deze vogels zeker aanraden bij de meer ervaren kweker. Zeker de albino is een mooie en dankbare vogel indien met overleg en kennis gekweekt. Maar dit is natuurlijk een kwestie van smaak zie maar eens naar de rubino en of lutino.

VERZORGING VAN DEZE VOGELSOORT.

Zoals je hebt kunnen lezen en of al zelf vastgesteld tijdens je keek dat deze soort moeilijker is te kweken dan menig ander soort vogel. Vooral het groot brengen der jongen geeft wat meer moeilijkheden. De vogels zijn de eerste dagen wat zwakker dan de gewone Bv klassieke soorten en als deze gelijktijdig in het nest liggen worden de ino,s graag aan de kant gedrukt door deze iets sterkere vogels. Daarom zullen de meer ervaren kwekers de ino,s als het mogelijk is zoveel mogelijk bij elkaar leggen om bovenvermeld probleem te voorkomen. Ook moet men vermijden dat de vogels teveel aan zonlicht (scherp licht) worden blootgesteld dit kan leiden tot oog ontsteking en of slechtziend of totale blindheid tot gevolg. Het zelfstandig worden van de vogels vergt in zijn totaliteit ook enkele dagen meer, dus de jongen langer bij de ouder vogels laten zitten de ino,s plaatsen in de rustperiode en of overgangsperiode in een grote volière kan ook gevaarlijk zijn door het iets minder gezichtsvermogen van deze vogels zeker in combinatie met fel licht. Verder hoeven er voor deze vogels wat betreft de verzorging geen problemen te zijn.ENKELE STANDAARD GEGEVENS.

    ALBINO.

Deze vogel moet zuiver en helder wit van kleur zijn. In combinatie met de recessief factor. Geen enkel spoor van aanslag De dominant wit factor mag een miniem aan aanslag laten zien in de vleugelpennen. Beide vogelsoorten mogen geen enkel spoor van pigment laten zien in de dons en of totale bevedering. De hoorndelen licht vleeskleurig. Daar de kleur van de vogel erg eenvoudig is namelijk “WIT” zal de keurmeester hier erg streng zijn accent op leggen met name op de zuiverheid, helderheid en reinheid van de vogels.

    VOORKOMENDE FOUTEN.
    Niet helder wit,OA dof,geen glans,niet helder wit,vuil enz
    Vuil boven de snavelbasis-stuit hoorndelen-vleugelpenen.
    Bontvorming in bevedering en of hoordelen.
    Ruwe en of te lange bevedering, niet gesloten bevedering.
    Te veel aanslag vleugels. zelfs op schouders, staart.
    Te klein, opening aan oogstreek, los in flanken.
    Kopje niet mooi rond te smal of andere vorm fouten.
    Fel witte pootjes (te kort vitamine A)

LUTINO INTENSIEF.

Een zuiver gele kleur en rode ogen, gelijkmatig verdeeld over heel het lichaam. Goed doorgekleurde vleugel en staartpenen. (iets lichter bij jonge vogels is toegestaan) De volledige werking van de intensieffactor is vereist. Men mag in totaal geen pigment of bontvorming in de vogel waarnemen. Hoorndelen licht vleeskleurig.

VOORKOMENDE FOUTEN.
1     Geeltint niet diep of te diep doorgekleurd.
2     Licht oranje bijtint .
3    Vleugel en of staartpennen onvoldoende doorgekleurd.
4     Bontheid-schimmelsporen.
5     Ruwe en of te lange bevedering, niet gesloten, ruw enz.
6     Te groot te klein-kopje te smal te plat en of alle andere vormfouten.

LUTINO.

Een mooie zachte zuivere licht gele grondkleur, egaal verdeeld over de gehele vogel, met rode ogen. Hierover een goed verdeelde zachte schimmel verdeling, niet te lang want dit geeft weer kleurloze vederpartijen. Geen enkel spoor van pigment of bontheid. De hoorndelen licht vleeskleurig.

VOORKOMENDE FOUTEN.
1     Te veel of onregelmatige schimmelverdeling.
2    Niet egaal van grondkleur (bewolkt)
3     Bontheid in dons bevedering en of hoorndelen.
4     Ruwe bevedering te lang,los,schraal of rommelig bevederd.
5     Te klein te groot kop borst of andere vormfouten.
6    Te bleke vleugel en of staart pennen.

LUTINO IVOOR INTENSIEF.

Een mooie gele diep doorgekleurde gele grondkleur egaal over heel het vogellichaam mooi door gekleurd in de vleugel of staart pennen. Een iets minder felle kleur ontstaat door de werking van de ivoorfactor samen met de intensief factor. Geen enkel spoor van bontheid in dons en of bevedering hoorndelen licht vleeskleurig.

VOORKOMENDE FOUTEN.
1     Grondkleur te bleek en of te diep of bewolkt doorgekleurd.
2     Vleugel en of staart niet voldoende doorgekleurd.
3     Niet volledig intensief (schimmelsporen)
4     Bontheid in dons of andere bevedering.
5     Alle eerder genoemde vormfouten.
6     Ruwe en of te lange bevedering
7    Oranjeachtige ivoorkleur.

LUTINO IVOOR.

Deze vogel heeft rode ogen, heeft een mooie zacht gele kleur door deze ivoor structuur en en licht egale mooi verdeelde schimmel verdeling over de gehele vogel. Ook doorgekleurde vleugel en staart pennen mogen niet bleek zijn. Geen bontheid in dons en of bevedering. Hoordelen licht vleeskleurig.

VOORKOMENDE FOUTEN.
1     Kleur niet diep genoeg,tweekleurig en of bewolkt.
2     Vleugel en of staartpennen te licht.
3     Schimmel verdeling niet goed.
4     Bontheid in bevedering en of hoorndelen.
5    Te lange bevedering of te kort en te ruw enz.
6     Oranje bijtint van de kleur.
7     Te groot/klein en alle andere vormfouten.
8    RUBINO INTENSIEF.

Deze vogel heeft rode ogen, met een mooie egaal gekleurde rode kleur, ook in de vleugel en staart pennen. Uiteraard met een volledige werking van de intensief factor. Geen enkel spoor van bontheid in dons vleugel en staartpennen. Hoorndelen licht vleeskleurig.

VOORKOMENDE FOUTEN.
1    Rode kleur niet diep genoeg en of tweekleurig.
2     Vleugel en of staart pennen te licht.
3     Schimmelsporen aanwezig.
4     Bontheid in bevedering en of dons en hoordelen.
5     Niet egaal doorgekleurd.
6     Bevedering te lang ,ruw,slordig enz.
7     Alle voorkomende vormfouten in kopje borst enz. 
   RUBINO SCHIMMEL.

Dit is een vogel meet rode ogen de rode kleur moet zuiver en egaal zijn doorgekleurd doorlopend in vleugel en staart pennen. Een gelijkmatige schimmelverdeling over de gehele bevedering. Mag geen enkel vorm van pigment vertonen ook niet in de donsveertjes. Lichte vleeskleurige hoorndelen.

VOORKOMENDE FOUTEN.
1     Grondkleur niet diep genoeg.
2     Vleugel en staart pennen te licht niet doorgekleurd.
3     Schimmelverdeling niet egaal verdeelt over de vogel.
4     Bontheid in de bevedering en of hoorndelen.
5     Twee of drie kleurig.
6     Ruw en of te lang bevederd.
7     Te groot en of te klein. 
A      IVOOR RUBINO.

Dit is weer een vogel met rode ogen, met een diep egaal doorgekleurde rood (ivoor) grondkleur over de gehele bevedering doorlopend tot in de vleugel en staart pennen. Door de ivoorstructuur en de werking van de intensief factor treed er een lichtere rood(ivoor) grondkleur op. Geen enkele vorm van pigment is toegelaten ook niet in de dons bevedering. De hoorndelen licht vleeskleurig.

VOORKOMENDE FOUTEN.
1     Grondkleur niet diep genoeg.
2     Vleugel en staart pennen te licht niet doorgekleurd.
3    Schimmelsporen aanwezig op de vogel.
4     Bontheid in de bevedering en of hoorndelen.
5     Twee of drie kleurig.
6     Ruw en of te lang bevederd.
7    Te groot en of te klein.
8    Openingen aan de oogstreek. 
    IVOOR RUBINO SCHIMMEL.

Deze vogel heeft rode ogen met een diep zuivere verdeelde rode kleur. Door de ivoorstructuur in combinatie met de schimmelwerking zal er een lichtere rode (ivoor) kleur ontstaan. Er mag gen enkel spoor van pigment waarneembaar zijn, ook niet in de donsbevedering. De hoorndelen zijn licht vleeskleurig. De vleugel en staartpenen die goed doorgekleurd te zijn.

VOORKOMENDE FOUTEN.
1     Vleugel en staart pennen te licht niet doorgekleurd.
2     Schimmelverdeling op de vogel niet goed.
3     Bontheid in de bevedering en of hoorndelen.
4     Twee of drie kleurig.
5     Ruw en of te lang bevederd.
6     Te groot en of te klein.
7     Erg veel nek en of rugschimmel.

Het zal voor u duidelijk zijn dat er bij al deze vogels nog meer fouten kunnen voorkomen. Zeker in vorm grote en andere rubrieken. Ook de conditie van de vogel speelt een grote rol. Ook de fouten gemaakt door de liefhebber spelen hierin een rol.

Denk maar eens aan:
1     Verkeerd opkleuren (voeren).
2     Verkeerde koppelingen.
3     Bevederingstructuur niet goed.
4    Te groot te klein.
5     Verkeerde voeding.
6     Niet goed afgericht.
7     enz. enz.

Iedere liefhebber zal hierin wel zijn fouten in herkennen, of in een later tijdstip ervaren.

BEOORDELING VAN INO,S.

Al deze vogels hierboven beschreven , worden beoordeeld naar de standaard welke voor de normale vetstof vogels gelden. Of deze vogels nu gekweekt zijn over ino dan wel satinet dit speelt voor de keurder geen enkele betekenis. KORTOM welke factor er nu ook voor verantwoordelijk is voor deze pigmentloze verschijningsvorm doet tijdens de keuring niets ter zaken. Vanwaar deze verschijningsvorm ook komt kan alleen de kweker bevestigen en ook dat is nog lang niet zeker. Ik herinner mij nog een aangename discussie enkele jaren geleden over deze groep vogels tussen een oudere en een jonge liefhebber. Het was een hele mooie en leerzame discussie rond dit punt dat eindigde in remissie Bij de hadden gelijk maar welke factor nu verantwoordelijk was kwam niet duidelijk naar voren. En dit zal ook nu nog wel eens een discussie punt zijn. In deze groep vogels zijn zeer mooie resultaten te bereiken ,ik wil dan deze vogels aanraden voor iedereen maar men moet wel wat ervaring hebben in het kweken van vogels want bij de geboorte zijn het toch wel wat zwakkere vogels. Maar al deze vogels zijn voor iedereen een lust voor het oog.

BESLUIT.

Het kweken van deze vogels vereist zeker kennis ter zaken ze zijn ook moeilijker te kweken. We zullen daarom ook goed uit gesorteerde vogels moeten gaan gebruiken Goed gezond en goed in de bevedering. De jonge ino,s proberen bij elkaar te leggen in het nest, en indien mogelijk bij leggen indien nodig onder goed voerende ouders. Ook het zelfstandig worden van deze vogels vergt wat meer tijd een 3 a 4 tal dagen Hou hier ook ter degen rekening mee. Vermijd verder ook scherpe lichtinval bij deze vogels. De meeste vogels hebben door hun pigmentloze ogen erg veel hinder van met gevolg van oogontstekingen en soms tot blindheid tot gevolg. Maar bij goede verzorging en kennis ter zaken is het kweken van ino,s een mooie en dankbare bezigheid met zeker resultaat op de TT tot gevolg. Ik hoop u met dit artikel wat meer inzicht gegeven te hebben aangaande deze vogels .En ik wens u verder veel succes met deze vogelsoorten.

 Wout van Gils                                                                 

Intensief en Schimmel.

Rood intensiefRood schimmel

geelintensiefGeel schimmel 


Intensief en niet intensief                        Wout van Gils. 

Twee begrippen die iedere kanarie kweker erg goed kent, zelfs goed hoort te kennen, en er goed mee omgaan hoort bij het resultaat van je kweekuitkomst, deze begrippen wil ik nogmaals onder uw aandacht brengen door dit artikel. De kleurkwaliteit van onze kanarie is niet alleen afhankelijk van de werking van de kleurfactoren. De hoeveelheid pigment en vetstofkleur is heel belangrijk. Toch kunnen kanaries van de zelfde kleurvariëteit een geheel andere verschijningsvorm hebben, zelfs vogels met een gelijke kleurwaarde kunnen verschillen. De lengte van de bevedering heeft hierin een groot aandeel in.Lange of korte bevedering beïnvloeden deze kleuruiting. Hoe korter de bevedering des te sterker de concentratie van de kleurstoffen. Een langere bevedering geeft een groter spreiding vlak. Hierdoor wordt de kleur wat matter van tint. Bij een kort verenkleed zal het pigment en de vetstofkleuren zich uitstrekken tot in de uiterste toppen van de kleurbepalende veren. Dit is weer niet het geval bij een te lange bevedering. Hier zijn de veertoppen kleurloos. Dit geeft een echt overdekkend beeld aan de werkelijke kleur. Het verschil in kleur uiting, dat nauw samenhangt met de lengte van de bevedering wordt aangeduid met intensief en niet intensief. In plaats van niet intensief wordt meestal de aanduiding schimmel gebruikt, de intensieve kanarie heeft een kortere nauwsluitende bevedering ,en maakt tegen over de schimmel een slankere indruk . De niet intensieve lijkt door zijn langere bevedering groter en voller.Meestal heeft de intensieve vogel een wat fijnere snavel en pootjes. De mening dat de intensieve vogel wat kleiner is dan de schimmel hoeft beslist niet waar te zijn. Het is wel van groot belang op te letten bij de kweek van ver doorgevoerde intensieve vogels, dit lijdt anders al gauw naar het wat smallere en kleinere type toe, met een erg schrale bevedering er bij. De ervaren kweker zal dit proberen te voorkomen door steeds de flinkste vogels met wat lange bevedering aan te houden om mee verder te kweken.
Het erfelijk karakter.

De intensief factor is niet homozygoot te kweken ,steeds zal de intensieve kanarie ook niet intensieve vererven. De koppeling van twee intensieve vogels geeft intensieve vogels en matige schimmel vogels. De factor heeft een dominant karakter. Als regel zullen we intensief aan matig intensief (schimmel) paren, waarna we beide variëteiten kunnen verwachten in de nateelt. Indien in de kiemcel tweemaal de iwordt dan ook zeker niet aangeraden. De kans dat de intensief factor dubbel optreed blijft erg groot aanwezig, met alle gevolgen van dien. Wie van beide ouders de intensief factor draagt maakt uiteraard geen enkel verschil. In beide geslachten zullen intensieve en niet intensieve worden geboren. Dit geeft te kennen dat de intensief factor onafhankelijk en intermediaire vererft.Variatiemarge.

Geelschimmel het verschil De intensief factor heeft een grote variatiebreedte. Van intensief tot niet intensief liggen meerdere tussen variaties. Het kan gebeuren dat bij een verkeerde samenstelling van het kweek koppel de jongen zeer slecht bevederd zullen zijn. Zo slecht zelfs dat er kale plekjes op de kop en dijbenen ontstaan. Door gebruik te maken van deze variatie breedte, met andere woorden van de tussen vormen kan dit worden opgevangen. Bij het kweken van schimmel vogels dienen we er voor te zorgen, dat de bevedering weer niet te lang wordt. Door steeds schimmel x schimmel te koppelen, werken we in de hand dat de bevedering slordig en te lang wordt, deze fouten ontsieren uiteraard de gehele vogel. De bevedering is ook erg belangrijk voor de het uiterlijk van de vogel. Dit heeft al menig liefhebber een titel gekost op de tentoonstelling. De juiste kleurkwaliteit is erg belangrijk maar deze moet wel goed samen gaan met het juiste bevedering structuur. Met andere woorden het is het een of ander intensief of wel niet intensief. Het is daarop waar we onze kweek op zullen moeten richten en op geen enkele andere.
Kweek aan wijzigingen.

De meest aangewezen weg voor het kweken van intensieve vogels is intensief x matig intensief (licht schimmel) te koppelen. Met lichtschimmel bedoel ik de overgangsvorm van intensief naar niet intensief (intermediaire vorm) Het verenkleed is bij dit type nog goed doorgekleurd. slechts een klein deel van de veertoppen is voorzien van schimmel.Op de kop en borst van de matig intensieve vogel bevindt zich geen schimmel. Opvallend is dat uit de paring niet intensief x intensief (pop) meer intensieve worden gekweekt, dan uit een koppel man intensief en pop schimmel. Daar worden minder intensieve poppen dan mannen gekweekt. Het is om die reden dat de intensieve poppen minder makkelijk te koop zijn. De liefhebber houdt deze vogels liever zelf om dat ze niet te missen zijn om intensieve vogels te kweken. Het herkenen van intensieve vogels in het nest is ook erg goed waar te nemen de intensieve heeft erg weinig dons in vergelijk met het schimmel jong. Een schimmel jong zal ook veel sneller in de veren komen dan een intensief jong. De verengroei wordt bij de intensieve jongen als het waren vertraagd. Voor het kweken van schimmel vogels is de beste methode schimmel aan matig schimmel te kweken.Het goede schimmel type zal over het gehele lichaam een mooi korte schimmel verdeling laten zien egaal verdeeld. Zodra we gaan merken dat de bevedering los, pluizerig en of te lang wordt dan is het tijd om een intensieve partner in te schakelen. Het verenkleed wordt dan weer tot zijn juiste proporties terug gebracht. Het is hier waar we onze aandacht op moeten blijven vestigen bij zowel bij de kweek van intensieven als bij de niet intensieve vogels. Een goede kweek. En weet het is ofwel intensief of wel schimmel een van de twee alle tussenliggende vormen tellen niet op onze tentoonstellingen, wel voor het samen stellen van onze kweekkoppels. Van Gils Wout.

intensief factor aanwezig is zal dit dodelijk zijn (letaal) de koppeling van twee (vol) intensieve vogels .E-mail adres  wout@woutvangils.be

Kleurstoffen en hun werking.

 


 

Kleurstofen en zijn werking .                                                       Wout van  Gils.

Onze vogels beschikken over eigenschappen die totaal verschillend zijn van andere dieren. De manier waarop zij zich verplaatsen is geheel anders. Het gezang wat zij brengen komt bij geen enkel ander diersoort voor, ook de kleuren zijn uniek te noemen. Bij onze kanariekweek is wel het meest fascinerende de veelzijdigheid van het kleurenpatroon. Er zijn maar weinig vogelsoorten waarin zoveel kleurschakeringen kunnen op treden. Ondanks de honderden variaties, zijn het slechts enkele basis kleurstoffen die deze facetten veroorzaken. Enig inzicht van deze stoffen zal zeker bijdragen tot een beter begrip van de kleurkanarie kweek, zonder in een formule vorm terug te vallen.We vertrekken van de eenvoudige, oorspronkelijke kleur. Dit is de kleur die iedereen wel zal kennen: de grauw groene kanarie (zwartgeel) Hieruit zijn alle kleuren ontstaan. De zwart gele kanarie (grauwgroen) bezit de kleurstoffen in een onveranderde vorm, het kleurbeeld ontstaat door zwart, bruin en geel deze totaal indruk geeft ons het grauw groene uiterlijk.de basiskleuren zijn weer verschillend van samenstelling, Het zwart en bruin maken deel uit van het pigment patroon. De gele kleurstof noemen we de grondkleur of bijkleur. Het meeste pigment bevindt zich meestal in de vleugel en staartpennen. In de rug en flanken is de ligging van de pigment- kleurstoffen van dien aard dat er een bestrepingspatroon ontstaat.
De gele grondkleur ligt vermengd met het pigment in de gehele bevedering, behalve de donskleur, die bestaat alleen uit pigment. Wetenschappelijk gesproken noemt men de pigmentstoffen: melaninen.Dit is dus de aanduiding voor de min of meer donkere kleurstoffen. De gele kleurstof behoort tot de carotenoïden.

Wat is melanine:
Melanine is een kleurstof, variërend van diep zwart tot lichtbruin. Het heeft een korrelvormige structuur en is gelegen in de mergcellen. Zwarte en donkerbruine melanine korreltjes zijn staafvormig. Bolvormig zijn de bruine en lichtbruine melaninen. De staafvormige melanine geeft in hoofdzaak de kleur in vleugels en staartpennen en in de bestreping weer.Tussen de bestrepingspatroon en aan de smalle zijde van de grote pennen, tevens in de toppen van de kleine veren, liggen de bolvormige melanine korrels. Ter onderscheiding heet het staafvormig pigment eumelanine en het bolvormige pheaomelanine. Hoe groter de hoeveelheid aan melaninekleurstoffen des te donkerder is de verschijningsvorm (phaenotype).

Wat is carotenoïde ofwel vetstofkleur:
Ccarotenoïde is een kleur die zich in planten bevindt, bij vogels uit hij zich in kleur tot diverse nuanceringen in rood. Omdat carotenoïde oplosbaar is in vet, wordt deze vetstofkleur genoemd. De gebruikelijke naam is lipochroom. Bij de kleurkanarie kennen we twee soorten vetstofkleuren namelijk geel en rood. Kwalitatief gezien van lichtgeel oplopend naar rood. Deze gele en rode kleurstoffen bevinden zich als heel kleine vetdruppeltjes in de kleur bepalende delen van de veer. Voor het omzetten van de plantaardige kleurstoffen in de kleur die lichaam eigen is, vervult de lever een onontbeerlijke functie. Een van de meest voorkomende carotenoïde die we aantreffen in de natuur is luteine die ook duidelijk waarneembaar is in geel bloeiende planten.Het hoofdvoedsel van de kanarie (raapzaad witzaad en andere zaden) bevatten deze lutine. Behalve dit geel caroteen is er nog een andere gele kleurstof, namelijk zeaxanthine, deze komt voor in maïs.De kleur uitdrukkingen van licht roze tot diep rood danken hun bestaan aan een rood caroteen. Veel vruchten zoals bessen, rozenbottels en pepers zijn rijk aan een eigen soort rood carotenoïde. Indien met dit als voedsel verstrekt zal dit resulteren in een kleur verhogend effect. Naargelang de kleurslag die kweken, hetzij in geel hetzij rood, dienen we met het boven staande rekening te houden.

Het ontstaan van een kleurvariëteit.
Op allerlei manieren kan een kleur tot stand komen. Uitgaande van de grauw groene kleur kunnen de basiskleuren beïnvloed worden door vermeerdering, vermindering, verandering, ligging, structuurwijziging en bezetting van de pigmentstoffen en vetstofkleuren. Soms heeft het betrekking op een kleurstof. Dikwijls is het een samengaan van alle aanwezige pigmenten en kleurstoffen.Vermeerdering van melanine en vetstofkleur.
Door selectieve kweek kunnen de pigment en vetstof kleuren verdiepen, door voortdurende koppelingen van bijvoorbeeld zwart geel aan zwart geel zal er een maximum concentratie van melanine uit voor komen. Het steeds door koppelen van de diepst gele vogels zal weer leiden tot een diepere gele kleur.

Vermindering van melanine.
Middels de factoren werking kunnen de melanine soorten verminderd worden. Het zij vermindering van een soort of beide soorten. Zo wordt de verdunde vorm van zwartgeel en bruin, respectievelijk agaat en isabel genoemd. Verkregen door een factor die de pheaomelanine (bruinmelanine) aantast. Door een verminderde productie van melanine korrels vindt er een afzwakking van de kleuruiterlijk plaats. In de pastel serie bijvoorbeeld wordt het aantal eumelanine korrels verminderd, en wel zodanig dat de bestreping of wel geheel of gedeeltelijk verdwijnt. De beide vormen van reducering kunnen in een vogel verenigd zijn.Verandering.De zwarte kleurstof bij de zwart gele kanarie heeft een zekere graad van ontwikkeling. Door verminderde activiteit van de zwartfactor kan er in plaats van zwart- bruinpigment worden geproduceerd. Verandering van pigment kan samengaan met de ligging van de kleurstoffen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de zwartgeelopaal.Hier is het pigment in plaats van zwart grijsachtig blauw van kleuruiting geworden. Zo zal ook de ivoorfactor een andere ligging aan de vetstof kleur geven. Dit heeft ook weer tot gevolg dat het kleurbeeld verzacht.

Ligging.
Bij de vetstofkleur strekt de kleur zich uit over het gehele verenkleed, zij kunnen zich ook beperken tot de regionale kleurvelden. Hierdoor ontstaat een onderbreking in de totaalkleur. Zo laat bij voorbeeld de mozaïek factor een unieke kleurtekening zien op een bijvoorbeeld witte of gele ondergrond.

Structuurwijziging.
Dit hangt nauw samen met de ligging van de kleurstof. Ten opzichte van de wildkleur zwartgeel kunnen de pigment en vetstofkleuren anders gegroepeerd liggen, dit geeft weer een heel ander kleureffect.
De opbouw van de mergcellen, kan ook anders zijn met als gevolg een andere reflectie van kleuruiting. Bijvoorbeeld de blauwstructuur. De opaal en de ivoor hebben deels hun kleur te danken aan structurele wijzigingen. Hiermee gaat weer samen de ligging der kleurstoffen, tenslotte doet dit het kleurbeeld veranderen.

Beletting of belemmering.
Beletting of belemmering in het pigment en vetstofkleur ontwikkeling kan betrekking hebben op een of op beide kleurstoffen. De gele kanarie heeft factoren die het pigment beletten op te treden. De witte kanarie is weer het gevolg van beletting van zowel pigment en vetstofkleur.

Letaal:
Natuurlijk zijn er nog allerlei andere factoren die werken op het kleurbeeld van de vogel. Ongeacht welke kleurslag. Nooit zal dit het werk zijn van een factor. Het is altijd het eindresultaat van de werking van meerdere factoren. Elke factor levert haar eigen aandeel om tot een geheel te komen. Hierdoor ontstaat een werkingssfeer, soms versterken of verminderen zij elkaars werking, of heffen deze op. Zekere factorencombinaties verdragen elkaar niet en dit kan leiden tot een dodelijke werking. Dit noemen we dan Letaal (factor) bijvoorbeeld intensief x intensief.

Besluit.
Ik hoop u met deze korte uiteenzetting in woorden een aantal factoren bij u onder gedachte gebracht te hebben, en dat u deze op een goede manier gaat gebruiken bij de kweek van uw kanarievogels, En misschien is dit ook een aanzet om deze factoren eens uit te zetten in de formule vorm, ook daar zijn goede boeken in te verkrijgen en ook diverse artikelen zijn er over te vinden om dit zover als je dit wenst onder de knie te krijgen.  Wout van Gils .  E-mail adres  wout@woutvangils.be

Belangrijk Lengte bevedering.

db mosaik-hahn-typ2-21

 


Kanarie,s  en de lengte van de bevedering :                            W.v.Gils

 Inleiding :

 Er word geen artikel over onze kanarie vogels geschreven of gediscuteerd over kanarie vogels of er wordt gesproken over de lengte van de bevedering .Is deze dan zo belangrijk in hobby het antwoord is heel duidelijk JA.Dit is heel belangrijk in onze hobby .Zonder rekening te houden met de lengte van de bevedering zal het uiterlijk van de vogel zowel op kleur, bevedering als op algeheel uitzicht flink inboeten .En aangezien onze vogels van natuur uit prachtig van kleur en uitzicht zijn moeten we daar dan ook heel goed op letten en mee om kunnen gaan.

Bevedering :

De bevedering maakt de vogel hoort men dikwijls hier zit al heel veel waarheid in ,al spelen er toch nog wat andere factoren mee ,maar met een goede tekening en of kleur maar zonder de juiste bevederingslengte zal het uiterlijk nooit goed ,mooi en glanzend doorkomen ,.Het is daarom van groot belang dat men hier goed mee om kan gaan ,het vast stellen en gebruiken van de juiste bevederinglengte .Heb je er problemen mee schaam je nooit om dit aan een bevriende collega kweker te vragen ,en of op spreekbeurten of andere gelegenheden.

Wat is de juiste lengte .

De juiste lengte van de bevedering is ook wel een beetje afhankelijk van het soort vogel wat men kweekt met andere woorden ,een intensieve vogel en of schimmel vogels . 

–         Intensieve vogels over het algemeen kort bevederd.

–         Schimmel vogels over het algemeen langer bevederd.

–         Een grote vogel is over het algemeen ,een schimmel vogel .

–         Een kleinere vogel meestal wel een intensieve. 

De juiste lengte van een vogel is makkelijk vast te stellen ,maar het gebruik van de juiste lengte is toch voor vrij veel liefhebbers moeilijk .Dit komt ook wel omdat deze in zoveel gradaties voorkomen ,het zelfde geld voor de intensief of schimmelfactor.Beide heeft te maken met het uitzicht van de pluimen en veren.Een goed pluimlengte is als men aan de zijkant van de stuitbevedering de lengte opmeent die moet ongeveer 21 M/m bedragen .Maar het probleem zit hem in het gebruik van deze lengte sommige vogels zijn deze pluimen langer andere weer korter ,dus zeggen dan deze kwekers wat moet ik nu. Wat men nu moet doen een gradatie tussen het koppel te komen de ene heeft een pluim van bv 25 M/m de ander 19 M/m dan heeft men ten opzichte van de vooropgestelde lengte van 21 M/m een verschil van 4 M/m  Hierin kan dan een gradatie optreden en die kan voor de jonge vogels uitkomen op +/- 21 M/m uiteraard theoretisch .Maar ik wil even aangeven hoe ongeveer te handelen .Het zal duidelijk zijn dat ook de intensiviteit  van de vogel hier ook een rol bijspeelt .kortom probeer het Percentage van intensiviteit ook vast te leggen bij de lengte van je bevedering. ,en je zult op een redelijke aanvaarbare lengte uitkomen .Opgemerkt dient bij dit schrijven wel dat bij het kweken van schimmelvogels de lengte van de stuit bevedering wat langer is ,maar dat zal bij iedereen wel duidelijk zijn en ook wel beter vast te stellen zijn.Maar deze mag eigenlijk nooit krullend zijn.Enkel oorzaken van een te lange bevedering wil ik even opnoemen,misschien helpt u dit bij het vast stellen van de gradatie.

Uitzicht te lange bevedering : 

–         Vogel zit altijd ruw in zijn bevedering.

–         De vogel komt zelden glad te zitten.

–         De flankbevedering begint licht te krullen.

–         De vogel heeft oortjes en of flinke nekkrul.

–         De vogel heeft geen sluitende glanzende bevedering.

–         De stuitpluimpje steken ver naar achteren ,als ook de zijpluimpjes.

–         Symptomen van lumps. 

 Kenmerken te korte bevedering : 

–         Oogstreep ( opening ) achter de ogen .

–         Opening op de borst.

–         Erg korte en schrale bevedering .

–         De vogel is wel erg klein en schraal in uitzicht. 

 Besluit :

 Maar ondanks dat er veel over geschreven en gezegd wordt ,blijft het voor vele een moeilijk iets.Maar ook hier geld ook weer de regel die overal geld bij het koppelen van vogels koppel altijd wat de een te veel heeft ,moet een ander te weinig hebben .Hou dit altijd voor ogen ,en ook zal het dan op den duur bij het bepalen van de lengte van de bevedering ook makkelijker gaan. Succes.   Wout v Gils  E-mail adres  wout@woutvangils.be

Nieuwe visie op symbool gebruik.

bookwormwht

 

Nieuwe visie op :

Terminologie en Symboolgebruik bij Kanaries       Door inte onsman


Werkgroep Ontwikkeling en Innovatie bij Kleurkanaries i.s.m. MUTAVI Research & Advies groep

Uniformiteit bij het gebruik van genetische symbolen is wereldwijd nog ver te zoeken. Of we dit ooit zullen bereiken blijft voorlopig een open vraag.De in ons land gebruikte symbolen zijn voor wat betreft papegaaiachtigen veelal gebaseerd op internationale naamgeving en symbool gebruik en de verdere ontwikkeling hiervan is d.m.v. wereldwijde contacten via Internet recentelijk in een stroomversnelling gekomen.Voor wat betreft de vinkachtigen ligt de situatie anders. Hoewel veel auteurs van artikelen over vinkachtigen en in het bijzonder kanaries het gebruik van genetische symbolen niet uit de weg gaan, is er nog niet echt een intentie geweest om deze symbolen aan te passen aan wat we tegenwoordig “voortschrijdend inzicht” noemen [14].
De genetische symbolen voor kanaries zijn meer dan 40 jaar geleden bedacht en later gepubliceerd in het eerste standaard werk voor kanaries geschreven door Veerkamp [13].Baanbrekend werk op dit gebied is verricht door Beckman die de door hem gebruikte symbolen baseerde op het in 1962 verschenen boek “Genetics for Budgerigar Breeders” geschreven door Taylor en Warner. Een groot deel van de door hen op de Engelse taal gebaseerde symbolen worden heden ten dage voor papegaaiachtigen nog steeds gebruikt [9].De genetische symbolen voor kanaries die we in ons land veelvuldig gebruiken, zijn echter niet op de Engelse taal gebaseerd maar op onze eigen taal. Deze zienswijze werd verder uitgewerkt door Veerkamp in 1967 en is zins dien nooit gewijzigd.De tijd heeft echter niet stil gestaan en aan het begin van deze nieuwe eeuw dienen wij ons af te vragen of wij gezien recente ontwikkelingen in de wetenschap m.b.t. deze materie en onder invloed van discussiegroepen op Internet, deze zaak niet eens drastisch moeten herzien.Toen Veerkamp het factorenbezit van de gepigmenteerde kanarie beschreef, kon hij niet bevroeden dat het wetenschappelijk onderzoek naar pigment vorming in het algemeen een enorme vlucht zou nemen. Vele honderden wetenschappelijke publicaties over pigmentvorming zouden in en na de zestiger jaren beschikbaar komen.Het is zelfs zo dat de pigmentcel de meest bestudeerde cel in de gehele cel biologie is omdat m.b.v. deze cellen genetica in combinatie met enzymatische processen gelijktijdig bestudeerd kan worden. Het was in die tijd reeds lang bekend dat voor een normale pigmentvorming, bepaalde enzymatische processen nodig zijn die uiteindelijk leiden tot wildvorm pigmentatie. Dit werd toen de z.g. “enzymwerking” genoemd en logischer wijze werd dit aangeduid met het symbool E, de enzym factor. Een kanarie met de formule E+ / E blijkt echter een bonte vogel te zijn waaruit blijkt dat men toen dacht dat op het E locus het gen lag dat verantwoordelijk was voor de vorming van pigment in het algemeen.Dit is echter een verkeerde interpretatie van de werkelijkheid. Bontvorming heeft niets te maken met de enzymatische processen die ten grondslag liggen aan de vorming van pigment. Sterker nog, in een vogel met bontvorming en voor zover aanwezig wildvorm pigmentatie, of het nu recessief bont of dominant bont betreft, zijn alle enzymen die nodig zijn om pigment te vormen wel degelijk aanwezig. Bontfactoren en zeker de dominant verervende bontfactoren, grijpen in in de migratie van melanoblasten, de voorlopers van melanocyten (pigmentcellen) of zorgen voor een ongeschikt “leefklimaat” in bepaalde delen van de huid waardoor pigmentcellen plaatselijk niet kunnen overleven met als direct gevolg bontvorming.
Bij vrijwel alle dominant verervende factoren laten de dubbelfactorige mutanten het beste zien wat het dominante allel veroorzaakt. Dus een E / E vogel laat bij kanaries goed zien wat er eigenlijk gebeurt; pigmentcellen kunnen hun bestemming niet bereiken of sterven vroegtijdig af met als gevolg dat de vogel volledig ongepigmenteerd blijft en alleen nog vetstof laat zien.Dit komt echter niet doordat het enzym tyrosinase in een dergelijke vogel zou ontbreken waardoor de pigmentvormings processen niet op gang kunnen komen, maar door het geheel (bij DF vogels) of gedeeltelijk (bij EF vogels) ontbreken van melanocyten (pigmentcellen) in de veerfollikels.
Als er in bepaalde huidgebieden de pigmentcellen die nodig zijn om pigment in de veren af te zetten ontbreken door toedoen van een in dit geval dominante bontfactor, kan er dus ook geen pigment worden gevormd. Hieruit volgt dan ook dat de letter E van Enzym dus feitelijk onjuist is omdat bij deze mutant geen enzym defect is opgetreden maar een geheel ander defect [4,7].
De E factor is dus in feite een dominante bontfactor en dient dan ook als zodanig met het symbool Pi, afgeleid van het Engelse Pied, hetgeen bont betekent, te worden aangeduid.Dat brengt mij op het punt waarbij we er van uit moeten gaan dat alle symbolen conform wereldwijde afspraken, zowel in wetenschap als hobby, voortaan op de Engelse taal gebaseerd moeten zijn en tevens in plaats van boven elkaar, naast elkaar geschreven moeten worden. Dit laatste heeft tevens grote voordelen bij computergebruik waar we in deze eeuw natuurlijk steeds meer mee geconfronteerd worden.We nemen een aantal andere factoren ook eens onder de loupe.

De zwartfactor Met de zwartfactor wordt bij kanaries ongemuteerd eumelanine aangeduid. Deze factor vererft bij alle vogelsoorten geslachtsgebonden en de kanarie is daarop dan ook geen uitzondering. Wat echter wel uitzonderlijk is, is dat bij vinkachtigen deze factor “bruin” wordt genoemd en bij papegaaiachtigen “cinnamon” uit het Engels.
In oude wetenschappelijke publicaties [1] wordt deze kanarie mutant echter wel degelijk cinnamon genoemd en zou dus evenals bij de papegaaiachtige soorten met het symbool cin moeten worden aangeduid. De term “bruin” is echter zo diep geworteld in de kanarie liefhebberij dat er waarschijnlijk geen meerderheid voor deze verandering te vinden zal zijn en daarom is het voorstel dan ook om het symbool z te veranderen in b van het Engelse brown.
Wat er n.l. werkelijk gebeurd is dat het pigment door het ontbreken van het benodigde “b” proteïne gedurende het oxidatie proces niet meer in staat is om zwart te worden en dus bruin blijft. Het is dus niet zo dat zwart pigment wordt omgezet naar bruin maar het is eerder dat het zich ontwikkelende pigment niet meer in staat is om via het bruine stadium uiteindelijk zwart te worden. Het locus symbool dient dan ook hier weer een aanduiding te zijn van de naam van het gen of de naam van datgene wat de mutant in het fenotype laat zien en dat is bruin eumelanine i.p.v. zwart al of niet in combinatie met roodbruin phaeomelanine.

De agaat
Het symbool rb staat voor “reductie bruin phaeomelanine” zoals we dat aantreffen bij de agaat. Met dit symbool wordt dus kennelijk de agaat aangeduid, hetgeen eigenlijk in het geheel niet uit het symbool blijkt zoals met vele andere symbolen ook het geval is.
Het is feitelijk onjuist om het rb symbool apart te gebruiken omdat de agaat een allel is van de satinet en dus als allelisch symbool van satinet, dus als boven schrift bij het satinet symbool moet worden geschreven. De satinet is n.l. de geslachtsgebonden ino bij de kanarie [10, 11] en toont evenals de agaat nauwelijks phaeomelanine.
Toch zijn deze beide allelen niet verantwoordelijk voor de productie van phaeomelanine, dit wordt n.l. door een autosomaal gen geregeld. Het vrijwel verdwijnen van zichtbaar phaeomelanine bij de agaat en satinet is slechts het indirecte gevolg van deze beide mutaties en moet gezien worden als een bijverschijnsel.
Beide mutaties zijn dus in principe geen mutaties die de productie van phaeomelanine onmogelijk maken en daarom moet het symbool pb dan ook vervangen worden door het algemeen aanvaardde en internationaal in gebruik zijnde ino symbool voor de satinet met als toevoeging het allelische symbool ag dat als boven schrift aan het ino symbool moet worden toegevoegd om zodoende het agaat allel aan te duiden en de relatie tussen beiden aan te geven.

Autosomaal albinisme Dit brengt ons logischerwijs bij de autosomaal recessieve ino genaamd “phaeo”.Het symbool voor deze mutant was eb hetgeen staat voor “eumelanine beletter”. Het woord beletter zien we in de oude benamingen steeds terugkomen en letterlijk betekend beletten “verhinderen dat iets gebeurt”, in dit geval dus de aanmaak van eumelanine.
In feite worden er bij alle mutaties die met “beletter” werden aangeduid in principe wel processen “belet” waardoor er een bepaald onvermogen om een proces uit te voeren of af te maken ontstond. Hebben we het echter over een “beletter” in de letterlijke zin van het woord dan wekt dit de indruk dat door de mutatie een nieuwe stof of enzym wordt geproduceerd die het normale proces zou verhinderen en dat is niet altijd het geval.Wat er wel gebeurt, b.v. bij de phaeo, is dat er door het gemuteerde gen een alternatieve vorm van het oorspronkelijke wildvorm enzym wordt geproduceerd, een z.g. iso-enzym dat niet of nauwelijks werkzaam is en in dit geval resulteert in albinisme [10, 11].Het symbool eb kunnen we dus beter veranderen in de naam van de soort mutatie en dat is het symbool a afgeleid van het Engelse autosomal albinism. Hieraan kan dan weer als boven schrift het symbool tz (topaz in het Engels) worden toegevoegd voor het topaas allel. Dat beiden als basis symbool de letter a hebben geeft weer aan dat het allelen zijn van het a locus en dat het dus verschillende mutatie vormen zijn van hetzelfde gen volgens hetzelfde principe als de agaat en satinet.

De opaal factor
Voor de opaal factor is indertijd het symbool so gekozen, hetgeen “structuur opaal” betekent. Onderzoek heeft uitgewezen dat de opaal factor een morfologisch verandering van de melanocyten teweegbrengt, d.w.z. dat opaal melanocyten geen dendrieten hebben waarmee ze het pigment in de bevedering afzetten. In sommige gevallen worden zelfs gehele melanocyten in de veerschachten opgenomen vanwege dit defect. Het is dus primair een structurele verandering van de melanocyten zelf en niet zo zeer van de bevedering [3,6.Omdat er bij de opaal een abnormale pigment afzetting aan de onderkant, dus aan de ental zijde van de veren plaatsvindt, ontstaat een blauwgrijs opaalachtig effect en de naam opaal is dan ook goed gekozen. Het basis symbool zou dan ook eenvoudigweg veranderd kunnen worden in op naar het Engelse opal met het allelische symbool ox als boven schrift voor het onyx allel omdat ook het op locus een tweede mutatie heeft opgeleverd die tezamen met opaal een multiple allele serie vormt, zo is uit proefparingen gebleken.

Dominant en recessief wit
Beide mutaties verhinderen de productie van carotenoïde op verschillende wijze en toch kregen zij hetzelfde symbool n.l. Cb (carotenoïde beletter). Het enige verschil is dat dit symbool voor dominant wit met een hoofdletter geschreven wordt en voor recessief wit met kleine letters.
Het voorstel is nu om ook deze symbolen logischer te maken n.l. de hoofdletter W van White voor dominant wit en om geen verwarring te krijgen wt (eveneens van white) voor recessief wit.

Pastel en grijsvleugel
De geslachtsgebonden pastel factor kreeg als symbool rz (reductie zwart) en de grijsvleugel rrz (reductie van reductie zwart).
Als we deze symbolen wederom baseren op de Engelse benamingen krijgen we dus pa voor pastel, dat overigens in het Engels hetzelfde woord is, met als allelisch symbool gw voor de grijsvleugel afgeleid van het woord greywing. Vooralsnog gaan we er vanuit dat deze twee factoren multiple allelen van het geslachtsgebonden pa locus zijn. Hier wordt overigens nog onderzoek naar gedaan.Als we deze logische benadering verder doorvoeren, wordt de ivoor factor van sc veranderd in iv van ivory, de eumo van rm wordt dan eu van eumelanin, mozaïek wordt dan van m veranderd in dm afgeleid van dimorphic en de blauwfactor wordt dan simpelweg Bl van Blue. Alleen de rood factor en de intensief factor kunnen vrijwel ongewijzigd blijven zoals te zien is op de tabel.
Om het nog duidelijker te maken volgen hier enkele voorbeelden.

Groene man (oude schrijfwijze):
E+ (x)z+ rz+ rb+ B+ G+
E+ (x)z+ rz+ rb+ B+ G+

Dit wordt volgens de nieuw voorgestelde schrijfwijze:

Bl + / Bl + Yw +/ Yw + X b + / X b +

Wat direct opvalt is dat een groot aantal factoren uit de formule zijn weggelaten. Als we de groene kanarie als wildvorm beschouwen, zijn slechts drie gen loci voldoende om aan dit criterium te voldoen n.l. het Bl locus voor de productie van phaeomelanine, het a locus dat primair betrokken is bij de productie van eumelanine maar ook een rol speelt bij de productie van phaeomelanine en het Yw locus voor de productie van gele vetstof.
Als deze drie genen in ongemuteerde toestand worden weergegeven kan de rest worden weggelaten en deze formule als wildvorm formule worden beschouwd. In feite mogen in formules die slechts betrekking hebben op één vogel, alle homozygote wildvorm allelen tegen elkaar worden weggestreept omdat zij geen wezenlijke bijdrage leveren aan het genotype waar de formule betrekking op heeft. Alleen de wildvorm formule is in het nu voorgestelde systeem hierop een uitzondering. Een tweede voorbeeld:

Bruine man (oude schrijfwijze)

E+ (x) z rz+ rb+ B+ G+
E+ (x) z rz+ rb+ B+ G+

Nieuwe schrijfwijze:

X b / X b

U ziet dat alle niet relevante factoren weg zijn gelaten. De beide X symbolen geven aan dat het hier een man betreft en de beide b symbolen (zonder + teken!) geven aan dat hij homozygoot is voor bruin. Een bruine man dus. Alle andere factoren zijn weggelaten omdat zij niet gemuteerd zijn en dus, omdat het hier één vogel betreft, geen rol spelen in de formule.

Agaat man (oude schrijfwijze):

E+ (x) z+ rz+ rb B+ G+
E+ (x) z+ rz+ rb B+ G+

Nieuwe schrijfwijze:

X ino ag / X ino ag

Ook hier zijn weer alle niet relevante factoren weggelaten. Direct is te zien dat het hier een man (X / X) betreft en dat hij homozygoot is voor ino ag , agaat dus. Omdat ook hier geen enkele andere factor in deze formule wordt vermeld, betekend dat dus dat er ook geen enkele andere factor is gemuteerd.
Deze vogel is dus nergens split voor en dus gewoon een zwart agaat. Zo simpel is dat.

Isabel, ofwel bruin agaat man (oude schrijfwijze):

E+ (x) z rz+ rb B+ G+
E+ (x) z rz+ rb B+ G+

Nieuwe schrijfwijze:

X b_ino ag / X b_ino ag

In deze formule gebruiken we het onderliggende verbindingsstreepje om aan te geven dat beide mutaties gekoppeld op het X-chromosoom liggen. Zijn er meerdere gekoppelde factoren in het spel, dan plaatsen we die er eenvoudigweg bij b.v. bruin agaat pastel (isabel pastel) wordt dan X b_ pa _ ino ag / X b_ pa _ ino ag voor de man en X b_ pa _ ino ag / Y voor de pop.
Het zal u ongetwijfeld zijn opgevallen dat ik de isabel als bruin agaat benoemd heb. Wel, als we de oude formule van Veerkamp goed bekijken is te zien dat de “zwartfactor” z (bruin) homozygoot aanwezig is en de agaat factor rb eveneens. Dat betekent in concreto dat we dus te maken hebben met een bruine agaat die evenwel als isabel door het leven gaat.
Reeds in 1985 maakte F. Kop in zijn boek “Het Kweken van Kanaries” [5], bezwaar tegen deze benaming omdat het gebruik van aparte namen voor mutatie combinaties soms ten onrechte de indruk wekt dat het om een aparte mutant gaat hetgeen vooral bij beginners tot grote verwarring kan leiden. Als voorbeeld verwijs ik naar een artikel in ONZE VOGELS uit 1971 met als titel “De Nieuwe Isabel Mutatie”[8] waarbij het echter niet om een nieuwe mutatie gaat maar om een nieuwe mutatie combinatie en dat is iets heel anders.
Ik ben het met Kop eens. De naam isabel is niet direct gerelateerd aan een kleur wat vele andere benamingen vaak wel zijn en bovendien, waarom zouden we een bruine agaat niet gewoon een bruine agaat noemen. Daar is op zich toch niets op tegen? We zijn dan ook hard bezig om deze benaming in ieder geval voor papegaaiachtigen geheel af te schaffen omdat deze naam vaak, en met name vooral in de Engelstalige landen, volstrekt willekeurig wordt gebruikt voor mutanten die genetisch gezien niet eens een overeenkomst hebben. Aan deze chaos moet ook een einde worden gemaakt.

Ook Veerkamp heeft indertijd in zijn boek aangegeven dat formules vereenvoudigd kunnen worden maar ging hierin minder ver dan de huidige voorstellen [13]. Als voorbeeld geeft hij de paring agaat man x groene pop. Zijn vereenvoudigde formule zag er als volgt uit:
voor de man:
(x) z+ rb
(x) z+ rb
voor de pop:
(x) z+ rb+(y)

Hij vermeldt hierbij het volgende, ik citeer:

— Zodra een der ouderdieren in het bezit is van een gemuteerde factor, dan moet bij de partner die deze factor niet bezit, het symbool van de overeenkomende ongemuteerde factor worden opgenomen in de vereenvoudigde formule. Bij de groene pop moeten we dus, als tegenhanger, de ongemuteerde 1ste reductie factor rb+ gebruiken. — einde citaat.
Deze manier van doen blijft ook in het nieuw voorgestelde systeem gehandhaafd. Is bij de man een bepaalde factor gemuteerd en bij de pop niet, dan moet bij de pop toch deze factor als wildvorm factor (+) worden vermeld om de formules gelijk te maken aan elkaar.
In de door Veerkamp vereenvoudigde formule had echter ook nog de z+ factor weggelaten mogen worden. Volgens het nieuwe systeem komen deze formules er dan zo uit te zien;

voor de man: Xino ag / Xino ag en voor de pop: Xino + / Y

De man is homozygoot agaat en voor de rest is geen enkele factor vermeld, dus het betreft hier een groen agaat man. Bij de pop vermelden we de ongemuteerde ino factor omdat de agaat daar een allel van is. Het ino+ symbool is dus het wildvorm basis symbool voor zowel satinet als agaat zoals ook in de tabel te zien is.
Ook het gebruik van de termen 1e en 2e reductie factor en de in 1971 voorgestelde 3e reductie factor moet worden verlaten. Dit geldt eveneens voor de 1e en 2e albinofactor.
Nog afgezien van het feit dat dergelijke termen in de wetenschap nooit worden gebruikt, voegen ze weinig toe aan datgene waar ze mogelijk voor bedoeld zijn n.l. het in categorieën plaatsen van de verschillende geslachtsgebonden pigment verdunnende mutaties, maar meer duidelijkheid over deze mutaties geven ze m.i. niet.
Het leren van deze terminologieën zorgt voor onnodige ballast bij de keurmeesters opleidingen en zou moeten worden afgeschaft. Cursussen moeten erop gericht zijn om de genetica en de werking van het pigmentvormings proces te leren begrijpen om zodoende de verschillende mutaties en de logica achter het symboolgebruik beter te kunnen doorgronden.Als wij bovendien de nu voorgestelde methode consequent doorvoeren ook voor wat betreft nieuwe mutaties, behoeven wij ons ook niet meer in allerlei taalkundig weinig elegante woord combinaties te begeven zoals “reductie zwart” (rz) met het daaruit voortgekomen “reductie van reductie zwart” (rrz) hetgeen in het oude systeem onvermijdelijk was geworden, om maar een voorbeeld te noemen.

Als u het nieuwe vereenvoudigde systeem in artikelen wilt gebruiken en u heeft daar nog problemen mee, is ondergetekende i.s.m. de redaktie gaarne bereid hierbij te helpen of nadere uitleg te geven.Het systeem zal in ieder geval in publicaties van de MUTAVI Research & Advies Groep, op Internet en door de ‘Werkgroep Ontwikkeling en Innovatie’ worden gebruikt.Om met een bekende slogan te eindigen: leuker kunnen we deze hobby niet maken, wel makkelijker.

Literatuur:

1. Durham F.M., (1927)
   Sex-Linkage and other Genetical Phenomena in Canaries
   Journ.of Genetics Vol.17 no.1;pag.19-33
2. Kop F.H.M., (1983)
   Het Kanarieblauw, een samenspel van factoren
   De Vogelwereld Jaargang 38;pag. 394-402
3. Kop F.H.M., (1983)
   Opaalfactor: Geen structuurfactor maar melanocytenfactor
   De Vogelwereld Jaargang 38;pag. 558-564
4. Kop F.H.M., (1983)
   Hoe zo…bont?
   De Vogelwereld Jaargang 38;pag. 490-494
5. Kop F.H.M., (1985)
   Het Kweken van Kanaries
   Zuid Boekprod. b.v. (Voliere Vademecum) 168 pag.
6. Kop F.H.M., (1987)
   De Opaalfactor
   ONZE VOGELS no.4;pag. 170-171
7. Kop F.H.M., (1981)
   De Enzym Factor
   De Vogelwereld Jaargang 37;pag. 28-31
8. Onbekende auteur, (1971)
   De Nieuwe Isabel Mutatie
   ONZE VOGELS no.10;pag. 452-453
9. Onsman I., (1993)
   Genetische Symbolen en hun Geschiedenis
   Mutavi Bulletin no.4;pag. 20-21
10.Onsman I., (1991)
   De Topaas Kanarie: Een Verkenning en Analyse
   Mutavi Bulletin no.1;pag. 15-19
11.Onsman I., (2000)
   Internet http://www.life-research.nl/albino.htm
12.Spijker W.D.H., (1972)
   Al die nieuwe Kleurnamen, ze maken er maar wat van
   ONZE VOGELS no.2;pag. 76-79
13.Veerkamp H., (1967)
   Handleiding voor de Kleurkanarie Kweker
   THIEME – ZUTPHEN;pag. 38-210

E-mail adres  wout@woutvangils.be

Met dank aan Inte Onsman voor het beschikbaar stellen van het artikel.

©Inte Onsman

Ontdekking in wetenschappelijkonderzoek.

kanarievogels


Ontdekkingen in het wetenschappelijk onderzoek van kanaries.

De kanariepop geeft aan de achtereenvolgens gelegde eitjes een steeds hoger oplopende hoeveelheid testosteron (mannelijk geslachtshormoon) mee.Ook de popjes, die gaan leggen zonder te zijn bevlogen, doen dit, en daarmee is dan bewezen, dat het testosteron door de pop, en niet via het sperma van de man, wordt ingebracht. Het testosteron bevindt zich in de eidooier. Van een heleboel vogels is bekend, dat de legsels niet gelijk uitkomen en dat de later uitgekomen jongen een grotere dosis testosteron bezitten. De kanariepop is echt geen uitzondering. De kanariepop houdt er als het ware rekening mee dat de jonkies niet gelijk uitkomen en heeft daarvoor maatregelen getroffen. Blijkbaar is dat de beste strategie.
Dat de kanariepop in onze ogen te vroeg gaat broeden (dus voordat het legsel compleet is) is zeker geen teken van degeneratie, maar is juist heel natuurlijk gedrag, omdat dit gedrag in de natuur eerder regel dan uitzondering is. Omdat het de kweker beter uitkomt, als de jongen gelijk uitkomen, zijn we de eitjes maar gaan uitrapen en daar is op zich niets mis mee. Toen ik de eitjes nog uitraapte, en dat heb ik heel lang gedaan, viel het me op, dat er reeds bij het ringen, vrijwel in elk vol nest (4 à 5 jongen), duidelijk verschil in grootte was. Ik propageerde dat als een eerste mogelijkheid voor selectie en raadde aan altijd te ringen in volgorde van grootte. De laagste nummers in het nest waren de preferente vogels en het hoogste ringnummer in het nest was de eventuele achterblijver, waarschijnlijk geboren uit het laatst gelegde eitje, het zogenoemde “Schlussei”.De ongelijkheid bij het ringen van de gelijk uitgekomen jongen, moet dan in verband staan met de ongelijke startposities van de eitjes in een legsel. Die ongelijkheid komt door de naar het laatst gelegde eitje toe oplopende dosis testosteron. Dat testosteron is niet zo maar iets: Het verhoogt het voedsel bedelgedrag.
      Het verhoogt de groeisnelheid.
      Het verhoogt de agressiviteit. 

De rangorde in de groep wordt positief beïnvloed door de aanwezigheid van testosteron in de eitjes waaruit de vogels geboren worden. De kanariepopjes kunnen aan de eitjes iets meegeven (testosteron) dat het gedrag van de jongen verandert. De jongen staan hoger in de rangorde. Ze zijn dominanter.Deze ontdekkingen geven wel heel duidelijk aan, dat de mogelijkheid tot dominantie toeneemt met de volgorde van de gelegde eitjes. Door deze inzichten is het waarschijnlijk zo, dat niet alleen de volle nesten interessant zijn, maar ook nog eens dat de later uitgekomen jongen, nog duidelijker, dat het laatst uitgekomen jong het preferente vogeltje is. Er zijn echter praktische moeilijkheden voor de kweker.Toen eenmaal bekend was, dat bij bepaalde vogels het testosterongehalte per gelegd ei verschillend was en naar het laatst gelegde ei steeds toe nam kon het niet anders of men ging zich afvragen wat de betekenis hiervan was.
Dit heeft er toe geleid, dat er heel wat onderzoek is gedaan naar heel wat vogels. Het onderzoek naar het testosteron van kanaries is van heel recente datum en is nog steeds bezig, want herhaaldelijk kwam ik het Engelse unpublished tegen hetgeen betekent niet gepubliceerd. Onderzoek met kanaries is er al heel lang en dat zal ook wel zo blijven, want de Rockefeller University heeft haar eigen kolonie Belgische Waterslagers.
We kunnen ook nog leren hoe deze onderzoekers de kanaries kunstmatig in broedconditie brengen. Zelf pas ik die methode al jaren toe. Ze werd ooit eens door Franck, de redacteur van de waterslagers gepropageerd. Van de korte daglengte 8 u licht – 16 u donker, naar 14 u licht – 10 u donker en na 14 dagen kunnen de eerste eitjes al verschijnen. Geen geleidelijke opvoering van de verlichting. De hoeveelheid testosteron die de pop meegeeft is afhankelijk van:
      Het testosteron van de pop zelf.
      De milieuomstandigheden.
      Volgorde in het legsel. 

De onderzoekers konden de eerste eitjes van een groot aantal legsels met een zeer fijne injectienaald injecteren met testosteron. Uit een heleboel proeven blijkt, dat uit de met testosteron geïnjecteerde eitjes andere vogeltjes ontstaan dan uit de eitjes van de controle vogels, geboren uit eitjes die slechts een neutrale injectie hadden gekregen. Wanneer de eitjes met testosteron en zonder testosteron gelijktijdig uitkomen, blijken de jongen uit de met testosteron geïnjecteerde eitjes een duidelijke voorsprong te hebben. Ze hebben:
      Verhoogd voedselbedelgedrag.
      Groeien sneller.
      Zijn agressiever.

Het is zinvol om bij de geraapte eitjes en bij de niet geraapte eitjes wat meer aandacht te besteden aan de zgn. achterblijvertjes, want we weten nu dat de later uitgekomen eitjes iets bezitten, wat de eerst gelegde eitjes niet of niet in die mate bezitten. Hoe je in de kweek op dit later uitkomen van de eitjes kunt inspelen kan misschien in een later artikel worden uitgelegd want de ongelijkheid van de nestjongen is een onontkoombaar verschijnsel bij de kweek met kanaries.De ongelijkheid in groei (grootte) treedt op, nee moet optreden door de verschillen in de startposities van de eitjes, het verschil in testosteron. Zelfs als de eitjes geraapt worden tot en met het 6e eitje (en wie doet dat?), dan nog zullen de groeiverschillen optreden.
Tot slot nog iets, waarover we eigenlijk nog niets weten, het gaan lopen van de eitjes, dwz de pop laat de eitjes in de steek voordat ze uitkomen. Mogelijk zit het antwoord in het feit dat de kanariepop gaat broeden voordat het legsel compleet is.
Als ik als niet-raper in mijn kweekboek kijk, blijkt dat ± 50 % van de popjes beginnen te broeden op het eerste of tweede eitje. De popjes die pas gaan broeden op het 3e of 4e eitje zijn de uitzonderingen.De normale broedduur is 14 dagen. Door het uitrapen van de eitjes moet de pop de broedduur verlengen en dat zou wel eens de oorzaak kunnen zijn, dat ze de eitjes in de steek laat.Lang niet alle probleempje zijn door de ontdekking van het verschillend testosterongehalte opeens opgelost. Bij rapen en bij niet rapen zal toch wel eens een vogeltje doodgaan.
De grootte van het eitjes is bij de onderzoekers niet aan de aandacht ontsnapt. Onze kanaries hebben zeker niet allemaal een standaard grootte en dat geldt ook voor de eitjes. De hoeveelheid testosteron, die de pop meegeeft is ook afhankelijk van de milieuomstandigheden. In die milieuomstandigheden is er nogal wat verschil. Ik noem maar eens wat:
      Je kweekt in een vlucht met een man en drie of vier popjes.
      Je kweekt parenbroed.
     Je kweekt wisselbroed.

Dit zijn al heel duidelijk verschillende omstandigheden.
We blijven het onderzoek volgen.

 Dank Voor deze informatie. Bronnen:

David Winkler: Testosterone in egg yolks: An ornithologist’s perspective
Hubert Schwabl: Yolk is a source of maternal testosterone for developing birds.
Hubert Schwabl: Maternal testosterone in the avian egg enhances postnatal growth.

Is reccesief * reccesief letaal ?

albino

 


Recessief Wit X Recessief wit letaal Nee !       Wout van Gils

 

 Inleiding :

Af en toe hoor je het nog kweek jij Rec wit op Rec wit kan dit dan ? Ik dacht dat deze factor dan lethaal was en dat ik bijna allemaal dode jongen in het ei zou hebben.Ook zijn er nog kwekers die het nog steeds een slechte of minder goede kweekcombinatie vinden . Veel kwekers ja zelfs de meeste wit kwekers zijn het daar niet mee eens en kweken reeds jaren Rec Wit op Rec wit met erg goede resultaten ja zelfs wereldtoppers .Wat die kwekers wel zien en ook heel goed beheersen is de kennis van de bevedering en de structuur van de bevedering kortom schimmel en intensief .Hierover en wat andere zaken in het kort iets meer in dit artikel.

De vererving :

De recessief factor vererft onafhankelijk en recessief en moet dus dubbel aanwezig zijn om zich te kunnen uiten .Of wel met andere woorden wanneer je deze wit Rec vogel aan een andere kleur koppelt ,bij voorbeeld een gele ,er dan ook maar uitsluitend gele jongen uit komen . Belangrijk is nu wel te weten dat deze jongen allen drager zijn van de Rec wit factor .En wij noemen die dan ook meestal split vogels ( Split voor Rec Wit ) Enkele voorbeelden zijn .

 

1       Rec Wit * Split Rec wit             Geeft 50 % witte jongen en 50% Split Rec witte jongen.

2       Rec wit * Rec wit                     Geeft uiteraard 100 % Rec witte jongen .

3       Split Rec wit *Split Rec wit        Geeft 25% Gele jongen  en  25 % Rec witte jongen –   50%  split reccecief jongen

De bevedering :

Dit is bij het kweken van deze vogels wel zeer belangrijk ,de schimmel zien we uiteraard niet maar wel de lengte van de bevedering zelf en dat kan ons vertellen hoe de pluimen zijn en hoe we met het koppelen er mee moeten omgaan. Waar gaan we opletten !!

1       Bij een goede bevedering is de lengte van de pluim in de flanken kort bij de zijkant van de Cloaca     tussen 19 en 21 m/m lengte.

2      Als je de vogel in de hand neemt en je ziet door minimaal te blazen het borstbeen dan praten we over een intensieve vogel.

3      Als we de onderbuik of het borstbeen willen zien ,en we moeten erg flink en hard blazen door de pluimen heen dan praat men zeer zeker over een schimmel vogel.

4      Heeft de vogel lichte oogstreep ,dan is het meestal een intensieve vogel.

6       Is de bevedering rond de cloaca tussen de 0,4 en 0,7 M/m dan is het een intensieve.

7      Is de bevedering rond de cloaca tussen de  1 Cm en meer dan is het een schimmel.

      Een schimmel vogel is over het algemeen altijd groter dan een intensieve vogel. 

Zorg ook dat je vogels neemt met een zachtere heldere bevedering ( ook daar zit verschil in) goed gesloten en verzorgt . Uiteraard ook voorzien van voldoende grote en vorm ,men spreekt bij de Rec witte vogels dan ook graag van het Pop type een mooi brede volle borst met een mooie ronde kop ,niet te hoog op de pootjes en zeker niet te lang .Het is daarom dat we het ook wel eens het pop type noemen .En zeker niet het lange schrale harzer type.

Besluit :

Samen met boven genoemde punten koppelen met goed inzicht op de lengte van de bevedering het kan niet genoeg gezegd worden ,zal het kweken van Rec  witte vogels een succes worden zeker weten ,en schroom ook nooit bij het koppelen zeker in het begin een ervaren kweker er bij te vragen ,zij zullen u graag helpen ,en u zult zien dat het herkennen van boven genoemde punten echt niet  moeilijk is .En wat je zeker ook vast zult stellen is dat Rec Wit * Rec Wit kweken helemaal geen probleem is of hoeft te zijn .Als laatste punt wil ik nog even meegeven let op dat je tijdig en regelmatig de vitamine A geeft ,en schakel vogels uit die ook de minste vorm van bontheid laten zien. Succes Wout van Gils.

Korte factoren bij kanaries.

Agaat pastel rood mozaiek 1

 

Korte factoren werking bij kleurkanaries.              Wout van gils

Klassieke Kleuren :

1 – Zwarteeks   : Volle bezit van zwarte Eumelanine en bruine Pheamelanine.

2 –  Agaatreeks : Reductie van vooral Bruine Fhaeomelanine en minder de zwarte eumelanine.

3 –  Bruinreeks :  De Zwarte Eumelanine wordt Bruine Eumelanine ,en vermindering van de bruine Phaeomelanine.

4 – Isabelreeks :  Agaat en Bruin samen :Zwarte Eumelanine wordt bruine Eumelanine en een  vermindering van de Bruine Phaeomelanine.

                                                Niet  klassieke kleuren :

 1 – Pastel    : Vermindering van de Zwarte en Bruine Eumelanine ,lichte vermindering van de  Phaeomelanine ,hebben alleen donkere veertoppen .Zowel de  Zwarte,Agaat,Bruine,en isabel              

2 – Grijsvleugel : Melanine enkel aan de randen van de pennen ,centraal erg weinig ,De rand bevat Eumelanine Zwart en Phaeomelanine bruin .We krijgen geen  klassieke  tekeningspatroon ,maar een gehamerde tekening ,zelfs in de flanken.

3 – Opaal  :   Gestoorde melanine verdeling .De melanocyten bezitten geen dendrieten meer zodat er weinig Melanine druppels kunnen afgegeven worden .De vleugel en staart pennen zijn aan de onderkant donkerder dan aan de bovenkant.

4 – Satinet  : Gestoorde Melanineproductie : Geen Phaeomelanine bruin ,sterk gereduceerd en           vervormd Eumelanine  (korrels 4 *gereduceerd en 4 * verminderd )het Eumelaninebruin is ook sterk gereduceerd maar de grote van de korrels is gebleven.

5 –  Phaeo  : Sterk gestoorde Eumelanine synthese .Geen Eumelanine aanmaak in het begin stadium wel later (zie donsbevedering) .Alleen aanmaak   Phaeomelaninebruin  in de randen zodat we een marmering patroon verkrijgen.

6 – Topaas  : Is een mutatie van de Phaeo  .Er is reductie ( een vermindering van hoeveelheid)  en dus  ook in de tint van de Eumelanine .Er is ook een aanzienlijke vertraging bij de aanmaak  en oxidatie kleuring) van die zelfde Eumelanine.

7 –  Eumo  : Sterke reductie van Phaeomelaninebruin ,en reductie van de Eumelanine.

8 –  Onyx  :  Volledige afwezigheid van Phaeomelaninebruin ,dubbele aanwezigheid van  Bruine  of Zwarte Eumelanine in vergelijking met de klassieke kleuren.

Waar blijven de geel schimmels.

Geel schimmel

 

Waar zijn ze gebleven “ DE GEELSCHIMMELS”                      Wout van Gils.

Voor de meeste kwekers is dit geen tentoonstelling vogel en daarom wordt er ook niet altijd doel gericht op gekweekt .Dit ondanks dat er toch standaardeisen voor voorzien zijn. De meeste geel vetstof kwekers kweken op de intensieve vogels die mooier in het oog liggen en ook betere resultaten op de tentoonstelling brengen.Toch als men doelbewust op de geelschimmel vogel zal gaan kweken ,zal hier zeker verandering in komen ,ook de keurmeesters dienen deze schimmelvogel ook volgens deze standaard goed te beoordelen ,en zoals er al hier en daar op tentoonstellingen opduikt worden de schimmels en intensieve in aparte klassen ondergebracht ,hierdoor zal de geelschimmel vogel zeker meer aandacht gaan krijgen bij meerdere kwekers.De geelschimmel vogels die men tegenwoordig veel ziet komen meestal uit de kweek van geel intensieve vogels waardoor deze dan weer te diep en vlekkerig gekleurd zijn ( intermediaire) Men zal duidelijk de keus moeten gaan maken men kweekt naar Geel schimmel of naar geel intensief maar beiden soorten kweken uit een koppel zal geen goede geel schimmels opleveren ,ook zal hier wel weer eens de uitzondering de regel bevestigen. De schimmel ziet men dikwijls of is het ook zo in twee variaties de schimmelwaas en de gehamerde schimmel deze laatste gehamerde schimmel vorm is de  kanarie vogel eigen. De schimmel waas is nog een overblijfsel van het in kweken van de kapoetsensijs in de roodfactorige vogels.Het grote probleem is bij de schimmelvogels de zware nekschimmel die zich daar voor doet.Om die reden is het ook moeilijk deze vogels erg goed volgens de standaard eisen te kweken ,daar komt nog bij de erg lange contourveertjes ,dus er is nog erg veel werk aan de winkel voor deze kwekers. De meeste jonge vogels zijn half intensief met een te zware schimmelvorming ,en omdat ze half intensief zijn , zijn ze ook bewolkt (vlekkerig) van grondkleur .hieruit dient men goed te selecteren ,om de goede kweek koppels samen te stellen zodat men daardoor de betere geel schimmels zal gaan verkrijgen. Zoals eerder vermeld zal men ook steeds erg goed de lengte van de bevedering in de gaten moeten houden.De schimmel ontstaat doordat de topjes van de (korte) bevedering kleurloos zijn en als een leidak gegroepeerd over het verendek liggen.Hierdoor ontstaat bij een goede schimmelvogel ,een mooie verdeelde korte schimmelpatroon. Bij een overwazing (te veel aan schimmel) is de gehele vlag (top) kleurloos wardoor een lopende te grote schimmel ontstaat .doormiddel van kennis en selectieve koppeling kunt u hierdoor na enkele jaren de juiste schimmel en kleur vorming kweken.Als opmerking wil ik er wel bij plaatsen dat het samen stellen van kweekkoppels het beste kan gebeuren met buitenlicht ,kunstlicht en zonlicht geven een vertekend beeld van de kleur .Daarbij rekening houden dat de Man een wat diepere tint heeft dan de pop ,men kan stellen dat de iets zachtere tint de pop eigen is . Meestal is het zo dat bij de intensieve de man de diepe kleur bezit ,en de schimmel vogels de pop de wat zachtere tint zal laten zien.  

Het uiterlijk van een Geelschimmel is zo samen te stellen.
–          Een mooie forse gevulde vogel.

–          Erg mooi van vorm en model met wat langere gesloten bevedering.

–          Een zachte gelijk verdeelde schimmel ,goed verdeeld over de vogel.

–          Een wat groter ogende vogel ,dit door de bevedering lengte.

–          De pop zal meestal wat meer nekschimmel laten zien. 

Deze vogels zijn ook een streling voor het oog ,gelijk aan onze roodschimmels ,maar er zal gericht naar gekweekt moeten gaan worden met het nodige geduld en overgaven . De geel intensief zijn er al prachtvogels ziet men hier in , voor de geelschimmel moeten we nog meer geduld opbrengen ,met de nodige instelling en overgave om te slagen.Voor de geel schimmels zal men altijd met een latent lagere (minder diepe) grondkleur te blijven gebruiken ,mooie vogels te kunnen kweken. Het kan bij de schimmel niet genoeg gezegd worden hou de lengte van de bevedering ,de lengte van de schimmelvorming ,en de iets lagere grondkleur goed in de gaten ,en je succes moet eens komen.

Samenstellen van kweek koppels :

–          Half intensief * Half intensief.

–          Half intensief * Schimmel.

–          Half intensief * Vol schimmel.

 Bij het samenstellen van deze koppels ,moet men enkele zaken afwegen t.o.V elkaar. OA : 

1 – Hoe is de lengte van de bevedering. (contourveertjes)

2 –  Hoe is de schimmelvorming .

3 –  Hoe is met de (eigen ) te veel aan nekschimmel.

4 –  Hoe is het geelbezit (zeker niet te diep)

5 –  hoe is het model van de vogel. 

Als men zo te werk gaat zal meestal  uit deze kweekkoppels diverse soorten jongen kweken vogels met hooggeel bezit,met normaal geel bezit ,en geelschimmels .Het is aan de kennis van de kweker met welk geelbezit hij hieruit gaat verder kweken. Men moet het percentage geel bezit van de geelschimmel goed kunnen in schatten ,dat is voor sommige kweker wel eens een probleem ,maar in uw vereniging zijn zeker kwekers of keurmeesters die u hier in kunnen bijstaan denk ik.Het is koppeling Halfintensief * Schimmel die normaal gezien de beste resultaten zal geven en het is ook aan te bevelen deze weg in te slaan.Ook is het aan te bevelen bij deze vogels te kweken in twee lijnen ,zowel de Patrokliene methode als de Matrokliene methode .speel zeker en kweek zo ,en koop niet telkens vogels bij Want de bovengenoemde methode geeft u al van deze vogels ,zeker als u bij uw samenstelling van uw kweekkoppels al erg selectief te werk bent gegaan , dan is dit de kortste weg naar succes met de kweek van je Geelschimmels .De geelschimmel is zeker geen makkelijke vogel ,maar dat wisten we al de geelfactor zal in de geelschimmel altijd erg gevoelig blijven voor een diepere tint ,Het is daarom dat je bij het samen stellen van je kweekkoppels altijd de lagere kleur tinten gebruiken.  

De standaard eisen van de Geelschimmel.   
–          Een niet intensieve vogel met enkelvoudige geelfactor Gelijkmatig verdeeld.

–          Schimmel vorming zo egaal mogelijk verdeeld.

–          Snavel poten en nagels moeten vleeskleurig zijn.

–          Grote 14 a 14.5 cm

–          Goed in de bevedering ,en goed sluitend tegen het vogellichaam

 De meest voorkomende fouten.
–          Niet egaal verdeelde schimmel patroon.

–          Te veel nekschimmel en of schimmel partijen.

–          Grondkleur te diep of bewolkt ,niet egaal van kleur.

–          Bontheid.

–          Erg lange en ruwe bevedering. 

Beste Geelschimmel kwekers ,ik hoop u met deze uiteenzetting toch weer te kunnen overtuigen dat de geelschimmel een kans verdiend ,wij keurmeester zullen u hierin moeten ondersteunen ,en de verenigingen kunnen hier ook een steentje in bijdragen door BV voor deze klas de Geel schimmels en de Geel intensieve in een afzonderlijke klas onder te brengen ,deze vogels moeten terug komen ,ik en meerdere kwekers hopen het in elk geval En  kijk maar eens  op de  dag van heden hoeveel,en wat een  pracht vogels zijn het wel niet.Welkom terug . Veel geluk met het kweken van de geel schimmels .

Veel succes met de geelschimmels Van Gils wout.

E-mail adres wout@woutvangils.be

  

Kanarie houden in woonkamer

huiskamer kooi


Een kanarie in huis houden:                                       Wout van Gils

 

Waaraan moet men dan aandacht aan schenken.

Als men over kanaries houden spreekt dan denkt men meestal aan liefhebbers die erg selectief en streng kweken op kleur en tekening, zang postuur enz. Ook zijn er liefhebbers die in een binnen zowel buiten volière zijn vogels houden, en ook proberen te kweken kortom diverse vormen van vogelliefhebberij die allemaal leerzaam en interessant kunnen zijn en die dragen tot een goede ontspanning van de persoon (en) op zich. Maar toch staat men niet stil bij het feit dat er nog ontelbare mensen ouderen, alleen staande of wie dan ook een kanarievogel houden in een kooi in huis dit om de gezelligheid, en om de mooie fluittoon die een kanarie ten toon brengt .Het is voor deze personen dat ik ook wat op papier heb gezet want dikwijls komen deze mensen ook met problemen te zitten en weten dan dikwijls niet wat te doen ,ik heb dit gemerkt aan de ontelbare E-mail,s via mijn kanariehomepage.

Een kanarie in huis:

Dit is heel goed mogelijk,en men kan er jaren plezier van hebben mits enkele regels die men erg goed en strikt moet naleven,deze zijn .

1 – Plaats de vogel nooit binnen een straal van 3.5 Mtr van het Tv toestel.

2 – Geef de vogel niet meer daglicht dan maximaal 11,5 licht uren per dag.

3 – Hang S,avonds om een vaste tijd BV 19.uur een handdoek over de kooi (donker maken)

4 – Zorg dat de vogel nooit aan de bloemen kan om te pikken.

5 – Zorg voor een niet te kleine kooi,ruim met zandlade,en ruimte om een badwaterbakje aan  te     hangen.

6 – Zorg dat de stokjes niet te dun zijn en goed bereikbaar (liefst geen Schommeltje er in)

7 – Dichte zaadbakjes er in voorkomt veel morsen van zaad.

8 – Een spiegeltje hoort er ook niet in thuis in de kanariekooi.

9 .Controleer regelmatig je vogel op verdermijten ,en of bloedluizen.

10 . Blijf ook de pootjes controleren zodat er geen kalkpootjes ontstaan.

De aanschaf van een vogel:

Zoals al vermeld koop altijd een jonge vogel ,let hier op en zie op het jaartal op de ring .Als je een vogel koopt kan je dit in een dieren winkel maar ook erg goed bij liefhebbers kwekers die heeft ook dikwijls enkele vogels gekweekt die niet goed voor hen zijn om verder te kweken omdat Bv de kleur niet goed is of Bv de vorm .De beste aankoop datum is direct na de rui half september ,of in het voorjaar. Als je de vogel koopt kijk dan ook even naar de onderbuik deze mag nooit rood opgezwollen zijn ,en ook mogen er geen darmlussen zichtbaar zijn ,neem in zo,n geval een andere vogel .

De kleur van de vogel:

Dit maakt eigenlijk niet veel uit voor een vogel in de kamer maar er kan natuurlijk een voorkeur zijn ,en die kun je dan gebruiken bij aankoop ,er zijn kleuren genoeg.Weet echter wel dat roodgekleurde vogels na 1 jaar na het ruien van het verenpakje niet meer rood terug komen maar geel oranje.

Wat houden Man of Pop?

Dit zal voor de meeste mensen wel duidelijk zijn ,een man zal fluiten ,en een popje zal dit niet doen deze laat maar een korte pieptoon houden .Het is dus het beste een mannetje te nemen ,het liefst koopt men een jongen vogel als de vogel geringd is kan men dit zien op het jaartal wat op de ring staat ,is de vogel niet geringd kan men dit moeilijker zien maar een jongen vogel is dan toch wel te kennen aan de pootjes .Maar om alle problemen te verkomen kies er altijd een die geringd is en waar je dus het jaartal op kan aflezen. Men plaatst ook nooit 2 of meerdere mannen in een kooi dit zal alleen maar vechten opleveren en weinig plezier voor de vogels of voor je zelf.De vogels plaatsen in een aparte kooi kan wel,maar dikwijls zullen de vogels zo tegen elkaar gaan opfluiten dat de liefhebber het iets te veel van het goede vind ,en een vogel zal verwijderen of ergens anders neer zetten. Dikwijls zal de kanarie ook gaan opfluiten tegen een BV radio ,maar dit kan geen kwaad,mits dat je de radio niet steeds harder gaat zetten want sommige vogels willen hier wel eens boven uit komen ,met alle gevolgen van dien.

Kan een man en popje in een kooi ?

Ja dit kan ook ,hou er wel rekening mee dat de vogels begin maart een nestje willen maken en dat in je kooi voldoende ruimte is om een of meerdere nestbakjes te hangen .En hou er ook rekening mee dat de man minder of niet meer gaat fluiten ,en dat als er jongen komen deze ook weer apart en goed verzorgd moeten worden met ander voer en gewoonten. Ook op een later stadium als de jongen zelfstandig worden, komen er problemen de ouders willen weer een nest maken, en de kans is heel groot dat de ouders de jongen de veertjes gaan uittrekken, en dat geeft dikwijls een domper op je vreugde die je mee gemaakt hebt tijdens het grootbrengen van de jongen. Wil je kweken in de kamer kooi vraag dan wat meer raad aan BV een meer ervaren kweker hoe je deze problemen moet oplossen, en dan is kweken in een kamer kooi ook zeker mogelijk en leerzaam. Maar het vraagt zeker meer kennis hou hier echt rekening mee.

Voeding voor je kanarie:

Zorg op de eerste plaats dat er altijd en voldoende schelpenzand op de bodem van de kooi licht, de vogel heeft dit nodig om het zaad in de maag fijn te malen. Zorg ook voor dagelijks vers drinkwater, met wekelijks BV een druppeltje vitamine ( BV Alvityl) Geef de vogels een gewoon Zangzaad koop nooit te veel in een keer haal liever om de 3 weken vers zaad. Een stukje groenvoer heeft de vogel ook graag BV Stukje appel, sinasappel. ajuin, sla maar weet wel geef nooit meer dan wat de vogel op kan in ongeveer 11/2 uur. Anders is de kans groot dat deze darmstoornissen krijgen. En een maal per week is voldoende. Ook een of twee maal per week iets eivoer geven is prima en aan te bevelen, ook weer zoveel wat in 2 uur op is.

Badwater:

Een gezonde vogel is gewoon gek op badwater, en zal ook steeds indien hij een bad krijgt met zuiver water een bad nemen, meerder malen per week laten baden komt de gezondheid van uw vogel ten goede. De vogel benevelen met een bloemen spuit kan ook, maar het de vogel zelf laten doen is het beste. Hiervoor zijn goede baden bakjes te koop.

Vervangen van vederkleed

Elke vogel zal eind juli begin augustus beginnen met het vervangen van zijn verenkleed een jonge vogel zal in de meeste gevallen alleen zijn pluimen vervangen, een overjarige vogel zijn pluimen en alle slag en staartpennen. Dit is een periode waar de vrouw ten huize dikwijls onze vogel wel eens vervloekt, maar bij een goede verzorging is dit gedaan omstreeks 7 weken. Regelmatig badwater is ook hier zeker weer op zijn plaats.

De Stokrui:              ( veel komend probleem met een vogel in huiskamer )

In het begin schreef ik een aantal zaken op waar men rekening mee moet houden als men een kanarie gaat houden in de kamer, een van deze zaken is dat de lichturen omstreeks de 11 uren te houden. Doet men dit niet en de ene keer heeft de vogel BV 11 uren de andere keer 16 uren, en dan weer meer of minder dan zal men geen jaren plezier hebben van je vogel. Wat gebeurt er nu. De hypofyse van de vogel reageert op het aantal licht uren ,met andere woorden de vogels in de natuur gaan broedrijp worden naar gelang de lichturen verlengen de temperatuur doet daar maar weinig aan ,zo ook als de dagen weer korter worden stopt de vogel in de natuur met broeden ,en begint aan het vervangen van zijn verenkleed. Nu wat gebeurt er nu bij de vogel thuis als je niet telkens om een bepaalde tijd je vogel donker zet ? Nu de vogel zijn Hypofyse slaat langzaam op tilt hij of zij weet niet meer vast te stellen of het nu lente ,zomer herfst of winter is Kortom gezegd de vogel raakt totaal van slag ,gaat aan het ruien(vervangen verenkleed) en omdat de vogel van slag is komt hij niet meer uit de rui zal niet meer fluiten ,en de veren en pluimpjes blijven in de kamer rondvliegen .De vogel is in de stokrui!!!E-mail adres wout@woutvangils.be

Aankoop kanarie voor in woonkamer

huiskamer kooiBird shop Eindhovenhuiskamer kooi


Aankoop van een kanarie vogel voor in huis.

Regelmatig komen er vragen binnen over waar moet ik nu opletten als een kanarievogel ga aankopen ,ofwel als ik met kanarie vogels wil gaan beginnen te kweken .Er zijn verschillende manieren om vogel te houden ,maar hierover staan al verschillende artikels op mijn kanarie homepage. Als men een kanarievogel(s) of vogels wil houden kan dit op enkel manieren en die zijn wel totaal verschillend maar vragen eveneens om verzorging ,en inzet en overgaven van zijn of haar baasje. maar als je een kanarie vogel wilt gaan aankopen moet je toch op een aantal zaken letten die van belang zijn om lang plezier te hebben van je vogel (s) De volgende manieren voor het houden van kanarievogels zijn.

A       Allen een vogel voor in de huiskamer .

B      Alleen enkel vogels om mee te kweken meer niet.

C       Alleen enkele vogels om in de volière te plaatsen.

D       Ik wil tentoonstellings vogels ,en wil tentoonstellingen gaan spelen.

Maar welke manier je ook kiest de vogel die je aankoopt moet gezond zijn ,en je wil er nog jaren plezier van hebben en het liefst zonder problemen. Hier onder geef ik een aantal punten waar je op moet letten bij aankoop van een vogel.

 

1.      Koop je vogel na de rui periode omstreeks augustus.

2.      Koop altijd een jonge vogel ( kun je zien op de ring )

3.      De vogel moet helder uit zijn ogen kijken . ( Geen tranende ogen laten zien)

4.      De vogel moet rustig ademen ,Geen krakend en piepend geluid maken

5.      De vogel mag niet ademen en dan op en neer wippen met de staart.

6.      Er mogen geen uitwerpselen zitten aan de uiteinde van de stuit bevedering.

7.      Als je de vogel op de buik opblaast mag dit niet rood of blauw of mager zijn.

8.      Als je de vogel opblaast moet deze een baby huid             kleur laten zien.

9.      De vogel moet een gladde glanzende bevedering laten zien.

10.  Let op als er geen vedermijt en of luis aanwezig is.

De aankoop van een vogel (s) is zoals eerder vermeld het beste in de maanden augustus september ,koop altijd een jonge vogel,en koop deze bij een kweker bij u in de omgeving dat is de beste methode .Uiteraard zijn er ook vogel en dieren zaken die deze vogels aanbieden het is aan u de keuze maar controleer wel de boven vermelde 10 punten ,of neem een wat ervaren kweker mee om met u de keuze te maken. Weet wel als je een rode vogel koopt dat deze na een jaar weer zijn kleur zal verliezen mits dat je deze weer opvoert.Geef je vogel een goede zaadmengeling ,en af en toe wat eivoer 2 a 3 maal per week ,dit kan je zelf ook maken doe een gekookt ei (8 min) fijn malen onder 3 beschuiten en dit kan je dan geven aan je vogels bewaren in de koelkast.Ik wil je waarschuwen voor een teveel aan groenvoer ,dit werkt darmstoornissen in de hand beter is dit niet te geven ,en af en toe een stukje appel en of appelsien zoveel wat op een uurtje op is .Dit is meer dan voldoende .Verder zou ik je willen adviseren mijn artikel ook eens te lezen over een vogel in huis houden maar hoe ,als je deze zaken in het oog houd dan zul je vele jaren plezier hebben van je kanarievogels ,en misschien wordt je nog een echte kanarie kweker . Want als je die weg inslaat en je wil selectief en op kleur gaan kweken dan komen er bij de bovenvermelde punten nog veel zaken zoals de standaard erfelijkheid enz bij .Maar ook daarover staan diverse artikels op mijn site  Succes met de vogel Wout van Gils .E-mail adres  wout@woutvangils.be

Licht temperatuur en zuurstof.

Albino

Licht-Temperatuur- Zuurstof.      Wout van Gils.

Beste kanarie kwekers. Als we kanaries kweken moeten we soms om diverse redenen veranderen van “NATUURLIJKE EIGENSCHAPPEN”. Dit wil zeggen dat wij bepalen voor onze vogels hoe en in welke omstandigheden de vogels moeten huisvesten en zich kunnen voortplanten. Het kan voortkomen dat men genoodzaakt is door werkzaamheden en of vakanties. Of omdat men gewoonweg niet zo lang kan wachten alvorens aanvang te nemen met BV de kweek .tijdklok dimmer nieuw.aDe vroeg-kweker hoeft zeker niet slechter te kweken als de latere ofwel de natuurlijke kweek (+/- 20 maart). Als uw vogels maar een voldoende leeftijd hebben, voldoende rustperiode hebben gehad, tevens een goede uitgebalanceerde voeding en de leeftijd van de vogel zou toch ongeveer 10 maanden moeten bedragen. Hou wel als voorbeeld in je achterhoofd dat welke goede wielrenner ook, die zich in de winterperiode niet goed verzorgt, zeker in het voorjaar geen klassieker zal winnen. En dat onze kanarie vogel die vanaf onze ruiperiode weinig rust en verzorging kreeg, in het voorjaar weinig of geen jongen zullen groot brengen. Laat ons eerlijk zijn hoeveel van onze collega beginnen in januari te kweken en zijn soms begin augustus nog bezig. En zo jaar in jaar uit. En steeds maar klagen over een slechte kweek ofwel een slecht gemiddelde. Maar ik betwijfel of deze kwekers op de goede weg bezig zijn.Wat we zeker als kweker in de gaten moeten houden bij de vroeg – kweek is: LICHT – TEMPERATUUR – ZUURSTOF. Hierover wat meer uitleg.

HET LICHT.

rvoor gemaakte kweekhokken (ruimten). Dit wil zeggen dat in deze ruimten kunstmatige verlichting een noodzaak is. Men zal ook moeten zorgen voor zo veel mogelijke natuurlijke licht inval. Dit kan door BV voldoende ramen of een lichtkoepel te plaatsen in het dak. Diegene die nu vroeg willen gaan kweken zullen de natuur moeten gaan nabootsen. Zij zullen dan de verlichting moeten gaan automatiseren dit kan erg makkelijk met een tijdschakelaar met daar aan verbonden een TL verlichting en een 10 watt lampje dat aan gaat als de TL verlichting uit gaat. Dit om te voorkomen dat de vogels in een compleet donker hok komen te zitten als het licht uitspringt en zodoende het nest niet meer kunnen terug vinden, met alle gevolgen daar aan verbonden. Door deze licht installatie goed in te stellen gaan we de natuur nabootsen (vervroegen). Wij zien dit verschijnsel ook in de natuur als de dagen na de winter beginnen te verlengen, Ook dan beginnen de vogels van zich te laten horen. Dit zelfde gaan we nu na doen in onze kweekruimten.

HIERVOOR ZIJN 2 MANIEREN.

In een periode van ongeveer 7 weken voert men wekelijks het licht op met ongeveer 1 uur totdat men zit op een lichttijd van ongeveer 16 uur (broedcyclus) BV licht aan ’s morgens om 5.00 uur licht uit 21.00 uur.Uiteraard uitgesmeerd over een periode van ongeveer 6 weken. Denk er aan dat na het uitspringen van de verlichting er een nacht lampje gaat branden (+/- een half uur)   Geef je vogels direct een aantal lichturen van 15 uur. Men krijgt dan het zelfde effect alleen zal de HYPOFYSE van onze kanarie vogels sneller gaan werken. (mits uw vogels de juiste leeftijd hebben en een goede conditie) Deze vogels zullen eerder in broedconditie zijn, ongeveer al op 3 1/2 week. Let wel dat bij deze methode de poppen eerder in conditie zijn dan de mannen, deze hebben ruim een week meer licht en aandacht nodig. Plaats daarom je mannen ruim een week eerder in de kweekkooi met op de achtergrond je poppen zodat de mannen deze goed kunnen horen. Een enkele opmerking wil ik u nog meegeven, schakel ook tijdens deze methode uw tijdklok in, laat deze op de gestelde uren staan (totaal 16 lichturen) Doe nooit aan tijdschommelingen. Wijzig ook nooit de tijd met het instellen van de zomer tijd. LAAT DE INGESTELDE TIJD STAAN. Hou rekening met het instellen van je tijdklok dat de klok nog een keer een uur vooruit gezet moet worden bij het in stellen van de zomertijd. En dat je daarom ’s morgens een uur eerder in je kweekhok bent en dat dan het licht al ruim een, 1/2 uur aan is.

WARMTE (temperatuurregeling)

In het algemeen kunnen we stellen dat onze kanaries vrij goed tegen temperatuur schommelingen kunnen, tegen tocht zijn ze iets minder bestand maar ook dat kunnen ze vrij goed verwerken, maar ik adviseer toch om tocht te vermijden. Het is ook daarom dat we onze kweekvogels in de winter niet hoeven bij te verwarmen. Het is beter voor de natuurlijke selectie van onze vogels als ook voor de spijsvertering. De kweekvogels uit zo’n hok zijn sterker en beter uitgeselecteerd dan vogels uit een verwarmd hok. Want hier zullen eventuele zwakke vogels het ook overleven en deze zullen dan hun problemen geven tijdens of voor de kweek. Alle vogels bij ons in het hok of in de natuur reageren en komen allemaal in broedconditie door het verlengen van het aantal LICHTUREN. Warmte is niet zo belangrijk hierin. Ook al is het in het voorjaar nog niet zo warm, vele vogels hebben al een nest en of eieren. Ik zelf heb jaren lang aan mijn TT vogels zelfs geen warmte en lichturen meer gegeven (uiteraard hok wel vorstvrij) Resultaat er viel geen enkele vogel tijdens het TT seizoen in de rui. Het zal uiteraard voor iedereen duidelijk zijn, dat wanneer men in januari wil gaan kweken, men de kweekruimte zal moeten verwarmen tot ongeveer 18 graden, anders zullen de eieren onderkoeld worden en niet uitkomen .De manieren om je kweekhok te verwarmen zijn erg groot, maar toch zou ik de olie en of gaskachels niet direct willen aanbevelen, de voorkeur gaat uit naar CV verwarming en of elektrisch. Dit alles met een goede thermostaat-vocht regeling.

LUCHT (zuurstof)

Als men de kweekruimte zal gaan verwarmen zal de lucht droger worden, men kan dit vrij goed aflezen van een HYGROMETER. Deze moet in een kweekruimte een aflezing geven tussen de 65 en 70 %. Vele problemen, zelfs de meeste, zijn te wijden aan een te laag zuurstof/vocht gehalte. De HYGROMETER kan men afstellen boven een bakje water dat kookt dan moet deze aangeven 100% is dit zo dan is uw meter OK. Doe ook uw meter eens uittesten op diverse plaatsen in uw kweekhok, zodat u een gemiddelde heeft van het vocht gehalte in uw ruimte. Het resultaat van een te laag vochtgehalte is afsterven van jonge in het ei, en een te harde eischaal zodat de jongen er niet uit kunnen. Een te hoog vocht gehalte moet men ook zien te vermijden ,dit geeft de ziekte kiemen weer een grote kans tot leven. Het vocht kan men goed regelen met OA.

ELectrische vochtregelaar.  
    Waterschaaltjes op de radiator.  
    Voldoende zuurstof regeling in je kweekhok.  
    Geef vogels dagelijks badwater.
    Besproei de eieren bij erg warme temperatuur eens.
    Blijf je hygrometer volgen/controleren.  
    Plaatsen van een IONISATOR  

BESLUIT.

Ja beste kanarie kweker, dit is nu eens een artikel over gewone, misschien wel normale zaken. Zonder uitleg over kleur en tekening van onze vogels. En toch komt ook hier naar voren dat men goed moet opletten om geen problemen te krijgen. Eén zaak weet ik zeker, dat deze bovengenoemde zaken meer problemen geven in de voorbereiding en kweek als menig liefhebber voor mogelijk zou hebben gehouden.WAT IK NIET HEB VERTELT IS HET GEBRUIK VAN EEN IONISATOR.

Dit apparaat doet de, in de lucht bewegende stofdeeltjes, die een elektrische lading dragen (luchtmoleculen) IONEN genoemd. Deze ionen kunnen zowel positief als negatief geladen zijn. Dit zou een invloed hebben op mens en dier. Hoe meer IONEN er negatief zijn geladen hoe prettiger men zich voelt. Als deze positief zijn geladen dan voelt men zich anders (denk maar eens aan uren voor een flinke onweersbui). De negatieve ionen zuiveren ook de lucht van stof en bacteriën enz. Maar of men ziekten uit het hok houdt door deze ionisator betwijfel ik,want hier spelen meerder zaken een rol. Want na lucht, warmte en zuurstof komen er nog andere zaken aan de orde, water – huisvesting – bodembedekking. wout van gils

E-mail adres  wout@woutvangils.be

Vogels worden vet,wat kan de reden zijn .

 

Lutino


Mijn vogel (s) zijn te vet oorzaak ?                           Wout v gils     

Veel kwekers zien graag dat hun vogels voorzien is van een vetlaagje niets is hier op tegen en zelfs het geelachtig vetlaagje onder de buik is zeker niet slecht .Maar een teveel lijdt tot problemen.Als onze kweekvogels de winter ingaan ,en tijdens deze winter (rust) periode mogen zij gerust een klein laagje vet laten zien dit is zeker aan te bevelen. Maar zoals zo dikwijls gezegd overdaad schaad dus ook hier.Te vette vogels zijn niet erg fit en zullen ook minder lang leven .Deze vetzucht zoals deze genoemd word ontstaat niet vanwege een gebrek maar vanwege een teveel .Een teveel houdt echter ook in dat er weer van iets anders een te kort is . Meestal is de oorzaak te vinden in het voedsel ,te veel van het een ,en te weinig van het ander lijkt dikwijls tot deze vetophoping. 

 

De symptomen zijn meestal:

 – Een vrij plompe rustige dikke vogel.

  Een vrij doorhangende borst.

  Een dikke volle afhangende buik

   Een dikke gezwollen .gele onderbuik.

   De vogel licht meestal op zijn stok in plaats van zitten ( Door het eigen gewicht)

 Wat zijn nu de oorzaken ??

 

Een vaststelling is bij de meeste kwekers dat er bij de pigmentvogels vetzucht meer voorkomt dan bij de vetstof vogels ,maar ik durf dit zeker geen vast staand feit te noemen .Levendige vogels zullen ook minder last hebben van vetzucht dan vogels die lusteloos zijn ,en of zijn gehuisvest in erg kleine ruimten. Ook overbevolking heeft bij sommige vogels gevolg dat zij blijven zitten op hun stokje ,zich weinig bewegen ,met vetophoping tot gevolg.Vogels die erg lang in de TT kooi zitten hebben er ook last van ook ziet men erg veel dat de mannen in de kweekkooi ook aanvetten ,door onder andere te weinig bewegingsruimte en door het vele eivoer en andere wat ze zich te goed doen.Maar de belangrijkste oorzaak licht echter in de voeding .Er bestaat een duidelijk onderscheid tussen voedings middelen en voedings stoffen .Voedingsmiddelen zijn zaden, eivoer, groenvoer, kiemzaden wildzaden Enz.Voedingsstoffen zijn elementen waaruit voedingsmiddelen zijn opgebouwd zo kunnen er uiteraard in de voedingsmiddelen een te veel maar ook een te weinig aan voedingsstoffen zitten.

 

 De VOEDINGSSTOFFEN :

                     Bouwstoffen                        :  Eiwitten,water ,en zouten.

                     Brandstoffen                        :  Koolhydraten,zetmeel ,suiker en Vetten.

                     Beschermende stoffen           :  Vitaminen.

 

 Vooral koolhydraten en vetten zijn de grootste boosdoeners ,een teveel aan eiwitten is niet zo,n groot probleem want dat wordt in het lichaam afgebroken  en uitgescheiden. De niet verbrande suikers en vetten worden in het lichaam opgeslagen als reserve voedsel ,in de vorm van VET Wordt dit te veel dan spreken we zoals al eerder vermeld over de vetzucht. Met de symptomen vermeld eerder in dit artikel.

 

Hoe dit aan te pakken ;

 

Uiteraard zal de vogel indien hij in een grotere ruimte komt, met meer vogels zeker van het zelfde geslacht ,door de vechtlust ,van andere vogels en de ruimte om te vliegen de vogel op een natuurlijke manier afvallen na ongeveer 14 dagen.Maar we kunnen de vogels ook aansporen ,om minder te gaan eten dit door een eenvoudige manier .dit doen we door het Proteïnen gehalte in het voer te verhogen ,zonder het vetgehalte te verminderen .hoe werkt het dan zult u zich nu afvragen, vogels nemen een bepaalde hoeveelheid proteïnen tot zich om oa het verenpak te kunnen onderhouden , zij zullen hiervan zoveel eten dat hun proteïnen gehalte is bereikt ,hoe lager dit proteïnen gehalte in de voeding hoe meer nu de vogel zal gaan eten. Alle opgenomen voeding dat vet en koolhydraten bevat wordt nu in het vogel lichaam opgeslagen als vet.Gaan we nu het proteïnen gehalte in de voeding verhogen ,zullen ze minder gaan eten waardoor ze minder vet en koolhydraten tot zich gaan nemen ,en dus minder vet gaan opslaan dat is wat we willen bereiken .Kijk maar eens in de sport Bv de wielrenners wat zij eten.

 

Andere oplossingen kunnen zijn :

          Geef de vogels voldoende ruimte ,en plaats de geslachten bij elkaar.

          Laat de vogels het zaad volledig op eten ,laat ze maar eens wat zoeken.

          Geef regelmatig wat onkruid zaden ter beschikking.

          Hang hier en daar in de vlucht wat trosgist uit .

          Een vogel eet tussen de 4 a 5 gram per dag is voldoende ,hou hier rekening mee.

          Geef niet te veel aan olie houdende zaden.

          In de winter 2 a 3maal eivoer per week is voldoende ,het zijn zaadeters.

          Geef regelmatig een stuk ui ,en of appel.

 

 Soms hoor je wel eens kwekers vertellen ,dat ze hun te vette TT vogels en of kweekvogels  een tijd zonder of weinig drinkwater plaatsen,let wel dit kan, maar weet wel een vogel moet regelmatig drinken anders komen er weer andere misschien wel grotere problemen om de hoek kijken . Let op je voeding dat is de boodschap.  Succes Wout v Gils. E-mail adres  wout@woutvangils.be

Vedermijt en bloedluis ten aanval.

bloedluisHeesakkers 1

 

VEDERMIJTEN EN OF LUIZEN !!!!!!!!  Kwekers keurders ten aanval.                             

 Inleiding                                                                                                                                                                     De laatste jaren zijn ze in opmars ,men zag het verleden jaar al aankomen maar dit jaar zijn er zeer veel vogels op onze TT en ook bij de vogelliefhebbers in het kweekhok opgescheept met deze mijten of luizen. Wat opvalt is dat de vedermijt in opmars is, ik durf bijna stellen dat heden 25 % van de vogels in min of meer ernstige Hier kan met Ecto Parasieten spray bestellen Tegen bloedluis ,eavorm besmet is met de vedermijt. Hoe is het mogelijk dat onze vogel liefhebbers  dit niet direct opmerken of wel te laat ,dit heeft te maken met het in het begin onschuldig karakter van deze vedermijt deze gaat heel langzaam het begint in de staartpennen ,en gaat zo over naar het onderste gedeelte van de vleugelpennen ,deze is vrij goed waarneembaar zeker bij de vetstofvogels  als men naar de onderkant van de staart kijkt dan ziet men deze liggen tegen de schacht van de pen beginnend aan de stuit lopen ze naar onderen toe ,ze liggen als het ware in de rij te wachten tot ze voldoende vermeerderd zijn om dan ten aanval te gaan op de baarden en haakjes van de pennen van onze vogels. Men kan ze ook goed waarnemen als men de staart open spreid , en deze op een witte ondergrond legt men ziet ze dan nog beter ,ofwel wat ik al eens gedaan heb deze veren onder een  vergrootglas  gelegd van een bevriend postzegelverzamelaar , toen ik deze veer op mijn bedrijf onder een microscoop legde toen schrok ik toch wel even

Hoe komt dit nu vraagt men zich natuurlijk af ? Heeft hier de huisvesting en of verzorging mee te maken , Ja beste vogelkwekers ik moet zeggen ja ,in de meeste gevallen is dit de oorzaak .Natuurlijk je kunt je vogels goed verzorgen en ook je huisvesting van de vogels goed verzorgen , maar bij een kleine onoplettendheid kunt u de luizen  of vedermijt meebrengen. Je kunt dit oplopen via de tentoonstellingen, of bij de aankoop van nieuwe vogels .Maar een goede liefhebber zal de TT kooien ook ontsmetten en bestrijden met een product wat niet

schadelijk is voor de vogels maar wel voor de mijten .En hij zal ook de nieuw aangekochte vogels goedcontroleren en behandelen over eventuele producten kom ik later in het artikel op terug , Maar in elke goede vogelzaak zijn er van allerlei goede producten hiervoor te verkrijgen, Maar men moet ze wel gebruiken om deze mijten de baas te blijven .Men zal moeten ontsmetten en bestrijden om alles onder controle te houden .Verder in dit artikel meer hierover Van waar deze explosie ? Menig liefhebber zal zich afvragen waar komt deze explosie nu vandaan ?  Dat ik precies weet waar dit vandaan komt wil ik nu niet direct stellen maar ik heb stellig de overtuiging en de indruk dat de vedermijt explosie gedeeltelijk veroorzaakt wordt door de toename van de  hout krullen als bodem bedekker in ons vogelverblijf. Ik vind de houtkrullen zelf een goede bodem bedekker  .MAAR als men deze te lang laat liggen en er maar steeds wat nieuwe overheen strooit zal in combinatie van vocht en warmte  (droogte zon)De onderste laag gaat verpulveren hier door ontstaat er heel fijne stof ,  hetzelfde gebeurt bij oud zaad ,steek hier uw hand maar eens in ,de meeste liefhebbers weten wat ik bedoel .Deze stof dwarrelt rond en komt ook in de bevedering van de vogel terecht , Het is hier dat er iets gaat gebeuren , hoe het ontstaat weet ik niet maar ik denk  dat niet alles vedermijt is wat wij te zien krijgen ik denk dat er ook een groot gedeelte de STOFMIJT is die zich op de vogel genesteld heeft ,het is daarom ook dat bij een flinke observatie van mijt in de staart dat ik geen beschadiging van de haakjes en baarden heb kunnen vast stellen !!!! Dus toch een stofmijt ??? Ik wil graag andere meningen in deze horen , wij liefhebbers varen er wel bij. Ik ben er niet zeker van maar mijn indruk is dat door de houtkrullen als bodem bedekker de mijten of het nu de vedermijt  of de stofmijt er zich wel bij varen dus zich

goed voelen en  zich goed vermeerderen .Het is ook om die reden dat de laatste jaren deze mijten zo zijn opgekomen , de houtkrullen zie je de laatste jaren ook in de meeste vogelverblijven, het is daarom ook dat ik deze link zie in combinatie met de veder / stofmijt. Maar een zaak staat vast is het nu vedermijt of stofmijt ze horen beide niet thuis op onze vogels en hier moeten we streng op gaan letten en ook streng tegen optreden zowel de liefhebber kweker als de keurmeesters. Mag ik nu geen houtkrullen meer gebruiken ? om geen vedermijt of stofmijt meer te krijgen ,dat wil ik zeker niet stellen maar we zullen er anders mee moeten omgaan dan wat de meeste onder ons gewoon waren te doen .Als men houtkrullen gebruikt als bodem bedekker , strooi dan een dun laagje en niet een van Cm (ters) dik. Doe nooit bij vervuiling over strooien , maar verwijder de oude laag wekelijks . En strooi geen nieuwe laag alvorens  het hok is uitgeveegd .Wat men ook wekelijks moet doen is Badwater geven ,  ja zul je zeggen dat doe ik wekelijks Prima dus maar doet u ook Badzout in uw badwater ? Ongeveer 20 gram op 5 liter water dit zorgt voor een gezonde glanzende bevedering ,en eventuele aankomende mijten worden direct verdreven dus alleenmaar voordelen met dit badzout.Dus vervang als u houtkrullen gebruikt deze wekelijks en strooi maar een dun laagje en niet te dik .Gebruik je geen houtkrullen dan toch wil ik badzout aanraden in je badwater 1 maal per week.

 Ten strijden

Op onze laatste Technische dag kleur kanaries ,te Geel stelde onze voorzitter de Hr W Deyaert dit probleem al ter spraken ,ook op deze keuring waren er veel gevallen waargenomen

.De voorzitter adviseerde de keurmeesters hier streng op toe te  zien en de vogels te bestraffen met  op het briefje te schrijven Niet gekeurd met als opmerking vedermijt en of andere , we hopen zo de liefhebbers wakker te schudden en deze mijten de kop in te drukken het is hoog en hoog tijd maar nog niet te laat .De Bloedluis ziet men nog zelden laat ons met de bovengenoemde mijten het zelfde gaan doen dus ten strijde en dank de keurmeester als hij u de tip geeft als u het zelf over het hoofd hebt gezien, maar blijf vooral steekproeven uitoefenen in uw vogel verblijf en controleer regelmatig uw vogels en ook de vogels die terug komen van de TT en uiteraard ook uw aangekochte vogels , en denk aan uw boden bedekking zeker als u hout krullen gebruikt .Hieronder geef ik een uiteen zetting van de luizen en de bestrijding ervan , dit zijn puur eigen ervaringen die goed zijn maar er zullen zeker nog andere producten en methoden zijn in elke vogel en of dieren handelaar zijn er producten verkrijgbaar die goed zijn ieder maakt zijn eigen keus .Een zaak lees altijd de bijsluiter goed door dit op de eerste plaats voor de gezondheid van je zelf , en uiteraard ook voor de vogels hoeveel mag ik gebruiken hoe en waar, en zorg ook altijd voor een goed verluchting .Dus vogelkwekers en keurmeesters we gaan samen ten strijden, anders weet ik niet waar we komend jaar en de jaren daarop naar toe moeten met deze mijten.Dit is de vraag van onze voorzitter en de keurmeesters zullen hier dan ook streng op toe zien en de vogel niet meer keuren , in het belang van de vogels ,en voor de vernietiging van de mijten waar we allen aan moeten meedoen. Nu iets in het kort iets over de luizen en mijten in het algemeen.

DE BLOEDLUIS.

De naam is zo ingeburgerd in onze vogelliefhebberij, maar eigenlijk is deze ingedeeld bij de “Mijten”. Ze zou een wetenschappelijke naam dragen van “Dermanyssus gallinae”, en behoren tot de spinachtige. Maar laat het ons maar houden bij de bloedluis, ons aller gekend. Deze is uitgerust met 4 paar pootjes en een mond met zuignapjes, om het bloed te kunnen opzuigen. Ze zijn over het algemeen ongeveer 1 mm groot. Deze mijt heeft normaal een grijsachtige kleur, alleen als hij onze vogels heeft bezocht, heeft hij een rode kleur van het bloed wat is opgezogen van onze vogels. De volwassen vrouwtjes leggen hun eieren in nesten – kieren – scheuren – achter nestbakjes – tussen tralies, kortom overal waar ze ergens achter kunnen kruipen. Afhankelijk van de temperatuur komen ze na 2 – 9 dagen uit !! Zodoende kan er bij plotselinge temperatuurstijging een ware explosie ontstaan van luizen. De larven metamorfoseren zich zonder zich te voeden. Voor de stap naar adult luis

is er maar een bloedzwelgpartij noodzakelijk.ALS MEN WEET DAT EEN VROUWTJE IN HAAR ONG. 2 MAANDEN DURENDE LEVEN ONGEVEER 2500 EITJES OF MEER KAN LEGGEN !! U kunt zich voorstellen wat een explosie in een kweekruimte kan ontstaan. Luizen kunnen zelfs WEL 2 MAANDEN ZONDER ETEN om dan bij b.v. temperatuurstijging plots tevoorschijn te komen. Overdag zitten ze tussen de kieren, ’s nachts zijn ze actief bij onze vogels. Vooral onze jonge nestvogels hebben het dan zeer hard te verduren. Ze kunnen onmogelijk de mijten van hun lijf houden, en na enkele dagen zal de naakte huid verbleken en spoedig hebben ze de macht niet meer om bij het voeren de kop op te steken en de dood zal snel volgen en uitbreiden in je kweekruimte.

DE VEDERMIJT.

Dit is zoals de bloedluis ook een parasiet. Is ongeveer 0.4 M/m groot en is lichtbruin van kleur In tegenstelling tot de bloedluis heeft deze het niet voorzien op het bloed, maar op de vederschacht van onze vogels. Deze vedermijt verschuilt zich tegen de schacht van de veer, en vreet  zo langzaam de baarden en haakjes weg  .Bij een grote explosie zal hij zelfs de wortel van de veer kunnen aanvreten , zodat de veer geen enkele kans krijgt om aan te groeien. Ook zal de luis constant aanwezig zijn op onze vogels. Dit heeft voor de

luis op zich zijn voordelen en nadelen. Er is continu een aanbod van voedsel, het nadeel is dat de vogel zelf wel wat kan bestrijden door zelf te vangen, te baden, zandbak, enz. Maar de snelle uitbreiding van de luizen zal de vogel wederom het onderspit moeten delven, en een ramp veroorzaken aan de bevedering van onze vogels.

HOE ONTSMETTEN EN BESTRIJDEN?

Ik kan er niet genoeg op terug komen liefhebbers, maar voor de kweek moeten we beiden doen. Menig liefhebber zegt het, “Ik heb mijn hokken ontsmet, zelfs direct na de kweek nogmaals en nogmaals voor de kweek. En nog heb

ik luizen en mijten!” JA NATUURLIJK, want deze liefhebber is wat vergeten, namelijk het bestrijden voor langere termijn van dit ongedierte. Ik weet dat als je je kweekhokken goed wil ontsmetten en bestrijden dit toch wel wat kosten met zich meebrengt. Maar vergelijk dit eens met diverse nesten dode jongen in de kweek, en het zal daar zeker niet bij blijven, ook het ziektepatroon zal toenemen, inclusief al de narigheden die er bijhoren,poppen die nest verlaten, bloedarmoede, dode jongen enz. Dit weegt bij lange niet af tegen de kosten die je moet maken om je hokken en de kweekruimte te ontsmetten en te bestrijden.

HET ONTSMETTEN….:

Uiteraard zullen alle kweekhokjes en ruimten goed worden zuiver gewassen na het kweekjaar. We gaan nu een 3 a 4 weken voor de kweek de kweekhokjes nog eens goed nawassen met goed warm water. Als het water is afgekoeld nieuw water pakken, in dit water doet men een ontsmettingsmiddel BV. Javel  of een ander bekend middel JODIUM

Eenieder heeft wel zijn middel, enkele voorbeelden zijn.:

* JAVEL : Verkrijgbaar in alle levensmiddelzaken.

* DETTOL : Verkrijgbaar bij de apotheek.

* HALLAMID : Verkrijgbaar bij de apotheek.

* SODA : Ongeveer 20 gram per liter water.

* CHLORAMIDE : Verkrijgbaar bij de apotheker.

Er zijn zeker nog meer producten, elk is goed als je het maar doet en ook zo heet mogelijk gebruiken. Zorg ook dat alle naden, kieren, spleten, voorfronten, eet en drinkbakjes goed worden afgewassen. Na deze wasbeurt en als alles goed is opgedroogd, alle naden en kieren afkitten BV. met siliconenkit.

 HET BESTRIJDEN.

Nadat we het bovenstaande goed hebben uitgevoerd gaan we onze kweekhokjes en kooien bestrijden voor een langer periode (de kweekperiode) tegen het ongedierte. Tijdens het ontsmetten zijn alle microben, eitjes, luizen enz.vernietigd. Maar ze komen terug als we geen voorzorgsmaatregelen nemen. En dat doen we nu door het BESTRIJDEN.

Een aantal dagen nadat we onze kooien hebben uitgewassen (ontsmet) gaan we nadat we alle eet en drinkers resten verwijderd hebben, gaan we ten aanval en BESTRIJDEN. Lees voor je begint eerst goed de bijsluiter en bescherm ook jezelf tegen het product, en:

1 – Wanneer kunnen de vogels terug in het verblijf ?..

2 – Of mogen de vogels er in blijven ?.

3 – Hoe lang moeten ze uit het hok blijven ?

4 – Hoe moet ik het product behandelen ?

5 – Hoe moet ik mijzelf beschermen ?

6 – Hoe lang werkt het product.

7 – Mag het op de vogel zelf gespoten worden enz enz

Nadat we dit allemaal gecontroleerd hebben en weten en de keuze voor het bestrijdingsproduct is gemaakt gaan we over tot het BESTRIJDEN van het ongedierte voor een langere periode. Spuit alles goed in naden, kieren, bodems, laden, voorfronten, kortom de gehele kweekkooi, vergeet zeker niet de zitstokjes en de broedbakjes ook te behandelen. Wees niet te zuinig en zorg dat je alles gehad hebt.ENKELE BESTRIJDINGS MIDDELEN. ( er zijn er zeker meerdere en ook aan te bevelen)

 * For- mite van  Edialux een aanrader

* U2 of U3    :  elke vogelzaak Uit de handel genomen.

* Birdspray   :  elke vogel dierenzaak

* Alugan      :  (apotheek)

* Ardap       : Elke vogel en dierenzaak.Uit de handel genomen.

* Baygon     : ( bloemist, vogels 3 weken uit kooi laten)  Uit de handel genomen.

*Ocepou     :  In elke goede vogelzaak.Uit de handel genomen.

* Sevin 480 sc : In elke goede vogelzaak boerenbond.Uit de handel genomen.

* Een nieuw prima natuurlijk product is Home shield !!!

* Ecto Parasieten spray. ( Nieuw natuurlijk en erg goed  product ) Makkelijk en zuinig in gebruik !!!!

* Edialux.

* Dutchy’s ® ( Roofmijten )

* Birdy – Finect ( goed )

* Ivermectine. ( goed )

* Electro ( erg Goed )

Voor meer informatie klik op de naam van  een van de bovenstaande producten Met deze laatste heb ik al vele en vele jaren zeer goede resultaten geboekt. Het resultaat: GEEN LUIZEN en of mijten meer. Maar u moet wel uw vogels ongeveer 10 dagen uit uw vogelverblijf -kweekbak en of TT kooi laten alvorens de vogels er terug in te zetten . Hou hier rekening MEE !!!!!!!!!!Na de eerste ronde ga ik enkele malen per week “s nachts een Vapona strip uithangen.( Uit de handel genomen ) Dit om mogelijke insecten die binnen komen geen kans te geven om zich voor te planten. En nogmaals, als u de zaken genoemd in dit artikel

goed uitvoert, dan staat een ding vast:   JE ZULT DIT JAAR GEEN ENKELE LAST HEBBEN VAN LUIZEN  MIJTEN OF WELK ONGEDIERTE OOK.

Vogelkwekers, ik hoop met dit artikel nogmaals aan iedereen duidelijk gemaakt te hebben dat ONTSMETTEN EN BESTRIJDEN twee afzonderlijke zaken zijn en dus ook onafhankelijk van elkaar moeten worden uitgevoerd.Kanarievogels verzorgen is ook een specialiteit. In de natuur gebeurt dit automatisch door diverse natuurelementen. In onze kweekruimte zullen we dit zelf moeten doen. Elke vogelliefhebber met een schoon en verzorgd kweekhok / Volière met daarin gezonde levendige vogels zullen vele problemen wegblijven.Want, GEZONDE VOGELS DOEN HET ALTIJD. Aan ons vogelliefhebbers om het zo te creëren.

BESLUIT.

Ik hoop dat ik met dit artikel kan bijdragen om komend seizoen verlost te zijn van de vedermijt en dat we ook op de Tentoonstellingen vogels zien die geen drager meer zijn van deze mijten ,en dat de keurmeester het vervelend woord niet gekeurd vedermijten niet meer hoeft te schrijven .Zijn er nog andere methoden om deze mijten te verslaan dan hoor ik deze graag even als of de houtkrullen nu wel of niet er toe bijdragen tot deze explosie ,maar naar mijn mening speelt dit een flinke rol mee .Liefhebbers kwekers keurmeesters we gaan samen

ten aanval .Dit artikel is het begin ,een goede kweek..VAN GILS WOUT  E-mail adres  wout@woutvangils.be     

Gekiemde zaad goed of niet goed ?

vogl vreugd webshopkiemzaad

Gekiemd zaad, goed of niet?                Wout van Gils.

Regelmatig komt dit ter spraken men heeft voor en tegenstanders, kortom menig mal een onderwerp van gesprek op voordrachten, brieven, vergaderingen enz. Zoals je weet ben ik nu ook niet direct een voorstander van groenvoer, ik hou het liever met mate aan mijn natuurlijke vitaminen. Maar wat is het nu met het kiemzaad, ik wil dit ook nog eens onder de aandacht brengen zodat ieder voor zich zelf kan uitmaken of hij wel of geen kiemzaad wil geven aan zijn vogels in de kweek periode.De geruchten over het kiemzaad zijn legio, de bewering als zou kiemzaad de oorzaak zijn van veel jonge dode vogels betwijfel ik ook maar toch bij het niet goed toedienen en laten kiemen kan hier zeker toe lijden men kan darmontstekingen krijgen, nitriet vergiftiging, diaree enz. Aanneembaar is wel dat bij opnamen van niet goed gekiemd voer, verzuurd zeker een bloedvergiftiging en darmontstekingen kunnen optreden, die zeker de dood tot gevolg kunnen hebben. Tekenen van deze Nitriet vergiftiging zijn meestal dat de vogel er over het gehele lichaam erg blauw uitziet en naar adem zit te happen. dit komt omdat het bloed niet meer instaat is om de zuurstof moleculen op te nemen waardoor het bloed erg slecht gaat worden. Het probleem licht meestal daar ,dat de meeste kwekers weten hoe ze een goed kiemzaad mengsel goed en zonder gevaar voor verzuring tot kiemen kunnen brengen.

Hoe kiemzaden maken.

Als men dan toch kiemzaad wil geven, maak dit dan in de bekende kiemschalen dit zijn drie schalen boven elkaar en de bakjes druppen goed door, gebruik hiervoor een goed en zuiver kiemzaad en lat hier uw zaad in kiemen ,de kiemen moet zo klein mogelijk zijn en nooit te lang laten worden. Hoe kleiner de kiem hoe beter, hoe groter de kiem hoe slechter het is voor de vogels. Hou hier goed rekening mee. Deze gekiemde zaden mengt me door het eivoer, of geef het zo maar dan in die maten dat het op is op enkele uren, en let er op dat het kiemzaad niet verzuurd ofwel verzuurd is. Het moet ter aller tijden fris blijven ruiken. Maak ook nooit te veel aan, zorg voor steeds vers kiemzaad met een zo klein mogelijke kiem. Een goed kiemzaad bestaat uit Raapzaad, koolzaad, Negerzaad, witte en rode dani, hennep, en veredelde soja boon deze heeft een enorme goede eiwit concentratie. Zorg dat je dagelijks vers kiemzaad aanmaakt en dat het dagelijks op is, bewaar het die dag in de koelkast nooit te warm zetten want dan blijft de kiem doorgroeien, en dit is foutief de kans op darm en andere stoornissen is dan erg groot en ook de voedingswaarde valt dan totaal weg. Nogmaals hou de kiem zo klein mogelijk. En draag zorg dat alles steeds goed gespoeld blijft. Als u een goede kiemzaad mengeling heeft samen met de genoemde kiembakjes, en je maakt dagelijks verse porties aan, met een zo klein mogelijke kiem dan zijn de problemen met het kiemzaad zo goed als nihil.

Nadelen aan kiemzaad.

Als u het kiemzaad gereed maakt zoals hierboven beschreven, dan kan men zeker over gaan tot het verstrekken van dit kiemzaad, maar nogmaals het woord zegt het zelf KIEM (zaad), zorg dat deze kiem ook kiem is zo klein mogelijk, en goed gespoeld en dagelijks vers. Als men kiemzaad geeft ben ik voorstander dit pas te doen als je jongen ongeveer 5 a 6 dagen oud zijn. En ik zie ook liever dat men het kiemzaad en ook Bv je groenvoer met mate geeft wat op ongeveer 2 uur op is, en geef dit ’s morgen en of ’s middags maar nooit ’s avonds. Dit voer ’s avonds geven kan ook problemen geven als de pop de jongen over dreven kiemzaad zou geven, en het is die nacht erg warm dan kan dit ook fineste gevolgen hebben voor het jong, het voer kan gaan gisten in de krop van het jong met de bekende gevolgen. Kiemzaad geven aan roodfactorige vogels, kan als men dit te veel geeft een kleur verwatering te weeg brengen en dit kan later bij eventuele tentoonstellingen punten verlies opleveren.Ik hoop u weer enkele gegevens te hebben kunnen mededelen over het wel en wee van het kiemzaad, er zullen altijd wel voor en tegen standers zijn, maar bij goed opletten bij het maken van kiemzaad, met de juiste KLEINE kiem en dan beginnen te voeren na 5 a 6 dagen, dan zie ik niet direct problemen, maar opletten blijft gewenst zeker bij onze nest jongen.

Als de jongen wat meer zelfstandig zijn dan kan men wat meer geven, maar hier is mijn voorkeur weer de natuurlijke vitaminen, en deze kunnen zijn, sinaasappel appel witlof mier enz enz. En ook dit zoveel geven dat het in ongeveer 2 uur op is. Maar ja dat is ieder zijn keus en die is er genoeg. Maar opletten is de bootschap bij het geven en maken van kiemzaad. Als men kiemzaad geeft geef dan ook de kiem en niet meer en de kiem moet zo klein mogelijk zijn uitgeschoten kiemzaad is waardeloos en gevaarlijk. Eens hoorde ik op een voordracht als men kiemzaad geeft zorg dan dat je altijd te kort hebt. Hier schuilt heel veel waarheid achter. Het is een door denkertje, maar er schuilt veel waarheid achter over het geven van kiemzaad.

Een goed kweek met of zonder kiemzaad.     Wout van Gils

Luizen ontsmetten en bestrijden.

bloedmijt


Luizen : Ontsmetten en bestrijden.                               Wout van Gils

 

Het wordt dikwijls gesteld en juist is “Het is beter voorkomen dan genezen.”Dit geldt zeer zeker ook voor dit artikel. Het moet me van het hart dat anno 1999 niemand meer last hoeft te hebben van luizen in zijn

kweekruimte en kweekhokken. (in buitenvolière is dit wel iets anders)Toch hoor je regelmatig of je ziet het dat nog veel (te veel) liefhebbers last hebben van dit ongedierte, en stel dan, “dit is je eigen schuld”, dit hoeft niet te gebeuren. Daarom nogmaals een artikel over een methode om je hokken vrij te houden van luizen en ander ongedierte. Eerst in het kort iets over de luizen in het algemeen.
De Bloedluis

De naam is zo ingeburgerd in onze vogelliefhebberij, maar eigenlijk is deze ingedeeld bij de “Mijten”. En zou een wetenschappelijke naam dragen van “Dermanyssus gallinae”, behoren bij de spinachtige. Maar laat het ons maar houden bij de bloedluis, ons allen gekend. Deze is uitgerust met 4 paar pootjes en een mond met zuignapjes, om het bloed te kunnen opzuigen. Ze zijn over hetKlik op de Banner voor meer info over bestrijden van bloedluizen. algemeen ongeveer 1 mm groot. Deze mijt heeft normaal een grijsachtige kleur, alleen als hij onze vogels heeft bezocht, heeft hij een rode kleur van het bloed dat is opgezogen van onze vogels. De volwassen vrouwtjes leggen hun eieren in nesten – kieren – scheuren – achter nestbakjes – tussen tralies, kortom overal waar ze ergens achter kunnen kruipen. Afhankelijk van de temperatuur komen ze na 2-9 dagen uit!

Zodoende kan er bij plotselinge temperatuurstijging een ware explosie ontstaan van luizen. De larven

metamorfoseren zich zonder zich te voeden. Voor de stap naar adultluis is er maar een bloedzwelgpartij

noodzakelijk. ALS MEN WEET DAT EEN VROUWTJE IN HAAR 2 MAANDEN DURENDE LEVEN ONGEVEER 2500 EITJES OF MEER KAN LEGGEN !!

U kunt zich voorstellen wat een explosie in een kweekruimte kan ontstaan. Luizen kunnen zelfs WEL 3 MAANDEN ZONDER ETEN! Om dan bij b.v. temperatuurstijging plots tevoorschijn te komen. Overdag zijn ze tussen de kieren,’s nachts zijn ze actief. Vooral onze jonge nestvogels hebben het dan zeer snel te verduren. Ze kunnen onmogelijk de mijten van hun lijf houden, en na enkele dagen zal de naakte huid verbleken en spoedig hebben ze de macht niet meer om bij het voeren de kop op te steken. De dood zal snel volgen en uitbreiden in je kweekruimte.
De Vedermijt

Dit is, zoals de bloedluis, ook een parasiet. In tegenstelling tot de bloedluis heeft deze het niet voorzien op het bloed, maar op de vederschacht van onze vogels. De vedermijt verschuilt zich in de wortel van de veer en vreet deze wortel zo ver weg, dat de veer geen enkele kans krijgt om aan te groeien. Ook zal de luis constant aanwezig zijn op onze vogels. Dit heeft voor de luis op zich zijn voordelen en nadelen Er is continu een aanbod van voedsel, het nadeel is dat de vogel zelf wel wat kan bestrijden door zelf te vangen, te baden, zandbak, enz Maar de snelle uitbreiding van de luizen zal de vogel wederom het onderspit moeten delven, en een ramp veroorzaken aan de bevedering van onze vogels.
Hoe ontsmetten en bestrijden?

Ik kan er niet genoeg op terug komen, liefhebbers, maar voor de kweek moeten we beiden doen. Menig liefhebber zegt het, “Ik heb mijn hokken ontsmet, zelfs direct na de kweek nogmaals en nogmaals voor de kweek. En nog heb ik luizen!”JA NATUURLIJK want deze liefhebber heeft wat vergeten, namelijk het bestrijden voor langere termijn van dit ongedierte. Ik weet dat als je kweekhokken goed wil ontsmetten en bestrijden dit toch wel wat kosten met zich meebrengt. Maar vergelijk dit eens met diverse nesten dode jongen in de kweek, en het zal daar zeker niet bij blijven, ook de ziekte patroon zal toenemen, inclusief al de narigheden die er bij horen, poppen die nest verlaten, bloedarmoede, dode jongen Enz Enz. Dit weegt bij lange niet af tegen de kosten die je moet maken om je hokken en de kweekruimte te ontsmetten en te bestrijden.

1. HET ONTSMETTEN

Uiteraard zullen alle kweekhokjes en ruimten goed worden zuiver gewassen na het kweekjaar. We gaan nu een 3 á 4 tal weken voor de kweek de kweekhokjes nog eens goed nawassen met goed warm water. Als het water is afgekoeld nieuw water pakken, in dit water doet men een ontsmettingsmiddel b.v. JaVel of een ander bekend middel JODIUM een ieder heeft wel zijn middel.

Enkele voorbeelden zijn:
Javel : Verkrijgbaar in alle levensmiddel zaken.
Dettol : Verkrijgbaar bij de apotheek.
Hallamid : Verkrijgbaar bij de apotheek.
Soda : Ongeveer 20 gram per liter water.
Chloramide : Verkrijgbaar bij de apotheker.
Een nieuw natuurlijk product is Home Shield voor meer info klik op deze link
Home shield  http://www.homeshield.nl/

Biosol ,em meerdere andere  merken.

Er zijn zeker nog meer producten, elk is goed als je het maar doet en ook zo heet mogelijk gebruiken. Zorg ook dat alle naden en kieren spleten, voorfronten, eet en drinkbakjes goed worden afgewassen. Na deze wasbeurt, als alles goed is opgedroogd, alle naden en kieren afkitten b.v. met siliconenkit.

2. HET BESTRIJDEN

Nadat we het bovenstaande goed hebben uitgevoerd gaan we onze kweekhokjes en kooien bestrijden voor een langer periode (de kweekperiode) tegen het ongedierte.Tijdens het ontsmetten zijn alle microben – eitjes – luizen enz vernietigd. Maar ze komen terug als we geen voorzorg maatregelen nemen. En dat doen we nu door het BESTRIJDEN. Een aantal dagen nadat we onze kooien hebben uitgewassen (ontsmet) gaan we, nadat we alle eet- en drinkbakken verwijderd hebben, ten aanval. Met andere woorden “BESTRIJDEN”.Lees, voor je begint, eerst goed de bijsluiter en bescherm ook jezelf tegen het product.

Wanneer kunnen de vogels terug in het verblijf?
    Of mogen de vogels er inblijven?
    Hoe lang moeten ze uit het hok blijven?
    Hoe moet ik het product behandelen?
    Hoe moet ik mijzelf beschermen?
    Hoe lang werkt het product.

 

Nadat we dit allemaal gecontroleerd hebben en de keuze voor het bestrijdingsproduct is gemaakt gaan we over tot het BESTRIJDEN van het ongedierte voor een langere periode. Spuit alles goed in naden, kieren, bodems, laden,voorfronten kortom de gehele kweekkooi, vergeet zeker niet de zitstokjes en de broedbakjes. Wees niet te zuinig en zorg dat je alles gehad hebt.
Enkele Bestrijdingsmiddelen

 

* U2 of U3   :  elke vogelzaak Uit de handel genomen.

* Birdspray :  elke vogel dierenzaak

* Alugan      :  (apotheek)

* Ardap       : Elke vogel en dierenzaak.Uit de handel genomen.

* Baygon      : ( bloemist, vogels 3 weken uit kooi laten)  Uit de handel genomen.

*Ocepou       :  In elke goede vogelzaak.Uit de handel genomen.
* Sevin 480 sc : In elke goede vogelzaak boerenbond.Uit de handel genomen.

* Een nieuw prima natuurlijk product is Home shield !!!

* Ecto Parasieten spray. ( Nieuw product )

* Edialux.

* Dutchy’s ® ( Roofmijten )

* Birdy – Finect

* Yvermectine

* Vander aart biosol..

Met deze laatste en  of andere heb ik al vele en vele jaren zeer goede resultaten geboekt. Het resultaat: GEEN LUIZEN. Na de eerste ronde ga ik enkele malen per week ’s nachts een vapona strip uithangen.( Helaas uit de handel genomen )

Dit om mogelijke insecten die binnen komen geen kans te geven om zich voor te planten. En nogmaals: als u de zaken, genoemd in dit artikel, goed uitvoert staat een ding vast: je zal dit jaar geen enkele last hebben van luizen of welk ongedierte dan ook. Vogelkwekers, ik hoop met dit artikel nogmaals aan iedereen duidelijk gemaakt te hebben dat ONTSMETTEN EN BESTRIJDEN twee afzonderlijke zaken zijn en dus ook onafhankelijk van elkaar moeten worden uitgevoerd. Kanarievogels verzorgen is ook een specialiteit. In de natuur gebeurt dit automatisch door diverse natuurelementen. In onze kweekruimte zullen we dit zelf moeten doen. Bij elke vogelliefhebber, met een schoon en verzorgd kweekhok / volière met daarin gezonde levendige vogels, zullen vele problemen wegblijven want GEZONDE VOGELS DOEN HET ALTIJD. Aan ons vogelliefhebbers om het zo te creëren. Een goede kweek zonder bloedluis.    Wout van gils

Verenpikken kan meestal voorkomen worden.

kan jong

 


Verenplukken kan meestal voorkomen worden.                   Wout van Gils.

Verenplukken zal zeker bekend zijn bij ons kanarie kwekers,het is dan ook een zaak die jaarlijks bij veel

liefhebbers in het kweekhok terugkomt. De ene liefhebber zal er minder last van hebben dan de ander maar ieder zal er wel eens mee in aanraking komen. Wat is de reden hiervan en wat kunnen we hier tegen doen ?
Het verenplukken

Het verenplukken op zich heeft diverse redenen en of oorzaken elk is verschillend en zullen we ook apart moeten behandelen ,bij tijdig ingrijpen en of handelen verzorgen kan het verenpikken zo goed als uitgesloten blijven.Reden tot veren pikken kunnen verschillend zijn.

 

1. Overbevolking in de vollere en of verblijfplaats.
2. De zit stikken niet goed gemonteerd en of gemaakt.
3. Een te kort aan ammonia zuren en of andere voeding elementen.
4. Vogels met bloedpennen niet tijdig verwijderen uit de volière of verblijfplaats.
5. Een te kort aan nestmateriaal.
6. Pastellen en of ivoor factorige vogels bij andere soorten plaatsen ??
7. Verveling niet voldoende afleiding van onze vogels.
8. Jonge zelfstandige vogels plaatsen bij oudere vogels in de volière.
9. een erfelijke factor van de ouder vogels.

 

Je ziet dat er diverse oorzaken kunnen voorkomen die het verenpikken in de hand werken, maar door een aantal zaken te voorzien in je volières en of kweekhokken en door tijdig te opserveren kunnen we het verenpikken zo goed als uitschakelen. Wat kunnen we zoal doen om dit te voorkomen.
1. Overbevolking in de volière en of verblijfplaats.Bij overbevolking krijgen de vogels last van te weinig vliegruimte en of zitplaatsen, hierdoor ontstaan vechtpartijen en daardoor zal er menig veertje en pluimpje uitgetrokken worden wat dan weer kan leiden tot een bloedpen, als de vogels hiervan geproefd hebben, van dit bloed, geeft dit aanlijding tot nog meer vechtpartijen en ook de bebloede vogels met deze bloedpennen moeten er aan geloven, het gevolg is dat in een korte periode de hele voilère vogels huisvest met deze bloedpennen met alle gevolgen van dien. Binnen korte tijd zullen alle vogels waardeloos worden voor b.v. de TT omdat door dit verenpikken de inplant van de veer zover is beschadigd dat de nieuwe pen er scheef en of gedraaid uitgroeit en nooit meer goed komt, laat staan dat de veer nog kans krijgt te groeien, wand op een gegeven moment zal de vogel ook aan zichzelf gaan pikken. Dus zorg voor voldoende ruimte voor uw vogels en eventuele geplukte vogels altijd apart zetten van gezonde vogels.

2. De zitstokken niet goed gemonteerd en of gemaakt.

In kweekhokken waar de zitstokken niet goed zijn geplaatst is de kans groter dat de vogels gaan verenpikken zeker in de rui periode en tegen de kweekperiode aan. Plaats uw zitsokken Zodanig dat uw vogels ieder zijn eigen plekje heeft,en de ruimte tussen in zodanig dat de vogels elkaar niet aan kunnen.Probeer ook je stokjes zo hoog mogelijk te plaatsen en vogel zit graag hoog,en zo zal er weinig og geen verenpikken meer voorkomen. Dus zorg voor voldoende ruimte en goed verdeelde zitstokken voor uw vogels en eventuele geplukte vogels altijd apart zetten van gezonde vogels.
3. Een te kort aan amoniazuren.

Bij een normale voeding en vitamine met veel natuurlijke vitamine zal dit probleem minder voorkomen.In een bloedpen zitten zuren (amoniazuren) dit smaakt door de vogel erg zoet en dit is ok de reden dat als er een begin gemaakt is met verenplukken dit zich ook snel uitbreid met alle gevolgen van dien. Geef onze vogels voldoende natuurlijke vitaminen,en geef de vogel in de rui wekelijks een halve Ajuin, deze is rijkelijk

voorzien van amoninazuren en wees gerust zo goed als geen veren plukkers meer. Dus zorg voor voldoende ruimte en goed verdeelde zitstokken voor uw vogels en eventuele geplukte vogels altijd apart zetten van gezonde vogels. En zorg voor voldoende natuurlijke vitaminen met in de rui en wintertijd Wekelijks een halve Ajuin in de volière en of vogelruimte.
4. Vogels met bloedpennen niet tijdig verwijderen uit de volière of verblijfplaats.

Zoals ik al eerder schreef is eventuele vogels met bloedpennen niet tijdig verwijderen zal zeker aanleiding geven tot uitbreiding van het probleem,de vogels vinden dit lekker (zoet) en het pikken zal zeer snel zich uitbreiden als men niet tijdig ingrijpt. Dus zorg voor voldoende ruimte en goed verdeelde zitstokken voor uw vogels en eventuele geplukte vogels altijd apart zetten van gezonde vogels. En zorg voor voldoende natuurlijke vitaminen met in de rui en wintertijd .Wekelijks een halve Ajuin in de vollere.en vogels met een bloedpen onmiddellijk verwijderen.
5. Een te kort aan nestmateriaal.

Veelal beginnen de oude vogels aan nieuwe nestbouw, in de periode dat de jonge kanaries net het nest willen verlaten, en mooi in de nieuwe veertjes zitten. Bij een gebrek aan voldoende en goed nestmateriaal worden de jonge vogels al snel van hun jonge dons beroofd en als men niet snel ingrijpt ook van hun nieuwe gezonde vleugels en of staart pennen. Dus geef de pop goed en zacht nestmateriaal, en zorg dat de pop tijdig aanvangt met het maken van het volgend nest. Met andere woorden zorg dat de pop haar eerste ei heeft gelegd als de jonge vogels uitvliegen uit het eerste nest. Het verenpukken van de jonge vogels is dan zeker gedaan.Wat nog beter is, en doe dit als je de mogelijkheden hebt, plaats de jonge vogels in een Babykooi voor tegen de kweekhok, en maak kweekhokken met een aangemaakte Babykooi. Wat nog makkelijker is, haal de jonge vogels tijdig weg met nest en al en plaats deze in een ruim hok met een 5 tal poppen, deze vogels dienen als pleegouders en zullen de jongen goed voeren en grootbrengen bij een 5 tal poppen mogen gerust een 8 tal nestjes met bijna uitvliegende jongen gezet worden, zij zullen deze naar hartelust voeren en grootbrengen.Sommige kwekers zetten er zelfs bastaard poppen bij als pleegouders. Ook dan is het verenplukken van jonge vogels verleden tijd. Dus zorg voor voldoende ruimte en goed verdeelde zitstokken voor uw vogels en eventuele geplukte vogels altijd apart zetten van gezonde vogels. Zorg voor voldoende natuurlijke vitaminen met in de rui en wintertijd. Wekelijks een halve Ajuin in de volière. Vogels met een bloedpen onmiddellijk verwijderen. En de ouder vogels sneller nestmateriaal geven, en of de babykooi of pleegouders gebruiken. 6. Pastellen en of ivoor factorige vogels bij andere soorten plaatsen?

Menig kweker zal het al hebben vastgesteld ,dat sommige vogelsoorten eerder geplukt worden dan hun

soortgenoten,dit zij onder andere de Geelivoor en de pastellen in lichtere maten de bruinen. Wat hier de reden van is weet ik niet maar ik zou je willen adviseren deze vogelsoorten bij elkaar te houden en niet bij andere vogelsoorten in de volière bijzetten. Als iemand hier de oorzaak van weet zou ik het erg op prijs stellen dit mij en andere liefhebbers eens door te geven.Dus zorg voor voldoende ruimte en goed verdeelde zitstokken voor uw vogels en eventuele geplukte vogels altijd apart zetten van gezonde vogels. En zorg voor voldoende natuurlijke vitaminen met in de rui en wintertijd .Wekelijks een halve Ajuin in de volière.en vogels met een bloedpen onmiddellijk verwijderen.En de ouder vogels sneller nestmateriaal geven,en of de babykooi of pleegouders gebruiken. En bepaalde vogelsoorten scheiden van de andere soorten.
7. Verveling niet voldoende afleiding van onze vogels.

Deze reden behoort eigenlijk tot Punt Nr 1 van dit verhaal ,maar door vogels voldoende goede voeding sepia grit en natuurlijke vitaminen te geven met wekelijks een ajuin en hier en daar wat trosgirst te hangen met geen over bevoking in je volière zal hier het veren pikken niet meer voorkomen.dus zorg voor voldoende afleiding van je vogels.Dus zorg voor voldoende ruimte en goed verdeelde zitstokken voor uw vogels en eventuele geplukte vogels altijd appart zetten van gezonde vogels. En zorg voor voldoende natuurlijke vitaminen met in de rui en wintertijd .Wekelijks een halve Ajuin in de volières.en vogels met een bloedpen onmiddellijk verwijderen.En de ouder vogels sneller nestmateriaal geven,en of de babykooi of pleegouders gebruiken. En bepaalde vogelsoorten scheiden van de andere soorten en voor voldoende afleiding zorg dragen..
8. Jonge zelfstandige vogels plaatsen bij oudere vogels in de volière.

Als men jonge vogels plaats in een volière waar Bv nog oudere vogels zitten Bv je reserve vogels ,dan kan dit en oorzaak zijn van verenpikken ,deze vogels willen nest maken maar door gemis aan nestmateriaal beginnen ze aan de jonge weerloze vogels te trekken met alle gevolgen voor deze tere jonge vogels. Dus plaats jonge vogels nooit in en vollere met oudere vogels in de kweekperiode als ruimte waar de jongen zich verder moeten ontwikkelen.
9. Een erfelijke factor van de ouder vogels.

Ondanks de zaken hierboven beschreven zullen er nog verenplukkers blijven bestaan,ik ben dan ook van mening dat een grootgedeelte van het verenpikken een erfelijke factor is die over gedragen wordt van moeder op dochter en van vader op zoon. Noteer dus veerplukkers in je kweekboek en ruim de vogelsoort op.Als dit erg voorkomt op en je zult dan ook flink bespaart blijven van deze vervelende en pijnlijke gewoonte.Ik hoop u met bovengenoemde punten voldoende zaken te hebben aangereikt die bij u het veren pikken ook tot het verleden doet behoren. En blijft het verenpikken ondanks dit alles toch voorkomen wees gerust je hebt te maken met een erfelijke factor.

Een goede kweek zonder verenpikken. Wout van Gils

Zaad (voedsel ) op rantsoen.

dari wit rood

 


Voedsel (zaad) op rantsoen.     W.v.Gils .

Dikwijls is het zo dat de zuinigheid alle wijsheid bedriegt. Hierin gaat een grote kern van waarheid schuil ook in onze hobby de vogelkweek. Alleen goed doordachte en verantwoorde zuinigheid kan goed zijn voor onze vogels de rest brengt alleen maar schade toe. De gedachte dat onze vogels op gerantsoeneerd voedsel kunnen in de winter is maar gedeeltelijk waar, het voer kan er iets anders uitzien dan bijvoorbeeld in de kweek periode maar van rantsoen gesproken dat lijkt me iets te ver gaan.Tenminste.., het rantsoen kan er anders uit zien dan tijdens de kweek en rui, maar het houdt helemaal niet in dat we de vogels iets kunnen gaan voorzetten van b.v. mindere kwaliteit mindere hoeveelheid, wel of geen eivoer alleen maar omdat de producten dan minder kosten. Bijvoorbeeld tijdens de ruitijd stellen de vogels hoge eisen aan de voeding om de dood eenvoudige reden, dat ze zich in deze periode moeten kunnen handhaven en nieuwe energie verzamelen voor de komende kweek seizoen. Met een handje vol zaden, een sneetje brood of een andere zaadsoort zijn ze niet geholpen. In de rustperiode (wintertijd) is een goede gemengde samenstelling van zaden zeker zo belangrijk als altijd, want ook in de rust moeten vogels de kans krijgen om hun lichaamscellen en verenkleed te onderhouden. En dit is alleen mogelijk als het voedingseiwit rijkelijk gevarieerd in de vogel verblijf wordt gebracht.Een vaststaand feit is, dat de vogels in de rust kunnen volstaan met een wat lager eiwit gehalte in het rantsoen omdat ze reeds volwassen zijn. Eiwitrijke zaden zoals kempzaad, negerzaad, blauwe maanzaad, koolraap zaad, klaverzaad, lijnzaad kunnen in het zaad mengsel wel in hoger percentages voorkomen. Doch moeten, als ze voor een bepaalde vogelsoort als geëigend voedsel gelden, zeker in het zaad mengsel voorkomen. Zeker moet dit gebeuren bij vogels, welke in een constant warmere ruimte zijn gehuisvest. Zoals men weet kunnen te energierijke zaden lijden tot weer een overmatige vet aanzet van de vogels, wat zeker weer in de kweekperiode vermeden moet worden. Het zal duidelijk zijn dat vogels die in de winter buiten zitten beslist meer eiwitten nodig hebben in hun voedsel als vogels die lekker binnen zitten. Het zal ook normaal zijn dat zo’n zaadsoort iets duurder zal zijn dan het gewonen zaad. Het is uiteraard ook erg verstandig om gedurende de rusttijd aan alle vogels eivoer of krachtvoer te vestrekken. Dit voer bevat wel het dierlijke eiwit en kan een goede bron zijn van vitaminen en sporenelementen, dit zal alle vogels in goede conditie houden, het gaat er niet om hopen van dit eivoer te geven aan de vogels maar wel zodoende dat alle vogels de kans krijgen om er van op te nemen. En dit 2 à 3 maal per week moet normaal voldoende zijn.Ga nooit bezuinigen op het zaad mengeling, pas deze aan op de levensomstandigheden van de vogels en vul deze aan met regelmatig eivoer en vogelmineralen en scherpe maagkiezel. Het zal lonend zijn tijdens de periode dat de vogels dit nodig hebben namelijk in de kweek en ook zeker in wat mindere mate tijdens de TT seizoen. Maar nogmaals bezuinigen en of overdreven rantsoeneren zal nooit resultaat opleveren, tenzij in uw beurs maar bij de eindafrekening en of resultaat zal het zeker weer in uw nadeel en dat van de vogels uitvallen, En dat kan bij onze hobby toch niet de bedoeling zijn.Wat zeker ook nooit op rantsoen mag komen bij onze vogels, zeker in de rustperiode maar ook tijdens de kweek, dat zijn de natuurlijke vitaminen, blijf deze geven met een goed en voldoende eivoer dan is het resultaat, en met bezuinigen op het te verstrekken voer zal dit steeds in uw nadeel uitvallen.

Jongen dood in het ei.

ei new

 Jongen dood  in het ei.          Wout van Gils.

 

 

Wanneer de kweek weer in volle gang is, komt menig kweker weer voor de nodige problemen te staan.Als de problemen er dan zijn, zijn we gauw geneigd om bij het oplossen van de problemen een vergelijking te maken met andere kwekers en/of onze vogels de schuld te geven. Ook zegt men wel eens ja het zijn moeilijke vogels, en/of de vogels zijn niet 100% enz enz. Al te snel grijpt men dan weer naar de geneesmiddelen met het gevolg dat we dikwijls nog verder in de problemen komen, want de oorzaak van mijn artikel kan een heel andere oorzaak hebben En de oplossing ligt niet altijd bij de vogels, daarom dit kort schrijven om dit probleem even op te frissen Jongen dood in het ei ongeveer 2 dagen voor het uitkomen en of tijdens het uitkippen, kan de volgende oorzaken hebben:(Denk eraan dat dit bij zowel vroeg kwekers als ook laat kwekers kan gebeuren. Het kan verkomen worden door op te letten tijdens het koppelen en tijdens de broed cycles.)

opsommingsteken Vochtigheid gehalte te laag. 55% of lager.
opsommingsteken Vochtigheid gehalte te hoog. 70% of hoger.
opsommingsteken Nestbouw niet goed eitjes. Komen vast te liggen, kunnen door de pop niet meer gedraaid worden en jongen sterven af.
opsommingsteken Eiwit gehalte is te laag geweest.
opsommingsteken Muizen pop wordt soms ’s nachts van het nest gejaagd (verstoord).
opsommingsteken Te weinig natuurlijke vitaminen en of mineralen.
opsommingsteken Te kritische koppeling (te diep gevorderde inteelt)
opsommingsteken Te weinig zuurstof en of lucht circulatie in het hok.
opsommingsteken Man te driftig, die zeker op het laatst de pop erg lastig valt en van het nest jaagt en of eitjes beschadigd.
opsommingsteken Controleer tijdens het broeden regelmatig het nest of de eitjes niet vast komen te liggen.
opsommingsteken Tocht in de kweekruimte en of kweekkooi (onderkoeling).
opsommingsteken Eischaal te hard (door gebrek en mineralen en of vochtgehalte).
opsommingsteken Ouder vogels zijn te jong van leeftijd (+/- 10 maanden is de minimale vereiste).

Het is vrijwel zeker dat een van bovenvermelde zaken de oorzaak zijn van jongen dood in het ei. Door hier aandacht aan te schenken kunnen we dit in grote maten voorkomen.Zorg dat de luchtvochtigheid in de kweekruimte tussen de 60% en 70% blijft. Als de vochtigheid goed is en het afsterven van de jongen in het ei gebeurt nog?. Dit kan ook gebeuren als de temperatuur te laag is van de eieren, vooral als de temperatuur te laag is in de kweekruimte. De beste temperatuur is tussen de 18 en 21 graden. Het zal duidelijk zij dat tocht in de kweekruimte vermeden moet worden.De meest voorkomende oorzaak van afsterven in het ei is volgens mij zeker de lucht (zuurstof) en vochtigheid in de kweekruimte. Dit is iets wat wij te makkelijk over het hoofd zien en/of verwaarlozen. De jongen (embryo’s) sterven in het ei door gebrek aan zuurstof. Ze stikken gewoon. Zeker de laatse fase gebruiken de jongen in het ei veel zuurstof die door de eischaal heen moet. Is er in verhouding te weinig zuurstof in het kweekhok, dan zal automatisch ook te weinig zuurstof doordringen door de eischaal met het gevolg, afsterven in het ei.

Een voordeel van de nestbakken, voor in de kooi te hangen, kan bijdragen aan de lucht vochtigheid gehalte die door het nest gaat die altijd beter is dan, waar de nestbakken achter in de kooi hangen. Ook is het makkelijker het nest te controleren. De jongen worden al vroeg gewoon aan al je doen, dat kan later weer voordelen opleveren. Ik raad je aan altijd de nestbakken voor in de kooi te hangen.Het plaatsen van een hygrometer is natuurlijk ook een must in het kweekhok. Geef ook regelmatig, om de twee dagen, badwater aan de vogels. Zet een bakje water op de verwarming of maak regelmatig de vloer wat vochtig Maak er een gewoonte van, als je de vogels gaat voeren, de deur wat open te laten staan zodat er verse goede zuivere lucht binnen kan stromen in je kweekhok, zeker als er verwarming in het hok is.Ook bij u zal, bij verhoogde aandacht, zonder medicamenten en of de vogels de schuld te geven het af sterven veel en veel minder voorkomen. Allen door wat meer aandacht te geven en bovenvermelde punten.Nog een zaak. Let eens op een goed en gezond broedsel. De eitjes zullen bij deze altijd met de spitse punt naar elkaar toe liggen, met een mooie glans er op. Als dat zo is zijn de bovenvermelde zaken ook goed. Bij een goede kweek is het beter voorkomen dan genezen.

 

Kanarie pokken beter voorkomen.

kan enten


 

Kanariepokken : Beter voorkomen dan genezen.

 Wout van Gils. (foto j v d maelen.)

Nou laat ons hopen dat het niet zo ver komt want daar hebben we toch zeker onze vogels niet voor gekweekt en verzorgt. Maar toch blijkt dat jaarlijks weer menig vogelkweker er mee te makenpokken spuit krijgt met vogelpokken. Jammer heel jammer maar had dit wel moeten gebeuren kun je jezelf dan afvragen het antwoord is eenvoudigweg NEE. Daarom wil ik u langs deze weg weer even uw aandacht vragen voor het voorkomen van deze vogelpokken. Dikwijls hoort men wel eens zeggen ik heb de HAPZIEKTE maar ik wil wel even stellen dat dit totaal niets te maken heeft met de kanarie pokken. Bij kanariepokken treft men de volgende zaken aan.

Symptomen.

Duidelijke adem halings problemen.
Uitwendige pokken op de huid en de poten en oogleden.
Inwendige niet zichtbare pokken.
Happende vogels die plots dood vallen in de kooi.

Overdragers.

Andere vogels maar vooral de vinkachtige.
Bijtende en zuigende insecten o.a. luizen en muggen vooral.
Door de liefhebber zelf als BV het virus aan de kleren zit opgelopen bij een collega ?

Voorkoming.

Dit is goed te voorkomen, dit door preventief jaarlijks in juli te enten. Het is ook de enige manier die afdoende helpt. Deze entstof is op de markt en of via de dierenarts te verkrijgen. De set bestaat uit twee capsules EEN GEVRIESDROOGDE ENTSTOF, EN EEN MET ENT VLOEISTOF. Het voordeel van deze entstof is de lange houdbaarheid en stabiele samenstelling, er is ook bijgevoegd een ent naald en een goede beschrijving van de manier van ENTEN. Hierin worden ook nog veel fouten gemaakt vandaar dat ik ze nog even onder uw aandacht wil brengen.

1. ENTSTOF TE OUD (een nacht open laten staan, dus altijd direct opgebruiken)
2. TE WARME ENTSTOF BOVEN DE 40 graden (door oververhitting van de ent naald dus niet afgekoeld)
3. VERKEERD ENTEN BV (in de spierbundel of bloedvat van het vleugelvlies)
4. Veel vogels sterven door bijkomende aandoeningen, vooral door bacterie infecties.
5. Hokken niet vrij van luizen en ander ongedierte.

 

Rekening houden bij het enten.

1. Ga altijd zeer hygiënisch te werk.
2. Naald steeds ontsmetten onder een vlam en goed laten afkoelen BV in gekookt afgekoeld water.
3. Eerst altijd de goed gezonde vogels enten, daarna de iets mindere vogels deze vogels een weekje apart houden in BV een kleinere volière.
4. De eerste 14 dagen geen badwater geven.
5. Vermijd nu zeker tocht bij de ingeente vogels. (eigenlijk altijd vermijden)
6. Stress bij de vogels zoveel mogelijk vermijden.
7. De immuniteit na enting is maximaal een jaar !!!

CONTROLE NA HET ENTEN..:
NA HET ENTEN DUURT HET ONGEVEER 14 DAGEN OM TE KUNNEN CONSTATEREN OF DE ENTING POSITIEVE UITWERKING HEEFT GEHAD, DAN PAS BEGINT DE OPTIMALE WERKING VAN DE INENTING MEN KAN DIT ZIEN OP DE PLAATS VAN INENTING ONTSTAAT EEN Klein PUNTJE.

REEDS GEÏNFECTEERDE (BESMETTE) VOGELS GAAN ONDANKS EEN ENTING DOOD !!
Het is een fabel dat vogels de in bezit zijn van de kanarie pokken nog te helpen zijn door te gaan enten van deze vogels . Met andere woorden BETER VOORKOMEN DAN GENEZEN.

ENTEN MET VERSCHILLENDE LIEFHEBBERS.
Dit is zeker mogelijk maar een goede hygiëne en weten waar en bij welke liefhebber men ent is noodzakelijk. Zeker oppassen als men met dezelfde flacon gaat enten bij verschillende liefhebbers, kan je zo snel en ongewild de ziekte overbrengen. Zeker het gebruikte materiaal en naalden steeds goed ontsmetten, en verander ook van kleding en was steeds goed je handen.

POKKEN GECONSTATEERD…:
Indien u pokken constaterend of denkt te hebben, zet dan al je vogels apart bij voorbeeld in broedkooien Waarschuw al je collega’s vogel kwekers neem geen onderling contact meer met je liefhebbers kwekers. Waarschuw een veearts en volg zijn advies op. Maar ik hoop dat het niet zo ver komt en dat kan maar op een manier en dat is ENTEN. En denk er aan BETER VOORKOMEN DAN GENEZEN. Maar dat kan in geval van de kanariepokken niet meer. Wout van gils

Hypofyse reactie orgaan op het licht

tijdklok dimmer nieuw.a


Hypofyse : Ofwel het reactieorgaan op het l licht. .                                                                           W.v.Gils

 Inleiding :

In mijn artikel “ licht en temperatuur “ heb ik al aangehaald hoe belangrijk het is om goed en verantwoord met deze aantal llicht uren om te gaan ,dit zowel bij onze vroeg kweek ,maar ook om bepaalde vogels in optimale conditie naar een tentoonstelling te brengen is dit erg een middel om dat te bereiken . In dit artikel wil ik nog even stil staan bij dit belangrijk orgaantje van onze vogels wat genoemd wordt de Hypofyse . En een erg belangrijk orgaan voor onze vogels . In de korte dagen ( winter ) moeten wij onze vogels dan ook goed verzorgen ,zij zullen in deze korte dag ( ongeveer 9 licht uren ) zoveel voedsel tot zich moeten nemen om voldoende brandstof te hebben om de de 15 uur rusttijd (donker) te kunnen overwinnen. Men ziet aan de vogels ook dat zij hier ook ontzettend hun best voor doen om voldoende voer tot zich op te nemen ,wand let maar eens op in de schemering zowel s’morgen als s’avonds zitten zij nog aan de voerbak zo lang als dat ze het nog zien .Dit om maar voldoende tot zich te nemen om de nacht goed door te doorkomen. En wees eens eerlijk hoeveel kweekhokken en voiler,s hebben maar een minimaal aan invals licht ,en is het nog eerder donker ,en hebben de vogels per dag misschien s’morgen ,als s’avonds een half uur minder licht ,en dan zijn het nog maar 8 uur meer in plaats van de normale 9 uur. Het zal duidelijk zijn dat deze vogels zonder bijlichten van kunst licht ook veel later in broed of kweek conditie komen daar er minder en later voldoende licht inval komt. Een kleine tip om even bij stil te staan.

 Algemene informatie :

 Wij kanarie kwekers weten maar al te goed hoe belangrijk het aantal licht uren zijn voor onze kanarie vogels. Bij het houden en kweken van vogels ,hangt het resultaat al heel veel af van de lengte van de dagen ,of met andere woorden hoe gaat men om met het aantal licht uren van je vogels. Het orgaan wat dit regelt bij de vogels zal ieder vogelliefhebber wel kennen of eens van gehoord hebben ,en dit heet de “hypofyse” Dit orgaan reageert op de signalen uit de natuur in de dit geval het aantal licht uren ,langer licht geeft de prikkels door aan de geslachtorganen ,de man zal meer gaan fluiten ,en een verdikte tap gaan krijgen de pop zal stilaan in broed conditie komen .Bij het korten der dagen (licht uren ) zal dit in omgekeerde volgorde gebeuren de vogels raken uit conditie ,en krijgen weer een signaal om bv van verenkleed te gaan veranderen (rui)Kortom het licht vormt een enorme invloed uit op het gedrag van onze vogels men moet er dan ook erg goed en verstandig mee omgaan .

 In de natuur :

 In het vroege voorjaar ook al is het nog koud mekt men aan onze vogels in de tuin ,dat de dagen beginnen te lengen ,de vogels beginnen wat met elkaar te vechten ,maar wat zeker opvalt de vogels beginnen te fluiten en worden agressiever. Nog wat later beginnen sommige vogels al met het maken van een nest ,en ja zelfs meer er komen hier en dar al eieren in het nest te liggen. Ja zelfs al is het nog wat koud of nat weer sommige vogels worden zo geprikkeld door deze lengte van d dagen dat ze snel overgaan tot voortplanting. Dit geeft duidelijk aan dat de hypofyse reageert op de lengte der dagen ,en minder op de temperatuur. Het is erg belangrijk dat wij kwekers hier op in spelen,en mee om moeten gaan .Hier kan de vogel zelf niets aan doen zeker niet als we werken met kunstlicht.

De licht uren :

De normale licht uren voor vogels waarmee men gaat kweken licht tussen de 14 a 15 uur per dag. Deze uren overeenstemmen met de volle kweekperiode in de natuur die dan ook licht op dit aantal uren ( juni ) opgemerkt dient dan wel dat dit ook weer de langste dagen zijn van het jaar. Daarom zitten wij als kwekers ,met de vroeg kweek tussen de 13 en 15 licht uren Andere laat kwekers laten gewoon de natuur zijn gang gaan en wachten de datum af ,zoals wij die van vroeger kenden namelijk omstreeks 19 april ( 13 uur Licht)

 De licht uren per maand :

In bijgaande grafieken zijn de licht uren aangegeven zoals ze bij een normaal jaargetijde zouden zijn ,het kan natuurlijk iets afwijken bv bij erg donker en slecht voorjaar,maar het geeft weer hoe de licht uren zich verlengen ,of inkorten .en hierop kunnen wij in spelen met onze tijdklok ,naargelang de methode die je kiest voor het in conditie brengen van je vogels. Je ziet ook in de grafiek hoe mooi deze in elkaar zou passen als men de cyclus volgt zowel in de lengte van dag of nacht uren. De natuur heeft het erg mooi voor elkaar ,het is aan ons kanarie kwekers ,en zeker zij die vroeg gaan beginnen dit op een zo goed mogelijke natuurlijke omgeving aan te passen ,Hiervoor zijn tegenwoordig erg goede verlichtings dim ,en regelinstallaties te koop met de daarbij behorende lampen,die ook weer niet te fel mogen zijn ,maar laat je hierover goed informeren ook over de lichtsterkte.

hypofy1

hypofy2 
Overzicht lichturen per maand :

Dag Uren

Maand

Nacht uren

10

Januari

14

11

Februari

13

12

Maart

12

13

April

11

14

Mei

11

15

juni

9

15

juli

9

13

Augustus

11

12

September

12

11

October

13

10

November

14

9

December

15

   

 De vroege kweek :

 Hierover zij al veel artikels geschreven ,ik wil hier dan ook niet meer al te uitgebreid over schrijven ,hierboven staat eigenlijk a duidelijk vermeld waar we rekening mee moeten houden In het kort komt het hier op neer ,En iedere kweker heft hierin zijn voorkeur. Men kent bij het opvoeren van het aantal licht uren de “ DIRECT “ functie ,en de  “GEREGELDE “ Functie . De “ NATUURLIJKE ” functie. Bij welk van de functie die je ook kiest zorg dat je vogels de leeftijd van ongeveer 10 Maanden hebben ,en uiteraard gezond en levendig zijn. Het zal duidelijk zijn dat als men kiest voor de Directe en de Geregelde functie dat her gebruik gemaakt moet worden ,van een geregelde tijdklok met dimmer ,deze zijn in alle vormen en maten te koop .

 De Direct Functie :

 Deze functie wordt gebruikt door de vroeg kwekers ,die al beginnen begin Januari Bij deze functie voert men het aantal licht uren direct op naar 13 uren en 10 tal dagen later doet men daar nog een uurtje bij zodat men op 14 uren zit. Dit doet men vanaf een 4 tal weken voor de datum dat men begint te koppelen ,men kan dit doen in samenwerking met wat temperatuur verhoging ,maar is niet direct noodzakelijk . Hou er rekening mee,met het instellen van de tijdklok dat ,er nog een uur verzet moet worden ,en dat het licht aan is als je s’morgen moet gaan voeren erg belangrijk hier rekening mee te houden ,en niet later deze klok nog eens te verzetten. Vogels kunnen uit hun ritme geraken. Na deze aantal weken licht uren plaatst men de mannen in je kweekhokjes (ruimte) afhankelijk welke methode je gebruikt voor het kweken van je vogels. Een extra stimulans voor de mannen kan zijn er nog enkel popjes in de buurt te zetten die ze zien en horen ,dit zal de drift zeker verder doen opwekken. Een 10 tal dagen later kan men de popjes er bij plaatsen ,en een week later kan men zeker het nest en nest materiaal geven .Opgemerkt dient te worden dat de mannen iets meer tijd nodig hebben met het in conditie komen met deze methode dan de popjes ,hou daar dus ook rekening mee !! Vogels blijven normaal maar een Vier tal maanden in hun broedconditie ,daarna zullen zijn niet meer bevruchten ,en of minder og niet meer leggen en of hun jongen voldoende voeren. Een klein nadeel van deze methode is toch wel dat je vogels iets eerder in de rui vallen ,maar bij een normale goede kweek hoeft dit geen probleem te zijn.

 De geregelde functie :

 Deze functie wordt het aantal licht uren systematisch opgevoerd met de tijdregelaar ,het aantal licht uren wordt over een periode van ongeveer 6 weken op gevoerd van 9 dag licht uren naar 15 dacht licht uren .zowel bij de mannen als bij de poppen. Het probleem dat de mannen hier iets achter blijven is hier minder. Verder is het koppelen afhankelijk van de keuze die u als kweker maakt ,en staat al beschreven in de Direct functie .

De natuurlijke functie:

Hier is eigenlijk weinig over te schrijven de natuur regelt het voor je ,en het zijn meestal deze kwekers die in een voilere kweken die hier mee te maken hebben of zij die bewust kiezen voor een laat kweek uiteraard ook in broedkooien .en de datum van koppelen licht dan omstreeks 19 april /mei . Opgemerkt dient dan wel dat ook de vogels in een kweekruimte voldoende lichtinval hebben wand dagelijks zowel s,morgen ,als s’avonds een 45 min minder of te weinig licht maakt heel veel uit over het wel of niet snel in broedconditie komen.

Besluit :

Het zal wel duidelijk zijn nu hoe belangrijk het licht op onze vogels is Het kan het natuurlijk ritme vervroegen ,maar ook vertragen .Een te kort aan licht uren kan ook funest zijn ,maar een teveel aan licht uren is ook zeker een foutieve handeling ,ook hierdoor zal de vogel uit zijn ritme gehaald worden wie kent niet de Zg Stokrui. Hou er altijd rekening mee dat een vogel ongeveer vier maanden in zijn voortplanting conditie kan blijven ,daarna beslist wederom moeder natuur ,ook al werken we zelf aan onze natuur in de vorm van ons aantal licht uren . dus spring er verantwoord en verstandig mee om .Hoe je het ook draait of keert   het “NATUURLIJK “ ritme en dat is hoe je het ook keert of wendt een vaststaand gegeven is dat na de kweektijd een ruitijd komt ,en daarna de verdiende rustperiode ,wij moeten voor de omgeving zorgen met al zijn facetten voer ,ruimte ,water ,enz maar vooral goed en verstandig omspringen met het aantal licht uren, want wij bootsen de natuur na onze vogels reageren hier alleen maar op, ik hoop dat dit artikel hier toe bijdraagt. Succes.

 Wout v Gils

Fouten in de hoorndelen.

nagel

Fouten aan de hoorndelen bij Kanarievogels:

Over de hoorndelen van onze kanarievogels is over het algemeen niet veel te melden ,ze zijn niet zo zeer uitlopend van kleur Zo donker mogelijk bij de vogels uit de Zwartreeks en licht vleeskleurig bij vogels uit andere reeksen .Maar toch komen er nog regelmatig fouten naar voren tijdens keuringen ,ik wil ze hier even opnoemen om toch nog even jullie aandacht hier op te vestigen. 

  1. Hoorndelen te licht van kleur bij de zwartreeks.
  2. Te lange onverzorgde teen nagels.
  3. Schubben op het loopbeen.
  4. Knobbels op de teentjes .
  5. Mist een of meerdere tenen ,en of teennagels.
  6. Krom gegroeid loopbeen.
  7. Ontstoken tenen ,of teennagels.
  8. Kromme achterteen .of misvormde voortenen.
  9. Poot of hielverdikking.
  10. Te lange bovenbek ,en of schubbe op de bek.
  11. Misvormde bovenbek.

j.  Een te lange boven bek.

 

Je ziet hoeveel fouten er kunnen optreden ,en jammer genoeg komt het nog regelmatig voor ,onherstelbare fouten worden vermeld als niet gekeurd,andere herstelbare fouten leveren onherroepelijk punten verlies op. En het zijn deze fouten waaraan de liefhebber zelf iets kan doen ,en dus punten kan verdienen ,zie bijgaande tekening voor een aantal fouten. Dus let er op en begin bij het opkooien van je vogels steeds bij het verzorgen van de pootjes en hoorndelen het levert je punten op succes.

Hou de bodems van de kooien droog !

hout krullen

Hou de bodem van je kooien zuiver en droog                    

Inleiding :

Iedereen weet hoe voornaam ,maar ook hoe moeilijk ,en veelwerk het is om de boem goed zuiver te houden ,het is niet alleen de vogel die de bodem vervuild ,maar ook de weer omstandigheden spelen hier een grote rol in aangezien de vogels hier veel in vertoeven is het o zo belangrijk hier eens even bij stil te gaan staan ,bij de diverse methode om de bodem van je vogelverblijf zuiver te houden. En op deze manier veel problemen te voorkomen tijdens onze hobby het houden en kweken van kanarievogels

In de volière ;

Vogels houden in en volière daar ook is de bodembedekking belangrijk ,het kan natuurlijk op een tegelvloer waaronder gele zand met daaronder een plastiek gelegd ,dit om het geheel droog te houden.Het kan ook maar dit vraagt veel aandacht ,de gewone zwarte aarde handhaven ,maar zorg dan wel dat deze jaarlijks minstens 50 cm diep wordt omgespit ,en dat de voederlocatie goed staat ,en dat er geen zaad kan vallen ,en ontkiemen op de zwarte aarde .Kortom in een volière blijft de aandacht dubbel aanwezig ,omdat de kiemkracht veel groter is dan in een binnenhok. En geef de vogels altijd hun zaad op een locatie war het afval zaad weinig of geen kans krijgt te ontkiemen en of gaat schimmelen.

In de kweekhokken :

Hier is het weer iets makkelijker ,maar ook afhankelijk van de locatie ,is deze verwarmd / onverwarmd,of is deze vochtig ,groot klein enz .Maar het voornaamste is je bodembedekking te kiezen afhankelijk van de omstandigheden waarin je vogels zijn gehuisvest .Er zijn diverse keuzen in de handel je zult zelf moeten vaststellen wat voor u de beste keuze is ,dit afhankelijk van je vogelverblijf,de tijd die je zelf beschikbaar hebt ,en het te houden soort vogels. Maar uitgang punt moet blijven de bodem zo droog en zuiver mogelijk te proberen te houden. En regelmatig verschonen.

Diverse bodembedekkers :

Kattenbakkorrels :

Wie kent deze niet ,is niet goedkoop ,maar het afvoeren (milieu) tegenwoordig is ook al niet even makkelijk .Maar het heeft wel een groot voordeel het heeft een groot absorptie vermogen ,en het houdt de bodem dus vrijwel droog dus aan te bevelen ,zorg wel dat er ook steeds vogelgrit beschikbaar is.Vele van deze goedkopere korrels stoffen erg veel ,en is daarom niet erg populair bij de vogelliefhebbers. Maar de laatste jaren zijn er zo goed als stofvrije korrels te koop ,en deze zijn zeker in een wat vochtige ruimte aan te bevelen.

Papier :

Bij veel liefhebbers die erg veel tijd hebben zie je de papieren bodembedekking liggen op de bodem ,het is uiteraard goedkoop ,en ook erg proper maar men moet het wel dagelijks verschonen ,en de meeste onder ons hebben daar echt te tijd niet voor. Het is wel aan te bevelen mits men er de tijd voor heeft. Schimmels krijgen totaal geen kans om zich te ontwikkelen. Maar nogmaals het blijft veel werk vragen .

Revierzand :

Vroeger werd dit veel gebruikt ,ik denk dat tegenwoordig bij de ervaren liefhebber dit niet meer gebruikt zal worden De reden is men weet nooit of deze zand goed vocht observerend en je weet wat dat betekend. Sommige liefhebbers gebruiken een klein beetje schelpenzand ,en doen daar overheen houtkrullen ,en of kattenbak korrels ,op deze manier is het aan te bevelen in vochtige ruimte,s,in droge verwarmde ruimte kan dit verder ook goed gebruikt worden..

De houtkrullen :

Deze worden de laatste jaren veel gebruikt,m aar koop wel de milieu vriendelijke krullen ( niet geïmpregneerd ) anders kan men ook problemen krijgen met de gezondheid van de vogels.Het opserverend vermogen van deze krullen is prima ,maar vooral bij de omgeving van de drinkbakken moet men het regelmatig weghalen ,want hier kan schimmelvorming ontstaan ,dit kan ook gebeuren als je de krullen te lang laat liggen,.Maar dit geld voor alles ,maar zeker ook voor de houtkrullen .Het is dan ook aan te bevelen voor bodembedekking in je volières,vluchten,en zelfs voor in je kweekbakken. Maar ook weer tijdig vervangen!!

Enkele tips over bodem bedekking :

Daar goede producten duur zijn willen we nog wel eens te zuinig zijn met het product ,en dat is niet altijd goed te noemen .Maar er zijn enkel methode die toch wel wat uitsparen op de bodembedekking. Uiteraard is dit afhankelijk van de tijd die de liefhebber ter beschikking heeft

Methode 1 :

De vlucht van deel wat over is en waar de zitstokken zijn strooi je de houtkrullen (dun laagje) Nu doe je wekelijks verschonen het eerste deel ( is snel gebeurt) en om de 14 dagen het achterste deel.Het voordeel is altijd mooi zuiver en kiemvrij waar de vogel eet,het is snel gebeurt.En over het algemeen heb je minder houtkrullen en tijd nodig als dat je steeds alles zuiver moet maken. En het afval voeder heeft totaal geen kans te ontkiemen of te gaan schimmelen.

Methode 2 :

In de kweekbak een gaasbodem maken ,de vogels zitten dan op het gaas ,de ontlasting valt onder op de bodem waar een krant licht.Voordeel is geen enkel kans om kiemen te laten ontwikkelen ,Nadeel er is veel werk aan om je bodem zo te maken ,en het vraagt ook veel tijd om het gaas zuiver te houden (borstelen) Maar een voordeel voor de gezondheid van de vogels is het wel aan te bevelen. Tegenwoordig ziet men dan ook steeds meer volledige draadhokken , en draad kweekbakken maar eerlijk gezegd ik vind het niet mooi ,Maar de draadbodems kan ik zeer zeker achter staan.

Besluit :

Ik denk dat iedereen het belang van een goede bodem bedekking al we wist maar ik hoop toch met deze uiteenzetting ,u er van te overtuigen dat dit onderdeel van onze hobby nooit mag verwaarloosd worden .Ik hoop dat dit artikel hier toe bijdraagt.Succes Wout van Gils

De rui van de kanarievogels.

tijdklok dimmer nieuw

De rui van onze kanarievogels :                                                          W.v.Gils.

Inleiding. 

Ondanks dat iedereen dit wel kent wil ik hier toch ook een stukje over schrijven,de rui is bij onze vogels een jaarlijks terugkerende vernieuwing van hun verenkleed .Het is ook van groot belang dat de vogel jaarlijks zijn verenpakje vernieuwd .Dit verenpak heeft het afgelopen seizoen door diverse zaken veel te lijden gehad ,en moet dan ook dringend vervangen worden om de overlevingskans het volgend seizoen veilig te stellen.

De rui             :

Dit gaat eigenlijk toch vanzelf,en dikwijls hebben beginnende liefhebbers nog niet in de gaten dat de gevonden pluimpjes de aanzet geven van de rui van de vogel .De rui is geen ziekte te noemen ,maar deze is ingesteld op de natuur ,deze geeft de aanzet tot ruien,en deze begint meestal in het najaar als de dagen iets beginnen te korten.En deze zorgt er dan op zijn manier weer voor als het najaar komt de vogel weer in een mooi en volledig nieuw verenpak zit.Bij ons kanarie kwekers wordt de natuur dikwijls nagebootst,met andere woorden wij ,gaan zelf de licht uren regelen .Het zal dan ook duidelijk zijn dat deze vogels iets ontregeld worden t.o.V van de natuur. Deze vogels zullen ook eerder in de rui vallen zo als we dit noemen ,dit hoeft geen probleem te zijn ,als je de verzorging hier maar op aan past. Bij de rui wordt het ook nog zodanig geregeld dat bij de jonge eerste jaars vogels normaal gesproken alleen maar de donsveertjes vervangen worden ,de grote pennen zijn ,eigenlijk ook nog maar een aantal maanden oud dus deze hoeven niet vervangen te worden en dat gebeurt dan ook niet. Bij de oudere vogels worden deze pennen wel vervangen incl. de dons veertjes en de vogel heeft ook veel kracht en energie nodig om dit tot een goed einde te brengen.ook hier verloopt het een en ander perfect,de vogel verliest om en om staart en vleugel pennen zodat hij kan blijven vliegen ,schitterend zoals dit allemaal op elkaar is afgestemd. Al hebben sommige vogels het er wel erg moeilijk mee,iedereen zal dit beeld wel erkennen .

De rui en zijn verzorging : 

Ja in de rui hebben de vogels zeker extra zorgen en aandacht nodig .Een advies is al zeker te geven als je de mogelijkheden hebt ,plaats oude en jonge vogels niet bij elkaar,,en plaats ook net te veel vogels in een kleine ruimte om te ruien,zorg dat ze tocht en vochtvrij zitten ,me daarbij een goede zaadmengeling ,en om de dag eivoer geven met voldoende vitamine en sporenelementen ,zorg ook voor regelmatig een stukje appel ,en ook appelsien ,en een beetje groenvoer ,wat op is na ongeveer een uur kan dan ook zeker geen kwaad.Zorg dat er ook regelmatig een vitamine preparaat wordt gegeven ofwel via het eivoer of via het drinkwater.Zeer belangrijk is tijdens de rui dat de vogels zich regelmatig kan baden ,baden en nog eens baden ,doe een maal per week ook wat badzout in het water ,zal ook de bevedering ten goede komen ,maar nogmaals badwater moet.!!!! De rui duurt ongeveer 6 weken ,en een vogel die snel door de rui komt is een gezonde vogel .Het is ook van belang dat de rui begint in een periode waar het weer nog redelijk (warm)is ook dat zal de rui bevorderen ,als de rui begint en het weer is nat en koud zal deze merkbaar wat langer gaan duren. Het is daarom ook aan te bevelen tijdig te stoppen met de kweek om de vogel de kans te geven in een goede periode van verenkleed te verwisselen.Een late rui zal altijd langer duren ,omdat de atmosferische omstandigheden dan de vogel volkomen tegenwerken ,en dat kan de vogel dan net niet gebruiken. Een zaak moet de kweker ook in de gaten houden en dat is             “ hoe ouder de vogel is ,des te langer zal de rui periode duren “

Hokken en of vluchten tijdens de rui : 

De ruimte waar de vogels tijdens de rui moeten worden gehouden moet als het even kan ruim zijn droog en tochtvrij ,maar de liefhebber moet er voor zorgen dat de ruimte niet overbevolkt is ,en dat de jonge vogels van de oudere vogels gescheiden zijn.Zorg op de droge bodem bedekking ,met voldoende schelpenzand ,en zorg ook een bakje met vogelgrit ter beschikking Zorg ook dat de vogels wat afleiding hebben ,door Bv wat trosgierst er in te hangen,en wat bosjes met touw doet ook wonderen ter afleiding van de vogels. Haal regelmatig om de twee dagen de lossen pluimen weg ,en de donsveertjes dit zal ook het verenpikken voorkomen .Een hulpmiddel is om achter in een hoek van de ruimte een plankje schuin tegen de muur te zetten ,je zult zien dat alle pluimen en veertjes zich daar gaan verzamelen ,en is dan ook erg snel en makkelijk weg te halen zo. Zorg ook dat je de stokjes zodanig hebt geplaatst dat de vogels elkaar niet aan kunnen dit zal ook het verenpikken tegengaan ,Het wekelijks verstrekken van een “ halve ui “ doet ook wonderen tegen het verenpikken,in het begin pikken ze dit niet erg graag ,maar als ze het kennen moet je eens zien.

De voeding tijdens de rui : 

Hierover heb ik al wat geschreven ,maar het kan niet genoeg gezegd worden dat ,deze perfect moet zijn.elk te kort tijdens deze periode zal zichtbaar zijn aan de vogel zijn verenkleed .Want ontbreekt er ergens iets aan het voer dan wordt het groeiproces van de veer onderbroken ,dat ziet men dan weer in de veer de schacht vertoont dan de zogenaamde “ groeistrepen “ dit is eigenlijk een stilstand in de veer ontwikkeling!!!!Deze pennen zijn ook niet erg fraai gevormd,maar tonen dan ergens in het midden plotseling een onderbreking ,iedere vogelliefhebber kan dit zelf zien ,(vaststellen) De rui wordt veroorzaakt door speciale klieren,die alleen tijdens de rui hun functie uitvoeren ,deze klieren zijn afhankelijk van de voedingsstoffen die wij aan onze vogels geven ,en afhankelijk daarvan functioneren ze goed of niet goed .Bij een minder goede voeding stagneert de toevloeiing van de voedingssappen die nodig zijn voor de veer ontwikkeling ,en dit uit zich dan in de groeistrepen. Dus een goede regelmatige uitgebalanceerde voeding is zeer belangrijk tijdens de rui voor onze kanarievogels.

De rui toont ook nog wat aan : 

De rui geeft ook wat aan voor de vogel ,en niet alleen voor de vogel maar ook voor de liefhebber .Voor de liefhebber is de rui een spannende tijd want in deze ruitijd worden de veelbelovende jongen gemaakt of niet gemaakt ,soms zelf buiten de wil van de vogel zelf .De rui toont onverbiddelijk de zwakke plekken aan van de gezondheid van de vogel ,en tevens ontwikkeld hij of zij fouten en gebreken in het verenpak die voorheen niet waren te zien ,en nu volledig tot uiting komen.Het tegenovergestelde gebeurt natuurlijk ook de vogel kan zich ook positief ontwikkelen ,zodat er na de rui een vogel te voorschijn komt met een schitterend nieuw verenpak ,mooi van kleur ,mooi getekend en noem maar op een streling voor het oog ,en ja wees eerlijk daar zitten de liefhebbers op te wachten na de ze rui periode.

Enkele zaken die de rui kunnen beïnvloeden :  

q       Is uiteraard een minder goed uitgebalanceerde voeding.

q       Een vochtige ,tochtige ruimte zitstokken te dicht bij elkaar.

q       Onvoldoende vliegruimte ,te veel vogels bij elkaar.

q       Te lang doorkweken het najaar in.

q       Oudere en jonge vogels bij elkaar.

q       Onvoldoende afleiding / te weinig of geen badwater. met badzout. 

q       Onvoldoende sporenelementen ,en of vitaminen.

De stokrui : ( vogel is eigenlijk ziek)

In het begin schreef ik een aantal zaken op waar men rekening mee moet houden als men een kanarie heeft, een van deze zaken is dat de licht uren omstreeks de 11 uren te houden. Doet men dit niet en de ene keer heeft de vogel Bv 11 uren de andere keer 16 uren licht, en dan weer meer of minder dan zal men geen jaren plezier hebben van je vogel. Wat gebeurt er nu. De hypofyse van de vogel reageert op het aantal licht uren ,met andere woorden de vogels in de natuur gaan broedrijp worden naar gelang de licht uren verlengen de temperatuur doet daar maar weinig aan ,zo ook als de dagen weer korter worden stopt de vogel in de natuur met broeden ,en begint aan het vervangen van zijn verenkleed.Nu wat gebeurt er nu bij de vogel thuis als je niet telkens om een bepaalde tijd je vogel donker zet ? Nu de vogel zijn Hypofyse slaat langzaam op tilt hij of zij weet niet meer vast te stellen of het nu lente ,zomer herfst of winter is. Kortom gezegd de vogel raakt totaal van slag ,gaat aan het ruien (vervangen verenkleed) en omdat de vogel van slag is komt hij niet meer uit de rui zal niet meer fluiten ,bevruchten ,enz en de veren en pluimpjes blijven in de kamer rondvliegen .De vogel is in de zogenaamde stokrui gevallen en hij komt hier erg moeilijk,en dikwijls niet meer uit. Na een lange weg zal zelfs de vogel deze energie niet meer kunnen opbrengen vermageren en sterven. Dus je ziet hoe belangrijk het is om met het aantal licht uren goed om te gaan !

Besluit : 

Je ziet beste vogelvrienden ,dat er bij de rui erg veel zaken een rol kunnen spelen ,maar als wij deze zaken goed voor elkaar hebben .Een constante temperatuur ,tochtvrije ruimte regelmatig badwater enz ,en we geven de vogels de gelegenheid ,om daar tijdig en met goed weer deze rui in kunnen gaan kunnen wij zeker genieten na de rui van een prachtige kleurkanarie met een schitterend vederkleed .Succes .Wout v Gils .

Badwater niet te missen voor je vogels.

badende-kanarie


Badwater onmisbaar voor uw vogels !                                                     W.v.Gils

Het badwater bij onze kanarie vogels moet een vast patroon zijn bij het houden van vogels ,het mag gewoonweg niet ontbreken .De vogel is in zijn leven sterk afhankelijk van zijn bevedering ,en zal er dus van alles aan doen om dit zo goed mogelijk te verzorgen. Wij vogelliefhebbers moeten er dan ook voor zorgen dat zij regelmatig goed en zuiver badwater ter beschikking hebben. Badwater in de voilere,s

Als vogels na de kweek ,in grotere ruimte geplaatst worden ,om zich beter te kunnen ontwikkelen ,en ruien ,zal een van de belangrijkste zaken zijn het regelmatig 2 a 3 maal per week badwater aan deze vogels te geven ,u zult zien hoe snel en regelmatig zij hier van gebruik maken ,Badzoutdoe een maal per week wat badzout in het water dit zal zowel de bevedering ten goede komen ,en ook de vedermijt zo goed als weghouden .Leg onder de schotel met badwater enkele kranten zodat de bodem van het hok niet door en door nat wordt ,je weet vocht is een vijand voor onze vogels ,.Je kan natuurlijk ook de schotel in een grotere opvangbak plaatsen ,ook om het nat worden van de bodem te voorkomen. Geef badwater in de namiddag zodat de vogels ruim de tijd hebben om te drogen ,en hun veren op te poetsen. Laat badwater nooit langer staan dan nodig is om de vogels te tijd te geven om zich te wassen dan direct wegnemen. 

Badwater in de kweekkooien : (tijdens  de kweek)

Ook hier mag weer geen badwater ontbreken ,het is op diverse fronten nodig op de eerste plaats kan de broedende pop zelf het vocht gehalte regelen van de eieren ,en het afsterven van het jong in het ei zo voorkomen door gebrek aan vocht ,en ook het te hard worden van de eischaal wordt zo voorkomen ,uiteraard dient het ook nog voor de verzorging van de broeden de pop zijn verenkleed. Kortom in de kweek ook 2 a 3 maal per week badwater geven ,hiervoor zijn in de handel prachtige wasbakjes te koop ,die je voor aan de kweekkooi kunt hangen ,zonder de kooi klets nat te maken. Laat badwater nooit langer staan dan nodig is om de vogels te tijd te geven om zich te wassen dan direct wegnemen . 

Badwater aan tentoonstellings vogels : 

Ook hier is het weer onmisbaar ,TT vogels moeten en dat zal duidelijk zijn een goede mooie verzorgde bevedering hebben ,dit kan alleen als men de vogels regelmatig badwater geeft men kan dit doen door de vogels over te plaatsen in een wat grotere kooi bv kweekkooi laat ze daar wassen ,je kan een oudere TT kooi gebruiken zonder bodem die je in een bakje met water zet ,en de vogel kent dit zo en zal zich volop gaan wassen ,ook een oude TT kooi ,met daaraan gemonteerd in de deuropening van een wasbakje die je ook gebruikt aan je kweekkooien is handig om de vogels te laten wassen ,keuze genoeg dus.In het badwater van de TT vogels kan men nog wat toevoegen ,Bv Birdyll ,en of plumspray ,ieder maakt zijn keuze .Ook de vogels regelmatig benevelen met water komt de bevedering ten goede ,maar ook zal dit de vogel snel rustiger maken. Laat badwater nooit langer staan dan nodig is om de vogels te tijd te geven om zich te wassen dan direct wegnemen . 

Besluit : 

Je ziet dat het badwater op alle fronten onmisbaar is ,en in alle tijden van het jaar ,het zal natuurlijk wel duidelijk zijn dat je in de winter als het vriest ,geen badwater mag verstekken dit kan aanvriezen van de natte bevedering geven ,met alle gevolgen van dien.Verder geeft het wassen door de vogels zelf een goede indicatie over de gezondheid van de vogels,vogels die vuil zijn ,geen glans vertonen ,vuile pootjes hebben enz ,en die geen of nauwelijks gebruik willen maken van badwater zijn meestal niet in goede conditie ,en veranderd dit niet snel dan is het aan te raden deze vogels niet in te zetten in de komende kweek ,of tentoonstelling. Kortom badwater geeft de vogels alles ,en geeft ons een goede indicatie over de gezondheids toestand van de vogels zelf. Succes Wout v Gils.

Werking darmconditionerings product Comed.

ComedHeesakkers 13vogels comed


De werking van een darmconditionering :

MEGABACTIN : ( Comed product )  

Een belangrijke ontdekking was Megabactin, een plantaardig biologisch product dat platte mest, van welke oorzaak ook afkomstig, controleert. Megabactin maakt in de darm een soort gelei (is reeds zichtbaar als men het product met een beetje water vermengt) met merkwaardige eigenschappen. Door een aantal factoren zoals stress, uitscheidingen van ziektekiemen en te krachtige voeding (de vogel in de natuur moest echt zoeken en werken voor zijn eten, wij brengen het op een schoteltje) krijgt men een verhoogde productie van minderwaardig slijm.De lussen van de darm slibben toe en een groot deel van de darmoppervlakte die uiteindelijk het uitwisselingsgebied van de voeding met het systeem van de vogel uitmaakt, valt weg. Deze vermindering van nuttige darmoppervlakte bedraagt soms zelfs 60 % (meer dan de helft). Megabactin kan dit belangrijk probleem oplossen. Het bestaat uit plantaardige vezels, die op “schrapende” wijze het darmoppervlak reinigen. Door het opstijven van de mest via de geleivorming houden we het water vast in de darmholte. Het blijft als het ware als een extra voorraad, niet gekend door het systeem van de vogel, waardoor hij meer zal drinken. Dagelijks te geven aan de jongen bij het spenen, gedurende I week. Het is belangrijk te weten dat vooral bij jonge vogels een verlies van 10 % van het lichaamsgewicht aan water binnen de 24 uur, een volledige ontregeling van de waterhuishouding veroorzaakt met meestal de dood tot gevolg. Dit is precies het probleem van de kweker. Voor hij uitgevonden heeft wat de oorzaak van “platte mest” kan zijn en welke geneesmiddelenbehandeling hiervoor moet opgestart worden, (coccidiosis, salmonellosis, coli, wormen) is het meestal te laat. Het zijn niet de ziekteverwekkers zelf waterverlies. Vergeet verder niet dat elke kuur met geneesmiddelen een deel van de flora bedreigt. Bovendien gaat bij platte mest de darminhoud (flora inbegrepen) van de hoger gelegen darmgebieden, met een belangrijke verteringsfunctie, weg en wordt door niets vervangen. Megabactin moet dus dagelijks gegeven worden bij elke aanzet tot platte mest.

Bijgaande overzicht werking met en zonder Megabactin . 

comed darmen

Liefhebber zijn : soms een combinatie van idealisme en …gebrek aan kennis

Veel liefhebbers zweren bij de “natuurlijke” methode. Ze nemen een categorieke houding aan. Ze houden geen rekening met een aantal feitelijkheden. Een “natuurmethode” is “ini’. Groen, bio etc. klinkt modern maar is meestal een vlag die een onduidelijke lading dekt. Voor vorsers is het enorm frustrerend tegen deze stroom in te roeien. Mijn eigen ervaring leert mij dat een combinatie van idealisme en gebrek aan kennis aan de basis liggen van het probleem. 

Planten of chemicaliën ?Een aantal mensen zweert bij exclusief gebruik van planten, zonder zich daarbij te realiseren dat sommige planten niet zo onschuldig zijn en soms een krachtige en schadelijke werking hebben. Onlangs is er in België een laboratorium in Chinese planten gesloten, wegens een tiental levensgevaarlijke nierbeschadigingen ten gevolge van kruidenbehandeling. Anderzijds kunnen sommige chemicaliën (calciumfosfaat, natriumbicarbonaat, enz.) nuttig en zelfs levensnoodzakelijk zijn Ons onderzoeksteam pluist deze zaken tot op het bot uit. De bedoeling is met de liefhebbers in een lino nonsenseli relatie te treden wat betreft hulpmiddelen die vrij van geneeskundig voorschrift kunnen aangeschaft worden. Inderdaad, knoeien met geneesmiddelen zal in de toekomst bijzonder moeilijk en gevaarlijk worden. Steeds meer kijkt de overheid argwanend naar het gebruik van geneesmiddelen te pas en te onpas.Het WHO (World Health Organization) heeft onlangs afgekondigd dat infectieziekten bij mensen opnieuw de derde oorzaak van sterven zijn. (na kanker en cardiovasculaire ziekten). Er wordt met een vermanende vinger gewezen naar de misbruiken van antibiotica, vooral bactericide middelen. Tot voor kort had de wetenschap wel altijd nog enkele nieuwe mole-cules achter de hand om resistent geworden kiemen aan te pakken. Spijtig genoeg zijn we momenteel uitgepraat. Het laatste nieuwe en meest doeltreffende antibioticum van het moment is Vancomycine. Tot enkele jaren geleden was dit de stok achter de deur bij levensgevaarlijke infecties in combinatie met AIDS, TBC,enz. Op dit ogenblik sterven er vele van deze patiënten ondanks Vancomycine, zelfs gecombineerd met andere antibiotica. Erger nog, op dit ogenblik zijn er micro-organismen ontdekt die enkel kunnen overleven in aanwezigheid van Vancomycine !Wij kunnen ons dus verwachten aan bijzonder strenge regelgeving in het gebruik van antibiotica. En niet het minst bij de (nuts)dieren, laat staan hobby-, sport- en gezelschapsdieren. Een aa~tal ziekten zijn niet weg te denken bij het houden van dieren. Zij zijn het rechtstreekse gevolg van het wegnemen van de natuurlijke biotoop en het kunstmatig kweken. Laat ons bovendien niet vergeten dat vogels in het algemeen in de natuur een bikkelhard bestaan hebben. Zij moeten optornen tegen roofdieren, klimatologische variabelen en vooral soortgenoten die het territorium en de seksuele partner betwisten. De zo romantisch ogende roodborstjes op kerst- en nieuwjaarskaarten is van de meest moorddadige soort ons bekend. Zij schakelen, in een volière samengebracht, binnen de 24u mekaar uit tot er nog één exemplaar overblijft. KUREN-EN GEZONDHEIDS PROGRAMMA VOOR SIERVOGELS

En goed totaal pakket is Fertibol – Roni – Winmix – en curol of Megabactin ,Gebruik volgens vorschift.

 

 

 comed han

Dank aan Hr Jorrissen Comed producten .3730 Hoeselt               Tel 089-51.01.35

Info Comed producten klik hier.

Fonio paddy tegen coccidiose

koppel witte


NIEUW Bestrijd Coccidiose met Natuurlijk Product !!!!  W.v.Gils.

Via een Duitse collega vogelvriend kwam ik in contact met dit natuurlijke nieuw product ter bestrijding van

coccidiose .Hij vertelde mij hierover en melde dat hij erg goede resultaten mee had, de vogels waren coccidiose vrij geworden met het geven van dit zaad. Nieuwsgierig als ik ben moest ik hier natuurlijk meer over weten. Ik heb me het product laten bezorgen ,en ben ook in bezit gekomen van een folder over dit zaad wat de vogels coccidiose  vrij zou maken. Zou de vogel daarna nog bv met opgezette darmen of buik zitten ,of blijven dan is er duidelijk een vast stelling het is geen coccidiose maar een andere zwaardere infectie als atoxoplasmose ,ook wel een voordeel dit zo te weten te komen. Het zou een zaad product zijn uit Uganda waar jaren geleden een onderzoek is gedaan naar graslanden waar steeds ontzettend veel vogels kwamen aan en afvliegen ,zelfs van erg grote afstanden ,allemaal zaadeters. .Men is zich gaan afvragen waarom ,en is een onderzoek begonnen. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat zo goed als alle vogels die daar gevangen werden voor onderzoek vrij waren van coccidiose .Latere onderzoeken bracht dit in combinatie van het graszaad wat de vogels daar kwamen eten een veel belovende ontdekking zou later blijken!!. Foniopaddy : Kan men bestellen bij : F Pirard   Habrouck  8  3840 Borgloon .

Telefoon 012 – 67.23.61 ( B)    Fax 012 – 67.23.60 (B)  Zij zullen zorg dragen voor een correcte verzending van uw bestelling . Wat is nu dit product :

Bijgaand een vertaling uit het schrijven van de door aan mij verstrekte folder.

Coccidiose is vogelvriend vijand nummer EEN . Coccidiose geld algemeen als het grootste probleem bij het kweken en verzorgen van kanarievogels en andere zaadeters .Deze hardnekkige ziekte moet men zwaar met medicamenten bestrijden ,maar door de nevenwerking van de medicamenten ,wat daarbij de lever,darmen en nieren erg belast en ook weer wordt ontregelt. Het is daarom dat men na een kuur met medicamenten weer een vitamine kuur moet geven aan je vogels. Heden is er een mogelijkheid om dit natuurlijk en eenvoudig te bestrijden Dank zij het product “ FONIOPADDY “

 Wat is nu FONIOPADDY ??

 Dit is een natuurlijke graszaad die diverse plantage,s in Uganda geoogst wordt Omdat Foniopaddy een natuurlijk product is ,kun je de vogels nooit te veel geven. De drie jaar durende onderzoek wat daar opvolgde ,gaf verbluffende resultaten op .Alle vogels die regelmatig met  “FONIOPADDY “ gevoerd werden ,werd geen coccidiose meer vastgesteld,een schitterende ontdekking.

 Hoe FONIOPADDY geven ??  Je geeft je vogels twee a drie maal per week 5 a 7 gram ( Snoepbakje ) Foniopaddy ,je geeft dit het beste in een snoepbakje of ander ,als je het door het zaad mengt zakt het door zijn erg fijne harde korrelig uiterlijk naar de bodem toe ,en krijgen ze niet voldoende binnen,en wordt zodoende verspilt. ( lijkt veel op blauwe maanzaad maar de kleur is donkerbruin ) Het is absoluut geen probleem als je meer geeft dan twee a drie maal per week Het is een natuurlijk product ,en over voederen is zo onmogelijk Zolang je “ FONIOPADDY “ blijft verstrekken aan je vogels, zijn gegarandeerd je vogels coccidiose vrij ,en geeft je vogel zijn natuurlijke gezondheid terug. Het zaad is verkrijgbaar bij F Prirard   Tel 012-67.23.61  .

Foniopaddy : Kan men bestellen bij F Pirard   Habrouck  8  3840 Borgloon .

Tel :0032 – (0)12-67.23.61.

We hopen dat het niet waar is.

Zwart rood mozaiek type 2


Absurd Laat ons hopen dat dit verzonnen is !!!!!!!

 

 BRUSSELSE STUDENT LEEFT OP MUSSEN EN KANARIESSchokkend maar waar: een Brusselse student in de Germaanse filologie leeft al bijna drie jaar op een dieet van mussen.Mussen zijn voedzame beesten,” vertelt de betrokkene, “dus waarom niet? De diertjes zijn makkelijk te vangen, en als je de pootjes en het kopje er af rukt kan je ze zelfs rauw eten. Sommige toch. Want de ene mus is de andere niet. Tijdens een vakantie in de USA heb ik Wyoming spectaculair lekkere hegge mussen gegeten, met dozijnen tegelijk. Dat was een onbeschrijflijk feest.”  De student – die anoniem wenst te blijven -, is inmiddels de schrik der Brusselse bejaarden geworden. Hij deinst er niet voor terug met een smoes de woning binnen te dringen (“ik kom voor de gasmeter, madame”), en als hij weer verdwenen is stellen de oudjes tot hun ontzetting vast dat hun kanarie eveneens foetsie is. Op de pootjes en de kop na. “Aan een kanarie kan ik niet weerstaan, dat moet ik toegeven,” zucht de student. “Eens ik mijn zinnen op een kanarie heb gezet kan ik aan niets anders denken. Dan moét ik binnen de tien minuten een kanarie achter de kiezen hebben of ik bega een ongeluk. Ik heb een tijdje geprobeerd zelf kanaries te kweken, maar ik vond die kanariekuikens zo lekker dat ik ze met handvol tegelijk opschrokte. Van dat kweken is dus weinig van in huis gekomen.”

Voor u gelezen ,maar laat ons hopen dat dit uit de lucht is gegrepen.    W.v.gils

Het kan toch niet waar zijn.

Haast en spoed is zelden goed.

 

 

Agaat pastel wit

 


 

Haast en spoed is zelden goed.                                                 Wout van Gils.

Als je de problemen van veel vogelliefhebbers onder ons analyseert dan kom je toch dikwijls terecht bij de titel van dit artikel . bij veel vragen op voordrachten ,en of gesprekken met vogel liefhebbers ,of de E-mails die je er over krijgt ,dan denk ik wel eens ja maar dit moet je toch weten ,er is al zo veel over gezegd en geschreven ,en toch handel je wee zo als het eigenlijk niet kan of moet .Ik moet bekennen dat ik er zelf ook wel eens mee geconfronteerd word ,en dan weet ik ook weer wat me te doen staat,namelijk opletten ,en weten wat je doet. Vandaar dat ik dit artikel heb geschreven om toch nog eens even bij deze zaken stil te staan.

Bij Aankoop van vogels.

Hier is ook het gezegde zeker van toepassing ,kopen op een vogelbeurs kan en er zijn zeker goede             en gezonde vogels te koop ,maar hoe weet je dat je geen al te verwante vogels koopt ,hoe weet je de leeftijd van de vogels ,Zijn er verervende factoren aanwezig enz .Als je vogels aankoopt bij de liefhebber thuis ,vraag dan naar zijn kweekboek om al de bovenvermelde zaken even te controleren .Een aantal zaken kun je dan met zekerheid vast stellen ,wat betreft erfelijkheid ook ,maar hier ben je op de dag van heden niet 100 % meer zeker van ,maar in elk geval je weet wel wat er al zeker in zit .Ook belangrijk is in welke periode koop je de vogels ,de bete tijd is direct na de rui van de vogels ,en vertrek dan ook tijdig en weet ook wat je zoekt en nodig hebt ,koop ook nooit als het je niet aanstaat ,of je eigen kunt verbeteren ,ook al heb je er veel Km voor moeten afleggen .Enkele vogels van je eigen stam mee nemen als vergelijking is een goede methode ,en wordt regelmatig gedaan. Wat eigenlijk ook verkeerd is erg laat vogels gaan aankopen meestal ,is er dan nog alleen maar keuze uit vogels die zijn blijven zitten uit een selectie ,met andere woorden de beste zijn al weg .Het kopen van TT vogels voor de kweek kan ,maar weet wel dat je er eigenlijk al erg vroeg mee moet beginnen te kweken ,doe je dat niet is de kans erg groot dat de vogels in de rui vallen ,en je er niets meer aan hebt dit kweek seizoen. Dus tijdig en rustig beginnen met aankopen van nieuwe vogels zal resultaat geven .en niet overhaast aankopen en beslissen.

De rust periode :

Hier is er wel een stuk minder werk te doen dan Bv tijdens de TT of de kweek ,maar toch ook heeft hier de bovengenoemde titel weer veel invloed.We moeten tijdens deze periode de vogels ook goed blijven opserveren ,en niet gauw een blik werpen en wegwezen ,,nee je eigen de tijd gunnen ,en goed opserveren zal ziekten en problemen voorkomen ,het zal je dan tijdig opvallen als de vogel iets dik zit ,of erg waterig uit de ogen kijkt ,een knarsend geluid maakt ,erg dunnen ontlasting heeft ,ademen met de bek open ,en noem maar op iedereen kent ze wel ,maar geef je eigen wel de tijd om dit te zien. Je zal er veel ziekten door voorkomen ,als je dit tijdig onderkend. Je kan dan ook tijdig ingrijpen ,en de zieke of ontregelde vogel helpen.Ook het voederen en het geven van drinkwater dient strikt en tijdig te gebeuren ,dagelijks vers en voldoende ,nooit gauw ,snel en weet ik hoe maar doordacht ,met een blik op het voer de bodembedekking ,de ontlasting ,en het water en de vogels .Haal oud voer en eivoer tijdig weg zorg dat je regelmatig je hokken zuiver maakt ,en probeer vocht en trek zoveel mogelijk te vermijden,kortom ook hier is weer haast en spoed zelden goed.

De TT periode :

Ook hier is haast en spoed zelden goed . Het is niet zo ,en zal het ook nooit zijn een vogel even uit een voilere te vangen ,in de TT kooi plaatsen ,en naar de TT brengen zo werkt het zelden goed. Ook hier is weer wat geduld en werk nodig om de vogel te brengen .De meeste kennen dit wel .Heeft de vogel geen bonte pennen ,en of hoorndelen ,hoe is de vorm ,hoe staat het met de schimmelverdeling ,of de intensiviteit .Heeft de vogel al zijn nagels nog of zijn ze niet te lang ,is de vogel wel van dit kweekjaar .Het zijn zaken die je moet controleren ,doe je het niet dan is de kans groot dat je werk en tijd steekt in een vogel die grote fouten kan hebben. Als je de vogels inschrijft heb je in de goede reeks ingeschreven ,zal zeker niet de eerste keer zijn dat dit gebeurt dus ook hier is het gun je eigen de tijd ,het zal teleurstellingen helpen voorkomen.

De kweek en voorbereiding er op :

Dit is wel een hot Item bij veel vogelliefhebbers de drang om maar snel te beginnen is en blijft er in ,men denkt steeds ik ben straks te laat ,want mijn collega is al bezig van januari en ik moet nog beginnen bv half februari .Maar weet wel je collega heeft zijn vogels al op een leeftijd van ruim 9 maanden ,en heeft ook al ruim 4 weken licht uren en temperatuur gegeven aan zijn vogels ,hij heeft bewust naar de vroeg kweek toegewerkt ,en dan kan het ook.Maar als u overhaast te werk gaat want u denkt te laat te zijn ,en je begint maar gauw zonder voldoende licht uren en temperatuur ,en de juiste voeding ter voorbereiding ja dan vraag je om problemen ,en de kweek zak zeker geen succes gaan worden. Haast en spoed is zelden goed .Wand als je het zo doet zullen er in je kweekruimte veel vechtpartijen ontstaan ,omdat de vogels elkaar nog niet accepteren omdat ze nog niet in voldoende broedconditie zijn .De pop zal misschien toch wel nest maken maar legt maar een of twee eitjes ,gaat broeden en stopt na een dag of zeven met broeden ,of ze broed door maar de eitjes zijn onbevrucht enz enz             Bij een goede en doordachte kweek waarbij je jezelf en de vogels de kans geeft om goed in conditie te komen ,en waarbij je de partners zorgvuldig hebt gekozen zal de minste problemen voorkomen .Overhaast te werk gaan is fout en blijft ook fout gaan ,overhaaste veranderingen aangaan is ook al fout .

Besluit :

We moeten hieruit concluderen dat door geduldig je tijd af te wachten ,zowel voor als tijdens de kweek ,voor en tijdens de TT ,maar ook buiten deze perioden aandachtig te blijven ,en je zelf de tijd te gunnen om goed te opserveren en te controleren zullen we gegarandeerd betere resultaten krijgen ,dan door erg impulsief en overhaast te werk gaan. Ik denk dat iedere vogel kweker deze zaken erkent ,mijn advies is dan ook doe er wat aan ,want haast en spoed is zelden goed. Succes Wout.van .Gils


Bouwen gezelschapsvoliere.