Carotenoide kleurstoffen.

 

 

Carotenoïde kleurstoffen:                                                                    W.v.Gils.

Gele vetstof ook wel xantofiel genoemd welke als laatste aanwezige kleurstof het uiterlijk van een zwart gele kanarie zal bepalen. Is ook een pigment kleur ,maar van een gans andere aard dan beide melanines ,het is een carotenoïde of vetstofkleur best oplosbaar in oliën  en vetten . Komt als luteine rechtstreeks uit de zaadvoeding en wordt in tegenstelling tot beide melanines langs het bloed in de groeiende veer afgezet. Zwart witte kanaries bezitten zoals bekend weinig of geen vetstof in hun bevedering ,zodat een bespreking ervan in eerste instantie overbodig lijkt ware het niet dat niet zozeer de kleurstof op zich van belang is ,maar eerder hoe en waar ze normaal in de veer komt. Dit is nl belangrijk om het enigszins afwijkend tekeningspatroon van Zwart witte kanaries t.o.V zwartgele en zwart rode beter te kunnen verklaren.De vetstofkleur bevindt zich Oa : ook in de veerranden ,zij het iets meer  geconcentreerd in de baardtoppen ,waar ze ook voor die plaats steeds in een soort concurrentie strijd zal liggen met de daar ook aanwezige bruine phaeomelanine. Men kan stellen waar vetsof zit kan weinig of geen buien phaeomelanine zitten met als gevolg waar het geel of het rood sterk aanwezig is ,zoals bij vol intensieve vogels met korte baarden, vinden we praktisch geen bruin en wordt zelfs ook de eumelanine door die sterkte vetstofconcentratie enigszins in elkaar gedrongen  met Oa . Een smallere bestreping tot gevolg. Maar ook omgekeerd ,waar weinig of geen vetstof is al het phaeobruin dan weer wel welig over heersen.

De vetstofkleur is dus in die tweestrijd, of driestrijd als u wil ,duidelijk de sterkste .Vetstof en bruine phaeomelanine kunnen wel lichtjes met elkaar “ vervloeien “ in elkaar overgaan ,maar nooit elkaar volledig bedekken. Het gevolg van dit alles laat zich  bij de zwart witte kanaries erg makkelijk raden  .Door de afwezigheid van vetstof zal bij deze kanaries het bruin bezit nooit in die mate kunnen beperkt worden zoals dat bij vergelijkbare zwartgele  en zwartrode vogels wel kan en zal t.z.t ook de bestreping normaal breder gaan uitvallen. Dat laat zich vooral duidelijk zien bij gemelaniseerde Mozaïeken waar de bestreping op rug en flanken wegens een praktisch kleurloze omgeving ( Denk eens aan onze Italiaanse typen die bezitten op die plaats praktisch geen bruin of vetstof meer ) maar dan ook aanzienlijk verbreden .( van de tekening) Kwalitatieve Zwartgele intensieven bezitten veel geelintensieve vetstof  verdeeld over ongeveer de helft van de contourveer. Bij schimmels is dat geel veel minder en zijn de randen dus kleurloos. Hou die zaken altijd goed uit elkaar .Succes Wout v Gils.

Crossing over hercombinatie van factoren.

Zwart wit


 

Crossing-over of Hercombinatie van Factoren.                    Wout van  Gils.

MIJN VOGEL IS TOCH FOKZUIVER.?

Men hoort regelmatig deze kreet, en zeker is hij bij menig liefhebber bekent. Men komt het tegenwoordig steeds meer tegen dat kwekers informeren hoe het toch mogelijk is dat men zo een soort vogel in zijn nest komt te liggen. Met het toenemen van het al maar kweken van de “niet klassieke kleuren” in de klassieke vogels is dit fenomeen fel toegenomen, zeker omdat er menig liefhebber er maar op kweken, en zeker niet weten wat men doet en aanricht. Een groot deel van deze vogels komen in de handel, worden weer verkocht met alle gevolgen (verassingen) van dien. Ook het niet goed vastleggen in je kweekboek van de in gekweekte factoren kan tot grote verrassingen (teleurstellingen) leiden. Ik weet zeker dat de meeste kwekers onder ons dit al eens hebben meegemaakt. Al zal zeker de meer ervaren kweker minder met deze zaken geconfronteerd worden.

Als iemand die zonder kennis van zaken en ervaring ergens vogels zal gaan kopen, en er zodoende mee gaat kweken. Een erg goede raad die ik u hiervoor kan geven is, koop altijd bij een kweker die selectief kweekt en die al vele jaren hoge ogen gooit met zijn soort vogels op de tentoonstellingen.

Maar toch is dit eigenlijk niet wat ik wil schrijven in dit artikel. Wat ik wilde schrijven is het volgende.

 

CROSSING-OVER OF HERCOMBINATIE VAN FACTOREN.

Het is namelijk mogelijk door het koppelen van bepaalde kleurslagen, nakomelingen te verkrijgen die u nog nimmer op uw hok heeft gehad, ondanks dat u toch fokzuivere vogels in bezit heeft. Via de kleuren agaat en bruin in het bezit te komen van groen en isabel. Dit is namelijk mogelijk door de twee hierboven genoemde factoren. Men komt deze crossing over ook zeer dikwijls tegen als “PASPERTOU” vogel (man). Hierover dan iets meer in detail. U zult namelijk al wel weten dat onze groene vogel een volledige pigment vogel is. Alles is in ongemuteerde vorm aanwezig.

DUS VOLLEDIGE PHEAO MELANINE EN EUMELANINE.

PHEAO MELANINE = bruin en korrel vormig.

EUMELANINE = zwart en staafvormig.

Door een mutatie bleef op een zeker moment het zwart pigment weg, en onze bruine kanarie was ontstaan. Zo is het ongeveer gegaan met onze bruine kanarie, toen het bruin verdween uit deze vogel was er niets meer over dan het zwarte pigment en zo werd onze agaat geboren. Dus door mutatie hebben de oorspronkelijke factoren een andere werking gekregen. (MUTATIE IS EEN GRIL DER NATUUR)Het zal nu wel duidelijk zijn dat, als we een bruine en een agaat weer samenbrengen, er weer een groene zal ontstaan. Dit noemt men dan een “HERCOMBINATIE VAN FACTOREN”. Wat men nu wel dient te weten dat deze groene vogel nu niet meer “fokzuiver” is. Hij heeft van de ene ouder de factor meegekregen om het zwart te laten verdwijnen, waardoor hij dus bruin vererft, en van de andere ouder kreeg hij de factor die het bruin reduceert, waardoor hij dus agaat zal vererven. Deze jonge man zal dan in bezit zijn van twee gemuteerde factoren. Als men nu gaat kweken met deze man zal hij hoofdzakelijk bruin en agaat vererven. Voordat er nu weer een groene zal ontstaan zal er eerst een “CROSSING-OVER” moeten voortkomen, zodat de factor zwart en bruin weer op het zelfde chromosoom komen te liggen.Een ander feit is nu ook mogelijk, namelijk dat de beide gemuteerde factoren op het zelfde chromosoom komen te liggen. De een zal nu het zwart pigment reduceren in bruin, de ander zal het bruin reduceren en zo zal onze “ISABEL” ontstaan. Dit is dan ook een bewijs dat eigenlijk onze ISABEL GEEN MUTATIE is, maar duidelijk wordt veroorzaakt door het samenbrengen van twee gemuteerde factoren n.l.: DE ZWART/BRUINE MUTANT. Dus het uitzicht van de isabel kunnen we zelf bepalen door:

ISABEL IS TE BRUIN DAN AGAAT INSCHAKELEN.

ISABEL IS TE BLEEK DAN BRUIN INSCHAKELEN.

Dus beste liefhebbers, niet altijd hoeft het een verrassing te zijn als men eens iets anders ziet liggen in het nest. Dit kan dan weer veroorzaakt zijn door de crossing-over. Met andere woorden het breken en verkeerd aangroeien van de chromosomen in zaad/eicel.

Er kunnen ook meerdere breuken ontstaan, de plaats waar de GEN (drager erfelijke factoren) ligt, speelt hierbij een grote rol. Hoe korter deze bij elkaar liggen, hoe minder kans er is voor crossing-over. Dus bij de sterk gekoppelde factoren zal het minder voorkomen dan bij de minder sterk gekoppelde factoren.

CROSSING-OVER kan voorkomen bij – GESLACHTSCHROMOSOMEN.

                                                           – AUTOSOMECHROMOSOMEN.

Het zal voor de meeste onder u wel duidelijk zijn dat voor de kleur en tekening alleen de eerstgenoemde van belang zijn, en dat er bij de poppen geen CROSSING-OVER kan voorkomen.

U ziet dat ondanks al weet u zeker dat uw vogel fokzuiver is er verassingen kunnen voorkomen. Maar nogmaals door goede selectieve aankopen een goede administratie en kennis ter zaken zal dit tot een uiterst minimum beperkt blijven. In hoeverre u nu de crossing-over in de praktijk zult moet gaan toepassen laat ik graag aan u kwekers over.Ik hoop u met deze uiteenzetting een bijdragen geleverd te hebben over het nut van goede verantwoorde aankoop, eerlijkheid ten opzichte van kwekers onderling. En zeker het nut van een kweekboek is van groot belang, en vraag hier ook naar bij je aankoop dit is voor je kweek van groot belang.Weigert men, zie dan af van je aankoop. Ook bij aankoop op vogelbeurzen moet men opletten. De beste methode is aan huis te kopen en te vergelijken via het kweekboek. Want nogmaals, we hebben onze klassieke vogels nodig om de niet klassieke vogels te verbeteren en te behouden. Maar de niet klassieke vogels hebben we niet nodig om klassieke vogels te kweken.In hoeverre dit gebeurt verklaart de steeds wederkerende verrassingen in onze nesten. En de daaraan verbonden vraag “DE VOGEL WAS TOCH FOKZUIVER ??”.

De Gele kanarie Makkelijk ?

Geel schimmelgeelintensief


De gele kanarie makkelijk te kweken.                                             W.v.gils.

De gele kanarie is bijna op de witte vogels na de meest voorkomende vogel op onze tentoonstellingen, zeker op grote TT en op internationale wedstrijden ziet men deze vogels veel. De Geel intensief, Geel schimmel, Geel ivoor intensief, geelivoor schimmel grote reeksen met veel vogels. Komt dat nu omdat deze vogels makkelijk te kweken zijn? Nou dat betwijfel ik toch, al blijkt zeker de laatste jaren in deze kleuren prachtige exemplaren te bewonderen vallen. In de Gelen met de ivoorfactor is het aantal iets minder maar vooral de Geel intensief doet het erg goed. Dat de gele het goed doet bij veel liefhebbers kwekers en tentoonstellers komt zeker niet omdat ze makkelijk te kweken zijn maar omdat deze kleur in da kanarie sport een veelgeliefde kleur is. VAESEN aAlles bij elkaar genomen zou men kunnen zeggen dat deze kleur mits de grondregels goed in de gaten te houden deze vogels goed te kweken zijn maar toch worden er nog fouten gemaakt die men eigenlijk zou kunnen vermijden, maar een goede gele kweken dat valt nog niet altijd mee. Ik heb dit zelf al meerder malen ondervonden. Van belang is dat men goede fok zuivere vogels aankoopt, het liefst bij een liefhebber die al vele jaren bewijst deze vogels te kenen door goede resultaten te overleggen op en via de tentoonstellingen. Koop deze vogels dan ook met het kweekboek er bij zodat je de juiste vogels en leeftijd koopt, en dat het geen inteelt is. En begin zo met zelf een stam op te bouwen. Voor de beginneling wil ik nog even wat zaken, benamingen en kweekwijzen herhalen aangaande deze vogels voor de ervaren liefhebber nog eens een opfrissen die ook voor hen als voor mij weer eens nuttig zijn. De gele vogels zullen er wel bij varen, dat zien we al jaren op onze tentoonstellingen.
Wat is intensief

    Men spreekt van intensieve vogels (bevedering).
     De kleur gelijkmatig is door gekleurd is tot de toppen van de veertjes.
     De vogel een korte strakke bevedering heeft.
     Het totaal beeld van de vogel kleiner en strakker in de bevedering is.
     Te intensieve vogels een oogsteep en of kale plekjes laten zien BV bij de oogstreek.

De vetstofkleur is oplosbaar in oliën of vetten.

Wat is schimmel.

Een bevedering wordt schimmel of niet intensief genoemd als deze van zodanige lengte en fijnheid is, dat de vet stofkleur niet tot in de toppen van de veren en veertjes kan doordringen en dus de topjes kleurloos wit blijven.

Het gevolg daarvan is.De topjes van de bevedering kleurloos zijn.Te veel schimmel geeft lange en losse bevedering ,en grondkleur wordt te licht.De bepluiming is langer dan bij de intensieve vogels.

De schimmel dient gelijkmatig over de vogel verdeeld te zijn ,met de juiste lengte van de bevedering dit om een mooie strakke bevedering te krijgen met daarover een mooi egaal verdeelde schimmel verdeling.
opsommingsteken .Een ogenschijnlijke grotere vogel (dit door lengte van de bevedering)

Dus het moet met de bovenvermelde punten duidelijk zijn om een intensieve vogel te onderscheiden van een schimmel vogel, zelfs bij een witte vogel moet dit kunnen, beoordelen op de lengte van de bevedering, door de vogel op te blazen en de lengte van de bevedering te beoordelen in de flanken en dijen. De beoordeling van de intensieve vogels zal dit duidelijk makkelijker zijn maar ook heb je hier te doen met vogels die je in twijfel kunnen brengen zeker de minder ervaren liefhebber zal bij het zien van een intermediaire vogel wel eens kunnen twijfelen. Maar toch met wat op te letten en te ontleden moet en kan iedereen daar uit komen.
Waar op letten bij de kweek

Om intensieve vogels te kweken mogen we nooit twee vol intensieve vogels aan elkaar koppelen. De jongen hebben en kleine overlevingskans, en de bevedering zal er erg schraal uit komen te zien, Zelfs de kiem in het ei kan afsterven door de letaal factor. De juiste methode is vol intensief x matig intensief en dan nog goed letten op de bevedering. Het gevaar bestaat hier dat men het matig intensief niet goed inschat en daardoor weer in de problemen komt, met zowel de bevedering en of de letaal factor. Maar door wat inlichtingen en hulp te vragen van een ervaren kweker is dit ook vrij goed te leren. Om goede schimmel vogels te kweken dan letten we er op om nooit geen twee volschimmel vogels aan elkaar te koppelen. De hoeveelheid schimmel zal zich blijven uitbreiden en we krijgen vogels met een te lange bevedering met een teveel aan schimmel sporen. Voor het kweken van schimmel vogels geven we dus de voorkeur aan kweekvogels met een matige hoeveelheid schimmel, en gelijkmatig over het lichaam is verdeeld, let daarbij ook op de grote van de vogels. Van de schimmelfactor komen ook veel gradaties voor het zelfde als bij de intensieve, en dat is het probleem van de gele kanarie er zijn zoveel verschillende gradaties maar is dit wel alleen bij de gele nee toch. Daarom stelt men ook

Geel intensief of wel de dubbele geelfactor.
    Geel schimmel of wel de enkelvoudige geelfactor.

WE KUNNEN HIER UIT MAAR EEN CONCLUSIE TREKKEN EN DIE IS DE KWEEK VAN GEEL INTENSIEF EN VAN GEEL SCHIMMEL KAN NIET SAMEN.

Dit wil zeggen men kan zelden geel intensief en geelschimmel kweken uit een koppel, men moet zelfs deze soorten goed gescheiden houden en alleen Intensief x matig intensief kweken. En geelschimmel x matig schimmel. En door een goede kennis en stam van je vogels je hierin iets verder gaan. Kweekt men te zeer door elkaar dan krijgt men de intermediaire vogels en die worden dan ook weer bestraft door de keurmeester, deze vogels kunnen wel weer goed zijn voor de komende kweek, maar dat zal nu wel duidelijk zijn denk ik.
Opletten met voeding

Bij de gele vogels moeten we zeker in de rui periode goed opletten met de voeding, plaats de vogels nooit langs een volière met rode vogels en geef je vogels geen caroteen houden de zaden, deze zullen door de invloed hiervan je vogels dieper gaan doorkleuren en of een oranje bijtint geven wat uiteraard ook weer foutief is. Geef ook geen onkruidzaden en pas ook op met bepaalde soorten groenvoer ziet beste liefhebbers dat bij de gele nog vele problemen om de hoek komen kijken maar door doordacht en met kennis te werk te gaan is de gele terecht een pracht van een vogel om te zien en te houden, ik hoop het een en ander weer bij jullie onder de aandacht gebracht te hebben, het zal zeker de vogels en zijn kleur te goede komen. Erg veel geel kwekers stellen zelf hun zaadmengeling samen, dit om zoveel mogelijk caroteen houden de zaden te vermijden, en of in minima aantal aanwezig te zijn.
De Geel intensief

Intensief met dubbele geel factor, gelijkmatig verdeeld schimmel sporen zijn niet toegelaten. Een zekere hoeveelheid citroenfactor zal ten goede komen aan de totaalkleur. De snavel, poten en nagels moeten vleeskleurig zijn.
De Geelschimmel

Niet intensief met enkelvoudige geelfactor, gelijkmatig verdeeld. Gelijk verdeelde schimmel over de gehele vogel. Snavel, poten en nagels moeten vleeskleurig zijn.Het kweken van de gele vogels vraagt zoals bij de vele andere soorten veel kennis en inzicht, de gele vogel is erg mooi om te zien en te kweken maar dat hij makkelijk te kweken is daar ben ik het in tegen stelling van vele niet mee eens, zoals hierboven beschreven spelen veel factoren een rol hierin heb je deze goed onder controle en een goed uitgebalanceerde stam ja dan zullen de goede gele vogels er zeker uit komen. En nog dit ter afsluiting zorg ook dat je gele vogels niet in het felle zonlicht komen ook dan kan er een opbleking komen en dit kan weer lijden naar een wat kleurverwatering. Ja en sommige onder jullie hoor ik al denken ,ja en de kleurstimulerende middelen dan? Ja die zijn er ook en dit is dan weer een ander hoofdstuk wat ook weer de nodige kennis en inzicht vraagt.

Succes met de gele kanaries. Wout van Gils

De kracht van inteelt.

bookwormwht


 De kracht van de inteelt                                                                   Wout van Gils.

Het gebeurt regelmatig dat een liefhebber zich een of meerdere goede vogels aanschaft en ze dan met willekeurige vogels uit zijn vogelbestand paart. Volgende jaren wordt er weer verder gekweekt . Maar na enkele kweekseizoenen blijkt dat onze bewuste lieghebber alleen nog maar achteruit aan het boeren is .Om dit weer tegen te gaan ,worden dan weer opnieuw dure vogels aangekocht,en na enkele jaren daarna herhaalt zich wederom dit leed .Kortom : men heft veel geld en energie gestoken in zijn vogelbestand,maar eigenlijk heeft het niet veel opgebracht. E vogel liefhebber krijgt het er erg moeilijk mee. .Ik weet er zullen altijd uitzonderingen blijven bestaan . Maar ik ben e van overtuigd als bovenstaande liefhebber meer succes zou gehad hebben als hij op een juiste manier gebruik zou gemaakt hebben de STAMKWEEK ( matro en patro kliene methode ) Hij is eigenlijk lukraak te werk gegaan en ondoordacht .Indien u hiervoor de voorkeur aan geeft aan het kweken van vogels zonder enige bekommering over wat er uit de wilde paringen komt ,is dat uw goed recht ,en ook dan kunt u veel plezier beleven aan uw vogels !!! Maar weet wel het lukraak kweken van kanarievogels met het doel het meedoen op tentoonstellingen kan niet lukraak gebeuren ,daarvoor is het grote aantal kleurslagen in de vogels veel te groot in aantal en bescheidenheid.Het behalen van eervolle resultaten met zelfgekweekte vogels is onverbrekelijk gekoppeld aan de verschijningsvorm van de ingezonden vogel. Met andere woorden de vogels die het dichts de standaard zal benaderen zal normaal het hoogste aantal punten krijgen . Het gokken op een toevaltreffer zal de liefhebber snel ontmoedigen en nooit of zelden lonend zijn. Aan te bevelen is zich een methode eigen te maken zodat we ieder jaar resultaten boeken ,hier spreken we dan zeker niet meer van een toevalstreffer maar van een goede doelgerichte en doelbewuste kweek. Men gaat kweken in lijnenteelt ,een veel gebruikte lijnen kweek is de Patrokliene ( Vader gelijkend ) en de Matrokliene ( moeder gelijkend ) Methode toe te passen .De basis van zulk een lijn is zonder meer het uitgangspunt het doel bewust kweken van kanarievogels.In zekere zin gaan we nu aan inteelt doen. Nu weet ik maar al te goed dat dit bij sommige erg gevoelig licht .Men denkt dan al onmiddellijk aan verzwakking, verminking enz .Maar de meer ervaren kweker weet maar al te goed dat dit echt wel meevalt .omdat gecontroleerd ,en met kennis van zaken wordt uitgevoerd. Deze mensen weten maar al te goed ,dat we dit niet willen het verzwakken van de kanariesoort zij willen verbeteren !! Dit gebeurt door onze stamopbouw we gaan trachten vogels te kweken die op de een of andere manier allen verwant zijn aan elkaar ,het zelfde Bloed hebben.De kracht van de inteelt ligt hem nu juist in het kweken met vogels die aan elkaar verwant zijn !!!

Merkwaardig genoeg blijven er nog kwekers tegen inteelt gekant ,al is deze groep niet meer zo groot als voorheen. Als je hen dan vraagt waarom ,dan blijven ze meestal het antwoord schuldig .Vele grote succes volle kwekers doen dit al vele en vele jaren met blijvend succes .Liefhebbers die hier in geloven ,en doordacht te werk gaan zullen zonder enige twijfel succes halen .Inderdaad heeft men lang gedacht dat een dichte verwantschap niet speciaal ongezondheid creëerde in een stam, doch het zou wel voor licht verborgen storingen kunnen zorgen. Met andere woorden ,daar waar we het basis materiaal gezond is ,daar zult u zeker succes hebben met inteelt. Het tegenovergestelde is ook waar voor elke storing of zwakte die de familie draagt zal deze zich ook uiten. Wanner inteelt zorgvuldig wordt uitgevoed ,komen er veel fouten aan het licht van de vroegere generaties ,zoals verlies in grote vorm ,vitaliteit enz enz. Maar als men oordeelkundig te werk blijft gaan en steeds de fouten blijft uitselecteren ,dus het kaf van het koren scheiden ,dan zult u zeer zeker aan een stabiliteit geraken en kanarievogels kweken die gelijk zijn je eisen  ( standaard eisen) en vrij van de te kort komingen en of gebreken .Je gaat goede vogels kweken het is de kortste weg naar het succes.De goede en minder goede eigenschappen komen het snelst na voren zo.We moeten altijd de goede eigenschappen blijven behouden en de slechte proberen uit te schakelen dit vraagt overzicht en tijd .Maar de inteelt kan je daar bij helpen ,als je dit uitvoert met kennis ,overzicht ,en met gezonde fiere vogels .Succes is verzekerd !!! Wout van Gils

Het gevaar van inteelt.

kan04

Het gevaar van  inteelt !!                            w                               

Na mijn artikel over de kracht van inteelt ,en de daarop volgende reactie,s wil ik ook iets schrijven over het gevaar van inteelt .de reactie,s op mijn vorig artikel brachten me aan het denken ,natuurlijk kan je met inteelt succes boeken ,en voor velen is dit nog steeds de kortste weg naar hun succes. Misschien dat ik niet helemaal duidelijk geweest ben over de eventuele gevaren van inteelt ik dacht van wel ,maar in dit artikel wil ik dan deze gevaren iets meer toelichten .Met dank aan die liefhebbers die me hier op attendeerde ,dat inteelt niet alleen goede eigenschappen maar ook gevaar kan opleveren als men er niet goed mee omgaat .Ik hoop met dit artikel beide zaken onder uw aandacht te hebben gebracht.

De Inteelt :

Hiervan is sprake als er gekweekt wordt met partners ,die een gemeenschappelijke afstamming met elkaar hebben. Het kweken van vogels waarbij het bloedverwantschap nauw met elkaar verbonden is kan men stellen dat dit niet altijd zonder gevaar is .Zonder duidelijke doelstelling en ervaring ,en afstamming en kennis van onze vogels moet men eigenlijk niet aan inteelt beginnen. Is deze doelstelling er wel ,men kent de afstamming van de vogels goed ,je hebt voldoende kennis en inzicht over de grote ,bevedering enz en men gaat zorgvuldig om met het samenstellen van de kweekparen dan zal inteelt zeker tot de mogelijkheden behoren ,en zelfs aan te bevelen .De voor en nadelen van inteelt hangen erg sterk af van de selectie van de ouderparen ,en de kennis van de kweker.Inteelt kan dus ook gevaren met zich mee brengen ,naarmate betreffende partners sterker verwant zijn ,worden de gevaren  meestal wat groter .Met deze kweek van dezelfde afkomst hebben wij meer kans dat ze dezelfde ongunstige factoren aan de nateelt over dragen ,als bij koppels ,waar tussen geen bloedverwantschap bestaat ,omdat verwantschap immers vaak dezelfde erfelijke aanleg bestaat. Zoals we  weten zijn het meestal de onzichtbare eigenschappen maar omdat de kans groot is dat deze zowel bij de mannelijke als bij de vrouwelijke vogels aanwezig zijn ,is de kans groot dat er bij een deel van de nateelt  ongunstige of wel ongewenste ,ja zelfs nadelige of zeer slechte eigenschappen zichtbaar worden.Naarmate de verwantschap sterker is kunnen hiermede gepaard gaande lichamelijke afwijkingen in de betreffende nateelt sterker tot uiting komen ,de onzichtbare degeneratie bij beide ouders aanwezig ,zal in de nateelt dikwijls in zichtbaar als een gebrek terug te vinden zijn .Natuurlijk zullen niet alle vogels deze degeneratie verschijnselen laten zien ,slechts een deel van de jonge vogels zal met licht zichtbare ongewenste eigenschappen geboren worden .zoals bijvoorbeeld slechte bevedering, te klein ,slecht zicht ,en andere .De erfelijke eigenschappen smelten samen tijdens de bevruchting ,vanaf dat moment zijn deze eigenschappen verantwoordelijk voor het individu inhoudende dat mislukkingen tijdens de broedperiode ook de reden inteelt als oorzaak kan hebben.Als wij dan weten wat inteelt zoal voor mogelijke gevolgen kan hebben ,zal het duidelijk zijn dat wij dit nooit zonder bepaald doel mogen toepassen en eigenlijk kan er maar een doelstelling zijn .Het verbeteren van de goede eigenschappen en die vastleggen in de nateelt.

Kweekboek een must bij inteelt.

Een kweekboek is altijd noodzakelijk ,maar bij de inteelt nog veel meer belangrijk en noodzakelijk .Inteelt is aan de buitenkant van de vogels niet te zien ,ook niet voelbaar of tastbaar.Dus een erg nauwkeurig bijgehouden administratie is een aller eerste vereiste. Zo niet dan komen er in een later stadium onherroepelijk problemen .Bloedverwantschap hoeft overigens niet altijd met zekerheid ongunstig te zijn voor de nateelt.Het hangt er maar vanaf of alle erfelijke eigenschappen die beide ouders gemeen hebben en die dus samen komen bij de bevruchting ,gunstig of ongunstig zijn.Zo zijn we bijvoorbeeld er niets mee als de vogel mooi van formaat is goed van kleur ,maar erg schraal en slecht in de bevedering zit. De combinatie vader/dochter en moeder/zoon kunnen ,even als halfbroer/halfzus in goede omstandigheden voor een deel zeker goede resultaten zal opleveren. Maar gedegenereerde eigenschappen bij de ouders zijn niet altijd zichtbaar en als die latent verborgen ,dus wel aanwezig zijn ,vormen die vaak door samenkomst ,zichtbare degeneratie verschijnselen en zoals gesteld ,mogelijk misvormingen ,bij sommige vogels.Dus de vast stelling is hier ook dat de slechte eigenschappen die latent aanwezig zijn bij de ouders zich zullen manifesteren in de nateelt . Als er geen dringende behoefte is aan een hier eerder genoemd doel sluit dan de inteelt uit .Inteelt heeft uitsluitend zin als wij vogels bezitten met uitermate goede eigenschappen,die wij in de nateelt willen vastleggen ,dit stond ook in mijn artikel De kracht van inteelt Zonder twijfel is door middel van inteelt de kans dat bepaalde eigenschappen van de ouders in de nateelt terug te vinden zijn aanzienlijk aanwezig. Maar omdat dit niet uitsluitend geld voor zichtbare goede eigenschappen ,maar dus ook voor minder goede en slechte eigenschappen .Is dus inteelt met kwalitatief matige vogels niet aan te raden .De kans van het verkrijgen van gebrekkige jonge vogels moet men dan niet onderschatten het kan immers zo zijn dat wanneer twee voor een dezelfde nadelige factor verantwoordelijke erffactor tijdens de bevruchting samen smelten de geboren jonge vogels een gebrek of fouten hebben. Dit kan natuurlijk zichtbaar ,maar ook weer onzichtbaar zijn.Uiteraard kunnen ook weer de goede eigenschappen bij elkaar komen ,en dat men de goede eigenschappen zichtbaar maakt ,en dat is dan ons streefdoel..Dit is waar we met inteelt naar toe streven maar dit is alleen bereikbaar als we vogels bezitten met uitermate goede en sterke eigenschappen .Een goede kweek selectie is zoals ik al eerder noemde erg belangrijk bij de toepassing van inteelt is dit nog meer een must. We zullen zeer streng moeten zijn ten aanzien van gezondheid ,type vorm ,bevedering formaat ,eigenschappen kennen enz enz .Zien we iets over het hoofd dan kan dit nadelige gevolgen hebben voor de je nakomelingen ,en ook je stam in gevaar brengen.

De werking van de factoren.

Halfzijder

 

De werking van de factoren bij kleurkanaries.

 

Inleiding.

In alle vogelboeken over onze kleurkanaries komen we dit tegen de “NORMEN EN FACTOREN”.Deze zijn voor het eerst gebruikt door de Heren Taylor en Wagner. Veel later is de ons aller bekende HR Veerkamp er mee verder gegaan. Over deze factoren wil ik nu eens iets schrijven in het kort en op mijn eigen manier om dit bij u kwekers weer eens onder de aandacht te brengen, en voor de beginnende liefhebber een aanzet om hier eens verder studie in te gaan maken. Het zal duidelijk zijn dat als u hier verder mee wilt gaan ik u adviseer in de boekhandel te gaan zien, er zijn hier goede boeken voor te krijgen en ik beveel u ze dan ook van harte aan.Ik wil in dit artikel de aanzet ervoor geven.

ENKELE RICHTLIJNEN VOOR DE FACTOREN ZIJN o.a.:

Onze niet gemuteerde factor (wildvorm) wordt aangeduid met het + (plus) teken.
De dominant wildfactor geven we aan met een kleine letter.
De recessieve factor geven we aan met een hoofdletter.
Deze aangeduide dominantfactor of recessief factor, heeft wel alleen betrekking op het overeenkomstig     GEN op het ander chromosoom.
Aanduiding van de geslachtschromosomen zijn..:

x/x = voor de MAN.

    X/y = voor de POP.

Het deel teken is om de zaadcel en de eicel uit elkaar te houden en tevens om de gekoppelde factoren  aan te geven.
Bij een doorgetrokken deelteken zijn de factoren gekoppeld.
Bij een onderbroken teken vererven de factoren vrij TOV elkaar. Als we nog weten welke letter bij een     bepaalde factor hoort, dan is de zaak OK, dit is gemakkelijk gezegd of niet soms?. Maar begrijpelijk is dat     velen onder ons het er toch nog moeilijk mee hebben Ook ikzelf heb het er nog al eens moeilijk mee, daarom     ook dit artikel zodat deze stof bij mij ook nog opgehaald gaat worden.

We kennen nu al enkele symbolen NL ..:

X = De man.

Y = De pop.

We zullen nu systematisch verder gaan..:
1. De Enzymefactor

De enzymfactor is een verzameling van actieve organische stoffen, die weer andere stoffen helpen omzetten of splitsen, zowel versnellen en of vertragen. Men kan de enzymen dus een schakel noemen tussen oorsprong verder leven en ontwikkeling.Voor ons is deze zichtbaar in de kleurfactoren die onze kleurkanaries bezitten.

De enzymfactor: vererft onafhankelijk en is intermediair.

De wildvorm geeft men aan als E+

De mutant geeft men aan als E

Dus als beide factoren aanwezig zijn in een vogel, zal dit zichtbar zijn als BONT de bontvorm.Zoals ik al eerder schreef gebruiken we hoofdletters als.

De mutant E dominant vererft ten opzichte van de wildvorm E+
De wildvorm E+ recessief vererft ten opzichte van de mutant E

2. De Inofactor.

Deze factor belet de werking van het enzym dat verantwoordelijk is voor de vorming van het EU-melanine, maar is daar tegenover geen beletting van de phaeomelanine. Door deze eumelanine beletting ontstaan de rode ogen bij deze vogels.

De inofactor vererft onafhankelijk, het symbool is eenvoudig INO.

Het symbool van de wildvorm is INO+

“DE INO FACTOR IS GEKOPPELD AAN DE EZYM FACTOR”

We gebruiken nu weer kleine letters omdat:

De mutant INO recessief vererft ten opzichte van de wildvorm INO+
De wildvorm INO+ dominant vererft ten opzichte van de INO.

3. De Zwartfactor.

Deze factor in samen werking met de enzymfactor vormt voor ons het zichtbaar het zwarteumelanine in de bestreping op het rugdek de flanken pennen en donsveertjes. De hoeveelheid zichtbare zwarte eu-melanine is afhankelijk van de oxydatie graat die heeft plaats gevonden bij de vorming hiervan.Het symbool is u wel bekend, en is Z+ deze vererfd geslachtsgebonden en is gekoppeld aan alle factoren die op het geslachtsgromosoom X liggen.

We gebruiken kleine letters omdat.:

De wildvorm Z+ dominant vererft ten opzichte van de mutant Z (bruin)
De mutant z dominant vererft ten opzichte van de wildvorm Z+

4. De Bruinfactor.

Door deze mutatie zal het eumelanine dat bij de wildvorm zwart is niet verder oxideren dan bruin tot donker bruin. Dit is natuurlijk afhankelijk van de sterkte van deze oxidatie graad.Het symbool is Z de wildvorm Z+ deze vererft ook weer geslachtsgebonden, en is dus ook weer gekoppeld aan alle andere factoren die op het geslachtschromosoom liggen.

We gebruiken de kleine letters omdat.:

De mutant Z recessief vererft ten opzichte van de wildvorm Z+
De wildvorm Z+ dominant vererft ten opzichte de mutant Z

5. De eerste reductiefactor (opbleekfactor)

De agaat eerste reductiefactor, noemt men ook wel de opbleekfactor, dit is een kwalitatieve reductie deze belet de vorming van PHAEO -melanine in de toppen van de baarden. Grotendeels tot volledig. Wij kennen deze als de zichtbare lichte vleugelpennen bij BV de agaat en isabel.

Het symbool is RB de wildvorm is RB+ de vererving is geslachtsgebonden.

We gebruiken kleine letters omdat.:

De mutant RB recessief vererft ten opzichte van de wildvorm RB+
De wildvorm RB+ dominant vererft ten opzichte van de mutant RB.

6. De tweede reductiefactor ( pastelfactor )

De tweede reductie factor reduceert het eumelanine. Het is een kwantitatieve reductie, het aantal eumelanine staafjes wordt veel minder is het aantal per bepaald oppervlak. Dit is bij de groenen en de agaat (pastel) goed waar te nemen door de meer verzonken bestreping..Dit in tegenstelling tot de isabelpastel, daar is geen bestreping meer zichtbaar. En zijn de eumelanine en de phaeomelanine gelijk van uitzicht geworden (bij goede pastellen).Het symbool is RZ de wildvorm RZ+ de vererving is geslachtsgebonden.

We gebruiken kleine letters omdat.:

De mutant RZ recessief vererft ten op zichten van RZ+.
De wildvorm RZ+ dominant vererft ten opzichte van de mutant RZ.

7. De Mozaïekfactor.

Deze factor is geen mutant maar is in gekweekt via de kapoetsensijs. Het is dus een geslachts demorfistische verschijnsel. Het is ook een gedeeltelijke carothotiene beletter met voor ons het kenmerkend mozaïekpatroon.

Men kent hier in:

DE POP – TYPE 1.

DE MAN – TYPE 2.

De mozaïek factor wordt belet, in samenwerking met de intensief factor, de dominant wit factor en de ressesief factor.

Het symbool is M de wildvorm M+ vererving geslachtsgebonden.

We gebruiken kleine letters omdat..:

De mutant M recessief vererft ten opzichte van de wildvorm M+
De wildvorm M+> dominant vererft ten opzichte van de mutant M

OPM.: het symbool M gebruiken ze in feite alleen maar om aan te geven dat de vogel niet in bezit is van de Mozaïekfactor.
8. De Ivoorfactor.

De aanwezigheid van de ivoorfactor doet de carotine kleur veranderen van uiting. De kleur bepaald bepalende baardjes bevatten caratione de haakjes zijn kleurloos als gevolg van de cortex van de baarden. Daardoor wordt een onderlichtinval verkregen, dit is voor ons weer zichtbaar als een lichtere kleur van de caratione.Dit is zegt men ongeveer 50%. Deze is alleen zichtbaar bij de gele, rode en witte vogels.

Het symbool is SC de wildvorm SC+ de vererving geslachtsgebonden.

We gebruiken kleine letters omdat..:

De mutant SC recessief vererft ten opzichte van de wildvorm SC+.
De wildvorm SC+ dominant vererft ten opzichte van SC.

9. De Satinet factor.

Deze factor belet de vorming en ontwikkeling van de pheaomelanine maar tast de bruin en eumelanine niet aan .Het zwarte eumelanine wordt wel aangetast, het gevolg daarvan is de rode ogen Het symbool is RM (reductie melanine) de wildvorm RM+ .De vererving is geslachtsgebonden.

We gebruiken kleine letters omdat..:

De mutant RM recessief vererft t.o.v. de wildvorm. RM +
De wildvorm RM+ dominant vererft t.o.v. de wildvorm rm.

10. De Geelfactor.

Deze factor vormt de werking van de enzymfactor het geelcarotione in de bevedering van de vogels. Het oorspronkelijke geel van de wildvorm is zeer licht geel.

Het symbool van de wildvorm is G+ .De geelfactor vererft onafhankelijk.

Hier gebruiken we de hoofdletters omdat …:

De mutant G dominant vererft t.o.v. de wildvorm G+
De wildvorm G+ recessief vererft t.o.v. de mutant G.

Men onderscheid ook een enkele G/G + . En een dubbele geelfactor G/G.
11. De Roodfactor.

Deze factor is zoals men al weet in gekweekt via de kapoetsensijs. Dus met andere woorden deze factor is niet eigen aan onze kanaries. Deze roodfactor die we hebben in gekweekt, heeft het vermogen om via het voedsel en of drinkwater opgenomen lutiene om te zetten in rood-caratiode.Het symbool is R+ (het zal duidelijk zijn dat we geen mutant kennen)De vererving van de roodfactor is “onafhankelijk” en is dominant t.o.v. de wildvorm.
12. De Blauwfactor.

Deze factor heeft een kleurverdiepend vermogen, tevens heeft deze een remmende werking op de ontwikkeling van de bruine pheaomelanine en heeft een verbeterende werking op de eumelanine. Ter verduidelijking de blauwfactor zet de korrelvormige bruine pheomelanine om in staafvormige eumelanine.De blauwfactor heeft daardoor een bruinverdringend vermogen en geeft een verhelderende vetstofkleur.

De werking van de blauwfactor is “intermediaire”.

Het symbool is B.

De wildvorm is B+

De vererving is onafhankelijk.

We gebruiken hoofdletters omdat:

De mutant B dominant vererft t.o.v. de wildvorm B+
De wildvorm B+ recessief vererft t.o.v. de mutant B.

Men kent nog B/B = dubbele blauwfactor. B/B+ Enkele blauwfactor.
13. De Intensief factor.

Deze factor heeft een kleurverdiepend vermogen, en heeft een gedeeltelijk remmende werking op de groei (ontwikkeling) van de bevedering. Men kent hierin verschillende vormen. Deze zijn voor de kweek goed, maar voor de tentoonstellingen is er maar een gradatie goed.

Het symbool is I de wildvorm is I+ de werking is intermediaire.

De intensief factor heeft een onafhankelijke vererving.

We gebruiken hoofdletters omdat:

De mutant I dominant vererft t.o.v. de wildvorm I+
De wildvorm I+ recessief vererft T.O.V de mutant I

OPM: Indien we bij deze koppeling en kweek van deze factor dezelfde sterkte van de intensiviteit factor tegen voorkomt, dan is de kans zeer groot dat de kiem afsterft (letaliteitwerking) of dat men jongen krijgt met een slechte schrale beverding.
14. De Dominant wit factor.

Deze factor is een onvolledige carotine beletter dit is weer goed waar te nemen in de aanslag van de vleugel en staart pennen en zelfs op de schouder dekveren. De dominant witfactor belet de vorming van carotenoïde Maar tast de vorming van eumelanine niet aan. Dus deze factor belet het enzym dat zorgt voor de vorming van de carotine kleur zijn werking uit te voeren.

Het symbool is CB de wildvorm CB+ . Dominant wit vererft onafhankelijk.

We gebruiken hoofdletters omdat:

De mutant CB dominant vererft t.o.v. de wildvorm CB +
De wildvorm CB + recessief vererft t.o.v. de mutant CB

15. De Recessief wit factor.

De recessief wit factor is een volledige carotenoïde beletter deze laat geen enkel spoor van carotenoïde Deze belet de vorming van de melanine kleur totaal niet. Deze geeft ook een licht paarsachtige kleur aan het lichaam van de vogel.

Het symbool is CB de wildvorm is CB +

De recessief wit factor vererft onafhankelijk.

We gebruiken kleine letters omdat :

De mutant cb recessief vererft t.o.v. de wildvorm cb+
De wildvorm cb+ dominant vererft t.o.v. de mutant cb

16. De Opaalfactor.

Deze factor ook wel de structuur factor genoemd. Ten gevolgen daarvan wordt de kern van de bereddering zwaar gemelaniseerd de haakjes bevatten weinig of geen melanine. De kern is omgeven door en zone met holtes, deze geven een lichtbrekingsindex voor de blauwe lichtstralen.Deze veroorzaakt de blauwe schijn in de bevedering. De opaalfactor heeft een bruin belettende werking.

Het symbool is so

De wildvorm is so+

De opaalfactor vererft onafhankelijk.

We gebruiken kleine letters omdat:

De mutant so recessief vererft t.o.v. de wildvorm so+
De wildvorm so+ dominant vererft t.o.v. de mutant so.

Besluit.

Zoals u weet zijn onze kleur kanaries nog verder uitgebreid met de topaas en de eumo en nog enkele andere zijn in aantocht je ziet het staat ook in onze hobby niet stil we gaan vooruit.Ik weet dat vele onder ons denken ja deze formules zijn we toch wat te machtig ik verdiep me daar niet in. Toch beste kwekers is het noodzakelijk hier iets van te weten. Ik moet eerlijk bekennen ook voor mij zijn al deze formules niet even duidelijk. Maar ik denk als iedere kweker selectief te werk gaat in zijn kweek dat hij makkelijk deze formules kan leren van zijn soorten vogels die hij of zij kweekt. En dat hij dan zeker op de goede weg zit.Ik hoop met deze uiteenzetting u hiermee een aanzet te hebben gegeven. Wij doen het tenslotte toch maar uit hobby, en het op zo een manier het te leren is dubbel zo mooi. Misschien draagt dit artikel bij u hier aan mee.

De wetten van mendel.

ei new

De Wetten van Mendel.

Dit speelt in de natuur in mindere mate een rol dan bij vele VOGEL LIEFHEBBERS IN HET HOK. Deze kwekers zullen goed rekening moeten houden met de erfelijkheid van de vogels, daarom iets meer hierover.
Wat houd erfelijkheid in.Dit wil zeggen: het overbrengen van alle eigenschappen, die wij soms kennen, op de nakomelingen. Dit kunnen goede en ook slechte eigenschappen zijn. Deze laatste willen de vogelkwekers nu zoveel mogelijk vermijden. Ieder mens, dier of plant is opgebouwd uit miljoenen cellen, de voortplanting hiervan geschiedt door het samenkomen van een mannelijke zaadcel met een vrouwelijke eicel. Door die samenkomst wordt er weer een nieuwe cel gevormd. Deze cel is nu het begin van het nieuwe leven. De cel zal zich via natuurlijke weg gaan delen en elk van deze twee die hieruit ontstaan, zal dezelfde inhoud hebben als waaruit zij ontstaan zijn. Deze twee splitsen zich weer, deze weer en weer enz. Een gedeelte van deze cellen zal daarna de functie opnemen voor de vorming van beenderen, hoorndelen, huid enz. Deze cellen zullen ook de dragers zijn van de erfelijke eigenschappen. Ik veronderstel dat u al een redelijk inzicht gekregen hebt in do opbouw van de cellen. De grondlegger van de erfelijkheid was een monnik namelijk: “GEORGE MENDEL”. Hierover iets meer.GEORGE MENDEL werd geboren in 1823 in Oostenrijk. In 1843 trad hij in het Augustijner klooster. Hij studeerde toen nog fysica en natuurwetenschappen. Zijn geliefkoosd werk was vooral het probleem van de overerving van enkelvoudige kenmerken bij kruisingen (voornamelijk bij erwten en bloemen). Met het doel hier een nader inzicht in te krijgen, vatte hij in 1858 zijn groots experiment, dat zijn naam de onsterfelijkheid zou bezorgen. Zijn besluiten van zijn kruisingsproeven formuleerde hij in wetten, die heden ten dage nog van belang zijn voor de erfelijkheidsleer. De grootste verdienste van “MENDEL” ligt in het doorzicht dat hij in zijn experimenten toonde, temeer omdat in die tijd niets bekend was over chromosomen en genen. Zijn uitspraken werden toen ook volledig genegeerd. De publicatie in 1865 van zijn resultaten werden dan ook snel de doofpot in gestopt. Zeer teleurgesteld hield MENDEL op met zijn experimenten en wijdde zich voortaan nog enkel aan het kloosterleven. Hij overleed in 1884. Ongeveer 15 jaar later kwamen 3 onderzoekers, onafhankelijk van elkaar, tot dezelfde ontdekking als MENDEL. Deze 3 waren:

De Oostenrijker: VAN TSHERMAK

    De Duitser: CORRENS

    De Nederlander: DE VRIES

Uit respect en eerbied voor “GEORGE MENDEL” werd toen besloten de gevonden wetten als: “DE WETTEN VAN MENDEL” te betitelen.
Eerste wet

WET OP DE EENVORMIGHEID.
Een fokzuiver levend wezen gekruist met een ander fokzuiver levend wezen van dezelfde variëteit geven dezelfde fokzuivere levende wezens.

RESULTAAT:
100% fokzuivere identieke nakomelingen.
Tweede wet.

DE DOMINANANTIEWET.
Een fokzuiver levend wezen gekruist met een ander fokzuiver levend wezen van een andere variëteit geven niet fokzuivere levende wezens met het uitzicht van de dominerende variëteit.

RESULTAAT:
100% niet fokzuivere jongen.
Derde wet.

DE WEDERKERIGHEIDSWET.
De verwisseling van de kweekelementen, wat betreft het geslacht allen, leidt steeds tot dezelfde resultaten bij de nakomelingen. Met andere woorden: AA x aa of aa x AA geven telkens 100% A a of 100% a A.

RESULTAAT:
Bij de nakomelingen is A a echter identiek hetzelfde als a A.
Vierde wet.

DE SPLITSINGSWET.
Een niet fokzuiver wezen gekruist met een ander niet fokzuiver levend wezen van dezelfde variëteit, leidt tot nakomelingen van fokzuivere aard van de variëteit van de grootvader en de grootmoeder. Tezelfdertijd leidt ze eveneens tot nakomelingen van de variëteit van beide ouders.

RESULTAAT:
25% fokzuivere nakomelingen A A
50% niet fokzuivere nakomelingen A a of a A
25% fokzuivere nakomelingen a a
Vijfde wet

DE ONAFHANKELIJKHEIDSWET.
Een fokzuiver wezen gekruist met een ander fokzuiver levend wezen, maar verschillend in tweeërlei opzichten met het eerste, geeft aanleiding tot nakomelingen van dezelfde variëteiten als deze der ouders maar ook tot variëteiten van een heel andere samenstelling. AA bb x aa BB

RESULTAAT:
Een mogelijke samenvoeging van eigenschappen geven aanleiding tot het ontstaan van 16 mogelijkheden waarvan:
3/16 van ingezet type 1
3/16 van ingezet type 2
9/16 van nieuw type
1/16 van nieuw type
Samengevat.

Dus, de erfelijkheid is een natuurwet volgens dewelke de eigenschappen van de ouders en voorouders werden overgedragen op de nakomelingen. De wijze waarop deze over dragingen geschieden, noemt men de studie van de erfelijkheid. De studie van de erfelijkheid steunt op: “DE WETTEN VAN MENDEL” Het zal nu ook voor iedereen duidelijk zijn dat bij het kweken van onze vogels, we moeten weten welke dezelfde eigenschappen zijn van onze vogels, want een gedeelte van de eigenschappen van d vader en een gedeelte van de moeder krijgt het jong mee in de EERSTE EICEL. Dit is weer bepalend voor zijn uiterlijk. Hij zal dan ook bepaalde erfelijke eigenschappen meekrijgen van de beide ouders, die hij niet zal laten zien.
Bijvoorbeeld.

Hij kan een kleur meekrijgen van de moeder die sterker is dan die van de vader, waarbij moeders kleur zichtbaar wordt bij de zonen en de kleur van de vader verborgen blijft, maar dan wel in staat is ze later aan zijn nakomelingen door te geven.

We willen bv. een goede groene kanarie met een goede kleur en een goede fijne korte en symmetrische onderbroken bestreping met tussen die tekening een goede mooie heldere groene kleur. Dus zo weinig mogelijk bruin. We hebben echter vogels die teveel bruin laten zien, en dit bruin moet verdwijnen om goede vogels te verkrijgen.

Dan komt hier het punt “ERFELIJKHEID” weer naar voren. We zullen dan om snel een goed resultaat te kunnen behalen moeten weten welke erfelijke eigenschappen dit in de toekomst kan gaan verhinderen. Een goede kweekadministratie in uw kweekhok en uw kennis van de erfelijke eigenschappen van aangekochte vogels is van groot belang en dus ook de eerlijke oprechte gegevens van een vogel meegeven als men hem ruilt of verkoopt. Menig liefhebber zou hier sportiever voor moeten uitkomen, want eerlijk duurt ook het langst in de vogelsport. Ik hoop met dit schrijven ,dat de wetten van Mendel ook weer eens bij u onder de aandacht gebracht te hebben prachtig wat die man voor ons heeft uitgevonden .Daarom nog eens dit schrijven over de wetten van mendel.

Die onberekenbare blauwfactor

Zwart wit


Die onberekenbare Blauwfactor :

Wie van onze kleurkanarie kwekers kent deze factor niet, wie werkt er niet mee ,wie wordt er niet mee geconfronteerd .en wie gebruikt hem niet . Kortom dit is een factor die veel kwekers graag gebruiken ,maar weer andere hem liever kwijt zijn dan rijk. Het s erg moeilijk deze factor ,in gradatie,s vast te leggen ,hij blijft erg oncontroleerbaar,al moet ik toegeven dat er kwekers zijn die deze factor erg goed onder controle hebben ,en deze op hun juiste waarde in kweken.

De Blauwfactor ;

Ook wel citroenfactor genoemd of anders kortweg de Blauwfactor genoemd .Vroeger dacht men dat de blauwfactor ontstaan was uit een mutatie van de bevederings structuur .Deze stelling is ondertussen herzien,omdat men er achter is gekomen dat de wilde kanarie reeds van oudsher over een gemiddelde enkelvoudige blauwstructuur beschikte,die dan eerst,en later door selectieve kweek werd ontwikkeld tot waarden gaande van bijna nul ( – afwezig ) ,tot zoals we ze nu kennen bij Oa : de goede bruine kanaries, tot de blauwstructuur bij de hedendaagse goede vogels uit de zwartreeks.De klassieke blauwfactor vererft ook onafhankelijk ( autosomaal) en net zoals alle andere uit de selectieve  kweek ontwikkelde eigenschappen of factoren, onvolledig dominant .Hij treed slechts op na de eerste rui,en situeert zich hoofdzakelijk in de baardtoppen .van de contourveertjes Die baardtoppen van kanaries met blauwstructuur zijn niet hol ( ledig) zoals bij kanaries zonder blauwstructuur ,maar vol ,als een fijn korrelige massieve doorschijnende structuur, die zoals we verder zien precies door die constructie de eigenschap bekomt overwegend blauwe lichtstralen uit het lichtspectrum te kunnen bevoordelen. Veren ontwikkelen zich uit veerpapillen in de huid. In groeiende veren zit net zoals in beenderen ,merg ,veermerg ,dat in de eerste plaats zal dienen als voeding van de aangroeiende veer ,maar ook  ,en dat is voor ons kwekers van meer belang ,het transport zal verzekeren van de verschillende kleurstoffen ,die later in de veer zullen worden afgezet. Eenmaal de veer bijna volgroeid ,zal het merg zich terug trekken waardoor alleen nog de holle omhulsels van de afgestorven mergcellen in de veeras en baarden overblijven.Het terug trekken van het merg uit de veren betekend tevens ook dat er van dan af geen kleurstoffen meer getransporteerd kunnen worden naar de kleurbepalende veerbaarden ,zodat de kleur van een volgroeide bevedering nooit nog langs natuurlijke weg kan beïnvloed worden !!! Kanaries zonder blauwstructuur zijn de holle baardtoppen van de groeiende contourveertjes ook gevuld met merg waardoor de respectievelijke kleurstoffen onbeperkt tot in de baardtopjes kunnen doordringen. Bij kanaries met blauwstructuur kan dat dus niet omdat daar de baardtoppen ,zoals reeds aangehaald ,over een bepaalde afstand tot ongeveer 6 M/m bij maximale blauwstructuur massief zijn en zo dus het merg vroegtijdig wordt tegengehouden waardoor er ook geen kleurstoffen tot in de toppen kunnen doordringen. ( Bv bij vetstof en phaeomelanine )

De gevolgen :

De bruine phaeomelanine en in mindere mate ook de aanwezige vetstof welke beide hoofdzakelijk op die plaats in de baardtoppen voorkomen zullen van de blauwfactor werking het meeste hinder ondervinden ,en dus aanzienlijk wordt verzwakt. Een sterke blauwfactor zal massas bruine phaeomelanine uit de bevedering verdrijven en tzt ook de gele of rode grondkleur verzachten . Geel intensief wordt lichter meer citroenkleurig ,het rood word dieper en kan overlopen naar paarsachtige kleur.Door hun afwijkende constructie zullen de massieve baardtoppen van de contour veren bij kanaries met de blauwstructuur de blauwe lichtstralen uit het lichtspectrum bevorderen. Hoofdzakelijk de blauwe lichtstralen van het invallend licht worden door de fijne korrelvormige constructie in de baardtopjes opgenomen en gefuseerd ,verspreid als het ware tot een blauwachtige schijn . waarom nu alleen blauwe lichtstralen worden bevoordeeld en niet bv de rode of de gele ,komt gewoon door dat bepaalde delen in de structuur van de korrelige massieve baardtopjes overeenstemmen ,in de resonantie zijn met de blauw lichtstralen. Dit is op zich zelf niet zo bijzonder als het lijkt ,want ook bij de radio of Tv ontvangst ,waar we ook te maken hebben met elektromagnetische golven ,doet zich ongeveer hetzelfde voor .Ook daar moet om uitsluitend een zender te kunnen ontvangen ,het toestel ook op die bepaalde zender zijn afgesteld.

Kanarievogels met blauwstructuur zullen meer blinken en tzt ook verdonkeren van tint vooral wegens een beter doorkomende zwarte donsbevedering en de verhelderde ,versterkende invloed van de boven liggende baardtopjes van het geheel. Het is dus zeker niet zoals destijds algemeen werd aangenomen als zou het verdonkeren van de kleur zijn oorsprong vinden in een met de blauwfactor gepaard gaande omzetting van bruine phaeomelanine in zwarte eumelanine .Ook mogen we niet veronderstellen dat bij de kanarie,s met blauwstructuur alle baardjes van een  hetzelfde veertje de blauwstructuur in hun toppen zullen bezitten want naast eentje met, kan er ook entje zitten zonder blauwstructuur, ook weer afhankelijk van de sterkte van de factor aanwezigheid..En dat is maar goed ook ,want anders zou er van vetstofkleur vooral niet veel meer overblijven. Dat het Phaeo bruin nog iets zou verzwakken tot daar toe ,al moet ook daarvan nog een bepaalde optimale hoeveelheid in de bevedering aanwezig blijven om het geheel zo donker mogelijk te houden.De kleurbalans van zwarte eumelanine en bruine phaeomelanine vetsof (indien aanwezig ) de donskleur en een optimale hoeveelheid blauwfactor ,moet dus steeds in evenwicht zijn en blijven om bij deze vogels elke vorm van opbleking te helder worden van het totaalbeeld,tegen te gaan.

Nog even dit welke grondkleur men moet kiezen bij onze vogels in de zwartreeks de dominant of recessief ? De meeste kiezen voor de dominant ,omdat de veerschachten bij de recessieve vogels over het algemeen ,ook bij de bruine wit wat bleek uitvallen Maar dit hoeft niet altijd zo te zijn hoor.Want een ander probleem is bij de dominante zeker de gele aanslag onder controle gehouden moet worden ,maar ook dat hoeft geen onoverkomelijk probleem te zijn kennis van zaken en overzicht zal je hier zeker bij helpen ,en de keuze dominant of recessief factor gebruiken  vergemakkelijken. Je ziet dat deze onberekenbare blauwfactor veel kwekers voor verassingen brengt ,en het samen stellen van koppels erg moeilijk maakt ,of anders gezegd niet altijd laat zien wat we er uit of van verwacht hebben ,deze factor doet niet altijd wat we willen ,maar mits goede vogels waarvan veel bekend is en kennis ter zake blijkt tegenwoordig dat we deze factor heel goed kunnen gebruiken bij veel vogels ,maar bij andere is hij echt niet gewenst belangrijk is dat te weten ,en met je kennis van je vogels en wat geluk is de blauwfactor goed onder controle te houden.  Met dank aan Hr J Belien voor deze informatie tekst. Wout v Gils.

Vererving en voortplanting.

Deel 9 Fig 4

Vererving en voortplanting.                                                    Wout van Gils.

Inleiding.

Het begin van de erfelijkheidsleer ligt zoveel eeuwen achter ons niet meer te achterhalen is. We kunnen ons echter voorstellen dat de mensen in vroegere eeuwen hoofdzakelijk hun bestaan vonden in (al was het in onze ogen primitief) landbouw en veeteelt. Een goede opbrengst van land en vee was, en is nu nog, een zaak van leven en dood. De boeren stonden dan ook eigenlijk aan de wieg van de erfelijkheidsleer. Natuurlijk, in het begin niet bewust, maar men kwam er toch waarschijnlijk al wel vlug achter dat uit slecht zaad geen goed koren groeide en dat uit een klein en langzaam paard geen vurig strijdros geboren werd.Zo is men al vroeg begonnen met het selecteren en veredelen van planten en dieren. Dit ging vaak met teleurstellingen gepaard, omdat men alleen op het uiterlijk afging en geen idee had van wat er precies gebeurde. Lang heeft men gedacht, dat erfelijkheid en vererving een zaak van bloed was. Men stelde zich voor dat het bloed van het jong voor de helft bestond uit dat van de vader en dat de andere helft van de moeder kwam. Het bloed van het kind zou een mengsel zijn van het bloed van de ouders. Deze veronderstelling heeft een lang en taai leven gehad.Voordat we gaan denken over de erfelijkheid moeten we het eerst eigenlijk nog hebben over bevruchting. Ook dat is lang een raadsel voor de mens geweest. Het is door het onderzoeken van oude geschriften bekend, dat de Babyloniërs en Assyriërs de bloemen van hun dadel planten bestoven om er voor te zorgen dat er vruchten kwamen. Dat ze daarmee kunstmatige inseminatie bedreven is hun echter ontgaan. (Kunstmatige inseminatie is het langs onnatuurlijke weg bevruchten van een eicel). Ook de dierlijke voortplanting is lang een raadsel geweest. Men wist wel dat een geboorte vooraf gegaan moet worden door een paring, maar veel meer niet. Omstreeks 1670 werd een grote stap vooruit gedaan, door de ontdekking van de zaadcellen (spermatozoïden). Met de ontdekking daarvan had men echter de functie nog niet begrepen.Een lange tijd heeft men gemeend, dat het parasieten van de eicellen waren. Omstreeks 1840 werd algemeen aangenomen, dat de ontdekking, die men in 1670 had gedaan in feite de voortplantingscellen van het mannelijk wezen waren. De eigenlijke bevruchting van een eicel door een zaadcel werd voor het eerst waargenomen in 1854. U begrijpt dat vanaf toen pas een gerichte studie over erfelijkheid en vererving mogelijk was.
De geslachtsorganen van de vogels.

Wanneer we onze vogels goed kennen, kunnen we vaak aan de kleur van de veren of aan de vorm zien of we een man of een pop hebben. Vertrouwen we ons niet, dan pakken we hem of haar in de hand en blazen de veren rond de aarsopening of cloaca opzij en zien dan bij de man een uitstulping die we TAP noemen. Bij de pop is het uiteinde van het lichaam rond.Secundaire geslachtskenmerken.Het verschil in kleur en het verschil van vorm tussen mannen en poppen noemen we de SECUNDAIRE geslachtskenmerken of de kenmerken, die niet direct met de geslachtsorganen te maken hebben.Primaire geslachtskenmerken.De uitstulping of de tap bij de man en het ronde achterlijf bij de pop zijn PRIMAIRE geslachtskenmerken, of kenmerken, die direct betrekking hebben op de geslachtsorganen.

 

sexenmsexenp

 

De inwendige geslachtsorganen van de pop bestaan uit de EIERSTOKKEN en de EILEIDER. Als onze pop broedrijp wordt, groeien aan de eierstok de dooiers. Aan die dooiers wordt voordat ze zich losmaken van de eierstok, een eicel toegevoegd. De dooier, die zich losgemaakt heeft, zakt in de trechtervormige opening van de eileider en wordt daar eerst omhuld door een laag EIWIT. Op haar weg naar de uitgang wordt het ei ook nog voorzien van enkele VLIEZEN en tenslotte van een KALKLAAG, die het beschermt tegen beschadiging en snelle afkoeling. Wanneer het ei volledig is en de schaal stevig genoeg, wordt het door het samentrekken van de buikspieren naar buiten geperst via de CLOACA.
De man. 

De inwendige geslachtsorganen van de man bestaan uit de TESTES, dat is een moeilijk woord voor de klieren waar de zaadcellen ontstaan en de ZAADLEIDERS. In het voorjaar of door kunstmatige verlichting en verwarming worden in de testes zaadcellen geproduceerd. Deze gaan door de zaadleiders naar een soort opslagplaats of magazijn dat zich dicht bij de cloaca bevindt en kunnen dan door het samentrekken van bepaalde spieren uitgestoten worden
De bevruchting.

Menig serieuze kweker heeft in het voorjaar wel eens gemerkt dat er donsveertjes in zijn volière lagen en dacht dan aan een ontijdige rui en een verloren broedjaar. Bij meer ervaring bleek echter, dat deze donsveertjes een natuurlijk deel vormen van het broedrijp worden. De veren, die de pop verliest, komen van de buik. Deze wordt daardoor kaal en de pop die straks gaat broeden heeft daardoor een inniger contact met de eieren, waardoor de warmte overdracht van het lichaam naar de eieren wordt bevorderd. Door het uitvallen van de veren wordt ook daadwerkelijke belemmering voor de bevruchting uit de weg geruimd. Tijdens het bevliegen van de pop door de man, drukt deze zijn tap tegen de cloaca van de pop, door het samentrekken van bepaalde spieren bij de man, wordt het sperma, of anders gezegd de zaadcellen, bij de pop naar binnen gebracht. Deze hebben dan nog een lange weg voor de boeg. Ze moeten de hele weg door de eileider afleggen om bij de eicel te komen. Dit doen ze op eigen kracht, door het bewegen van hun staart. Zo’n zaadcel kunt U zich voorstellen als een klein kikkervisje

Erfelijkheid in de praktijk.

Deel 9 fig 1

Erfelijkheidsleer in de praktijk.                                                Wout van  Gils

 

Ieder nieuw leven ontstaat door een combinatie van een eicel van de vrouw en een zaadcel van de man. Deze eicel en zaadcel noemt men “VOORTPLANTINGSCELLEN”.

EICEL              = VAN DE VROUW      voortplantingscellen of gameten of genaden.

ZAADCEL        = VAN DE MAN

In sommige boeken vindt men ook “gameten” of “genaden”, welke synoniemen zijn voor de voortplantingscellen.In elke voortplantingscel bevinden zich een bepaald aantal draadvormige cellichaampjes (spiralen). Deze cellichaampjes zorgen voor de voortplanting van de erfelijke eigenschappen. Deze sterk gekleurde lichaampjes noemt men “CHROMOSOMEN”. Zie fig.1Chromosomen komt van het Griekse woord “CHROMO’S” (beeld – SOMMA (lichaam) wat betekent: – beeld van het lichaam, overdragers van het beeld van het lichaam. De chromosomen komen steeds in paren voor. Bij de mens heeft iedere heeft iedere cel 46 chromosomen. Bij de grasparkiet zijn er dat 26, de kleurkanarie 18, en bij de zebravink tussen 22 en 26.Aangezien de chromosomen steeds in paren voorkomen betekent dit, dat bij de mens er 23 paar chromosomen aanwezig zijn, waaronder er 1 paar chromosomen instaat  voor de bepaling  van het geslacht. Dit paar noemt men de “GESLACHTSCHOMOSOMEN”.

Bij de mensen en de zoogdieren wordt dit paar als volgt samengesteld:

– Voor een vrouwelijk wezen      :  x  x

– Voor een mannelijk wezen        :  x  y

Bij de vogels is dit juist het omgekeerde:            MAN           :  x  x

pop          :  x  y

De 22 andere paren chromosomen noemt men de “AUTOSOMEN” Vroeger beweerde men dat de cellen van de mens 48 chromosomen telden, maar wetenschappers  hebben vastgesteld dat de mens er 46 heeft (23 paren). Op hun beurt bevinden er zich op deze chromosomen de GENEN (Fig.2). Ieder gen is een eigenschap of gedeeltelijk beeld van het wezen.De chromosomen zijn dus de dragers van de genen. Als nu de zaadcel en de eicel zich verenigd hebben tot een nieuwe bevruchte eicel, noemt men deze zogenaamde bevruchte eicel, de “kiemcel”.Maar vooraleer de zaadcel en de eicel zich verenigen wordt het aantal chromosomen in ieder van deze cellen vooraf gereduceerd en tot 50% (de helft) teruggebracht. Wat betekent dat de kiemcel opnieuw het volledige aantal chromosomen bezit, bijvoorbeeld:

Bij de mensen  :           zaadcel  :  46 chromosomen, – na reductie 23

eicel       : 46 chromosomen, – na reductie 23

samen        46 chromosomen.

De kiemcel is ook de allereerste cel van ieder nieuw lichaam, hetzij bij de mens, dier of plant.Ze worden dan ook wel eens de eerste lichaamscel genoemd. Deze kiemcel (eerste lichaamscel) gaat zich op een bepaald ogenblik splitsen  in twee lichaamscellen. Voordat deze splitsing gebeurde deed zich echter ook een splitsing voor van alle aanwezige chromosomen in de kiemcel (fig. 3 + 4).In iedere nieuwe lichaamscel is hetzelfde aantal chromosomen aanwezig als in de eerste lichaamscel (KIEMCEL). De 2 nieuw gevormde lichaamscellen gaan zich nadien ook splitsen zoals de voorgaande en gaan  4 lichaamscellen vormen. Deze 4 gaan zich eveneens splitsen en vormen er 8, enz. Deze almaar door ontdubbelen van de lichaamscellen betekent de groei van het levend wezen. Wanneer alle lichaamsdelen volledig gevormd zijn, gaan deze cellen zich groeperen onder verschillende aspecten, die dan de schors, het loof, het hout, de vruchten, enz bij onze planten.Bij mens en dier groeperen de cellen zich ook onder andere verschillende aspecten en vormen, zoals de huid, het haar, de spieren, het bloed, de beenderen enz.

Opmerkingen.

Zoals mijn uiteenzetting al aangeeft in Vogelvlucht, wil ik bij dit hoofdstuk toch nog iets aanhalen, wat de ervaren kweker natuurlijk allang was opgevallen. Ik wil deze punten toch nog even ophalen. Ook later in deze uiteenzetting, bij het hoofdstuk begrippen, komen ze nogmaals naar voren, maar hier zullen ze zeer zeker even moeten vermeld worden.

A)    HOMOZYGOOT               = FOKZUIVER

B)     HETEROZYGOOT           = FOK ONZUIVER

C)    LETHAALFACTOR           = DODELIJK (bv. 100% intensief  x  100% intensief)

D)    DOMINANT                    = OVERHEERSEND

E)     RECESSIEF                   = TERUGTREDEND

F)     INTERMEDIAIR              = MIDDEN HOUDEND

G)    FACTOR                        = EIGENSCHAPPEN DIE WE TERUGVINDEN (gen)

H)    CROSSING OVER           = SCHEURING en OVER KRUISEN van CHROMOSOMEN

I)     GESLACHTSGEBONDEN VERERVING.

J)     NIET GESLACHTSGEBONDEN VERERVING.

Een pop kan nooit verervend of split zijn, of voor een eigenschap die gebonden is aan het geslacht. De man kan dit echter wel zijn.

Dit zijn enkele begrippen die de ervaren kweker meer zal tegenkomen en gebruiken, maar toch ook zeer voornaam zijn voor de gewone liefhebber, die beslist al deze begrippen eens moet opzoeken en bestuderen. Er zijn hiervoor een groot aantal boeken te verkrijgen. Ik ga er hier dus niet verder op in omdat zoals al in het begin vermeld heb, het geheel eenvoudig en begrijpelijk te willen houden. Ik denk dat het na het enkele malen doorlezen van dit artikel het je allemaal wel meer duidelijkheid heft bijgebracht .Dan is mijn doel ook bereikt het gaat je goed met je vogels. Van Gils Wout.

Erfelijkheid moeilijk lees dit eens.

tt uitslag


Erfelijkheidsleer moeilijk? Lees dan dit eens!        Wout van Gils.

Voor degenen die de erfelijkheidsleer niet willen leren ,en of te moeilijk vinden .Zijn hier een aantal punten die het voor hen toch begrijpelijk maken. En misschien de aanzet geven om het toch te leren ,als is het alleen maar die factoren die voor hun vogels belangrijk zijn. De poppen kunnen alleen onafhankelijke factoren vererven factoren zoals Opaal,Phaeo,Topaas,Eumo,Onyx   Rec Wit .

  1 Poppen die Ivoor ,Zwart ,Bruin ,Isabel ,Pastel ,en Satinet vererven bestaan niet .

  2 Paspertou betekent ,zwart van uitzicht ( Zwartgeel , Zwartwit ,zwartrood) En zwart agaat

     Bruin ,en isabel verervend .Deze mannen geven hun kleur door aan hun dochters.

  3 Passe-partout mannen ontstaan door kruising van Agaat*bruin of Bruin * Agaat

    of Zwart * iIsabel  Isabel * Zwart.

  4 Passe-partout poppen bestaan niet. Dit is een duidelijke zaak.

  5 Een Ivoor ,Pastel of Satinetman x een klassieke pop geeft dochters die ook Ivoor – Pastel

     of satinet verervend zijn. Deze zonen zijn Split voor deze factor.

  6 Uit een klassieke man (Zwart,agaat,Bruin,Isabel) met een satinet pop zal nooit een satinet jong

     geboren  worden ,alleen als de vader ook satinet verervend is.

  7 Isabellen die Zwart,of agaat en of bruin verervend zijn bestaan niet ,even als bruinen

      die Zwart of  agaat verervend .

  8 Ook een Agaat man kan geen Zwart of Bruin vererven.

    9 Uit twee bruinen kan een Pheao geboren worden ,en ook een Opaal.

    10 Uit twee gelen kan een Recessief witte vogel geboren worden.

    11 Deze twee vorige kunnen als zowel de man als de pop deze factor met zich meedraagt.

    12 Vogels die dominantwit vererven bestaan gewoon weg niet ,bezit een vogel deze factor

        dan zal hij die ook uiterlijk laten zien.

Misschien dat deze bovengenoemde  kreten u toch de aanzet geven om toch eens wat dieper in deze Erfelijkheids leer te gaan duiken.Ik wens je veel succes  W.van.Gils .

Geschiedenis en ontstaan van de kanarie.

kan jong


 

Geschiedenis en ontwikkeling van de kanarie.

 

De Cirinus Canarius.                                                                     Wout van Gils

Over de ontwikkeling van de kanarie zijn diverse verhalen te vinden dit is er een van ,het welke we als correct moeten aannemen is niet te zeggen ,maar er komen toch diverse details overeen ,het geeft toch een vrij reëel overzicht weer.Een van de meeste voorkomende verhalen is het volgende Er zou rond 1402 een Franse matroos op de Canarische Eilanden aan de westkust van Afrika (in de diverse eilanden groepen ) OA : Tenerife ,Grand Canaria Palm enz een inlands meisje hebben leren kennen en is daar mee getrouwd ,hij heeft daar ook de eerste wilde kanarie ontdekt .Zijn Naam was Jean de Bethancourt die leefde grotendeels van de landbouw en visvangst .In zijn vrije tijd kooitjes bouwde en die met kanaries bevolkte en naar Spanje liet overbrengen . Zo zou dus Spanje de eerste kanaries hebben ontvangen .Dit is een van de vele veerhalen .Maar wel staat vast dat in de zestiende en zeventiende eeuw al op veel plaatsen kanaries werden gekweekt.

Ook mooi is het verhaal dat de Spanjaarden in de vijftiende eeuw de handel in kanaries zeer straf in eigen hand hielden en alleen mannetjes uitvoerde naar Italië en Zwitserland ,maar ook hier gong hety mis en is er toch een popje bij een persoon te recht gekomen en die is daar weer verder mee gaan kweken..Ook het verhaal dat een Spaans schip dat op weg naar Livorno door een storm verrast werd op de kust bij Italië De lading bestond voor een groot deel uit kanaries ,de matrozen hebben deze los gelaten op Elba. Ook het volgende is zeer zeker weer de moeite waard om een inzicht te krijgen over het ontstaan van de kanarie.

Sirinus Canarius.( de kanarie.
Op de Kanarische eilanden en Madeira leeft een tamelijk onooglijk vogeltje. Het is olijfgroen van kleur met een grijsbruine streep tekening. De Kanarie ! Serinus Canarius.De man heeft iets meer geel in het gevederte, maar over het algemeen.zijn beide geslachten vrij donker en onopvallend van kleur. Dit zijn de voorouders van onze in onvoorstelbare aantallen zang, kleur en postuurrassen gefokte en tot huisdier geworden kanaries. De hele ontwikkeling heeft ongeveer 500 jaar geduurd. In 1478 namen de Spanjaarden bezit van de Kanarische eilanden; de boven genoemde vogel werd door de Spanjaarden spoedig waargenomen, vooral hun lieflijke en afwisselende zang viel hen op.De wilde kanarie is een boomvogel, die zich bij voorkeur in de cipressen ophoudt en daarin buiten de broedtijd in kleine en grotere troepjes overnacht. Gedurende de broedtijd zonderen de paren zich af om hun broed plaatsen in de altijd groene planten en struiken te betrekken, die dan door de mannetjes heftig worden verdedigd.Het kunstzinnig gebouwde nest, bestaat uit witte plantenwol. Het voedsel bestaat uit kleine zaden, bladknoppen en groene scheuten terwijl tijdens de opfok van de jongen ook graag kleine insecten worden genuttigd. Enkele honderden jaren geleden was de gefokte kanarie een soort Status symbool. Menige patriciërsfamilie bezat een kanarie, waarvoor toen een stevige prijs werd betaald.De kanarie was een weelde artikel.Op zon en feestdagen zat de vrouw des huizes met de kanarie op haar rechterwijsvinger in haar prachtige vertrek, om op deze manier bezoek te ontvangen of zich te laten schilderen zoals oude familieportretten ons laten zien.De kanariekwekers waren doorgaans mensen van de werkende klasse.In Duitsland waren het vooral de arme bergbewoners uit de Harz, die de kanariefok als liefhebberij en als bijverdienste bedreven. Sedert eeuwen zijn miljoenen kanaries uit keukens en dakkamertjes, schuurtjes en hokjes van de Harzer kanariefokkers over de hele wereld vervoerd. In het begin van de 17de eeuw werden vogels van uit Duitsland in Engeland ingevoerd.Zeer spoedig werden deze vogels gekruist met Engelse zangvogel soorten, want ieder land sloeg binnen niet al te lange tijd een eigen zangrichting in. Hoe ontstond nu uit de groene kanarie, die tegenwoordig over de gehele wereld een begrip is geworden, de gele kanarie ?Het was geen plotselinge kleur verandering, maar een zeer lange ontwikkelingsweg.Bij de kweek verschenen soms lichte staart en vleugelpennen. Deze vogels paarde men onder elkaar, hieruit kreeg men geel bonte kanaries. Later kreeg men zelfs helemaal gele, die nog steeds erg in trek zijn. De fokkers in het Harz gebergte hebben de bonte vogels lang geprefereerd, omdat ze meer weerstand bezitten en nog beter zouden zingen dan de gele kanaries. De kopers verlangden steeds meer gele kanaries en zo werden de kwekers als het ware gedwongen gele exemplaren te fokken. In andere landen liep de fokrichting geheel anders. Hervieux de Chanteloup onderscheidde in 1709 al niet minder dan 28 verschillende kanarie kleurslagen in Frankrijk. Er bestonden toen reeds naast de groene, gele en bonte vogels ook al witte, agaatkleurige en kaneel bruine De zogenaamde rode kanaries verschenen pas in de 20ste eeuw door in kruising van de Kapoetsensijs, waardoor de kleurkanarie fok naast de zangkanarie fok een zeer belangrijke plaats ging innemen. De Engelse, Nederlandse en Belgische kanariefokkers legden zich eveneens toe op zeer merkwaardig gevormde en Gevederde kanaries, zodat een nieuwe tak in de kanariesport ontstond.  De POSTUURKANARIE deed zijn intrede.

Het kweekboek niet te missen.

bookwormwht

Kweekboek je kan niet zonder !!                                                     W.v.Gils.

Om te gaan schrijven hoe belangrijk het houden ,maar vooral onderhouden van een kwekboek is zal iedereen wel weten ,of ik stel het nog anders moeten weten.Wees eerlijk al hoe goed we het ook denken bij te houden ,soms zoeken we naar een ringnummer wat we niet kunnen vinden ,vergeten op te schrijven ,of wat dan ook ,of nog anders we vinden de ring nummer wel ,en de kleur komt helemaal niet overeen ,,eitje verwisseld of is en dode jonge vogel niet  opgeschreven ,en het ring nummer uit het bestand gehaald .ziek kooikortom er komen ondanks dat nog vergissingen voor.Maar we moeten dit voorkomen ,door aandachtig te blijven ,zeker als we en wie wil dit niet een goede stam willen gaan opbouwen ,dan zullen we alles goed moeten blijven noteren..Zowel de goede ,minde goede als slechte eigenschappen.Tegenwoordig zijn er schitterende kweekprogramma,s op de computer ,en er is heel goed en overzichtelijk mee te werken,maar weet wel een kweekboek hoort thuis in je kweekhok ,daar moet alles genoteerd en beheerd gaan worden in eerste instantie ,later moet je dit gaan verwerken in je Pc programma .He is later ook makkelijker bij eventuele verkoop dat je direct kunt zien waar de vogel uitkomt,en niet steeds naar je computer moet lopen ,maar na de kweek kun je natuurlijk ook je bestand uitprinten ,en dan heb je ook je overzicht.Maar bij  en in de kweek is het raadzaam ,tijdelijk alles te noteren in je kweekboek.

Wat moet men zoal noteren in je kweekboek : Oa : 

  – Het Kweekjaar “

  – De kleur van de man en pop ,incl de verervende factoren als deze er zijn.
  – Het ringnummer /  jaartal en de afkomst .
  –  Eventuele opmerkingen van de vogel , ( die je belangrijk vindt en nodig zijn )
  –  De datum van het koppelen.
  – Het hok nummer.en het Ronde nummer ( Bv eerste kweekronde )
  –  Het aantal eieren gelegd.en het uitgekomen aantal eieren.
  – Datum van aanvang broed .en datum van uitkomen van de eieren.
  – Een kolom om de ring nummers van de jonge vogels in te vullen.
  – Notitie van de kleur van de uitgekomen jongen.nota man op pop ,als je dit al kent.
  – Al de bijzonderheden over het nest,voederen ,groeien ,kleur ,bouw ,enz enz.

 

Het kunnen allemaal korte maar krachtige kreten zijn ,maar ze moeten voor je wel allemaal duidelijk herkenbaar zijn ,en van waarde ,ieder heeft daar toch wel op zijn manier behoefte aan .Maar zorg wel dat je nog weet wat je bedoeld hebt las je dit gaat inbrengen in de Pc ,of dat je later in het boek kijkt en je weet niet meer wat je bedoeld hebt. Weet wat je doet ,is belangrijk bij het kweken van vogels .Succes Wout van Gils.

Homezygote en Hetrozygote.

Isabel en bruin rood

 


 

Homozygote en Hetrozygote:                                           wout van Gils.

Er bestaan talloze vogels die naast hun uiterlijke kleur ook nog verborgen kleuren bezitten. Dergelijke vogels krijgen we gewoonlijk als we twee niet zuivere vogels met elkaar laten kruisen, zodat de jongen een palet van kleuren (zichtbaar en onzichtbaar) vertonen. Zo’n onzuiver verervende vogel wordt een heterozygote vogel genoemd, een term die voor ons evenwel erg doorzichtig moet zijn. We zien hier overduidelijk het woord ‘zygoot’ in terug, en aangezien we weten dat een zygoot een bevruchte eicel is, behoren we alleen ietwat dieper door te denken en ook dit woord zal ons voortaan zo duidelijk als glas zijn. Zygoot is een bevruchte eicel of – en dit mogen we in dit geval gerust opmerken – een bestanddeel dat voor de bevruchting heeft gezorgd en zich nu verder zal ontwikkelen tot een volwaardig individu. Nu zijn er in de zygoot eigenschappen die bepalend zijn voor het uiterlijk van het dier. Tijdens het samen smelten van de eigenschappen van man en pop (die in ons geval dus beide niet gelijk in kleur waren) zullen er dus bepaalde bestanddelen wedijveren om de eerste plaats; de teruggedrongen kleuren (en andere kenmerken) blijven echter wel in de zygoot aanwezig en bij eventuele samenvloeiing van meerdere van zulke teruggedrongen eigenschappen (bijvoorbeeld later bij paring) heeft men kans, dat eens teruggedrongen kleuren en of eigenschappen in een van de volgende generaties weer uiterlijk waarneem baar kunnen zijn.

We kennen  hoe kan het ook anders – het tegenovergestelde, namelijk zuiver verervende vogels of homozygote vogels. Deze vogels zijn dus beslist fokzuiver voor een bepaald kenmerk. Hebben we derhalve een paring die zgn. homozygoot is, dan bezit deze vogel ook geen andere eigenschappen of kenmerken welke niet duidelijk zichtbaar (aan het uiterlijk dus) zijn waar te nemen. En, hierbij uitgaande van het feit dat u het bovenstaande allemaal goed heeft begrepen, kunnen we eventjes flink in onze theorie opschieten en met een ogenschijnlijk rare bokkesprong pardoes verklaren dat zowel een heterozygote als homozygote kanarie er precies hetzelfde kunnen uitzien (ik zeg ‘kunnen’, omdat juist de uitzonderingen de regel bevestigen, zoals een wijs spreekwoord ons dat leert).Een homozygote zwart gele vogel (ik spreek hier even in het algemeen en heb dus niet speciaal een kanarievogel op het oog!) bezit enkel de kleur groen, terwijl een onzuiver (of meervoudig) verervende vogel wel groen (in meer of mindere mate) kan zijn, maar daarenboven nog verborgen en dus niet zichtbare kleuren (of kleur) bezitten (bezit); kortom, aanleg heeft een bepaalde, voor ons vaak onbekende kleur, bij paring over te geven op het nageslacht. Ik zeg ‘onbekend’, omdat de vader en de moeder van deze heterozygote vogel wel uiterlijk groen zijn geweest, maar ook verborgen kleuren (dus niet raszuiver) hebben gehad. Het spreekt dan ook vanzelf, dat wanneer we twee homozygote vogels met elkaar kruisen (homozygoot voor dezelfde kleur, zoals dat voor vele kanaries, behalve de intensief vogels, wordt gedaan; denkt u hier even dat intensief x intensief de letaalfactor brengt die dodelijk kan zijn), we ook zeer zeker kleurzuivere vogels mogen verwachten: agaat x agaat (beide homozygoot uiteraard) levert dan ook voor honderd procent agaat mannetjes en agaat popjes; dat kan eenvoudig niet missen, daar het mijn inziens toch duidelijk is dat de oude vogels geen kleur kunnen doorgeven aan het nageslacht, die ze zelf niet bezitten; de vogels, de ouders dus, zijn zuiver verervende dieren en dientengevolge mogen we ook zuivere jongen van die kleur verwachten en wel voor honderd procent (ook de jongen zullen op hun beurt eveneens zuiver verervend zijn).In dit verband mag ik misschien ook kort verklaren wat we verstaan onder een mutatie, een woord dat in dit boek nogal eens wordt gebruikt. Als er plotselinge veranderingen optreden in kleur en of vorm van een dier (of plant) die niet erfelijk te verklaren zijn, spreken we van een mutatie. Door veranderingen, waarvan de oorzaak (meestal) onbekend is in de erfelijke samenstelling, dus in de samenstelling van de chrornosomen, kunnen er plotseling kleur en lof vormveranderingen optreden. Het kan soms ook opzettelijk teweeggebracht worden, maar meestal komt het bij onze amateur fokkers plotseling en spontaan voor de dag. Wat een boffers zijn we dan!U mag mutatie niet verwarren met ‘modificatie’. Dit laatste is heel wat anders. door bepaalde ‘kleurvoeders’ toe te dienen, waarin bepaalde stoffen zijn toegevoegd of vaker nog, waarin bepaalde stoffen ontbreken (vooral vitaminen en chemicaliën), kunnen ook veranderingen optreden. Maar deze verdwijnen weer als de normale voeding wordt gegeven, zonder dus die bewuste ‘kleurvoeders’ (denk in dit verband aan het intensieve rood bij de rode kanaries, dat veelal wordt verkregen door ondermeer het verstrekken van wortelnat in het drinkwater of van andere preparaten die men kant en klaar in elke vogelwinkel kan kopen).Mutaties kunnen, en zullen vaak, erfelijk zijn; dat is een groot verschil met de modificatie, waarbij erfelijkheid niet aan de orde komt, daar zij immers ‘kunstmatig’ is te weeg gebracht.

Overigens zal het gebruik van inteelt bij het optreden van mutaties vaak noodzakelijk zijn. Dat wil dus zeggen dat de mutant wordt teruggekruist op vader of moeder om zo te proberen een mutatiestam op te bouwen, want u begrijpt dat de ouders van een mutatie natuurlijk mede aansprakelijk zijn voor het optreden van een mutatie, of althans in heel wat gevallen. Is de rnutant een popje en is de vader aansprakelijk te stellen voor de mutatie, dan zijn we in één ronde klaar als we hier inteelt toepassen (vader x dochter).

 

Hebben we wat pech en is mama de ‘oorzaak’, dan zal de weg één keer zo lang worden; we kruisen eerst vader x dochter, en een ‘zoontje’ uit deze verbintenis wordt teruggeplaatst op de eerste pop, dus oma voor deze kleinzoon; u zult zien dat we dus bij de tweede maal wederom mutanten zien verschijnen. Derhalve kan inteelt dus heus wel nuttig, ja, soms noodzakelijk zijn, maar anders zou ik het toch maar liever achterwegen laten, waar we tenminste voorkomen dat onze stam degenereert tot minder waardige vogels!

Ino,s in de vetstof reeksen.

 

LutinoalbinoRoodivoor Rubino schimme


Ino’s in de vetstofreeks                                          wout van Gils.
INLEIDING:                                                                                                        

Deze vogelsoort zien we de laatste jaren steeds meer opkomen niet alleen in de kanarie soorten maar ook in alle andere vogelsoorten. Zeker de albino en lutino,s zien we steeds meer opkomen, dit in combinatie met andere kleur factoren. Wat betreft de rubino deze vogels ziet men ook meer maar het kweken van deze soort blijkt toch wat meer problemen te geven. Ik ben ook enkele jaren met deze kleurslag bezig geweest maar ik heb ook moeten vaststellen dat bij deze vogelsoort de moeilijkheden toch iets groter zijn. Maar nu iets meer over de INO,S in het algemeen.In deze groep kent men twee soorten. Een groep vogels waarbij men een bruine omzoming en rode ogen laten zien. Deze vogels komen dan ook uit de groen of bruin serie. Ze zullen dan ook een schub tekening laten zien, mooie bruine omzoming in de pennen en rode ogen.De ino factor die gekweekt is in de agaat of isabel serie. Deze bezitten geen zwart(eumelanine) en bruin (pheamelanine) meer. Door deze afwezigheid zijn het nu bijna vetstof vogels geworden. Bij het opblazen van deze vogels kan men een nog iets of wat donkere dons waarnemen, dit geeft dan ook een indicatie van de fokzuiverheid van deze vogels.Door het in kweken van andere pigmentreducerende factoren, is het de kweker gelukt ook dit laatste restje Pheamelanine eruit te kweken en zo deze prachtige vogels er uit te kweken. Over deze vogels iets meer.Het zal voor de meeste kwekers duidelijk zijn dat men niet alle INO,s zal verkrijgen door het in kweken van de ino factor. Ook de satinet factor kan hier een grote rol inspelen, maar daar wil ik op een volgende keer eens op in gaan. In het algemeen kan men stellen dat “ONAFHANKELIJK VAN DE COMBINATIE VAN FACTOREN” die voor de uiterlijke verschijningsvorm verantwoordelijk zijn, zullen al deze vogels in hun gehele bevedering, inclusief de donsveertjes geen pigment meer laten zien, en rode ogen hebben. Ook al zijn in deze vogels verborgen factoren aanwezig, toch is met gerichte en strenge selectie en kweek. Zijn de INO,S in de vetstofreeks zodanig te kweken dat er uiterlijk totaal geen pigment meer zichtbaar is. Dit houd wel in dat men een rubino – lutino – albino niet altijd een fokzuiver vogel is. Men noemt dit met een moeilijk woord: “PARTIEEL ALBINISME” Met andere woorden een gedeeltelijke ontbreken van eumelanine en of pheaomelanine.

VOGELSOORTEN IN DE INO REEKSEN. 

ALBINO..: Vogels met witte grondkleur(met of zonder schimmel)
LUTINO..: Vogels met gele grondkleur(met of zonder schimmel)
RUBINO..: Vogels met rode grondkleur(met of zonder schimmel) 

ALBINO. Kent men met de dominant en recessief wit factor met of zonder schimmelfactor en of ivoorfactor.
 LUTINO.    Geel lutino Ivoor lutino met of zonder schimmelfactor.
RUBINO.    Rubino intensief -Ivoor rubino dit weer met of zonder schimmelfactor. 

VERERVING INOFACTOR.

De inofactor is terughoudend tegenover elke pigmentkleur, heeft een vrije vererving. Het is een recessief factor die geheel onafhankelijk vererft. Deze kan dus alleen te voorschijn komen als de factor dubbel aanwezig is dus ofwel zichtbaar is op in split vorm.

ENKELE KOPPELINGSMOGELIJKHEDEN ZIJN.

1      INO x INO = 100 % ino (niet al te zeer aan te raden)
2     INO x NIET INO = 100 % split ino.
3     INO x SPLIT INO = 50 % split ino 50 % ino
4     SPLIT INO x SPLIT INO = 50 % split – 25 % ino – 25 % niet ino.
5     SPLIT x NIET INO = 50 % niet ino 50 % split ino.

Over het kweken van ino,s via satinet en of pheao kan maar is veel moeilijker en vraagt meer kennis.

BEOORDELEN VAN INO,S.

Al deze vogels hierboven beschreven zullen worden beoordeeld naar de standaardnorm zoals deze is uitgegeven voor deze vogels. Of de vogels nu over ino en of satinet gekweekt worden speelt geen enkele rol. Kortom welke factor er ook verantwoordelijk is dit doet tijdens het keuren totaal niets ter zaken. Alleen de kweker kan hierover zekerheid verstrekken, en ook dat is nog niet altijd zeker. Ik herinner me hierover nog een aangename discussie in een van mijn voordrachten enkele jaren geleden, tussen een oudere en een jongere kweker. In deze groep zijn zeer mooie en prachtige resultaten te bereiken, ik wil deze vogels zeker aanraden bij de meer ervaren kweker. Zeker de albino is een mooie en dankbare vogel indien met overleg en kennis gekweekt. Maar dit is natuurlijk een kwestie van smaak zie maar eens naar de rubino en of lutino.

VERZORGING VAN DEZE VOGELSOORT.

Zoals je hebt kunnen lezen en of al zelf vastgesteld tijdens je keek dat deze soort moeilijker is te kweken dan menig ander soort vogel. Vooral het groot brengen der jongen geeft wat meer moeilijkheden. De vogels zijn de eerste dagen wat zwakker dan de gewone Bv klassieke soorten en als deze gelijktijdig in het nest liggen worden de ino,s graag aan de kant gedrukt door deze iets sterkere vogels. Daarom zullen de meer ervaren kwekers de ino,s als het mogelijk is zoveel mogelijk bij elkaar leggen om bovenvermeld probleem te voorkomen. Ook moet men vermijden dat de vogels teveel aan zonlicht (scherp licht) worden blootgesteld dit kan leiden tot oog ontsteking en of slechtziend of totale blindheid tot gevolg. Het zelfstandig worden van de vogels vergt in zijn totaliteit ook enkele dagen meer, dus de jongen langer bij de ouder vogels laten zitten de ino,s plaatsen in de rustperiode en of overgangsperiode in een grote volière kan ook gevaarlijk zijn door het iets minder gezichtsvermogen van deze vogels zeker in combinatie met fel licht. Verder hoeven er voor deze vogels wat betreft de verzorging geen problemen te zijn.ENKELE STANDAARD GEGEVENS.

    ALBINO.

Deze vogel moet zuiver en helder wit van kleur zijn. In combinatie met de recessief factor. Geen enkel spoor van aanslag De dominant wit factor mag een miniem aan aanslag laten zien in de vleugelpennen. Beide vogelsoorten mogen geen enkel spoor van pigment laten zien in de dons en of totale bevedering. De hoorndelen licht vleeskleurig. Daar de kleur van de vogel erg eenvoudig is namelijk “WIT” zal de keurmeester hier erg streng zijn accent op leggen met name op de zuiverheid, helderheid en reinheid van de vogels.

    VOORKOMENDE FOUTEN.
    Niet helder wit,OA dof,geen glans,niet helder wit,vuil enz
    Vuil boven de snavelbasis-stuit hoorndelen-vleugelpenen.
    Bontvorming in bevedering en of hoordelen.
    Ruwe en of te lange bevedering, niet gesloten bevedering.
    Te veel aanslag vleugels. zelfs op schouders, staart.
    Te klein, opening aan oogstreek, los in flanken.
    Kopje niet mooi rond te smal of andere vorm fouten.
    Fel witte pootjes (te kort vitamine A)

LUTINO INTENSIEF.

Een zuiver gele kleur en rode ogen, gelijkmatig verdeeld over heel het lichaam. Goed doorgekleurde vleugel en staartpenen. (iets lichter bij jonge vogels is toegestaan) De volledige werking van de intensieffactor is vereist. Men mag in totaal geen pigment of bontvorming in de vogel waarnemen. Hoorndelen licht vleeskleurig.

VOORKOMENDE FOUTEN.
1     Geeltint niet diep of te diep doorgekleurd.
2     Licht oranje bijtint .
3    Vleugel en of staartpennen onvoldoende doorgekleurd.
4     Bontheid-schimmelsporen.
5     Ruwe en of te lange bevedering, niet gesloten, ruw enz.
6     Te groot te klein-kopje te smal te plat en of alle andere vormfouten.

LUTINO.

Een mooie zachte zuivere licht gele grondkleur, egaal verdeeld over de gehele vogel, met rode ogen. Hierover een goed verdeelde zachte schimmel verdeling, niet te lang want dit geeft weer kleurloze vederpartijen. Geen enkel spoor van pigment of bontheid. De hoorndelen licht vleeskleurig.

VOORKOMENDE FOUTEN.
1     Te veel of onregelmatige schimmelverdeling.
2    Niet egaal van grondkleur (bewolkt)
3     Bontheid in dons bevedering en of hoorndelen.
4     Ruwe bevedering te lang,los,schraal of rommelig bevederd.
5     Te klein te groot kop borst of andere vormfouten.
6    Te bleke vleugel en of staart pennen.

LUTINO IVOOR INTENSIEF.

Een mooie gele diep doorgekleurde gele grondkleur egaal over heel het vogellichaam mooi door gekleurd in de vleugel of staart pennen. Een iets minder felle kleur ontstaat door de werking van de ivoorfactor samen met de intensief factor. Geen enkel spoor van bontheid in dons en of bevedering hoorndelen licht vleeskleurig.

VOORKOMENDE FOUTEN.
1     Grondkleur te bleek en of te diep of bewolkt doorgekleurd.
2     Vleugel en of staart niet voldoende doorgekleurd.
3     Niet volledig intensief (schimmelsporen)
4     Bontheid in dons of andere bevedering.
5     Alle eerder genoemde vormfouten.
6     Ruwe en of te lange bevedering
7    Oranjeachtige ivoorkleur.

LUTINO IVOOR.

Deze vogel heeft rode ogen, heeft een mooie zacht gele kleur door deze ivoor structuur en en licht egale mooi verdeelde schimmel verdeling over de gehele vogel. Ook doorgekleurde vleugel en staart pennen mogen niet bleek zijn. Geen bontheid in dons en of bevedering. Hoordelen licht vleeskleurig.

VOORKOMENDE FOUTEN.
1     Kleur niet diep genoeg,tweekleurig en of bewolkt.
2     Vleugel en of staartpennen te licht.
3     Schimmel verdeling niet goed.
4     Bontheid in bevedering en of hoorndelen.
5    Te lange bevedering of te kort en te ruw enz.
6     Oranje bijtint van de kleur.
7     Te groot/klein en alle andere vormfouten.
8    RUBINO INTENSIEF.

Deze vogel heeft rode ogen, met een mooie egaal gekleurde rode kleur, ook in de vleugel en staart pennen. Uiteraard met een volledige werking van de intensief factor. Geen enkel spoor van bontheid in dons vleugel en staartpennen. Hoorndelen licht vleeskleurig.

VOORKOMENDE FOUTEN.
1    Rode kleur niet diep genoeg en of tweekleurig.
2     Vleugel en of staart pennen te licht.
3     Schimmelsporen aanwezig.
4     Bontheid in bevedering en of dons en hoordelen.
5     Niet egaal doorgekleurd.
6     Bevedering te lang ,ruw,slordig enz.
7     Alle voorkomende vormfouten in kopje borst enz. 
   RUBINO SCHIMMEL.

Dit is een vogel meet rode ogen de rode kleur moet zuiver en egaal zijn doorgekleurd doorlopend in vleugel en staart pennen. Een gelijkmatige schimmelverdeling over de gehele bevedering. Mag geen enkel vorm van pigment vertonen ook niet in de donsveertjes. Lichte vleeskleurige hoorndelen.

VOORKOMENDE FOUTEN.
1     Grondkleur niet diep genoeg.
2     Vleugel en staart pennen te licht niet doorgekleurd.
3     Schimmelverdeling niet egaal verdeelt over de vogel.
4     Bontheid in de bevedering en of hoorndelen.
5     Twee of drie kleurig.
6     Ruw en of te lang bevederd.
7     Te groot en of te klein. 
A      IVOOR RUBINO.

Dit is weer een vogel met rode ogen, met een diep egaal doorgekleurde rood (ivoor) grondkleur over de gehele bevedering doorlopend tot in de vleugel en staart pennen. Door de ivoorstructuur en de werking van de intensief factor treed er een lichtere rood(ivoor) grondkleur op. Geen enkele vorm van pigment is toegelaten ook niet in de dons bevedering. De hoorndelen licht vleeskleurig.

VOORKOMENDE FOUTEN.
1     Grondkleur niet diep genoeg.
2     Vleugel en staart pennen te licht niet doorgekleurd.
3    Schimmelsporen aanwezig op de vogel.
4     Bontheid in de bevedering en of hoorndelen.
5     Twee of drie kleurig.
6     Ruw en of te lang bevederd.
7    Te groot en of te klein.
8    Openingen aan de oogstreek. 
    IVOOR RUBINO SCHIMMEL.

Deze vogel heeft rode ogen met een diep zuivere verdeelde rode kleur. Door de ivoorstructuur in combinatie met de schimmelwerking zal er een lichtere rode (ivoor) kleur ontstaan. Er mag gen enkel spoor van pigment waarneembaar zijn, ook niet in de donsbevedering. De hoorndelen zijn licht vleeskleurig. De vleugel en staartpenen die goed doorgekleurd te zijn.

VOORKOMENDE FOUTEN.
1     Vleugel en staart pennen te licht niet doorgekleurd.
2     Schimmelverdeling op de vogel niet goed.
3     Bontheid in de bevedering en of hoorndelen.
4     Twee of drie kleurig.
5     Ruw en of te lang bevederd.
6     Te groot en of te klein.
7     Erg veel nek en of rugschimmel.

Het zal voor u duidelijk zijn dat er bij al deze vogels nog meer fouten kunnen voorkomen. Zeker in vorm grote en andere rubrieken. Ook de conditie van de vogel speelt een grote rol. Ook de fouten gemaakt door de liefhebber spelen hierin een rol.

Denk maar eens aan:
1     Verkeerd opkleuren (voeren).
2     Verkeerde koppelingen.
3     Bevederingstructuur niet goed.
4    Te groot te klein.
5     Verkeerde voeding.
6     Niet goed afgericht.
7     enz. enz.

Iedere liefhebber zal hierin wel zijn fouten in herkennen, of in een later tijdstip ervaren.

BEOORDELING VAN INO,S.

Al deze vogels hierboven beschreven , worden beoordeeld naar de standaard welke voor de normale vetstof vogels gelden. Of deze vogels nu gekweekt zijn over ino dan wel satinet dit speelt voor de keurder geen enkele betekenis. KORTOM welke factor er nu ook voor verantwoordelijk is voor deze pigmentloze verschijningsvorm doet tijdens de keuring niets ter zaken. Vanwaar deze verschijningsvorm ook komt kan alleen de kweker bevestigen en ook dat is nog lang niet zeker. Ik herinner mij nog een aangename discussie enkele jaren geleden over deze groep vogels tussen een oudere en een jonge liefhebber. Het was een hele mooie en leerzame discussie rond dit punt dat eindigde in remissie Bij de hadden gelijk maar welke factor nu verantwoordelijk was kwam niet duidelijk naar voren. En dit zal ook nu nog wel eens een discussie punt zijn. In deze groep vogels zijn zeer mooie resultaten te bereiken ,ik wil dan deze vogels aanraden voor iedereen maar men moet wel wat ervaring hebben in het kweken van vogels want bij de geboorte zijn het toch wel wat zwakkere vogels. Maar al deze vogels zijn voor iedereen een lust voor het oog.

BESLUIT.

Het kweken van deze vogels vereist zeker kennis ter zaken ze zijn ook moeilijker te kweken. We zullen daarom ook goed uit gesorteerde vogels moeten gaan gebruiken Goed gezond en goed in de bevedering. De jonge ino,s proberen bij elkaar te leggen in het nest, en indien mogelijk bij leggen indien nodig onder goed voerende ouders. Ook het zelfstandig worden van deze vogels vergt wat meer tijd een 3 a 4 tal dagen Hou hier ook ter degen rekening mee. Vermijd verder ook scherpe lichtinval bij deze vogels. De meeste vogels hebben door hun pigmentloze ogen erg veel hinder van met gevolg van oogontstekingen en soms tot blindheid tot gevolg. Maar bij goede verzorging en kennis ter zaken is het kweken van ino,s een mooie en dankbare bezigheid met zeker resultaat op de TT tot gevolg. Ik hoop u met dit artikel wat meer inzicht gegeven te hebben aangaande deze vogels .En ik wens u verder veel succes met deze vogelsoorten.

 Wout van Gils                                                                 

Intensief en Schimmel.

Rood intensiefRood schimmel

geelintensiefGeel schimmel 


Intensief en niet intensief                        Wout van Gils. 

Twee begrippen die iedere kanarie kweker erg goed kent, zelfs goed hoort te kennen, en er goed mee omgaan hoort bij het resultaat van je kweekuitkomst, deze begrippen wil ik nogmaals onder uw aandacht brengen door dit artikel. De kleurkwaliteit van onze kanarie is niet alleen afhankelijk van de werking van de kleurfactoren. De hoeveelheid pigment en vetstofkleur is heel belangrijk. Toch kunnen kanaries van de zelfde kleurvariëteit een geheel andere verschijningsvorm hebben, zelfs vogels met een gelijke kleurwaarde kunnen verschillen. De lengte van de bevedering heeft hierin een groot aandeel in.Lange of korte bevedering beïnvloeden deze kleuruiting. Hoe korter de bevedering des te sterker de concentratie van de kleurstoffen. Een langere bevedering geeft een groter spreiding vlak. Hierdoor wordt de kleur wat matter van tint. Bij een kort verenkleed zal het pigment en de vetstofkleuren zich uitstrekken tot in de uiterste toppen van de kleurbepalende veren. Dit is weer niet het geval bij een te lange bevedering. Hier zijn de veertoppen kleurloos. Dit geeft een echt overdekkend beeld aan de werkelijke kleur. Het verschil in kleur uiting, dat nauw samenhangt met de lengte van de bevedering wordt aangeduid met intensief en niet intensief. In plaats van niet intensief wordt meestal de aanduiding schimmel gebruikt, de intensieve kanarie heeft een kortere nauwsluitende bevedering ,en maakt tegen over de schimmel een slankere indruk . De niet intensieve lijkt door zijn langere bevedering groter en voller.Meestal heeft de intensieve vogel een wat fijnere snavel en pootjes. De mening dat de intensieve vogel wat kleiner is dan de schimmel hoeft beslist niet waar te zijn. Het is wel van groot belang op te letten bij de kweek van ver doorgevoerde intensieve vogels, dit lijdt anders al gauw naar het wat smallere en kleinere type toe, met een erg schrale bevedering er bij. De ervaren kweker zal dit proberen te voorkomen door steeds de flinkste vogels met wat lange bevedering aan te houden om mee verder te kweken.
Het erfelijk karakter.

De intensief factor is niet homozygoot te kweken ,steeds zal de intensieve kanarie ook niet intensieve vererven. De koppeling van twee intensieve vogels geeft intensieve vogels en matige schimmel vogels. De factor heeft een dominant karakter. Als regel zullen we intensief aan matig intensief (schimmel) paren, waarna we beide variëteiten kunnen verwachten in de nateelt. Indien in de kiemcel tweemaal de iwordt dan ook zeker niet aangeraden. De kans dat de intensief factor dubbel optreed blijft erg groot aanwezig, met alle gevolgen van dien. Wie van beide ouders de intensief factor draagt maakt uiteraard geen enkel verschil. In beide geslachten zullen intensieve en niet intensieve worden geboren. Dit geeft te kennen dat de intensief factor onafhankelijk en intermediaire vererft.Variatiemarge.

Geelschimmel het verschil De intensief factor heeft een grote variatiebreedte. Van intensief tot niet intensief liggen meerdere tussen variaties. Het kan gebeuren dat bij een verkeerde samenstelling van het kweek koppel de jongen zeer slecht bevederd zullen zijn. Zo slecht zelfs dat er kale plekjes op de kop en dijbenen ontstaan. Door gebruik te maken van deze variatie breedte, met andere woorden van de tussen vormen kan dit worden opgevangen. Bij het kweken van schimmel vogels dienen we er voor te zorgen, dat de bevedering weer niet te lang wordt. Door steeds schimmel x schimmel te koppelen, werken we in de hand dat de bevedering slordig en te lang wordt, deze fouten ontsieren uiteraard de gehele vogel. De bevedering is ook erg belangrijk voor de het uiterlijk van de vogel. Dit heeft al menig liefhebber een titel gekost op de tentoonstelling. De juiste kleurkwaliteit is erg belangrijk maar deze moet wel goed samen gaan met het juiste bevedering structuur. Met andere woorden het is het een of ander intensief of wel niet intensief. Het is daarop waar we onze kweek op zullen moeten richten en op geen enkele andere.
Kweek aan wijzigingen.

De meest aangewezen weg voor het kweken van intensieve vogels is intensief x matig intensief (licht schimmel) te koppelen. Met lichtschimmel bedoel ik de overgangsvorm van intensief naar niet intensief (intermediaire vorm) Het verenkleed is bij dit type nog goed doorgekleurd. slechts een klein deel van de veertoppen is voorzien van schimmel.Op de kop en borst van de matig intensieve vogel bevindt zich geen schimmel. Opvallend is dat uit de paring niet intensief x intensief (pop) meer intensieve worden gekweekt, dan uit een koppel man intensief en pop schimmel. Daar worden minder intensieve poppen dan mannen gekweekt. Het is om die reden dat de intensieve poppen minder makkelijk te koop zijn. De liefhebber houdt deze vogels liever zelf om dat ze niet te missen zijn om intensieve vogels te kweken. Het herkenen van intensieve vogels in het nest is ook erg goed waar te nemen de intensieve heeft erg weinig dons in vergelijk met het schimmel jong. Een schimmel jong zal ook veel sneller in de veren komen dan een intensief jong. De verengroei wordt bij de intensieve jongen als het waren vertraagd. Voor het kweken van schimmel vogels is de beste methode schimmel aan matig schimmel te kweken.Het goede schimmel type zal over het gehele lichaam een mooi korte schimmel verdeling laten zien egaal verdeeld. Zodra we gaan merken dat de bevedering los, pluizerig en of te lang wordt dan is het tijd om een intensieve partner in te schakelen. Het verenkleed wordt dan weer tot zijn juiste proporties terug gebracht. Het is hier waar we onze aandacht op moeten blijven vestigen bij zowel bij de kweek van intensieven als bij de niet intensieve vogels. Een goede kweek. En weet het is ofwel intensief of wel schimmel een van de twee alle tussenliggende vormen tellen niet op onze tentoonstellingen, wel voor het samen stellen van onze kweekkoppels. Van Gils Wout.

intensief factor aanwezig is zal dit dodelijk zijn (letaal) de koppeling van twee (vol) intensieve vogels .E-mail adres  wout@woutvangils.be

Kleurstoffen en hun werking.

 


 

Kleurstofen en zijn werking .                                                       Wout van  Gils.

Onze vogels beschikken over eigenschappen die totaal verschillend zijn van andere dieren. De manier waarop zij zich verplaatsen is geheel anders. Het gezang wat zij brengen komt bij geen enkel ander diersoort voor, ook de kleuren zijn uniek te noemen. Bij onze kanariekweek is wel het meest fascinerende de veelzijdigheid van het kleurenpatroon. Er zijn maar weinig vogelsoorten waarin zoveel kleurschakeringen kunnen op treden. Ondanks de honderden variaties, zijn het slechts enkele basis kleurstoffen die deze facetten veroorzaken. Enig inzicht van deze stoffen zal zeker bijdragen tot een beter begrip van de kleurkanarie kweek, zonder in een formule vorm terug te vallen.We vertrekken van de eenvoudige, oorspronkelijke kleur. Dit is de kleur die iedereen wel zal kennen: de grauw groene kanarie (zwartgeel) Hieruit zijn alle kleuren ontstaan. De zwart gele kanarie (grauwgroen) bezit de kleurstoffen in een onveranderde vorm, het kleurbeeld ontstaat door zwart, bruin en geel deze totaal indruk geeft ons het grauw groene uiterlijk.de basiskleuren zijn weer verschillend van samenstelling, Het zwart en bruin maken deel uit van het pigment patroon. De gele kleurstof noemen we de grondkleur of bijkleur. Het meeste pigment bevindt zich meestal in de vleugel en staartpennen. In de rug en flanken is de ligging van de pigment- kleurstoffen van dien aard dat er een bestrepingspatroon ontstaat.
De gele grondkleur ligt vermengd met het pigment in de gehele bevedering, behalve de donskleur, die bestaat alleen uit pigment. Wetenschappelijk gesproken noemt men de pigmentstoffen: melaninen.Dit is dus de aanduiding voor de min of meer donkere kleurstoffen. De gele kleurstof behoort tot de carotenoïden.

Wat is melanine:
Melanine is een kleurstof, variërend van diep zwart tot lichtbruin. Het heeft een korrelvormige structuur en is gelegen in de mergcellen. Zwarte en donkerbruine melanine korreltjes zijn staafvormig. Bolvormig zijn de bruine en lichtbruine melaninen. De staafvormige melanine geeft in hoofdzaak de kleur in vleugels en staartpennen en in de bestreping weer.Tussen de bestrepingspatroon en aan de smalle zijde van de grote pennen, tevens in de toppen van de kleine veren, liggen de bolvormige melanine korrels. Ter onderscheiding heet het staafvormig pigment eumelanine en het bolvormige pheaomelanine. Hoe groter de hoeveelheid aan melaninekleurstoffen des te donkerder is de verschijningsvorm (phaenotype).

Wat is carotenoïde ofwel vetstofkleur:
Ccarotenoïde is een kleur die zich in planten bevindt, bij vogels uit hij zich in kleur tot diverse nuanceringen in rood. Omdat carotenoïde oplosbaar is in vet, wordt deze vetstofkleur genoemd. De gebruikelijke naam is lipochroom. Bij de kleurkanarie kennen we twee soorten vetstofkleuren namelijk geel en rood. Kwalitatief gezien van lichtgeel oplopend naar rood. Deze gele en rode kleurstoffen bevinden zich als heel kleine vetdruppeltjes in de kleur bepalende delen van de veer. Voor het omzetten van de plantaardige kleurstoffen in de kleur die lichaam eigen is, vervult de lever een onontbeerlijke functie. Een van de meest voorkomende carotenoïde die we aantreffen in de natuur is luteine die ook duidelijk waarneembaar is in geel bloeiende planten.Het hoofdvoedsel van de kanarie (raapzaad witzaad en andere zaden) bevatten deze lutine. Behalve dit geel caroteen is er nog een andere gele kleurstof, namelijk zeaxanthine, deze komt voor in maïs.De kleur uitdrukkingen van licht roze tot diep rood danken hun bestaan aan een rood caroteen. Veel vruchten zoals bessen, rozenbottels en pepers zijn rijk aan een eigen soort rood carotenoïde. Indien met dit als voedsel verstrekt zal dit resulteren in een kleur verhogend effect. Naargelang de kleurslag die kweken, hetzij in geel hetzij rood, dienen we met het boven staande rekening te houden.

Het ontstaan van een kleurvariëteit.
Op allerlei manieren kan een kleur tot stand komen. Uitgaande van de grauw groene kleur kunnen de basiskleuren beïnvloed worden door vermeerdering, vermindering, verandering, ligging, structuurwijziging en bezetting van de pigmentstoffen en vetstofkleuren. Soms heeft het betrekking op een kleurstof. Dikwijls is het een samengaan van alle aanwezige pigmenten en kleurstoffen.Vermeerdering van melanine en vetstofkleur.
Door selectieve kweek kunnen de pigment en vetstof kleuren verdiepen, door voortdurende koppelingen van bijvoorbeeld zwart geel aan zwart geel zal er een maximum concentratie van melanine uit voor komen. Het steeds door koppelen van de diepst gele vogels zal weer leiden tot een diepere gele kleur.

Vermindering van melanine.
Middels de factoren werking kunnen de melanine soorten verminderd worden. Het zij vermindering van een soort of beide soorten. Zo wordt de verdunde vorm van zwartgeel en bruin, respectievelijk agaat en isabel genoemd. Verkregen door een factor die de pheaomelanine (bruinmelanine) aantast. Door een verminderde productie van melanine korrels vindt er een afzwakking van de kleuruiterlijk plaats. In de pastel serie bijvoorbeeld wordt het aantal eumelanine korrels verminderd, en wel zodanig dat de bestreping of wel geheel of gedeeltelijk verdwijnt. De beide vormen van reducering kunnen in een vogel verenigd zijn.Verandering.De zwarte kleurstof bij de zwart gele kanarie heeft een zekere graad van ontwikkeling. Door verminderde activiteit van de zwartfactor kan er in plaats van zwart- bruinpigment worden geproduceerd. Verandering van pigment kan samengaan met de ligging van de kleurstoffen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de zwartgeelopaal.Hier is het pigment in plaats van zwart grijsachtig blauw van kleuruiting geworden. Zo zal ook de ivoorfactor een andere ligging aan de vetstof kleur geven. Dit heeft ook weer tot gevolg dat het kleurbeeld verzacht.

Ligging.
Bij de vetstofkleur strekt de kleur zich uit over het gehele verenkleed, zij kunnen zich ook beperken tot de regionale kleurvelden. Hierdoor ontstaat een onderbreking in de totaalkleur. Zo laat bij voorbeeld de mozaïek factor een unieke kleurtekening zien op een bijvoorbeeld witte of gele ondergrond.

Structuurwijziging.
Dit hangt nauw samen met de ligging van de kleurstof. Ten opzichte van de wildkleur zwartgeel kunnen de pigment en vetstofkleuren anders gegroepeerd liggen, dit geeft weer een heel ander kleureffect.
De opbouw van de mergcellen, kan ook anders zijn met als gevolg een andere reflectie van kleuruiting. Bijvoorbeeld de blauwstructuur. De opaal en de ivoor hebben deels hun kleur te danken aan structurele wijzigingen. Hiermee gaat weer samen de ligging der kleurstoffen, tenslotte doet dit het kleurbeeld veranderen.

Beletting of belemmering.
Beletting of belemmering in het pigment en vetstofkleur ontwikkeling kan betrekking hebben op een of op beide kleurstoffen. De gele kanarie heeft factoren die het pigment beletten op te treden. De witte kanarie is weer het gevolg van beletting van zowel pigment en vetstofkleur.

Letaal:
Natuurlijk zijn er nog allerlei andere factoren die werken op het kleurbeeld van de vogel. Ongeacht welke kleurslag. Nooit zal dit het werk zijn van een factor. Het is altijd het eindresultaat van de werking van meerdere factoren. Elke factor levert haar eigen aandeel om tot een geheel te komen. Hierdoor ontstaat een werkingssfeer, soms versterken of verminderen zij elkaars werking, of heffen deze op. Zekere factorencombinaties verdragen elkaar niet en dit kan leiden tot een dodelijke werking. Dit noemen we dan Letaal (factor) bijvoorbeeld intensief x intensief.

Besluit.
Ik hoop u met deze korte uiteenzetting in woorden een aantal factoren bij u onder gedachte gebracht te hebben, en dat u deze op een goede manier gaat gebruiken bij de kweek van uw kanarievogels, En misschien is dit ook een aanzet om deze factoren eens uit te zetten in de formule vorm, ook daar zijn goede boeken in te verkrijgen en ook diverse artikelen zijn er over te vinden om dit zover als je dit wenst onder de knie te krijgen.  Wout van Gils .  E-mail adres  wout@woutvangils.be

Belangrijk Lengte bevedering.

db mosaik-hahn-typ2-21

 


Kanarie,s  en de lengte van de bevedering :                            W.v.Gils

 Inleiding :

 Er word geen artikel over onze kanarie vogels geschreven of gediscuteerd over kanarie vogels of er wordt gesproken over de lengte van de bevedering .Is deze dan zo belangrijk in hobby het antwoord is heel duidelijk JA.Dit is heel belangrijk in onze hobby .Zonder rekening te houden met de lengte van de bevedering zal het uiterlijk van de vogel zowel op kleur, bevedering als op algeheel uitzicht flink inboeten .En aangezien onze vogels van natuur uit prachtig van kleur en uitzicht zijn moeten we daar dan ook heel goed op letten en mee om kunnen gaan.

Bevedering :

De bevedering maakt de vogel hoort men dikwijls hier zit al heel veel waarheid in ,al spelen er toch nog wat andere factoren mee ,maar met een goede tekening en of kleur maar zonder de juiste bevederingslengte zal het uiterlijk nooit goed ,mooi en glanzend doorkomen ,.Het is daarom van groot belang dat men hier goed mee om kan gaan ,het vast stellen en gebruiken van de juiste bevederinglengte .Heb je er problemen mee schaam je nooit om dit aan een bevriende collega kweker te vragen ,en of op spreekbeurten of andere gelegenheden.

Wat is de juiste lengte .

De juiste lengte van de bevedering is ook wel een beetje afhankelijk van het soort vogel wat men kweekt met andere woorden ,een intensieve vogel en of schimmel vogels . 

–         Intensieve vogels over het algemeen kort bevederd.

–         Schimmel vogels over het algemeen langer bevederd.

–         Een grote vogel is over het algemeen ,een schimmel vogel .

–         Een kleinere vogel meestal wel een intensieve. 

De juiste lengte van een vogel is makkelijk vast te stellen ,maar het gebruik van de juiste lengte is toch voor vrij veel liefhebbers moeilijk .Dit komt ook wel omdat deze in zoveel gradaties voorkomen ,het zelfde geld voor de intensief of schimmelfactor.Beide heeft te maken met het uitzicht van de pluimen en veren.Een goed pluimlengte is als men aan de zijkant van de stuitbevedering de lengte opmeent die moet ongeveer 21 M/m bedragen .Maar het probleem zit hem in het gebruik van deze lengte sommige vogels zijn deze pluimen langer andere weer korter ,dus zeggen dan deze kwekers wat moet ik nu. Wat men nu moet doen een gradatie tussen het koppel te komen de ene heeft een pluim van bv 25 M/m de ander 19 M/m dan heeft men ten opzichte van de vooropgestelde lengte van 21 M/m een verschil van 4 M/m  Hierin kan dan een gradatie optreden en die kan voor de jonge vogels uitkomen op +/- 21 M/m uiteraard theoretisch .Maar ik wil even aangeven hoe ongeveer te handelen .Het zal duidelijk zijn dat ook de intensiviteit  van de vogel hier ook een rol bijspeelt .kortom probeer het Percentage van intensiviteit ook vast te leggen bij de lengte van je bevedering. ,en je zult op een redelijke aanvaarbare lengte uitkomen .Opgemerkt dient bij dit schrijven wel dat bij het kweken van schimmelvogels de lengte van de stuit bevedering wat langer is ,maar dat zal bij iedereen wel duidelijk zijn en ook wel beter vast te stellen zijn.Maar deze mag eigenlijk nooit krullend zijn.Enkel oorzaken van een te lange bevedering wil ik even opnoemen,misschien helpt u dit bij het vast stellen van de gradatie.

Uitzicht te lange bevedering : 

–         Vogel zit altijd ruw in zijn bevedering.

–         De vogel komt zelden glad te zitten.

–         De flankbevedering begint licht te krullen.

–         De vogel heeft oortjes en of flinke nekkrul.

–         De vogel heeft geen sluitende glanzende bevedering.

–         De stuitpluimpje steken ver naar achteren ,als ook de zijpluimpjes.

–         Symptomen van lumps. 

 Kenmerken te korte bevedering : 

–         Oogstreep ( opening ) achter de ogen .

–         Opening op de borst.

–         Erg korte en schrale bevedering .

–         De vogel is wel erg klein en schraal in uitzicht. 

 Besluit :

 Maar ondanks dat er veel over geschreven en gezegd wordt ,blijft het voor vele een moeilijk iets.Maar ook hier geld ook weer de regel die overal geld bij het koppelen van vogels koppel altijd wat de een te veel heeft ,moet een ander te weinig hebben .Hou dit altijd voor ogen ,en ook zal het dan op den duur bij het bepalen van de lengte van de bevedering ook makkelijker gaan. Succes.   Wout v Gils  E-mail adres  wout@woutvangils.be

Nieuwe visie op symbool gebruik.

bookwormwht

 

Nieuwe visie op :

Terminologie en Symboolgebruik bij Kanaries       Door inte onsman


Werkgroep Ontwikkeling en Innovatie bij Kleurkanaries i.s.m. MUTAVI Research & Advies groep

Uniformiteit bij het gebruik van genetische symbolen is wereldwijd nog ver te zoeken. Of we dit ooit zullen bereiken blijft voorlopig een open vraag.De in ons land gebruikte symbolen zijn voor wat betreft papegaaiachtigen veelal gebaseerd op internationale naamgeving en symbool gebruik en de verdere ontwikkeling hiervan is d.m.v. wereldwijde contacten via Internet recentelijk in een stroomversnelling gekomen.Voor wat betreft de vinkachtigen ligt de situatie anders. Hoewel veel auteurs van artikelen over vinkachtigen en in het bijzonder kanaries het gebruik van genetische symbolen niet uit de weg gaan, is er nog niet echt een intentie geweest om deze symbolen aan te passen aan wat we tegenwoordig “voortschrijdend inzicht” noemen [14].
De genetische symbolen voor kanaries zijn meer dan 40 jaar geleden bedacht en later gepubliceerd in het eerste standaard werk voor kanaries geschreven door Veerkamp [13].Baanbrekend werk op dit gebied is verricht door Beckman die de door hem gebruikte symbolen baseerde op het in 1962 verschenen boek “Genetics for Budgerigar Breeders” geschreven door Taylor en Warner. Een groot deel van de door hen op de Engelse taal gebaseerde symbolen worden heden ten dage voor papegaaiachtigen nog steeds gebruikt [9].De genetische symbolen voor kanaries die we in ons land veelvuldig gebruiken, zijn echter niet op de Engelse taal gebaseerd maar op onze eigen taal. Deze zienswijze werd verder uitgewerkt door Veerkamp in 1967 en is zins dien nooit gewijzigd.De tijd heeft echter niet stil gestaan en aan het begin van deze nieuwe eeuw dienen wij ons af te vragen of wij gezien recente ontwikkelingen in de wetenschap m.b.t. deze materie en onder invloed van discussiegroepen op Internet, deze zaak niet eens drastisch moeten herzien.Toen Veerkamp het factorenbezit van de gepigmenteerde kanarie beschreef, kon hij niet bevroeden dat het wetenschappelijk onderzoek naar pigment vorming in het algemeen een enorme vlucht zou nemen. Vele honderden wetenschappelijke publicaties over pigmentvorming zouden in en na de zestiger jaren beschikbaar komen.Het is zelfs zo dat de pigmentcel de meest bestudeerde cel in de gehele cel biologie is omdat m.b.v. deze cellen genetica in combinatie met enzymatische processen gelijktijdig bestudeerd kan worden. Het was in die tijd reeds lang bekend dat voor een normale pigmentvorming, bepaalde enzymatische processen nodig zijn die uiteindelijk leiden tot wildvorm pigmentatie. Dit werd toen de z.g. “enzymwerking” genoemd en logischer wijze werd dit aangeduid met het symbool E, de enzym factor. Een kanarie met de formule E+ / E blijkt echter een bonte vogel te zijn waaruit blijkt dat men toen dacht dat op het E locus het gen lag dat verantwoordelijk was voor de vorming van pigment in het algemeen.Dit is echter een verkeerde interpretatie van de werkelijkheid. Bontvorming heeft niets te maken met de enzymatische processen die ten grondslag liggen aan de vorming van pigment. Sterker nog, in een vogel met bontvorming en voor zover aanwezig wildvorm pigmentatie, of het nu recessief bont of dominant bont betreft, zijn alle enzymen die nodig zijn om pigment te vormen wel degelijk aanwezig. Bontfactoren en zeker de dominant verervende bontfactoren, grijpen in in de migratie van melanoblasten, de voorlopers van melanocyten (pigmentcellen) of zorgen voor een ongeschikt “leefklimaat” in bepaalde delen van de huid waardoor pigmentcellen plaatselijk niet kunnen overleven met als direct gevolg bontvorming.
Bij vrijwel alle dominant verervende factoren laten de dubbelfactorige mutanten het beste zien wat het dominante allel veroorzaakt. Dus een E / E vogel laat bij kanaries goed zien wat er eigenlijk gebeurt; pigmentcellen kunnen hun bestemming niet bereiken of sterven vroegtijdig af met als gevolg dat de vogel volledig ongepigmenteerd blijft en alleen nog vetstof laat zien.Dit komt echter niet doordat het enzym tyrosinase in een dergelijke vogel zou ontbreken waardoor de pigmentvormings processen niet op gang kunnen komen, maar door het geheel (bij DF vogels) of gedeeltelijk (bij EF vogels) ontbreken van melanocyten (pigmentcellen) in de veerfollikels.
Als er in bepaalde huidgebieden de pigmentcellen die nodig zijn om pigment in de veren af te zetten ontbreken door toedoen van een in dit geval dominante bontfactor, kan er dus ook geen pigment worden gevormd. Hieruit volgt dan ook dat de letter E van Enzym dus feitelijk onjuist is omdat bij deze mutant geen enzym defect is opgetreden maar een geheel ander defect [4,7].
De E factor is dus in feite een dominante bontfactor en dient dan ook als zodanig met het symbool Pi, afgeleid van het Engelse Pied, hetgeen bont betekent, te worden aangeduid.Dat brengt mij op het punt waarbij we er van uit moeten gaan dat alle symbolen conform wereldwijde afspraken, zowel in wetenschap als hobby, voortaan op de Engelse taal gebaseerd moeten zijn en tevens in plaats van boven elkaar, naast elkaar geschreven moeten worden. Dit laatste heeft tevens grote voordelen bij computergebruik waar we in deze eeuw natuurlijk steeds meer mee geconfronteerd worden.We nemen een aantal andere factoren ook eens onder de loupe.

De zwartfactor Met de zwartfactor wordt bij kanaries ongemuteerd eumelanine aangeduid. Deze factor vererft bij alle vogelsoorten geslachtsgebonden en de kanarie is daarop dan ook geen uitzondering. Wat echter wel uitzonderlijk is, is dat bij vinkachtigen deze factor “bruin” wordt genoemd en bij papegaaiachtigen “cinnamon” uit het Engels.
In oude wetenschappelijke publicaties [1] wordt deze kanarie mutant echter wel degelijk cinnamon genoemd en zou dus evenals bij de papegaaiachtige soorten met het symbool cin moeten worden aangeduid. De term “bruin” is echter zo diep geworteld in de kanarie liefhebberij dat er waarschijnlijk geen meerderheid voor deze verandering te vinden zal zijn en daarom is het voorstel dan ook om het symbool z te veranderen in b van het Engelse brown.
Wat er n.l. werkelijk gebeurd is dat het pigment door het ontbreken van het benodigde “b” proteïne gedurende het oxidatie proces niet meer in staat is om zwart te worden en dus bruin blijft. Het is dus niet zo dat zwart pigment wordt omgezet naar bruin maar het is eerder dat het zich ontwikkelende pigment niet meer in staat is om via het bruine stadium uiteindelijk zwart te worden. Het locus symbool dient dan ook hier weer een aanduiding te zijn van de naam van het gen of de naam van datgene wat de mutant in het fenotype laat zien en dat is bruin eumelanine i.p.v. zwart al of niet in combinatie met roodbruin phaeomelanine.

De agaat
Het symbool rb staat voor “reductie bruin phaeomelanine” zoals we dat aantreffen bij de agaat. Met dit symbool wordt dus kennelijk de agaat aangeduid, hetgeen eigenlijk in het geheel niet uit het symbool blijkt zoals met vele andere symbolen ook het geval is.
Het is feitelijk onjuist om het rb symbool apart te gebruiken omdat de agaat een allel is van de satinet en dus als allelisch symbool van satinet, dus als boven schrift bij het satinet symbool moet worden geschreven. De satinet is n.l. de geslachtsgebonden ino bij de kanarie [10, 11] en toont evenals de agaat nauwelijks phaeomelanine.
Toch zijn deze beide allelen niet verantwoordelijk voor de productie van phaeomelanine, dit wordt n.l. door een autosomaal gen geregeld. Het vrijwel verdwijnen van zichtbaar phaeomelanine bij de agaat en satinet is slechts het indirecte gevolg van deze beide mutaties en moet gezien worden als een bijverschijnsel.
Beide mutaties zijn dus in principe geen mutaties die de productie van phaeomelanine onmogelijk maken en daarom moet het symbool pb dan ook vervangen worden door het algemeen aanvaardde en internationaal in gebruik zijnde ino symbool voor de satinet met als toevoeging het allelische symbool ag dat als boven schrift aan het ino symbool moet worden toegevoegd om zodoende het agaat allel aan te duiden en de relatie tussen beiden aan te geven.

Autosomaal albinisme Dit brengt ons logischerwijs bij de autosomaal recessieve ino genaamd “phaeo”.Het symbool voor deze mutant was eb hetgeen staat voor “eumelanine beletter”. Het woord beletter zien we in de oude benamingen steeds terugkomen en letterlijk betekend beletten “verhinderen dat iets gebeurt”, in dit geval dus de aanmaak van eumelanine.
In feite worden er bij alle mutaties die met “beletter” werden aangeduid in principe wel processen “belet” waardoor er een bepaald onvermogen om een proces uit te voeren of af te maken ontstond. Hebben we het echter over een “beletter” in de letterlijke zin van het woord dan wekt dit de indruk dat door de mutatie een nieuwe stof of enzym wordt geproduceerd die het normale proces zou verhinderen en dat is niet altijd het geval.Wat er wel gebeurt, b.v. bij de phaeo, is dat er door het gemuteerde gen een alternatieve vorm van het oorspronkelijke wildvorm enzym wordt geproduceerd, een z.g. iso-enzym dat niet of nauwelijks werkzaam is en in dit geval resulteert in albinisme [10, 11].Het symbool eb kunnen we dus beter veranderen in de naam van de soort mutatie en dat is het symbool a afgeleid van het Engelse autosomal albinism. Hieraan kan dan weer als boven schrift het symbool tz (topaz in het Engels) worden toegevoegd voor het topaas allel. Dat beiden als basis symbool de letter a hebben geeft weer aan dat het allelen zijn van het a locus en dat het dus verschillende mutatie vormen zijn van hetzelfde gen volgens hetzelfde principe als de agaat en satinet.

De opaal factor
Voor de opaal factor is indertijd het symbool so gekozen, hetgeen “structuur opaal” betekent. Onderzoek heeft uitgewezen dat de opaal factor een morfologisch verandering van de melanocyten teweegbrengt, d.w.z. dat opaal melanocyten geen dendrieten hebben waarmee ze het pigment in de bevedering afzetten. In sommige gevallen worden zelfs gehele melanocyten in de veerschachten opgenomen vanwege dit defect. Het is dus primair een structurele verandering van de melanocyten zelf en niet zo zeer van de bevedering [3,6.Omdat er bij de opaal een abnormale pigment afzetting aan de onderkant, dus aan de ental zijde van de veren plaatsvindt, ontstaat een blauwgrijs opaalachtig effect en de naam opaal is dan ook goed gekozen. Het basis symbool zou dan ook eenvoudigweg veranderd kunnen worden in op naar het Engelse opal met het allelische symbool ox als boven schrift voor het onyx allel omdat ook het op locus een tweede mutatie heeft opgeleverd die tezamen met opaal een multiple allele serie vormt, zo is uit proefparingen gebleken.

Dominant en recessief wit
Beide mutaties verhinderen de productie van carotenoïde op verschillende wijze en toch kregen zij hetzelfde symbool n.l. Cb (carotenoïde beletter). Het enige verschil is dat dit symbool voor dominant wit met een hoofdletter geschreven wordt en voor recessief wit met kleine letters.
Het voorstel is nu om ook deze symbolen logischer te maken n.l. de hoofdletter W van White voor dominant wit en om geen verwarring te krijgen wt (eveneens van white) voor recessief wit.

Pastel en grijsvleugel
De geslachtsgebonden pastel factor kreeg als symbool rz (reductie zwart) en de grijsvleugel rrz (reductie van reductie zwart).
Als we deze symbolen wederom baseren op de Engelse benamingen krijgen we dus pa voor pastel, dat overigens in het Engels hetzelfde woord is, met als allelisch symbool gw voor de grijsvleugel afgeleid van het woord greywing. Vooralsnog gaan we er vanuit dat deze twee factoren multiple allelen van het geslachtsgebonden pa locus zijn. Hier wordt overigens nog onderzoek naar gedaan.Als we deze logische benadering verder doorvoeren, wordt de ivoor factor van sc veranderd in iv van ivory, de eumo van rm wordt dan eu van eumelanin, mozaïek wordt dan van m veranderd in dm afgeleid van dimorphic en de blauwfactor wordt dan simpelweg Bl van Blue. Alleen de rood factor en de intensief factor kunnen vrijwel ongewijzigd blijven zoals te zien is op de tabel.
Om het nog duidelijker te maken volgen hier enkele voorbeelden.

Groene man (oude schrijfwijze):
E+ (x)z+ rz+ rb+ B+ G+
E+ (x)z+ rz+ rb+ B+ G+

Dit wordt volgens de nieuw voorgestelde schrijfwijze:

Bl + / Bl + Yw +/ Yw + X b + / X b +

Wat direct opvalt is dat een groot aantal factoren uit de formule zijn weggelaten. Als we de groene kanarie als wildvorm beschouwen, zijn slechts drie gen loci voldoende om aan dit criterium te voldoen n.l. het Bl locus voor de productie van phaeomelanine, het a locus dat primair betrokken is bij de productie van eumelanine maar ook een rol speelt bij de productie van phaeomelanine en het Yw locus voor de productie van gele vetstof.
Als deze drie genen in ongemuteerde toestand worden weergegeven kan de rest worden weggelaten en deze formule als wildvorm formule worden beschouwd. In feite mogen in formules die slechts betrekking hebben op één vogel, alle homozygote wildvorm allelen tegen elkaar worden weggestreept omdat zij geen wezenlijke bijdrage leveren aan het genotype waar de formule betrekking op heeft. Alleen de wildvorm formule is in het nu voorgestelde systeem hierop een uitzondering. Een tweede voorbeeld:

Bruine man (oude schrijfwijze)

E+ (x) z rz+ rb+ B+ G+
E+ (x) z rz+ rb+ B+ G+

Nieuwe schrijfwijze:

X b / X b

U ziet dat alle niet relevante factoren weg zijn gelaten. De beide X symbolen geven aan dat het hier een man betreft en de beide b symbolen (zonder + teken!) geven aan dat hij homozygoot is voor bruin. Een bruine man dus. Alle andere factoren zijn weggelaten omdat zij niet gemuteerd zijn en dus, omdat het hier één vogel betreft, geen rol spelen in de formule.

Agaat man (oude schrijfwijze):

E+ (x) z+ rz+ rb B+ G+
E+ (x) z+ rz+ rb B+ G+

Nieuwe schrijfwijze:

X ino ag / X ino ag

Ook hier zijn weer alle niet relevante factoren weggelaten. Direct is te zien dat het hier een man (X / X) betreft en dat hij homozygoot is voor ino ag , agaat dus. Omdat ook hier geen enkele andere factor in deze formule wordt vermeld, betekend dat dus dat er ook geen enkele andere factor is gemuteerd.
Deze vogel is dus nergens split voor en dus gewoon een zwart agaat. Zo simpel is dat.

Isabel, ofwel bruin agaat man (oude schrijfwijze):

E+ (x) z rz+ rb B+ G+
E+ (x) z rz+ rb B+ G+

Nieuwe schrijfwijze:

X b_ino ag / X b_ino ag

In deze formule gebruiken we het onderliggende verbindingsstreepje om aan te geven dat beide mutaties gekoppeld op het X-chromosoom liggen. Zijn er meerdere gekoppelde factoren in het spel, dan plaatsen we die er eenvoudigweg bij b.v. bruin agaat pastel (isabel pastel) wordt dan X b_ pa _ ino ag / X b_ pa _ ino ag voor de man en X b_ pa _ ino ag / Y voor de pop.
Het zal u ongetwijfeld zijn opgevallen dat ik de isabel als bruin agaat benoemd heb. Wel, als we de oude formule van Veerkamp goed bekijken is te zien dat de “zwartfactor” z (bruin) homozygoot aanwezig is en de agaat factor rb eveneens. Dat betekent in concreto dat we dus te maken hebben met een bruine agaat die evenwel als isabel door het leven gaat.
Reeds in 1985 maakte F. Kop in zijn boek “Het Kweken van Kanaries” [5], bezwaar tegen deze benaming omdat het gebruik van aparte namen voor mutatie combinaties soms ten onrechte de indruk wekt dat het om een aparte mutant gaat hetgeen vooral bij beginners tot grote verwarring kan leiden. Als voorbeeld verwijs ik naar een artikel in ONZE VOGELS uit 1971 met als titel “De Nieuwe Isabel Mutatie”[8] waarbij het echter niet om een nieuwe mutatie gaat maar om een nieuwe mutatie combinatie en dat is iets heel anders.
Ik ben het met Kop eens. De naam isabel is niet direct gerelateerd aan een kleur wat vele andere benamingen vaak wel zijn en bovendien, waarom zouden we een bruine agaat niet gewoon een bruine agaat noemen. Daar is op zich toch niets op tegen? We zijn dan ook hard bezig om deze benaming in ieder geval voor papegaaiachtigen geheel af te schaffen omdat deze naam vaak, en met name vooral in de Engelstalige landen, volstrekt willekeurig wordt gebruikt voor mutanten die genetisch gezien niet eens een overeenkomst hebben. Aan deze chaos moet ook een einde worden gemaakt.

Ook Veerkamp heeft indertijd in zijn boek aangegeven dat formules vereenvoudigd kunnen worden maar ging hierin minder ver dan de huidige voorstellen [13]. Als voorbeeld geeft hij de paring agaat man x groene pop. Zijn vereenvoudigde formule zag er als volgt uit:
voor de man:
(x) z+ rb
(x) z+ rb
voor de pop:
(x) z+ rb+(y)

Hij vermeldt hierbij het volgende, ik citeer:

— Zodra een der ouderdieren in het bezit is van een gemuteerde factor, dan moet bij de partner die deze factor niet bezit, het symbool van de overeenkomende ongemuteerde factor worden opgenomen in de vereenvoudigde formule. Bij de groene pop moeten we dus, als tegenhanger, de ongemuteerde 1ste reductie factor rb+ gebruiken. — einde citaat.
Deze manier van doen blijft ook in het nieuw voorgestelde systeem gehandhaafd. Is bij de man een bepaalde factor gemuteerd en bij de pop niet, dan moet bij de pop toch deze factor als wildvorm factor (+) worden vermeld om de formules gelijk te maken aan elkaar.
In de door Veerkamp vereenvoudigde formule had echter ook nog de z+ factor weggelaten mogen worden. Volgens het nieuwe systeem komen deze formules er dan zo uit te zien;

voor de man: Xino ag / Xino ag en voor de pop: Xino + / Y

De man is homozygoot agaat en voor de rest is geen enkele factor vermeld, dus het betreft hier een groen agaat man. Bij de pop vermelden we de ongemuteerde ino factor omdat de agaat daar een allel van is. Het ino+ symbool is dus het wildvorm basis symbool voor zowel satinet als agaat zoals ook in de tabel te zien is.
Ook het gebruik van de termen 1e en 2e reductie factor en de in 1971 voorgestelde 3e reductie factor moet worden verlaten. Dit geldt eveneens voor de 1e en 2e albinofactor.
Nog afgezien van het feit dat dergelijke termen in de wetenschap nooit worden gebruikt, voegen ze weinig toe aan datgene waar ze mogelijk voor bedoeld zijn n.l. het in categorieën plaatsen van de verschillende geslachtsgebonden pigment verdunnende mutaties, maar meer duidelijkheid over deze mutaties geven ze m.i. niet.
Het leren van deze terminologieën zorgt voor onnodige ballast bij de keurmeesters opleidingen en zou moeten worden afgeschaft. Cursussen moeten erop gericht zijn om de genetica en de werking van het pigmentvormings proces te leren begrijpen om zodoende de verschillende mutaties en de logica achter het symboolgebruik beter te kunnen doorgronden.Als wij bovendien de nu voorgestelde methode consequent doorvoeren ook voor wat betreft nieuwe mutaties, behoeven wij ons ook niet meer in allerlei taalkundig weinig elegante woord combinaties te begeven zoals “reductie zwart” (rz) met het daaruit voortgekomen “reductie van reductie zwart” (rrz) hetgeen in het oude systeem onvermijdelijk was geworden, om maar een voorbeeld te noemen.

Als u het nieuwe vereenvoudigde systeem in artikelen wilt gebruiken en u heeft daar nog problemen mee, is ondergetekende i.s.m. de redaktie gaarne bereid hierbij te helpen of nadere uitleg te geven.Het systeem zal in ieder geval in publicaties van de MUTAVI Research & Advies Groep, op Internet en door de ‘Werkgroep Ontwikkeling en Innovatie’ worden gebruikt.Om met een bekende slogan te eindigen: leuker kunnen we deze hobby niet maken, wel makkelijker.

Literatuur:

1. Durham F.M., (1927)
   Sex-Linkage and other Genetical Phenomena in Canaries
   Journ.of Genetics Vol.17 no.1;pag.19-33
2. Kop F.H.M., (1983)
   Het Kanarieblauw, een samenspel van factoren
   De Vogelwereld Jaargang 38;pag. 394-402
3. Kop F.H.M., (1983)
   Opaalfactor: Geen structuurfactor maar melanocytenfactor
   De Vogelwereld Jaargang 38;pag. 558-564
4. Kop F.H.M., (1983)
   Hoe zo…bont?
   De Vogelwereld Jaargang 38;pag. 490-494
5. Kop F.H.M., (1985)
   Het Kweken van Kanaries
   Zuid Boekprod. b.v. (Voliere Vademecum) 168 pag.
6. Kop F.H.M., (1987)
   De Opaalfactor
   ONZE VOGELS no.4;pag. 170-171
7. Kop F.H.M., (1981)
   De Enzym Factor
   De Vogelwereld Jaargang 37;pag. 28-31
8. Onbekende auteur, (1971)
   De Nieuwe Isabel Mutatie
   ONZE VOGELS no.10;pag. 452-453
9. Onsman I., (1993)
   Genetische Symbolen en hun Geschiedenis
   Mutavi Bulletin no.4;pag. 20-21
10.Onsman I., (1991)
   De Topaas Kanarie: Een Verkenning en Analyse
   Mutavi Bulletin no.1;pag. 15-19
11.Onsman I., (2000)
   Internet http://www.life-research.nl/albino.htm
12.Spijker W.D.H., (1972)
   Al die nieuwe Kleurnamen, ze maken er maar wat van
   ONZE VOGELS no.2;pag. 76-79
13.Veerkamp H., (1967)
   Handleiding voor de Kleurkanarie Kweker
   THIEME – ZUTPHEN;pag. 38-210

E-mail adres  wout@woutvangils.be

Met dank aan Inte Onsman voor het beschikbaar stellen van het artikel.

©Inte Onsman

Ontdekking in wetenschappelijkonderzoek.

kanarievogels


Ontdekkingen in het wetenschappelijk onderzoek van kanaries.

De kanariepop geeft aan de achtereenvolgens gelegde eitjes een steeds hoger oplopende hoeveelheid testosteron (mannelijk geslachtshormoon) mee.Ook de popjes, die gaan leggen zonder te zijn bevlogen, doen dit, en daarmee is dan bewezen, dat het testosteron door de pop, en niet via het sperma van de man, wordt ingebracht. Het testosteron bevindt zich in de eidooier. Van een heleboel vogels is bekend, dat de legsels niet gelijk uitkomen en dat de later uitgekomen jongen een grotere dosis testosteron bezitten. De kanariepop is echt geen uitzondering. De kanariepop houdt er als het ware rekening mee dat de jonkies niet gelijk uitkomen en heeft daarvoor maatregelen getroffen. Blijkbaar is dat de beste strategie.
Dat de kanariepop in onze ogen te vroeg gaat broeden (dus voordat het legsel compleet is) is zeker geen teken van degeneratie, maar is juist heel natuurlijk gedrag, omdat dit gedrag in de natuur eerder regel dan uitzondering is. Omdat het de kweker beter uitkomt, als de jongen gelijk uitkomen, zijn we de eitjes maar gaan uitrapen en daar is op zich niets mis mee. Toen ik de eitjes nog uitraapte, en dat heb ik heel lang gedaan, viel het me op, dat er reeds bij het ringen, vrijwel in elk vol nest (4 à 5 jongen), duidelijk verschil in grootte was. Ik propageerde dat als een eerste mogelijkheid voor selectie en raadde aan altijd te ringen in volgorde van grootte. De laagste nummers in het nest waren de preferente vogels en het hoogste ringnummer in het nest was de eventuele achterblijver, waarschijnlijk geboren uit het laatst gelegde eitje, het zogenoemde “Schlussei”.De ongelijkheid bij het ringen van de gelijk uitgekomen jongen, moet dan in verband staan met de ongelijke startposities van de eitjes in een legsel. Die ongelijkheid komt door de naar het laatst gelegde eitje toe oplopende dosis testosteron. Dat testosteron is niet zo maar iets: Het verhoogt het voedsel bedelgedrag.
      Het verhoogt de groeisnelheid.
      Het verhoogt de agressiviteit. 

De rangorde in de groep wordt positief beïnvloed door de aanwezigheid van testosteron in de eitjes waaruit de vogels geboren worden. De kanariepopjes kunnen aan de eitjes iets meegeven (testosteron) dat het gedrag van de jongen verandert. De jongen staan hoger in de rangorde. Ze zijn dominanter.Deze ontdekkingen geven wel heel duidelijk aan, dat de mogelijkheid tot dominantie toeneemt met de volgorde van de gelegde eitjes. Door deze inzichten is het waarschijnlijk zo, dat niet alleen de volle nesten interessant zijn, maar ook nog eens dat de later uitgekomen jongen, nog duidelijker, dat het laatst uitgekomen jong het preferente vogeltje is. Er zijn echter praktische moeilijkheden voor de kweker.Toen eenmaal bekend was, dat bij bepaalde vogels het testosterongehalte per gelegd ei verschillend was en naar het laatst gelegde ei steeds toe nam kon het niet anders of men ging zich afvragen wat de betekenis hiervan was.
Dit heeft er toe geleid, dat er heel wat onderzoek is gedaan naar heel wat vogels. Het onderzoek naar het testosteron van kanaries is van heel recente datum en is nog steeds bezig, want herhaaldelijk kwam ik het Engelse unpublished tegen hetgeen betekent niet gepubliceerd. Onderzoek met kanaries is er al heel lang en dat zal ook wel zo blijven, want de Rockefeller University heeft haar eigen kolonie Belgische Waterslagers.
We kunnen ook nog leren hoe deze onderzoekers de kanaries kunstmatig in broedconditie brengen. Zelf pas ik die methode al jaren toe. Ze werd ooit eens door Franck, de redacteur van de waterslagers gepropageerd. Van de korte daglengte 8 u licht – 16 u donker, naar 14 u licht – 10 u donker en na 14 dagen kunnen de eerste eitjes al verschijnen. Geen geleidelijke opvoering van de verlichting. De hoeveelheid testosteron die de pop meegeeft is afhankelijk van:
      Het testosteron van de pop zelf.
      De milieuomstandigheden.
      Volgorde in het legsel. 

De onderzoekers konden de eerste eitjes van een groot aantal legsels met een zeer fijne injectienaald injecteren met testosteron. Uit een heleboel proeven blijkt, dat uit de met testosteron geïnjecteerde eitjes andere vogeltjes ontstaan dan uit de eitjes van de controle vogels, geboren uit eitjes die slechts een neutrale injectie hadden gekregen. Wanneer de eitjes met testosteron en zonder testosteron gelijktijdig uitkomen, blijken de jongen uit de met testosteron geïnjecteerde eitjes een duidelijke voorsprong te hebben. Ze hebben:
      Verhoogd voedselbedelgedrag.
      Groeien sneller.
      Zijn agressiever.

Het is zinvol om bij de geraapte eitjes en bij de niet geraapte eitjes wat meer aandacht te besteden aan de zgn. achterblijvertjes, want we weten nu dat de later uitgekomen eitjes iets bezitten, wat de eerst gelegde eitjes niet of niet in die mate bezitten. Hoe je in de kweek op dit later uitkomen van de eitjes kunt inspelen kan misschien in een later artikel worden uitgelegd want de ongelijkheid van de nestjongen is een onontkoombaar verschijnsel bij de kweek met kanaries.De ongelijkheid in groei (grootte) treedt op, nee moet optreden door de verschillen in de startposities van de eitjes, het verschil in testosteron. Zelfs als de eitjes geraapt worden tot en met het 6e eitje (en wie doet dat?), dan nog zullen de groeiverschillen optreden.
Tot slot nog iets, waarover we eigenlijk nog niets weten, het gaan lopen van de eitjes, dwz de pop laat de eitjes in de steek voordat ze uitkomen. Mogelijk zit het antwoord in het feit dat de kanariepop gaat broeden voordat het legsel compleet is.
Als ik als niet-raper in mijn kweekboek kijk, blijkt dat ± 50 % van de popjes beginnen te broeden op het eerste of tweede eitje. De popjes die pas gaan broeden op het 3e of 4e eitje zijn de uitzonderingen.De normale broedduur is 14 dagen. Door het uitrapen van de eitjes moet de pop de broedduur verlengen en dat zou wel eens de oorzaak kunnen zijn, dat ze de eitjes in de steek laat.Lang niet alle probleempje zijn door de ontdekking van het verschillend testosterongehalte opeens opgelost. Bij rapen en bij niet rapen zal toch wel eens een vogeltje doodgaan.
De grootte van het eitjes is bij de onderzoekers niet aan de aandacht ontsnapt. Onze kanaries hebben zeker niet allemaal een standaard grootte en dat geldt ook voor de eitjes. De hoeveelheid testosteron, die de pop meegeeft is ook afhankelijk van de milieuomstandigheden. In die milieuomstandigheden is er nogal wat verschil. Ik noem maar eens wat:
      Je kweekt in een vlucht met een man en drie of vier popjes.
      Je kweekt parenbroed.
     Je kweekt wisselbroed.

Dit zijn al heel duidelijk verschillende omstandigheden.
We blijven het onderzoek volgen.

 Dank Voor deze informatie. Bronnen:

David Winkler: Testosterone in egg yolks: An ornithologist’s perspective
Hubert Schwabl: Yolk is a source of maternal testosterone for developing birds.
Hubert Schwabl: Maternal testosterone in the avian egg enhances postnatal growth.

Is reccesief * reccesief letaal ?

albino

 


Recessief Wit X Recessief wit letaal Nee !       Wout van Gils

 

 Inleiding :

Af en toe hoor je het nog kweek jij Rec wit op Rec wit kan dit dan ? Ik dacht dat deze factor dan lethaal was en dat ik bijna allemaal dode jongen in het ei zou hebben.Ook zijn er nog kwekers die het nog steeds een slechte of minder goede kweekcombinatie vinden . Veel kwekers ja zelfs de meeste wit kwekers zijn het daar niet mee eens en kweken reeds jaren Rec Wit op Rec wit met erg goede resultaten ja zelfs wereldtoppers .Wat die kwekers wel zien en ook heel goed beheersen is de kennis van de bevedering en de structuur van de bevedering kortom schimmel en intensief .Hierover en wat andere zaken in het kort iets meer in dit artikel.

De vererving :

De recessief factor vererft onafhankelijk en recessief en moet dus dubbel aanwezig zijn om zich te kunnen uiten .Of wel met andere woorden wanneer je deze wit Rec vogel aan een andere kleur koppelt ,bij voorbeeld een gele ,er dan ook maar uitsluitend gele jongen uit komen . Belangrijk is nu wel te weten dat deze jongen allen drager zijn van de Rec wit factor .En wij noemen die dan ook meestal split vogels ( Split voor Rec Wit ) Enkele voorbeelden zijn .

 

1       Rec Wit * Split Rec wit             Geeft 50 % witte jongen en 50% Split Rec witte jongen.

2       Rec wit * Rec wit                     Geeft uiteraard 100 % Rec witte jongen .

3       Split Rec wit *Split Rec wit        Geeft 25% Gele jongen  en  25 % Rec witte jongen –   50%  split reccecief jongen

De bevedering :

Dit is bij het kweken van deze vogels wel zeer belangrijk ,de schimmel zien we uiteraard niet maar wel de lengte van de bevedering zelf en dat kan ons vertellen hoe de pluimen zijn en hoe we met het koppelen er mee moeten omgaan. Waar gaan we opletten !!

1       Bij een goede bevedering is de lengte van de pluim in de flanken kort bij de zijkant van de Cloaca     tussen 19 en 21 m/m lengte.

2      Als je de vogel in de hand neemt en je ziet door minimaal te blazen het borstbeen dan praten we over een intensieve vogel.

3      Als we de onderbuik of het borstbeen willen zien ,en we moeten erg flink en hard blazen door de pluimen heen dan praat men zeer zeker over een schimmel vogel.

4      Heeft de vogel lichte oogstreep ,dan is het meestal een intensieve vogel.

6       Is de bevedering rond de cloaca tussen de 0,4 en 0,7 M/m dan is het een intensieve.

7      Is de bevedering rond de cloaca tussen de  1 Cm en meer dan is het een schimmel.

      Een schimmel vogel is over het algemeen altijd groter dan een intensieve vogel. 

Zorg ook dat je vogels neemt met een zachtere heldere bevedering ( ook daar zit verschil in) goed gesloten en verzorgt . Uiteraard ook voorzien van voldoende grote en vorm ,men spreekt bij de Rec witte vogels dan ook graag van het Pop type een mooi brede volle borst met een mooie ronde kop ,niet te hoog op de pootjes en zeker niet te lang .Het is daarom dat we het ook wel eens het pop type noemen .En zeker niet het lange schrale harzer type.

Besluit :

Samen met boven genoemde punten koppelen met goed inzicht op de lengte van de bevedering het kan niet genoeg gezegd worden ,zal het kweken van Rec  witte vogels een succes worden zeker weten ,en schroom ook nooit bij het koppelen zeker in het begin een ervaren kweker er bij te vragen ,zij zullen u graag helpen ,en u zult zien dat het herkennen van boven genoemde punten echt niet  moeilijk is .En wat je zeker ook vast zult stellen is dat Rec Wit * Rec Wit kweken helemaal geen probleem is of hoeft te zijn .Als laatste punt wil ik nog even meegeven let op dat je tijdig en regelmatig de vitamine A geeft ,en schakel vogels uit die ook de minste vorm van bontheid laten zien. Succes Wout van Gils.

Korte factoren bij kanaries.

Agaat pastel rood mozaiek 1

 

Korte factoren werking bij kleurkanaries.              Wout van gils

Klassieke Kleuren :

1 – Zwarteeks   : Volle bezit van zwarte Eumelanine en bruine Pheamelanine.

2 –  Agaatreeks : Reductie van vooral Bruine Fhaeomelanine en minder de zwarte eumelanine.

3 –  Bruinreeks :  De Zwarte Eumelanine wordt Bruine Eumelanine ,en vermindering van de bruine Phaeomelanine.

4 – Isabelreeks :  Agaat en Bruin samen :Zwarte Eumelanine wordt bruine Eumelanine en een  vermindering van de Bruine Phaeomelanine.

                                                Niet  klassieke kleuren :

 1 – Pastel    : Vermindering van de Zwarte en Bruine Eumelanine ,lichte vermindering van de  Phaeomelanine ,hebben alleen donkere veertoppen .Zowel de  Zwarte,Agaat,Bruine,en isabel              

2 – Grijsvleugel : Melanine enkel aan de randen van de pennen ,centraal erg weinig ,De rand bevat Eumelanine Zwart en Phaeomelanine bruin .We krijgen geen  klassieke  tekeningspatroon ,maar een gehamerde tekening ,zelfs in de flanken.

3 – Opaal  :   Gestoorde melanine verdeling .De melanocyten bezitten geen dendrieten meer zodat er weinig Melanine druppels kunnen afgegeven worden .De vleugel en staart pennen zijn aan de onderkant donkerder dan aan de bovenkant.

4 – Satinet  : Gestoorde Melanineproductie : Geen Phaeomelanine bruin ,sterk gereduceerd en           vervormd Eumelanine  (korrels 4 *gereduceerd en 4 * verminderd )het Eumelaninebruin is ook sterk gereduceerd maar de grote van de korrels is gebleven.

5 –  Phaeo  : Sterk gestoorde Eumelanine synthese .Geen Eumelanine aanmaak in het begin stadium wel later (zie donsbevedering) .Alleen aanmaak   Phaeomelaninebruin  in de randen zodat we een marmering patroon verkrijgen.

6 – Topaas  : Is een mutatie van de Phaeo  .Er is reductie ( een vermindering van hoeveelheid)  en dus  ook in de tint van de Eumelanine .Er is ook een aanzienlijke vertraging bij de aanmaak  en oxidatie kleuring) van die zelfde Eumelanine.

7 –  Eumo  : Sterke reductie van Phaeomelaninebruin ,en reductie van de Eumelanine.

8 –  Onyx  :  Volledige afwezigheid van Phaeomelaninebruin ,dubbele aanwezigheid van  Bruine  of Zwarte Eumelanine in vergelijking met de klassieke kleuren.

Waar blijven de geel schimmels.

Geel schimmel

 

Waar zijn ze gebleven “ DE GEELSCHIMMELS”                      Wout van Gils.

Voor de meeste kwekers is dit geen tentoonstelling vogel en daarom wordt er ook niet altijd doel gericht op gekweekt .Dit ondanks dat er toch standaardeisen voor voorzien zijn. De meeste geel vetstof kwekers kweken op de intensieve vogels die mooier in het oog liggen en ook betere resultaten op de tentoonstelling brengen.Toch als men doelbewust op de geelschimmel vogel zal gaan kweken ,zal hier zeker verandering in komen ,ook de keurmeesters dienen deze schimmelvogel ook volgens deze standaard goed te beoordelen ,en zoals er al hier en daar op tentoonstellingen opduikt worden de schimmels en intensieve in aparte klassen ondergebracht ,hierdoor zal de geelschimmel vogel zeker meer aandacht gaan krijgen bij meerdere kwekers.De geelschimmel vogels die men tegenwoordig veel ziet komen meestal uit de kweek van geel intensieve vogels waardoor deze dan weer te diep en vlekkerig gekleurd zijn ( intermediaire) Men zal duidelijk de keus moeten gaan maken men kweekt naar Geel schimmel of naar geel intensief maar beiden soorten kweken uit een koppel zal geen goede geel schimmels opleveren ,ook zal hier wel weer eens de uitzondering de regel bevestigen. De schimmel ziet men dikwijls of is het ook zo in twee variaties de schimmelwaas en de gehamerde schimmel deze laatste gehamerde schimmel vorm is de  kanarie vogel eigen. De schimmel waas is nog een overblijfsel van het in kweken van de kapoetsensijs in de roodfactorige vogels.Het grote probleem is bij de schimmelvogels de zware nekschimmel die zich daar voor doet.Om die reden is het ook moeilijk deze vogels erg goed volgens de standaard eisen te kweken ,daar komt nog bij de erg lange contourveertjes ,dus er is nog erg veel werk aan de winkel voor deze kwekers. De meeste jonge vogels zijn half intensief met een te zware schimmelvorming ,en omdat ze half intensief zijn , zijn ze ook bewolkt (vlekkerig) van grondkleur .hieruit dient men goed te selecteren ,om de goede kweek koppels samen te stellen zodat men daardoor de betere geel schimmels zal gaan verkrijgen. Zoals eerder vermeld zal men ook steeds erg goed de lengte van de bevedering in de gaten moeten houden.De schimmel ontstaat doordat de topjes van de (korte) bevedering kleurloos zijn en als een leidak gegroepeerd over het verendek liggen.Hierdoor ontstaat bij een goede schimmelvogel ,een mooie verdeelde korte schimmelpatroon. Bij een overwazing (te veel aan schimmel) is de gehele vlag (top) kleurloos wardoor een lopende te grote schimmel ontstaat .doormiddel van kennis en selectieve koppeling kunt u hierdoor na enkele jaren de juiste schimmel en kleur vorming kweken.Als opmerking wil ik er wel bij plaatsen dat het samen stellen van kweekkoppels het beste kan gebeuren met buitenlicht ,kunstlicht en zonlicht geven een vertekend beeld van de kleur .Daarbij rekening houden dat de Man een wat diepere tint heeft dan de pop ,men kan stellen dat de iets zachtere tint de pop eigen is . Meestal is het zo dat bij de intensieve de man de diepe kleur bezit ,en de schimmel vogels de pop de wat zachtere tint zal laten zien.  

Het uiterlijk van een Geelschimmel is zo samen te stellen.
–          Een mooie forse gevulde vogel.

–          Erg mooi van vorm en model met wat langere gesloten bevedering.

–          Een zachte gelijk verdeelde schimmel ,goed verdeeld over de vogel.

–          Een wat groter ogende vogel ,dit door de bevedering lengte.

–          De pop zal meestal wat meer nekschimmel laten zien. 

Deze vogels zijn ook een streling voor het oog ,gelijk aan onze roodschimmels ,maar er zal gericht naar gekweekt moeten gaan worden met het nodige geduld en overgaven . De geel intensief zijn er al prachtvogels ziet men hier in , voor de geelschimmel moeten we nog meer geduld opbrengen ,met de nodige instelling en overgave om te slagen.Voor de geel schimmels zal men altijd met een latent lagere (minder diepe) grondkleur te blijven gebruiken ,mooie vogels te kunnen kweken. Het kan bij de schimmel niet genoeg gezegd worden hou de lengte van de bevedering ,de lengte van de schimmelvorming ,en de iets lagere grondkleur goed in de gaten ,en je succes moet eens komen.

Samenstellen van kweek koppels :

–          Half intensief * Half intensief.

–          Half intensief * Schimmel.

–          Half intensief * Vol schimmel.

 Bij het samenstellen van deze koppels ,moet men enkele zaken afwegen t.o.V elkaar. OA : 

1 – Hoe is de lengte van de bevedering. (contourveertjes)

2 –  Hoe is de schimmelvorming .

3 –  Hoe is met de (eigen ) te veel aan nekschimmel.

4 –  Hoe is het geelbezit (zeker niet te diep)

5 –  hoe is het model van de vogel. 

Als men zo te werk gaat zal meestal  uit deze kweekkoppels diverse soorten jongen kweken vogels met hooggeel bezit,met normaal geel bezit ,en geelschimmels .Het is aan de kennis van de kweker met welk geelbezit hij hieruit gaat verder kweken. Men moet het percentage geel bezit van de geelschimmel goed kunnen in schatten ,dat is voor sommige kweker wel eens een probleem ,maar in uw vereniging zijn zeker kwekers of keurmeesters die u hier in kunnen bijstaan denk ik.Het is koppeling Halfintensief * Schimmel die normaal gezien de beste resultaten zal geven en het is ook aan te bevelen deze weg in te slaan.Ook is het aan te bevelen bij deze vogels te kweken in twee lijnen ,zowel de Patrokliene methode als de Matrokliene methode .speel zeker en kweek zo ,en koop niet telkens vogels bij Want de bovengenoemde methode geeft u al van deze vogels ,zeker als u bij uw samenstelling van uw kweekkoppels al erg selectief te werk bent gegaan , dan is dit de kortste weg naar succes met de kweek van je Geelschimmels .De geelschimmel is zeker geen makkelijke vogel ,maar dat wisten we al de geelfactor zal in de geelschimmel altijd erg gevoelig blijven voor een diepere tint ,Het is daarom dat je bij het samen stellen van je kweekkoppels altijd de lagere kleur tinten gebruiken.  

De standaard eisen van de Geelschimmel.   
–          Een niet intensieve vogel met enkelvoudige geelfactor Gelijkmatig verdeeld.

–          Schimmel vorming zo egaal mogelijk verdeeld.

–          Snavel poten en nagels moeten vleeskleurig zijn.

–          Grote 14 a 14.5 cm

–          Goed in de bevedering ,en goed sluitend tegen het vogellichaam

 De meest voorkomende fouten.
–          Niet egaal verdeelde schimmel patroon.

–          Te veel nekschimmel en of schimmel partijen.

–          Grondkleur te diep of bewolkt ,niet egaal van kleur.

–          Bontheid.

–          Erg lange en ruwe bevedering. 

Beste Geelschimmel kwekers ,ik hoop u met deze uiteenzetting toch weer te kunnen overtuigen dat de geelschimmel een kans verdiend ,wij keurmeester zullen u hierin moeten ondersteunen ,en de verenigingen kunnen hier ook een steentje in bijdragen door BV voor deze klas de Geel schimmels en de Geel intensieve in een afzonderlijke klas onder te brengen ,deze vogels moeten terug komen ,ik en meerdere kwekers hopen het in elk geval En  kijk maar eens  op de  dag van heden hoeveel,en wat een  pracht vogels zijn het wel niet.Welkom terug . Veel geluk met het kweken van de geel schimmels .

Veel succes met de geelschimmels Van Gils wout.

E-mail adres wout@woutvangils.be