Agaat wit en Agaatpastel wit.

Agaat pastel Agaat topaas


 

Van Technische commissie kleurkanaries  A.o.B                                             01-11-2001

 De Agaat wit en Agaat pastel wit.

 De nieuwe agaat wit brengt ons een mooie vogel.

 Reeds tientallen jaren kweekten we naar een vogel zonder phaeo bruin, en nu we deze vogel in ons bezit hebben, die heel dicht de standaardeisen benadert, mogen we hem zeker niet wegschrijven.Deze agaat wit leunt dicht aan bij de beschrijving van onze vroegere agaat wit, namelijk “zo weinig mogelijk of geen bruine phaeomelanine”Enkel de tussenliggende grondkleur van beide vogeltypes is merkelijk afwijkend De gekende tussenliggende kleur is meer bruin grijs naar blauwachtig (naargelang de aanwezigheid van de citroenfactor). Door de afwezigheid van de bruine phaeomelanine wordt de grondkleur van de agaat bleker (grijswit) waardoor we een groter kontrast verkrijgen tussen de zwarte eumelanine en de witte grondkleur bij deze agaat.We moeten er wel op letten dat de eumelanine tekening niet te breed wordt. De ze moet ook nog onderbroken zijn. De stippeltekening aan de keel is niet toegelaten, en de typische baardtekening van de agaat is nog steeds vereist. Ook moeten we voldoende aandacht schenken aan de vorm en grootte van de vogel daar deze heldere agaten meestal naar de kleine kant zijn.Onze vroegere agaat wit mag zeker nog niet afgeschreven worden, een goede vogel zal steeds nog in aanmerking komen voor een ereprijs of kampioentitel. 

agaatw4                 agaatw5   agaatw6  Agaat Wit                                            Agaat Wi t                                           Agaat pastel wit                                             Zeer goed exemplaar                           Zeer goed is nog helderder                       Mooi helder geheel.

Voor wat betreft de agaat pastel wit moeten we een duidelijke reductie van de zwarte eumelanine, ten gevolge van de 2°reductiefactor, kunnen vaststellen. Ook is de werking van de pastelfactor goed waar te nemen in de grondkleur, deze is hier krijtwit.

De toekomst zal uitwijzen waar we naar toe evolueren !!!

Over jarige mozaieken.

db mosaik-hahn-typ2-21


 Overjarige mozaïeken.

Op de laatste algemene vergadering voor kleurkanariekeurders te Roosdaal op 12 mei 2001 kwam het probleem van pendoorkleuring bij overjarige mozaïeken uitgebreid aan bod. Er waren verschillende standpunten zodat het voor de Technische Commissie onmogelijk was om onmiddellijk een gepast besluit te nemen en zolang bleef de huidige standaard van toepassing. Er werd beloofd om het probleem ernstig en prioritair te bespreken binnen de technische commissie. Om geen stap achterwaarts te zetten werd er internationaal geïnformeerd.Op de vergadering van 16 juni 2001 werd dit punt opnieuw bij voorrang behandeld door de technische commissie en werden er definitieve beslissingen genomen. Hiervan werd volgend verslag opgemaakt.

 Het probleem van de doorgekleurde vleugel & staartpennen.

Rood moz. type 2 prachtig mozaïekpatroon en geen lipochroomkleur in vleugelpennen

 overja3

Agaat Onyx geel moz. type 1 geen lipochroomkleur in vleugelpennen!

 Wanneer we de standaard volgen lezen we dat een ideaal mozaïekpatroon een sterk begrensde vleugelbochttekening heeft. Dus, zo weinig mogelijk en beter nog géén doorlopende lipochroom naar de vleugelpennen, zowel voor de rood- als geelfactorige mozaïeken. Verder dienen alle andere tekeningen aan de gestelde normen te voldoen Overjarige mozaïeken met rode grondkleur moeten als overjarige vogel steeds doorgekleurde vleugelpennen vertonen. Om hun rode grondkleur te behouden is men genoodzaakt om rood stimulerende middelen te verschaffen en doordat kanaries het tweede levensjaar hun vleugel en staartpennen verliezèn komen deze dus automatisch rood doorgekleurd terug. Voor mozaïeken met gele grondkleur is dit overja5probleem minder storend. Mozaïeken met gele grondkleur worden normaal niet bijgekleurd en verandert de lipochroomkleur in de vleugelpennen bij overjarige vogels minimaal tegenover vleugelpennen bij jonge geel mozaïeken.Doch bepaalde geelmozaïekkwekers geven eveneens kleurstimulerende middelen om bij hun jonge geel mozaïeken een diepere gele mozaïektekening te bekomen. Hierdoor krijgen we hetzelfde effect als bij de roodfactorige mozaïeken. De vleugel & staartpennen blijven onaangepast het eerste levensjaar omdat het de nestpennen zijn maar het toedienen van gele kleurstimulia aan overjarige vogels zal eveneens leiden tot een te sterke gele kleur in de vleugelpennen en ook met puntenaftrek moeten bestraft worden.

overja2Om toch aan de normen, van een ideale mozaïek, te beantwoorden hadden vooruitziende kwekers een aantal van hun jonge mozaïeken met ringen van de voorbije jaren geringd en stelden op die manier mozaïeken met ongekleurde vleugelpennen in de B-reeks tentoon. Een overjarige roodmozaïek, zowel lipochroom als gepigmenteerd, moet automatisch rood doorgekleurde vleugelpennen bezitten! Wat betreft de geel mozaïeken in de B-reeks moeten we tolerant blijven. Aangezien deze overjarige vogels meestal moeilijk te onderscheiden zijn van de jonge mozaïeken blijven we deze beoordelen zoals de standaard het voorschrijft. Een begrensd mozaïekpatroon dat ook op de schouders begrensd blijft, een absolute minimum lipochroom in de vleugelpennen. het maximum toe te kennen punten bedraagt 92 punten voor dergelijke vogels. Op provinciale shows en het nationaal kampioenschap zijn er voor overjarige mozaïeken geen reeksen meer voorzien.

overja2Conclusie

Roodfactorige mozaïekkanaries in de B-reekYen kunnen 92 punten toebedeeld krijgen als ze het werkelijk verdienen en alle vleugel- & staartpennen egaal rood gekleurd zijn. Voorgeelfactorige mozaïeken in de B-reekY wordt een minimum aan lipochroomkleur in de vleugel- & staartpennen gevraagd om het maximum punten (92) te kunnen krijgen.

Nieuwe symbolen ????? Inte Osman.

Kijk en vergelijk


Nieuwe visie op :

Terminologie en Symboolgebruik bij Kanaries
Door: Inte Onsman.
Werkgroep Ontwikkeling en Innovatie bij Kleurkanaries i.s.m. MUTAVI Research & Advies groep

 

Uniformiteit bij het gebruik van genetische symbolen is wereldwijd nog ver te zoeken. Of we dit ooit zullen bereiken blijft voorlopig een open vraag.
De in ons land gebruikte symbolen zijn voor wat betreft papegaaiachtigen veelal gebaseerd op internationale naamgeving en symbool gebruik en de verdere ontwikkeling hiervan is d.m.v. wereldwijde contacten via Internet recentelijk in een stroomversnelling gekomen.
Voor wat betreft de vinkachtigen ligt de situatie anders. Hoewel veel auteurs van artikelen over vinkachtigen en in het bijzonder kanaries het gebruik van genetische symbolen niet uit de weg gaan, is er nog niet echt een intentie geweest om deze symbolen aan te passen aan wat we tegenwoordig “voortschrijdend inzicht” noemen [14].
De genetische symbolen voor kanaries zijn meer dan 40 jaar geleden bedacht en later gepubliceerd in het eerste standaard werk voor kanaries geschreven door Veerkamp [13].Baanbrekend werk op dit gebied is verricht door Beckman die de door hem gebruikte symbolen baseerde op het in 1962 verschenen boek “Genetics for Budgerigar Breeders” geschreven door Taylor en Warner. Een groot deel van de door hen op de Engelse taal gebaseerde symbolen worden heden ten dage voor papegaaiachtigen nog steeds gebruikt [9].De genetische symbolen voor kanaries die we in ons land veelvuldig gebruiken, zijn echter niet op de Engelse taal gebaseerd maar op onze eigen taal. Deze zienswijze werd verder uitgewerkt door Veerkamp in 1967 en is zins dien nooit gewijzigd.
De tijd heeft echter niet stil gestaan en aan het begin van deze nieuwe eeuw dienen wij ons af te vragen of wij gezien recente ontwikkelingen in de wetenschap m.b.t. deze materie en onder invloed van discussiegroepen op Internet, deze zaak niet eens drastisch moeten herzien.

Toen Veerkamp het factorenbezit van de gepigmenteerde kanarie beschreef, kon hij niet bevroeden dat het wetenschappelijk onderzoek naar pigment vorming in het algemeen een enorme vlucht zou nemen. Vele honderden wetenschappelijke publicaties over pigmentvorming zouden in en na de zestiger jaren beschikbaar komen.
Het is zelfs zo dat de pigmentcel de meest bestudeerde cel in de gehele cel biologie is omdat m.b.v. deze cellen genetica in combinatie met enzymatische processen gelijktijdig bestudeerd kan worden. Het was in die tijd reeds lang bekend dat voor een normale pigmentvorming, bepaalde enzymatische processen nodig zijn die uiteindelijk leiden tot wildvorm pigmentatie. Dit werd toen de z.g. “enzymwerking” genoemd en logischer wijze werd dit aangeduid met het symbool E, de enzym factor. Een kanarie met de formule E+ / E blijkt echter een bonte vogel te zijn waaruit blijkt dat men toen dacht dat op het E locus het gen lag dat verantwoordelijk was voor de vorming van pigment in het algemeen.Dit is echter een verkeerde interpretatie van de werkelijkheid. Bontvorming heeft niets te maken met de enzymatische processen die ten grondslag liggen aan de vorming van pigment. Sterker nog, in een vogel met bontvorming en voor zover aanwezig wildvorm pigmentatie, of het nu recessief bont of dominant bont betreft, zijn alle enzymen die nodig zijn om pigment te vormen wel degelijk aanwezig. Bontfactoren en zeker de dominant verervende bontfactoren, grijpen in in de migratie van melanoblasten, de voorlopers van melanocyten (pigmentcellen) of zorgen voor een ongeschikt “leefklimaat” in bepaalde delen van de huid waardoor pigmentcellen plaatselijk niet kunnen overleven met als direct gevolg bontvorming.
Bij vrijwel alle dominant verervende factoren laten de dubbelfactorige mutanten het beste zien wat het dominante allel veroorzaakt. Dus een E / E vogel laat bij kanaries goed zien wat er eigenlijk gebeurt; pigmentcellen kunnen hun bestemming niet bereiken of sterven vroegtijdig af met als gevolg dat de vogel volledig ongepigmenteerd blijft en alleen nog vetstof laat zien.Dit komt echter niet doordat het enzym tyrosinase in een dergelijke vogel zou ontbreken waardoor de pigmentvormings processen niet op gang kunnen komen, maar door het geheel (bij DF vogels) of gedeeltelijk (bij EF vogels) ontbreken van melanocyten (pigmentcellen) in de veerfollikels.
Als er in bepaalde huidgebieden de pigmentcellen die nodig zijn om pigment in de veren af te zetten ontbreken door toedoen van een in dit geval dominante bontfactor, kan er dus ook geen pigment worden gevormd. Hieruit volgt dan ook dat de letter E van Enzym dus feitelijk onjuist is omdat bij deze mutant geen enzym defect is opgetreden maar een geheel ander defect [4,7].
De E factor is dus in feite een dominante bontfactor en dient dan ook als zodanig met het symbool Pi, afgeleid van het Engelse Pied, hetgeen bont betekent, te worden aangeduid.Dat brengt mij op het punt waarbij we er van uit moeten gaan dat alle symbolen conform wereldwijde afspraken, zowel in wetenschap als hobby, voortaan op de Engelse taal gebaseerd moeten zijn en tevens in plaats van boven elkaar, naast elkaar geschreven moeten worden. Dit laatste heeft tevens grote voordelen bij computergebruik waar we in deze eeuw natuurlijk steeds meer mee geconfronteerd worden.
We nemen een aantal andere factoren ook eens onder de loupe.

De zwartfactor
Met de zwartfactor wordt bij kanaries ongemuteerd eumelanine aangeduid. Deze factor vererft bij alle vogelsoorten geslachtsgebonden en de kanarie is daarop dan ook geen uitzondering. Wat echter wel uitzonderlijk is, is dat bij vinkachtigen deze factor “bruin” wordt genoemd en bij papegaaiachtigen “cinnamon” uit het Engels.
In oude wetenschappelijke publicaties [1] wordt deze kanarie mutant echter wel degelijk cinnamon genoemd en zou dus evenals bij de papegaaiachtige soorten met het symbool cin moeten worden aangeduid. De term “bruin” is echter zo diep geworteld in de kanarie liefhebberij dat er waarschijnlijk geen meerderheid voor deze verandering te vinden zal zijn en daarom is het voorstel dan ook om het symbool z te veranderen in b van het Engelse brown.
Wat er n.l. werkelijk gebeurd is dat het pigment door het ontbreken van het benodigde “b” proteïne gedurende het oxidatie proces niet meer in staat is om zwart te worden en dus bruin blijft. Het is dus niet zo dat zwart pigment wordt omgezet naar bruin maar het is eerder dat het zich ontwikkelende pigment niet meer in staat is om via het bruine stadium uiteindelijk zwart te worden. Het locus symbool dient dan ook hier weer een aanduiding te zijn van de naam van het gen of de naam van datgene wat de mutant in het fenotype laat zien en dat is bruin eumelanine i.p.v. zwart al of niet in combinatie met roodbruin phaeomelanine.

De agaat
Het symbool rb staat voor “reductie bruin phaeomelanine” zoals we dat aantreffen bij de agaat. Met dit symbool wordt dus kennelijk de agaat aangeduid, hetgeen eigenlijk in het geheel niet uit het symbool blijkt zoals met vele andere symbolen ook het geval is.
Het is feitelijk onjuist om het rb symbool apart te gebruiken omdat de agaat een allel is van de satinet en dus als allelisch symbool van satinet, dus als boven schrift bij het satinet symbool moet worden geschreven. De satinet is n.l. de geslachtsgebonden ino bij de kanarie [10, 11] en toont evenals de agaat nauwelijks phaeomelanine.
Toch zijn deze beide allelen niet verantwoordelijk voor de productie van phaeomelanine, dit wordt n.l. door een autosomaal gen geregeld. Het vrijwel verdwijnen van zichtbaar phaeomelanine bij de agaat en satinet is slechts het indirecte gevolg van deze beide mutaties en moet gezien worden als een bijverschijnsel.
Beide mutaties zijn dus in principe geen mutaties die de productie van phaeomelanine onmogelijk maken en daarom moet het symbool pb dan ook vervangen worden door het algemeen aanvaardde en internationaal in gebruik zijnde ino symbool voor de satinet met als toevoeging het allelische symbool ag dat als boven schrift aan het ino symbool moet worden toegevoegd om zodoende het agaat allel aan te duiden en de relatie tussen beiden aan te geven.

Autosomaal albinisme
Dit brengt ons logischerwijs bij de autosomaal recessieve ino genaamd “phaeo”.
Het symbool voor deze mutant was eb hetgeen staat voor “eumelanine beletter”. Het woord beletter zien we in de oude benamingen steeds terugkomen en letterlijk betekend beletten “verhinderen dat iets gebeurt”, in dit geval dus de aanmaak van eumelanine.
In feite worden er bij alle mutaties die met “beletter” werden aangeduid in principe wel processen “belet” waardoor er een bepaald onvermogen om een proces uit te voeren of af te maken ontstond. Hebben we het echter over een “beletter” in de letterlijke zin van het woord dan wekt dit de indruk dat door de mutatie een nieuwe stof of enzym wordt geproduceerd die het normale proces zou verhinderen en dat is niet altijd het geval.
Wat er wel gebeurt, b.v. bij de phaeo, is dat er door het gemuteerde gen een alternatieve vorm van het oorspronkelijke wildvorm enzym wordt geproduceerd, een z.g. iso-enzym dat niet of nauwelijks werkzaam is en in dit geval resulteert in albinisme [10, 11].
Het symbool eb kunnen we dus beter veranderen in de naam van de soort mutatie en dat is het symbool a afgeleid van het Engelse autosomal albinism. Hieraan kan dan weer als boven schrift het symbool tz (topaz in het Engels) worden toegevoegd voor het topaas allel. Dat beiden als basis symbool de letter a hebben geeft weer aan dat het allelen zijn van het a locus en dat het dus verschillende mutatie vormen zijn van hetzelfde gen volgens hetzelfde principe als de agaat en satinet.

De opaal factor
Voor de opaal factor is indertijd het symbool so gekozen, hetgeen “structuur opaal” betekent. Onderzoek heeft uitgewezen dat de opaal factor een morfologisch verandering van de melanocyten teweegbrengt, d.w.z. dat opaal melanocyten geen dendrieten hebben waarmee ze het pigment in de bevedering afzetten. In sommige gevallen worden zelfs gehele melanocyten in de veerschachten opgenomen vanwege dit defect. Het is dus primair een structurele verandering van de melanocyten zelf en niet zo zeer van de bevedering [3,6].
Omdat er bij de opaal een abnormale pigment afzetting aan de onderkant, dus aan de ental zijde van de veren plaatsvindt, ontstaat een blauwgrijs opaalachtig effect en de naam opaal is dan ook goed gekozen. Het basis symbool zou dan ook eenvoudigweg veranderd kunnen worden in op naar het Engelse opal met het allelische symbool ox als boven schrift voor het onyx allel omdat ook het op locus een tweede mutatie heeft opgeleverd die tezamen met opaal een multiple allele serie vormt, zo is uit proefparingen gebleken.

Dominant en recessief wit
Beide mutaties verhinderen de productie van carotenoïde op verschillende wijze en toch kregen zij hetzelfde symbool n.l. Cb (carotenoïde beletter). Het enige verschil is dat dit symbool voor dominant wit met een hoofdletter geschreven wordt en voor recessief wit met kleine letters.
Het voorstel is nu om ook deze symbolen logischer te maken n.l. de hoofdletter W van White voor dominant wit en om geen verwarring te krijgen wt (eveneens van white) voor recessief wit.

Pastel en grijsvleugel
De geslachtsgebonden pastel factor kreeg als symbool rz (reductie zwart) en de grijsvleugel rrz (reductie van reductie zwart).
Als we deze symbolen wederom baseren op de Engelse benamingen krijgen we dus pa voor pastel, dat overigens in het Engels hetzelfde woord is, met als allelisch symbool gw voor de grijsvleugel afgeleid van het woord greywing. Vooralsnog gaan we er vanuit dat deze twee factoren multiple allelen van het geslachtsgebonden pa locus zijn. Hier wordt overigens nog onderzoek naar gedaan.
Als we deze logische benadering verder doorvoeren, wordt de ivoor factor van sc veranderd in iv van ivory, de eumo van rm wordt dan eu van eumelanin, mozaïek wordt dan van m veranderd in dm afgeleid van dimorphic en de blauwfactor wordt dan simpelweg Bl van Blue. Alleen de rood factor en de intensief factor kunnen vrijwel ongewijzigd blijven zoals te zien is op de tabel.
Om het nog duidelijker te maken volgen hier enkele voorbeelden.

Groene man (oude schrijfwijze):
E+ (x)z+ rz+ rb+ B+ G+
E+ (x)z+ rz+ rb+ B+ G+

Dit wordt volgens de nieuw voorgestelde schrijfwijze:

Bl + / Bl + Yw +/ Yw + X b + / X b +

Wat direct opvalt is dat een groot aantal factoren uit de formule zijn weggelaten. Als we de groene kanarie als wildvorm beschouwen, zijn slechts drie gen loci voldoende om aan dit criterium te voldoen n.l. het Bl locus voor de productie van phaeomelanine, het a locus dat primair betrokken is bij de productie van eumelanine maar ook een rol speelt bij de productie van phaeomelanine en het Yw locus voor de productie van gele vetstof.
Als deze drie genen in ongemuteerde toestand worden weergegeven kan de rest worden weggelaten en deze formule als wildvorm formule worden beschouwd. In feite mogen in formules die slechts betrekking hebben op één vogel, alle homozygote wildvorm allelen tegen elkaar worden weggestreept omdat zij geen wezenlijke bijdrage leveren aan het genotype waar de formule betrekking op heeft. Alleen de wildvorm formule is in het nu voorgestelde systeem hierop een uitzondering. Een tweede voorbeeld:

Bruine man (oude schrijfwijze)

E+ (x) z rz+ rb+ B+ G+
E+ (x) z rz+ rb+ B+ G+

Nieuwe schrijfwijze:

X b / X b

U ziet dat alle niet relevante factoren weg zijn gelaten. De beide X symbolen geven aan dat het hier een man betreft en de beide b symbolen (zonder + teken!) geven aan dat hij homozygoot is voor bruin. Een bruine man dus. Alle andere factoren zijn weggelaten omdat zij niet gemuteerd zijn en dus, omdat het hier één vogel betreft, geen rol spelen in de formule.

Agaat man (oude schrijfwijze):

E+ (x) z+ rz+ rb B+ G+
E+ (x) z+ rz+ rb B+ G+

Nieuwe schrijfwijze:

X ino ag / X ino ag

Ook hier zijn weer alle niet relevante factoren weggelaten. Direct is te zien dat het hier een man (X / X) betreft en dat hij homozygoot is voor ino ag , agaat dus. Omdat ook hier geen enkele andere factor in deze formule wordt vermeld, betekend dat dus dat er ook geen enkele andere factor is gemuteerd.
Deze vogel is dus nergens split voor en dus gewoon een zwart agaat. Zo simpel is dat.

Isabel, ofwel bruin agaat man (oude schrijfwijze):

E+ (x) z rz+ rb B+ G+
E+ (x) z rz+ rb B+ G+

Nieuwe schrijfwijze:

X b_ino ag / X b_ino ag

In deze formule gebruiken we het onderliggende verbindingsstreepje om aan te geven dat beide mutaties gekoppeld op het X-chromosoom liggen. Zijn er meerdere gekoppelde factoren in het spel, dan plaatsen we die er eenvoudigweg bij b.v. bruin agaat pastel (isabel pastel) wordt dan X b_ pa _ ino ag / X b_ pa _ ino ag voor de man en X b_ pa _ ino ag / Y voor de pop.
Het zal u ongetwijfeld zijn opgevallen dat ik de isabel als bruin agaat benoemd heb. Wel, als we de oude formule van Veerkamp goed bekijken is te zien dat de “zwartfactor” z (bruin) homozygoot aanwezig is en de agaat factor rb eveneens. Dat betekent in concreto dat we dus te maken hebben met een bruine agaat die evenwel als isabel door het leven gaat.
Reeds in 1985 maakte F. Kop in zijn boek “Het Kweken van Kanaries” [5], bezwaar tegen deze benaming omdat het gebruik van aparte namen voor mutatie combinaties soms ten onrechte de indruk wekt dat het om een aparte mutant gaat hetgeen vooral bij beginners tot grote verwarring kan leiden. Als voorbeeld verwijs ik naar een artikel in ONZE VOGELS uit 1971 met als titel “De Nieuwe Isabel Mutatie”[8] waarbij het echter niet om een nieuwe mutatie gaat maar om een nieuwe mutatie combinatie en dat is iets heel anders.
Ik ben het met Kop eens. De naam isabel is niet direct gerelateerd aan een kleur wat vele andere benamingen vaak wel zijn en bovendien, waarom zouden we een bruine agaat niet gewoon een bruine agaat noemen. Daar is op zich toch niets op tegen? We zijn dan ook hard bezig om deze benaming in ieder geval voor papegaaiachtigen geheel af te schaffen omdat deze naam vaak, en met name vooral in de Engelstalige landen, volstrekt willekeurig wordt gebruikt voor mutanten die genetisch gezien niet eens een overeenkomst hebben. Aan deze chaos moet ook een einde worden gemaakt.

Ook Veerkamp heeft indertijd in zijn boek aangegeven dat formules vereenvoudigd kunnen worden maar ging hierin minder ver dan de huidige voorstellen [13]. Als voorbeeld geeft hij de paring agaat man x groene pop. Zijn vereenvoudigde formule zag er als volgt uit:
voor de man:
(x) z+ rb
(x) z+ rb
voor de pop:
(x) z+ rb+
(y)

Hij vermeldt hierbij het volgende, ik citeer:

— Zodra een der ouderdieren in het bezit is van een gemuteerde factor, dan moet bij de partner die deze factor niet bezit, het symbool van de overeenkomende ongemuteerde factor worden opgenomen in de vereenvoudigde formule. Bij de groene pop moeten we dus, als tegenhanger, de ongemuteerde 1ste reductie factor rb+ gebruiken. — einde citaat.
Deze manier van doen blijft ook in het nieuw voorgestelde systeem gehandhaafd. Is bij de man een bepaalde factor gemuteerd en bij de pop niet, dan moet bij de pop toch deze factor als wildvorm factor (+) worden vermeld om de formules gelijk te maken aan elkaar.
In de door Veerkamp vereenvoudigde formule had echter ook nog de z+ factor weggelaten mogen worden. Volgens het nieuwe systeem komen deze formules er dan zo uit te zien;

voor de man: Xino ag / Xino ag en voor de pop: Xino + / Y

De man is homozygoot agaat en voor de rest is geen enkele factor vermeld, dus het betreft hier een groen agaat man. Bij de pop vermelden we de ongemuteerde ino factor omdat de agaat daar een allel van is. Het ino+ symbool is dus het wildvorm basis symbool voor zowel satinet als agaat zoals ook in de tabel te zien is.
Ook het gebruik van de termen 1e en 2e reductie factor en de in 1971 voorgestelde 3e reductie factor moet worden verlaten. Dit geldt eveneens voor de 1e en 2e albinofactor.
Nog afgezien van het feit dat dergelijke termen in de wetenschap nooit worden gebruikt, voegen ze weinig toe aan datgene waar ze mogelijk voor bedoeld zijn n.l. het in categorieën plaatsen van de verschillende geslachtsgebonden pigment verdunnende mutaties, maar meer duidelijkheid over deze mutaties geven ze m.i. niet.
Het leren van deze terminologieën zorgt voor onnodige ballast bij de keurmeesters opleidingen en zou moeten worden afgeschaft. Cursussen moeten erop gericht zijn om de genetica en de werking van het pigmentvormings proces te leren begrijpen om zodoende de verschillende mutaties en de logica achter het symboolgebruik beter te kunnen doorgronden.Als wij bovendien de nu voorgestelde methode consequent doorvoeren ook voor wat betreft nieuwe mutaties, behoeven wij ons ook niet meer in allerlei taalkundig weinig elegante woord combinaties te begeven zoals “reductie zwart” (rz) met het daaruit voortgekomen “reductie van reductie zwart” (rrz) hetgeen in het oude systeem onvermijdelijk was geworden, om maar een voorbeeld te noemen.

Als u het nieuwe vereenvoudigde systeem in artikelen wilt gebruiken en u heeft daar nog problemen mee, is ondergetekende i.s.m. de redaktie gaarne bereid hierbij te helpen of nadere uitleg te geven.Het systeem zal in ieder geval in publicaties van de MUTAVI Research & Advies Groep, op Internet en door de ‘Werkgroep Ontwikkeling en Innovatie’ worden gebruikt.Om met een bekende slogan te eindigen: leuker kunnen we deze hobby niet maken, wel makkelijker.

Literatuur:

1. Durham F.M., (1927) Sex-Linkage and other Genetical Phenomena in Canaries Journ.of Genetics Vol.17 no.1;pag.19-33 2. Kop F.H.M., (1983) Het Kanarieblauw, een samenspel van factoren De Vogelwereld Jaargang 38;pag. 394-402 3. Kop F.H.M., (1983) Opaalfactor: Geen structuurfactor maar melanocytenfactor De Vogelwereld Jaargang 38;pag. 558-564 4. Kop F.H.M., (1983) Hoe zo...bont? De Vogelwereld Jaargang 38;pag. 490-494 5. Kop F.H.M., (1985) Het Kweken van Kanaries Zuid Boekprod. b.v. (Voliere Vademecum) 168 pag. 6. Kop F.H.M., (1987) De Opaalfactor ONZE VOGELS no.4;pag. 170-171 7. Kop F.H.M., (1981) De Enzym Factor De Vogelwereld Jaargang 37;pag. 28-31 8. Onbekende auteur, (1971) De Nieuwe Isabel Mutatie ONZE VOGELS no.10;pag. 452-453 9. Onsman I., (1993) Genetische Symbolen en hun Geschiedenis Mutavi Bulletin no.4;pag. 20-21 10.Onsman I., (1991) De Topaas Kanarie: Een Verkenning en Analyse Mutavi Bulletin no.1;pag. 15-19 11.Onsman I., (2000) Internet http://www.life-research.nl/albino.htm 12.Spijker W.D.H., (1972) Al die nieuwe Kleurnamen, ze maken er maar wat van ONZE VOGELS no.2;pag. 76-79 13.Veerkamp H., (1967) Handleiding voor de Kleurkanarie Kweker THIEME - ZUTPHEN;pag. 38-210 14.Wal v.d. H.K., (2000) Persoonlijke communicatie 15.Wal v.d. H.K., (1997) Kanaries, Handboek voor het Houden en Kweken van Zang-, Kleur- en Postuurkanaries 256pag. 
Met dank aan Inte Onsman voor het beschikbaar stellen van het artikel.

 

©ionsman@life-research.nl“>Inte Onsman

 

Technische commissie 2001.

overja2

  Beste collega’s ;

We zijn ongeveer midden het keurseizoen en zoals beloofd in een vorig schrijven enige vaststellingen en aanbevelingen na observaties gedaan op verschillende TT. Duidelijkheid omtrent de ontstane verwarring betreffende mozaïek rood kanaries: gezien de staartgroei in vele gevallen nog verder gaat op het ogenblik dat kleurstof gegeven wordt en daarenboven meer en meer mozaïeken ook in de rui van het eerste jaar hun staartpennen laten vallen wordt een BEPERKTE rode uitgroei aan de staart basis aanvaardt, deze moet wel éénkleurig zijn. Een niet gekleurde staartbasis geniet de voorkeur! Volledig doorgekleurde staartpennen moeten steeds bestraft worden en dit volgens de richtlijnen van september 2001 (verschenen in de vogelwereld 10/2001). overja3

@ v. d. Maelen J.

Ag. rood moz. T2; maximale staartkleurig maar kan nog getolereerd worden.

 

We willen ook nogmaals de aandacht vestigen op het feit dat in de zwart – en de agaatreeks de melanine bestreping tussen zwart en grijs varieert afhankelijk van de reeks (pastel, eumo, topaas, onyx,…) waarin de vogel thuishoort. Bruin of beige zijn bij deze kleuren altijd foutief en minimaal gewenst, zodat poppen hier meestal niet aan de normen beantwoorden. Nochtans bij de mozaïek vogels waar de poppen wel gevraagd worden, als type1, kan minimaal bruin aanvaard worden.

Bij de bruinreeks, schimmels + witte grondkleur, vragen we nogmaals meer aandacht voor een duidelijke bruine eumelanine bestreping. De agaatwitte en de agaatpastel wit blijven ook een zorgenkind evenals de topaaswit. Voor deze vogels vragen we een zo helder mogelijke ondergrond, wat zeker niet beduidt een sneeuwwitte ondergrond! De aanwezigheid van zeer licht – tot blauwgrijze tint, in de grondkleur, zal de vogel een veel egalere verschijningsvorm geven wat dient geprefereerd te worden.

Over de onyx zullen we nog wel de verdere evolutie moeten afwachten. Nochtans dienen bij het keuren volgende puntenoverja5 in acht genomen te worden:

1) type onyx vogels (dus met nog opaalkenmerken)dienen bestraft te worden. De intermediaire bruin onyx gelijkt sterk op een pastelvogel, wees dus voorzichtig!

2) typisch voor de onyxkanarie is zijn donkere(zwart of bruin) kop – en rugdriehoek tekening, waar we wel nog bestreping moeten vaststellen met voor de zwart –               en agaatreeks mannen tussen liggende donkergrijs tot grijze bevedering. Door deze donkere delen krijgen we contrast met de flanken, die helderder lijken, wat op dit ogenblik nog kan aanvaardt worden.  

We hopen dat deze enkele aanwijzingen u het keuren gemakkelijker en aangenamer zullen maken.

Technische commissie kleurkanaries.

Herziene lijst Genetische symbolen .

Herziene Lijst met Genetische Symbolen voor Kanaries

Door: Inte Onsman.
Werkgroep Ontwikkeling en Innovatie bij Kleurkanaries i.s.m. MUTAVI Research & Advies groep
 

 

 

Mutatie Vererving Wild-type Mutant
blauwfactor
dominant
Bl +
Bl
bont
incompleet-dominant
Pi +
Pi
dominant wit
semi-dominant
W +
W
eumo
recessief
eu +
eu
geel
dominant
Yw +
Yw
intensief
dominant
I +
I
mozaïk ***
multifactorieel (?)
dm +
dm
opaal **
recessief
op +
op
onyx **
multiple allele van op
op +
op ox
phaeo
recessief
a +
a
topaas
multiple allele van a
a +
a tz
recessief wit
recessief
wh +
wh
roodfactor
dominant
R +
bruin (gesl.geb)
recessief
b +
b
ivoor (gesl.geb)
recessief
iv +
iv
pastel (gesl.geb)*
recessief
pa +
pa
grijsvleugel (gesl.geb)*
recessief
pa +
pa gw
satinet (gesl.geb)**
recessief
ino +
ino
agaat (gesl.geb)**
recessief
ino +
ino ag

 

Met dank aan Inte Onsman voor het beschikbaar stellen van het artikel.

* en ** Multipele allelen

*** Mogelijk multifactoriele vererving

©ionsman@life-research.nl“>Inte Onsman
 
MUTAVI Research & Advies Groep

De 4 klassieke melanine.

Kijk en vergelijk

De 4 Klassieke melaninen :                  Wout van Gils.  

Algemeen.

Tot deze groep behoren de vier basisseries (zwart-, bruin-, agaat- & isabelreeks). Deze vier basis pigment groepen kunnen met witte, gele of rode grondkleur voorkomen. Bij de rode en gele grondkleur is ook de ivoorfactor toegelaten.De zwart- en de bruinreeks, beiden met hun maximale melanine (niet gemuteerd), en de agaat- en de isabelreeks beiden in het bezit van de eerste reductiefactor.De melanine van de bestreping moet identiek zijn aan de melanine in de vleugel – en staartpennen.

Bij de zwart en bruinreeks is het melanine bezit identiek, maximale zwarte eumelanine bij de zwartreeks en maximale donkerbruine eumelanine bij de bruinreeks.Voor beide reeksen moet de bestreping duidelijk en minimaal onderbroken zijn. De breedte van de eumelanine bestreping mag de breedte van de zones tussen de bestreping niet overschrijden.De grondkleur moet egaal en ook duidelijk zichtbaar zijn tussen de bestreping!Bij schimmels en mozaïeken is een nog iets bredere bestreping toegelaten evenals iets meer phaeomelanine.Voor de bruine schimmels eisen we maximale phaeomelanine.

Bij de agaat en isabelreeks moet de werking van de eerste reductiefactor duidelijk zichtbaar zijn (reductie van de bruine phaeomelanine). Hierdoor wordt de bestreping iets fijner en meer onderbroken dan bij deze uit de maximum pigment reeksen. De gehele vogel wordt helderder.De bestreping bij de agaat is zwart en bij de isabelreeks bruin.De grondkleur moet egaal en zeer duidelijk zichtbaar zijn tussen de bestreping!Schimmel- en mozaïekkanaries bezitten een iets bredere bestreping, en vertonen een weinig phaeomelanine. Deze zonder phaeomelanine genieten de voorkeur!

        

Tekening zwart en bruin reeks.

Bruinrood

Let op Tekening patroon Zwart / Bruinreeks !!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!                        Wout van  Gils.

 

 

dia nieuwe agaat en bruin

 

De klassieke melanine in de zwartreeks.

De klassieke melanine in de zwartserie.Wout van Gils.

Zwart geel intensief

Algemeen ( Let op het tekening patroon )

 De kleurkanaries behorende tot deze pigmentgroep zullen de zwarte eumelanine en de bruine phaeomelanine maximaal bezitten. De zwarte eumelanine, in de vorm van een bestreping in rug en flanken, welke duidelijk moet uitkomen op een zo sterk mogelijk geoxideerde (donkere) ondergrond. De breedte van de eumelanine bestreping mag de breedte van de zones tussen de bestreping niet overschrijden.

De oxidatie zal zichtbaar zijn vanaf de kopstreek, welke daar zelfs donkerder zal zijn, en zo doorlopen tot tussen de poten.De intensief en de citroenfactor zullen een belangrijke rol spelen om de kleurintensiteit te bepalen. De vogels in het bezit van de ivoorfactor zullen minder contrastrijk overkomen.De bek, poten en nagels zullen éénkleurig en maximaal donker zijn. 

Een zo donker mogelijke grondkleur met een duidelijke minimaal onderbroken bestreping.

Tussen de bestreping geen zichtbare bruine phaeomelanine maar een duidelijke grondkleur! De breedte van de eumelanine bestreping mag de breedte van de zones tussen de bestreping niet overschrijden.

De melanine vertrekt aan de snavel. De bestreping vertrekt op de kop en via de rug, in langsrichting, doorlopen naar beneden. De flanken zullen goed bestreept zijn en dit in symmetrie met de rugbestreping.Bij de grote pennen en de dekveren vertrekt de zwarte eumelanine van tegen de zwarte schacht en zal verder, naar de buitenzijde toe, praktisch de volledige pluim bedekken. Enkel langs de buitenrand zal de grondkleur zichtbaar zijn. Zichtbare bruine phaeomelanine is foutief bij de intensieve vogels!Bij schimmel – en mozaïekkanaries mag de bestreping nog breder overkomen. Een weinig bruine phaeomelanine is tolereerbaar bij de schimmelvogels.

Pigmentloze veren en of nagels is “niet gekeurd” = NG

Zwart intensieve in geel en rood (+ivoor)

Onder deze groep vallen volgende kleurslagen:

Zwart rood intensief
Zwart rood ivoor intensief
Zwart geel intensief
Zwart geel ivoor intensief

Voor de intensieve zwartreeks kanaries in rode en gele grondkleur, al of niet in combinatie met de ivoorfactor gelden volgende eisen:

          1      Zo donker mogelijk geheel.

2      Duidelijke bestreping,  minimaal onderbroken en maximaal zwart.

3      Nagels, pootjes en bek egaal gekleurd en maximaal donker.

4      Vleugel- en staartpennen maximaal zwart, omzoomd door de grondkleur zonder bruine phaeomelanine.

5      Grondkleur moet absoluut goed zichtbaar zijn tussen zwarte bestreping.

6      Voor de gele grondkleur, dubbele geelfactor in combinatie met maximale blauwfactor (bevordert de helderheid),

7      Goede intensieffactor; geen zichtbare schimmelsporen

 Zwart schimmel in geel en rood (+ivoor).

 Onder deze groep vallen volgende kleurslagen:

Zwart rood schimmel
Zwart rood ivoor schimmel
Zwart geel schimmel
Zwart geel ivoor schimmel

Voor de schimmels in de zwartreeks kanaries met rode en gele grondkleur, al of niet in combinatie met de ivoorfactor, gelden volgende eisen:

a      Zo donker mogelijk geheel.

b      Bestreping mag nog iets breder dan bij de intensieve.

c      Nagels, poten en bek egaal gekleurd en maximaal donker.

d      Vleugel- en staartpennen maximaal zwart, omzoomd door de grondkleur en absoluut minimale bruine phaeomelanine.

f      Grondkleur moet goed zichtbaar zijn tussen zwarte bestreping.

g      Bij deze met gele grondkleur, enkele geelfactor. Mag voldoende diep aanwezig zijn maar de grondkleur moet egaal blijven.

h      Ruime blauwfactor zal de helderheid bevorderen,

i      Egale schimmelverdeling.

Zwart wit

Onder deze groep vallen volgende kleurslagen:

Zwart wit in dominant of recessief wit.

Er wordt gestreefd naar zo weinig mogelijk bruine phaeomelanine op een zo sterk mogelijk geoxideerde (donkere) ondergrond.  

*Vanaf heden wordt er geen onderscheid meer gemaakt tussen intensief en schimmel. Ook de COM keurfiche voorziet dit niet! Op de keurfiche wordt enkel ZWART WIT vermeld!.

               1      Zo donker mogelijk geheel.(maximale oxidatie)

2      Duidelijke, minimaal onderbroken bestreping.

3      Bek, poten en nagels egaal en zo donker mogelijk.

4      Vleugel- en staartpennen maximaal zwart, minimaal omzoomd met bruine phaeomelanine.

5      Maximale blauwfactor zal de helderheid bevorderen.

6      Goed contrasterende grondkleur zonder zichtbare bruine phaeomelanine tussen de zwarte bestreping.

7      Bij de dominant witte minimale, maar zichtbare gele aanslag, beperkt tot de vleugelpennen.

De klassiek melanine in de bruinreeks.

Klassieke melanine in de bruinserie.    Wout van Gils. 

Bruin rood ivoor intensief man

Algemeen

De kleurkanaries behorende tot deze pigmentgroep zullen de bruine eumelanine en de bruine phaeomelanine maximaal bezitten.De donkerbruine eumelanine, in de vorm van een bestreping in rug en flanken, moet duidelijk uitkomen op de ondergrond. De breedte van de eumelanine bestreping mag de breedte van de zones tussen de bestreping niet overschrijden.De oxidatie kan zichtbaar zijn vanaf de kopstreek, welke daar zelfs een weinig donkerder kan zijn, en zo doorlopen tot tussen de poten.Bij deze in het bezit van de ivoorfactor zal de grondkleur minder contrastrijk overkomen. Bij schimmels, in rood – en geelivoor kan het phaeomelaninebezit sterker tot uiting komen.De bek, poten en nagels kunnen licht gepigmenteerd zijn maar moeten egaal & éénkleurig zijn.Voor de intensieve exemplaren dus een duidelijke, minimaal onderbroken bestreping op een egale grondkleur. Tussen de bestreping geen bruine phaeomelanine maar een duidelijk zichtbare grondkleur! 

Voor de schimmels eveneens een duidelijke bestreping op een egale grondkleur met zichtbare bruine phaeomelanine over het geheel. Een  herkenbare grondkleur blijft vereist!

Gelijkmatige verdeling van de schimmel.

Bij de bruin witte maken we het onderscheid tussen intensief en schimmel, net zoals bij de bruin geel en rood.

Bij de intensieve, zonder bruine phaeomelanine, zullen normaal de mannen het best de standaard benaderen en bij de schimmels, waar we maximale bruine phaeomelanine vragen, zullen de poppen normaal beter de standaard benaderen.

Een duidelijk bestrepingspatroon voor beiden!

De melanine vertrekt aan de snavel. De bestreping vertrekt op de kop en zal via de rug, in langsrichting, doorlopen naar beneden. Ook de flanken zullen goed bestreept zijn en dit in symmetrie met de rugbestreping.

Bruin wit schimmelBij de grote pennen en de dekveren vertrekt de donkerbruine eumelanine van tegen de licht gepigmenteerde schacht en zal verder, naar de buitenzijde toe, praktisch de volledige pluim bedekken. Enkel langs de buitenrand zal de grondkleur zichtbaar zijn maar bruine phaeomelanine is uit den boze bij alle intensieve in de drie grondkleuren.

 Bij de schimmel- en mozaïeken mag de bestreping zelf nog iets breder overkomen. Een weinig bruine phaeomelanine is tolereerbaar bij de mozaïekvogels.Pigmentloze veren “niet gekeurd” = NG 

Bruin intensief in geel en rood (+ivoor). 

Onder deze groep vallen volgende kleurslagen:

opsommingsteken Bruin rood intensief
opsommingsteken Bruin rood ivoor intensief
opsommingsteken Bruin geel intensief
opsommingsteken Bruin geel ivoor intensief

Voor de intensieve bruinreeks kanaries in rode en gele grondkleur, al of niet in combinatie met de ivoorfactor, gelden volgende eisen: 

1     Duidelijke donkerbruine, minimaal onderbroken bestreping.

2     Hoorndelen in overeenstemming met de melaninekleur en egaal.

3     Donkerbruine vleugel- en staartpennen, enkel omzoomd door de grondkleur.

4     Bij de gele grondkleur, dubbele geelfactor in combinatie met blauwfactor (bevordert de helderheid).

5     Grondkleur moet goed zichtbaar zijn tussen bruine bestreping.

6     Intensieffactor; geen zichtbare schimmelsporen.

7     Grondkleur zo egaal mogelijk

8     Ivoorfactor geeft iets minder contrast tussen grondkleur en bruine eumelanine. 

Bruin schimmel in geel en rood (+ivoor). 

Onder deze groep vallen volgende kleurslagen:

opsommingsteken Bruin rood schimmel
opsommingsteken Bruin rood ivoor schimmel
opsommingsteken Bruin geel schimmel
opsommingsteken Bruin geel ivoor schimmel

Voor de schimmels in de bruinreeks kanaries in rode en gele grondkleur, al of niet in combinatie met de ivoorfactor, gelden volgende eisen:

1     Zo egaal mogelijk geheel, maximale phaeomelanine.

2     Bestreping mag nog breder dan bij de intensieve.

3     Hoorndelen in overeenstemming met de melaninekleur en egaal.

4     Donkerbruine vleugel – en staartpennen, omzoomd door de grondkleur en bruine phaeomelanine.

5     Bij de gele grondkleur, enkele geelfactor, duidelijk aanwezig en egaal.

6     Geen witte omzomingen op het rugdek.

7     Egale schimmelverdeling.

8     Ivoorfactor geeft iets minder contrast maar laat phaeomelanine sterker tot uiting komen.

Bruin wit. 

Onder deze groep vallen volgende kleurslagen: 

opsommingsteken Bruin wit intensief
opsommingsteken Bruin wit schimmel

 Beiden mogelijk met dominant of recessief witfactor.

Vanaf heden wordt er onderscheid gemaakt tussen bruin wit intensief en schimmel. Op de keurfiche vermelden we dus steeds BRUIN WIT INTENSIEF of SCHIMMEL.

        Bij de intensieve wordt er gestreefd naar zo weinig mogelijk bruine phaeomelanine contrasterend met de duidelijke donkerbruine eumelanine bestreping.

        Bij de schimmels wordt er gestreefd naar zo veel mogelijk bruine phaeomelanine in combinatie met een duidelijke donkerbruine eumelanine bestreping. Ook hier is harmonie belangrijk evenals een zichtbare grondkleur. 

Voor de bruin wit intensief gelden volgende eisen: ü     Minimale bruine phaeomelanine.

a     Duidelijke donkerbruine, minimaal onderbroken bestreping..

b     Hoorndelen kunnen licht pigment vertonen, egaliteit is absolute eis.

ü     Maximale eumelanine in vleugel – en staartpennen, omzoomd met minimale bruine phaeomelanine

d     Blauwfactor en intensieffactor zullen de helderheid en contrast bevorderen.

e     Gele aanslag beperkt tot de vleugelpennen voor de dominant witte grondkleur.

 Voor de bruin wit schimmel gelden volgende eisen:

1     Maximale bruine phaeomelanine.

2     Bestreping mag nog breder dan bij intensieve.

3     Indien de hoorndelen pigment bevatten, moet dit absoluut egaal.

4     Maximale donkerbruine eumelanine in vleugel – en staartpennen.

5     Grondkleur moet zichtbaar blijven.

6     Gele aanslag beperkt tot de vleugelpennen voor de dominant witte.

 Opmerking.

Bij de bruine kanaries, en dan speciaal bij de schimmels, merken we soms lichte omzomingen op in de rug. Deze bestraffen we in de reeks “melanine” en geven absoluut minder dan 25/30 punten.

De klassiek melanine in de agaatreeks.

Klassieke melanine in de agaatserie.

Agaat geel schimmel

Algemeen.                      Wout van Gils.  

De kleurkanaries behorende tot deze pigmentgroep zijn in het bezit van de eerste reductiefactor die verantwoordelijk is voor de reductie van de bruine phaeomelanine.De duidelijke, fijne en onderbroken, zwarte bestreping moet contrasteren met de geoxideerde ondergrond vrij van zichtbare bruine phaeomelanine.De oogstrepen en typische baardtekening mogen niet ontbreken. Pigment stippen tussen de baardstrepen is foutief.

De melanine zal vertrekken boven de snavel, nochtans door de werking van de eerste reductiefactor is deze lichtjes vermengd met de grondkleur.De oxidatie, minder sterk dan bij de zwartreeks, zal zichtbaar zijn vanaf de kopstreek, welke daar zelfs donkerder kan zijn, en zo doorlopen tot tussen de poten.De intensief en de citroenfactor zullen een belangrijke rol spelen om de kleurintensiteit te bepalen. Doch zal teveel citroenfactor het geheel te hard maken.Agaten in het bezit van de ivoorfactor zullen minder contrastrijk overkomen. 

De bek, poten en nagels moeten éénkleurig zijn. 

Een heldere grondkleur met een duidelijke, onderbroken bestreping in rug en flanken. Tussen de bestreping geen bruine phaeomelanine maar een duidelijk zichtbare grondkleur!  

Agaat rood intensief manDe melanine zal vertrekken boven de snavel. De bestreping zal vertrekken op de kop en via de rug, in langsrichting, doorlopen naar beneden, ook de flanken zullen goed bestreept zijn en dit in symmetrie met de rugbestreping.Bij de grote pennen en de dekveren vertrekt de zwarte eumelanine van tegen de gepigmenteerde schacht naar de buitenzijde toe. Enkel langs de buitenrand zullen de pennen kleurloos omzoomd zijn. Zichtbare bruine phaeomelanine is foutief bij de intensieve vogels! 

Bij schimmel- en mozaïekkanaries kan de bestreping nog breder overkomen. Een minimale bruine phaeomelanine is tolereerbaar bij de schimmelvogels en bij deze met witte grondkleur. Deze zonder zichtbare bruine phaeomelanine genieten de voorkeur.  

Agaten, satinet verervend, vertonen dikwijs een gehele foutieve opbleking. Een te sterke opbleking van het voorhoofd en de vleugeldekveren is foutief. 

Pigmentloze veren en/of onegaal pigment in nagels is “niet gekeurd” NG 

Agaat intensief in geel en rood (+ivoor). 

Onder deze groep vallen volgende kleurslagen:

Agaat rood intensief
Agaat rood ivoor intensief
Agaat geel intensief
Agaat geel ivoor intensief

Voor de intensieve agaat reeks kanaries in rode en gele grondkleur, al of niet in combinatie met de ivoorfactor gelden volgende eisen: 

1      Intensieve grondkleur zonder zichtbare schimmelsporen, gelijkmatig verdeeld en goed zichtbaar tussen de zwarte rugbestreping.

2      Zwarte bestreping, onderbroken en minder breed dan de zwartreeks.

3      Hoorndelen egaal en in overeenstemming met de totaalkleur.

4      Zwarte vleugel- en staartpennen welke langs de buitenzijde licht omzoomd zijn.

5      Voor de gele grondkleur, dubbele geelfactor in combinatie met blauwfactor (bevordert de helderheid),

6      Ivoorfactor geeft iets minder contrast tussen grondkleur en zwarte eumelanine. 

Agaat schimmel in geel en rood (+ivoor).

 Onder deze groep vallen volgende kleurslagen:

Agaat rood schimmel
Agaat rood ivoor schimmel
Agaat geel schimmel
Agaat geel ivoor schimmel

Voor de schimmels in de agaatreeks kanaries met rode en gele grondkleur, al of niet in combinatie met de ivoorfactor, gelden volgende eisen: 

1      Bestreping mag iets breder dan bij de intensieve.

2      Hoorndelen en poten egaal en in overeenstemming met de totaalkleur.

3      Zwarte vleugel – en staartpennen, buitenzijde licht omzoomd en minimale bruine phaeomelanine.

4      Bij deze met gele grondkleur, enkele geelfactor. Mag voldoende diep aanwezig zijn maar de grondkleur moet egaal blijven.

5      Ruime blauwfactor zal de helderheid bevorderen,

6      Grondkleur moet goed zichtbaar zijn tussen zwarte rugbestreping.

7      Egale schimmelverdeling. 

Agaat wit. 

Onder deze groep valt volgende kleurslag:

Agaat wit in dominant of recessief wit.

Er wordt gestreefd naar zo weinig mogelijk bruine phaeomelanine op een heldere ondergrond. 

a      Duidelijke, onderbroken zwarte bestreping.

b      Hoorndelen en poten egaal en in overeenstemming met de totaalkleur.

c      Minimale bruine phaeomelanine.

d      Ruime blauwfactor zal de helderheid bevorderen.

e      Duidelijk contrast

f      Bij de dominant witte minimale, maar zichtbare gele aanslag, beperkt tot de vleugelpennen

De klassiek melanine in de isabelreeks.

Klassieke melanine in de isabelserie.

 

  Isabel geel intensief

Algemeen             Wout van  Gils.

 

De kleurkanaries behorende tot deze pigmentgroep zijn in het bezit van de eerste reductiefactor welke verantwoordelijk is voor de reductie van de bruine phaeomelanine.De duidelijke, fijne en onderbroken, bruine bestreping op een ondergrond vrij van zichtbare bruine phaeomelanine. Een duidelijke flanktekening is vereist.De melanine zal vertrekken op de kop. Door de werking van de eerste reductiefactor ontstaat er een lichte opbleking boven de snavel.De intensief en de citroenfactor zullen een belangrijke rol spelen om de kleurintensiteit te bepalen. Isabellen in het bezit van de ivoorfactor zullen minder contrastrijk overkomen. De bek, poten en nagels moeten vleeskleurig zijn. 

Een egale grondkleur met een duidelijke, onderbroken en symmetrische bestreping in rug en flanken. Een minder brede bestreping dan bij de maximum pigmentreeksen (bruin).Tussen de bestreping geen bruine phaeomelanine maar een duidelijk zichtbare grondkleur! 

De melanine zal vertrekken op de kop en de bestreping zal via de rug, in langsrichting, doorlopen naar beneden. Ook de flanken moeten bestreept zijn en dit in symmetrie met de rugbestreping.Isabel rood intensiefBij de grote pennen en de dekveren vertrekt de bruine eumelanine van tegen de kleurloze schacht naar de buitenzijde toe. Enkel langs de buitenrand zullen de pennen licht omzoomd zijn. Er mag geen melanineonderbreking in de vleugel- en staartpennen op te merken zijn en de melanine moet van dezelfde tint zijn als de bestreping.

Zichtbare bruine phaeomelanine is foutief bij de intensieve vogels!  

Bij schimmel- en mozaïekkanaries mag de bestreping breder overkomen. Een minimale bruine phaeomelanine is tolereerbaar bij de schimmelvogels en bij deze met witte grondkleur maar deze zonder genieten de voorkeur.  

Isabellen, satinet verervend, vertonen dikwijls een foutieve opbleking op het voorhoofd en in de vleugeldekveren. 

Pigmentloze veren/ hoorndelen is “niet gekeurd” NG

 Isabel intensief in geel en rood (+ivoor) 

Onder deze groep vallen volgende kleurslagen:

Isabel rood intensief
Isabel rood ivoor intensief
Isabel geel intensief
Isabel geel ivoor intensief

Voor de intensieve isabel reeks kanaries in rode en gele grondkleur, al of niet in combinatie met de ivoorfactor gelden volgende eisen:

         1      Intensieve grondkleur zonder zichtbare schimmelsporen, gelijkmatig    

                   verdeeld en goed zichtbaar tussen de rugbestreping.

      Bruine bestreping, duidelijk en onderbroken.

      Hoorndelen en pootjes vleeskleurig.

      Bruine vleugel- en staartpennen, welke moeten overeenstemmen met de kleur van de bestreping.

      Voor de gele grondkleur, dubbele geelfactor in combinatie met blauwfactor (bevordert de helderheid),

      De ivoorfactor geeft minder contrast tussen grondkleur en bruine eumelanine.

 Isabel schimmel in rood en geel (+ivoor).

 Onder deze groep vallen volgende kleurslagen:

Isabel rood schimmel
Isabel rood ivoor schimmel
Isabel geel schimmel
Isabel geel ivoor schimmel

 Voor de schimmels in de isabelreeks kanaries met rode en gele grondkleur, al of niet in combinatie met de ivoorfactor, gelden volgende eisen:

      Bestreping mag iets breder dan bij de intensieve.

      Hoorndelen en poten vleeskleurig.

      Bruine melanine in vleugel- en staartpennen, naar buitenzijde licht kleurloos omzoomd.

      Minimale bruine phaeomelanine.

      Bij deze met gele grondkleur, enkele geelfactor. Deze mag voldoende diep aanwezig zijn maar moet egaal blijven.

    Blauwfactor zal de helderheid bevorderen,

      Grondkleur moet goed zichtbaar zijn tussen bruine bestreping.

      Egale schimmelverdeling.

Isabel wit. 

Onder deze groep valt volgende kleurslag:

opsommingsteken Isabel wit in dominant of recessief wit.

Er wordt gestreefd naar zo weinig mogelijk bruine phaeomelanine op een heldere ondergrond. 

      Duidelijke, onderbroken bruine bestreping.

      Hoorndelen en poten vleeskleurig..

      Minimale bruine phaeomelanine.

      Blauwfactor zal de helderheid bevorderen.

      Duidelijk contrast

      Bij de dominant witte minimale, maar zichtbare gele aanslag, beperkt tot in de vleugelpennen.

De pastel.

Klassieke melanine in de isabelserie.

 

Isabel pastel wit


De pastel.                                                             Wout van Gils.

Algemeen

De kleurkanaries behorende tot deze pigmentgroep zijn in het bezit van de eerste reductiefactor welke verantwoordelijk is voor de reductie van de bruine phaeomelanine.De duidelijke, fijne en onderbroken, bruine bestreping op een ondergrond vrij van zichtbare bruine phaeomelanine. Een duidelijke flanktekening is vereist.De melanine zal vertrekken op de kop. Door de werking van de eerste reductiefactor ontstaat er een lichte opbleking boven de snavel.De intensief en de citroenfactor zullen een belangrijke rol spelen om de kleurintensiteit te bepalen. Isabellen in het bezit van de ivoorfactor zullen minder contrastrijk overkomen. De bek, poten en nagels moeten vleeskleurig zijn. 

Een egale grondkleur met een duidelijke, onderbroken en symmetrische bestreping in rug en flanken. Een minder brede bestreping dan bij de maximum pigmentreeksen (bruin).Tussen de bestreping geen bruine phaeomelanine maar een duidelijk zichtbare grondkleur! 

De melanine zal vertrekken op de kop en de bestreping zal via de rug, in langsrichting, doorlopen naar beneden. Ook de flanken moeten bestreept zijn Isabel pastel geel intensiefen dit in symmetrie met de rugbestreping.Bij de grote pennen en de dekveren vertrekt de bruine eumelanine van tegen de kleurloze schacht naar de buitenzijde toe. Enkel langs de buitenrand zullen de pennen licht omzoomd zijn. Er mag geen melanineonderbreking in de vleugel- en staartpennen op te merken zijn en de melanine moet van dezelfde tint zijn als de bestreping.

Zichtbare bruine phaeomelanine is foutief bij de intensieve vogels!  

Bij schimmel- en mozaïekkanaries mag de bestreping breder overkomen. Een minimale bruine phaeomelanine is tolereerbaar bij de schimmelvogels en bij deze met witte grondkleur maar deze zonder genieten de voorkeur.  

Isabellen, satinet verervend, vertonen dikwijls een foutieve opbleking op het voorhoofd en in de vleugeldekveren. 

Pigmentloze veren is “niet gekeurd” NG

 Isabel intensief in geel en rood (+ivoor) 

Onder deze groep vallen volgende kleurslagen:

opsommingsteken Isabel rood intensief
opsommingsteken Isabel rood ivoor intensief
opsommingsteken Isabel geel intensief
opsommingsteken Isabel geel ivoor intensief

Voor de intensieve isabel reeks kanaries in rode en gele grondkleur, al of niet in combinatie met de ivoorfactor gelden volgende eisen:

         1      Intensieve grondkleur zonder zichtbare schimmelsporen, gelijkmatig    

                   verdeeld en goed zichtbaar tussen de rugbestreping.

2      Bruine bestreping, duidelijk en onderbroken.

3      Hoorndelen en pootjes vleeskleurig.

4      Bruine vleugel- en staartpennen, welke moeten overeenstemmen met de kleur van de bestreping.

5      Voor de gele grondkleur, dubbele geelfactor in combinatie met blauwfactor (bevordert de helderheid),

6      De ivoorfactor geeft minder contrast tussen grondkleur en bruine eumelanine.

 Isabel schimmel in rood en geel (+ivoor).

 Onder deze groep vallen volgende kleurslagen:

opsommingsteken Isabel rood schimmel
opsommingsteken Isabel rood ivoor schimmel
opsommingsteken Isabel geel schimmel
opsommingsteken Isabel geel ivoor schimmel

 Voor de schimmels in de isabelreeks kanaries met rode en gele grondkleur, al of niet in combinatie met de ivoorfactor, gelden volgende eisen:

1      Bestreping mag iets breder dan bij de intensieve.

2      Hoorndelen en poten vleeskleurig.

3      Bruine melanine in vleugel- en staartpennen, naar buitenzijde licht kleurloos omzoomd.

4      Minimale bruine phaeomelanine.

6      Bij deze met gele grondkleur, enkele geelfactor. Deze mag voldoende diep aanwezig zijn maar moet egaal blijven.

7      Blauwfactor zal de helderheid bevorderen,

8      Grondkleur moet goed zichtbaar zijn tussen bruine bestreping.

9      Egale schimmelverdeling.

Isabel wit. 

Onder deze groep valt volgende kleurslag:

opsommingsteken Isabel wit in dominant of recessief wit.

Er wordt gestreefd naar zo weinig mogelijk bruine phaeomelanine op een heldere ondergrond. 

a      Duidelijke, onderbroken bruine bestreping.

b      Hoorndelen en poten vleeskleurig..

c      Minimale bruine phaeomelanine.

e      Blauwfactor zal de helderheid bevorderen.

f      Duidelijk contrast

g      Bij de dominant witte minimale, maar zichtbare gele aanslag, beperkt tot in de vleugelpennen.

De Grijsvleugel alleen voor kenners.

Zwart geel grijsvleugelDe grijsvleugel alleen voor  kenners.                                                         

In onze kanarie wereld zijn diverse kleurslagen ,al de kleurslagen zijn oer het algemeen op onze TT te bewonderen ,en komen wel ergens bij onze liefhebbers kwekers voor in hun kweekhok .Ook de grijsvleugel maar dit is toch wel een factor die menig kweker niet of nauwelijks aandurft ,kortom een erg moeilijke en onberekenbare factor. En ze komen voor maar zeker niet in grote aantallen .En ook hier zijn er wel weer kwekers die toch deze vogels kweken ,en er mooie vogels mee op de TT brengen Ik persoonlijk heb grote bewondering voor deze kwekers die van deze erg ontoerekenbare factor om nog zo een aantal mooie vogels te kunnen brengen. Over deze factor nu iets meer.

Grijsvleugel factor : 

Deze factor vinden wij meestal terug bij vogels uit de zwart pastelreeks . Het fokzuiver kweken van de grijsvleugel factor is zo goed als uitgesloten ,erg veel kennis van je eigen vogels in combinatie van je stam ,en kweekboek kunnen je erg van dienst zijn en is ook noodzakelijk om dit goed te beheren bij deze factor.Deze werking wordt ook wel genoemd de versterkte “ pastelfactor werking.” Dus een versterkte reductie van de melanine tesamen met een omkeerbare ligging van die zelfde melanine in de toppen van de baarden ,die hier weer sterk gemelaniseerd zijn. De grote bijzonderheid bij de grijsvleugels vormt de tekening deze moet een gemarmerde indruk geven.De vleugel en staartpennen moeten lichtgrijs zijn met een zo donker mogelijke omzoming van de toppen .De rug is lichtgrijs zonder bestreping maar met een soort  “ hamerslagpatroon “ Men kan het ook omschrijven als een grijs geschubd rugdek met schubjes .De flanktekening moet gemarmerd aanwezig zijn.De hoorndelen zijn loodgrijs en zo donker mogelijk.Het bezit aan bruin Pheao melanine vormt hier een groot probleem .De eumelaninen zijn sterk gereduceerd waardoor het bruinphaeomelanine nog beter uitkomt ,wat men kan trachten op te lossen door de blauwfactor te gebruiken in de vogel.Het beste en mooiste grijsvleugel patroon vinden we bij de mannen!!De invoering van de mozaïek factor doet bij de grijsvleugels de melanisatie nog beter tot zijn recht komen ,maar men moet dan wel voorkomen dat het bruin de overhand krijgt .De ivoorfactor is eigenlijk in deze vogel niet echt aan te raden omdat daardoor het bruin in de vogel nog meer naar voren zou kunnen komen.Dikwijls ziet men vogels die het midden houden tussen zwartpastel en grijsvleugels ,de zwartpastellen met grijze grote pennen maar met een nog klassieke tekening patroon ,dus gestreept ,deze noemt men de “ Grijsvleugel “ types en zijn dus geen TT vogels .Het uitzicht komt ongeveer het volgende naar voren De melanisatie in de vleugel en staartpennen alsmede de rugdek veren en flanken sterk afgezwakt kleur lichtgrijs,een donkere gemelaniseerde omzoming van de pennen en rugdek veren,overige deel van de veer slecht minimaal gemelaniseerd. De hoorndelen zijn loodkleurig en de donskleur zowel van de man als pop zilverachtig grijs .Het geheel moet een harmonieus uitzicht geven. 

De vererving :

Dit vormt en blijft nog een erg groot vraagteken.Zuiver geslachtgebonden of zuiver onafhankelijk kan het zeker niet zijn ,er zijn reeds verontstellingen geuit die niet of nauwelijks bewezen zijn .Fokzuiver is de grijsvleugel niet te kweken .Zo kunnen we grijsvleugels kweken die het kenmerk grijsvleugels niet bezitten. Een aanbeveling voor het kweken van grijsvleugels is Een homozygoot grijsvleugel x homozygoot grijsvleugel .Partners verervend voor agaat ,bruin of pastel doen de grijsvleugel eigenschappen dikwijls verdwijnen en geven ons weer de opgebleekte zwartpastellen ofwel de grijsvleugel type genoemd.Een zaak is zeker de grijsvleugel factor is sterk gebonden aan de pastelfactor .Tot nu toe heeft men schijnbaar nog geen fokzuivere of homozygote grijsvleugels weten te kweken. Het is en blijft een erg onbetrouwbare factor ,en bewonderings waardig hoe sommige kwekers hier mee om kunnen gaan. Enige kans tot slagen komt ook voor uit de volgende paringen.

1 – Grijsvleugel x Zwartpastel.

2 – Zwartpastel x Zwartpastel.

3 – Grijsvleugel x Grijsvleugel type.

Het zal ook iedereen wel duidelijk zijn dat de grijsvleugels uit de zwartreeks alleen het beste en aanvaardbare beeld geven naar de standaard toe. Dus grijsvleugels kweken alleen in de zwart reeks en die geven ook de meeste kans op het geschubde rugdek patroon .Nogmaals de beste resultaten bekomt men door met homozygote vogels te gaan kweken uit de zwartreeks maar ook dan is dit nog niet met zekerheid te stellen .Dikwijls hebben de jonge popjes voor de rui een redelijke grijsvleugel tekening ,maar dit verdwijnt weer gedeeltelijk tijdens de rui ,en het wordt dan weer wat streperig. Allen de opgebleekte pennen blijven gehandhaafd. Er is zoals bij vele een verschil tussen schimmel en intensieve vogels de schimmels zijn meestal iets beter gemarmerd op het rugdek doch de vleugel en staart pennen zijn niet geheel opgebleekt .Bij de intensieve vogels zien we dit weer wel opgebleekt met een mooie zwarte omzoming ,doch dan is weer eens het rugdek minder mooi en soms zelfs weer iets streperig ,maar er zijn hier al erg mooie exemplaren te zien dus het kan. Kortom het is en blijft een erg moeilijke vogel ,veelgeduld en kennis is er voor nodig maar vooral geduld ,en kennis ter zaken kan je resultaat geven ,het is niet voor iedereen weggelegd ook het op papier zetten van dit artikel gaf voor mij al aan dat het niet makkelijk is laat staan deze vogels nog eens te kweken Proficiat aan die kwekers die het wel kunnen en aandurven. Dank aan J Belien voor  het  beschikbaar stellen van het artikel.  Succes Wout van Gils.

De pheao.

Phaeo bruin rood intensief


De Phaeo :                                                  Wout van Gils.
ALGEMEEN.

Bij deze mutatie wordt de zwarte of bruine eumelanine belet in haar ontwikkeling.

De bruine phaeomelanine blijft onaangeroerd.

Hierdoor komt het typische phaeopatroon (= inomutatie) tot stand.

Enkel bij de maximumpigmentreeksen (zwart & bruin) zullen de kenmerken zich optimaal manifesteren.

Door de afwezigheid van bruine en zwarte eumelanine is de bestreping verdwenen.

De melanisatie rond de schacht van de pennen en de dekveren is melanineloos geworden evenals de contourveren in de rug en flanken waardoor het typische ‘ino patroon’ tot stand komt.

Deze pennen en veren moeten wel maximaal met bruine phaeomelanine omzoomd blijven.

Nog resterende eumalinine is foutief !Dit duidelijke, witte patroon vertrekt vanop de kop, via de rug en flanken tot aan de stuit.Het phaeopatroon vervangt de bestreping van de klassieke kleurkanarie.

De ino-mutatie komt voor in witte, gele en rode grondkleur.

Deze met rode en gele kunnen ook met de ivoorfactor en/of de mozaiëkfactor gecombineerd worden.

De phaeo-wit komt voor met de dominant of recessief witfactor.De snavel en poten moeten vleeskleurig zijn.

De oogkleur is robijnrood.De inofactor vererft recessief en onafhankelijk.

Zowel mannen als poppentype’s zijn erkend in schimmel en intensief.

TOELICHTING :Phaeo geel intensief

De phaeo uit zich het best bij de vogels uit de zwart en de bruinreeks omdat hier de melanine maximaal aanwezig is. Bruin en zwartphaeo’s moeten aan dezelfde eisen voldoen en worden hierdoor onder éénzelfde noemer ‘Phaeo’ geplaatst.Phaeo’s uit de zwartreeks vertonen een hardere (duidelijker) veeromzoming en de phaeo’s uit de bruinreeks zijn doorgaans egaler.De oogkleur is donkerder bij phaeo’s uit de zwartreeks.

De donsbevedering is zwart bij phaeo’s uit de zwartreeks en bruin uit deze uit de bruinreeks.

Het grote verschil tussen de mannen en poppen is dat de mannen een duidelijker contrast vertonen met weliswaar een geconcentreerder bezit van phaeomelanine waardoor de poppen egaler over het geheel overkomen met iets minder contrast.De mannen bezitten dan ook meestal sterker geconcenteerd phaeomelanine waardoor er op de borst en rond de snavel meer lipochroomkleur zichtbaar wordt.Dit moet beschouwd worden als een typisch-mannenkenmerk én mag niet bestraft worden.

De opaal.

Agaat opaal wit rec


De Opaal :                                                          Wout van Gils.
ALGEMEEN
Het bijzondere kenmerk bij de opalen is in feite de omgekeerde melanisatie.
Bij alle gekende kleurslagen is de melanine het meest zichtbaar aan de bovenzijde van de bevedering. Bij de opalen is dit echter andersom.Het aantal melaninekorrels in de bevedering is aan de bovenzijde minder geconcentreerd dan aan de onderzijde.De meeste opalen zijn dus gemakkelijk te herkennen.
Wanneer we naar de onderkant van de staart kijken zien we dat deze steeds donkerder is dan de bovenzijde. De opaalmutatie verhindert de vorming van de bruine phaeomelanine.

Dit wil natuurlijk niet zeggen dat de opalen minder melaninebestreping mogen hebben.De zeer duidelijke melanisatie vertrekt op de bek en loopt via de rug door in de flanken en tot aan de stuit.Brede en minimaal onderbroken bestreping voor de zwart en bruinreeksen en smaller en duidelijk onderbroken bij de agaat. Isabel wordt niet gevraagd in de opaalserie.Deze mutatie komt voor met witte, gele of rode grondkleur. Deze met geel of rood kunnen gecombineerd zijn met de ivoor en/of mozaiëkfactor.Deze met witte grondkleur komt voor met de dominant wit of recessieffactor en er wordt geen onderscheid gemaakt tussen schimmel of intensief. De recessieffactor geeft meer contrast.

We onderscheiden de zwart, bruin en agaatopaal.
– Bij schimmelvogels, egale en heldere grondkleur, egale schimmelverdeling, bestreping mag iets breder zijn dan bij de meeste intensieve vogels.
– Bij intensieve vogels, diepe, egaleheldere grondkleur en zonder schimmel.
– Bij mozaiëkvogels vragen we het beschreven mozaiëkpatroon.
– De oogkleur is zwart. De opaalfactor vererft recessief.

TOELICHTING
Door de werking van de opaalfactor en de ligging van de melaninekorrels in de bevedering is de eumelanine iets minder donker dan bij de klassieken.De eumelanine krijgt bij de zwart en agaatreeks een blauwzwarte schijn.
Eveneens kan bij de opaalvogels aan de onderkant van de staart, door de ligging van de melaninekorrels, donkerder melaninestreepjes of blokjes ontstaan. Dit is zeker niet strafbaar.Deze mutatie komt voor met witte, gele of rode grondkleur.Deze met geel of rood kunnen gecombineerd zijn met de ivoor en/of mozaïkfactor.
Deze met witte grondkleur komt voor met de dominantwit of de recessief factor en er wordt geen onderscheid gemaakt tussen schimmel of intensief.

De Satinet.

Satinet geel ivoor intensief


De Satinet :                                                     Wout van Gils.
A
LGEMEEN.
Bij deze mutatie wordt de zwarte eumelanine volledig belet in haar ontwikkeling, de phaeomelanine gedeeltelijk wat een gereduceerde bruin-beige bestreping geeft.De reductie van de phaeomelanine mag niet sterk zijn, zichtbare aanwezigheid van melanine op de kop is vereist, terwijl een bestreping duidelijk zichtbaar moet zijn in rug en flanken.Een zware, zo weinig mogelijk onderbroken lichtbruine bestreping wijst ons op een satinet uit de bruinreeks.Een satinet uit de isabelreeks zal een fijnere en meer onderbroken beige bestreping vertonen.
Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen bruine en isabel satinetten.Door de afwezigheid van de zwarte eumelanine en gereduceerde bruine phaeomelanine uit de satinetfactor zich niet in de zwart en agaatreeksen.Door de reductie van de phaeomelanine vragen we een zo’n helder mogelijke grondkleur.Nog resterende bruine phaeomelanine is foutief !
Deze mutatie komt voor in witte, gele en rode grondkleur.
De combinatie met de ivoorfactor en/of de mozaiëkfactor is mogelijk voor de rode en gele grondkleur.

– Bij de intensieve vragen we diepe, heldere en egale grondkleur. Geen schimmel.
– Voor de schimmels vragen we gelijk verdeelde schimmel met heldere en egale grondkleur.
– De satinet wit komt voor met dominant of recessiefwitfactor.
– De recessiefwitfactor geeft meer contrast
– Bij de dominant witte grondkleur is minimale aanslag enkel toegelaten in de vleugelpennen.
– Bij mozaiëken wordt het geschreven mozaiëk patroon gevraagd.

De vererving van de satinet is geslachtsgebonden.  

De topaas.

Agaat topaas wit


De Topaas :                                                   Wout van Gils
ALGEMEEN
De werking van de topaasfactor komt vooral tot uiting in de reductie van de aanwezige zwarte eumelanine, die we ook enkel terugvinden in de zwart en agaatreeks.De karakteristieken die duidelijk zichtbaar moeten aanwezig zijn, is een geconcentreerde ligging van de eumelanine rond de schacht van de veren.Dus donkere centraal gelegen eumelanine en heldere omzoming.Daarenboven dient de schacht van de veren kleurloos te zijn, wat best zichtbaar is in de staart en de vleugelpennen.Indien deze kenmerken niet duidelijk aanwezig zijn moet de vogel hiervoor bestraft worden met puntenaftrek op melaninebezit.Zo weinig mogelijk phaeomelanine tussen de bestreping.De bestreping moet aanwezig zijn op de plaats, met een lengte en een breedte zoals beschreven voor de overeenkomstige klassieke vogel.

Deze mutatie komt voor met witte, gele of rode grondkleur.
Deze met geel of rood kunnen gecombineerd zijn met de ivoor en /of mozaiëkfactor.
Deze met witte grondkleur komt voor met de dominantwit of recessieffactor en er wordt geen onderscheid gemaakt tussen schimmel of intensief.

We onderscheiden de zwart, bruin en agaattopaas.

– Bij schimmelvogels, heldere en egale grondkleur, egale schimmelverdeling.
– Bestreping mag iets breder zijn dan bij schimmelvogels* 
– Bij intensieve vogels, diepe, heldere grondkleur en zonder schimmel.
– Bij mozaiëkvogels vragen we het beschreven mozaiëkpatroon.
Agaat topaas rood mozaiek
De ogen zijn donker gekleurd.
Snavel, poten en nagels zijn éénkleurig en in harmonie met de kleur van de bestreping.

De topaasfactor vererft recessief en bevindt zich OP HETZELFDE ALLELE ALS DE PHAEOMUTATIE.

De eumo.

 

Kijk en vergelijk

De eumo :                                                            Wout van Gils.
ALGEMEEN :
De werking van de eumofactor belet het optreden van de bruine phaeomelanine en reduceert licht de eumelanine waardoor de ogen zwak rood gekleurd zullen zijn.De oogkleur is merkelijk minder rood bij de vogels uit de zwartreeks.
Een geconcentreerde ligging van de eumelanine rond de schacht van de veren, doch minder geconcentreerd dan bij de topaasmutatie.
Ook de buitenrand is kleurloos door de afwezigheid van de bruine phaeomelanine.
Dus centraal gelegen eumelanine en heldere omzoming.
De schacht van de veren is licht gepigmenteerd wat duidelijk zichtbaar is in de vleugel en staartpennen.
Bruin geel eumo intensiefDe schacht van de vleugeldekveren kan soms kleurloos zijn.Indien al deze kenmerken niet duidelijk aanwezig zijn moet de vogel hiervoor bestraft worden met puntenaftrek op melaninebezit.De bestreping vertrekt op de kop en is duidelijk zichtbaar in rug en flanken volgens dezelfde normen als bij de overeenkomstige klassieke vogels.
Deze mutatie komt voor met witte, gele of rode grondkleur.Deze met geel of rood kunnen gecombineerd zijn met de ivoor en/of mozaiëkfactor.Deze met witte grondkleur komt voor met de dominantwit of recessieffactor en er wordt geen onderscheid gemaakt tussen schimmel of intensief.

We onderscheiden de zwart, bruin en agaateumo.
– Bij schimmelvogels heldere en egale grondkleur, egale schimmelverdeling, bestreping mag iets breder zijn dan bij de intensieve vogels.
– Bij intensieve vogels diepe heldere grondkleur en zonder schimmel, de grondkleur is lichter dan bij de overeenkomstige klassieke vogels.
– Bij mozaiëkvogels vragen we het beschreven mozaiëkpatroon.
– Snavel, poten en nagels zijn éénkleurig en in harmonie met de kleur van de bestreping.
– De eumofactor vererft onafhankelijk recessief.

 

 

De onyx.

Bruin onyx geel mozaiek 2


De Onyx :                                                                                                                 Wout van Gils.
ALGEMEEN
Bij deze mutatie wordt de bruine phaeomelanine belet in haar ontwikkeling, daardoor wordt de eumelanine iets matter maar in de rugdekdriehoek (tussen de bestreping) en de kopstreek krijgen we een verdonkering.
Bij de maximum pigmentreeksen (zwart & bruin) zal deze verdonkering zich optimaal manifesteren, bij deze met de eerste reductiefactor (agaat & isabel) is deze verdonkering merkelijk minder zichtbaar.De pennen moeten volledig en egaal gemelaniseerd zijn. Deze melanine is ook matter tegenover deze van de klassieke kanaries. Nog resterende bruine phaeomelanine is foutief !Intermediaire vogels met opaalkenmerken moeten absoluut worden bestraft.De zeer duidelijke bestreping vertrekt van op de kop, via de rug en flanken tot aan de stuit.
De tint van de eumelanine is steeds iets matter tegenover de klassieke kanarie.
Brede en lange bestreping voor de maximum pigmentreeksen (‘zwart & bruin “50 – 50%” ! ) en smaller en meer onderbroken voor de agaat en isabelreeks.Deze mutatie komt voor in witte, gele en rode grondkleur. De combinatie met de ivoorfactor en/of de mozaïekfactor is mogelijk voor de rode en gele grondkleur.

– Bij de intensieve vragen we diepe, heldere en egale grondkleur. Geen schimmel.
– Voor de schimmels vragen we gelijk verdeelde schimmel met heldere en egale grondkleur.
– De Onyxwit komt voor met de dominant of recessief witfactor. De recessief witfactor geeft meer contrast. Bij de dominant witte grondkleur is minimale aanslag enkel toegelaten in de vleugelpennen.
– Bij onyx mozaïeken wordt het beschreven mozaïekpatroon gevraagd, oogstrepen moeten aanwezig zijn.
De vererving van de onyx is recessief en onafhankelijk.

TOELICHTING
Door het ontbreken van de phaeomelanine kan de grondkleur een warme tint laten zien, opletten dus dat de grondkleur steeds zuiver blijft.
Daar de onyx zeker in de zwart en de bruinreeksen een diepe melaninekleur vertoont in de rugdriehoek en op de kop, vertonen de flanken een iets lichtere tint, dit mag niet als fout beschouwd worden. Vollédige opbleking van de flanken blijft weliswaar foutief.
Door de afwezigheid van de phaeomelanine krijgen we bij de onyx soms een lichtere kleur in de flanken te zien.
Door selectie echter moet dit weg te kweken zijn en egaliteit geniet de absolute voorkeur.
De bestreping mag niet te zwak zijn omdat hierdoor de onyxkenmerken afzwakken.
Bij de witte grondkleur en de schimmels mag de bestreping nog iets breder zijn.
Ook door inbreng van de phaeo vrije mozaïek vogels krijgen we poppen zonder de minste vorm van phaeomelanine. Ook deze vogels beantwoorden aan de norm doch zal hun bestreping niet zo net zijn als bij de mannen, ook hier dient aandacht op gevestigd te worden.

Kenmerken agaatpastel,topaas,eumo.

Kijk en vergelijk

Diverse             kenmerken van : 

AGAATPASTEL – TOPAAS – EUMO. 

1 ste reductiefactor :               Maximale Eumelanine – Gereduceerde Pheaeo melanine .

Pastel Factor :                             + Reductie Eumelanine.

Ag.pastel                                         Ag.Topaas.                                             Ag. Eumo. 

Zwart grijs : volledige pen                                     Donker grijs : Centrale melanine            Grijs zwart : Centrale melanine

Gepigmenteerde schacht                            Kleurloze schacht.                               Grijs zwart : Centrale melanine 

Bij de topazen is de pheaomelanine nog iets meer gereduceerd waardoor ze helderder worden dan de

Agaat pastellen .Alle agaten bezitten een onderbroken bestreping.  

 

**********************************************************************************************************************************************************

ZWARTPASTEL             – TOPAAS –             EUMO : 

ZWARTPASTEL                     ZWART TOPAAS                 ZWART EUMO  

Eumelanine zwartgrijs                                                    Eumelanine . Bruin zwart                               Eumelanine Zwart mat

Volledige pen.                                                               Centrale melanine                                         Centrale melanine.

Schacht gepigmenteerd.                                                Kleurloze schacht                                         Schacht gepigmenteerd.

Zwart topazen lijken sterk op de klassieke bruin intensieve vogels maar de eumelanine in de vleugel en staartpennen is bij de topazen zwart .Zo weinig mogelijk onderbroken bestreping bij de zwartreeks.

 T.c Kleurkanaries A.O.B

Agaat pastel Agaat topaas