Aankopen vogels wel opletten en kuren..

 maag kiezel

Aankoop vogels waar moet je op letten. Herkennen en genezen. Wout van Gils.

De aangekochte vogel wordt direct apart gezet in tentoontellingskooi gedurende 14 dagen om daarna in  de kweekbak of volière geplaatst te worden.Volledig afgezonderd van al je andere vogels, zodat ze geen virussen kunnen overbrengen.En de  vogel goed blijven opserveren. 

Er zijn bepaalde punten waar je moet op letten bij de aankoop: 

– zelf de vogel in de hand nemen en controleren ( indien mogelijk )

– kijk naar de ogen, klare kijk (er mag geen witte nevel te zien zijn, blindheid )

– darmen die gezond zijn ( geen opgezette, dikke rode darmen)

– borstkas moet voldoende spiermassa hebben ( geen scherp borstbeen te zien )

– de ring geeft de ouderdom van de vogel

– de tenen moeten intact zijn ( geen lange nagels, geeft ook de ouderdom aan )

– vitaliteit van de vogel ( het springen van de ene naar de andere zitstok )

– Stuitbevedering  moet zuiver zijn.

– mogen  in de  onderbuik geen darm lussen  laten zien.

– Mogen  niet  met  open  bek zitten happen. 

Een goede observatie van de vogel kan veel problemen vermijden, maar toch kan het nog gebeuren dat de vogel na een week ziek wordt of zelfs sterft.De oorzaak ligt dikwijls bij de nieuwe eigenaar:

– vogel wordt direct in de vlucht geplaatst en kan zich tegen de draad te pletter vliegen.

– vogel kan eten of drinken niet vinden.

– andere samenstelling van het voer en overdaad.

– andere  bodembedekking  ,

– Vochtige  omgeving

De ene geeft kanarie mengeling de andere geeft wildzang zaad, de ene geeft veel onkruiden de andere geen.Hetzelfde gebeurt hier ook met de vogels, daarom is de samenstelling van het voedsel heel belangrijk.De vogel moet geleidelijk aan zulke andere omstandigheden wennen.

Ook het water is van streek tot streek anders ( ph gehalte ) te hoog of te laag.

Indien de vogel niet goed zit, direct uitvangen, niet wachten tot het te laat is.

Ook de temperatuur speelt een grote rol, zodat ze meer vocht opnemen. ( Temperatuur ongeveer 35 graden ) Dus best in een verwarmde ziektekooi plaatsen. 

Ontlasting in het oog houden: 

Krijtachtige ontlasting :                Afkomstig van de nieren, te veel eiwitten

Indien groenachtige brij:              Darmontsteking

Bruingele ontlastig natte nesten :Coccidose 

Wanneer kuren?De meesten kuren hun vogels als ze ziek zijn of constant om sterfte te vermijden. 

Er zijn twee mogelijkheden die ik gebruik voor het kuren van de vogels. 

De eerste methode.

Er wordt een kuur gegeven met ESB 3: een dosering van 1 gr op 1liter water ( flessenwater, tegen het afbreken van ESB 3 Deze wordt gedurende 4 dagen gegeven, samen met een mutivitamine. (  tegen coccidiose )Daarna 3 dagen stoppen met de kuur, alleen vitaminekuur blijven geven.Na de vitaminekuur geeft men nog een kuur van 1gr op 1 liter water gedurende 5 dagen en dan stoppen.

Een tweede methode.

Met een oplossing van appelazijn: 1 kleine koffielepel op 1/2 liter water, dit wordt bewaard in de koelkast en zou ongeveer een 5,6 ph waarde hebben.Dit hangt dikwijls van streek tot streek, in de ene streek kan ph gehalte 6,5  of  8,7zijn.Hier moet je minder of meer zuur toevoegen.Opgepast zeer laag ph-gehalte kan de krop aantasten.Bij controle van het leidingwater water met een ph meter gaf deze 8,2 ph en de andere dagen een 7,3 ph-waarde.Mag constant gans het jaar door gegeven worden. ( verbeterde kuur met appelazijn zeer goed resultaat Voor vogel met coxiose en mega bacterie werd een kuur gegeven met een ph van 5,2 gedurende 1 dag, hierna 1 dag vitaminen kuur, daarna 4 dagen met een ph 5,3 en daarna 2 dagen vitaminen kuur,  2 dagen stoppen en nog een kuur van 3 dagen met een ph van 5,3 terug vitaminen kuur van 2 dagen Vogels in de voliere die een beetje met opgezette veren of onder stres zitten kan je een kuur geven met een ph van 5;3 gedurende 3 dagen en hierna 2 dagen vitaminen kuur ( oplosbare vitaminen in water Voor gezonde vogels 2 maal per week een ph van 5,3.Voor gans het jaar zou hun drink water een ideale zuurtegraad moeten hebben met een waarde dat tussen 6 a 6,2 ph gehalte.Vogels die ruien kan je gans deze periode een kuur geven met een 5,3 ph waarde Door een goede zuurtegraad te geven aan de vogels, wordt hun bloed ook zuurder en is er minder aantrekking van de muggen.Onder het eivoer  kan men  ook nog  Megabactin doen van  comed ,dit  is zeer aan te  bevelen dit  3 maal per week te  doen

De waarheid over de zwarte stip ??

zwarte stip a

De waarheid over zwarte stip.                            ·

Een nachtmerrie voor elke geaarde kanariekweker die er mee te maken krijgt!Een fenomeen waarmee ik ongeveer 30 jaar geleden voor het eerst in contact kwam bij een toentertijd vooraanstaand kweker-tentoonsteller in het Turnhoutse.Zijn naam is hier niet van belang, maar die man toonde mij voor het eerst één tot tweedagen oude kanariejongen met een enigszins verzonken klein donker vlekje aan de linkerzijde van het bovenste buikgedeelte, juist voor het borstbeen.”Allemaal vogels voor de kat,” beweerde hij, “want zelfs bijvoeren met de spuit heeft geen enkel nut, ze verkleinen en verschrompelen en zijn meestal na een paar dagen al dood. Waarbij de onmiddellijke omgeving van dit donker plekje, zeer karakteristiek, omzeggens onmiddellijk gaat rotten.” Dit voorval is mij steeds bijgebleven, vooral omdat ik vrij kort daarna met hetzelfde euvel te kampen kreeg.De eerste jaren in mindere mate, zo eens hier en daar een nestje met één of twee gevallen, maar ze waren er wel elk jaar terug. Mogelijk had ik er ook wel al eerder mee te maken, maar ik had het in ieder geval nog nooit eerder opgemerkt. Want hoe ging dat vroeger (en bij vele kwekers nog steeds!)?Hier en daar een jongske dood en direct de vuilnisbak in met de gedachte dat het wel aan de pop, die slecht voerde, zou gelegen hebben. Achteraf bezien natuurlijk fout, want ook bij goed voerende poppen gaan jongen dood met hetzelfde verschijnsel. Zelden, wat men ook probeert, dat er toch eens eentje met een duidelijke aanwezige stip er door spartelt. Ook zijn er poppen die alle andere jongen goed voeren, maar vreemd genoeg de stipjongen steeds overslaan.Ja, zelfs uit het nest gooien, al zijn er zeker de eerste dag, buiten hun stip, verder geen andere visuele verschillen merkbaar en lijken ze even vinnig en levenslustig als alle andere jongen. En toch zijn er dus nog poppen die wel vroegtijdig het onderscheid kunnen maken en stipjongen volledig negeren. Mogelijk ruiken ze het wel, wie zal het ons zeggen!Na de eerste 24 uur worden verschillen wel vlug duidelijk. De stipjongen worden valer van tint en verschrompelen, ze verkleinen als het ware i.p.v. te groeien en sterven vrij vlug daarna. Hierbij moet wel onmiddellijk worden opgemerkt dat niet alle gevallen van zwarte stip in dezelfde mate “besmet” lijken, want er worden er geboren met een heel duidelijke zwart vlekje en andere waarbij het slechts met veel moeite doorheen het vel te zien is.Eerstgenoemde zijn omzeggens praktisch nooit te redden terwijl er zich bij de tweede groep wel mogelijkheden voordoen. Vooral als de pop heel goed voert, waarbij ik wel druk op “heel” goed, gebeurt het vrij regelmatig dat, ondanks ze vast en zeker ook aangetast zijn, sommige van deze jongen het toch nog overleven. De jongen die tot de eerste groep behoren en dus geboren worden met een heel duidelijke donkere stip, kan men niet vlug genoeg uit het nest verwijderen, want ze gaan van zodra ze mest afscheiden, er oorzaak van zijn dat het nest sterk wordt bevuild en gaat stinken. Hun mest is meestal vrij waterig en gelig gekleurd en bovendien niet omgeven door een vliesje. Zo kan de pop onmogelijk het verwijderen en wordt het dan maar, net zoals bij een E-coli infectie tegen de binnenkant van het nest uitgesmeerd.Vandaar ook waarom veel liefhebbers en zelfs ook dierenartsen zich van diagnose vergissen en denken met een E-coli infectie te maken te hebben!Het spreekt dan ook voor zichzelf dat van zodra de eerste gevallen thuis werden waargenomen, ik niet bij de pakken ben blijven zitten. Hulp moest ik elders niet gaan zoeken daar toentertijd eigenlijk nog niemand al iets van dit euvel afwist.Zo ook geen enkele dierenarts, zelfs de Veeartsenijschool in Gent niet, waarnaar ik aangetaste jongen had opgestuurd. Dus dan maar zelf op onderzoek uitgegaan en zo ben ik bij biopsie er achter gekomen dat die zwarte stip uiteindelijk niets anders is dan de aan de lever verbonden galblaas, die een afwijkende donkergroen kleur vertoont tegenover lichtgroen bij gezonde jongen. Donkergroen, wat door het rozige buikvel gezien, in het ergste geval een nog meer donkere, omzeggens zwarte kleur bekomt.Vandaar dan ook de naam “zwarte stip”.Aansluitend microscopisch onderzoek bracht verder niets verdacht aan het licht.Het galvocht leek in beide gevallen net zo helder als water zonder maar enig bedenkelijk bezinksel of wat dan ook. Dacht ik eerst nog dat het wel aan de beperkte vergroting (1200 x) van mijn microscoop lag, dan bleek dat achteraf toch niet zo, want ook met professionele middelen kwam men aanvankelijk niet verder en kwam er maar geen schot in het onderzoek. Was het de gal zelf, of was het eerder een gevolg van geheel iets anders, was het een ziekte of was het gewoon een insufficiëntie, een tekort, … of een teveel? Ondanks het feit dat de zwarte stip bijkanarieliefhebbers en zeg ook maar in veerartsenij middens van langs om meer bekendheid bekwam en er steeds meer liefhebbers mee te maken kregen, kon niemand daarop antwoorden.In de loop van die dertig jaren heb ik werkelijk alles uitgeprobeerd, alle mogelijke stellingen en gezegdes van andere liefhebbers nagegaan en uitgetest, zeer van nabij samengewerkt met een gespecialiseerd dierenarts, omzeggens alle mogelijk toepasbare medicatie uitgeprobeerd, met mijn vogels de homeopathische toer opgegaan ter stimulering van vooral lever- en galfuncties. De kweekruimtes grondig gekuist en ontsmet tot ik er bij wijze van spreken bijna zelf in bleef. Ja, zelfs het kraantjeswater onlangs nog vervangen door plat bronwater, omdat ik de koperen leidingen begon te verdenken, zowat het enige waaraan nog geen aandacht was besteed. 

Dit klinkt mogelijk lachwekkend, maar is het beslist niet als men weet dat het sporenelement koper in menige celreactie bij mens en dier als zgn. co-enzym een heel voorname rol speelt. Het beste voorbeeld daartoe vormt o.a. het feit dat het hele melanisatieproces bij onze vogels bij gebrek aan voldoende koper in duigen zou vallen, omdat het enzym Tyrosinase, verantwoordelijk voor de aanmaak van beide melanines, eu- en phaeomelanine, zijn co-enzym koper nodig heeft om te kunnen werken. Vandaar de gedachte dat de koperen waterleiding eventueel een teveel aan koper of afgeleide ervan aan het drinkwater zou kunnen afgeven.En net zoals een te weinig, ook een teveel voor narigheden zou kunnen zorgen. Vandaar !Maar helaas, net zoals alle eerdere uitprobeersels bleek uiteindelijk ook deze weg zonder succes., want ook nu nog anno 2003, heb ik steeds af te rekenen met zwarte stip, waardoor zonder overdrijven, ongeveer de helft van mijn kweek verloren gaat en waarbij ook een deel van de eieren waarin de jongen, als gevolg van hetzelfde euvel, ongeveer twee dagen vóór het uitkomen afsterven. Liefhebbers die tot nu toe van de zwarte stip geen last hebben, en dat zijn er toch nog heel wat (gelukkig maar!), hebben gemakkelijk praten wanneer ze stellen dat alles opruimen het enige middel zou zijn om van die plaag af te komen.Maar zo eenvoudig lijkt het niet te zijn, want ook dat, of toch ongeveer dat, heb ik ook geprobeerd. Met dit verschil dan wel dat ik mijn mooiste en schijnbaar gezondste vogels had overgehouden en bij een bekend kweker, die naar zijn eigen zeggen geen last had van de stip, andere (isabellen) ben gaan kopen. Hiermee ben ik dan, volledig afgezonderd van mijn oude vogels, gaan kweken. En wel in de keuken van moeder de vrouw, die voor éénmaal “om het goede doel” van haar vetorecht geen gebruik wilde maken.Daarbij schafte ik nieuwe kooien, eetbakjes, fonteintjes, nestbakjes, … aan en trachtte zo hygiënisch als mogelijk met ze om te gaan om het besmettingsgevaar zo miniem mogelijk te houden. Maar alles tevergeefs, want ondanks de nieuwe oudervogels er prima uitzagen, had ik toch weer enkele zwarte punten bij de jongen en dit ondanks het feit dat er dus nooit enig rechtstreeks contact was geweest met mijn overgebleven oude, al dan niet besmette vogels. Tenzij natuurlijk ikzelf de mogelijke besmetting van het oude kweekhok naar het nieuwe in de keuken zou hebben overgedragen. Dan ook rees bij mij de vraag: “

Wat kan in zulk geval de meest voor de hand liggende oorzaak zijn?”

Juist, één of andere virus, wegens veelal het schijnbaar gemak van overdracht.

Zoals het er bijvoorbeeld bij een griepvirus aan toe kan gaan, het gemak om van één enkele besmetting tot een ware epidemie, denk maar recent aan het SARSvirus in China, uit te groeien. Een virusinfectie, was van dan af eigenlijk steeds mijn gedacht is geweest, maar wat ik uit vrees voor de waarheid verder niet onder ogen durfde tezien.Goed etende dat er in dit geval toch weinig of niets tegen te beginnen zou zijn en alleen eventuele neveneffecten (in ’t geval van griep bvb. bronchitis) met antibiotica zou kunnen behandeld worden, maar uitdrukkelijk niet het virus himself! Daar is alleen een passende vaccinatie effectief tegen, net zoals we bvb. onze kanaries elk jaar opnieuw preventief beschermen tegen het bekende pokkenvirus. Het spreekt dan ook voor zichzelf hoe ik in de wolken was toen enkele jaren geleden (± 2000) de Nederlandse mozaïekclub van vriend Jan Van Mol, waarvan ik lid was, na een enquête onder al zijn leden (waaronder ook veel buitenlanders!) met de blijde boodschap voor de dag kwam dat labonderzoek (in één of ander zuiders land!) had uitgewezen dat de zwarte stip een met Tylan (Tylosine) goed te behandelen Mycoplasma-infectie betrof. 

In het vooruitzicht van eindelijk nog eens goed te kunnen kweken en mijn vogels terug op de TT’s te brengen, voelde ik mij gelukkiger dan ooit! Te meer ook omdat ik toendertijd als verantwoordelijke van de Technische Commissie voor kleurkanaries het gevoel had er mij niet door te kunnen manifesteren zoals ik het zelf graag wilde.Doorgaans wist ik steeds wel te zeggen waar het om ging, maar het zelf in praktijk niet kunnen bevestigen, werkte in die periode soms zo frustrerend op mij dat ik er meermaals heb aan gedacht om toch alles op te ruimen en met mijn hobby volledig te kappen.Om het verhaal kort te maken, heb ik natuurlik eerst op Internet zoveel mogelijk opgezocht over Mycoplasma en dan vol goede moed naar de apotheker om Tylan.En … effectief, het scheen te werken want de daaropvolgende kweek verliep vrij voorspoedig met slechts hier en daar een enkeling met zwarte punt en alzo ook het TT-seizoen met enkele gewestkampioenen en een paar provinciale vice-kampioenen.Alles leek dus voortreffelijk te evolueren … tot het jaar nadien. Ondanks dat alle medicaties netjes werden overgedaan, werd het terug een fiasco, m.a.w. zwarte stip en nogmaals zwarte stip, tot hele nesten toe! En ook dit jaar, anno 2003, ondanks de medicatie in samenspraak met een gespecialiseerd dierenarts en vele uren van opzoeken op het Internet naar meer doeltreffende medicijnen, ging het terug dezelfde richting uit.Het spreekt dan ook voor zichzelf dat ik van toen af aan dat Mycoplasmaverhaal niet meer geloofde en op donderdag 24 maart jl. kwam mijn gelijk toen op een lezing in Nederland een in vogels gespecialiseerd dierenarts mij vertelde dat men er onlangs in Amerika was achtergekomen dat de oorzaak van de Zwarte Stip … een virus was!!! 

Meer bepaald in dokterslatijn een zgn. circovirus zoals bijvoorbeeld vederrot bij papegaaien en naar ik meen o.a. ook herpes (koortsblaasjes) of aids bij de mensen.Virusinfecties, die eens opgedaan, zich voor altijd in het lichaam latent blijven ophouden en zich slechts dan manifesteren wanneer het lichaamsafweermechanisme om een of andere reden verzwakt is, zoals bvb door ziekte of door te veel stress. Gelukkig zijn niet alle virussen over dezelfde kam te scheren. Het ene is wel agressiever dan het andere; het ene kan eenvoudig behandeld worden met een zalfje (herpes!), terwijl het andere zo gecompliceerd lijkt dat men er maar niet in slaagt een geschikt vaccin te ontwikkelen om het te bedwingen (aids en SARS onlangs nog).

Tot welke categorie het “zwarte stipvirus” behoort is nog onbekend en/of een eventuele ontwikkeling van een vaccin de moeite waard zal bevonden worden, kan ook nog maar alleen te toekomst uitwijzen. Wetenswaard is wel dat het naast kanaries, met zekerheid ook reeds bij wildzang voorkomt en er op dit ogenblik in de USA een viertal onderzoeken aan de gang zouden zijn.Vele vragen blijven echter nog onbeantwoord.

”  Hoe het bijvoorbeeld komt dat in eenzelfde nest jongskes geboren worden met duidelijk verschillen in stip, t.t.z. met heel duidelijke zwarte stip, met minder opvallende lichter getint stip en nog andere zonder het minste spoor van stip, blijft voorlopig nog een raadsel. Ook al liggen een drietal mogelijkheden zo voor de hand:1. Ondanks ze in eenzelfde nest broers en zussen van elkaar zijn, m.a.w. genetisch sterk gelijkend, moet er tussen de verschillende jongen toch een verschil in weerstand-immuniteit voorkomen.Hierdoor zouden alleen de sterkste het virus, meegekregen van de ouders, kunnen onderdrukken.2. Het virus wordt niet altijd doorgegeven aan de jongen.Een stelling wat ikzelf en ook de veearts-spreker betwijfelden omdat het dikwijls voorkomt dat jongen die geboren worden zonder stip, na enkele dagen, door bijvoorbeeld minder voeren van de pop, toch nog stip gaan ontwikkelen.Hieruit kan worden afgeleid dat ook in dat geval het virus reeds vóór de geboorte, dus vanaf de bevruchting, latent aanwezig was.3. Het virus kan met verschil in intensiteit door de ouders via het ei worden doorgegeven, wat tevens ook zou kunnen verklaren waarom sommige embryo’s door het zelfde euvel afsterven in het ei juist (± 1 dag) vóór het uitkomen. Gewoon omdat ze nog net iets sterker zijn besmet dan zij die toch nog geboren worden, zij het dan wel niet een heel duidelijke stip. Andere vraag: Waarom zijn er liefhebbers die er veel last van hebben, andere minder en nog andere helemaal niet?Dit moet bijna zeker ook weer gezocht worden bij het weerstandsvermogen van de kanaries die hij kweekt, omdat de ene stam gewoonweg sterker is dan de andere.Daar kan ik inkomen, want ook bij mij lijken de agaten en vooral de isabellen, als afstammelingen van stammen die ik reeds heel lang in mijn bezit heb, veel gevoeliger dan mijn gele of groene die van geheel andere origine zijn en slechts enkele jaren geleden zijn aangekocht. Nog een ander opmerkelijk en naar mijn mening heel belangrijk feit bewijst enigszins wat ik al eerder heb aangehaald, nl als dat een zwakke conditie en zeker ook stress, bijna zeker hoofdverantwoordelijk mogen genoemd worden voor het uitbreken van het zwarte stipvirus. Waarom ik dat zo maar stel? heel eenvoudig omdat ik er uit ondervinding omzeggens zeker van ben geworden dat de juiste oorzaak van het eventueel doorgeven van het virus van ouders naar jongen omzeggens nooit bij de man moet gezocht worden, maar wel bij de pop en hoofdzakelijk bij haar alleen. 

HET BEWIJS daartoe zit hem hierin dat voor zover ik weet geen enkele van mij afkomstige kanariemannen bij andere liefhebbers ooit zwarte stip zouden hebben veroorzaakt! Van mij afkomstige poppen zeer zeker wel!

En die zekerheid heb ik, omdat steeds iedereen die ondanks alles toch vogels van mij wil, op voorhand wordt ingelicht en nadien zoveel mogelijk opgevolgd.Zo zijn er vóór dit seizoen nog een achttal van mijn mannen naar andere oorden verhuisd met als resultaat een pak jongen, allemaal zonder stip!!!Straf hé!Maar als men goed nadenkt is dat helemaal niet abnormaal, immers: wie staat tijdens de kweekperiode en vooral juist ervoor het meest onder stress ?Ja, juist, de pop, want alles komt rond die tijd omzeggens uitsluitend op haar terecht: lichaamsveranderingen bij het geslachtsrijp worden, dwang tot kweken, verhuis van de gemeenschappelijke vlucht naar de kweekkooi, regelmatig worden opgeschrikt door de verzorger, nestbouw, al dan niet overeenkomen met de kanarieman (zich laten domineren of vechten), paren, eieren leggen, broeden en veelal alleen de jongen optrekken, …En het is denkelijk vooral de periode tot en met het eierenleggen dat voor de pop cruciaal mag genoemd worden om al dan niet nakomelingen met zwarte stip te veroorzaken.Is ze tijdens die tijd rustig en weinig of niet gestresseerd en beschikt ze bovendien ook over een optimale conditie, dan ben ik er vrij zeker van dat het virus, zelfs al is het latent aanwezig, niet via het ei aan de jongen wordt doorgegeven. Of indien toch, dan mogelijk in die mate afgezwakt dat het ook dan niet tot uiting komt, mits natuurlijk het embryo van nature uit over voldoend weerstand beschikt en vnl. als jong die ook behoudt.Door een goedvoederende en in topconditie verkerende pop zal er normaal zeer zeker hiervoor gezorgd worden.Is dit laatste niet het geval dan durft het, zoals reeds eerder aangehaald, wel eens voorkomen dat zelfs vrij grote jongen, geboren zonder stip, uiteindelijk, zeer waarschijnlijk door ondervoeding en als zodanig ook verminderende weerstand, toch nog stip ontwikkelen. Daartoe is het ook belangrijk om weten dat vooral in zulke gevallen wel eens bijkomende “secundaire” ziektes zoals E-coli en Atoxoplasmose (Lankesterella of grote leverziekte) de kop durven opsteken. Snel handelen is hier geboden, de geïnfecteerde jongen direct verwijderen, zorgen voor een nieuw nest voor de overige en in overleg met de dierenarts de nodige medicatie toedienen.

”  antibiotica in geval van E-coli

”  sulfamide in geval van Lankesterella

Doet men dit niet dan zit het er dik in dat de besmetting zich zal uitbreiden met nog veel meer uitval als gevolg. Verder ook opmerkelijk aanwezig in hokken onderhevig aan de zwarte stip, zijn vogels met opvallend lange bovenbek, die zeer vlug groeit tot buiten proportie. Of dit verschijnsel rechtstreeks iets met het zwarte stipvirus te maken heeft is ook nog niet bekend, maar voor alle zekerheid lijkt opruimen ook hier toch de boodschap.

Conclusie:

Had ik vooraf schrik dat het bij de “zwarte stip” wel eens om een virus zou kunnen gaan waaraan buiten een passende entstof weinig of niets zou te doen zijn, dan ben ik nu eigenlijk toch blij dat ik het te weten gekomen ben, want waar het voorheen een tasten en zoeken was in het onbekende, kan ik nu toch tenminste in de juiste richting naar verbetering streven. En dit kan wel degelijk mits naar mijn mening gewoon enkele punten in acht te nemen en er op in te werken: 

1. De conditie.

Door in de eerste plaats te trachten de algemene conditie, zeg maar de gezondheidstoestand, van de kweekvogels te optimaliseren, vermindert ongetwijfeld ook kans op stip. Vooral belangrijk daartoe zijn voldoende beweging en voeding. Beweging in die zin dat men er moet voor zorgen dat er vooral in de gemeenschapsvolière geen overbevolking heerst (geeft steeds aanleiding tot allerlei ziekten!) en zodoende ook genoeg vliegruimte aanwezig is. Veel meer kan men in dit verband niet doen.Kanaries zijn immers geen mensen of zelfs geen duiven die men wel aan een of andere conditietraining kan onderwerpen om zo hun conditie te verbeteren. Verder belangrijk is het dat medicamenten, hetzij vnl. allerhande antibiotica slechts bij mondjesmaat worden gebruikt en alleen dan wanneer er vogels ziek zijn en niet voorbehoedend (kuren) zoals veel te veel gebeurt. Het is net zoals de dierenarts-spreker stelde dat ook wij zelf slechts antibiotica tot ons nemen bij ziekte en toch ook niet preventief als we ons gezond voelen.Daarbij zijn dat soort medicamenten juist conditieremmers die als zodanig door elke ernstige sporter worden gevreesd. Ter bevordering van hun conditie hebben gezonde vogels dan ook helemaal geen medicatie nodig. Het enige wat in dit verband van enig nut blijkt te zijn is het dagelijks optimaliseren van de zuurtegraad in de maag (4 à 4,5 %) met hetzij appelazijn, wijnazijn, citroensap of sterk verdund zoutzuur (1 / 10 / 10) tegen vnl. megabacteriën .Alsook het regelmatig gebruik van een of andere natuurlijke darmconditioner om ongewenste bacteriën buiten te houden. Een ander heel belangrijk punt in dat conditieproces vormt ongetwijfeld de voeding. Veel wil ik hierover evenwel niet kwijt. Iedereen heeft daar toch zowat een eigen mening over, maar toch ook hier weer enkele puntjes waarvan ik denk dat ze de conditie, de gezondheid, kunnen verbeteren. De beste voeding vormt ontegensprekelijk de zgn. “pellets”, wegens optimaal uitgebalanceerd en aangepast verkrijgbaar voor rust- en kweekperiode waarbij in principe zelfs geen bijkomstig opfokvoer moet verstrekt worden wanneer er jongen zijn.

Spijtig genoeg nog niet volledig toepasbaar voor ons omdat, in tegenstelling met liefhebbers van grote parkieten en papegaaien, omzeggens nog geen kanariefokkers volledig op kanariepellets zijn overgeschakeld.Daar ze vooral hun over vogels niet verkocht krijgen. Toch lijkt het mij zinvol om naast de gewone zaadmengeling ook pellets bij te voeren. Verder is het, naar mijn mening, ook belangrijk de zaadmengeling vrij streng te beperken, te rantsoeneren. Alles inbegrepen en periodiek aangepast: zaad, eivoer, ALLE dagen, en eventueel pellets ongeveer 4 gram per vogel per dag in liefst twee beurten: ’s morgens en ’s namiddags.Er steeds opletten dat alles moet zijn opgegeten vooraleer nieuw voer aan te bieden.Alhoewel lichtjes Spartaans getint is dit systeem zeker te verkiezen boven het voer “voor het grijpen” in massa aan te bieden. Zoals dat bijvoorbeeld via een automaat gebeurt, waarbij ze maar gewoon uitzoeken wat ze graag lusten en met de rest gaan morsen.Gerantsoeneerd voeren lijkt mij dan ook het middel bij uitstek om zonder een te veel aan vet, in de beste conditie aan de kweekt te beginnen. Te vette poppen zijn zo wie zo ongewenst voor de kweek. Ze zijn meestal te vadsig en te lui om van het nest te komen en te voeren. Over de vele in de handel te verkrijgen SUPPLEMENTEN wil ik kort zijn.Ze lijken meestal heel nuttig, mits deskundig aangepast aan de voeding.Net als een te weinig is ook een te veel nooit goed. Het enige middel waar we best afblijven zijn de zgn. ELEKTROLYTEN, wegens kostelijk en zonder enig nut voor onze vogels, omdat in tegenstelling tot bijvoorbeeld een mens en dan vooral een atleet, een vogel geen noodzakelijke lichaamsstoffen uitzweet (dixit de dierenarts)! 

2. Stress.

Ik heb het reeds aangehaald, het vermijden van stress voor en tijdens de kweek bij voornamelijk poppen is naar mijn mening, naast conditie,het belangrijkste wapen ter voorkomen van de zwarte stip. De conditie mag nog zo goed zijn, een te veel aan stress kan ze op korte tijd helemaal slopen, ook al helpt een goede conditie ongetwijfeld stress te voorkomen.”  Bijvoorbeeld door de poppen reeds lang vóór de kweek in de kweekbakken te plaatsen zodat ze die beter gewoon worden en er zich op ’t goede moment in thuis voelen.”  Als verzorger veel en steeds op eenzelfde zachte en regelmatige wijze met de vogels omgaan, zodat ze ons beter leren kennen en bij wijze van spreken bij het binnenkomen in het kweekhok aan de draad gaan hangen en/of fluiten ter verwelkoming.Net zoals bijvoorbeeld een hond meestal doet als zijn baasje thuiskomt.”  Het beperkt voederen in meerdere kleine beurten per dag zal daar ongetwijfeld toe bijdragen.”  Goede afgerichte, tamme vogels zijn zo wie zo steeds minder stressgevoelig dan bange soortgenoten. Iets wat me tijdens de kweek is opgevallen waarbij de zwarte stip opmerkelijk minder leek voor te komen in de tweede en voor sommige ook in de derde ronde dan in de eerste! Wat vooral zijn oorzaak moet vinden in het feit van “alles al eens te hebben meegemaakt” en zodanig ook tammer en minder gestresseerd te zijn dan in het begin van de kweek. Bange poppen worden best zo wie zo geweerd want ze broeden meestal niet vast en verlaten bij de minste beweging hun nest.”  De rol van de man beperkt zich meestal tot alleen maar bevruchten en/of ook wel eens samen met de pop de jongen groot brengen. Daartoe wordt hij “om kennis te maken met de pop” best een tijdje vooraf in een babykooi geplaatst vóór of naast de pop.” Verder niet panikeren bij een driftei en de man slechts bij de pop laten wanneer het nest ongeveer half af is.Wat zelfs iets vroeger kan als de pop eerder aangeeft hem genegen te zijn door het aannemen van de paarhouding als antwoord op zijn gezang.”  De man liefst tijdens de hele bevruchtingsperiode bij de pop laten om haar zo weinig mogelijk te moeten storen en /of op te jagen bij het wegnemen of terugplaatsen.

Maar of hij nu gans de rest van de kweekperiode ook bij haar moet blijven laat ik in het midden omdat de meningen daarover verdeeld zijn. Wanneer hij niet uit pure verveling aan het nest gaat plukken of zich te dik gaat vreten, kan dat voor mij best. Anders blijkt het ook niet mis hem tijdens het broeden terug in de babykooi te plaatsen en terug bij de pop te laten van zodra er jongen zijn. Al is het nu ook wel zo dat een goede gezonde pop gemakkelijk zelf twee rondes aankan en zelfs bijwijlen niet is af te stoppen voor nog een derde!”  Zijn er ondanks dat alles toch nog jongen met stip, dan ofwel, zoals reeds eerder aangehaald, ze direct verwijderen of ze eventueel onderbrengen bij bijvoorbeeld een pop met onbevruchte eieren .Soms, wanneer die pop tenminste goed gaat voeren, met nadruk op goed, hebben die jongen kans tot overleven en zich verder normaal te ontwikkelen. Gewoon omdat hun lichaamsweerstand door voldoende eten te krijgen in die mate verhoogd zo dat ze dan veelal bij machte zijn het virus te neutraliseren en de stip te verdrijven. Er wordt ook wel eens beweerd dat door bij pasgeboren jongen met stip met een paar druppeltjes water in de bek te doen de stip zou verdwijnen.weer uit ondervinding kan ik zeggen dat dit wel eens kan lukken, maar dan is dat vast en zeker niet de verdienste van dat water maar wel van een goed voerende pop achteraf.

“Wat eventueel zou kunnen helpen om de stip te voorkomen, is wanneer we dat water zouden kunnen vervangen door een soort “biesmelk”, de natuurlijke, zeer voedzame eerste melk, wat diverse diersoorten o.a. ook duiven als weerstandverhogende “energiestoot” aan hun pasgeboren jongen geven als eerste voedsel.Heren, voedingsdeskundigen, zou dat niet iets voor U zijn? 

Ziezo, beste sportvrienden, dat was het dan.

Ik hoop deze onder U, die net zoals ik, ook met de stip te maken hebben toch iets bruikbaar te hebben bijgebracht.

 Auteur  J Belien. Jackie Bedankt.

 

Canthaxanthine water oplosbaar.

cantaxetine

 Wateroplosbaar- sterk geconcentreerd. ( ingezonden )

Bepaalt de kleurwaarde van uw roodfaktorige kanaries.Het gele of roodkleurige verenpak bij vogels ontstaat door het bezit van zogenaamde vetstofkleuren. Canthaxanthine is naast Xanthophyl carotenoïde (caroteen) hetwelk lichaamseigen is bij vele roodfaktorige vogels. Voor instandhouding van de kleur is het noodzakelijk, dat de vogel stoffen opneemt die hem staat stelt zijn kleur te ontwikkelen. Volière- en kooivogels zullen hun rode kleur verliezen als er geen gebruik gemaakt wordt van kleurstimulans.Canthaxanthine – water oplosbaar – kan gemakkelijk in de voeding of het drinkwater worden opgelost. Belangrijk is het dat Canthaxanthine wateroplosbaar -volledig overeenkomt  met het roodcomponent van roodfacktorige kanaries, capuzensijzen, flamingo’s, distelvinken en andere vogels.Een ander voornaam punt is dat Canthaxanthine – wateroplosbaar – microfijn vermengd kan worden in het zachtvoer, en geheel opgelost kan worden in het drinkwater. Op de juiste wijze toegepast zullen uw roodfaktorige vogels een maximum aan kleurvolume ontwikkelen.Toepassing Canthaxanthine moet uiterst gelijkmatig in het opfok- of krachtvoer worden verdeeld. Hiertoe verdient het aanbeveling om de juiste hoeveelheid die nodig is, in warm water van ongeveer 60 graden Celsius op te lossen. Per kg zachtvoer is 1 gram Canthaxanthine – wateroplosbaar – ruim voldoende. In 50 cc water  (ongeveer een ½ kopje) wordt het poeder al roerende opgelost. Na 10 tot 15 minuten is de oplossing verzadigd en wordt dan nogmaals omgeroerd. Deze  hoeveelheid is voldoende voor 1 kg opfok- of krachtvoer. Nadat de Cathaxanthine oplossing met zachtvoer is vermengd en volledig is geabsorbeerd, wordt het omgeroerd  zodat een luchtig mengsel ontstaat. Zonnodig kan er nog wat water, vruchtensap, geraspte appel of wortelen aan worden toegevoegd. Het op deze wijze aangemaakte voer kan, mits koel en afgesloten, 2 tot 3 dagen worden bewaard.  (niet in de diepvries).Ook is het mogelijk om de in water opgeloste Canthaxanthine 2 tot 3 dagen te bewaren. Zodat men de hoeveelheid die dagelijks nodig is  kan gebruiken. Langer bewaren dan de aanbevolen tijd wordt afgeraden. De sterktewerking van Canthaxanthine loopt dan in werkingswaarde terug. Heel goed bruikbaar is de Canthaxanthine oplossing in drinkwater. Nadat de oplossing is afgekoeld kan dit aan 1 liter drinkwater worden toegevoegd. Bij voorkeur niet meer verstrekken dan dagelijks nodig is. 

Het gebruik van Canthaxanthine bij geel of witfactorige vogels, goud- en zilvertinten wordt beslist afgeraden.Bij deze kleuren wordt de kleurontwikkeling  overgeaktiveerd, zodat bij de geelfaktorige een miskleurige oranjetint ontstaat.Bij de witfaktorige gaat de helderheid van kleur verloren en kan zelfs doorkleuring optreden. Voor het behoud van een goede afbakening voor de gekleurde veervelden bij de mozaïekkanarie , moet men pas met de aanvang van de rui beginnen met toedienen van de kleurstimulans.Canthaxanthine – wateroplosbaar – heeft alleen effect tijdens de opgroei van de jonge vogels en tijdens de ruiperiode. Regelmatig en steeds vers verstrekken. Onregelmatige toediening resulteert in een onregelmatig kleurpatroon. Geadviseerd wordt om tijdens de opgroei de Canthaxanthine oplossing in zacht voer te gebruiken.Een ander nadeel is de roodkleuring van de  omgeving van de  drinkfles.

Tijdens de ruiperiode voldoet de drinkwateroplossing uitstekend.Verpakking: 15 en 100 gram 

Uitwerpselen aanduiding van de ziekte

milt leveratoxoplasmose

 

Uitwerpselen een aanduiding van ziekten Ingezonden.

Een regelmatig onderzoek van de fecale [lees uitwerpselen ]kan veel onheil voorkomen.Er zitten immers al te vaak besmettingen van verschillende aard in deze verborgen zonder dat de vogel uiterlijk ziek blijkt .Door deze controle kan vaak erger voorkomen worden .Ook moeten we het uiterlijk van de uitwerpselen leren lezen , dat er zich een ziekte kan verbergen,denk maar aan platte of groengekleurde uitwerpselen deze werden reeds in andere artikels aan gehaald . Nu hoe zit de spijsvertering in mekaar:De krop of eetzak v.d.vogels zeker goed zichtbaar bij oudere dieren die voedsel hebben opgenomen,dient om het voedsel te bevochtigen met speeksel .De volgende stap van het verteringproces is de eerste v.d. twee magen [de adenodis genoemd],hier begint de toevoeging van verschillende vloeistoffen [verteringssappen] bijvoorbeeld zoutzuur,daarna gebeurd het ontharden en gelijkstellen van het harde en zachte voedselcomponenten [lees deeltjes].De volgende stap in het proces teert het voedsel naar de tweede maag de gespierdebuik genoemd ,deze verwerkt verder het geplette voedsel mede door de verschlillende steentjes die onze vogels tot zich nemen [zie hier het belang van grit en of piksteen die we zeker niet mogen vergeten]De verdere weg is de twaalfvinger darm,aan het begin van deze bevind zich de alvleesklier hierin worden verschillende enzymen geassimileert [lees opbouw van chemische stoffen in het orgaan] om het verterings proces verder vlot te laten verlopen.Er bevinden zich ook twee blinde darmen die op hun beurt de andere organen verbinden met de twaalfvingerdarm ,hierin gebeurd de afbraak van hardere voedsel onderdelen door middel van bacterieen.Bij sommige vogels zoals papegaaien en duiven ontbreekt deze darm. Aan het einde van de twaalfvingerdarm is deze verbonden met urineleiders en de voortplantingsorganen. kanarie geel ziekDe herkenning van problemen.Als de kleur van de uitwerpselen bruin naar groen is kan dit duiden op een wormbesmetting die men best onmiddellijk behandeld om erger en uitbreiding in uw vogelbestand te voorkomen.Als de vogel ziek is zal ook de kleur van de uitwerpselen veranderen,ook bij verkeerde voeding zal men dit waarnemen.Bij infecties door bacteriën, ziekte van de lever of fysiologische veranderingen zal ook direct verandering van kleur waarnemen,zo als de ontlasting rood naar roodbruin kleurt wijst dit op bloed in deze,mogelijke oorzaak kan op een besmetting door vervuild voedsel wijzen waardoor onze vogel besmet is met bacteriën of parasieten duidelijke verwijzing naar coccidiose.Als de ontlasting rood kleurt kan dit ook komen door het eten van wortelen,gekleurde bessen of anderen .Bij geel groene kleur zal het meestal een lever en of galblaas infectie betreffen [ornitose]. BIJ grijs bruine grote ontlasting wijst dit op een ernstige ziekte van de alvleesklier door niet volledig omzetten van vet en zetmeel .In vele gevallen diaree veranderd van kleur en slecht van geur infectie door bacteriën,parasieten of schimmels oorzaken kunnen gezocht worden bij voedselveranderingen teveel aan groenvoer of fruit, ook door stress[verandering van kooi en of omgeving].Bij vogels die overtollig veel voedsel tot zich nemen en toch vermageren kan er sprake zijn van een schimmel of e-colie besmetting. Als de ontlasting drijft in het vocht wijst dit op een infectie v.h.zenuwstelsel.Een laatste tip : men mag zich zeker niet vergissen als poppen leggen of broeden, dan treedt er verandering op bij de ontlasting,deze kan veranderen van kleur maar ook van hoeveelheid ,dit is geen reden tot ongerustheid maar volkomen normaal. Zo zien we dat op een eenvoudige en oplettende manier veel onheil kunnen voorkomen ,wees dus steeds op je hoede zeker als beginnende kweker. Met Dank aan  johny.

De Gesel van onze vogels.

bloedmijt

Een gesel voor onze kanaries – de bloedluis.                Alain louage.

De naam “bloedluis” is gebrand in het geheugen van onze liefhebbers maar deze naam is misleidend. We hebben immers niet te maken met een luis maar met een spinachtige.
De wetenschappelijke naam luidt ” dermanyssus gallinae”.Deze volwassen parasiet heeft 8 poten en een mond die gemaakt is om bloed te zuigen dagelijks leggen de volwassen wijfjes van de vogelmijt 3 tot 7 eitjes in naden en kieren. Indien ze geen bloedmaal hebben gehad zijn deze spin-achtigen grijsachtig van kleur en ongeveer 0,7 mm lang. Na een bloedmaal worden ze helder rood en meten ongeveer 1 mm. Deze kleur wordt donkerder naarmate het langer geleden is dat ze zich gevoed hebben.De mijt overleeft bij temperaturen tussen – 20 en + 45 °C.Het uitkomen van de eitjes hangt sterk af van de omstandigheden :
– als er geen vogels aanwezig zijn en vorstweer komen de eitjes niet uit.
– onder normale omstandigheden (20 tot 25 °C, 70 tot 80 % relatieve vochtigheid) komt 30 % van de eitjes binnen de 8 dagen uit.– Bij warm , broeierig weer (30 tot 35 °C, 95 % relatieve vochtigheid) komen de eitjes massaal uit en krijg je een explosie van rode bloedluis in de hokken.Vóór het een volwassen dier wordt, doorloopt het een nimfstadium die 5 tot 6 dagen duurt. De larve voedt zich niet en vervelt na 1-2 dagen tot een protonymfe.Ook deze voedt zich niet en na een tweede vervelling ontstaat een volwassen mijt. Na een bloedmaal en paring kunnen de jonge mijten in een tijdsperiode van enkele dagen eieren leggen.Volgens Zweeds onderzoek kunnen de volwassen mijten tot negen maanden overleven. Bij afwezigheid van de natuurlijke gastheer kunnen ze ook op zoogdieren (ook op de mens) parasiteren.De beet van de mijt veroorzaakt een uitslag met rode, sterk jeukende vlekken op de plaats van de beet. Deze uitslag wordt veroorzaakt door een allergische reactie op componenten van het speeksel van de mijt.Gedurende de avond en nacht komen de “lichtschuwende” mijten uit hun donkere schuilplaatsen te voorschijn en vallen de vogels aan.Bij een liefhebber van mijn vereniging (die spijtig genoeg veel te vroeg overleden is) heb ik ze al waargenomen overdag in de dichte bevedering van zijn borderkanaries.Het probleem met dit ongewenst diertje is dat je het pas ziet als het al een probleem is.Door de onophoudelijke aanvallen van de honderden mijten verzwakken de jonge vogels in de nesten zo snel dat de bleke lichaamskleur en de bleke keelholte bij het sperren opvalt . Na enkele uren of dagen hebben ze de kracht niet meer om te azen en volgt de dood snel.
Tevens blijven ook de oudere vogels (de broedvogels) niet gespaard.Door de aanvallen van de ongewenste “gasten” wordt er zeer onrustig gebroed wat leidt tot het verlaten van de nesten. De volgende dag zijn de eieren koud of liggen de jongen dood in het nest.Ook kunnen de volwassen vogels lichte tot zware ademhalingsproblemen hebben, bloedarmoede ( lichte huidskleur) en kan een hoge sterfte plaatsvinden.Soms neemt men een speciale geur in het hok waar en ziet men een zilvergrijze aanslag van de lege huidjes van de mijten.(dit zijn de vervellingsresten)Een ander ongewenst effect is dat de mijten ziekten kunnen overbrengen en dat onze vogels vatbaarder worden voor ziekten. ( bijvoorbeeld E.Colli)De mijten verspreiden zich via de vogels, maar kunnen zich ook in (verlaten) vogelnesten ophouden en uiteindelijk een andere bloeddonor opzoeken.Het is dan ook van belang om het nestelen van inlandse vogels onder de dakpannen te voorkomen.De rode bloedluis veroorzaakt ook veel overlast op kippen. Sommigen noemen de mijt het grootste probleem van de pluimveesector. Het bloedprikken van de rode bloedluis leidt tot irritatie en onrust bij de kippen en eieren met bloedstippen.Bij zware besmettingen kan de bloedluis bloedarmoede en sterfte bij de kippen veroorzaken.Dit jaar ben ik na tien jaar géén enkel “bloedluis” te hebben gezien terug geconfronteerd met een mijtenplaag.Het seizoen begon veelbelovend – mijn elf poppen werden eind maart geplaatst in de kweekbakken. Snel maakten de helft van mijn poppen een nest en volgden eieren. In de tweede helft van april –gedurende een weekend werd het broeierig, plakkerig warm (30 tot 33 °C) Op dit ogenblik waren mijn eerste jongen enkele dagen oud. Het vervolg kan men voorspellen – één na één sneuvelden mijn nesten.Na het weggooien van het derde nest dode jongen bemerkte ik tientallen mijten op de bodem van de stenen nestpot. Mijn eerste ronde was kompleet verloren – één jonge vogel overleefde.Tevens had ik één viertal onbevruchte legsels en twee poppen waren zodanig verzwakt dat ze ademhalingsproblemen hadden. (hijgen bij het binnenkomen van de kweekplaats)Onmiddellijk na het vaststellen van de “bloedluizen” spoot ik met Ardap in de kweekbakken (en de omgevingtot er een fijne nevel in ging. Een tweetal dagen later controleerde ik de bodem van verschillende nesten.Tot mijn grote verbijstering stelde ik de aanwezigheid van bloedluis in meerdere nesten vast. Ik concludeerde hieruit dat de aanwezige mijten resistent waren tegen Ardap.Ik gooide de bestrijding over een andere boeg na raad ingewonnen te hebben bij mijn broer die dierenarts is en enkele leden van de vereniging. Ik gebruikte verschillende producten waaronder Vermikill, het druppelen van de oudervogels met ivermectine ( om de twee weken) en het behandelen van de nestpotjes met frontline .(is een product die gebruikt wordt voor de bestrijding van vlooien bij katten en honden)De tweede ronde bracht geen verbetering (géén enkel jonge vogel), ik denk door de verzwakking van de ouderdieren , het storen van de dieren door de bloedluis en de bestrijding ervan.Twee ronden brachten mij één jonge geringde vogel (één pop) op die ondertussen al een tweetal maanden was.Op dit ogenblik had ik ook een hopeloos gevoel en had de indruk dat het bestrijden van de rode bloedluis dweilen met een open kraan was geworden.Bijgevolg besloot ik gedurende de derde ronde de pasgeboren jonge vogels te druppelen met een verdunde oplossing van ivermectine. Tevens druppelde ik één tot twee druppels om de drie dagen van een kruidenmengsel op de nestkastjes. Ook besliste ik een opwelling géén eivoer meer te verstrekken – de oudervogels moesten mijn jongen maar volledig opkweken met de verschafte voedingskorrels (nutribird C19 en Pretty Bird)Tot mijn grote verwondering groeiden de uitgekipte vogels door het druppelen met ivermectine en met de verschafte voedingskorrels zeer goed op.Na dit niet geslaagde kweekseizoen heb ik het besluit genomen om het de aanwezige mijten en hun eitjes niet gemakkelijk te maken en mij zo snel als mogelijk van deze plaag te verlossen.Er zijn verschillende methoden bloedluisbestrijding maar ze zijn niet allemaal even effectief. Tevens rijst de vraag of al die bestrijdingmiddeltjes kwaad kunnen voor de gezondheid. Ik waarschuw iedereen in ieder geval de raadgevingen van de producenten op te volgen want sommige producten kunnen kankerverwekkend zijn, ademhalingsproblemen of allergieën kunnen voorkomen.Bijgevolg denk aan uw gezondheid en neem de nodige voorzorgen. (gebruik gasmasker en handschoenen)Sommige natuurproducten zijn géén wondermiddelen, maar eerlijke producten die hun steentje aan de gezondheid bijdragen van onze vogels en onszelf .Hier volgt een korte beschrijving van de verschillende bestrijdingsmethoden.Sommige methoden hebben hun toepassing in de pluimveesector – het is mijn inziens belangrijk om meerdere bestrijdingmiddelen of afweermiddelen te gebruiken. Waarom ?
Om resistentie te voorkomen tegen één bepaald product en om het te luizen op verschillende vlakken moeilijk te maken.Vooraleer een insecticide te gebruiken, reinigt men alle materiaal en de hokken grondig en verwijdert men alle vogelnesten in de omgeving.Enkele gekende (of minder gekende) producten zijn :Vermikill spray Producent : Van Nielandt
Aktieve bestanddelen : Bio-allethrine,PyrethrumKenia, piperonylbutoxide oCEPOU (poeder)
Ocepou bestaat voor 85 % uit carbaryl. Dit is een product die niet meer te verkrijgen is in de handel omdat het streng verboden is in Nederland en België.Ocepou is een Frans product dat sporadisch opduikt op grote tentoonstellingen of in handelszaken langs de grensstreek. Carbaryl is kankerverwekkend, kan een verhoogde gevoeligheid voor infectieziekten veroorzaken en men moet opletten voor allergieën (gevoeligheid voor de ogen)Het is een effectief product ter bestrijding van bloedluis en vedermijten.Zodiac+ (spray voor gebruik in hokken) en Blast-Off Anti-Mijt (poeder om vogels te behandelen)Product op basis van methoprene die zorgt dat alle bloedluizen en uitkomende larven worden gedood.
Het product bevat natuurlijke actieve ingrediënten.erdeling + handelaren : zie de volgende link op internet http://www.birdcareco.com/Nederlands/Handelaren/handelaren.html

U 2 , U 3 ( niet over de vogels sprayen, aan te brengen met kwast)Aktieve bestanddelen : pyrethrinen en piperonylbutoxide.Pyrethrum is een zenuwgas die het zenuwstelsel van het insect prikkelt waardoor verlamming optreedt. Piperonylbutoxide versterkt de werking van het pyrethrum.
Verdeler : denka

Ardap (spray)

Ivermectine ( druppels)
Ivermectine (IVOMEC) is afgeleid van de avermectines, een familie van sterk actieve, breed werkende antiparasitaire middelen.Het middel doodt door zijn werking op het zenuwstelsel van de mijten.De behandeling is het aanbrengen  van een tot twee druppels van het middel in de halsstreek van de vogel.De jonge vogels ( dit zijn de pas uitgekipte jongen) worden gedruppeld met een verdunde oplossing.Het druppelen van oude en jonge vogels moet om de twee weken herhaald worden.Vernevelen van de ruimte met Bolfo-Fogger (Bayer Fogger bevat natuurlijk pyrethrum, een plantaardig insecticide geteeld in Kenia. Het doodt onmiddellijk.vliegen,muggen,vlooien,wespen,motten,vlooien,kakkerlakken,kevers,mijten …. door zijn krachtige werking. Gedurende de toepassing mogen geen personen of dieren in de behandelende ruimte vertoeven.Men sluit de vensters en buitendeuren; binnendeuren en deuren van de te behandelen kasten worden opengezet.Men zet de bus Fogger rechtop in het midden van de te behandelen ruimte.Het ventiel wordt volledig naar beneden gedrukt tot een krachtige nevel ontstaat.De ruimte wordt nu verlaten en men houdt de behandelende ruimte minimaal 4 uur gesloten.Na deze periode wordt de ruimte minimaal 1 uur krachtig verlucht.Biodest – BL ( nieuw middel)Is eigenlijk gewone biodiesel. Wordt gebruikt in de pluiveesector en is een veilig middel op basis van koolzaadolie, dat ook in frituurvet zit.Leverancier : Wiersma & Zoon Oliehandel in Loënga (F)Verklaring van de naam :bio van biodiesel, dest van destructie; BL an bloedluis.Het product verdampt niet, is geurloos en volledig biologisch afbreekbaar.Actif Allium (nieuw middel – toegepast door de pluimveesector)Dit middel werd ontwikkeld door de firma Conekro in Ede.
Het is een biologisch middel op basis van knoflook.De werking steunt op het “onaantrekkelijk maken van de vogel voor de bloedluis.Niet alle bloedluis wordt gedood – een basispopulatie blijft aanwezig die beheersbaar is.Het gebruik van luiswerende middelen.Luiswerende producten zoals in de handel verkrijgbare oplossingen.(op basis van de natuurlijke oliën van eucalyptus,pepermunt, enz.) kunnen gebruikt worden in combinatie met één of meerdere van bovenvermelde bestrijdingsmiddelen.Ook kan men “nestkruiden”aanschaffen. Deze zijn samengesteld uit een mengsel van kruiden met een antiparasitaire en rustgevende werking.(samenstelling: lavendelbloesem, stinkende gouwe, eucalyptusblad, noteboomblad, thijm, vlierbloesem, enz.)

 Het volgende kweekseizoen (2006) zal ik gebruik maken van het druppelen van de vogels met ivermectine en het toedienen van een kruidendrank (firma herba) op basis van knoflook.
Mijn kweekruimte ( + het kweekmateriaal) zal gezuiverd worden door een behandeling met Bolfo-Fogger (BayerDe nesten zal ik regelmatig behandelen met één druppeltje kruidenmengsel op basis van eucalyptus. (firma herba)Tevens overweeg ik om nestkuiden onder het nest aan te brengen.

Tot slot van dit artikel besluit ik dat het behandelende diertje een ernstige bedreiging vormt voor onze liefhebberij en het grootste probleem vormt in de pluimveesector.Verschillende “nieuwe” middelen worden uitgetest op hun doeltreffendheid. Mag ik u verzoeken uw ervaringen mee te delen (via de Canaria) bij het gebruik van nieuwe , andere of bestaande produkten  tegen MIJTEN.

Belangrijk is dat deze middelen onze gezondheid en die van onze vogels niet schaden.

Alain Louagie – 31 augustus

Nog iets over de luchtpijpmijt.

iluchtpijp mijten

 Luchtpijp mijt .                             Ingezonden

Symptomen Deze mijt komt vrij vaak voor bij de Gouldamadine wildzang en  kanaries. Symptomen kunnen zijn: ‘smakkende’ geluiden, piepende en krassende geluiden (houdt de vogel maar is tegen uw oor dan hoort u dit goed), snel ademen en de vogel houdt zich vrij rustig.

luchtpijp mijtBehandeling

De behandeling is zeer simpel, bij uw lokale dierenwinkel hebben ze meestal verschillende manieren om dit probleem op te lossen.

Ik gebruik Anti-luchtpijpmijt druppels van Bogena. Het is een klein druppelflesje en kost zo rond de € 10,- en is te verkrijgen bij de dierenzaak. Let er op dat u om druppels vraagt die u uitwendig moet gebruiken (namelijk in de schouder zone) en niet om druppels/poeders/sprays die u in het water of zo moet doen. Ik heb die namelijk ook gebruikt maar die hadden geen effect bij mijn vogels.Met de druppels zijn de vogels binnen 2 a 3 dagen luchtmijt vrij en u zult dan zien dat ze wat actiever worden. Druppel dan wel gelijk alle vogels! Wacht er geen weken mee, de vogels kunnen op den duur dood gaan aan deze mijt!Tip: Druppel uw vogels ook voor het broedseizoen zo dat ze niet het nest kunnen besmetten met de jonge ogeltjes. .OPM :Men  kan  natuurlijk  ook de vogels behandelen  met Evermectine ,is een product dat via je  dierenart verkrijgbaar is  .De behandeling is  ongeveer 2,5 a 3 maanden  Actief .Men  kan dan  opnieuw  de vogels behandelen ,En je  bent  vrij van deze  ongedierte. E-Mail wout@woutvangils.be

 

Ivermectine tegen bloedluizen..

animec injection

Ivermectine  behandeling  tegen bloedluis.

Sinds de Carbyril is verboden ,gebruiken veel vogelkwekers  nu de  ivermectine  tegen behandeling  van  bloedluis .De evermectine  is  verkrijgbaar in verschillende  merken ,ik zelf gebruik De Animec injection .De verhouding  hiervan  is :bloedmijt

Elke  Ml bevat 10 Mg ivermectine phEr .Het is raadzaam deze vehouding  aan te  houden  ook als  u een andere merknaam  heeft ,kijk altijd  of  de verhouding  ongeveer gelijkaardig  is. De evermectine  is verkrijgbaar via je  dierearts,Het gebruik is op de  volgende  manier.Na het  koppelen van de  vogels Ent  men de  vogels  op de  volgende  manier. Pak een oorwat stokje  men dept  dit  in de  evermectine  ,en je  drukt  dit  op de  vlies  van de vleugel ( Daar waar men de  vogels ent  vor de  pokken ) en dat is het  dan  voor  de komende  2,2 a 3 maanden. Daarna  kan  men besluiten dit nogmaals te doen .,en dan ben je  het  hele seizoen  luis vrij.Er zijn  ook kwekers  die de evermectine  doen  in het drinkwater ,maar  daar heb ik geen ervaring mee .Wel kan  men het ook in het badwater doen dit helpt  ook goed  als  al je  vogels weer in de  voilere  zitten  is  dit  een  goede  oplossing.Let op  Animec is de merknaam ,het product  er in is  Ivermectine.

 

Ps : De evermectine  in de  juijste  hoeveelheid kan geen kwaad voor de vogels ,hou wel  altijd  de juiste dosering  aan .let hier op het kan verschillen van  merk tot  merk.

 

Samenstelling:Elke flacon (10 ml) bevat 2 mg ivermectine (0,2 mg/ml) als werkzame stof

 

Ivermectine in het algemeen.

animec

Wat over Ivomec/middelen met Ivermectine

Omdat Ivomec of middelen waarin de werkzame stof Ivermectine zit maar een andere fabrieksnaam hebben (Panomec, oramec, etc) hier nog al eens voorbij komen het een en ander op een rijtje. Ivomec zou namelijk niet te pas en te onpas gebruikt moeten worden, omdat er nogal wat nadelen aan kleven die niet bekend zijn.Dit stukje heb ik mede dankzij Francisca, pluimvee arts geschreven, zodat alles correct is.Ivermectine middelen worden nogal eens genoemd als goed middel tegen kalkpoten, met een gunstig bijkomend effect dat het tevens luizen (ecto parasieten) en wormen (endo parasieten) dood.Allereerst maar eens de hoofdreden waarom we beter geen ivermectine middelen kunnen gebruiken als dat niet echt nodig is.Dit schreef pluimvee arts erover:Ivermectine is een behoorlijk heftig middel eigenlijk. Van collies en shelties en hele jonge dieren is bekend dat ze er aan kunnen sterven als het de hersenen bereikt (als het de bloed-hersenbarriere kan passeren, wat bij deze honden en jonge dieren dus gebeurd). Ook zijn bepaalde vogelsoorten en vissen redelijk gevoelig voor dit middel waardoor je dus vergiftigingsverschijnselen (vooral neurologisch van aard: hersenen en zenuwen worden aangetast) en sterfte zou kunnen krijgen theoretisch gezien.Ik heb nog niet gehoord dat kippen er aan zijn gestorven, maar het geeft wel aan dat het middel niet lichtzinnig gebruikt moet worden.Daarnaast is het vaak pijnlijk bij injectie. Een pour on middel lijkt me dan ook zeker het meest aan te bevelen.Omdat ivermectine oplost in vet kan het heel makkelijk via de eieren worden uitgescheiden en dat brengt mij bij de belangrijkste reden waarom ivermectine terughoudend moet worden toegepast. Het komt dus zeker weten terecht in de eieren (zelfs ook bij de pour on toepassing want het wordt toch enigszins opgenomen, weliswaar minder dan bij orale of injectie-toediening). Er is niet onderzocht van dit middel hoelang het via de eieren kan worden uitgescheiden. Ook is onduidelijk wat dit middel bij mensen doet als er een residu in de eieren zit, maar ongezond zal het zeker zijn. En zeker bij jonge kinderen! De off-label wachttijd is minimaal 7 dagen, maar ik vraag me af of dat bij dit middel niet veel te kort is. Ik zou liever 28 dagen aanhouden voor de eieren, want dan is het vrijwel zeker dat het middel uit de eieren verdwenen is.Dit is dus het grootste nadeel van ivomec. Bij dieren die geen eieren leggen (hanen of oude hennen) kun je het dus evt wel geven. Bij jonge kippen zou ik het zeker niet gebruiken (en als er jonge kippen tussen de oudere kippen lopen zou ik het ook niet geven). Ik zou een wachttijd van 28 dagen aanhouden voor de eieren vanaf de laatste dag van toediening.

Algemeen:
Ivermectine is er in injectievorm, orale vorm en pour on (op huid aanbrengen). Er zijn verschillende soorten ivermectine die allemaal een iets ander werkingsspectrum hebben. De echte ivermectine werkt bij kippen beter dan de andere middelen die einigen op “ectine”

Ivermectine bij kalkpoten en wormen:Ivermectine middelen worden nogal eens gebruikt tegen kalkpoot mijten, omdat ze de mijten doden.De pour on middelen en zalfjes verdienen de voorkeur tegene over injecties, omdat met injecties vaak geen goede resultaten bereikt worden (en pijnlijk zijn, stof ”brand” in het weefsel).Daarnaast blijft het insmeren met vette substanties (zalven, olieen etc) de voorkeur genieten. Deze zijn zeer effectief tegen de mijt, en verzorgen tevens de poten/schubben. Ivermectine middelen dode alleen de mijt, en verzorgen de poten niet. Het is dus aan te bevelen als je ivermectine middelen zou gebruiken, dat je toch ook smeert, om de aanslag weg te krijgen en de schubben weer soepel te krijgen.
Daarnaast zijn smeersels goedkoper.Het effect op wormen valt ook tegen. Pluimvee arts heeft bij hobbykippen niet zoveel goede resultaten gezien wat betreft ontworming.Ik zelf onwormde individuele zieke kippen met Oramec, omdat dat eenmalig is en ik anders aan kuren vast zat, en bij sectie bleek na ontworming van oramec dat kip nog vol met wormen zat!!!!!

Resistentie Ook niet geheel onbelangrijk:

Ps : De ivermectine  in de  juijste  hoeveelheid kan geen kwaad voor de vogels ,hou wel  altijd  de juiste dosering  aan .let hier op dit kan verschillen van  merk tot  merk.  

Samenstelling: Elke flacon (10 ml) bevat 2 mg ivermectine (0,2 mg/ml) als werkzame stof.

 

E-Mail  wout@woutvangils.be

 

Rood opvoeren van kanarievogels.

 

Rood opvoeren kanarie vogels :                                                    Ingezonden..

12 Gram op een Kgr eivoer . Spirulina 3 gram bijvoegen erg goed voor het goed doorkleuren.Bereidingswijze: Meng 6g en 3g Carophyl oranje in 1 liter gekookt water. Bewaar het mengsel in de koelkast. Meng één deel eivoer, één deel rusk en één deel kleurstof. Let erop dat de proporties evenredig blijven, dit om onregelmatige kleuring te voorkomen.Vorig jaar werd een nieuwe kleuringswijze uitgeprobeerd. Ze bestaat erin om enkel het drinkwater te kleuren met de hoger vermelde hoeveelheden kleurstof. Om te vermijden dat de kooien met kleurstof besmeurd raken, gebruik ik hamsterflessen die voorzien zijn van een metalen kogeltje. De vogels duwen tegen dit kogeltje en kunnen drinken zonder alles te bevuilen. De jongen geraken gauw gewoon aan deze manier van drinken. Bovendien blijft het water op die manier beschut tegen lucht en uitwerpselen. 3  .Er kan gesteld worden dat :  (de vetstof kleur ontstaat op de volgende manier ) Luteine Is aanwezige kleurstof in onze voeding.  _  Xanthophyl : Gele kanarie. _  Canthaxantine : Rode kanarie.De kanarie bezit in zijn genetische eigenschappen ook nog de onberekenbare “blauwfactor”die de structuur in de baarden wijzigt. Hierdoor wordt de kleur van de vogel veel helderder en vooral intensiever.

De dosering is als volgt.

–       1 % xanthophyl geel en 10 % caropfhyl rood op een kgr eivoer dagelijks vers met kleine hoeveelheden  geven s,morgens en s,avonds ,geen groenvoer geven!!

–       Zoals ik vernomen heb ,en vastgesteld is Bogena intensief zo al samengesteld.

–      10 a 13. Gram verdelen op 1 kgr eivoer.  

Rood intensiefUiteraard zal de intensief factor die op de vogel is ook nog een rol er bij spelen is deze sterk of wat afgezwakt ,maar dat kunt u zelf vast stellen ,en wederom zal uw kweekboek hier u van dienst kunnen zijn .Misschien nog een laatste opmerking ,het is niet aan te bevelen om de ivoorfactor bij de mozaïeken in te kweken dit om een zo sterk mogelijk contrast te behouden. Ik hoop dat ik met dit artikel u allen ook weer van dienst heb mogen zijn en wens u een goede kweek met de rood intensieve ,en met onze mooie rood mozaïeken.Een laatste tip blijf uw dosering stipt opvolgen ,geef alleen in het eivoer ,en geef geen of minimaal groenvoer te eten.Tijdens het spelen van tentoonstellingen is het ook raadzaam te blijven doorvoeren ,eventuele uitgevallen pluimpjes zullen dan ook gekleurd terug komen. En het geven van kleurstof voor het vormen van het ei kan ook de doorkleuring beïnvloeden bij de rood intensieve .Maar dit nooit doen bij de rood mozaïeken want dan gaat u helemaal de fout in ,maar dat hoort u te weten .Succes.

Ziekten in vogelvlucht.

kanarie geel ziek

 ZIEKTEN VAN VOGELS.               Ingezonden.

Om een zieke vogel te herkennen moet men eerst weten hoe een gezonde vogel zich gedraagt.

Afwijkend gedrag hoeft niet altijd te wijzen op een zieke vogel, maar men moet er wel rekening mee houden.Enkele veran­deringen in het gedrag kunnen zijn: 

–          opgezette veren, laten hangen en trillen van vleugels, kop ingetrokken en op willekeurig tijdstip slapen.

–           ogen niet helder en/of mooi rond of rode rand rondom het oog,

–           plat zitten op de stok en/of slapen op twee poten.

–           natte aarsbevedering.

–           afwijkende kleur van de snavel en/of huid en vergroeiin­gen ervan.

–           niezen en/of gapen.

–           vogel ongeïnteresseerd ten opzichte van de partner.

–           erg veel eten en/of drinken of juist erg weinig eten.

–           tegenvallende broedresultaten 

Indien men deze vogel uitvangt en men bekijkt het lichaam dan kunnen de volgende punten opvallen:

–           borstspieren geslonken, waardoor de borstkam messcherp is.

–           gezwollen darmen, soms roze/rood,geel of zwart doorschijnend.

–           vergrote lever (is bloedrode vlek onder de onderste ribben).

–           verkleurde buik (gezwollen, soms rozig-rood).

–            rimpelige huid en de poten lijken geel.

–          Veranderingen aan veren, snavel en/of poten. 

Een ander beoordelingspunt is de mest.Gezonde mest van zaadetende vogels is als volgt te onderscheiden:

–           witgekleurde deel, dit zijn de urinezuren, de eigenlijke urine van de vogel.

–           bruinachtig gekleurde deel. 

Enkele afwijkingen in de mest: 

–           veel wit, dit past bij ontsteking van de nieren of alvleesklier.

–           zwarte mest, infectie en/of bloeding van de maag of het eerste deel van de darm.

–           bloedsporen, infectie en/of bloeding in het laatste deel van de darm.

–           Erg donkerbruine kruimelige mest kan duiden op een infectie ten gevolge van megabacterie

– Geel gekleurde mest duidt op een infectie van de lever, vaak is dit een campylobacter of atoxoplasmoseinfectie. groen gekleurde mest duidt op een infectie van de lever(kan ook atoxoplasmose zijn) of verhongeren of ten gevolge van groen­­­­­­­­­­­­­­­­­­­voer. 

AFWIJKEND GEDRAG KAN KOMEN DOOR:

  LEGNOOD. 

Verschijnselen bij legnood zijn: de vogel kruipt rusteloos over de grond of zit apathisch in een hoek van de kooi.De vogel wipt met de staart en de ademhaling is versneld 

Oorzaken van legnood kunnen zijn: 

–           te jonge vogel.

–           ontsteking van de eileider.

–           plotselinge verlaging van de temperatuur.

–           acute ziekte.

–           te groot ei of ei wat dwars ligt.

–           windei.

–           slechte conditie bij aanvang van de kweek. 

Behandeling: 

–           vogel warm zetten.

–           wisselbaden geven.

–           slaolie in cloaca druppelen.

–           en alleen voor de ervaren liefhebbers; het ei proberen uit te masseren.

              STRESS 

Stress kan komen door: 

–           vangen, opkooien, transport van de vogel; dus voor en tijdens de tentoonstelling.

–           plotseling veranderen van voer, luchtvochtigheid en/of temperatuur en verlichting.

–           overbevolking. 

Uiterlijke kenmerken van stress zijn: 

–           vogel zit hoog op de stok.(poten extreem gestrekt)

–           vogel zit vaak op de stok te slapen.

–           vogel eet en drinkt heel weinig.(of helemaal niet)

 Behandeling:

–           probeer de vogel terug te brengen naar de oude situatie en bekijk daarbij de vetreserve van de vogel.           

  En NIET KUNNEN VINDEN VAN DRINKWATER EN/OF VOER. 

De vogel kwijnt langzaam weg en zal plotseling sterven. Dit kan b.v. pas gebeuren na enkele dagen. Indien men een nieuwe vogel aankoopt, probeer dan de eerste dagen voer en drinken aan te bieden, zoals de oude eigenaar dit deed. Observeer de nieuwe aankoop vaak. Ook bij het opkooien in een TT-kooi moet men hier rekening mee houden.

   PLOTSELINGE SCHRIK. 

Dit kan voorkomen indien bij de vogels ongewone dingen gebeu­ren zoals b.v. vuurwerk. De vogels kunnen dan sterven aan een hartinfarct.

   VERGIFTIGING. 

Dit kan op verschillen manieren tot uitdrukking komen. Probeer achter de oorzaak te komen b.v. tarwekiemoliedosering te hoog, ranzig voer, giftige vruchten zoals b.v. avocado voor meerdere  vogelsoorten, desinfectans (b.v. vaponabox), overdosering van een bepaalde medi­cijn (bv Emtryl ) 

Verschijnselen kunnen zijn:

–           dood onder de stok liggen, soms met poten gestrekt naar achter soms ingetrokken

–           verlamming met ogen open.

–           rondtollen van de vogel.

HET OVERBRENGEN VAN ZIEKTEN

Hoe komt een ziekte in uw vogelverblijf? m.a.w. hoe vindt ziekteoverdracht plaats: 

–           van de ene vogel naar de andere b.v. door voeren bij jonge vogels.

–           via het gelegde ei door de oudervogel; b.v. bij salmonel­la, atoxoplasmoseinfectie of de zgn zwarte stip (bij kanarie’s).

–           door schoenen, vangnet, transport, ongedierte zoals mug of muis.

–           via eieren in het eivoer; eieren dus goed laten doorko­ken.

–           door vogels te lenen.

–           door vogels die terug komen van de tentoonstelling waarbij de vogel afhankelijk was van andere liefhebbers voor verzorging (vaak is de oorzaak het verversen van het drinkwater, desinfectans toevoegen kan veel voorkomen) 

  GENEESMIDDELEN:

Dit zijn stoffen, mits in de juiste dosering toegediend, die de bewuste ziekteverwekker (b.v. een bacterie) terugdringen of doden. Indien geneesmiddelen in een te lage dosis worden toegediend, of gedurende een te korte tijd, dan kunnen de ziekteverwekkers zodanig hun erfelijk materiaal veranderen, waardoor ze een volgende keer ongevoelig zijn voor dit medicijn en ook het nageslacht van de ziekteverwekker.Geneesmiddelen mogen nooit te lang worden toegediend, omdat dit schimmelgroei bevordert en de noodzakelijk aanwezige hoeveelheid bacteriën en vitamines kan aantasten. Bij gebruik van genees­middelen mag men nooit houtskool, groenvoer, badwater en kiemzaad  verstrekken.

 Toedienen van geneesmiddelen:Dit kan door:

–           oplossen in het drinkwater.

–           mengen door het opfokvoer en of zaadmengsel.

–           inhalatie b.v. bij vaponastrip (niet gebruiken i.v.m. schade aan vogels).

–           gebruik van kropnaald, waarbij het geneesmiddel direct in de krop wordt gespoten.

–           een zalfje of druppels bij uitwendige ontstekingen.

–           injecteren in de spieren

–           injecteren onder de huid

–           opbrengen op een dunne huid b.v. druppelen in de nek m.b.v. Bogena anti-luchtpijpmijt 

In sommige gevallen (indien men alleen de beschikking heeft over gechloreerd leidingwater) is het beter om gebruik te maken van bronwater om hierin het medicijn op te lossen. Sommige vogels zullen bij toevoeging van medicijnen weinig tot niets drinken, het kan helpen om enige tijd van te voren het drinkwater weg te laten of het medicijn water aan te zoeten m.b.v. roosvicee of druivesuiker.Bepaalde combinaties van medicijnen zijn te maken. Dit is echter niet bij alles mogelijk, omdat in veel gevallen de medicijnen onderling gaan reageren, waardoor: 

–           of een schadelijk product ontstaat (giftig)

–           of het juiste effect niet zal worden bereikt (m.a.w. de infectie blijft en de vogel zal sterven.) doordat de medicijnen elkaars werking op zullen heffen 

Het ziekteverschijnsel voedingsziekte:

Dit kan zijn door overmaat of gebrek van één of meerdere voedingsstoffen.

Overvoeding:

Vogel eet b.v. maar een bepaald soort zaad uit het zaadmengsel en zal dus onvoldoende voedingsstoffen binnen krijgen. Komt hier dan nog bij een té beperkte ruimte voor de vogel, dan zal een té vette vogel het gevolg zijn. Er wordt vet in de buik­holte gevormd en dit vet kan worden omgezet in urinezuurkris-­   tallen. Deze kunnen zich in de gewrichten gaan afzetten met als gevolg jicht. Een ander probleem is dat sommige liefheb­bers bij een commercieel eivoer een geconcentreerd eiwitverho­gend poeder soms in combinatie met kindermeel toevoegen het resultaat kan zijn zeer vette vogels die acuut kunnen sterven aan een hartinfarct bij de minste beweging die ze maken door­dat de vogels in- en/of uitwendig zeer vet kunnen zijn.

 Ondervoeding:

 – Door verkeerd of onjuist samengesteld voedsel voor de specifieke vogelsoort of een voeding niet geschikt voor een bepaalde leeftijd van de vogels.

– door een onsteking van het spijsverteringskanaal. Hier­door wordt het voedsel niet verteerd in het lichaam en het zaad verlaat het lichaam bijna onverteerd (b.v. bij cochlosomose en megabacterien)

– door de pikorde dwz de ene vogel mag van de sterkste vogel pas als laatste bij de voerbak komen. Voer dus nooit in 1 kleine diepe bak maar het liefst op verschil­lende punten met ondiepe bakken. 

Gevolg: 

Verlies van conditie, waardoor afnemende weerstand tegen infectie met als gevolg slechte broedresultaten, vermageren, ruiproblemen. De vogel probeert lichaamstemperatuur te handha­ven door bol te gaan zitten. Het lichaamseiwit wordt ver­bruikt, waardoor de vogel sterk vermagert. 

ZIEKTEVERWEKKERS ZIJN ONDER TE VERDELEN IN:

– bacteriën

– virussen

– schimmels

– protozoën

– wormen 

Enkele bacteriële ziekteverwekkers zijn: 

1. Salmonella:

Deze bacterie wordt overgebracht door ontlas­ting van muizen, ratten en door kippeneieren van besmette kippen.Deze bacterie kan wel tot 2 jaar lang in de voliërebodem overleven zonder dat de vogels er last van hebben. Vaak is het zo dat de eerste kweekronde niet erg succesvol is maar dat de tweede kweekronde een regelrechte ramp wordt en in dit geval gaat men naar een dierenarts. Salmonella kan worden aangetoond in de ingewanden of in de gewrichten (te herkennen door door­gezakte poten en afhangende vleugels vaak ziet men een eelt­plakje op de borst doordat de vogel bij het op de stok zitten een extra steunpunt nodig heeft) Verschijnselen: de mest is waterig en groen verkleurd. 

2. Escherichia Coli( zgn “zweetziekte ” bij kanarie’s):

Deze bacterie is in te delen in verschillende stammen. Enkele stammen komen voor in de darmen van de mens (hoort daar te zitten) echter bij zaadetende vogels mogen ze niet voorko­men.Besmet­ting kan door slechte hygiëne van de verzorger of aan­koop van besmette vogels.Verschijnselen: diarree en ernstige vervuiling van het nest tevens hebben de oudervogels een neiging tot “zweten”.De jongen zijn zwak, sperren minder goed, groeien traag en kunnen sterven vanaf de vierde dag. 

3. Campylobacter:

Bacterie die ook bij de mensen voorkomt en daar voedselver­giftiging veroorzaakt (bv na eten van besmette kip)Oorzaak van deze vergiftiging is verkeerde voeding.Deze besmetting komt vaak voor bij gouldamadines en andere tropische vogels.Verschijnselen: geel verkleurde darmen en mest wat nog onver­teerde zaden bevat. Tevens vaak voorkomend is diarree.voor campylobacter kan worden gebruikt Erythrocine-ES (1 zakje van 10 gram bevat 1 gram actieve stof en is voldoende voor 5 liter drinkwater).voor E.Coli en Salmonella kan Trimetoprim- sulfa 7,5% worden ge­bruikt. (3 gram per liter drinkwater) of 1 ml Baytril 10% op 1 liter water. 

4. Megabacterien:

De bacterie is ongeveer 10x langer dan een normale bacterie en daardoor is hij gemakkelijk te ontdekken door een natdekglas­preparaat te maken en te beoordelen onder de microscoop.

Kweken van deze bacterie op een voedingsbodem is tot op heden nog niet mogelijk gebleken en daardoor kunnen ook geen gevoe­ligheidsbepalingen voor het testen van medicijnen worden ingezet. De vogelsoorten die er nu last van hebben zijn: grasparkieten, putters (voornamelijk Major- putters) en  goudvinken echter ze zijn door mij ook vastgesteld bij porniden,gouldamadines, barmsijsjes, edelzangers en andere cini’s. Ik denk dat gezien het verspreidingsvermogen van deze bacterie dat het een epide­misch verloop gaat worden. 

Verschijnselen:

vogel vaak op de voerbak, natte kop(voornamelijk de schedel) voornamelijk bij goudvinken, niet op 1 poot slapen, slechte kweekresultaten en acute dood na aanvankelijke verbetering van de toestand (vaak veroor­zaakt door een hartinfarct).Vaak worden deze problemen veroorzaakt door een verstopping van de kliermaag, soms worden niet verteerde zaden in de ont­lasting angetroffen. In sommige gevallen zal de kliermaag en of de lever zo vergroot zijn dat de longen worden belemmert in hun functione­ren waardoor benauwdheid van de vogel kan optreden.Medicijnen; Megabac PC (verkrijgbaar bij Dr Peter Coutteel) of Megabactin

5. staphylococcen

Deze bacterie komt voor bij verschillende soorten vogels en kan zorgen voor uit- en inwendige ontstekingen. Deze bacterie is onder te verdelen in verschillende subsoorten(o.a. aureus en epidermidis) en een aantal van deze soorten is een commen­saal (hoort aanwezig te zijn) voor het menselijk lichaam. Bij besmetting kan afhankelijk van de plaats van voorkomen worden gekuurd met bv Baytril of trimetoprim. 

6. streptococcen

Deze zijn onder te verdelen in verschillende ondersoorten zoals str haemolyticus, str viridans en str lactis. Verder kan besmetting plaatsvinden door ontlasting van ( verwilderde)dui­ven of door bloedmijten. Specifieke kenmerken van deze besmet­ting zijn er niet. Behandeling kan plaatsvinden door middel van erythrocine-W 

7. Yersinina pseudotuberculosis

Deze bacterie is de veroorzaker van pseudotbc en komt veel voor bij kanarie’s en europses cultuurvogels en de laatste jaren ook bij de grote parkietensoorten. Besmetting vindt plaats door de ontlasting van muizen, ratten en in het wild levende vogels. De incubatietijd is 3 tot 6 dagen.

Ziekteverschijnselen zijn niet specifiek voor deze besmetting. Bij sectie op dode vogels vindt men witte speldvormige puntjes in de lever (die overigens vergroot is), de milt en de loongen.

Behandeling kan door 10 dagen chloortetracycline te verstrekken. 

Enkele virale ziekteverwekkers zijn:

1.     Kanariepokken: Hiertegen kunnen vinkachtige vogels worden ingeent. Bij voorkeur indien de jonge vogels minimaal 4 weken oud zijn en op het einde van het broedseizoen. Vaak is dit dus eind juni. Belangrijk is dat de entstof tijdens gebruik koud blijft door bv het flesje entstof in een aardappel met een gat erin vast te houden waardoor de lichaamswarmte van de handen niet bij de entstof komt. Ook belangrijk is het om de entnaald na het enten in het vleugelvlies door de vlam te halen(of te ontsmetten in alcohol). Zorg er echter voor dat de entnaald afgekoeld is voor de naald weer in de entstof wordt gedoopt anders wordt de entstof onwerkzaam. Let op ent niet met 1 flesje bij verschillende vogelliefhebbers dit is verkeerde zuinigheid omdat hierdoor de infectie juist kan uitbreiden.Na 3 weken controleren of de vogels een reactie hebben gekregen op de entplaats. Indien er geen zwelling aanwezig is is er niet goed geent en dient men enting te herhalen. Pokkeninfectie komt vaak voor rondom ogen en snavel. Bij infectie is de sterfte groot vaak tot wel 100%. De vogels worden besmet via muggen en door vogelliefhebbers die van de een naar de ander gaan.

2.     Draaihalsziekte (paramyxovirus)

Deze is onder te verdelen in verschillende groepen zoals PMV 1 (vooral oorzaak van besmetting bij duiven en pluimvee)  en PMV 3 die in grote getalen voor kan komen bij tropische vogels met name de gouldamadines en bij verschillende soorten parkie­ten met name de neophema’s.

Een van de kenmerken is een aantasting van de alvleesklier wat er mede de oorzaak van is dat de vogel meer gaat eten tevens verandert de kleur en de hoeveelheid van de ontlasting ( vaak wit geel van kleur, hard en gelijkend op stopverf).Behandeling is nog niet mogelijk maar misschien dat in de toekomst een entstof ontwikkelt kan worden die specifiek werkt deze de PMV-3.

3.     Polyomavirus (franse rui bij parkieten):

Op latere leeftijd plotseling invallen van de rui waardoor de vedergroei niet in orde is. In veel gevallen treedt later ook diarree op. Alleen door selectie van aangetaste vogels is bestand hopelijk weer gezond te maken.

4.     Psittacose, Ornithose of Chlamydia.

De ziekteverwekker is Chlamydia psittacose. Deze kan bij mensen voor enorme problemen zorgen oa longinfecties en hartinfarcten. De ziekteverwekker gedraagt zich tijdens de ontwikkelingsfase soms als een bacterie en is daardoor ook te behandelen middels chloortetracycline. Echter het gebruik van doxycycline is aan te bevelen. Sommige gebruiken gemedicineerd voedsel.

5.     Vogelpest of New castle desease:

Komt vooral voor bij hoender- en eendachtige. Dus kwartels zijn er ook vatbaar voor. Andere vogelsoorten kunnen wel de ziekte verspreiden zonder er zelf last van te krijgen. Bij vogelpestuitbraak worden vaak tentoonstellingen en verkopen verboden. Ook hier geen medicijnen voorhanden. Preventief enten is een mogelijkheid maar hier wordt vaak van afgezien omdat dan niet meer aantoonbaar is een een vogel reeds de ziekte heeft gehad of dat dit het effect was van een enting. Maw verspreiding van de ziekte kan dan gewoon verder gaan.

6.     Kliermaagdilatatiesyndroom:

De papegaaiachtigen die aangetast kunnen worden zijn ara’s, grijze roodstaarten,delpaegaaien,zuid amerikaanse parkieten zoals pyrrhura’s en vlakparkieten. Doodsoorzaak is een nog onbekend virus die de zenuwknopen in de maag laat verlammen. Mede hierdoor gaat de kliermaag en de achterl;iggende darm sterk opzwellen. Stellen van de diagnose kan alleen door sectie te doen op een dode vogel en maagwand en of darmwand te onderzoeken op de aanwezigheid van een virus. Behandeling is niet mogelijk.

7.     Leucose:

Dit is een afwijking die mogelijk te maken heeft met een virusinfectie. De vogels die besmet kunnen worden zijn alle vogels van de zwartborstkleurslag en een aantal papegaaiachtige. Verschijnselen zijn een grote lever met alle bijverschijnselen die daar het gevolg van kunnen zijn. Genezing is niet mogelijk

 Enkele schimmels die ziekte veroorzaken zijn:

1. Aspergillose:

Deze schimmel voelt zich thuis in een vochtige omgeving bv een plantenkas. De mens is ook vatbaar voor deze schimmel die benauwdheid kan veroorzaken.Verschijnselen: Zwaar ademen van de vogel, gapen en klikkende geluiden voorbrengen. Genezen is moeilijk, vermijdt echter een hoge luchtvochtigheid ( hoger dan 70%).Dit is heet moeilijk te genezen met nizoral 1 ml per liter ged 14 dagen.

 2. Candida:

Deze ziekteverschijnselen treden op bij droog verstrekken van het eivoer of te regelmatig kuren met medicijnen (komt vaak voor als men hele jaar doorkuurt met antibiotica of met bv ESB3)De oorzaak is dan dat de normale bacterien ook worden geremd.Verschijnselen: vogel met ernstige diarree waardoor een stin­kende ontlasting ontstaat. Vaak komt het voor dat jonge vogels luchtbellen in de krop krijgen waardoor in sommige gevallen het hele lichaam opzwelt de jongen gaan in dit geval dood met een volle krop. Genees met 10 dagen lang 1 ml nystatine- labaz op 1 liter drinkwater.

3. Uitwendige schimmels,

Deze kunnen de veroorzaker zijn van kale koppen. Dit is te behandelen mbv Daktarin (= middel tegen zwemmerseczeem). Na enkele dagen vallen wittige schilfers van de kale plek en na 1-2 weken zullen nieuwe vederstoppels doorkomen.  

Enkele protozoën zijn:

·         Coccodiose:

Is een darminfectie die voorkomt bij vinkachtige. Deze is te genezen middels Baycox gebruik. Kenmerk; Rode ontstoken darmlussen en diarree.

·         Atoxoplasmose:

Dit wordt ook wel genoemd Lankasterella of dikke leverziekte.

In tegenstelling tot wat enkele mensen beweren heeft dit niets te maken met een verwaarloosde coccodiose. De enige overeen­komst is dat ESB3 wordt gebruikt voor de bestrijding van de ziekteverwekker atoxoplasma spp. Ook heeft het niets te maken met toxoplasmose een ziekte die veroorzaakt kan worden na een beet van een kat of contact met katteontlasting.

Deze ziekte, atoxoplasmose, treedt vaak op bij kanarie’s en europese cultuurvogels met name de putters en de goudvinken maar kan ook voorkomen bij tropische vogels(zoals o.a. zebravinken, afrikaanse prachtvinken en australische prachtvinken) parkieten en papegaaien.

In het zeer vochtige jaargetijde slaat deze ziekte toe en als de conditie van de vogel wat minder is (vaak dus tijdens de 2e ronde). Jonge vogels sterven vaak bij een leef­tijd van 7 tot 10 dagen en vaak zijn sterk gezwollen gelig verkleurde darmen zichtbaar met een sterk vergrote lever.

Kuur: 5 dagen 1 gram ESB3 30% (voor kanarie’s of europese cultuurvogels) en 1 vers gekneusd teentje knoflook op 1 liter drinkwater. Gevolgd door 2 dagen multivi­taminepreparaat. Dit herhalen het gehele jaar door. Voor andere vogelssoorten gelden andere hoeveelheden medicijnen.

·         Cochlosomose:

Komt veel voor bij japanse meeuwen, zebravinken en bij pracht­vinken.Verschijnselen slechtere conditie en in sommige gevallen een rimpelige huid, gelige darmen en doorgegroeide snavel.De nestjongen sterven bij een leeftijd van ongeveer 6 dagen vaak met volle krop en een groenig verkleurde buik.

·         Trichomonas:

Komt veel voor bij duiven en wordt dan ” ’t geel” genoemd doordat in de snavel gele kaasachtige plakken aantoonbaar zijn. Verder komt het ook bij andere vogels voor zoals europe­se cultuurvogels. De vogel ademt heel moeilijk en zal proberen door een gestrekte hals toch wat lucht proberen te happen.Het kan aangetoond worden door een keeluitstrijkje te maken en hiervan een natdekglaspreparaat te maken. Het is heel gemakke­lijk aan te tonen in een vers preparaat maar om het aan te tonen in een 1 dag oude strijk is toch veel ervaring nodig van degene die de preparaten beoordeelt. Het is echter, in tegen­stelling tot wat velen beweren, wel degelijk mogelijk alleen is de kans groot dat bij aanwezigheid van enkele trichomonade­n deze gemist kunnen worden. 

Kuur voor trichomonas, cochlosomose is:

6 dagen per maand: 1,3 gram ronitrol 2,5 of 1,3 gram trichox of 1,3 gram tricho- plus in 1 liter water

ENKELE WORMEN ZIJN:

– rondwormen

– zuigwormen

– lintwormen

 1. Spoelwormen:

Deze komen voornamelijk voor bij de grotere vogelsoorten zoals parkieten en papegaaien. Echter het is nooit geheel uit te sluiten dat ze ook voorkomen bij de kleinere vogelsoorten.Voorkomen is beter dan genezen omdat indien men eerder wormen heeft gehad onder de vogels men regelmatig zal moeten kuren hiertegen. Een goed middel is een levamisol-preparaat bij voorbeeld Levacol of L-ripercol,de wormen sterven snel en kunnen moeilijk afge­voerd worden.

2. Haarwormen:

Deze wormen komen bij verschillende soorten vogels voor echter hoofdzakelijk bij europese cultuurvogels, hoenderachtige en parkieten en papegaaien. Maar helaas kan deze ook bij de prachtvinken voorkomen. De vogel komt bij aanwezigheid niet in conditie en vaak is deze vogel erg mager. Indien deze vogels eten doen ze dat heel vaak en in heel kleine hoeveelhe­den en de voorkeur voor zacht voedsel is uitgesproken.

Kuur:

– 1 dag ½ ml L- ripercol (of levaject) op 1 liter water.

– 3 dagen vitamine verstrekken.

– 2 dagen ½ ml L- ripercol

– 3 dagen vitamines

– 1 dag 1 ml L-ripercol

(voor kromsnavels dosering aanpassen omdat deze tov het lichaamsgewicht erg weinig vocht opnemen)Andere kuur is: 1ml ivomec 1% injectievloeistof oplossen in 49 ml propylethyleenglycol. 1 druppel is voldoende voor een vogel van 15 gram. Herhaal 2 dagen achter elkaar daarna eventueel 1x per week 

Externe parasieten:

1. Rode bloedmijt:

Dit is te herkennen door onrustige vogels en indien men de stokken verwijderd ziet men een grijsachtig stof wat na plat­drukken met een mes een bloedspoor te zien zal geven.De vogels zitten vaak te pikken tussen de veren.Indien men jonge vogels heeft, kanarie’s staan hier om bekend, kan het voor komen dat onderin het nest een enorme hoeveelheid bloedmijt is aan te tonen. (Denk aan oce pou als middel)

 2. Voedermijten:

Hun aanwezigheid in het voer (zaad en eivoer) betekent dat het voer oud is of dat de leverancier de containers niet regelma­tig reinigt. Mijt is te herkennen door spinrag in het zaad en na enige tijd zullen een motjes uit het zaad te voorschijn komen. Dit is als volgt te bestrijden invriezen van het zaad gedurende enkele dagen bij -20 gr C en daarna ont­dooien en de dode mijten verwijderen.

3. schurftmijt:

Dit komt voornamelijk bij parkieten voor. De eerste verande­ringen vinden plaats bij de washuid van de snavel en dit kan vrij snel uitgroeien tot een wratachtig aanhangsel bij de snavel. Door microscopisch onderzoek zal men kunnen bevestigen of men inderdaad te maken heeft met de schurftmijt waardoor een gerichte behandeling kan worden ingezet.men kan behandelen door de snavel en de omgeving te ontsmetten met behulp van witte jodium en daarna de wrat insmeren met vloeibare paraffine.

4. Luchtpijpmijt

Dit komt bij verschillende soorten vogels voor o.a. bij kana­rie’s en gouldamadines. De verschijnselen zijn zeer specifiek o.a. opbraken van de wormen en deze proberen weg te slingeren door de kop heftig te bewegen tevens kan de vogel lusteloos worden of een krassende ademhaling hebben.Behandeling kan plaatsvinden door gebruik te maken van anti- luchtpijpmijt van bogena.gebruikte medicijnen algemeen (hoeveelheden gebaseerd op kanarie’s of europese cultuurvogels):– nystatine- labaz tegen schimmels en gisten: 1 ml per liter water ged. 10 dagen

– Trimetoprim- sulfa 7,5% tegen E Coli en salmonella: 3 gram per liter water ged 10 dagen.

– Erythrocine-ES 10% o.a.tegen campylobacter, 2 gram per liter water met hieraan toegevoegd 1 eetlepel druivesuiker ged 10 dagen.

­- L- ripercol(of levacol/ levaject) tegen wormen:

1 dag ½ml per liter, 3 dgn vitamines, 2 dgn ½ ml, 3 dgnd vitamines, 1 dag 1ml.

– tricho-plus of ronitrol tegen flagellaten; 1,3 gram tricho-plus op 1 liter water ged 6 dgn (bij warm weer of met jonge vogels op 1½ liter water)

– Baycox 2,5% tegen coccodiose; 1 dag per 14 dgn 2 ml op 1 liter water.

 – ESB3 30% + 1 vers gekneusde teen knoflook tegen atoxoplasmo­se; 5 dgn 1 gram + knoflook op 1 liter water. gevolgd door vitamines ged 2 dagen. Blijven herhalen.– zoutzuur 5% voor behandeling onverteerde zaden (komt voor bij megabacterie en campylobacterinfectie); 10- 14 dgn 6 ml op 1 liter water.geen enkel ander product tegelijkertijd gebrui­ken.Jan de Weert.  

 

IK begrijp dat dit artikel niet volledig zal zijn indien er opmerkingen of aanvullingen zijn dan graag contact om dit artikel zo volledig mogelijk te maken.

 

Voor inlichtingen:Jan de Weert.

 

Lankasterella of Atoxoplasmose

atoxoplasmose

 Atoxoplasmose of lankesterella.

 

Atoxoplasmose is een vorm van coccidiose. Het is vooral een ziekte van jonge vogels tot +/- 9 maanden en is meestal niet te miskennen in zijn optreden. Typisch is ook hier weeral de gezwollen lever die blauw tot zwart gekleurd is en in eerste instantie rechts onder het borstbeen te zien is. Later kan zich dit uitbreiden tot een brede blauwzwarte band. De uitwerpselen zijn meestal lichtgroen gekleurd. Jonge vogels kunnen ook in het nest besmet worden en vertonen ziekte verschijnselen vanaf +/- 8e dag. Ze verlaten dikwijls te vroeg het nest en lijden soms aan hersenstoornissen. Het is erg belangrijk deze ziekte tijdig te herkennen, en zo snel mogelijk te behandelen want deze ziekte verspreid zich razend snel met meestal een dodelijke afloop als men niet tijdig heeft ingegrepen met een behandeling. Parasieten vermenigvuldigen zich in de milt, merg, lever, longen enz. Daardoor ontstaat ook bloedarmoede. De keel en huid zijn daarom bleker van kleur en is vooral bij nest jongen opvallend. De buik is ook gezwollen. Bij sectie valt naast de lever de zeer sterk vergrote donkerrode milt op. De oudere vogels worden niet dodelijk ziek omdat zij een grotere weerstand hebben. Zij hebben echter een minder goede conditie en omdat zij drager zijn blijven ze zonder geneesmiddelen de jongen besmetten. De infectie treedt vooral in de nazomer op.

Maateenheid medicatie dosering

Rood mozaïek type 2 d


Maateenheid medicatie.

 Poeders

1 afgestreken koffielepel : 2 g
1 volle koffielepel : 5 g
1 afgestreken soeplepel: 10 g
1 volle soeplepel : 15 g

Vloeistoffen.

1 koffielepel : 5 ml
1 soeplepel : 15 ml

Voeding en haar toevoeging (suppletie) is een individuele zaak. Het gebruik van huishoudelijke instrumenten wijst op een grote veiligheidsmarge.

Wanneer er een kleine marge en dus gevaar voor overdosering zou zijn, geeft men een afgedoseerde presentatie: pil, tablet, zetkaars, inspuiting.

Alles moet met een ruime interpretatie gezien worden.

Enkele voorbeelden:
Wat weegt een duif ? 390 of 450 gram.Variatie 14 %
Hoeveel eet een duif ? 45 gram of 25 gram      .Variatie 45 %
Hoeveel drinkt een duif ? (zomer >< winter)     .Variatie 100 %

Bij mij is een soeplepel 14 ml, ik krijg er net geen 15 ml in, en als ik niet wil knoeien best maar 12 ml.

Aangezien een lepel extreem conisch is, bedraagt de laatste millimeter vloeistof 100 maal meer dan de eerste !!! Variatie tot 25 %

Olie heeft een soortelijk gewicht van 0.9, dus dat wil zeggen dat 14 ml 12.6 gram is. Variatie 10 %

Volgens de kleur in het COMED-schema die je kiest (rood, blauw, groen) Variatie tot 300 %.

Besluit:

Er zijn liefhebbers die helemaal niet willen nadenken, alles moet tot in detail voorgeschreven zijn.
Er zijn er die voortdurend corrigeren en aanpassen en die voelen dat ze via de inzet van deze middelen een verschil kunnen maken. Ik geef hen de instrumenten.

Jean-Louis Jorissen Industrie-apotheker

Kuren vogels wel zinvol ?

Lutino

Kuren waarom als  je vogel niet ziek is                                                                           Ingezonden.

Kuren om te kuren is natuurlijk zinloos. Ik ben zeker tegen kuren om te kuren. Maar in je laatste regel haal je het zelf aan: je gaat kuren als de vogel ziek is. En dat is juist het grote probleem. Wanneer is een vogel ziek?? Hij kan het je niet vertellen, wel laten zien, maar dan is het dikwijls al te laat! Coccidiose is een van de ziektes die het meest voorkomt en heel wat vogels lijden eraan. Als men dan gaat kuren voor de kweek of na de kweek, kan je daar eigenlijk niets op tegen hebben. Alleen misschien: je kan ook naar de dierenarts gaan en vragen voor een algemeen onderzoek van je vogels. Zo weet je met zekerheid of de vogel een of andere ziekte heeft. Maar omdat coccidiose zo frequent voorkomt, wordt er door veel mensen gekuurd.Alhoewel ik tegenstander ben van het kuren, doe ik het ook: voor en na de kweek. Ik geef Baycox, 2 dagen 2 cc op 1liter water. Ik vind het zinloos om maar 1 cc te geven of ESB3 aan halve dosis. Halve dosissen doen niets af, integendeel, mocht de vogel de ziekte hebben, gaat hij stammen opbouwen die beter tegen de ziekte (=resistent) kunnen. Ik geef altijd een curatieve kuur (kuur alsof de vogel de ziekte heeft).Voor de rest gebruik ik alleen medicatie als een vogel ziek is en zoveel mogelijk gericht. Als er slechts één vogels ziek is, krijgt alleen die vogel een geneesmiddel, niet het ganse vogelbestand, zoals nogal wat kwekers plegen te doen.Door (alternatieve) voeding tracht ik de vogels in optimale conditie te houden. Het gebruik van zoutzuur, lookpoeder, mariadistel, e.a. vormt daar een onderdeel van. En ik denk dat dit de weg van de toekomst is! En … in de natuur sterven ook heel wat vogels, waarom mag dat dan niet in onze kweekhokken? Wij willen een nest met zes eieren, zes jongen en zes vogels door de rui! In de natuur is het wel even anders!We moeten zoveel mogelijk voorkomen dat onze vogels ziek worden door ze in optimale omstandigheden te huisvesten en een uitgebalanceerde voeding te geven.Neemt  u een  medicatie tegen hoofdpijn als  u geen hoofdpijn hebt.?

Invloed van het licht.

tijdklok dimmer nieuwtl lamp

Invloed van het licht op vogels.                                                  Ingezonden.

Europese vogels en ook onze tamme gedomesticeerde kanarie, in al zijn kleuren en vormen zijn gebonden aan de jaargetijden. Iedereen heeft wel reeds gehoord of ondervonden, wat voor een effect het aantal uren licht heeft op deze vogels. Bekijken we rond om ons naar de vogels in de natuur, dan zien we dat alles zich ieder jaar perfect herhaald.

Winter = ontbering – honger – koude – dorst –, alleen de sterkste en sluwste overleven de winter zoveel is zeker.

Lente = alles staat in het teken van de kweek

Zomer = volop voedsel voor het aanmaken van een reserve. Op het eind van de zomer beginnen de vogels aan de rui.

Herfst =  voor de trekvogels wordt het een route vol gevaren, alleen de sterkste en slimste brengen het tot een goed einde.

In het voorjaar worden de dagen langer onkruidzaden ontkiemen insecten ontwaken uit hun winterslaap. De vogels kunnen daardoor  niet alleen meer voedsel opnemen maar bovendien een meer eiwitrijke voeding. Daardoor krijgen ze een perfecte conditie, het aantal uren licht vermeerderd en daardoor wordt de hypofyse geactiveerd.

Werking van de hypofyse

De hypofyse is een klein orgaan een soort kwab dat zich bevind ter hoogte van de tussenhersenen. Krijgt de vogel meer licht, dan wordt de hypofyse groter, deze zorgt ervoor dat hormonen naar de geslachtsdelen gestuurd worden, die daardoor in omvang vergroten bij de mannen terwijl bij de vrouwtjes de eierstokken zich gaan ontwikkelen met andere woorden de vogels komen in broedconditie eens dit op gang gebracht is worden er hormonen afgescheiden die opgenomen worden in de bloedbaan van de vogel waardoor deze geleidelijk aan in broedconditie komt. Half april bereikt dit een hoogte punt, de mannetjes baltsen en zingen dan uit volle borst en hebben het erg druk met het verdedigen of veroveren van een territorium. Bij de poppen komt de broedvlek vrij (dit zijn de pluimpjes op buik en onderborst die uitvallen) waardoor eieren en kleine jongen de warmte maximaal kunnen benutten.Alles wat leeft in de natuur heeft slechts een doel, zich voortplanten zodat de soort blijft bestaan. Een voorrecht dat alleen is weggelegd voor sluwe en sterke vogels. Voor zieke – zwakke – en domme vogels is geen plaats in de natuur, binnen de kortste keren vallen ze ten prooi aan predatoren. Natuurlijke selectie noemt men dat. Bij de mens bestaat dit niet meer, het resultaat is er ook naar. Europese vogels in de natuur hebben geen keuze voor wat hun broedperiode betreft. Een  pop die midden in de winter bij strenge vorst, eieren zou leggen is ten doodde opgeschreven en stel dat het haar toch zou lukken om eieren te leggen. Dan zouden de jongen toch een gewisse dood tegemoet gaan door onderkoeling of onaangepaste voeding. Zolang de mens er zich niet met bemoeit, weet de natuur op alles raad en laat niets aan het toeval over.Vogels hebben ook geen keuze op het ogenblik dat de kansen er zijn om met succes te broeden moeten ze er klaar voor zijn. De enige uitzondering bij onze Europese vogels is de kruisbek waar het aanbod van dennenzaad de broedperiode bepaald. Tegen alle logica in kan deze rare snuiter met zijn gekruiste snavel zijn jongen midden in de winter grootbrengen.Maar voor alle andere Europese vogelsoorten en ook onze tamme kanarie kan men zeggen dat ze leven volgens de jaargetijden.

Niet alle vogels over dezelfde kam scherenUit het vorige hebben we geleerd dat Europese vogels en  ook onze kanaries in broedconditie komen door het langer worden van de dagen. Terwijl het verkorten van de daglengte, de vogels aanzet tot ruien. Binnenshuis kan men het licht regelen zoals men wil en het resultaat is dat we met deze vogels (normaal gezien) dus op elk tijdstip van het jaar kunnen kweken.Maar bij andere vogelsoorten, die voorkomen in de tropen en hoe dichter ze voorkomen rond de evenaar, hoe minder de daglengte vat heeft op deze vogels. Zelfs deze die reeds heel lang gedomesticeerd zijn zoals; zebravinken, padda’s, Japanse meeuwen, gouldamadinen  die al vele generaties hier gekweekt worden. De reden dat vogels die voorkomen op of rond de evenaar niet of nauwelijks reageren op het aantal uren licht per dag moeten we zoeken in het aantal uren licht dat er het hele jaar door hetzelfde is. Maar toch hebben de vogels aldaar ook een broedperiode, bijvoorbeeld bij zebravinken die voorkomen in de droogste gebieden van Australië. Deze vogels beginnen onmiddellijk aan nestbouw als het gaat regenen, omdat ze instinctief weten dat na een regen periode alles opnieuw begint te groeien vooral de onkruiden die van levens belang zijn om hun jongen op te kweken. Met andere woorden voor zebravinken breekt een tijd aan dat ze met succes hun jongen kunnen groot brengen. Als het bijvoorbeeld een heel jaar niet regent, dan doen zebravinken niet eens een poging om te broeden. Maar als er daarentegen een voor hun gunstige periode op volgt  met regelmatig regen dan kunnen zebravinken verschillende nesten na elkaar grootbrengen. En wat nog merkwaardiger is de jongen zijn nog maar pas zelfstandig of ze zijn zelf al bezig aan gezinsuitbreiding. Het gaat hier uiteraard niet alleen om zebravinken maar om ook de andere Australische prachtvinken. Bij zebravinken is echter veel wetenschappelijk onderzoek gedaan. Afrika dat ook vele interessante vogelsoorten heeft, voor onze hobby is eveneens een werelddeel met een enorme oppervlakte, dat losdoor de evenaar loopt. Met weer hetzelfde verschijnsel dat de temperatuur, dagen en nachten er het hele jaar door gelijk zijn vlakbij de evenaar wel te verstaan. Je moet alle Australische – Amerikaanse – Aziatische en Afrikaanse vogels niet over dezelfde kam scheren een blik op een wereldkaart of wereldbol zal je dat vlug duidelijk maken. Als wij deze vogels in kooien of volières houden zou men daar rekening moeten mee houden. Want met vogelsoorten die in de natuur bijvoorbeeld het hele jaar door 16u licht hebben moet je wel opletten. Vele vogelliefhebbers zien de periode voor de kweek als een rustperiode, stel nu dat je geen bijverlichting geeft tijdens de winter. Dan moet je weten, dat men in november – december met moeite dagen haalt van 10 uren. Het gevolg is dat vogelsoorten die een lichtbehoefte hebben van 16 u in de problemen komen in onze korte dagen want ze kunnen daardoor 6 u per dag minder voedsel opnemen waardoor ze ondervoed raken. En in plaats van een rust periode raakt hun conditie hopeloos in de knoei.

Wie Afrikaanse prachtvinken kweekt  zoals; wiener-, aurora-, melba en granaat astrilden, vuurvinken, tijgervinken, parelhals amadinnen,  vuurvinken, bandvinken, roodkop amadinnen enz. Weet dat deze kweek niet altijd op wieltjes loopt, gelukkig zijn er de klassieke uitzonderingen die de regel bevestigen. En vaak kweken deze liefhebbers er dan ook veel. Maar toch zien we steeds dezelfde problemen opduiken; de vogels raken niet in broedconditie, onbevruchte eieren, komen er toch eieren dan worden ze niet bebroed, eieren of jongen worden het nest uitgegooid, de jongen worden slecht of helemaal niet gevoederd. Kortom de meeste kwekers van prachtvinken houden voor alle zekerheid een aantal koppels Japanse meeuwen die kunnen ingeschakeld worden als pleegouders voor het geval het misloopt. Al zijn er ook wel liefhebbers die zweren bij natuurbroed, gelukkig maar.Wat ook spijtig genoeg het geval is; als Afrikaanse prachtvinken die ziek worden, zijn ze zo goed als zeker ten doodde opgeschreven, slechts zelden zijn ze te genezen. Het is en blijft dus een niet zo gemakkelijk kweek. En dat terwijl de Afrikaanse prachtvinken  in de natuur zeer goede kweekvogels zijn. Want velen worden geparasiteerd  door wida’s die hun eieren tussen de astrilden leggen en de jongen groeien dan ook samen op. In jeugd kleed lijken de jongen  sprekend op elkaar zelfs de papillen die karakteristiek zijn voor de verschillende prachtvinken zijn identiek aan prachtvinken. De natuur is toch één wonder.Keren we terug naar onze kweekhokken met Afrikaanse prachtvinken die het vaak zo slecht doen. Er scheelt dus duidelijk in het huishouden van deze vogels huisvesting- voeding -ziekten en  het aantal uren licht. Als we allemaal samenwerken en onze gegevens uitwisselen moet het ons lukken om betere resultaten te boeken. Het zal nodig zijn, om de liefhebbers die na ons komen, de kans te geven een even grote variatie van vogels te kweken, zoals wij die nu hebben.    Alois.van.mingeroet  

Sepia moet altijd beschikbaar zijn.

Sepia mag nooit  ontbreken.                                       Wout van  Gils
.

Dat vogels behoefte hebben aan kalk staat buiten kijf. Niet alleen voor de eieren is het nuttig, maar ook voor de sepiavorming van het skelet is het onontbeerlijk. Geen vogelliefhebber die hier nog aan durft te twijfelen. De natuur heeft de vogelkwekers meerdere hulpmiddeltjes aangereikt om in de kalkbehoefte van zijn vogels te voorzien. Eén ervan is wel de sepiaschelp, die in elke vogelhandel voor een spotprijsje te koop is. Wist u dat de sepiaschelp zelf afkomstig is van de inktvis? Dit weekdier leeft vooral van het eten van vis en schelpdieren. Precies hierdoor krijgt de inktvis een groot gedeelte aan kalkachtige substanties te verwerken. Hoewel de inktvis, net als alle andere levende organismen, behoefte heeft aan kalk, vindt door de grote opname in feite een overproductie plaats. De natuur voorziet echter in alles en precies hierom komt het teveel aan kalk in een soort van reservoir terecht, die zich aan de onderkant van de rug bevindt. Hier vormt zich dan een soort van kalkachtige schelp die periodiek afgestoten wordt. Deze schelpen worden met de vloed meegenomen en bereiken zo de kust, waar ze makkelijk verzameld kunnen worden en zo in de handel komen. De sepiaschelp wordt voor volières vooral aangeprezen, omdat het rijkelijk voorzien is van minerale zouten en deze blijken onontbeerlijk  te zijn voor de opbouw van het beendergestel van de vogels. In de volière kan de sepiaschelp eenvoudig aangeboden worden. De zachtheid ervan laat toe de schelp makkelijk te doorboren, waardoor ze via een touwtje of nageltje kan worden opgehangen.Ook zijn er in de handel speciale sepiahouders te koop. Voor de kweekkooi  is het raadzaam de schelp in meerdere kleine delen te breken en ze bijvoorbeeld tussen de tralies aan te brengen.De vogels zullen zich er rijkelijk mee amuseren ,en het kot de gezondheid  ook nog ten goede . Kortom  Sepia  mag nooit  ontbreken in een vogelverblijf.

E-mail wout@woutvangils.be

Alvityl siroop.

alvityl

Alvityl Siroop.

Alvityl siroop is een product oorspronkelijk bedoeld voor menselijk gebruik, maar wordt ook veel gebruikt door vogelkwekers als vitamine-aanvulling/preparaat. Dosering is ongeveer één koffielepel per liter drinkwater. Het bevat de volgende vitaminen (per 150 ml):
Vitamine A 5.000 I.E.
Vitamine D3 1.000 I.E.
Vitamine E 2.5 M/g.
Vitamine B1 2.5 M/g.
Vitamine B2 2.5 M/g..
Vitamine B5 2,15 M/g.
Vitamine B6 0,75 M/g.
Vitamine B8 0,025 M/g.
Vitamine B12 1,5 Microgram
Vitamine C 37,5 M/g.

Om vogels goed in de bevedering te krijgen of als hulp in de ruitijd wordt vitamine B15 gegeven. Sedechol B15 is een vitaminepreparaat dat bestaat uit vitamine B15 (natrium pangamaat), methionine, choline bitartraat, boldine en sorbitol.
Eigenschappen: Sedechol is in de vogelliefhebberij vooral bekend als middel om de lever te ontlasten en de vogel te beschermen tegen vervetting. Vooral van toepassing voor vogels die roodstimulerende middelen gebruiken, maar ook in de ruitijd. Sedechol bevat methionine, een essentieel aminozuur, dat onontbeerlijk is voor de groei van het haar en de veren, het bevordert zo de verharing en inpluiming alsook de groei van de veren. Het heeft ook een gunstige invloed op de spijsvertering, de lever- en nierfuncties en het in conditie brengen van de vogels voor tentoonstellingen

Bird wels super.

birds well

BIRDS WELL SUPER

Birds – Well – Super is een geconcentreerd, hoogwaardig, biologisch – afbreekbaar product dat een trippelwerking (3X) geeft.Het reinigt, het ontgeurt en geeft door de bacteriële werking een nareinigend effect voor infectie wordt gevrijwaard. 

Voorbereiding:

Verdun het product in een sprayflacon 5 % product en 95 % handwarm water, eerst water dan product.

Gebruiksaanwijzing:

Vernevel Birds – Well – Super over de te reinigende oppervlakte. Laat even inwerken en verwijder dan de vervuiling met een spons doek of borstel.Spoelen is mestal overbodig.Birds – Well – Super kan gebruikt worden voor het reinigen van (kwek) kooien, nesten, voeder –en drinkbakjes.Birds – Well – Super lost de vervuiling op zonder het materiaal en dieren negatief te beïnvloeden.Gerurverdrijver:Birds – Well – Super zorgt bovendien door zijn frisse geur (lente mint) dat zowel de vogels als de liefhebber zich goed voelen in zijn hygiënische omgeving.

Voordelen:

Door de grondige reiniging en het nawerkende effect van Birds – Well – Super worden bacteriële en virale infecties zoals coccidiosis, atoxoplasmose, bloedluis en vedermijt vermeden.Birds – Well – Super is onschadelijk voor vogels, mens en materialen, Birds – Well – Super is biologisch afbreekbaar en heeft zeker geen negatieve invloed op de vruchtbaarheid en de kweek van uw vogels.

Biosol vloeibaar ,tegen bloedluis

bloedmijt

Van der AART BIOSIL VLOEIBAAR.Tegen bloedluizen

Het enige middel op silcapoeder (EEN BIOCIDE)dat gebruikt mag worden ter bestrijding van bloedluis sinds 11 november 2010 Biosil is een vloeibaar middel dat bij toepassing geen stofoverlast kan veroorzaken. Met Biosil vloeibaar bestrijdt u snel en effectief bloedluis bij alles wat veren heeft, zoals kippen, duiven en siervogels. Toepassing van Biosil voorkomt conditieverlies van uw pluimvee door bloedluis. Het middel is reukloos stuift niet tijdens het aanbrengen en werkt snel en langdurig.Het middel is gebaseerd op amorf silica en een speciale oppervlakte actieve stof voor een uitstekende hechting aan de te behandelen oppervlakte. Het is een vloeibare vorm van amorfe silica die louter een fysische (schurende) werking heeft op de bloedluizen. Door het middel in de hokken aan te brengen, onderbreken we de weg van de luis naar en op het pluimvee. Door de toevoeging van het speciaal hechtmiddel is de werking langdurig. Binnen een week zien we het aantal luizen afnemen en vermindert de overlast waarneembaar.

– Eenvoudig en snel aan te brengen met drukspuit of kwast.

– Niet schadelijk voor mens en dier.

– Geeft geen stofvorming.

– Uitstekende hechting aan de te behandelen oppervlakte.

– Goede residu werking.

– Tast materialen niet aan

– Bij grote overlast , behandeling na 3 weken herhalen.

Dosering: ca. 1 liter per 15-20 m2.

Onverdund gebruiken

Goed schudden voor gebruik.

Alle filters uit de te gebruiken spuit verwijderen.

Vorstvrij bewaren.

Tips voor gebruik

’s Avonds toepassen geeft de beste resultaten. Omdat dan de bloedluizen actief zijn.

· Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

· Contact met de ogen vermijden.

Verkrijgbaar in liter fles 2.5 liter fles

Esb 3 30 % hoe lang nog ?

esb3

EsB 3 30 % Hoe  lang nog ???                              wout van Gils.

Als een vogel ziek is laat hij dit altijd zien, daarom word ook aangeraden om de vogel goed in de gaten te houden om uitbreiding van de ziekte te voorkomen. Is de vogel ziek laat hij dit meestal zien door iets bol gaan te zitten, weinig eetlust, waterige oogjes, etc. In de meeste gevallen zal  een keur  van Esb 3 30 % worden aanbevolen  maar  hoe  lang  nog ??

RoniDe ESB3 30 % is een in water oplosbaar chemotherapeuticum voor de behandeling van cocidiosse bij kippen ,kalkoenen en duiven en overige vogels. De samenstelling van dit product 100 Gram poeder bevat 30 gram sulfacolozine-natrium monohydraat. De eigenschappen van dit product. De Sulfaclozine-natrium grijpt in op de cyclus van de coccidieen en voorkomt op deze manier hun verdere voortplanting. ESB3 heeft geen negatieve invloed op de groei, leg, broeduitkomsten en kan gelijktijdig met coccodiostatica worden toegepast. Deze poeder ESB3 is in water oplosbaar poeder bedoeld voor alle orale behandeling via het drinkwater. De dosering is 1 Gram per liter drinkwater is een kuur ter preventie en in geval van een Cocidiosse besmetting 1,5 gram a 2 gram per ltr drinkwater. Dit voor gedurende  5 dagen daarna  2 dagen een vitamine kuur. Daarna is het raadzaam de kuur nog eens te herhalen. U kunt ESB3 alleen bij uw dierenarts verkrijgen.

Heeft een vogel abnormale dorst, is het onder de zitstok altijd nat en plakkerig ,als hij geen of weinig zaad eet, doch wel zacht voer alleen witzaad eet en als dit onverteerd in de ontlasting zit en als de symptomen niet optreden bij veranderingen van het weer. Dan kan men aannemen, dat men met een indigestie te maken heeft. In dit geval zijn de zaden of een deel daarvan niet goed. Het is verstandig in dit geval andere verse zaden te verstrekken. Als de oorzaak gelegen is bij muf witzaad of millet en die gevallen komen het meest voor, dan zal de ontlasting grijs en plakkerig zijn. Bij ander voer zal de vogel vrij snel genezen zijn, mits hij niet besmet is met een schimmel. De indigestie bij jongen in het nest is een waterige ontlasting deze wordt veroorzaakt doordat de pop zacht voer pikt oppikt ,dat steeds muf of bedorven is. Het is een van de grootste veroorzaker van de ziekte bij onze vogels. Neem hier eens goed nota van. De laatste jaren zijn er diverse natuurproducten die de darm flora op pijl houden, Dit is zeker een verbetering te noemen voor onze hobby het kweken van vogels in dit geval de kanarie vogel. Het is ook raadzaam hier dan ook gebruik van te maken. Maar een zaak staat vast blijf uw

vogels en jongen altijd goed  observeren want voorkomen is nog altijd beter dan genezen. En de hoofd zaak moet  zijn op de dag van vandaag een volledig kweekhok  zonder antibiotica daar moeten we  voor  gaan ,ook in de  kanariesport En roni van  comed geeft daar zeker de eerste aanzet voor.. Succes.

De erfelijkheid in zijn algemeen.

kanarie jongen

Erfelijkheidsleer is gebaseerd op natuurwetten .

volgens dewelke eigenschappen van ouders, en in mindere mate ook van voorouders, overgedragen worden op de nakomelingen.De wijze waarop dit geschiedt, noemt men de studie van de erfelijkheid, die grotendeels is gebaseerd op de ‘Wetten van Mendel’. Voor ons, vogelliefhebbers, heeft dit als voornaamste doel, door weldoordachte paringen, de beste hoedanigheden in onze vogels te verenigen, vast te leggen en slechte eigenschappen te verwijderen.Centraal in de erfelijkheidsleer staat de cel, als kleinste eenheid van leven. Alles wat met leven te maken heeft is opgebouwd uit cellen. Hun aantal is afhankelijk van de grootte en de omvang van het individu en gaat van miljoenen tot zelfs miljarden bij de mens, tot ééncelligen bij sommige microscopisch kleine dierlijke of plantaardige micro-organismen, waarbij o.a. microben.

Cellen komen voor in verschillende vormen en groottes, afhankelijk van de functie die ze te vervullen krijgen. Zo zijn opperhuidcellen bvb. plat  en breed en spiercellen lang, gerekt en smal.

Een doorsneecel bestaat uit een in grote lijnen ovale tot ronde celkern, omgeven door een vloeistofachtige substantie, het cytoplasma, en in zijn geheel omsloten door een uiterst dun celmembraan of celvlies.

Wat ons eigenlijk het meest aanbelangt en waar we verder ook dieper zullen op ingaan, is de celkern omdat zich daarin, drijvend in het slijmerige kernvocht of nucleoplasma, de chromosomen bevinden met de genen, de dragers van alle erfelijke eigenschappen. Cytoplasma en nucleoplasma worden veelal met de verzamelnaam protoplasma aangeduid.Bij het functioneren van een lichaam, zij het mens of dier, heeft iedere cel zijn eigen functie. Men treft cellen aan in celgroepen die sterk van elkaar kunnen verschillen naargelang het soort lichaamsweefsel waartoe ze bestemd zijn en naargelang die lichaamsfunctie die ze te vervullen krijgen.Bij planten kan dat bijvoorbeeld schors, loof, wortels of sap zijn en bij mens of dier huid, bloed, spiermassa, zenuwen of haar. Men noemt ze in het algemeen lichaamscellen omdat ze bepalend zijn voor de opbouw, de groei en verder instandhouding van het lichaam, waarbij regelmatig afgestorven cellen moeten worden vervangen door nieuwe. Dit kan gebeuren op een regelmatige natuurlijke wijze zoals bij het zich herhaaldelijk vernieuwen van de huid of bij het veranderen, verwisselen van veren tijdens de rui, waarbij vele miljoenen veercellen worden omgezet, maar kan ook accidenteel wanneer bijvoorbeeld een wonde moet helen of een verloren pen moet teruggroeien.

Er moeten dus steeds ten gepaste tijden nieuwe cellen worden aangemaakt wat geschiedt door celdeling van bestaande cellen waarbij, hoe onlogisch dit ook moge klinken, ze zich eigenlijk vermenigvuldigen. Eén cel deelt (= splitst) zich in twee, die twee in vier, die vier in acht, enz. identieke (=juist dezelfde) nieuwe cellen, zo ook hun inhoud m.n. de kern en het erfelijk materiaal, de chromosomen.In rusttoestand liggen deze laatste klein, dik, ontspannen en schier onherkenbaar in het cytoplasma tezamen met bijkomend erfelijk materiaal dat later zal dienen als aanvulling.Juist voor de celdeling worden chromosomen ‘actief’ en gaan ze zich ontwikkelen tot twee fijne in elkaar verstrengelde spiraalvormige draadjes, chromatiden geheten. Chromosomen komen normaal steeds in homologe paren voor die twee aan twee gelijk zijn van vorm, afmeting en bouw of m.a.w. één chromosomenpaar wordt gevormd door twee gelijkaardige chromosomen waarvan alleen hun inhoud aan erfelijke eigenschappen (genen) kan verschillen, maar dat wordt verder nog wel duidelijk. 

Als voorbeeld zien we de celdeling van een willekeurige lichaamscel met twee paar chromosomen A1A2 en B1B2 Bij het begin van de celdeling gaan de paren uiteen en zullen de afzonderlijke chromosomen zich ordenen juist in ’t midden van de cel .Op het ogenblik dat cel en kern zich splitsen zullen ook de chromosomen zich overlangs splitsen in twee chromatiden, die echter onmiddellijk na de deling terug spontaan worden aangevuld en vervolledigd tot gehele chromosomen   d.m.v. het eerder vernoemd ‘reserve’ materiaal uit het cytoplasma Uiteindelijk gaan ze dan terug paren vormen en bekomen we alzo twee nieuwe dochtercellen, volledig identiek aan de moedercel .Na een korte periode van rust waarbij de chromosomen weer tot ontspanning komen in het cytoplasma zal alles herbeginnen  tot het “bijna” oneindige. Dit soort deling van lichaamscellen noemt men ‘mitose’ of somatische celdeling. Het ordenen en splitsen van chromosomen geschiedt onder invloed van een soort ‘krachtlijnen’ uitgaande van twee in de cel voorkomende poollichaampjes, best vergelijkbaar met de werking van een magneet  

De snelheid waarmede dit delingsproces verloopt, kan door bepaalde stoffen zoals hormonen, worden beïnvloed o.a. worden versneld, vandaar dan ook de benaming ‘groeihormonen’. 

Na deze erg simplistische voorstelling, die voor ons vogelliefhebbers zeker meer dan voldoende is, gaan we op dezelfde manier trachten ook de chromosomen eens wat nader te bezien 

Chromosomen komen normaal, zoals reeds aangehaald, steeds voor in homologe (overeenkomstige, gelijkvormige) paren of m.a.w. één chromosoom van de moeder en één van vader, waarbij dus slechts de inhoud aan erfelijke eigenschappen min of meer kan verschillen.

Een mens bezit normaal 46 chromosomen of 23 paren. Een bekende uitzondering daarop zijn mensen die lijden aan het ‘Syndroom van Down’ (mongolisme) die o.a. een afwijkende chromosomenpaar bezitten dat 3 chromosomen bevat.

Een hond heeft er 22 of 11 paren, een grasparkiet 26 of 13 paren en kleurkanaries, evenals andere vinkachtigen, 18 of 9 paren.

Let wel, deze getallen zijn relatief omdat de celkern nog meerdere chromosomen kan bezitten. Deze chromosomen zijn echter zo klein dat ze niet met zekerheid kunnen gedefinieerd worden.

Iedere gelijkaardig levend organisme bevat in normale omstandigheden een zelfde aantal chromosomen in iedere cel.

Chromosomen zijn, zoals reeds aangehaald, opgebouwd uit genen (enkelvoud: gen), de stoffelijke dragers of kortom de vertegenwoordigers van alle erfelijke eigenschappen van het individu. Ze bestaan uit twee identieke chromatiden met elk een bezit aan dezelfde overeenkomstige genen die via scheikundige wijze ‘overbrugging’ volgens een vaste zgn. A T of G C codering (schikking) met elkaar zijn.Genen bestaan uit minuscuul kleine stukjes DNA-RNA materiaal, nucleïnezuren of eenvoudigweg een samenstelling van kernzuur en eiwitten. De scheikundige samenstelling ervan is voor elk gen anders, m.a.w. is elke erfelijke eigenschap of factor op een chromosoom vertegenwoordigd door een afwijkend stukje DNA met eigen enzymvorming en -afzetting. Een gen is dus een stukje DNA dat de code bevat voor de aanmaak van een bepaald eiwit, aminozuur of enzym.Een erfelijke eigenschap kan één of meerdere genen beslaan en elk gen heeft eenzelfde precieze plaats op beide chromatiden van eenzelfde chromosoom, locus geheten. Zo liggen dus ook voor bijvoorbeeld een kanarie dezelfde eigenschappen of factoren steeds op hetzelfde overeenstemmende locus van hetzelfde chromosomenpaar.Het gen z+ van zwarte eumelanine of dit van de mutant z van bruine eumelanine zullen bijvoorbeeld steeds te vinden zijn op locus 4 van chromosomenpaar X1X2 en nooit ergens anders! Chromosomen zijn in te delen in twee soorten : de geslachtschromosomen en de autosome chromosomen.Eerst genoemden bezitten, het woord zegt het zelf, alle factoren nodig voor de voortplanting (= de instandhouding van de soort).Op de autosomen treft men alle andere kenmerken aan die niets met het geslacht van het individu te maken hebben en die zelfs met elkaar weinig of geen binding hebben. Kortom, die autosoom zijn, die vrij zijn, die onafhankelijk zijn. Mens en dier bezitten slechts één koppel geslachtschromosomen, de rest zijn autosomen, wat bij o.a. vinkachtigen overeenkomt op de verhouding 8 : 1. Hebben we reeds gezegd dat alle chromosomen voorkomen in homologe paren, waarbij we reeds de uitzondering van het mongolisme vernoemd hebben, dan moeten daar ook de geslachtschromosomen van poppen bij vermeld worden. In tegenstelling tot mannelijke vogels zijn de geslachtschromosomenparen bij de poppen niet homoloog. Ze bezitten nl. twee verschillende geslachtschromosomen qua inhoud: één met en één zonder, voor ons belangrijk, erfelijk materiaal (we zeggen van dat laatste dan ook dat het ledig is).Schematisch voorgesteld door XX voor mannen en XY voor poppen.Schrijfwijze: Bij mens en zoogdieren in ’t algemeen is dit juist andersom, daar bevatten vrouwen twee volle geslachtschromosomen XX  en mannen één X en één ledig Y. Het is dus wel degelijk steeds de man die alleen verantwoordelijk is voor het geslacht van de nakomeling.

 

Naast de lichaamscellen, waarover we het reeds uitvoerig hebben gehad, bezitten mens en dier nog een ander soort cellen nl. de geslachts- of voortplantingscellen, die eigenlijk voor ons nog belangrijker zijn, omdat ze rechtstreeks zorgen voor de voortplanting of m.a.w. het instandhouden van de soort.In een vrouwelijk of mannelijk organisme komen op bepaalde tijden, bij het rijp worden, het volwassen worden, speciale cellen respectievelijk ei- en zaadcellen, met precies dezelfde inhoud als alle andere cellen, tot ontwikkeling.Wanneer bij een paring van man en pop deze cellen zich gaan verenigen tot een bevruchte eicel, noemt men dit een kiemcel. Een kiemcel is dus eigenlijk niets anders dan de allereerste lichaamscel, het begin van elk nieuw leven.Dit is wel zeer simplistisch voorgesteld, want men begrijpt dat wanneer op deze wijze een ei- en zaadcel zich zouden verenigen men dan een kiemcel of eerste lichaamscel zou bekomen met het dubbel aantal aan chromosomen, t.t.z. 9 paar (bij vinkachtigen) in de eicel van de pop plus 9 paar in de zaadcel van de man. Dat zou beteken samen 18 paren in de kiemcel! Dat kan natuurlijk niet en daarom zorgt moedernatuur ervoor dat juist vóór de bevruchting, als de zaadcel in de eicel is binnengedrongen, het chromosomenaantal in beide cellen eerst wordt gehalveerd. Deze deling van geslachtscellen noemt men ook meiose. Op deze wijze bekomt de kiemcel of eerste lichaamscel ook de vereiste negen paar  homologe chromosomen, waarna ze zich verder kan delen in twee, vier, acht, enz. nieuwe lichaamscellen tot een nieuw levend wezen, op dezelfde manier die we reeds uitvoerig hebben besproken. 

Ei- en zaadcellen met een halve inhoud van chromosomen noemt men gameten en hoe men daar toe komt gaan we nu even bezien, want het behoort tot het belangrijkste van het hele erfelijkheidsgebeuren. Om het eenvoudig te houden ga ik een voortplantingscel als voorbeeld nemen van een willekeurig dier, mannelijk of vrouwelijk, het doet er niet toe,  met slechts twee chromosomenparen in de kern.Het halveren van chromosomenparen tot gameten kan op vrij simpele wijze worden voorgesteld waarbij steeds willekeurig één van beide chromosomen van het homologe paar naar de ene kant wordt getrokken en de andere naar de andere kant. Ook weer via die poollichaampjes, weet u nog wel.Bijvoorbeeld A1B1 naar links en A2B2 naar rechts is één kans, maar het kan evengoed anders volgens welgeteld vier mogelijkheden naar de formule 2n.=  22 = 2 x 2 = 4 = A1B1, A2B2, A1B2, A2B1.

Bij eventueel drie chromosomenparen in de cel betekent dat 23 = 2 x 2 x 2 = 8 mogelijkheden.

 

Bij kanaries met 9 chromosomenparen of 29 = 2 x 2 x 2 x 2 x 2 x 2 x 2 x 2 x 2 = 512 mogelijke combinaties, met als voorwaarde dat dit natuurlijk slechts geldt voor chromosomenparen waarvan beide chromosomen minstens één onderling verschil vertonen aan voor ons belangrijke eigenschappen of factoren zoals voornamelijk kleur  en tekening, m.a.w. bij chromosomenparen met egaal factoren bezit speelt het geen enkele rol naar welke kant hun chromosomen uitwijken want, omdat ze gelijk zijn, verandert er toch niets!Bij het halveren van het chromosomenaantal gaat vanzelfsprekend ook de hele cel zich splitsen tot twee nieuwe cellen met elk een half aantal chromosomen als inhoud.

 

En wie nu denkt dat we er zijn, heeft het mis voor. De natuur heeft er nl. voor gezorgd dat er nog een mitose volgt zoals bij de lichaamscellen, waarbij de ‘afgezonderde’ chromosomen uitgesplitst worden in chromatiden (d) die dan tezamen met hun respectievelijke cellen nog eens gedeeld worden van twee tot vier nieuwe voortplantingscellen met een half aantal aan chromatiden (e). Die dan vervolgens, zoals u nog wel weet, spontaan terug worden gecompleteerd tot volle chromosomen (f).

In theorie is dat voor beide seksen hetzelfde en vormt zowel man als pop vier gameten (g, f). In praktijk echter worden er bij de pop op natuurlijke wijze drie gameten vroegtijdig geëlimineerd, ze sterven af, zodat er slechts één vrouwelijke gameet naar willekeur zal overblijven welke dan achteraf ook naar willekeur door één van de vier mannelijke gameten (spermatozoïden) zal worden bevrucht.Hieruit volgt dat jonge kanaries uit eenzelfde nest, dus van dezelfde ouders, normaal het meest gelijkenis zullen vertonen wanneer de verschillen tussen beide ouders het kleinst zijn omdat dan ook de mogelijkheden tot verschil in hun respectievelijke gameetvorming het kleinst zijn! 

Vier mannelijke gameten en één vrouwelijke gameet zijn zodus het gevolg van een meiose- en een mitosedeling bij respectievelijk zaad- en eicel.Mutatie :  is, zoals reeds eerder gezegd, een plotse en spontane optredende verandering in het erfelijk materiaal welke genetisch is vastgelegd en niet aan een veranderde genencombinatie kan worden toegeschreven.Vb. Bij kanaries en wildzang de mutatie van z+ à z (van zwarte eumelanine naar bruine eumelanine), waarbij z de mutant wordt genoemd van z+.Er zijn meerdere vormen van mutatie gekend, waarvan de meest bekende de zgn. chromosomenmutatie waarbij delen van een chromosoom wegvallen of naar een ander chromosoom overgaan (zoals o.a. bij crossing-over) eigenlijk niet als mutatie mag beschouwd worden, omdat er in dit geval wel degelijk spraak is  van een verandering in het genenbestand.

Bij een echte mutatie zijn het daarentegen de genen zelf, of eigenlijk meestal één gen dat door een of andere reden, hetzij door bestraling, chemische invloed of erfelijke aanleg plots van inwendige samenstelling gaat veranderen. Zo kan het bijvoorbeeld reeds volstaan dat er een atoom in het samenstellend DNA-materiaal van betreffend gen zou wegvallen of nog wanneer er bij het kopiëren van de genen een fout zou ontstaan, waardoor in beide gevallen het muterend gen een ‘verkeerd’ eiwit gaat aanmaken, om tot een mutatie te komen.Gebeurt dat nu bij een gen met invloed op het melanisatieproces, dan kan dat kleur en/of tekeningsverandering tot gevolg hebben.Mutaties kunnen zich rechtstreeks uiten, denk daarbij maar aan de zoveel gevallen van kanker, welke ook hun oorsprong vinden in het muteren  van een of meerdere genen.

Kleurmutaties evenwel, zoals we ze kennen bij onze vogels, gebeuren meestal indirect via de gameten van de ouders naar zonen en dochters, mogelijk reeds bij F1 als het een geslachtsgen betreft (van vader op dochter), maar mogelijk ook maar na meerdere generaties, als het om een autosomaal gen gaat. Welke  laatste tweemaal moet aanwezig zijn om zich  te kunnen uiten (dominante factoren uitgezonderd). In eerste instantie lijkt het er dus op dat de kans om onafhankelijk verervende mutaties te bekomen daardoor veel kleiner zou zijn dan om geslachtsgebonden vormen te verkrijgen, ware het niet dat er in verhouding (8 op 1) VEEL meer onafhankelijke genen voorkomen zodat die gedachte zeker niet opgaat. 

Allelen : Factoren die op eenzelfde locus liggen van eenzelfde homoloog chromosomenpaar zijn elkaars allelen of allelomorfen. Dit kunnen dezelfde factoren zijn maar evengoed hun mutanten.

                 Voorbeeld : De factoren 1, op beide chromatiden van het chromosoom A1 en de factoren 1, op beide chromatiden van het chromosoom A2,

                 zijn elkaar allelen eveneens 2 van A1 met 2 van A2, 3 van A1 met 3 van A2, enz. 

Multiple allelen: Het is niet altijd zo dat één gen staat voor één erfelijke eigenschap of factor, soms zijn er meerdere factoren in het spel, als betreffend gen uit meerdere allelen bestaat.

                 Voorbeeld :Op het chromosomenpaar A2A3 wordt gen 3 of factor 3 vertegenwoordigd door 2 allelen, 3a en 3b. Alleen in ’t geval  dat 3a en 3b vertegenwoordigd zijn zal factor 3 zich optimaal manifesteren, wanneer daarentegen één van beide ontbreekt zal factor 3 een verandering ondergaan. Stel dan dat factor 3 een bepaalde kleur voorstelt, dan zal dat naar alle waarschijnlijkheid overeenstemmen met een opvallende kleurvermindering (tot kleur 3a of 3b) 

Multiple allelen zijn dus niets anders dan mogelijke toestandsveranderingen van één en dezelfde factor of m.a.w. wanneer in een bepaald gen zich onder twee of meerdere gedaantes kan voordoen, spreekt men van multiple allelen.We zagen zojuist het voorbeeld twee allelen van één eigenschap, maar het kunnen er evengoed heel veel meer zijn als men bedenkt dat o.a. bij de intensief- en schimmelfactor, die zoals we nog zullen zien slechte uit één factor bestaat, de mogelijkheden  tussen sterk intensief en sterk schimmel gewoon niet te overzien zijn, laat staan te tellen. Idem voor de citroenfactor welke ook in zoveel verschillende graduaties of nuances kan voorkomen.Praktische voorbeelden van multiple allelen zijn o.a. bij kleurkanaries en wildzang de albinofactoren en bij grasparkieten de combinatie grijsvleugel – diepovergoten waarbij de geleidelijke overgang van het maximale (zwarte vleugeltekening) over de middenvorm (grijsvleugel) naar het minimale (diepovergoten) overduidelijk naar voor komt.

 

Zygoot :   Al proberen we zoveel mogelijk moeilijk woorden te vermijden, toch zijn sommige zo belangrijk dat ze gewoon moeten vermeld worden, zoals deze bijvoorbeeld om de veel voorkomende uitdrukkingen homozygoot en heterozygoot beter te kunnen begrijpen.

Een zygoot is niets anders dan een bevruchte eicel, een kiemcel of eerste lichaamscel.

Homozygoot of levend wezen van fokzuivere aard.Is een wezen met bepaalde eigenschappen, voortkomende uit ouders die ook deze zelfde eigenschappen bevatten. Dit wezen is dan fokzuiver of homozygoot voor deze eigenschappen.

       Voorbeeld :  man   AA   x  pop     AA

                                               1  2                      3  4

 

       1 + 3 = AA     )

       1 + 4 = AA     ) Resultaat : 100% homozygote,

       2 + 3 = AA     )                            fokzuivere AA-jongen.

       2 + 4 = AA     )

Zo is bij onze kanaries of wildzang een isabel of een isabelpastel homozygoot, maar een isabel split pastel is dat niet!

Heterozygoot of levend wezen van niet fokzuivere aard.

Bezitten de ouders onderling één of meer verschillende eigenschappen vb. in kleur, dan zijn hun afstammelingen niet fokzuiver voor deze één of meer eigenschappen.

Voorbeeld :  man    AA x  pop  aa

                            1  2           3  4

                           

                            1 + 3 = Aa        )

                            1 + 4 = Aa        ) Resultaat : 100% niet fokzuivere

                            2 + 3 = Aa        )                             Aa-jongen.

                            2 + 4 = Aa        )

In vogeltaal spreekt men van heterozygoot, m.a.w. bezit de vogel naast zijn eigen kleur A nog een andere kleur a die hij innerlijk (latent) in zich draagt, maar die zich bij een volgende kweek kan manifesteren. Hij is dan verervend of split voor die latente factor.Poppen in de geslachtsgebonden groep of m.a.w. wiens eigenschappen op de geslachtschromosomen liggen zijn altijd homozygoot voor die eigenschappen en kunnen er dus ook nooit verervend of split zijn voor zijn!Voorbeeld :

Nemen we een groene vader, agaat verervend, dan zullen de dochters altijd ofwel groen ofwel agaat zijn, nooit groen, agaat verervend! Weet u nog : dat ledig chromosoom bij poppen? Dat is gewoon de reden.

 

Feno en genotype :      

We weten reeds lang dat tussen het uiterlijk van een vogel en de erfelijke aanleg er verschillen kunnen bestaan.  Een vogel kan split zijn voor verschillende recessief verervende factoren.

Het fenotype is de uiterlijke verschijningsvorm of hetgeen wat men ziet van een vogel.

Het genotype is het geheel van erfelijke aanleg van de vogel, het innerlijke.Bij homozygote vogels (fokzuivere vogels) is het feno- en het genotype, theoretisch, gelijk, praktisch daarentegen kunnen zich wel degelijk verschillen voordoen. Zo kan een vogel bv. genotypisch ‘groot’ zijn maar o.a. door bepaalde milieuomstandigheden, zoals voedingsgebreken tijdens de groeiperiode, fenotypisch toch klein uitvallen!Bij heterozygote vogels (splitvogels) is aan het uiterlijk, op een paar uitzonderingen na, niet te zien welke eigenschappen deze vogels vererven. Hier zijn fenotype en genotype doorgaans verschillend.Het is voor een kweker erg belangrijk om het genotype van de vogel te kennen, om zo niet voor grote verrassingen te komen te staan in de kweek.           

Gekoppelde factoren of genen: 

We kunnen ons nu reeds een voorstelling maken van hoe duizenden genen een chromosoom vormen. Net zoals vroeger de Romeinen en Grieken zuilen construeerden met een opeenstapeling van ronde, cilindervormige stenen, zo zijn dus eigenlijk ook beide gelijke chromatiden van een chromosoom  opgebouwd uit duizenden en duizenden genen, die elk een of andere eigenschap van het individu vertegenwoordigen en regelen.Bij de kleurkanaries zijn er tot op heden een twintigtal eigenschappen voor vooral kleur en tekening die ons aanbelangen en die verspreid liggen op de 9 verschillende chromosomenparen. Liggen ze op eenzelfde chromosoom dan kan men stellen dat ze gekoppeld zijn en hoe dichter bijeen, hoe sterker de koppeling is!Liggen deze genen op het geslachtschromosoom dan vererven ze geslachtsgebonden en zijn ze steeds min of meer gekoppeld zoals o.a. de klassieke melanines bij kanaries en wildzang.Een ander mooi voorbeeld van gekoppelde factoren zien we bij de grasparkieten, waar het gen dat verantwoordelijk is voor het blauw of groen gekoppeld is aan het gen dat verantwoordelijk is voor de nuance (licht, midden, donker).Eigenschappen of factoren die daarentegen verspreid liggen op de autosome chromosomen hebben veel minder binding met elkaar, men noemt ze daarom ook onafhankelijk verervend. Slechts weinig van deze onafhankelijke verervende factoren zijn gekoppeld, het bekendste voorbeeld daarvan is natuurlijk de rood- en geelfactorcombinatie.Schrijfwijze:

In formulevorm worden gekoppelde factoren samen op of onder éénzelfde deelstreep vermeld. Liggen ze op de geslachtschromosomen dan wordt de deelstreep tussen beide chromosomen XX of XY daartoe gewoon doorgetrokken.

Voorbeeld : klassieke melanines bij kanaries en wildzang

X   z+    alb+      of       X     z+    alb1

X   z     alb+                Y     (ledig)

Bij onafhankelijke factoren wordt de deelstreep steeds per factor onderbroken.

Voorbeeld :

X   z+    alb+    opaal    recessief wit

X   z     alb+    opaal    recessief wit 

Onafhankelijk verervende factoren, al noemt men ze onafhankelijk en liggen ze op een ander chromosomenpaar kunnen soms wel degelijk invloed uitoefenen op elkaar. Op een of ander wijze schijnen ze dus toch gekoppeld en dat kan zelfs zo sterk zijn dat ze elkaar kunnen beletten te verschijnen, zoals bijvoorbeeld de dominant witfactor er een kanarie kan van weerhouden geel of rood te kleuren.

Crossing-over :

Soms gaat het in de natuur ook wel eens fout en zo kan er juist voor de bevruchting bij de deling van de geslachtscellen in het stadium dat de chromosomenpaar in chromosomen worden gesplitst, ook wel het een en ander verkeerd gaan.Gewoonlijk liggen de chromatiden van beide chromosomen van een paar dicht bij elkaar en zijn soms in elkaar verstrengeld en dan kan het gebeuren dat er tijdens het ‘uiteentrekken’ breuken ontstaan, soms maar één maar ook soms meerdere. Zo ook tussen het erfelijk materiaal, de genen, die er op liggen en er dus ook bij betrokken worden en dit zowel bij geslachtschromosomen als bij autosomen.Gelukkig heelt de natuur meestal zelf haar wonden, zo ook hier waar de gebroken stukken terug worden ‘gelijmd’, maar dan omzeggens steeds aan de verkeerde chromatiden (fig. 7a&b). En dat hoeft daarom  niet altijd in het nadeel te zijn want op deze wijze is o.a. de isabel ontstaan bij kanaries en wildzang, een kleur die er zonder crossing-over tussen de factoren z+, z, alb+ en alb1 waarschijnlijk anders nooit was gekomen.Op deze wijze kan de koppeling, die gekoppelde factoren vooraf met elkaar hadden, worden verbroken. Natuurlijk hoe sterker die koppeling, dus hoe dichter betreffende factoren bijeenliggen, hoe kleiner de kans hun onderlinge binding te kunnen verstoren.Bij zwak gekoppelde factoren is de mogelijkheid tot breuk zoals te zien natuurlijk veel groter omdat de onderlinge afstand tussen de twee factoren, waar de breuk zich kan voordoen, ook veel groter is.Bij poppen kan zich geen crossing-over voordoen tussen de geslachtsverervende eigenschappen omdat ze daartoe geen homoloog chromosomenpaar bezitten. 

Gedrag van factoren:

Een willekeurige factor of eigenschap kan zich tegenover zijn wildvorm of m.a.w. zijn wildallele op één van de drie mogelijke wijze gedragen :

– dominant

– recessief

– intermediair (of gedeeltelijk dominant) 

Dominant

Als de werking van de mutant domineert (= sterk is, overheerst) op zijn wildvorm.In dit geval zal de dominante kleur van de mutant steeds in het uiterlijk van de vogel te zien zijn, ook al is betreffende factor slechts op één chromosoom van het paar aanwezig. Of m.a.w. in geval van ongelijkheid van twee factoren zal de dominante de andere geheel of gedeeltelijk beletten te verschijnen.

Vb.  – Agaat is dominant op isabel

– Duits (dominant) wit is dominant op geel

– Kuif op gladkop

– Wildvorm is dominant op pastel, phaeo, opaal, agaat, bruin, witborst, grijsvleugel, ….

 

Recessief

Is het omgekeerde van dominant, als de wildvorm sterker is dan de mutant.Een recessieve factor wordt slechts zichtbaar als hij op beide chromosomen van het paar voorkomt. De mutant is veelal recessief ten opzichte van zijn wildvorm, een recessieve kleur is dan uiterlijk niet zichtbaar maar kan wel in een latere generatie zichtbaar worden.Slechts in enkele gevallen heeft de aanwezigheid van sommige recessieve factoren zoals de ino- en satinetfactor, zoals reeds gezegd, enige invloed op het kleurpatroon van een vogel als ze latent aanwezig zijn.

Vb. – isabel is recessief t.o.v. agaat

       – agaat t.o.v. groen

       – gladkop t.o.v. kuif

 

Intermediair (of gedeeltelijk dominant)

Hier zijn zowel wildvorm als mutant zichtbaar aanwezig, m.a.w. kan men hier ook spreken van een ‘onvolledige dominantie’. Men spreekt nu meer van een factor ‘met gedeeltelijk dominant karakter’ i.p.v. intermediair. Dit omdat het begrip intermediair soms verwarrend kan overkomen, het is niet zo dat de factor van elk de helft heeft en juist tussen twee factoren ligt..Vb.  – de intensief-schimmelfactor : beiden, intensief en schimmel, vormen in werkelijkheid slechts één factor, manifesteren zich reeds wanneer ze t.o.v. de andere veel minder sterk aanwezig zijn. Zo zal een zwaar schimmel kanarie al kleine intensieve plaatsen beginnen te vertonen op en rond de kop van zodra ook de intensieffactor de kop opsteekt en omgekeerd zal een vol intensieve reeds licht melig worden rond nek, wangen en stuit van zodra de schimmelfactor ook maar voor ’t minst aanwezig is Geslachtsgebonden en Onafhankelijke vererving Al hebben we beiden reeds in grote lijnen besproken, toch wil ik er wegens de belangrijkheid en de vele verwarrende en foutieve uitdrukkingen daaromtrent, nog even samenvattend op terugkomen.Het gebeurt immers nog te vaak dat men liefhebbers hoort praten over dominante, recessieve en intermediaire vererving op een wijze alsof ze er alles over weten terwijl … Alleen reeds aan die paar woorden is te horen dat ze er eigenlijk weinig of niets van snappen.Factoren of eigenschappen kunnen op zich niet recessief, dominant of intermediair vererven, alleen maar onafhankelijk of geslachtsgebonden, één van beide met een dominant, recessief of intermediair karakter t.o.v. de wildallele en niet anders! 

Geslachtsgebonden vererving Elk levend wezen bezit één paar geslachtschromosomen waarop alle kenmerken van het man- of popzijn, zijn vertegenwoordigd samen met nog vele andere factoren die voor ons minder belangrijk zijn.Symbolisch wordt bij de vogels een geslachtschromosoom voorgesteld door X voor het mannelijk en Y voor het vrouwelijk.

       Het mannelijk paar : XX

       Het vrouwelijk paar : XY

Zoals we zien bezit de pop dus ook één mannelijk X-chromosoom waardoor kan worden gesteld dat poppen ook de helft van de mannelijke aanleg bezitten. Haar Y-chromosoom is zogezegd ledig, al mag toch worden verondersteld dat het alle kenmerken van het popzijn, m.a.w. alle eigenschappen van het puur vrouwelijke, de verschillen tussen man en pop, bevat. 

Mannen kunnen split zijn voor geslachtsgebonden factoren, poppen kunnen dat niet. Poppen zijn steeds zuiver voor zulke eigenschappen.Daaruit volgt o.a. ook dat bij een pop een recessief geslachtsgebonden kenmerk slechts enkelvoudig moet aanwezig zijn om zich te uiten, terwijl de man daartoe zulke factor dubbel, op beide chromosomen van het paar, moet bezitten. 

Onafhankelijke vererving

Alle voorkomende eigenschappen die niet op de geslachtschromosomen liggen, maar verspreid op één van de acht overige autosome chromosomenparen, vererven onafhankelijk van de geslachtskenmerken en ook van elkaar. Hoogstens kunnen ze zoals eerder gezegd enige invloed op elkaar uitoefenen. Onafhankelijk verervende factoren moeten zowel bij man als pop dubbel aanwezig zijn om zich te kunnen uiten, uitgezonderd de dominante factoren. Wat er op neerkomt dat poppen hier net zoals mannen wel verervend of split kunnen zijn voor deze factoren.

Voorbeeld :

De opaalfactor so  o.a. vererft onafhankelijk met een recessief karakter t.o.v.  de wildvorm.

Bij paring van opaalman x gewone klassieke pop krijgen we: 

                 Letaalfactor :

Wanneer een dominante factor zoals Dominant Wit en de intensieffactor, dubbel aanwezig is op beide chromosomen in een paar wordt er op natuurlijke wijze een dodelijke invloed uitgeoefend op de kiemcel, die dan afsterft. Vandaar o.a. dat onderlinge paringen met deze factoren worden afgeraden. Dit is eigenlijk meer theorie dan werkelijkheid, want in de praktijk is gebleken dat de eventuele verliezen, als die er zijn, meestal niet van die aard zijn om het er niet op te wagen.

Zo werd ook de dubbele intensieffactor steeds als letaal aanzien, maar wat betekend 100% intensiviteit en is het nodig zover te gaan als we toch zien dat bij de postuurkanaries er bijvoorbeeld types voorkomen die dat getal sterk benaderen, zoals de Giber Italicus, en reeds half in hun blootje zitten maar toch weinig of geen reproductieproblemen schijnen te kennen.

 

                Voortplanting :

Net zoals bij het opstarten van de ruiperiode is het de hypofyse in de hersenen die door het lengen van de dagen en in mindere mate ook door de stijging van de temperatuur geactiveerd wordt en hormonen zal afscheiden welke de voortplanting op gang brengt.Kanaries hoeven daarvoor geen vol jaar oud te zijn, afhankelijk van hun conditie kunnen er reeds rond de 9e à 10e maand geslachtshormonen worden aangemaakt, waardoor ze broedrijp worden.Bij de pop komen de eierdooiers, die alleen dienen als voeding voor het in wording zijnde jong, tot ontwikkeling en rijping en vormt er zich op de buik de bekende broedvlek.Terwijl bij de man de productie op gang komt van zaadcellen die bij de paring in de cloaca (uitscheidingsorgaan) van de pop worden ingebracht.En als er nu een rijpe eicel is afgedaald in de eileider kan daar dan bevruchting volgen. De beide kernen van ei- en zaadcel (spermatozoïde) versmelten en van dan af is de bevruchte eicel volledig afgesloten en beginnen de celdelingen. Normaal wordt om de vierentwintig uur een ei gelegd tot het legsel van 4 à 5 eieren is vervolledigd.Eén geslaagde paring kan voldoende zijn om een gans legsel te bevruchten, omdat het sperma verschillende dagen actief kan blijven in de cloaca van de pop. Om echter zeker te zijn dat alles bevrucht is, laat men best de man tot na het 3-de ei dagelijks een half uurtje bij de pop.

 

 
     

Acute Salmonella.

samonella

  Acute Salmonella problemen bij kleurkanaries.Een grote kanariekweker in het zuiden van ons land (ca. 500 vogels) is heel recent geconfronteerd met een besmettelijke ziekte bij zijn vogels. Na aanschaf van een aantal vogels uit België constateerde hij na een week een grote sterfte bij zijn vogels.De liefhebber heeft zijn vogels voor onderzoek aangeboden aan het Nederlands Onderzoek Instituut voor Vogels en Bijzondere Dieren van dr. Gerry M. Dorrestein. Hij heeft geconstateerd dat er sprake is van “acute salmonellosis”.Deze aandoening is te stoppen met een passend antibioticum. Probleem daarbij is dat het in dit geval gaat om een bacterie, waarvan er ongeveer 1500 serotypes bekend zijn. Het is dan soms even zoeken naar het juiste antibioticum. Ieder serotype reageert anders. Het toegediende antibioticum heeft in het genoemde geval de sterfte onder de kanaries gestopt. Het is wel noodzaak om ook na het stoppen van de sterfte goed te ontsmetten en de kuur volledig af te maken.Het bovengenoemde geval staat niet alleen. Zowel bij het NOIVBD als bij de kliniek in Geldrop zijn meer gevallen bekend.

Waarom dit bericht.

Vaak wordt er bij plotselinge sterfte van vogels te lang gewacht om een dierenarts in te schakelen. Dit kan vooral bij dit soort besmettingen funest zijn.De gedupeerde kweker heeft de volgende conclusies getrokken en geeft de volgende adviezen:– bij besmetting als hierboven genoemd gaan alle vogels dood die bij een drager in de kooi hebben gezeten als ze niet goed behandeld worden

– er is een incubatietijd van één week; gedurende die week zie je niets aan de vogels

– houd gekochte vogels ALTIJD eerst apart van de anderen (liefst enige weken)

– als je problemen krijgt breng de zieke vogels naar een ruimte waar geen vogels gehouden worden, maar breng geen zieke of “gezonde” vogels naar een ruimte waar nog andere niet besmette vogels zitten;

– denk niet “och het zal wel meevallen”, maar wend je direct tot een dierenarts. Meestal is binnen 48 uur vast te stellen wat er aan de hand is en een gerichte behandeling in te stellen. Dat voorkomt onnodige ellende.

– zorg bij het schoonmaken van je verblijven dat je niet besmettingen overbrengt (dus per hok schoon materiaal gebruiken) en altijd beginnen bij niet zieke vogels.problemen bij kleurkanaries

Een grote kanariekweker in het zuiden van ons land (ca. 500 vogels) is heel recent geconfronteerd met een besmettelijke ziekte bij zijn vogels. Na aanschaf van een aantal vogels uit België constateerde hij na een week een grote sterfte bij zijn vogels.De liefhebber heeft zijn vogels voor onderzoek aangeboden aan het Nederlands Onderzoek Instituut voor Vogels en Bijzondere Dieren van dr. Gerry M. Dorrestein. Hij heeft geconstateerd dat er sprake is van “acute salmonellosis”.Deze aandoening is te stoppen met een passend antibioticum. Probleem daarbij is dat het in dit geval gaat om een bacterie, waarvan er ongeveer 1500 serotypes bekend zijn. Het is dan soms even zoeken naar het juiste antibioticum. Ieder serotype reageert anders. Het toegediende antibioticum heeft in het genoemde geval de sterfte onder de kanaries gestopt. Het is wel noodzaak om ook na het stoppen van de sterfte goed te ontsmetten en de kuur volledig af te maken.Het bovengenoemde geval staat niet alleen. Zowel bij het NOIVBD als bij de kliniek in Geldrop zijn meer gevallen bekend.

Waarom dit bericht.

Vaak wordt er bij plotselinge sterfte van vogels te lang gewacht om een dierenarts in te schakelen. Dit kan vooraler is een incubatietijd van één week; gedurende die week zie je niets aan de vogels.bij niet zieke vogels.Ingestuurd  Bart Braam CoM Nederland