Trichomoniasis bij kanarievogels

oogziekte 2oogziekte 1

 

Trichomoniasis bij kanarievogels komt helaas steeds vaker voor, en de kweker moet hier zeker meer aandacht aan besteden, omdat veel kwekers zeggen dat het ook overdraagbaar is. De symptomen die men ziet, zijn dat de vogel met de snavel steeds over de zitstok begint te wrijven, omdat de luchtzakjes beginnen op te zwellen en het de vogel irriteert. De kleine veertjes rond het oog gaan stuk door het wrijven tegen de zitstok, en de stokjes irriteren het oog nog meer. Ook zou de ontsteking van de sinussen ervoor zorgen dat het oog opzwelt, en in een later stadium komt het oog zelfs dicht te zitten. Ik heb er ook ervaring mee; als je op tijd Terramycine oogzalf gebruikt, kun je het ergste voorkomen en kunnen de vogels nog genezen. Natuurlijk hangt dit samen met de sinusontsteking en andere factoren, maar op tijd behandelen met Terramycine oogzalf kan al snel tot genezing leiden. Zijn er nog kwekers die hier meer over weten, laat het ons alsjeblieft weten, zodat we deze ziekte voor kunnen blijven.

 

 

Tip 10: Rozenwater na het wassen

roos

Rozenwater wordt veelvuldig gebruikt door witte vogelkwekers, die het toepassen na het wassen van hun vogels. Dit kan worden gedaan in het spoelwater of door de vogel licht te benevelen met een bloemenspuit, waarin één deel water en één deel rozenwater met warm water zit. Het wordt aanbevolen om de vogel hiermee dagelijks te behandelen, vooral voorafgaand aan tentoonstellingen. Natuurlijk kan dit ook worden gedaan in het laatste spoelwater. Hieronder vind je meer informatie over rozenwater in het algemeen.

Rozenwater is een 100% natuurlijk product dat wordt gebruikt voor het reinigen en ontspannen van de huid. Het is ook geschikt voor de tere huid rond de ogen en voor het ontspannen van vermoeide ogen. Het is een fijne tonic met veelzijdig gebruik; het kan worden gebruikt voor verschillende doeleinden:

  • Rozenwater is bijzonder geschikt voor het verzorgen van het haar. Door het haar na het wassen met rozenwater te spoelen, krijgt het een natuurlijke glans doordat het de haarschubben sluit.
  • Het heeft een kalmerende werking op zowel het haar als de huid. Rozenwater kan worden gebruikt in haar- en gezichtsmaskers, als een heerlijke body- of gezichtsspray in de warme zomermaanden, en zelfs als middel tegen acne.
  • Het heeft een reinigende werking en een heerlijk zachte geur. Voeg rozenwater toe aan je bad en geniet van een heerlijk warm bad met een kalmerend effect op de huid.

Rozenwater is verkrijgbaar bij Etos en andere drogisterijen. Het is een geurend plantenwater (hydrolaat) dat ontstaat als bijproduct tijdens het distilleren van essentiële olie van rozen. Het is veilig in gebruik, bevat geen alcohol en is geschikt voor alle huidtypen, vooral de tere huid rond de ogen. De verhouding bij gebruik voor het benevelen van showvogels is half om half, maar één deel rozenwater op twee delen heet water geeft ook goede resultaten. Het wordt aanbevolen om dit minstens één keer per week toe te passen, en tijdens tentoonstellingen is een extra benevelingssessie tussendoor aan te raden. Succes. – Wout van Gils

Geeft Kobalt uit Italië problemen?

Zwartgeel kobalt

Eigenaardigheid met Italiaans kobalt!

Deze keer stuitte ik afgelopen zomer op een ander probleem. Ik koppelde een zwartkobalt geel aan een zwartkobalt geel en kweekte daar twee nestjes jongen uit. Tot mijn verbazing was geen van de vijf jongen kobalt. Ra, ra, hoe kan dit? In eerste instantie maakte ik me hier niet al te druk over, omdat ik dacht dat ik misschien een foutje had gemaakt, bijvoorbeeld bij het verleggen van eitjes of iets dergelijks. Maar toen ik er zeker van was dat dit niet het geval was bij de tweede ronde, begreep ik niet hoe dit mogelijk was.

Enkele weken geleden sprak ik hierover met een collega-vogelliefhebber, en het bleek dat hij hetzelfde had meegemaakt. Nader onderzoek onthulde dat het zowel bij hem als bij mij ging om een kobalt van Italiaanse afkomst gekruist met een kobalt van Nederlandse afkomst. Uiteraard heb ik hierover informatie ingewonnen bij andere liefhebbers, en het blijkt vaker voor te komen. Nu is de vraag of de kobaltfactor uit Italië een andere vererving heeft dan die van ons. In elk geval klikken ze niet met elkaar, en ik ben zeer benieuwd naar de kweekresultaten van het komende jaar.

Sportieve groeten,
Servaas.

Tip 11: Foutieve houding bij kanarie vogels

Foutieve houding bij kanarie vogels (Fouten van liefhebbers)

 

kanarie 45 graden

Tijdens mijn periode als keurmeester kon ik me er al aan ergeren. Artikels heb ik er al over geschreven, en helaas kom ik nog steeds veel vogels tegen op onze tentoonstelling. Nu schrijf ik er voor de laatste keer een stukje over, met de hoop dat onze kanarie vogels in de TT-kooi een goede houding kunnen aannemen. Als deze houding niet goed is, is dat meestal 85% van de tijd de oorzaak van de liefhebber zelf. Wat is er dan aan de hand? Heel eenvoudig, de liefhebber maakt zijn TT-kooien of opkooi kooien mooi schoon. Prima, dat hoort zo. Hij schuurt de stokjes schoon, meestal met een pannenspons of iets dergelijks, en daar gaat het fout. De zitstokjes worden daardoor spiegelglad.

Op de dag van de tentoonstelling wordt de vogel in de schone kooi geplaatst, en wat gaat er dan gebeuren? Omdat de zitstokjes door het vele malen schoonmaken glad zijn geworden, kan de vogel zich moeilijk vasthouden en gaat een liggende (gedrukte) houding aannemen. Hij zakt door zijn pootjes en gaat bijna op de stok liggen, dat doet hij om het gewicht te verdelen en zit daardoor makkelijk op zijn stok. Maar de keurder bestraft dit als een foute houding. Toch jammer als je daardoor een titel of een medaille misloopt.

De volgende fouten zijn meestal de oorzaak van te gladde zitstokken:

  1. De vogel zit licht te schommelen op zijn zitstok.Satinet rood mozaiek 1
  2. De vogel fladdert min of meer.
  3. Zit onrustig op zijn zitstok.
  4. Gaat liggen op de zitstok.
  5. Neemt een gedrukte houding aan.
  6. De vogel lijkt zenuwachtig te zijn.

Beste vrienden, deze fouten kun je zelf verbeteren door eenmaal per jaar met een babyzaagje over je stokjes te schuren en het probleem is opgelost! En wat te denken van gladde zitstokken in je kweekhokken? Juist ja, veel onbevruchte eieren! Dus maak je stokken altijd wat ruw.

Succes, Wout van Gils.

Quarzo nieuwe mutant?

quarzo

Quarzo nieuwe mutant? (Fenotype)

Frans en vrienden, ik ben ook in het bezit van een zwart quarzo om wat analyses uit te voeren (zie afbeeldingen hierboven). Laten we het eenvoudig beschouwen als een andere variant van de opaalfactor, net zoals de onyx factor dat is. Dus zeker geen combinatie van twee mutaties. We blijven dit verder volgen. Johan van der Maelen – Voorzitter TC Kleur A.O.B. —————————————————–

Beste ornithologische vrienden. Wat lees ik? Dat de onyxfactor een andere variant is van de opaalfactor? Dat is nieuw voor mij. Johan, je moet dat voor mij verduidelijken. Alle onyxen hebben namelijk op beide chromosomen de opaalfactor. Als een opaal op één van de chromosomen de onyxfactor bezit, spreken we van een (verkeerd benoemde) intermediaire onyx. Men zegt dan ’ten onrechte’ dat de opaalfactor meer moet worden uitgekweekt. In feite hebben alle onyxen dus minstens twee mutaties. Agaatonyxen hebben er drie, bruinonyxen ook drie, en isabelonyxen hebben er vier. Wat krijgen we nu, een zogenaamde Quarz variant. Bedoel je dat, Johan? Weet dat men al een paar jaar bezig is met deze verschijningsvorm. Als ik deze vogel observeer (zie dat dit al een paar jaar bezig is), zijn dit monomelanine zwarte opaalvogels met veel eumelanine. Als ik naar de zwarte opaalvogels van onze vriend Roger Van Duyse kijk, zijn dit bijna dezelfde vogels. Voor mij is dit gewoon een zwarte opaal met meer eumelanine verkregen door selectief fokken. Proefparen moeten aantonen of dit werkelijk een recessief verervende factor is. Na twee jaar zal men dit weten door proefparen te doen met ‘zogenaamd’ normale zwarte opalen, die tot nu toe weinig eumelanine hebben. We weten allemaal dat onze zwarte opalen vroeger fijne en onderbroken bestreping moesten hebben. Toch? Al deze zogenaamde Quarz exemplaren… ook de exemplaren van onze vriend Roger Van Duyse, kunnen nooit meer dan 88 punten behalen, omdat in de zwarte serie maximale phaeomelanine wordt geëist en geen monomelanine vogels. Deze vogels bezitten geen maximale phaeomelanine. Men heeft dat zelfs eruit gefokt. Contrast, je weet wel… te lezen in alle standaardeisen en naar eigen goeddunken te interpreteren. Men kan dit mooi vinden, en dat is het ook, maar zo zijn we op weg om in al onze vogels met maximale pigment monomelanine vogels te kweken met bijna alleen eumelanine. Willen we dat? Vriendelijke groeten, Gilbert Vanden Borre Zie deze weblog: “QUARZO” – door fenotypische selectiedruk een nieuwe loot aan de mutantenstam? (juni 2012) (Anteprima: Nuova Mutazione Nel Canarino Di Colore Si Chiama QUARZO a cura di Alex & Mauro Montanaro.

Frans en vrienden, ik ben zelf ook in het bezit van zwartquarzo voor wat analyses (zie afbeeldingen hierboven). Laten we het eenvoudig beschouwen als een andere variant van de opaalfactor, net zoals de onyx factor. Dus zeker geen combinatie van twee mutaties. We blijven dit verder volgen. Johan van der Maelen – Voorzitter TC Kleur A.O.B.

Beste ornithologische vrienden, wat lees ik? Dat de onyxfactor een andere variant is van de opaalfactor? Dat is nieuw voor mij. Johan, wil je dat voor mij verduidelijken? Alle onyxen hebben namelijk de opaalfactor op beide chromosomen. Als een opaal op één van de chromosomen de onyxfactor bezit, spreken we van een (verkeerd benoemde) intermediaire onyx. Men zegt dan ’ten onrechte’ dat de opaalfactor meer moet worden uitgekweekt. In feite hebben alle onyxen dus minstens twee mutaties. Agaatonyxen hebben er drie, bruinonyxen eveneens drie, en isabelonyxen hebben er vier. Wat krijgen we nu, een zogenaamde Quarz variant. Bedoel je dat, Johan? Weet dat men al een paar jaar bezig is met deze verschijningsvorm. Als ik deze vogel observeer (zie dat dit al een paar jaar bezig is), zijn dit monomelanine zwarte opaalvogels met veel eumelanine. Als ik naar de zwartopaalvogels van onze vriend Roger Van Duyse kijk, zijn dit bijna dezelfde vogels. Voor mij is dit gewoon een zwartopaal met door selectie verkregen meer eumelaninebezit. Proefparingen moeten aantonen of dit werkelijk een recessief verervende factor is. Na twee jaar zal men dit weten door proefparingen te doen met ‘zogenaamd’ normale zwartopalen, die tot nu toe weinig eumelanine hebben. We weten toch allemaal dat onze zwartopalen vroeger fijne en onderbroken bestreping moesten hebben. Of niet soms? Al deze zogenaamde Quarz exemplaren, ook de exemplaren van onze vriend Roger Van Duyse, kunnen nooit meer dan 88 punten behalen omdat in de zwartserie men een maximale phaeomelanine eist en geen monomelanine vogels. Deze vogels bezitten geen maximale phaeomelanine. Men heeft die zelfs eruit gefokt. Contrast, je weet wel… te lezen in alle standaardeisen en naar eigen goeddunken te interpreteren. Men kan dit mooi vinden, en dat is het ook, maar zo zijn we op weg om in al onze vogels met maximale pigment monomelanine vogels te kweken met voornamelijk eumelanine. Willen we dat? Vriendelijke groeten, Gilbert Vanden Borre.

Zie deze weblog: “QUARZO” – Is er door fenotypische selectiedruk een nieuwe loot aan de mutantenstam ontstaan? (juni 2012) (Anteprima: Nuova Mutazione Nel Canarino Di Colore Si Chiama QUARZO a cura di Alex & Mauro Montanaro)

Frans en vrienden, ik ben zelf ook in het bezit van zwartquarzo voor enkele analyses (zie afbeeldingen hierboven). Laten we het eenvoudig beschouwen als een andere variant van de opaalfactor, net zoals de onyx factor. Dus zeker geen combinatie van twee mutaties. We blijven dit verder volgen. Johan van der Maelen – Voorzitter TC Kleur A.O.B.

Beste ornithologische vrienden, wat lees ik? Dat de onyxfactor een andere variant is van de opaalfactor? Dat is nieuw voor mij. Johan, wil je dat voor mij verduidelijken? Alle onyxen hebben namelijk de opaalfactor op beide chromosomen. Als een opaal op één van de chromosomen de onyxfactor bezit, spreken we van een (verkeerd benoemde) intermediaire onyx. Men zegt dan ’ten onrechte’ dat de opaalfactor meer moet worden uitgekweekt. In feite hebben dus alle onyxen minstens twee mutaties. Agaatonyxen hebben er drie, bruinonyxen eveneens drie, en isabelonyxen hebben er vier.

Quarzo – Nieuwe mutant:

Wat hebben we hier? Een zogenaamde Quarz variant. Is dat wat je bedoelt, Johan? Weet dat men al enkele jaren bezig is met deze verschijningsvorm. Als ik deze vogel observeer (zie dat dit al enkele jaren aan de gang is), dan zijn dit monomelanine zwarte opaal vogels met veel eumelanine. Als ik naar de zwartopaalvogels van onze vriend Roger Van Duyse kijk, lijken dit bijna dezelfde vogels te zijn. Voor mij is dit simpelweg een zwartopaal met door selectie verkregen meer eumelaninebezit. Proefparingen moeten aantonen of dit werkelijk een recessief verervende factor is. Na twee jaar zal men dit weten door proefparingen te doen met zogenaamde normale zwartopalen, die tot nu toe weinig eumelanine bezitten. We weten toch allemaal dat onze zwartopalen vroeger fijne en onderbroken bestreping moesten hebben, toch? Al deze zogenaamde Quarz exemplaren… ook die van onze vriend Roger Van Duyse, kunnen nooit meer dan 88 punten behalen omdat in de zwartserie een maximale phaeomelanine wordt geëist en geen monomelanine vogels. Deze zijn niet in het bezit van maximale phaeomelanine. Men heeft die zelfs eruit gekweekt. Contrast, je weet wel… alles staat te lezen in de standaardeisen en is aan interpretatie onderhevig. Men kan dit mooi vinden, en dat is het ook… maar zo zijn we op weg om in al onze maximale pigmentvogels monomelanine vogels te kweken met bijna alleen eumelanine. Willen we dat?

Vriendelijke groeten, Gilbert Vanden Borre
Zie deze weblog: “QUARZO” – Is er door fenotypische selectiedruk een nieuwe loot aan de mutantenstam ontstaan? (juni 2012) (Anteprima: Nuova Mutazione Nel Canarino Di Colore Si Chiama QUARZO a cura di Alex & Mauro Montanaro. Meer informatie op de site van mijn collega, De Kanarieoloog.

Onderzoeksresultaten in het Kweken van Kanaries

Onderzoeksresultaten in het Kweken van Kanaries (Met dank aan Wout van Gils)

De pop geeft toenemende hoeveelheden testosteron door aan haar eieren in de volgorde waarin ze gelegd worden. Dit gebeurt ongeacht of ze is gekoppeld of niet. Het testosteron bevindt zich in de dooier van het ei en is onafhankelijk van het mannetje. Er is vastgesteld dat bij veel vogels de eieren die gelegd worden niet allemaal tegelijk uitkomen en dat de later uitgekomen jongen hogere hoeveelheden testosteron in hun systeem hebben. De kanariepop is geen uitzondering op deze regel, en het lijkt erop dat de pop rekening houdt met het feit dat niet al haar eieren tegelijk uitkomen en de beste strategie initieert voor het overleven van haar jongen.

Het feit dat een pop begint met broeden voordat alle eieren zijn gelegd, is geen teken van degeneratie, maar in de natuur eerder regel dan uitzondering. Wanneer ik de eieren heb weggenomen om gelijkmatig uitkomen te garanderen, heb ik bij het ringen opgemerkt dat er aanzienlijke verschillen in grootte zijn tussen de jongen in een vol nest van 4-5 jongen. Ik beschouwde dit als een vroege kans voor selectie en ringde de vogels op volgorde van grootte, waarbij de laagste nummers naar de “voorkeurs” grotere vogels gingen en het hoogste ringnummer naar de uiteindelijke achterblijver ging, vermoedelijk geboren uit het laatst gelegde ei, het zogenaamde “Schlussei”. De ongelijke grootte van jongen die tegelijk uitkomen, bleek te worden bepaald door de volgorde waarin de eieren worden gelegd en inherent door de toenemende dosis testosteron in elk opeenvolgend gelegd ei.

De rol van testosteron kan niet eenvoudig worden genegeerd, omdat het leidt tot:

– Meer aanhoudend “bedelgedrag”
– Hogere groeisnelheden
– Verhoogde agressiviteit

De rangorde binnen een groep wordt positief beïnvloed door de hoeveelheid testosteron in de eieren. De poppen kunnen iets introduceren in de eieren (testosteron) dat het gedrag van hun jongen verandert. Deze jongen staan hoger in de pikorde en zijn dominanter.

Deze ontdekkingen geven duidelijk aan dat dominantie toeneemt met elk opeenvolgend gelegd ei, zodat het laatst uitgekomen vogeltje de “voorkeurs” keuze zou zijn. Onderzoekers van de Rockefeller University hebben experimenten uitgevoerd met de Belgische Waterslager, en deze hebben aangetoond dat het niveau van testosteron dat de pop doorgeeft, afhankelijk is van:

– Testosteronniveaus binnen de pop
– Omgevingsfactoren
– Volgorde waarin de eieren worden gelegd

Verder onderzoek toonde aan dat de effecten van het injecteren van testosteron in eieren met een zeer fijne naald. De tests waren gebaseerd op zeer grote populatiegroottes en omvatten ook eieren die waren geïnjecteerd met een placido. De resultaten bewezen dat de jongen die geboren werden uit eieren die waren geïnjecteerd met testosteron duidelijke voordelen verkregen ten opzichte van hun broers en zussen.

Het is daarom de moeite waard om meer aandacht te besteden aan die eieren die als laatste uitkomen, omdat deze iets bevatten dat in mindere of meerdere mate ontbreekt in de als eerste gelegde eieren. Hoe dit het best benut kan worden, kan wellicht het beste worden uitgelegd in een ander artikel. Er zijn veel andere factoren, bijvoorbeeld, waarom verlaat een pop het nest voortijdig voordat een van de eieren is uitgekomen. Ik merk op dat ongeveer 50% van de poppen al broeden nadat het eerste of tweede ei is gelegd. Dit betekent dat waar de eieren worden weggenomen en de pop uiteindelijk zes eieren legt, ze 4-5 dagen later begint met broeden dan ze normaal zou doen. Dus na 10 dagen “voelt” ze alsof ze al 14 dagen op de eieren heeft gezeten.

Omgevingsfactoren die van invloed zijn op de testosteronniveaus omvatten ook kweekopstellingen, bijvoorbeeld:

– Kweken van één mannetje met 3 of 4 poppen in een volière
– Koppelen van één mannetje met één pop
– Wisselen van één mannetje tussen twee poppen

Een ander experiment toonde aan dat wanneer de bel

ichting abrupt werd gewijzigd van 8 uur licht – 16 uur donker naar 14 uur licht – 10 uur donker, dus zonder geleidelijke fasering, de eerste eieren na 14 dagen werden gelegd.

Ons onderzoek is nog gaande.

Wout van Gils

Handvoeding van Nestjongen 

Rood mozaïek type 2 dHandvoeding van Nestjongen 

Dit is niets nieuws en kan zeker voorkomen dat sommige zwakkere jongen sterven. Er zijn echter enkele punten om op te letten. Men is geneigd alleen de kleinere en zwakkere jongen met de hand te voeden, maar dat is niet altijd de beste aanpak. Als de zwakke jongen overdag met de hand worden gevoerd, hebben de gezond groeiende jongen de neiging om exclusief door de ouders te worden gevoed, omdat ze sterk concurreren om hun aandacht. Een andere aanpak moet worden gevolgd. Handvoeding moet worden gegeven aan de sterk groeiende kuikens overdag. Dit zal voorkomen dat ze hun snavel opensperren en voedsel van de ouders eisen, die nu hun aandacht richten op de zwakkere jongen en hen in plaats daarvan voeden. Er gaat niets boven wat de ouders produceren met hun spijsverteringssappen, en op deze manier wordt hun groei beter gestimuleerd. Geef deze zwakkere jongen net voor het donker wat extra voedsel en je zult al snel hun herstel waarnemen.


Handvoeding kanaries.Handvoeding – met dank aan Linda Hogan

Handvoeding is een manier waarop ik mijn vogels tam maak. Het temmen maakt mijn vogels makkelijker om mee te werken, of het nu gaat om het vangen van een losse vogel, het trainen in een showkooi of het comfortabel laten zijn bij mijn “controle” van pasgeboren kuikens. (Deze foto’s waren lastig omdat ik zowel de voeder als de fotograaf was!)

Een voermethode die ik dit jaar heb gebruikt, noem ik een voerstation. Ik bevestigde een leeg nest aan de buitenkant van de kooi, op een comfortabele hoogte voor mij, en tilde vervolgens het nest van het kuiken uit de kooi en plaatste het op het lege nest aan de buitenkant van de kooi. Ongeacht waar de kuikens zich bevonden, gebruikte ik hetzelfde lege nest om hun nest op te zetten terwijl ik ze voedde. Ik kon eenvoudig drie kuikens tegelijk voeden door te roteren wie de hap kreeg!

Aan het begin van een voeding willen ze allemaal eten! Mochten ze dat niet doen, dan strijk ik voorzichtig onder hun kin om ze te helpen wijd open te gaan. Zodra er een begint, volgen de anderen meestal.

Wout van Gils

Tip 12: Cloaca veertjes verwijderen?

pop

Cloaca Veertjes Niet Verwijderen, Maar Laten Staan

In veel artikelen, vergaderingen, en voordrachten komt de vraag naar voren: moeten we de bevedering van de man/pop verwijderen, ja of nee? Mijn antwoord is voor de meeste vogels NEE. De cloaca veertjes van de man dienen ook als zaadgeleiders bij de bevruchting van de pop. Dus, als je minder of geen onbevruchte eitjes wilt, laat dan de cloaca bevedering staan.

Als je ze toch wilt verwijderen, bijvoorbeeld bij vogels met een erg lange bevedering (postuur), knip ze dan niet, maar verwijder ze voorzichtig en niet alle pluimpjes in één keer. Doe dit verdeeld over ongeveer drie dagen. Als je de veertjes knipt, is het ook fout omdat de stoppels de pop kunnen hinderen, met een grote kans op weer onbevruchte eitjes.

Mijn advies bij de kanariekweek is om de stuit- en tappluimpjes te laten staan.

Wout van Gils

Tip 13: Rusk – Een Nuttige Toevoeging aan Vogelvoeding

rusk

Rusk: Een Nuttige Toevoeging aan Vogelvoeding

Rusk is een speciaal tarweproduct gemaakt van zuiver tarwemeel, een eiwitrijke grondstof. De rusk die we kennen, is een gebakken en gemalen graanproduct. Vogelliefhebbers gebruiken het als vul- of bindmiddel en het staat bekend om zijn grote opname van water. Rusk heeft de eigenschap dat het ongeveer 8 tot 10 keer zijn eigen gewicht aan water kan vasthouden. Elke kweker is bekend met rusk of heeft er op zijn minst van gehoord. Veel kwekers gebruiken het om hun kleurstoffen of vitamines goed door het eivoer te mengen, wat zorgt voor een goede verdeling. Bovendien zorgt rusk, vanwege zijn hoge wateropnamecapaciteit, ervoor dat het eivoer voor langere tijd luchtig en vers blijft.

Nutritionele Analyse van Rusk:

– Energie: KJ-1539
– Eiwit: 9,5%
– Koolhydraten: 78,2%
– Ruwe vezel: 3,0%
– Vet: 1,3%
– Natrium: 1,0%
– Vocht: 5,0%

Belangrijke Opmerking:

Hoewel rusk ongetwijfeld voordelen heeft, is een waarschuwing op zijn plaats. Week de rusk grondig en aandachtig. Als dit niet goed wordt gedaan, kan onvoldoende geweekte rusk die aan jonge vogels wordt gegeven, opzwellen in hun krop na het voeren door de ouders, wat verstikking kan veroorzaken. Wees voorzichtig.

Wout van Gils

Tip 15: Buis en bloedpennen verzorgen

bloedpenschacht pen

Bloedpennen kunnen ontstaan doordat het bloedvaatje in de veerfollikel beschadigd is, waardoor bloed in de schacht vloeit. Soms herstelt het zich nog wel, maar in ieder geval moet je een bloedpen nooit uittrekken. Meestal komt er toch geen betere nieuwe pen voor in de plaats, en het uittrekken gaat vaak gepaard met bloedverlies.

Buispennen ontstaan doordat het vliesje rondom de groeiende pen niet wil scheuren. De beide haarden kunnen dan niet hun normale stand innemen, waardoor de veer in opgerolde toestand blijft. Buispennen zijn meestal het gevolg van een doorgemaakte ziekte, onjuiste voeding, of een slechte conditie van de vogel.

Volwassen buispennen kunnen gebroken worden door er met je nagels op te drukken; de schacht breekt en zal binnen een dikke week grotendeels verdwijnen. Geef deze vogels wel twee keer per week badwater met badzout. Een staart mag om welke reden dan ook nooit volledig worden uitgetrokken, omdat dit bloedpennen en misvormde pennen kan veroorzaken. Knip een staart die verwijderd moet worden altijd 5 à 6 mm onder het leven af. Na een dikke week kun je de staartpennen rustig en zonder problemen verwijderen; het gedeelte van de staartpen is dan afgestorven. Hierdoor zullen zelden of geen bloedpennen of misvormde pennen meer terugkomen. Nu je dit weet.

Succes,
Wout van Gils

 

De Vroegkweek.

jong kan gekipt

Vroege Kweek

Het is volkomen mogelijk om de broeddrift van vogels te beïnvloeden, vooral voor de “vroege” kweker die vaak al in december met de kweek begint. Het is noodzakelijk invloed uit te oefenen op de broeddrift van de vogels. Een van de vereisten is dat de vogels minimaal 9 maanden oud zijn. Door kunstmatige verlenging van de dag kan men de vogels in broedstemming brengen. Door de dag te verlengen, wordt de hypofyse in de hersenen van vogels geactiveerd, waardoor hormonen worden geproduceerd voor de voortplanting. De kunstmatige dagverlenging moet geleidelijk plaatsvinden, meestal tot ongeveer 14 uur. Dit kan ook direct op 15 uur worden gezet.

Als je bijvoorbeeld in december met de kweek wilt beginnen, moet je in oktober al beginnen met het verlengen van de dag. Wekelijks moet de tijd via de tijdklok met ongeveer een uur worden verlengd. In het kweekseizoen brandt mijn kunstmatige verlichting van 6.00 uur ’s ochtends tot ongeveer 21.00 uur ’s avonds. Tijdens de periode van daglichtverlenging moeten we ervoor zorgen dat de vogels overdag niet te veel gaan slapen. Als dit het geval is, verminderen we de daglichtduur iets. Worden de vogels weer actiever, dan kan de daglichtduur weer worden verlengd. Je zult merken dat de mannetjes agressiever worden en de poppen ook wat onrustiger worden. Ook is het goed om te weten dat met deze methode de mannen iets meer tijd nodig hebben om in voortplantingsconditie te komen.

Naast het verlengen van de dag is het verstandig om een constante temperatuur te handhaven, afhankelijk van de vogels die je kweekt. Voor kanaries is een temperatuur van 10 °C voldoende. Pas ook de voeding van de vogels aan door wat extra haver en/of hennepzaad, eivoer en blauw maanzaad toe te voegen aan het eivoer, wat ook gunstig is voor de broedconditie/broeddrift. Zorg in deze periode ook voor voldoende kalk (bijvoorbeeld sepia). Kalk wordt eerst door het bloed opgenomen en afgezet in het lichaam van het popje op de botten. Later wordt deze kalkvoorraad weer in de bloedbaan gebracht en gebruikt voor de eierschaal. Zorg uiteraard ook voor voldoende maagkiezel en oestergrit. Het is ook aan te raden om enkele keren per week wat pinkies te geven als voorbereiding. Met een goede voorbereiding en vogels van de juiste leeftijd is vroeg kweken zeker mogelijk.

Succes,
Wout van Gils

Tip 16: Zelf Kleurringen Maken

kralen

Zelf Kleurringen Maken:

Bij veel winkels voor vogelbenodigdheden kun je kleurringen kopen, maar je kunt ze ook eenvoudig zelf maken. Koop een pot strijkkraaltjes en pak een kraaltje. Snijd het kraaltje horizontaal doormidden en snijd vervolgens het smallere ringetje aan één zijde door, zodat je het kunt openbuigen. Daarna kun je dit ringetje om het pootje van de vogel plaatsen. Je kunt de kleur kiezen op basis van het geslacht, bijvoorbeeld man of pop. Het kan ook een specifieke kleur zijn, zoals geel voor wit split of agaatwit split opaal. Je hebt hierin je eigen keuze, maar vergeet niet alles goed te noteren in je kweekboek of in een vogelbestandsprogramma. Anders weet je het later ook niet meer. Succes.

Wout van Gils

Tip 17 : Beschadigde eitjes voorkomen.

kunstof knijpringen

Iedereen kent het wel: een of meerdere beschadigde eitjes in het nest. Jammer, het waren misschien weer mooie vogels geworden. Toch is er wel iets aan te doen om dit te voorkomen. Let eens op de volgende zaken:

  1. Doe de metalen knijpringen af, deze hebben scherpe randen. Gebruik voortaan kunststof knijpringetjes, nog beter is om de pop tijdens de kweek geen ringen om te doen.
  2. Controleer de pop op te lange nagels; knippen bij het koppelen is een goed advies.
  3. Haal eventuele bijvoorbeeld kattenbak korreltjes of zaden uit het nest als de pop deze heeft ingedragen.
  4. Als het nest gereed is, draai er dan verschillende malen met een gloeilamp doorheen. Het nest wordt dan super glad.
  5. Blijf tijdens de broedperiode ook controleren dat er geen eitje vast komt te liggen.

Je ziet dat een aantal zaken de oorzaak kan zijn. Door hierop te letten, voorkom je zeker beschadigde eitjes. En dat wil elke kweker: zo min mogelijk problemen tijdens de kweek. Succes.

Wout van Gils

 

Zwarte stip behandeld met succes .

 

zwarte stip

Ingezonden.

Als je tylan had gegeven, zouden je vogels niet dood zijn! Lees maar eens!

Veel liefhebbers in Zuid-Europese landen hadden al lange tijd last van de Zwarte Punt en hebben dit daar ook laten onderzoeken. Daar heeft men naast de Coli-bacterie ook voornamelijk “Micro Plasma” geconstateerd. Medeliefhebbers (van vogels en een goed glas wijn) hebben me geïnformeerd dat men hiertegen Tiamutin gebruikt. Tiamutin is een medicijn dat zowel in vloeibare vorm als in poedervorm verkrijgbaar is. De vloeibare vorm wordt gebruikt voor verstuiving door inhalatie (in een gesloten kooi) om aan de vogels toe te dienen. Dit leek me een nogal ingewikkeld systeem, dus ik heb gezocht naar de effecten van de poedervorm. In Nederland had ik twee producten tot mijn beschikking: de “TylOSINE tartaar” van a.a.-vet Diergeneesmiddelen nv te Harderwijk en de TYLOSINE (TYLAN) van, ik meen, Elli Lilly. Met de TYLOSINE in poedervorm van a.a.-vet Diergeneesmiddelen nv behaalde ik uitstekende resultaten, maar de TYLAN-poeder van Elli Lilly blijkt ook zeker functioneel. Ongeveer vier weken voor de kweek, gedurende vijf dagen 1,5 tot maximaal 2 gram per liter drinkwater toevoegen. Als de besmetting tijdens de kweek weer optreedt, gedurende drie dagen dezelfde dosering verstrekken. Wat er gebeurt, is het volgende: de besmetting van de bacteriën in de poppen wordt tijdens de ontwikkeling van de eileider sterker en sterker. De Myco Plasma komt in het ei, en het ei wordt bebroed. Er komen steeds meer bacteriën, waardoor het jong vaak al in een vergevorderd stadium in het ei sterft. Als het jong wel uit het ei komt, heeft de besmetting al een verteerde plek in de buik veroorzaakt (dat is de “Zwarte Punt”), en het jong ruikt meestal al een beetje. Binnen een dag sterft het jong doorgaans. Medicatie op dat moment is nauwelijks meer mogelijk.

Wout van Gils

Zwarte stip overwonnen met Tiamutin?

zwarte stip

Ingezonden

Beste Wout,

Ik ontdekte ook de aanwezigheid van de “zwarte stip” bij nestjongen van slechts enkele dagen oud op 01/02/2013. Het ene jong na het andere stierf, waardoor ik op jouw website terechtkwam. Ik schafte me onmiddellijk TIAMUTIN aan bij de dierenarts en begon een kuur van 1 gram per liter water. Sindsdien is er geen enkel jong meer gestorven, zelfs al ontdekte ik lichte stippen bij pas uitgekomen jongen. Het probleem blijft dat de “zwarte stip” eigenlijk een virus is en normale antibiotica zouden normaal niet afdoende zijn. Maar het belangrijkste is dat de zwarte stip hiermee kan worden ingedijkt en/of gestopt. Desondanks moeten we de behandelde jongen nogmaals kuren voordat we ze voor de kweek inzetten, omdat ze onzichtbare dragers kunnen zijn. Dit is mijn ervaring met de “zwarte stip” en de behandeling ervan met TIAMUTIN.

Ik hoop dat ik hiermee een beetje heb bijgedragen aan het indijken en/of voorkomen van deze onverwachte, maar gevaarlijke ziekte.

Hier volgt een vervolg op mijn ervaringen met TIAMUTIN. Begin februari 2013 had ik te maken met dode nestjongen met zwarte stip. Ik gaf onmiddellijk een kuur van 5 dagen (1 gram per liter water), en sindsdien zijn er geen dode jongen meer. Het koppel waarbij ik dode nestjongen had, heeft nu een tweede ronde met 6 jongen, allemaal al 12 dagen oud. Hieruit concludeer ik dat we met TIAMUTIN de gevreesde “zwarte stip” kunnen indijken en/of voorkomen door mogelijk voor de kweek een kuur van 5 dagen te geven. Dit zijn mijn bevindingen, en hopelijk hebben andere kwekers hier baat bij.

Groeten, Danny uit Ninove

Tip 18 : Hygiene dan drinkwater flesjes niet vergeten

Hygiëne speelt een cruciale rol in de wereld van vogelkweek, maar het is belangrijk om niet te overdrijven. Vogels moeten niet in een volledig kiemvrije omgeving worden geboren, want dan is de kans op overleving minimaal. Hoewel veel kwekers terecht trots zijn op hun perfect schone hokken, is de kwaliteit van het drinkwater veel belangrijker.water

Het dagelijks verschaffen van vers water is niet voldoende. De drinkflessen, schotels of nippels zijn broedplaatsen voor ziektekiemen. Ze moeten dagelijks worden schoongemaakt met een flessenborstel, spons of doek, en wekelijks worden gedesinfecteerd. Als dit niet regelmatig gebeurt, ontstaat er door de dagelijkse temperatuurschommelingen een dunne slijmlaag tegen de wanden, die zich vermengt met het water. Hierdoor raakt het verse water besmet, wat leidt tot platte mest bij vogels met alle gevolgen van dien. De oorzaak van dergelijke problemen kan niet altijd snel worden gevonden, en tegen die tijd is de vogel al in een vergevorderd stadium van bijvoorbeeld coccidiose, met alle gevolgen van dien. Blijf dus aandacht besteden aan de drinkflesjes en ontsmet ze regelmatig. Dit is een eenvoudige en kosteneffectieve methode met bijvoorbeeld Dettol of bleekmiddel, waardoor de flesjes grondig worden gereinigd en gedesinfecteerd.

Rood intensief

Hoewel we dit niet direct in verband kunnen brengen met voeding, is het wel van essentieel belang. Water is de eerste levensbehoefte voor zowel mens als dier, niet alleen als drinkwater, maar ook als badwater waarmee vogels hun verenpak in goede conditie houden. Bovendien dient het als transportmiddel voor voedsel.

Water is zo cruciaal dat vogels langer zonder voedsel kunnen dan zonder water. Probeer de vogels dagelijks schoon drink- en badwater te geven. Zelfs in de winter baden vogels, zelfs als er sneeuw ligt. Let wel op dat stilstaand water in drinkflessen, vooral bij warm weer, snel een broedplaats kan worden voor schadelijke bacteriën.

 

Voedingsstoffen erg belangrijk.

aanzuren drinkwater

Voedingstoffen niet vergeten.

Koolhydraten vormen een belangrijke energiebron waar de vogel door middel van verbranding gebruik van kan maken. Een overschot aan koolhydraten wordt opgeslagen in de lever.

Vetten zijn, net zoals koolhydraten, een energiebron, maar het kost meer tijd en moeite om ze te verbranden. In vetten zijn de dragers van vitamine A, D, E (vruchtbaarheidsvitamine) en K aanwezig. Een teveel aan vetten wordt opgeslagen als een laag onder de huid; het is belangrijk dat vogels een vetlaagje hebben voor de temperatuurregulatie.

Eiwitten zijn nodig voor de vorming van nieuwe cellen en voor het leveren van warmte en energie. Ongeveer 20 procent van het voedsel moet bestaan uit eiwitten; voor jonge vogels moet dit percentage nog hoger zijn.

Vitamines spelen een cruciale rol in veel functies van de vogels, zoals groei en vruchtbaarheid. Belangrijke vitamines zijn A, B, C, D en E. Door gevarieerd te voeren, krijgen de vogels ongetwijfeld voldoende van alle vitaminesoorten binnen.

Mineralen zijn essentiële voedingsstoffen; vogels hebben bijvoorbeeld kalk nodig voor hun botten en voor de aanmaak van eierschalen. Vergeet daarom nooit sepia, oestergrit en maagkiezel te verstrekken.

Water is noodzakelijk voor temperatuurregulatie, transport, oplosmiddel en andere lichaamsfuncties. Oud water kan een bron van bacteriën vormen, daarom is het belangrijk om het minimaal een keer per dag te verversen. Laat badwater niet langer staan dan noodzakelijk.

  • Koolhydraten:
    • Belangrijke energiebron via verbranding.
    • Overschot wordt opgeslagen in de lever.
  • Vetten:
    • Energiebron met langere verbrandingstijd.
    • Bevat dragers van vitamine A, D, E en K.
    • Teveel wordt opgeslagen als vetlaag onder de huid voor temperatuurregulatie.
  • Eiwitten:
    • Noodzakelijk voor nieuwe cellen, warmte en energie.
    • Ongeveer 20% van het voedsel moet eiwitten bevatten; voor jonge vogels moet dit percentage hoger zijn.
  • Vitamines:
    • Belangrijk voor functies zoals groei en vruchtbaarheid.
    • Essentiële vitamines zijn A, B, C, D en E.
    • Gevarieerd voeren zorgt voor voldoende inname.
  • Mineralen:
    • Essentiële voedingsstoffen; kalk voor botten en eierschalen.
    • Sepia, oestergrit en maagkiezel verstrekken.
  • Water:
    • Noodzakelijk voor temperatuurregulatie, transport en lichaamsfuncties.
    • Ververs water minstens een keer per dag.
    • Badwater niet langer laten staan dan nodig.

Wout van Gils

Tip 19 : Pas op met houtskool.

Vroeger en nog steeds hoor je vogelliefhebbers vaak praten over het toevoegen van houtskool en/of Norit aan hun eivoer. Ik wil hier graag voor waarschuwen! Vogelliefhebbers die houtskool aan hun vogels geven, lopen een ernstig risico omdat de houtskool de vitaminen tijdens het spijsverteringsproces absorbeert en daardoor de werking ervan volledig verhindert. Dit heeft ernstige gevolgen. Het breekt simpelweg de totale en onmisbare vitamines in het vogellichaam af. Wees gewaarschuwd.

Wout van Gils

Tip 20 : Het vast liggen van eitjes voorkomen.

pop broed

Na het leggen van het vierde eitje geven we doorgaans de eitjes terug, waarna de pop aan haar broedperiode begint. Hier wil ik even je aandacht op vestigen: voordat je de eitjes terugplaatst, controleer dan nog even de stevigheid van het nest. Sommige poppen maken een rommeltje van hun nest, terwijl andere juist een perfect nest maken. Daarom werk ik altijd het gemaakte nest nog wat bij als ik de vogels klaarzet om te broeden. Dit doe ik om te voorkomen dat de eitjes vast komen te liggen. Vooral bij broedsels van 5 eitjes wil er nog weleens eentje in het midden van het nest vast komen te zitten, waardoor de pop de andere eitjes moeilijk kan draaien, met het afsterven van de kiem in het ei als gevolg.

Om dit te voorkomen, bewerk ik elk nestje dat ik teruggeef vóór aanvang van het broeden. Met behulp van een oude gloeilamp draai ik deze meerdere keren links en rechtsom door het nest. Soms voeg ik nog wat nestmateriaal toe terwijl ik blijf draaien. Op deze manier krijg je een prachtig stevig en rondgedraaid nest, waar makkelijk 5 eitjes goed kunnen liggen. De pop kan deze dan eenvoudig draaien, waardoor het afsterven van de kiem in het ei door vastliggers wordt voorkomen.

Natuurlijk kan het geen kwaad om tijdens het broeden ook regelmatig even te controleren. Succes.

Wout van Gils

De Geelivoor intensief.

geelintensief

Geel Ivoor Intensief

Vereisten: Een goede, diepe grondkleur is essentieel, evenals een gelijkmatige en zuivere kleur (citroenfactor). Geen schimmelvorming bij de intensieve exemplaren en geen bontvorming in de veren en hoorndelen. Poten en snavel moeten vleeskleurig zijn. Een niet alleen goede, maar zeer goede verenpracht is vereist. Op de foto’s zijn vogels te zien met een zeer goede kleur. Let op dat de vogel aan de rechterkant iets intensiever is dan de vogel aan de linkerkant. Een goede verenpracht is cruciaal; te kort is niet wenselijk, omdat dit andere problemen kan veroorzaken. Zorg ook voor uniformiteit. Een klein minpuntje is dat de vogel aan de rechterkant nogal bleke slagpennen vertoont. De vogel aan de linkerkant heeft echter een gouden medaille behaald bij Vvnk.

Regelmatig inkweken van geelintensieve exemplaren is noodzakelijk om onze gele kleur op peil te houden. Anders kunnen onze ivoorkleurige vogels te zwak van grondkleur worden. Ik ben van mening dat het inkweken van ivoor in onze gele kleur ook verbeteringen brengt in onze verenpracht, waardoor we een zachtere verenstructuur krijgen. U moet zoeken naar de juiste verhouding van kleurstoftoediening om de juiste kleurgraad te bereiken en deze gelijkmatig te maken. Er zijn veel intensieve exemplaren, maar weinig goed egale vogels te zien. Onthoud dat te veel van het goede soms nadelig kan zijn. Mijn conclusie is dan ook: “Beter een iets minder intensieve vogel, maar wel egaal van kleur met een strakke verenpracht.”

Wout van Gils

Verenplukken kan grotendeels worden voorkomen

Verenplukken kan grotendeels worden voorkomen.

Verenplukken is een bekend probleem voor veel kanariekwekers en het treft elk jaar veel liefhebbers. De frequentie kan per persoon verschillen, maar we hebben allemaal wel eens te maken gehad met gevallen van verenplukken, daar ben ik zeker van.

Waarom gebeurt dit en wat kunnen we eraan doen? Verenplukken kan om verschillende redenen ontstaan, elk met een andere oorzaak en vereisend een verschillende remedie, maar het moet snel worden toegepast. Als de juiste maatregelen worden genomen, kan verenplukken bijna volledig worden geëlimineerd.

De redenen voor verenplukken zijn divers.

  1. Overbevolking van volières of kooien
  2. Onjuist gemaakte, geplaatste of gemonteerde zitstokken
  3. Een gebrek aan aminozuren of andere voedingselementen in het dieet
  4. Vogels met bebloede veren niet onmiddellijk scheiden
  5. Een gebrek aan geschikt nestmateriaal
  6. Pastel- en/of ivoorkleurige vogels geplaatst bij andere kleurvariëteiten
  7. Verveling en onvoldoende afleiding voor de vogels
  8. Vogels van verschillende leeftijden in één volière of kooi
  9. Een erfelijke factor

Zoals je ziet zijn er verschillende oorzaken die aanleiding kunnen geven tot verenplukken.

Welke preventieve maatregelen kunnen worden genomen?

  1. Overbevolking Bij overbevolking hebben vogels onvoldoende vliegruimte en zitplaatsen, wat leidt tot gevechten met verlies van veren en veerpennen. Zorg ervoor dat je vogels voldoende ruimte hebben en scheid elke geplukte vogel zo snel mogelijk.
  2. Zitstokken De kans op verenplukken is groter wanneer zitstokken niet handig zijn om op te zitten voor de vogels. Controleer de diameter van de zitstokken. Zorg ervoor dat zitstokken op de juiste manier worden gemonteerd en geplaatst in broedkooien, zodat elke vogel zijn eigen plek heeft en de zitstokken voldoende uit elkaar liggen om te voorkomen dat vogels elkaar bereiken.Plaats de zitstokken ook zo hoog mogelijk. Vogels zitten graag hoog in de volière of kooi.
  3. Gebrek aan voedingsstoffen Verenplukken is veel minder waarschijnlijk wanneer een uitgebalanceerd dieet en natuurlijke vitamines worden verstrekt. Veerpennen bevatten aminozuren die zoet smaken en zeer aantrekkelijk zijn voor kanaries. Dit is de belangrijkste reden waarom verenplukken met alle gevolgen van dien zo snel uit de hand kan lopen.Zorg regelmatig voor een gevarieerd dieet en voldoende vitamines, en plaats eens per week een halve ui in je volière. Uien zijn een rijke bron van aminozuren. Ook kan een half voorgekookte aardappel helpen om het probleem te verlichten.
  4. Bloedige veren Zoals hierboven vermeld, vermenigvuldigt het probleem zich snel als aangetaste vogels niet onmiddellijk worden gescheiden van de gezonde.
  5. Gebrek aan nestmateriaal Normaal gesproken beginnen ouderlijke vogels met het bouwen van hun nieuw nest wanneer de jongen het nest verlaten en mooi zijn bekleed met een mooie veerjas. Als er een gebrek is aan geschikt nestmateriaal, worden de jonge vogels snel beroofd van hun donsveren, en tenzij er actie wordt ondernomen, verdwijnen ook de vlieg- en staartveren. Zorg dus voor voldoende verschillend nestmateriaal, zodat ze hun favoriete materiaal kunnen kiezen om op het juiste moment hun nest te maken.Normaal gesproken zal de hen stoppen met plukken nadat ze haar eerste ei heeft gelegd. Als je een broedkooi hebt met een aparte babykooi, wordt het nog eenvoudiger om het probleem volledig te vermijden. Je kunt ook de man weghalen zodra het tweede ei is gelegd. Een andere oplossing voor het probleem is om het nest met jongen in een grotere kooi te plaatsen met ongeveer 5 hennen die als pleegmoeders dienen. Zij zullen de jongen het meest effectief grootbrengen en voeden.
  6. Ivoorkleurige, pastel- en kuifvogels Veel kwekers weten dat sommige kanarierassen vatbaarder zijn voor verenplukken dan andere.Ivoor, pastel en in mindere mate de bruinen en de kuifjes. Ik weet niet waarom dit het geval is, maar ik zou aanraden deze variëteiten gescheiden te houden en niet te mengen met andere kleurvariëteiten in de volière.Als iemand weet waarom deze variëteiten vatbaarder zijn voor plukken, zou jouw input zeer op prijs worden gesteld.
  7. Verveling Deze oorzaak is eigenlijk een onderdeel van punt 1. Met voldoende en goede voeding, sepia, schelpengrit, natuurlijke vitamines, een ui per week, wat millet sprays, een stuk touw, kan verenplukken grotendeels worden voorkomen.
  8. Vogels van verschillende leeftijden Wanneer oudere en jongere onafhankelijke vogels samen worden gezet en de oudere vogels een nest willen maken maar er is geen nestmateriaal beschikbaar, zullen ze beginnen de veren van de jonge vogels uit te trekken. Het is altijd beter om vogels van verschillende leeftijden gescheiden te houden, maar houd ze zeker uit elkaar tijdens het broedseizoen.
  9. Erfelijke factoren Ondanks wat hierboven is geschreven, geloof ik dat verenplukken grotendeels erfelijk is. Het is daarom essentieel om verenplukkers in je stamboek op te nemen en ze weg te doen als verenplukken inderdaad een veelvoorkomend verschijnsel is geworden. Door dit te doen, heb je grotendeels een lastig probleem geëlimineerd.

Ik vertrouw erop dat door bovenstaande maatregelen te implementeren, verenplukken voor jou tot het verleden zal behoren. Als het toch aanhoudt, kun je er zeker van zijn dat je te maken hebt met een erfelijke factor.

Wout van Gils, Vertaald door Bernard Reinen, Bedankt Bernard.

De rui als indicator voor de gezondheidstoestand van uw vogels.

De rui als indicator voor de gezondheidstoestand van uw vogels

Vogels in goede conditie zullen normaal gesproken redelijk snel ruien, op voorwaarde dat ze voldoende ruimte hebben en niet in overvolle volières of kooien worden gehouden.

Het is uiteraard van het grootste belang om een evenwichtige en voedzame voeding te geven met wat extra vitamines, aangezien een ruiende vogel veel energie nodig heeft om oude veren af te werpen en nieuwe te laten groeien.

Omdat veren bestaan uit keratine=eiwit. Voor een probleemloze rui is een goede voeding rijk aan eiwitten en mineralen essentieel.

De rui is een goede indicator voor de conditie van uw vogels

De conditie van de veren van een vogel is een goede indicator voor de gezondheid van de vogel.

Wanneer een vogel ziek is of in een slechte conditie verkeert, zal de vogel heel langzaam en vaak slechts gedeeltelijk ruien…

Voor een snelle rui moet met een aantal factoren rekening worden gehouden. Een goede gezonde voeding met een goede zadenmengeling en wat extra vitamines en zachtvoer zijn noodzakelijk.

Geef de vogels ook voldoende natuurlijk licht en minimaal twee keer per week de gelegenheid om goed te baden. Eén keer per week voeg ik een beetje badzout voor duiven toe aan het water. Het zout helpt het stof te verwijderen, het nieuwe verenkleed zachter te maken en de veermijt op afstand te houden.

Zorg er ook voor dat de volière of kooi niet te druk is.

Tijdens de ruiperiode moeten de vogels zoveel mogelijk met rust gelaten worden.

Om de vogels bezig te houden, kunt u wat gierstspray in de volière doen of wat touwtjes ophangen.

Afgeschermde zitstokken helpen het plukken van veren tegen te gaan. Zet om dezelfde reden ook een keer per week een halve ui in de volière of een halve voorgekookte aardappel.

Veren hebben een beperkte levensduur en worden bij elke rui vernieuwd. Als we ons realiseren dat een kanarie ongeveer 1500 veren heeft, wat ongeveer 10% van het gewicht van de vogel is, is het gemakkelijk te begrijpen hoeveel energie en hulpbronnen er nodig zijn om de vogel succesvol door de rui te laten gaan.

De vogel verliest vaak gewicht en dit wordt duidelijk zichtbaar als we de vogel in onze hand houden. Eivoer en oliehoudende zaden zoals koolzaad, lijnzaad en gepelde eed dienen gedurende de gehele ruiperiode ter beschikking te worden gesteld. Ook toegevoegde vitamines in het drinkwater en een supplement probiotica zijn zeer behulpzaam voor een goede conditie van de vogels.

En vergeet niet dat een goede en succesvolle rui uw succes op de show en succes voor het volgende kweekseizoen zal bepalen.

Vertaald uit een artikel van Wout van Gils

www.woutvangils.be

Zwarte luis bij kanaries

zwarte luis

Zwarte luis bij onze kanaries, Ornithonyssus bursa (Berlese), ook wel Leiognathus 1888 genoemd – een ware overlast!

De zwarte luis, Ornithonyssus bursa (Berlese), is, net als de bloedmijt, een ectoparasiet die alleen aan de buitenzijde van zijn gastheer leeft. Oorspronkelijk afkomstig uit tropische gebieden, is deze luis waarschijnlijk met importmateriaal naar onze streken gekomen. Vooral kanariefokkers ondervinden grote problemen met deze luis tijdens de broedperiode, vooral in het voorjaar en vroege zomer.

De mijt richt zich vooral op nestjongen en lijkt niet goed in staat te zijn om zich met behulp van volwassen dieren in leven te houden. De massale aanval van mijten op de nestjongen verzwakt de jongen sterk, wat vaak leidt tot hun dood na enkele dagen. Bovendien kan deze mijt ziekten overbrengen. Ook de dierenliefhebber zelf kan last hebben van deze mijt, die tijdens het verzorgen van de vogels op het lichaam terechtkomt, bijt en speeksel inspuit, wat rode en jeukende vlekjes veroorzaakt.

Algemene kenmerken:
Een volwassen zwarte luis is ongeveer 0,5 mm groot, heeft 8 poten en is licht beige tot transparant van kleur met een duidelijke tekening op het lichaam. Vrouwtjes zetten eieren af op stof en restmateriaal in de buurt van vogelnesten. De eieren komen na 1 à 2 dagen uit, afhankelijk van de temperatuur. Ze doorlopen verschillende stadia voordat ze volwassen zijn.

Leefwijze:
De zwarte luis leeft in de directe omgeving van jonge vogels, vooral rond nesten. In tegenstelling tot bloedmijten zijn ze niet lichtschuw en krioelen ze overdag op voerbakjes en rond nestranden. Tijdens het verzorgen van de dieren kunnen ze snel op het lichaam van de verzorger terechtkomen. Ze bijten jonge vogels om bloed af te nemen en lopen vaak over de veren van volwassen vogels. Poppen op het nest worden ook aangetast, waardoor ze onrustig worden en het nest verlaten, waardoor jongen aan hun lot worden overgelaten. Het is gebleken dat ze hun eieren ook in het voer van de vogels leggen, wat de verspreiding vergemakkelijkt. Hygiëne is essentieel om besmetting te voorkomen en te bestrijden.

Symptomen:
Het is belangrijk een besmetting met zwarte luis vroeg te ontdekken door nesten elke drie dagen op mijten te controleren. Snelle interventie bij de eerste waarneming is cruciaal om de plaag te voorkomen.

Bestrijding:
Het bestrijden van zwarte luis is niet eenvoudig. Er zijn biologische en chemische bestrijdingsmiddelen beschikbaar, waaronder Parasiet-Ex en Evermectine. Voorkomen is beter dan genezen, omdat een uitbraak tijdens de kweek funest kan zijn voor jonge vogels en de verdere kweek. Opslag van voer en bodembedekking op een andere plaats kan de kans op herhaling minimaliseren.

Zwarte luis bij volièrevogels:
Deze luis, afkomstig uit tropische gebieden, is door import van dieren een groeiend probleem geworden. De luis is licht van kleur, beweegt snel en is moeilijk te ontdekken in de kweekruimte. Tijdens de kweek vermenigvuldigt de luis zich snel en kan een grote impact hebben op jonge vogels en de verdere kweek. Vloeibare Ardap of Frontline zijn effectief gebleken tegen deze resistente luis. Voorkomen is cruciaal, en vroege ontdekking van een besmetting is essentieel.

Wout van Gils

Onderzoek Sigaretten peuken tegen bloedluizen

Onderzoek naar sigarettenpeuken in vogelnesten.

Het zijn niet alleen mensen die van sigaretten houden; ook vogels die in stedelijke gebieden leven, gebruiken vaak sigaretten, of beter gezegd, de peuken, om hun nesten te bouwen. Hoewel sigaretten schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid van mensen die roken, blijkt dat sigaretten een positieve invloed kunnen hebben op vogels die de mondstukken gebruiken om hun nest te maken, aangezien ze het aantal parasieten in de nesten verminderen. Bestrijdingsmiddelen op basis van nicotine worden gebruikt om sommige gewassen te beschermen tegen insecten. Constantino Macias Garcia en zijn collega’s van de Universiteit in Mexico City hebben parasieten in vogelnesten gelokt.

Het team plaatste verwarmde vallen in de nesten van 27 vinken en 28 huismussen, veelvoorkomende soorten in stedelijke gebieden. De vallen hadden elektronische weerstanden aan twee zijden van de nesten om warmte te genereren en parasieten zoals mijten aan te trekken. De mijten werden vervolgens gevangen op zelfklevend plakband. Het team plaatste ook gebruikte en ongebruikte mondstukken (filters) in de nesten om te bepalen of de mijten mogelijk een voorkeur hadden.

sigaret nest

Na het uitvliegen van de jonge vogels werden de nesten verzameld en geanalyseerd. Het resultaat toonde aan dat hoe meer peuken werden gebruikt bij het maken van een nest, hoe minder parasieten er werden aangetroffen. Opvallend was dat de vallen met gebruikte filters gemiddeld 60% minder mijten bevatten dan de nesten met ongebruikte filters. Dit suggereert dat nicotine en andere chemicaliën in sigaretten daadwerkelijk een bestrijdende werking hebben tegen mijten, aangezien deze stoffen alleen in de filter terechtkomen tijdens het roken. Betekent dit nu dat vogels sigarettenfilters gebruiken om parasieten te weren? Dat is niet noodzakelijk het geval, zegt Macias Garcia. Het is mogelijk dat vogels de cellulose van de filters gebruiken omdat het nesten goed isoleert als vervanging van haar en veren.

Veel onderzoek richt zich op de negatieve invloed van mensen op vogels en dieren in de natuur, zegt Paige Warren van de Universiteit van Massachusetts, die niet betrokken was bij deze studie. Toch worden er ook nieuwe mogelijkheden geboden aan vogels en dieren in stedelijke gebieden. Het volgende doel van het team is om te achterhalen welke filters (mondstukken) de voorkeur van vogels hebben wanneer ze de keuze krijgen tussen gebruikte en ongebruikte filters. Als vogels het verschil kunnen ruiken en de voorkeur geven aan gebruikte filters, suggereert dit dat vogels weten dat gebruikte mondstukken parasieten kunnen bestrijden. Het team wil ook onderzoeken of de stoffen in gebruikte filters schadelijk zijn voor vogels. Dave Shutter, een bioloog aan de Arcadia Universiteit in Wolfsville, Nova Scotia, Canada, noemt de studie “heel interessant”, maar de resultaten zijn nogal vaag.

Opmerkelijk is dat de vogels ook een voorkeur lijken te hebben voor een bepaald merk. Marlboro Rood werd meer gebruikt dan elk ander merk. Monserrat Suarez Rodriguez, die aan het onderzoek heeft deelgenomen, geeft aan dat niet duidelijk is of het de vogels zijn of de studenten die de voorkeur geven aan dit merk.

Vertaling B. Reinen

De mogno Factor. Nieuwste mutant ?

Nieuwste ‘Mutant’ in de Bruinreeks (Braziliaanse origine) – De MOGNO (mahonie) – Zie verslag.

Van Opaal, over Quarzo, naar Mogno?mogno

Toen Darwin ontdekte dat isolement leidde tot verschillende evoluties, had hij waarschijnlijk nooit gedacht dat deze bevinding ook betrekking zou hebben op onze kanariesport. In Brazilië kweken ze al meer dan 15 jaar bruine opalen met als doel zoveel mogelijk melanine te ontwikkelen. Dit heeft geresulteerd in wat zij de Mogno noemen, verwijzend naar een inheemse boom (Swietenia macrophylla) van 25 tot 30 meter hoog met donker gebladerte en grote kastanjekleurige vruchten.

Tijdens het congres van experts van de 10 A-landen in Palaiseau (F) werden deze vogels getoond en voorgedragen om het erkenningstraject te starten. Luiz Beraldi, de voorzitter van de FOB*, legde uit hoe hij tot deze beslissing was gekomen.
Gedurende ongeveer vijftien jaar koppelden kwekers van bruine opaal vogels die het meeste eumelanine (streping) vertoonden. Dit heeft ertoe geleid dat deze vogels jaar na jaar donkerder werden en steeds verder afweken van de standaard van de bruine opaal die in Europa wordt gebruikt. Het was dus geen plotselinge mutatie, maar een kleurslag die door middel van zeer gerichte selectie is gekomen tot wat hij nu is. Het moet gezegd worden dat deze vogels zeker iets bijzonders hebben. Het zijn heldere vogels met een duidelijk patroon. Brazilië wil deze kleurslag voorstellen in de bruine en zwarte reeks. Ze waren dan ook verrast toen ze vorig jaar tijdens de show in Reggio Emilia vogels zagen die waren ingediend onder de naam Quarzo. Deze vogels waren namelijk de vogels waarmee ze vijftien jaar geleden begonnen waren om de Mogno te ontwikkelen. Dus ze claimen eigenlijk deze opalen met meer eumelanine. Als deze ontwikkeling doorgaat, zal de Quarzo niet apart erkend worden, maar zullen ze moeten evolueren naar de onderstaande standaard die Brazilië hiervoor heeft opgesteld.

KENMERKEN
De Mogno kanarie wordt gekenmerkt door een wijziging van zwart- en bruineumelanine en een reductie van het bruine phaeomelanine. Er is een omkering van het zwarte en bruine eumelanine met concentratie in de schachten van de veren. Dus de onderkant van de schacht is donkerder dan de bovenkant.
Zwart Mogno
De Mogno factor vermindert bij deze vogels het phaeomelanine en veroorzaakt een omkering van het zwarte eumelanine. De factor heeft geen invloed op de melanisatie van de snavel, poten en nagels, die zeer donker moeten zijn. Deze kenmerken zorgen ervoor dat het patroon loodkleurig wordt. Een ander kenmerk van deze kleurslag is de zwarte onderzijde van de slag- en staartpennen. De streping moet breed en zo recht mogelijk zijn en moet een donkere loodkleurige tint hebben. Goede exemplaren vertonen een duidelijke kopmelanisatie.
Zwart Mogno
De Mogno factor vermindert bij deze vogels het phaeomelanine en veroorzaakt een omkering van het bruine eumelanine. Deze omkering resulteert in een donkere onderzijde van staart- en vleugelpennen. De vogel krijgt een bruin-grijze tint, soms zelfs met een nuance van zwart. De bruin-grijze tint die wordt waargenomen, wordt voornamelijk veroorzaakt door het “omkeren” van het bruine eumelanine. Vogels met lichtbruine eumelanine worden niet geaccepteerd om verwarring met bruin eumo en satinet te vermijden. De basiskleur wordt bruinig-grijs. Slag- en staartpennen hebben dezelfde kleur als de rugstreping. Snavel, poten en nagels zijn bruinachtig.

K.B.O.F. Speciaalclub Kleurkanaries Antwerpen – Jan Van Overvelt –

Wat je tegenkomt in de ruiperiode.

Wat je tegenkomt in de ruiperiode.

Eén keer per jaar verwisselt de kanarie zijn verenpak, dit gebeurt tijdens de rui. Het eerste jaar wisselen de jonge vogels alleen de donsveertjes. Dit gebeurt normaal gesproken in de maanden juli en augustus. Bij de jonge vogels vindt echter het eerste jaar geen volledige verenwisseling plaats; alleen de contourveren worden geruid, de slag-, staart- en dekveren wisselen het eerste jaar niet.

Na de jeugdrui, zoals deze eerste rui wordt genoemd, tonen de kanaries pas hun werkelijke kleuren. Deze kleurverandering tijdens de jeugdrui is het gevolg van hormonale processen. Het jeugdkleed van de kanarie is over het algemeen veel doffer en laat, afhankelijk van de kleur, meer bruine veerpartijen zien in de vleugel- en staartpennen en op het rugdek. Het feit dat de vleugel- en staartpennen tijdens de jeugdrui niet wisselen, is nadelig voor kleurslagen waarvan wordt geëist dat ze geen bruin mogen vertonen. Maar dit geldt ook voor kleurslagen waarbij wordt verwacht dat vleugel en staart goed doorgekleurd moeten zijn.

Een jonge kanarie kan door een ongelukje één of meer staart- of vleugelpennen verliezen, bijvoorbeeld tijdens het vangen of bij vechtpartijen in de vlucht. Deze veren zullen in ongeveer zes weken weer aangroeien, maar ze zullen langer worden dan de veren die zijn blijven zitten. Dit verschil kan bij de staartpennen wel een halve centimeter bedragen. Het gevolg is dat een kanarie, als hij aan één kant enkele staartpennen heeft verloren, een asymmetrische staart krijgt.

Eenmaal uitgegroeid is een veer dood en verandert niet meer. Het groeit niet meer en ook de kleuren die zijn ontstaan door de kleurstofkorrels veranderen niet meer door lichaamsprocessen. Ze kunnen echter door externe oorzaken veranderingen ondergaan, bijvoorbeeld door het uitlogen van het pigment onder invloed van de zon. Dit bleken doet zich vooral voor bij kanaries in de bruine isabel serie, vooral als deze vogels in een buitenvolière verblijven en langdurig aan zon en regen worden blootgesteld. Het verlies van pigment kan de bevedering bijna pigmentloos doen lijken, vooral door de ozonwerking die optreedt na een regenbui bij zonnig weer. Dus, ook de zon heeft invloed op de uiteindelijke kleuruiting van de vogel. Let daar goed op, want het kan het volledige uiterlijk van bepaalde vogels foutief weergeven.

Wout van Gils

Blijf ook op de ontlasting letten

Het is zeer aan te raden voor elke vogelbezitter om regelmatig naar de uitwerpselen van de vogel(s) te kijken. Veranderingen in het ontlastingspatroon of in de uitwerpselen kunnen namelijk wijzen op verschillende ziekten.

De uitwerpselen van vogels bestaan uit 3 componenten: de faeces (ontlasting), de urine en uraten en worden gezamenlijk uitgescheiden via de cloaca. De ontlasting van de parkiet is wormvormig en is bij zaadeters vaak donkergroen van kleur. Bij grasparkieten die enkel pellets eten is deze vaak bruin gekleurd. Bepaalde voedselsoorten zoals bessen kunnen de ontlasting van kleur doen veranderen. Als een parkiet 24 uur niet eet, treedt er een kleurverandering op, waarbij de ontlasting een bijna teerachtige substantie wordt en donkergroen tot zwart wordt door de stof bilirubine.

Soms bevat de uitwerpselen meer vocht dan normaal. Als de faeces nog gevormd is, is er geen sprake van diarree, maar eerder van een toegenomen urine-uitscheiding. Als het “groene gedeelte” (de ontlasting) echter niet gevormd is, is er wel sprake van diarree.

De urine wordt uitgescheiden door de nieren, en de hoeveelheid is afhankelijk van de drinkgewoonten en het dieet van de vogel. Het derde zichtbare bestanddeel in de ontlasting zijn de witachtige uraten, afbraakproducten van de eiwitten die de vogel eet. Veranderingen in de kleur van de uraten kunnen wijzen op ziekte, zoals groen of geel bij leverziekte.

Een misverstand is dat vogels diarree krijgen van het eten van fruit of groente. Dit is niet waar; de hoeveelheid urine neemt toe, maar de faeces blijft normaal gevormd. Te veel vochtuitscheiding kan ook optreden bij stress, bijvoorbeeld tijdens een bezoek aan de dierenarts.

Ten slotte zijn er verschillen in grootte, hoeveelheid en frequentie van ontlasting. Bloed in de urine kan wijzen op loodvergiftiging of een nierinfectie. Een toegenomen urineproductie kan komen door een verhoogde consumptie van fruit en groenten, maar kan ook duiden op een infectie, stress of dorst als gevolg van een metabole ziekte.

Diarree kan veroorzaakt worden door bacteriën, protozoën, virussen, wormen en toxines. Bekijk daarom regelmatig de ontlasting van uw gevederde vriend. Als deze afwijkend is, ga dan naar de dierenarts. Leg een paar uur voor het bezoek een schoon stukje plastic op de bodem van de kooi om de uitwerpselen op te vangen. Uw dierenarts kan door microscopisch onderzoek een eventuele diagnose stellen en tijdig een behandeling starten.

Wout van Gils

kanarie geel ziek

Knoflook tegen bloedluisbestrijding

bloedluis

Het heeft niet veel gescheeld of alle middelen tegen bloedluis waren verboden. Gelukkig zag de regering op tijd in dat dit niet de bedoeling was. Nu zijn er weer een paar middelen, meestal biologisch. Hieronder vindt u er enkele. Let op: De toelatingen worden verstrekt door het CTGB. Op de website van het CTGB vindt u altijd de meest recente informatie. Als u wilt weten of een product nog is toegelaten en voor wie, adviseren wij u de website van het CTGB te raadplegen.

Diatomeeënaarde, een natuurlijk middel

Diatomeeënaarde is een natuurlijke grondstof die van nature in onze bodem voorkomt. Het wordt ook wel in tandpasta toegepast vanwege zijn schurende werking. Deze schurende werking is ook effectief bij de bestrijding van rode bloedluis. De bloedluizen kruipen door het bloedluispoeder en schuren zo hun skelet open, wat leidt tot uitdroging en sterfte.

Knoflook maakt het bloed onaantrekkelijk.

Door kippen een knoflookextract toe te dienen, wordt het bloed voor bloedluizen onaantrekkelijk, waardoor ze uitdrogen. Deze milieuvriendelijke en kipvriendelijke methode van bloedluisbestrijding wordt steeds vaker toegepast. Het knoflookextract kan worden gedoseerd in het drinkwater of worden gemengd met het voer. Zeker de moeite waard om uit te proberen.

Wout van Gils

Het koppelen van vogels nadat de kweekvoorbereidingen zijn voltooid

badende-kanarieIn mijn eerdere artikelen besprak ik de voorbereiding en voeding bij het conditioneren van fokvogels. We hebben het belang benadrukt van het observeren van je vogels en alleen vogels te gebruiken die oud genoeg en gezond zijn. Ook belichtte ik de aspecten van verlichting en voeding, allemaal belangrijke factoren die moeten worden gecontroleerd en geobserveerd. Evenzo mag onze aandacht voor desinfectie en bestrijding van ongedierte nooit verslappen.

Voor het koppelen moeten we de vogels controleren op eventuele duidelijke tekenen van ziekte en/of darmproblemen. Het is duidelijk dat zieke vogels niet voor de fok mogen worden gebruikt. Ondanks dat de vogels er gezond uitzien, geven de meeste fokkers ze toch een behandeling. Zelf geef ik ze gedurende drie dagen een gram Baycox (of Amprolium) per liter water. Dit wordt gevolgd door een multivitaminesupplement gedurende twee dagen, en daarna nog een behandeling met Baycox. Het doel hiervan is om eventuele coccidiose te onderdrukken, ook al is dit op dat moment misschien niet duidelijk. Dit wordt uitgevoerd bij alle vogels in het betreffende gebied. Een andere optie is om ESB3 (breed-spectrum antibioticum) te gebruiken met één gram per liter drinkwater gedurende vijf dagen, gevolgd door twee dagen vitaminen en afsluitend nog eens drie dagen ESB3.

Het koppelen van de vogels brengt andere factoren met zich mee die onze aandacht vereisen. Ik plaats de mannetjes eerst in de kweekkooien, omdat ze iets meer tijd nodig hebben dan de vrouwtjes om in conditie te komen. Ik weet dat sommige fokkers hun vrouwtjes eerst in een kooi zetten, maar dan moeten ze andere methoden hebben om de mannetjes het tekort te laten inhalen. De kweekkooien en het algemene gebied moeten grondig worden ontsmet, en stappen moeten worden ondernomen om ongedierte te elimineren. De kooien zijn schoon en de bodem is bedekt met karton, schelpengrit of iets anders, afhankelijk van persoonlijke voorkeur. Een bak met grit en vogelmineralen is onmisbaar. Zorg ervoor dat het nest binnenin aan de voorkant hangt of aan de buitenkant voor een betere luchtcirculatie en om ervoor te zorgen dat de jongen zich meer op hun gemak voelen wanneer ze bij de voorkant worden grootgebracht. Controleer of de zitstokken niet loszitten of te dicht bij het dak van de kooi zitten, omdat dit kan leiden tot onvruchtbare eieren. Ik plaats ook een voorgemaakt sisal nest in de nesthouder, zodat de vogels al een bestaand nest hebben en het alleen nog maar hoeven af te maken.

Voordat de mannetjes in de kweekkooien worden geplaatst, knip ik die nagels die te lang zijn, maar ik zorg ervoor dat ik de centrale bloedader niet doorsnijd. Sommige fokkers knippen of verwijderen de veren rond de cloaca, maar ik raad deze praktijk sterk af vanwege mogelijke irritatie rond de cloaca van het mannetje met als gevolg onvruchtbaarheid. Ook kan de stoppels die worden veroorzaakt door het knippen van de veren van het mannetje de hen irriteren, wat ook kan leiden tot onvruchtbaarheid. Veel teksten stellen dat de cloacaveren van het mannetje eigenlijk een succesvolle bevruchting vergemakkelijken – nog een reden om de cloacaveren niet te knippen of te verwijderen.

Wanneer de mannetjes in de broedkasten worden geplaatst, verhoog dan de omgevingstemperatuur tot ongeveer 18°C maximaal en stel de verlichting in op ongeveer 14,5 uur. Houd er rekening mee dat de klok nog één keer moet worden aangepast. Als je naar je werk moet, stel dan de tijden zo in dat het licht aan is wanneer je ’s ochtends je vogels voor het eerst voedt.

Wanneer de mannetjes in hun broedkasten zitten, plaats ik een paar vrouwtjes voor hen. Je zult zien dat sommige mannetjes direct reageren. Zorg voor extra voedsel en eivoer drie keer per week, en na 1½ week kun je de vrouwtjes bij de mannetjes plaatsen. Een vrouwtje in broedconditie heeft een gezwollen cloaca en het onderste deel van de buik krijgt een helderrode tint, bijna vuurrood. Je zult zien dat sommige vogels al zullen proberen te paren, wat een teken is dat alles goed verloopt. Andere vogels hebben wat meer tijd nodig, maar de meesten zullen snel een band vormen.

Er zijn momenten waarop vogels blijven vechten. Dan moet je actie ondernemen en de redenen voor het aanhoudende vechten zijn divers, maar meestal omdat een van de vogels niet in broedconditie is of omdat een van de vogels een band heeft ontwikkeld met een andere vogel. Je kunt dit laatste herkennen als het vrouwtje roept en dezelfde man antwoordt vanuit een andere kooi. Als je selectiecriteria het toelaten, kun je het vrouwtje in kwestie dan bij de andere man plaatsen en zal er een band ontstaan.

Een andere aanpak is om de vogels enkele dagen te scheiden en ze ’s avonds terug te zetten, maar let op vogels die blijven vechten. Nestmateriaal kan na vier dagen worden verstrekt en de vogels kunnen beginnen met paren. Een goede voorbereiding zal zich uitbetalen, omdat de vrouwtjes meteen beginnen met het maken van een nest.

Controleer of het nest goed is afgewerkt of vorm het bij door een bol binnenin het nest te draaien. Zodra het vrouwtje begint te leggen, wordt aanbevolen om elk ei dagelijks te verwijderen en

te vervangen door het vierde ei; bewaar de eieren op een koele, schaduwrijke plek – niet in de zon. De vrouwtjes zullen nu beginnen met broeden en de kuikens zullen na 14 dagen uitkomen. Zorg voor een goed geventileerde broedruimte, bied baden aan en/of besproei de eieren een beetje. Controleer regelmatig of de eieren vrij kunnen worden gedraaid door het vrouwtje. Merk op dat in een gezond legsel de puntige uiteinden van de eieren naar elkaar toe wijzen.

Ik wens je een gezond broedsel toe

Wout van Gils

 

Rui en daglichtlengte zijn van groot belang

Ruien en daglengte zijn cruciaal.

De lengte van de dag is cruciaal in het rui-proces. Iedereen die vogels houdt, weet dat vogels ruien na de langste dag (21 juli). De rui begint dus wanneer de dagen korter worden. Voor dieren die binnenshuis zijn gehuisvest en een vast dag/nacht ritme hebben, kan dit proces worden gesimuleerd. Als het licht ’s avonds een paar uur eerder wordt uitgeschakeld, zullen de dieren binnen enkele weken beginnen met ruien. Hoe eerder het licht dus uitgaat, met andere woorden, hoe groter het verschil tussen de oorspronkelijke daglengte en de nieuwe daglengte, hoe sterker en gedwongener de rui zal zijn. Dit proces heeft echter meer effect in de herfst dan in de lente. Dus zelfs voor vogels die binnenshuis zijn gehuisvest, heeft de natuur zijn invloed!

Voor “kale kopjes” die binnenshuis zijn gehuisvest, is het meestal een eenvoudige en effectieve therapie om de daglengte te verkorten. Men moet hier echter op tijd mee beginnen, omdat het begin van de rui enkele weken op zich laat wachten. Begin bovendien pas met het verkorten van de daglengte nadat het broedseizoen voorbij is. Een veelgebruikte methode voor vogels binnenshuis is het gebruik van een doek om de kooi in de leefruimte te verduisteren, in overeenstemming met de daglengte.

Ruien en voeding
Het spreekt voor zich dat een uitgebalanceerd dieet invloed heeft op de vorming van mooie veren. Vooral vitamine A is cruciaal aan het begin van de rui. Bij een tekort aan deze vitamine zal het dier niet volledig ruien. Verder is het belangrijk te weten dat veren grotendeels uit eiwit bestaan. Een goede eiwitbron en voldoende essentiële aminozuren zijn dus noodzakelijk voor een goede vorming van de veren.

Wout van Gils

Het nest is gemaakt, maar er zijn slechts een paar eieren of andere problemen

Het nest is gemaakt, maar er zijn slechts een paar eieren of andere problemen.

Een succesvolle koppeling vereist een goede voorbereiding voordat het broedseizoen begint, een feit dat door alle kwekers goed wordt erkend. Desondanks rijzen er vaak vragen rond deze tijd met betrekking tot mislukte broedsels. Dit omvat vragen als “wat heb ik verkeerd gedaan?”, maar vaak worden de vogels zelf de schuld gegeven. Natuurlijk bestaat de mogelijkheid dat de vogels niet bevredigend zijn of niet helemaal in topconditie verkeren, maar een grondige voorbereiding zou ervoor moeten zorgen dat het broedproces normaal verloopt. Een aantal mogelijke oorzaken moet worden genoemd in de hoop dat de kweker de oorzaak van de slechte start kan identificeren en er lessen uit kan trekken. Ik ga ervan uit dat het voorbereidende werk met betrekking tot blootstelling aan licht correct is uitgevoerd. Andere problemen die zich kunnen voordoen zijn:

Vogels blijven vechten.
Bij een goede voorbereiding wordt de haan of de hen 10 tot 14 dagen eerder in de broedkooi geplaatst. Of de haan of de hen als eerste wordt geplaatst, hangt af van persoonlijke voorkeuren. Wanneer de partner dan wordt geïntroduceerd en beide in goede gezondheid verkeren, zullen ze over het algemeen binnen een bepaalde tijd klikken en zal alles goed gaan. Maar het kan ook voorkomen dat de vogels blijven vechten en naar elkaar vliegen. Dit betekent:

A. Vogels zijn niet in broedconditie.
B. Mogelijkheid van twee mannen.
C. Vogels te jong – nog geen negen maanden.
D. De hen heeft zich gebonden aan de roep van een andere haan.

De oplossing ligt in een van de bovenstaande oorzaken en het is aan de kweker om te identificeren welke specifieke oorzaak dit is en de nodige corrigerende maatregelen te nemen.

De hen maakt het nest, maar trekt het dan weer naar beneden, enz.
Na de koppeling zie je meestal dat de hen begint met het bouwen van haar nest 3-4 dagen later, en als de hen in broedconditie is, zal dit zeer snel verlopen. Aan de andere kant kan het voorkomen dat de hen het nest weer naar beneden trekt en een andere plek kiest (bijv. voerbak). Het maken van het nest is veranderd in een zoektocht naar een geschikte plek. Ook dit kan verschillende redenen hebben, en het is opnieuw aan de kweker om ze te identificeren en de juiste actie te ondernemen.

A. Hen kan geen geschikte plek voor haar nest vinden. Actie – hang het nest ergens anders op.
B. Hen is te jong.
C. Koppeling heeft nog niet plaatsgevonden.
D. Hen is niet in broedconditie.
E. Bied ander nestmateriaal aan. Probeer een synthetisch nest.

De oplossing ligt bij een van de bovenstaande factoren. Kweker identificeert en onderneemt actie.

Hen legt slechts een paar eieren.
Opnieuw geeft te weinig gelegde eieren aan dat de vogels niet 100% zijn. Met het risico van herhaling is de oorzaak over het algemeen een van de eerder genoemde, maar het is een belangrijk genoeg gebied om opnieuw te benadrukken.

A. Hen te jong.
B. Hen te oud.
C. Onvoldoende tijd genomen voor broedvoorbereiding. Proberen te snel in conditie te brengen.
D. Onvoldoende grit en mineralen.

Beste kwekers – Jullie hebben gezien dat de redenen voor slecht eierleggen nauw met elkaar overeenkomen, maar bepalen uiteindelijk ook of je goede, matige of slechte resultaten hebt. Vogels die te jong zijn en te vroeg in broedkooien worden geplaatst, zullen de eerder genoemde problemen veroorzaken. Ik geloof dat deze suggesties je zullen helpen om veel van deze problemen te voorkomen. Succes!

Wout van Gils

Hoe planten vogels zich voort

Hoe planten vogels zich voort?

Vaak zie ik vogels die elkaar lijken te hofmaken, maar paren ze ook daadwerkelijk? En zo ja, hoe doen ze dat? Vogels hebben waarschijnlijk de meest verfijnde manier in het dierenrijk om elkaar het hof te maken en te paren. Ze zingen, dansen en voeren rituelen uit om het andere geslacht te tonen welke kwaliteiten ze als ouder bezitten en om de band tussen hen te versterken. Pas nadat het volledige ritueel is doorlopen en ze elkaars eigenschappen hebben goedgekeurd, vindt de paring en bevruchting plaats.

groei in het eiVogels met inwendige bevruchting.

Bij alle vogelsoorten verloopt de bevruchting inwendig. Het mannetje brengt zijn zaadcellen rechtstreeks in de geslachtsopening van het vrouwtje, waar ze de rijpe eitjes in de eierstok kunnen bevruchten. Inwendige bevruchting komt voor bij zowel levendbarende dieren als dieren die eieren leggen met een beschermende laag om het embryo. Voor landdieren, die zich niet kunnen voortplanten in water, is dit de enige voortplantingsmogelijkheid. Hoewel vogels in aanleg twee geslachtsorganen hebben, is meestal alleen het linker volledig ontwikkeld en operationeel. Buiten het paringsseizoen zijn de mannetjes overigens steriel.

Bij de bevruchting komen zaadcellen van het mannetje in het onderste deel van de eileider van het vrouwtje terecht. Het zaad gaat dan door de eileider, waar het in sommige gevallen enkele weken wordt opgeslagen in een speciale holte, voordat het nodig is om de eitjes in de eierstok te bevruchten. Als de eitjes eenmaal zijn bevrucht, gaan ze door de eileider, waar het vogelembryo zich ontwikkelt. In de baarmoeder voorziet de moeder het embryo van een beschermende schaal, waarna ze het ei legt. Het ei is nu klaar om uitgebroed te worden. Met dank aan Henri.

Megabacteriën – Wat nu?

Megabacteriën – Wat nu? Een vreselijke en tot voor kort moeilijk te behandelen ziekte, genaamd megabacteriën, komt voor in veel van onze volières. De naam “megabacteriën” is misleidend omdat het aangeeft dat we te maken hebben met bacteriën, wat absoluut niet het geval is. Diverse behandelingen met antibiotica hebben nooit positieve resultaten opgeleverd. Het onderzoek: Om de specifieke oorzaak te identificeren, moest eerst de infectiebron worden geïsoleerd en vervolgens worden gekweekt. Dit proces duurde lang, maar uiteindelijk werd het juiste voedingsmedium gevonden. Het is interessant op te merken dat een antibioticum (Baytril) moest worden toegevoegd om ongewenste bacteriën te elimineren. Het bleek dat een schimmel, vervolgens genaamd Macrorhabdus ornithogaster, de boosdoener was. Verdere tests werden uitgevoerd om zonder twijfel vast te stellen dat we te maken hadden met een schimmel en niet met een virus, bacterie, of iets anders. Er werden microscopische beelden gemaakt van de schimmel (ook wel een gist genoemd, maar anders dan die welke wordt gebruikt om brood te laten rijzen). De schimmel vermenigvuldigt zich door knopvorming. Het heeft een lengte van 20-90 micron en is 1-5 micron dik. Een micron is duizendste van een millimeter. Een geschikte kleurstof moest ook worden ontdekt om de schimmel zichtbaar te maken onder de microscoop. Een elektronenmicroscoop vergroot ongeveer 200.000 keer, voldoende om de structuur van de schimmel te analyseren en te bewijzen dat het een schimmel was waarmee we te maken hadden. Het was al bekend dat M. Ornithogaster nauwelijks kan overleven in een zure omgeving. Dit verklaarde waarom het verzuren van drinkwater een gunstig effect had op de ziekte. Water kan het beste worden verzuurd door appelciderazijn, grapefruitsap of zure melk toe te voegen. Maar de ontdekking van de echte oorzaak heeft geleid tot een veel effectievere behandeling van de ziekte. Er was al opgemerkt bij grasparkieten dat niet alle vogels in een gemeenschap de ziekte kregen. Blijkbaar waren sommige vogels vatbaarder voor infectie dan andere. Deze eigenschap bleek ook erfelijk te zijn. Een andere factor is de mate van inteelt, die een grotere rol lijkt te spelen in volières. Bovendien ontdekten Schulz en Von Lüttwitz dat het bijna volledige gebrek aan vitamine K1 in het dieet de slijmlaag van het spijsverteringskanaal wegneemt en de vogel uiterst vatbaar maakt voor de ziekte. Er moest een geschikte behandeling worden gevonden tussen de antischimmelbehandelingen. Amphotericine B (Fungiline, Squibb-Fungiline) bleek al snel geschikt. Het wordt ingebracht in de krop en geneest de ziekte binnen vijf dagen. 0,15 tot 0,3 ml Fungiline-suspensie (= 100 mg Amphotericine-B per ml) wordt rechtstreeks in de krop aangebracht, 3-4 keer per dag. Amphotericine B is echter niet erg oplosbaar en de vloeistof moest constant worden geschud om deze in suspensie te houden. Het proces werd verfijnd door gammacyclodextrine toe te voegen om de oplosbaarheid van de stof te verbeteren. Dit werd gedaan door zoveel Amphotericine-B toe te voegen aan een verzadigde oplossing van gammacyclodextrine als kon worden opgenomen, te filteren en vervolgens de oplossing snel in te vriezen. Het resulterende gele poeder was nu gemakkelijk oplosbaar in water.

Een aantal gediagnosticeerde vogels (in dit geval grasparkieten) kreeg de vereiste hoeveelheden medicatie. Dit omvatte 5 gram medicijn gemengd in water en toegevoegd aan een commercieel zaadmengsel, wat overeenkomt met een concentratie van 0,9 mg per milliliter water. Dit klinkt misschien wat ingewikkeld, maar uw lokale dierenarts weet hoe hiermee om te gaan. Elke vogel werd elke dag in een aparte kooi geplaatst en de ontlasting werd onderzocht. Na vijf dagen werden er geen sporen van de ziekte meer gevonden en waren de vogels definitief genezen. Ze waren veel luidruchtiger, aten goed en waren duidelijk levendiger.

Het effect van het medicijn is om de celwanden van de schimmels te beschadigen, waardoor de celinhoud lekt en de cel vervolgens sterft. De vogel is dus genezen. Er zijn geen negatieve effecten van het gif op de vogel, mits het medicijn in de juiste sterktes wordt toegediend. Het gemediceerde water wordt zonder problemen door de vogel ingenomen.

Het zinloos gebruik van antibiotica moedigt de ontwikkeling van schimmelaandoeningen aan. In het belang van zowel vogels als mensen is het belangrijk het gebruik van antibiotica tot een absoluut minimum te beperken. Het nemen van medicijnen als voorzorgsmaatregel is pure waanzin, net zoals het nemen van een hoofdpijntablet als je er geen hebt. Alleen zijn de gevolgen rampzaliger en geef je schimmels de kans zich te vestigen.

Ook suikers kunnen schimmels in het darmkanaal veroorzaken. Een ander punt is dat we voldoende vitamine K1 in onze normale voeding moeten hebben – groenten en fruit, en in de brandnetel. Spirulina is ook prima, maar nogal prijzig.

Ten slotte moet inteelt strikt worden gecontroleerd en zoveel mogelijk worden geminimaliseerd. Ingeblikte dieren zijn aanzienlijk zwakker dan nakomelingen van niet-verwante dieren. Ik hoop dat dit artikel je een stap verder brengt naar een “megabacterievrij” bestaan. Peter Otten.

Noot: Dr. Rob Marshall voegt de volgende opmerkingen en kwalificaties toe: Symptomen – verkleuring; overmatige slijmvorming waardoor de vogel moet braken; veranderde ontlasting – zacht, waterig, donkergroen/bruin/zwart; sterfte; gebrek aan coördinatie. Stress en genetische aanleg zijn belangrijke factoren die vogels vatbaar maken. Mogelijke bijwerkingen van Fungilin – nierschade, onvruchtbaarheid bij gezonde vogels. Fungilin mag niet worden gebruikt bij gezonde vogels!

Dank Aan Herman Kamp

 

Te veel eivoer gebruikt bij het klaarmaken van vogels voor de kweek

Het overmatig gebruik van eivoer bij het voorbereiden van vogels voor de kweek wordt afgeraden. Het moet met mate worden gevoerd, aangezien een teveel niet gunstig is voor onze vogels. Bovendien kan het relatief duur zijn, en een overdosis kan leiden tot overmatige gewichtstoename bij de vogels.

Wees voorzichtig bij het verstrekken van eivoer tijdens de wintermaanden. Hoewel het belangrijk is voor het welzijn van de vogels, kan overmatige verstrekking contraproductief zijn. Een gematigde hoeveelheid, gegeven niet meer dan twee keer per week en in hoeveelheden die binnen een uur kunnen worden geconsumeerd, wordt aanbevolen. Met andere woorden, het moet worden gerantsoeneerd.

Hetzelfde principe geldt voor zaden zoals niger, gepelde haver en zonnebloempitten. Deze moeten niet te ruim worden verstrekt, aangezien deze zaden geliefd zijn bij de vogels. Overmatig gebruik kan hun dieet verstoren, leidend tot gewichtstoename, met mogelijk minder bevruchte eieren en verminderde voeding van de jongen tijdens het broedseizoen als gevolg.

Met dank aan Wout van Gils.

Opnieuw, zitstokken

kweekkooien.

Opnieuw, zitstokken. Wout van Gils

Beste vrienden van de kanaries, nog steeds enkele nationale tentoonstellingen en nog steeds enkele anderen. Dan komt de grote uitdaging, het wereldkampioenschap, en daarna begint het fokken opnieuw. Ik wil graag iets met jullie delen dat me aan het hart gaat. Tijdens mijn beoordelingen, en ik denk ook aan verschillende van mijn collega’s, waren we verplicht om fouten toe te wijzen aan de vogels, schade wanneer de vogel in kwestie is, maar hier is het probleem niet de vogel maar de liefhebber die in gebreke is. Hoewel ik al eens een artikel heb geschreven over het onderwerp “Zitstokken,” merken we nog steeds een gebrekkig onderhoud op door te gladde zitstokken; de vogel wil een onderhoud nemen maar kan dat eenvoudigweg niet omdat zijn zitstok te glad is. En omdat de vogel toch probeert dit onderhoud te doen, zie je staartklappen of een liggend onderhoud omdat hij probeert zijn evenwicht te bewaren. Vaak balanceert de vogel zich van boven naar beneden tijdens de beoordeling, of neemt het eerder genoemde onderhoud, zeer jammer, de vogel verliest de meeste tijd 1 punt wat niet al te ernstig is als bijvoorbeeld de vogel van 89 naar 88 gaat, maar ernstiger als de vogel erg goed is (bijvoorbeeld qua kleur en tekening, enzovoort) en bijvoorbeeld blijft steken op 91 punten om de genoemde redenen, terwijl je collega-fokker 92 punten behaalt. Wat zeker ernstiger is, is dat de vogel daar niets te zoeken heeft, maar wel de liefhebber die de fout maakt. Dus ondanks mijn artikel worden er nog steeds te veel fouten gemaakt door te gladde, te dunne en zelfs te grote zitstokken.

WELKE VERBETERINGEN KUNNEN WORDEN AANGEBRACHT?:

Het is heel eenvoudig, ik weet dat de liefhebber zijn eigen kooien wil behouden en dat is natuurlijk fantastisch en het is de norm. Maar door de zitstokken bijvoorbeeld te schuren met een schuursponsje van ijzer, worden de zitstokken niet alleen schoon, maar ook minder glad. Je kunt ook fijn schuurpapier gebruiken. Je kunt ze gebruiken, maar zorg ervoor dat na enkele reinigingen de zitstokken niet glad worden. Ik wil je ook wijzen op de dikte van de zitstok, die niet dunner mag zijn dan 12 mm en eigenlijk 14 mm moet zijn. Te dunne of te grote zitstokken veroorzaken ook dezelfde problemen.

WELKE ZIJN DE FOUTEN DIE WE KUNNEN OPMERKEN?:

  1. Onderhoud ingepakt (de vogel probeert dus zijn evenwicht te bewaren)
  2. Constante beweging (van boven naar beneden) van de staart (de vogel probeert zo zijn evenwicht te bewaren).
  3. Voortdurend bewegend onderhoud (van boven naar beneden), de vogel kan bijna niet op zijn zitstok blijven zitten.
  4. De poten van de vogel glijden weg.
  5. De vogel leunt tegen de afscheiding en probeert zo in balans te blijven.
  6. De vogel zit veel onderin de kooi omdat het daar comfortabeler is.
  7. De vogel corrigeert zichzelf op zijn zitstok om zijn evenwicht te bewaren.
  8. De nagels omringen de zitstok niet maar zitten erop.

Kortom, voldoende signalen om vast te stellen dat de vogel ongemak ervaart, en al deze problemen zijn zeer eenvoudig op te lossen door voldoende aandacht te besteden aan de zitstokken, dit geldt ook voor de zitstokken van de fokkooien: let ook daar op de zitstokken.

WAT ZIJN GOEDE ZITSTOKKEN?:

Alle zitstokken zijn goed als ze niet glad zijn en een dikte hebben tussen 12 en 14 mm, maar als je nieuwe wilt kopen, raad ik je aan om de omwikkelde zitstokken te kopen, die zijn zonder twijfel de beste. Maar als je geen nieuwe wilt kopen, maak dan je zitstokken een beetje ruw met bijvoorbeeld een ijzeren web en zorg ervoor dat ze niet glad worden door regelmatig schoon te maken met een schuurvoorwerp. Met een beetje aandacht zou het probleem van de gladde zitstokken niet meer moeten voorkomen, maar beter nog, je vogels zullen een beter onderhoud en een rustiger onderhoud hebben; tijdens de beoordeling levert dat zeker een extra punt op en vaak maakt dat het verschil. Dus zonder extra kosten kun je je voorstellen hoe de vogel zich voelt op een zitstok waar hij zich niet goed en stevig aan kan vastgrijpen; dat is niet acceptabel, niet voor je vogels en ook niet voor jezelf. Laten we hopen voor de vogels dat we in de toekomst goede zitstokken zullen zien, de vogel zal je dankbaar zijn. Succes. De pagina van Wout.v.Gils.

Roestvrijstalen roosters in kweekkooien

Roestvrijstalen roosters in kweekkooien:

Hoewel roestvrijstalen roosters en kooivoorzijdes niet langer als nieuwigheid worden beschouwd, winnen ze aan toenemende acceptatie. Hoewel ze in de eerste plaats ten goede komen aan de vogels, hebben ook de kwekers er baat bij.

Voordelen:

  • Verbeterde hygiëne met verminderde infectierisico’s.
  • Afgewezen zaad en eivoer kunnen niet later worden geconsumeerd, waardoor darmproblemen worden voorkomen.
  • Snelle reiniging van de kooien.
  • Vogelmest valt grotendeels door het rooster, wat de hygiëne bevordert.
  • Plaats baden op een doek voor droge vloeren, eenvoudig te verwisselen.
  • Besparing doordat geen zand meer nodig is.
  • Leg kranten onder de roosters zonder extra kosten.
  • Roosters eenvoudig te reinigen met een stalen borstel.
  • Voorkomt ontsnapping van vogels bij het schoonmaken van lades.

Nadelen:

  • Sommig nestmateriaal kan door het rooster vallen, maar de kosten zijn minimaal.
  • Jonge vogels die uit het nest vallen, kunnen eerder sterven, vergelijkbaar met gebruik van zand.
  • Mogelijk meer verspilling van zaad, maar automatische voeders kunnen dit beheersen.

Kweekkooien kunnen eenvoudig worden aangepast om deze roestvrijstalen roosters te accepteren. Het beste is om het eerst met een paar te proberen om uzelf ervan te overtuigen dat u op de goede weg bent. Ik ben van plan er enkele te produceren voor mijn volgende kweekseizoen. Roestvrijstalen gaas in panelen van 1200 mm x 2400 mm kan worden gekocht voor ongeveer $150 en zou voldoende moeten zijn voor drie driedubbele kweekkooien. Kwaliteit 316 wordt aanbevolen vanwege de superieure anti-corrosie eigenschappen (voor mariene omstandigheden).

Houd uw vogels gezond – Probiotica & Antibiotica

We willen allemaal dat onze Rollers in optimale gezondheid verkeren. Dit is niet altijd mogelijk. Zelfs als we grote zorg besteden aan uitgebalanceerde voeding, hoogwaardig zaad en groenvoer, schone en ongedierte-vrije kooien, kunnen er nog steeds problemen ontstaan. In voorgaande jaren werden vogels behandeld met antibiotica. Goed toegediende antibiotica vormen over het algemeen geen probleem; het was eerder het ongecontroleerde gebruik van antibiotica dat een resistentie opbouwde bij de vogels en een voortdurende afhankelijkheid van antibiotica creëerde.

Proper hygiëne is vereist op alle gebieden – voedsel- en zaadkwaliteit, opslag, schoon drinkwater dat regelmatig wordt ververst. Netheid van de kooien, vooral de bodembedekking en de zitstokken. Voortdurende beschikbaarheid van mineralen en schelpengrit. Variatie in zaden en eivoer tijdens de kweek, “rust” periode en de rui. Bestrijding van ongedierte en tot slot regelmatige baden. Zorg ervoor dat de kooivloeren droog zijn, omdat dit vaak de reden is waarom vogels van kleur veranderen en er snel problemen ontstaan. Met andere woorden, hygiëne is een belangrijke factor om ziekten te voorkomen.

Het doel zou moeten zijn om te streven naar het gebruik van natuurlijke producten in plaats van antibiotica, niet alleen voor onszelf maar ook voor onze Rollers.

Herman Kamp

Goed om dit te weten – Vererving

Lutino

 

Vererving

Over vererving wordt in veel boeken wel iets geschreven, maar het blijft voor veel mensen een lastig onderwerp. Op deze site proberen we de erfelijkheidsleer op een eenvoudige manier uit te leggen, zodat het toegankelijker wordt.

Inleiding: Op 22 juli 1822 werd de grondlegger van de erfelijkheidsleer, de Oostenrijker Gregor Mendel, geboren. Door zijn experimenten met onder andere de erwt ontdekte hij dat bepaalde eigenschappen steeds in een vast patroon terug te vinden waren bij nakomelingen. Zijn publicaties trokken in 1866 echter nauwelijks de aandacht van zijn collega’s. Pas in 1901 werden de wetten opnieuw ontdekt door de in Nederland geboren Hugo de Vries. De “wetten van Mendel” waren geboren.

De wetten: Om het eenvoudig te houden, plaatsen we hier niet de letterlijke wetten. Als je ze toch eens wilt lezen, kun je “Wetten van Mendel” invoeren bij een zoekmachine. De wetten geven in theorie een vast patroon aan. De praktijk kan echter totaal onverwacht zijn. Maar daarover later meer.

Vogels: Bij vogels kunnen we de theorie van Mendel toepassen, maar we hebben te maken met enkele patronen die mede de uitkomst bepalen. Deze patronen zitten verscholen in verschillende verervingsfactoren: geslachtgebonden vererving en autosomale vererving.

Geslachtgebonden vererving: Dit zorgt ervoor dat een pop nooit drager kan zijn van een andere kleurslag, terwijl een man deze wel bij zich kan dragen (een zogenaamde splitvogel).

Autosomale vererving: Er zijn twee soorten autosomale vererving: recessief en dominant.

  • Autosomale recessieve vererving: Zowel de man als de pop kunnen een andere kleurslag bij zich dragen. Deze kleurslag moet echter bij beide ouders aanwezig zijn en aan het jong doorgegeven worden om zichtbaar te zijn.
  • Autosomale dominante vererving: Zowel de man als de pop kunnen een andere kleurslag bij zich dragen. Ten minste één ouder moet deze kleurslag dragen en doorgeven aan het jong om deze te laten zien.

De uitkomst: De uitkomst van een kweekkoppel is redelijk goed vast te stellen, maar men moet weten welke verervingsfactor een kleur heeft. Dit bepaalt namelijk hoe een jong eruit zal zien. Voor de resultaten van paringen kun je verwijzen naar het menu aan de rechterzijde.

Toevalstreffer: Ondanks alle wetten kan er toch een totaal andere kleurslag ontstaan uit aan elkaar gekoppelde vogels, wat we een toevalstreffer noemen. Als iemand zo’n “toevalstreffer” kweekt, is het zaak, indien gewenst, deze voor het nageslacht vast te leggen. Houd een duidelijke administratie bij en zoek hulp bij mensen die ervaring hebben met het vastleggen van kleuren, bijvoorbeeld een keurmeester.

Tot slot: De bovenstaande uitleg is nog geen compleet verhaal over vererving. Er zijn nog diverse andere factoren die invloed kunnen hebben op de uitkomst van een kweekkoppel. Het gaat echter voorlopig te ver om dat hier allemaal uiteen te zetten. Meer informatie vind je zeker op deze site.

Ingestuurd. AB

Zwarte Stip en Aangezuurd Drinkwater

zwarte stip

Zwarte Stip en Aangezuurd Drinkwater

Deze aandoening komt vrijwel uitsluitend voor bij kanaries. Bij een zich ontwikkelend embryo heeft de galblaas een abnormaal grote omvang. Normaal gesproken krimpt de galblaas vlak voor de geboorte, waardoor deze niet meer zichtbaar is. Het kan echter voorkomen dat dit niet gebeurt, en de galblaas als een zwarte stip zichtbaar blijft in het lichaam van het pasgeboren jong.

Als jonge vogels deze stip hebben, betekent dat niet altijd dat ze ten dode zijn opgeschreven. Uit onderzoek is gebleken dat wanneer de oudervogels eivoer en aangezuurd water krijgen, de zwarte stip bij de jongen verdwijnt. Als de jongen alleen zaden krijgen, wordt er te weinig maagzuur aangemaakt in de maag, waardoor de galblaas vergroot blijft. Als op de derde dag de galblaas nog steeds vergroot is, overlijdt het jong meestal. Zwarte stip wordt vaak ook beschouwd als een erfelijke factor, hoewel daar niet iedereen het mee eens is.

Het advies is om jonge vogels die geboren zijn met een stip uit te sluiten, en ook in de rustperiode matig te zijn met het verstrekken van eivoer. Zwarte stip is beheersbaar, maar het is belangrijk om er goed op te blijven letten. Nogmaals, jonge vogels met een stip moeten worden uitgesloten.

Met vriendelijke groet,

Wout van Gils

Houtduiven en roofvogels vallen dood uit de lucht – Trichomonas

Houtduiven en roofvogels vallen dood uit de lucht – Trichomonas

Sinds het einde van het jaar veroorzaakt de ziekte trichomonas massale sterfte onder wilde houtduiven en tortelduiven. Vogelbescherming Vlaanderen roept dierenliefhebbers op om zieke duiven naar vogelopvangcentra te brengen. In een vroeg stadium kunnen ze nog worden gered door medicatie aan het drinkwater toe te voegen. De parasiet Trichomonas gallinae veroorzaakt gele, knoopachtige afzettingen in de keel- en snavelholte. De ziekte gedijt goed in het vochtige en te warme winterweer. Duivenmelkers behandelen hun duiven bijna maandelijks tijdens het wedstrijdseizoen met medicatie in het drinkwater. Wilde duiven zijn echter moeilijk te behandelen.

Jan Rodts van Vogelbescherming Vlaanderen schat het aantal dode hout- en tortelduiven al op “enkele honderden”. Maandagochtend werden er nog twaalf houtduiven dood aangetroffen in Sinaai, “alsof ze gewoon uit de lucht waren gevallen”. Ook duifetende beschermde roofvogels bezwijken aan de ziekte. Rodts vraagt om voedertafels hygiënisch te houden en drinkwater regelmatig te verversen. “Het zou dringend moeten vriezen.”

‘Ongewoon maar niet verontrustend’

Ook Hubertus Vereniging Vlaanderen ontving de afgelopen weken oproepen van verontruste jagers over dode houtduiven. Op een jaarlijks afschot van 500.000 houtduiven in Vlaanderen zijn “enkele honderden” niet bijzonder veel. Volgens dierenarts Peter Coutteel van dierenartscentrum Trigenio in Nijlen kan deze toename van trichomonas worden gezien als een natuurlijke selectie, aangezien er momenteel veel houtduiven zijn. “Je mag het niet dramatiseren. Ook ik vond onlangs dode houtduiven tijdens een wandeling in domein De Averegten in Heist-op-den-Berg. Ze vertoonden geen schotwonden maar hadden net zo min trichomonas of ’t geel, zoals het in de volksmond wordt genoemd. Niet elke dode duif die je vindt, is bezweken aan trichomonas. Duivenmelkers zijn niet verontrust. Zij kennen de behandelingsmethoden, en hun dieren zijn meestal in goede conditie. Het zijn de zwakkere exemplaren die bezwijken.”

Bij Mieke De Wit van het Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren in Herenthout stierf in de nacht van zondag op maandag nog een sperwer aan trichomonas, die van een besmette dode duif had gegeten. “Ik kreeg ook al heel wat duiven binnen. Maar als de ziekte te ver gevorderd is, zijn de dieren spijtig genoeg niet meer te redden.”

Kleurkanaries in zijn twee hoofdgroepen ingedeeld

Kleurkanaries kunnen in twee hoofdgroepen worden ingedeeld:

  1. Ongepigmenteerde kanaries (vetstofkleur of lipochroom):
    • De kleur wordt bepaald door de aanwezigheid van lipochroom- of vetstofkleur.
    • Kleuren in deze groep: wit, geel, rood.
    • Wit wordt beschouwd als de kleurloosheid van de veer.
  2. Gepigmenteerde kanaries (melanine):
    • Deze kanaries hebben donkere kleurstoffen in hun bevedering.
    • Basiskleuren in deze groep: zwart, bruin, agaat, isabel.
    • Deze kleuren komen altijd voor in combinatie met een lipochroomkleur.

    Zowel bij de ongepigmenteerde als de gepigmenteerde kanaries kan de vetstofkleur worden beïnvloed of verminderd door factoren zoals de ivoorfactor en verschijningsvormen zoals intensief, schimmel of mozaïek, al dan niet in bezit van rode ogen door de ino- of satinetfactor. Een derde groep zijn de ‘bonte’ kanaries, ontstaan uit het kruisen van gepigmenteerde en ongepigmenteerde kanaries. Het onderling kruisen van bonte dieren levert zowel bonte als gepigmenteerde en ongepigmenteerde nakomelingen op. Hoewel bonte kanaries niet worden gevraagd in kleurkanariekringen en daarom niet te zien zijn op tentoonstellingen, komen ze wel voor bij zang-, houding-, vorm-, en kuifkanaries. De kleur en tekening bij bonte kanaries zijn van ondergeschikt belang, en het kruisen van twee perfect afgetekende bonte dieren geeft geen garantie op identiek getekende nakomelingen.

De benaming van de reeksen start vanuit de vorige hoofdindeling, vetstofkleur of gepigmenteerd. Zie Indeling. De volledige benaming en identificatie van de vogel bestaan uit een aantal benoemde uiterlijke kenmerken, die worden besproken in het menu-onderdeel ‘reeksen, detail’.

Vetstofkleurige of lipochrome kanaries.

Deze kanaries hebben drie kenmerken.

  1. Hoofdkleur of hoofdkenmerk:
    • Geel, rood, wit (dominant), wit (recessief)
    • Lutino, rubino, albinodominant, albinorecessief
  2. Factor bijkleur:
    • Ivoor
  3. Verschijningsvorm:
    • Intensief, schimmel, mozaiekT1, mozaiekT2
    • Voorbeeld: Geel ivoor schimmel

Gepigmenteerde of melanine kanaries.

Deze kanaries hebben maximaal vijf kenmerken.

  1. Hoofdkenmerk:
    • Zwart, bruin, agaat, isabel
  2. Pigmentfactor:
    • Pastel, opaal, kobalt, phaeo, satinet, topaas, eumo, onyx, grijsvleugel, jaspis
  3. Bij- of grondkleur:
    • Geel, rood, wit (dominant), wit (recessief)
  4. Factor bijkleur:
    • Ivoor
  5. Verschijningsvorm:
    • Intensief, schimmel, mozaiekT1, mozaiekT2
    • Voorbeeld: Isabel geel intensief

Naast deze kenmerken kan de kanarie ook ‘extra factoren’, zoals de azulfactor, vertonen.

Bij tentoonstellingen worden de reeksen soms opgesplitst in ‘klassieke kleurkanaries’ en ‘niet-klassieke kleurkanaries’. Klassieke kleurkanaries omvatten kanaries met hoofdkenmerken zoals de vetstofkleurige (wit dominant, wit recessief, geel en rood) en de gepigmenteerde (zwart, bruin, agaat en isabel).

De ‘niet-klassieke’ kleurkanaries omvatten vetstofkleurige varianten zoals albino dominant, albino recessief, rubino en lutino. Vanuit de gepigmenteerde groep behoren kanaries met een duidelijke pigmentfactor tot de ‘niet-klassieke’ categorie, waaronder pastel, opaal, kobalt, phaeo, satinet, topaas, eumo, onyx en grijsvleugel.

VETSTOF/rode ogen  of PIGMENT KLEUR PIGMENT FACTOR
kan ontbreken
BIJKLEUR
kan ontbreken
VETSTOF of BIJKLEUR FACTOR
kan ontbreken
VERSCHIJNINGS VORM
geel/lutino
rood/rubino
///////// ///////// ivoor intensief
schimmel
mozaiek T1 pop
mazaiek T2 man
wit/albino
dominant
wit/albino
recessief
///////// ///////// ///////// /////////
zwart
bruin
agaat
isabel
pastel
opaal
kobalt
phaeo
satinet
topaas
eumo
onyx
grijsvleugel
jaspis
geel
rood

witdominant
wit recessief

ivoor

/////////

intensief
schimmel
mozaiek T1
mazaiek T2

 

/////////

 

 

 Ingestuurd door G.h Bedankt.

 

Verenpikken

Verenpikken

Hoewel verenpikken te voorkomen is, hebben alle kanariekwekers op een gegeven moment last gehad van deze vervelende aandoening. Er zijn verschillende mogelijke redenen en oorzaken, en deze moeten correct worden geïdentificeerd voor zowel preventieve als remediale maatregelen:

  1. Overbevolking in de volière of ander onderkomen: Met onvoldoende ruimte om te vliegen en plaatsen om op te zitten, zullen gevechten ontstaan en zullen veren worden geplukt. Dit kan leiden tot bloedpennen, waarvan de smaak meer gevechten en meer bloedveren veroorzaakt. Binnen korte tijd kan de volière vol zitten met vogels met bloedveren en alle gevolgen van dien. Zorg voor voldoende ruimte en scheid prompt geplukte vogels van gezonde.
  2. Zitstokken niet goed gemonteerd en/of geconstrueerd: In broedkooien waar de zitstokken niet goed zijn geplaatst, is er meer kans dat vogels veren gaan plukken, vooral tijdens de rui en richting het broedseizoen. Plaats zitstokken zodat elke vogel zijn eigen plek heeft en goed gescheiden is van de anderen. Verwijder altijd geplukte vogels uit de buurt van gezonde vogels.
  3. Gebrek aan aminozuren en/of andere voedingsstoffen: Meestal geen probleem bij normale voeding met voldoende natuurlijke vitaminen. Bloedpennen bevatten aminozuren, die worden gewaardeerd door vogels en de belangrijkste reden zijn voor de snelle escalatie van verenpikken. Aminozuren kunnen eenvoudig worden geleverd door broedende vogels in een volière/hok wekelijks een halve ui te geven. Geef natuurlijke vitaminen tijdens de rui en de winter.
  4. Vogels met bloedveren worden niet onmiddellijk uit de volière/het hok verwijderd: Zoals hierboven vermeld, vermenigvuldigt het probleem zich snel als getroffen vogels niet onmiddellijk worden verwijderd. Andere maatregelen zijn zoals beschreven onder (1) – (3) hierboven.

Tekort aan nestmateriaal: Normaal gesproken beginnen oudere vogels met het bouwen van hun nieuw nest wanneer de jongen op het punt staan het nest te verlaten en ze mooi zijn uitgedost met een nieuw verenkleed. Zorg ervoor dat de hen over voldoende zacht nestmateriaal beschikt, zodat ze op het juiste moment haar nieuwe nest kan maken. Zorg ervoor dat de hen haar eerste ei heeft gelegd op het moment dat de jongen uit het eerste nest vliegen. Op dit punt zal het verenpikken van de jongen zijn gestopt. Het is nog beter als je broedkooien maakt met een aangrenzende babykooi. Wat nog eenvoudiger is, is wanneer de tijd komt om het nest met de jongen naar een grotere behuizing te verplaatsen met (bijvoorbeeld) vijf hennen. Deze hennen zullen als pleegouders dienen en de jongen goed voeden en grootbrengen. Vijf hennen kunnen tot acht nesten met jongen bijna klaar om uit te vliegen herbergen, en ze worden het meest effectief gevoed en grootgebracht. Alle andere maatregelen van (3) hierboven zijn nog steeds van toepassing.

  1. Pastel- en/of ivoorkleurige vogels samen met andere variëteiten plaatsen: Veel kwekers weten dat sommige kanarierassen vatbaarder zijn voor verenpikken dan andere, namelijk pastelgeel-ivoor en in mindere mate de bruinen. Ik weet niet de reden hiervoor, maar ik zou aanbevelen dat deze “gevoelig voor plukken” variëteiten bij elkaar worden gehouden en niet worden gemengd met anderen in de volière. Alle andere maatregelen zijn nog steeds van toepassing.
  2. Verveling – vogels hebben onvoldoende afleiding: Deze oorzaak maakt eigenlijk deel uit van punt (1). Met voldoende en juiste voeding, sepia, schelpengrit, natuurlijke vitaminen, wekelijks een ui, hier en daar Millet sprays, opgehangen grove snaren en geen overbevolking, zal verenpikken in wezen worden voorkomen. Zorg dus voor voldoende afleiding voor je vogels. Alle andere maatregelen zijn nog steeds van toepassing.
  3. Jonge onafhankelijke vogels samen met oudere vogels in dezelfde volière plaatsen: Dit kan gebeuren wanneer oudere vogels een nest willen maken, maar nestmateriaal niet beschikbaar is. Als gevolg hiervan zullen deze vogels beginnen de veren van deze jonge weerloze vogels uit te trekken. Plaats tijdens het broedseizoen geen jonge vogels in een volière met oudere vogels met als doel hun groei en ontwikkeling te bevorderen.
  4. Een erfelijke aanleg: Ondanks wat hierboven is geschreven, geloof ik dat verenpikken in grote mate erfelijk kan zijn van moeder op dochter en van vader op zoon. Registreer deze verenpikkers in je stamboek en doe er afstand van als verenpikken inderdaad een veelvoorkomend probleem is geworden. Door dit te doen, heb je grotendeels een lastige en pijnlijke gewoonte uitgeroeid.

Door de juiste voorzorgsmaatregelen te nemen in volières en kweekkooien, en door tijdige observaties en corrigerende maatregelen, is het mogelijk om verenpikken vrijwel te elimineren. Ik hoop dat de bovenstaande maatregelen verenpikken voor jou tot het verleden zullen maken. Als het nog steeds aanhoudt, kun je er zeker van zijn dat je te maken hebt met een erfelijke factor.

Wout van Gils

 

 

Artikel TV Limburg

Bijgaande video is gemaakt naar aanleiding van de 1 miljoenste bezoeker aan de kanarie homepage Wout van Gils. En is uitgezonden geweest op TV Limburg. Op 12-04-2014.

 

Deze video is ook te bekijken via youtube door op deze link te klikken: http://youtu.be/qT8gYsByzLY

Het verzuren van het drinkwater.

Het verzuren van het drinkwater.

aanzuren drinkwater

Het verzuren van het drinkwater met appelazijn, in de vorm van 10 ml per 1,5 liter water, heeft een gunstig effect op de gezondheid van vogels tijdens het broedseizoen. Het wordt aanbevolen om dit gedurende de eerste acht dagen van het broedseizoen te geven en vervolgens vier dagen per week.

Voordelen:

  1. Werkt als een eetlustopwekker.
  2. Vogels worden minder beïnvloed door coccidiose.
  3. Vogels nemen meer schelpengrit op.
  4. Vermindert de behoefte aan medicijnen zoals Baycox.
  5. Beperkt de verspreiding van megabacteriën.
  6. Ondersteunt het spijsverteringsproces en stimuleert de afbraak van voedsel.
  7. Ziekteverwekkende bacteriën worden ingeperkt en gunstige bacteriën worden versterkt (werkt als een probioticum).
  8. Compatibel met de lichaamseigen spijsverteringssappen.

Conclusie:

Het verzuren van het drinkwater op deze natuurlijke manier draagt bij aan de gezondheid van je vogels. Het is veel beter dan het gebruik van antibiotica, omdat vogels er geen resistentie tegen opbouwen. Gezonde vogels zullen een virus grotendeels overwinnen door voldoende antilichamen op te bouwen, en het gebruik van verzuurde water zal hier zeker bij helpen. Vogels met onvoldoende weerstand zullen meestal sterven of in een verzwakte toestand blijven.

Gefeliciteerd met de inzet en vindingrijkheid van de website over kanaries van Wout, met meer dan 1,1 miljoen bezoekers in de afgelopen 12-13 jaar!

Tip 22 : Voorkom Lever vervetting

Beste Rood- en Geelkwekers,

sedochol

Aandacht alstublieft. Ik hoef u zeker niet meer te vertellen hoe belangrijk het is om uw vogels goed te voeren met rode kleurstof en cantaxanthine. De standaard vereist diepgekleurde vleugel- en staartpennen. Dit dwingt de kweker enigszins om meer kleurstof toe te dienen. Ja, al bij het begin van het nestbouwproces geeft men kleurstof, e

n zelfs voedt men de eerste dagen nog bij met een voederspuitje. Dit alles brengt de lever van de vogel in gevaar, met alle gevolgen van dien. Sedechol helpt wel enigszins tegen een overbelaste lever, maar het kan zeker niet als ideaal worden beschouwd.

 

Toch is er een manier om leververvetting te voorkomen, en dat doet men als volgt. Geef de vogels de kleurstof die u nodig acht om ze goed op kleur te krijgen. Geef gedurende 5 dagen deze kleurstof, te beginnen bij het maken van het nest. Bijvoorbeeld, start op maandag en stop op zaterdag. Met andere woorden, 5 dagen kleurstof en 2 dagen geen kleurstof. U zult zien dat de lever aanzienlijk minder belast wordt. U heeft dan zelf zo goed als geen sedechol kuur meer nodig, en u krijgt gezonde vogels met een prachtige kleur. Wie kan daar iets op tegen hebben?

Ik wens u succes met deze tip.

Wout van Gils

 

 

Waar u op moet letten tijdens en na het ringen

 Het ringen is altijd een plezierige activiteit, nu de kuikens hun eerste kritieke fase hebben overleefd en zijn begonnen met het verzamelen van veren. Ringen worden meestal geleverd door de club of federatie waaraan je bent verbonden. Ze geven de naam van de betrokken club of federatie aan, het kweekjaar en het uitgegeven volgnummer.

Vanaf 2015 zal de ringkleur die is aangenomen door de Roller Canary Society voldoen aan de Europese (COM) zesjarige kleurencyclus, namelijk, 2015 violet, 2016 oranje, 2017 donkerblauw, 2018 rood, 2019 zwart, en 2020 pastelgroen. Deze praktijk zal ook in overeenstemming zijn met de benadering aangenomen door The Canary and Cage Bird Federation of Australia Inc.

Jonge rollerkuikens moeten worden geringd wanneer ze 5-6 dagen oud zijn. Er kunnen echter problemen ontstaan, zoals:

– Kuikens te laat of te vroeg ringen.
– Letsel opgelopen tijdens het ringen.
– Ouders die de jongen met ring uit het nest gooien.
– Ring die vast komt te zitten.

De meesten van ons zullen bovengenoemde gevallen herkennen en weten hoe deze het beste vermeden kunnen worden.

Hint: Naast het bovenstaande doe ik ook het volgende: voordat ik de jongen na het ringen terug in het nest leg, bedek ik de bodem van het nest met een beetje zaad. De ouders zullen aanvankelijk proberen het nest schoon te maken, maar vinden dit te arbeidsintensief en geven al snel op. Op deze manier wordt het zeer zeldzaam dat ouders hun pasgeringde kuikens uit het nest blijven gooien. Probeer het en zie zelf.

Gesplitste ringen

Onze nieuwe voorraad is gearriveerd en kan nu worden besteld bij onze secretaris, mevrouw Margaret Kuschel.

Beschikbare kleuren zijn: zwart, wit, lichtgroen, middengroen, roze, paars, lichtblauw, middelblauw, rood, bruin en oranje.

Verzorging tijdens de rui

Zorg tijdens de Rui

De rui is bekend bij elke vogelliefhebber en wordt herkend als een jaarlijks terugkerend evenement in het leven van zijn kanaries.

Een beginner hecht er aanvankelijk niet veel belang aan, maar merkt al snel dat er iets gebeurt met het verenkleed van zijn vogels. De rui is begonnen, en dit is een zeer belangrijke periode in het leven van zowel de vogels als wij liefhebbers. Een vogel die niet goed ruit, vertoont een tekort in zijn metabolisme en zal nooit 100% fit worden en kan niet verwacht worden uit te blinken. Tijdens de rui komen alle zwakke punten van de vogel aan het licht, maar ook alle goede eigenschappen, vooral wanneer je ziet hoe het verenkleed verandert en hoe prachtig de kleuren en tekeningen zijn geworden.

Aan de andere kant kan de gezondheid van de vogel hebben geleden en is de vogel niet goed door de rui gekomen of de bevedering en markeringen zijn niet aan de verwachtingen voldaan. Kortom, de rui belooft een interessante tijd voor zowel de vogel als de liefhebber.

De Rui

De rui begint normaal gesproken medio tot eind januari; dit hangt af van wanneer het broedseizoen is begonnen. Vroege broeders zullen hun vogels laten ruien voordat laatbroeders, die in oktober zijn begonnen. De natuur speelt ook een rol en je moet je fokken tijdig voltooien om de rui te laten beginnen en eindigen vóór het begin van kouder weer. De rui kan en mag niet worden afgedwongen, en de vogel heeft zijn energiereserves nodig om het succesvol af te ronden; het is gunstig voor de vogel als dit gebeurt bij redelijk weer. Onder voorwaarde dat aan deze voorwaarden wordt voldaan, zal de rui volledig zijn afgerond tussen 6 en 8 weken.

Jonge vogels zullen over het algemeen hun staart- en vleugelveren niet verliezen. Oudere vogels hebben het veel moeilijker omdat ze al hun veren moeten vervangen. Soms voel je zelfs medelijden met hun gehavende uiterlijk, maar met de juiste zorg zul je verrast zijn hoe snel de vogel herstelt. Mensen zeggen vaak dat een vogel in de rui niet echt ziek is, maar zeer vatbaar voor ziekten, vooral als ze tekortschieten in voedsel, mineralen en voldoende rust en kalmte. Een gebrek aan een van deze elementen kan uiterlijk worden waargenomen aan de hand van het uiterlijk van de veerschachten; het is daarom zeer belangrijk om een goede voeding te handhaven en de observatie voort te zetten.

Zorg tijdens de rui

Zoals hierboven beschreven, is het voor een goede rui noodzakelijk om een grotendeels constante temperatuur, lage luchtvochtigheid, frisse lucht, evenwichtige voeding en eivoer drie keer per week te handhaven. Het is ook zeer belangrijk om je volières niet te overbevolken; vogels hebben ruimte en rust nodig, en dit helpt ook verenpikken te voorkomen. Ook belangrijk is dat de zitstokken van elkaar gescheiden zijn, zodat vogels kunnen zitten zonder door anderen te worden gestoord. Distractions moeten worden verstrekt – hang kleine bosjes strengen van sisaltouw op of nog beter regelmatige trossen gierst. Voeg regelmatig vitaminen toe aan het drinkwater en supplementeer het voedsel van recessieve witte vogels met vitamine A.

Een andere aanbevolen maatregel is het wekelijks toevoegen van een halve ui. Het zal de vogels even duren om hieraan te wennen, maar eenmaal gewend, zullen ze ervan genieten en is ui van bijzondere waarde wanneer het tijdens de rui wordt ingenomen.

Bovendien kan twee of drie keer per week fruit worden aangeboden. Bied alleen genoeg aan om 2½ uur mee te gaan; langer kan ertoe leiden dat het fruit beschimmeld raakt met nadelige gevolgen. Een goede zaadmengeling moet altijd worden opgenomen en moet altijd voldoende beschikbaar zijn.

Meer recentelijk zijn verschillende bedrijven begonnen met het aanbieden van producten om vogels door hun rui te helpen.

Het is aan de liefhebber om ervoor te zorgen dat zijn vogels zonder blijvende gevolgen door de rui komen.

Baden en de rui

Ik heb opzettelijk vermeden het gebruik van baden tot nu toe te noemen om het belang van regelmatige baden te benadrukken. Tijdens de rui moeten baden minstens drie keer per week worden verstrekt, en eens per week moeten ook badzouten worden toegevoegd. Een andere aanbeveling is het gebruik van een goede bloemenspuitfles of verstuiver om de vogels enkele keren per week te benevelen (bovenop het gebruik van baden). De vogels vinden het heerlijk en het is niet alleen gunstig voor de vogels en hun veren, maar heeft ook een kalmerend effect op hen; dit laatste is bijzonder gunstig als ze naar een tentoonstelling worden gebracht. Dus bezuinig tijdens de rui nooit op het aanbieden van baden – je vogels zullen je ervoor bedanken. En de bloemenspray doet wonderen!!!

De zachte rui

De zachte rui komt niet bijzonder veel voor bij kanariekwekers, maar komt vaker voor in een huis waar slechts een paar vogels worden gehouden vanwege hun zang. Het komt ook vaak voor bij mensen die onzorgvuldig zijn met hun kunstmatige verlichting. Hier dus een paar woorden over de zogenaam de zachte rui.

Aan het begin heb ik alle factoren beschreven waarmee rekening moet worden gehouden bij de verzorging van een kanarie. Een van deze factoren is het handhaven van de dagelijkse lichturen op ongeveer 11 uur. Wanneer dit niet wordt gedaan, bijvoorbeeld 11 uur de ene dag en 16 de volgende en min of meer hetzelfde voortdurend, zul je niet lang van je vogel genieten. Wat gebeurt er?

De pijnappelklier van de vogel reageert op het aantal uren licht; met andere woorden, vogels in de natuur bereiken de broedconditie naarmate de daglichturen langer worden; de temperatuur heeft weinig effect. Op dezelfde manier, naarmate de daglichturen korter worden, zal de vogel stoppen met broeden en zijn verenkleed vervangen.

Nu wat er gebeurt in een huis waar de vogel niet op een specifiek tijdstip in een verduisterd gebied wordt geplaatst. De activiteit van de hypofyse zal fluctueren en de vogel beseft niet of het lente, zomer, herfst of winter is. Kortom, de vogel is volledig in de war en zal beginnen met ruien, maar omdat zijn systeem uit de pas loopt, kan hij niet meer uit de rui komen – hij zal niet langer zingen, broeden, enz., en de veren zullen blijven rondvliegen in de kamer.

De vogel bevindt zich nu in de zogenaamde zachte rui, een toestand die moeilijk en vaak onmogelijk te herstellen is. Na een lange weg kan het zijn dat de vogel niet langer in staat is de vereiste hoeveelheid energie te genereren, vermageren en sterven.

Vandaar het belang van een goede controle over het aantal lichturen!

Enkele tips

Zoals hierboven vermeld, is het aanbieden van baden essentieel, maar je moet ook voor geschikte vloermaterialen zorgen, constant grit, afleiding bieden door het ophangen van strengen sisaltouw of trossen gierstspray.

Verwijder regelmatig de losse veerschachten, omdat deze kunnen leiden tot slechte gewoonten. Een gouden tip is het leunen van een klein plankje tegen de muur aan de achterkant van de vogelkamer. Luchtverplaatsingen zullen ervoor zorgen dat de veren zweven en deze veren zullen achter de plank tot rust komen. Na een paar dagen kunnen de veren met de handvol worden opgepakt en zullen er weinig of geen veren meer rondvliegen in je vogelkamer. Zeer eenvoudig en handig.

Conclusie

Ik hoop dat dit artikel opnieuw uw aandacht heeft gevestigd op de noodzaak van goede zorg tijdens de rui. Het kan niet vaak genoeg worden gezegd en geschreven dat er tijdens deze periode veel goede vogels worden vastgesteld en sommige door gebrek aan aandacht en zorg worden vernietigd, en dat is niet ons doel.

De rui is een opwindende tijd. De meeste kwekers realiseren zich dit en handelen dienovereenkomstig.

Ik hoop dat je vogels je trots zullen maken tijdens de rui en op onze tentoonstellingen.

Succes.

                                                                                                                          

 

 

Schouwen

Schouwen

Het schouwen van eieren wordt uitgevoerd om te bepalen of de eieren bevrucht zijn of niet. Hoewel er nog steeds soms eenvoudige fouten worden gemaakt. Deze komen vooral voor wanneer de zaklamp op het verkeerde deel van het ei schijnt, namelijk het luchtkamereinde. Een andere fout treedt op wanneer het schouwen te vroeg wordt uitgevoerd. De beste methode omvat schouwen na 4 tot 5 dagen. Wat je dan moet bepalen, wordt weergegeven in de foto’s hieronder.

De eerste foto toont een onbevrucht ei, de tweede een bevrucht ei en de derde een geschouwd ei na 4 dagen.

Haast je niet om de eieren die als onbevrucht worden getoond te verwijderen en laat de hen ongeveer 10 dagen broeden. Dit zorgt ervoor dat de hen voldoende rust krijgt tussen het broeden door.

Wout van Gils

Artikel in vogelvreugd Wout Van Gils

Wout van Gilswout 1

De Nederlandse vogelpublicatie “Vogelvreugd” heeft recentelijk het uitstekende werk van Wout van Gils erkend bij het opzetten van zijn website www.woutvangils.be, die sinds 2008 meer dan 1,5 miljoen bezoekers heeft aangetrokken.

De meeste talrijke artikelen over kanaries op de website zijn door Wout zelf geschreven, die van nature een altruïstisch talent heeft voor samenwerking met anderen.

Vijf jaar geleden is de website gemoderniseerd, waardoor Wout zelf artikelen kon uploaden, bijwerken en aanpassen.

Ondanks zijn functie als onderhoudsmanager in een metaalfabriek, vindt hij nog steeds 1½ uur per dag om zijn homepage te beheren en te reageren op de 25 e-mails die hij dagelijks ontvangt. De meest voorkomende vragen gaan over fokken, bloedluis, gezondheidszorgen en problemen met de kweek.

Wouts ware specialiteit ligt in het fokken van kleurkanaries, waarbij hij elk jaar ongeveer 45 koppels kleurkanaries beheert om ongeveer 200 nakomelingen voort te brengen. Op het gebied van kleurkanaries was hij vele jaren betrokken bij het jureren van wedstrijden op zowel nationaal als COM-niveau.

Zijn succesvolle website is niet onopgemerkt gebleven, en hij wordt vaak benaderd door fabrikanten om hun nieuwe producten uit te proberen.

Goed gedaan! Bedankt, Herman.

Groeten – Herman

Hoe herken ik meestal de man of pop

man herkennentekening Mozaik koppelbroedrijp20pop

Herkennen van het geslacht: Man en pop.

Voor veel kanariekwekers is het meestal vrij eenvoudig om het geslacht te herkennen. Vaak geeft de kleur of de vererving al aan of het een mannetje of vrouwtje is. Desondanks kunnen zelfs ervaren kwekers zich vergissen, en ik moet toegeven dat het mij ook weleens is overkomen bij het vaststellen van het geslacht. Vooral na de rui en de daaropvolgende periode zijn vogels moeilijk te identificeren. Geleidelijk wordt het geslacht echter duidelijker zichtbaar. Een van de eenvoudigste methoden is nog steeds het fluitgedrag van de vogel, maar ook hier kan het weleens misgaan, aangezien zelfs een vrouwtje af en toe kan ‘pruttelen’ (fluiten). Met dit korte artikel wil ik enkele zaken aanhalen die het voor velen van ons wellicht gemakkelijker maken om het geslacht vast te stellen.

Het houden van vogels na de kweek:

Zoals eerder geschreven is, is het altijd beter om, indien mogelijk, jonge en oudere vogels van elkaar te scheiden. Dit voorkomt gevechten en vermindert ook het verenpikken. Oudere mannetjes worden meestal voorzien van een extra knijpring, zodat het in het voorjaar eenvoudiger is om ze te herkennen. Overjarige vrouwtjes krijgen natuurlijk geen knijpring en worden het best gescheiden gehouden van oudere mannetjes, bijvoorbeeld in de volière. Jonge vogels worden in een aparte volière of ruimte gehouden om een goed overzicht te behouden.

Herkenning van man of pop aan de hand van de kleur:

Bij veel soorten kanaries (en natuurlijk ook in het wild) kan men het geslacht herkennen aan de kleuruiting. Voor veel vogels zal dit geen probleem zijn, maar voor sommige is de nodige kennis vereist. Standaardeisen kunnen vaak al een goede indicatie geven als je twijfelt. Ik zal er een aantal noemen, maar allemaal behandelen is te uitgebreid. Een goede indicatie kan worden gegeven op basis van onder andere:

Herkenbaarheid aan de kleur of tekening.

  • Geslachtsbepaling bij Kanaries
  • Alle Mozaïeken zijn goed te herkennen: Type 1 POP, Type 2 Man.
  • Bij de Pheao-kanaries is er een duidelijk verschil in tekening tussen mannetjes en vrouwtjes.
  • Bij de Bruine kanaries is er een kleurverschil.
  • Bij de Agaten is er een licht kleurverschil op het rugdek, waarbij de poppen iets meer bruin op hun rug hebben.
  • Ook bij de Pastellen is er een waarneembaar kleurverschil.
  • Vogels in de zwarte reeks hebben meestal de popjes met iets meer bruin op het rugdek.
  • Bij de Opalen laten de popjes meestal ook iets meer bruin op het rugdek zien.
  • Bij Geel vetstof vertoont de pop meestal een lichte nekschimmel.
  • Bij Rood intensief laat ook de pop een lichte nekschimmel zien.
  • Bij Roodschimmel zal de pop een teveel aan nekschimmel vertonen.

Een ervaren kweker of keurmeester kan deze lijst nog verder aanvullen. Kennis en ervaring spelen hier een grote rol. Het is ook nuttig om je te verdiepen in de standaardeisen van een kanarie, wat het herkennen vergemakkelijkt.

Enkele andere herkenningspunten zijn:

Er zijn nog enkele andere herkenningspunten, maar deze zijn minder betrouwbaar. Zoals eerder vermeld, is fluitgedrag een goede indicatie. Een opvallend kenmerk is ook de houding van het mannetje. Over het algemeen is hij fierder, staat rechter op zijn pootjes en zal zijn territorium goed verdedigen. De pop is meestal wat gedrongener, zal minder fier staan en kan fluiten of reageren op het gefluit van een mannetje. Zoals eerder genoemd, kan de kleur vaak ook een goede indicatie zijn. Bij kwekers die aan selectieve kweek doen, kan men vaak al in het nest bepalen of het mannetjes of vrouwtjes zullen worden, maar dit vereist meer kennis van erfelijkheid.

Geslachtsbepaling van het mannetje:

Dit is goed te herkennen wanneer hij in geslachtsconditie is, ofwel kunstmatig gebracht door verlichting en temperatuur. De vogel moet ongeveer negen maanden oud zijn. Een mannetje heeft, wanneer je hem tegen de stuitveren blaast terwijl je het kopje van je af houdt, een opstaand tapje van ongeveer 5 mm lang staan, iets schuin naar achteren met stuitveertjes eromheen. Als je hetzelfde doet met een mannetje in geslachtsconditie, zie je een tapje van 5 mm dat recht omhoog staat, met een iets bredere schuine uitloop naar het lichaam toe. Ook is het onderlichaam achter het tapje licht ingevallen. Dit zijn duidelijke kenmerken van een man in geslachtsconditie. Zo’n vogel is fier, agressief en fluit fel.

Geslachtsbepaling van de pop:

Dit is zeker als de vogel niet in broedconditie is moeilijker vast te stellen, behalve aan de hand van kleur en schimmelsporen. De vogel moet ook minstens negen maanden oud zijn. Een pop die nog niet in broedconditie is, vertoont een lichte verdikking (geen tap) bij het opblazen, een iets bredere opstaande verdikking van het onderlichaam (cloaca), bedekt met licht dons. Als de pop in broedconditie is, verdwijnt de lichte verdikking volledig, en het uiteinde van de stuit (cloaca) neemt de vorm aan van het stompe gedeelte van een ei. Ook is het onderlichaam bijna kaal, dit wordt de broedvlek genoemd, zodat de pop haar lichaamswarmte beter kan overdragen aan de eieren. Zie de bijgevoegde foto van een broedrijpe pop.

Laatste informatie:

Als er twijfel bestaat bij aankoop of koppeling van vogels, is het raadzaam de leeftijd op

te vragen en de beslissing te baseren op kleur, maar dit kan fout gaan. Als er twijfel is bij het koppelen, heeft het geen zin om deze vogels in de broedkooi te plaatsen, omdat ze nog lang niet in broedconditie zijn. De kans op legnood en onbevruchte eieren is groot. Het verwijderen van de stuitveren bij zowel het mannetje als de pop wordt afgeraden, omdat deze dienen als zaadgeleiders voor een goede bevruchting.

Onderstaande serie artikelen van onze vriend Wout van Gils

De volgende reeks artikelen van onze vriend uit België is bijzonder relevant voor onze fans op dit moment van het jaar. De website van Wout van Gils is een overweldigend succes met meer dan 2,5 miljoen bezoekers!

Voorbereiding op de kweek – Met dank aan Wout van Gils

Hoewel er veel artikelen zijn geschreven en presentaties zijn gegeven over dit onderwerp, worden er nog steeds vaak fouten gemaakt. Hier zijn daarom enkele aanwijzingen voor fans om te volgen.

Kweekkwartieren: Voordat je aan het kweekseizoen begint, zorg ervoor dat de broedkooien grondig worden gereinigd en ontsmet. Dit is zeer belangrijk om alle ziektekiemen te elimineren en te voorkomen dat ze nog steeds in de kooien aanwezig zijn. De kooien worden schoongemaakt met Dettol of vergelijkbare producten. Behandel ook de omgeving op dezelfde manier en kalk indien nodig. Het is ook gebruikelijk in Nederland voor kwekers om hun vogels te verwijderen en enkele dagen na het reinigen Koudijs Smoke ontsmetters te gebruiken om schimmelsporen te elimineren.

Na enkele weken kunnen de kooien worden behandeld met producten (Baygon, Birdspray, enz.) die de broedkooien langdurig vrij houden van bloedmijt en ongedierte.

Kweekvogels: Bij broedparen is het het beste om de mannetjes zichtbaar van de vrouwtjes te scheiden, maar zodat ze elkaar nog steeds kunnen horen. Je zult snel merken wanneer er nog een mannetje tussen de hennen zit of vice versa, maar de mannetjes en vrouwtjes komen sneller in broedconditie wanneer ze elkaar horen in plaats van zien.

De vogels moeten een leeftijd van minstens 9-10 maanden hebben en in goede gezondheid verkeren. Het is prima als de vogels een beetje vet hebben – gemakkelijk te observeren wanneer je de veren blaast en een botergele vetlaag onthult.

Vogels met darmlussen, vergrote lever en milt worden onmiddellijk uit het kweekprogramma uitgesloten. Ook vereisen bevuilde staartveren extra aandacht. Controleer deze punten op tijd. Onderzoek ook de ogen van de vogel, aangezien deze ook een indicator zijn voor de algehele gezondheid. Waterige of samengeknepen ogen geven aan dat de vogel niet in optimale conditie is, en het is raadzaam zo’n vogel te behandelen, bijvoorbeeld met Baycox. Vergeet niet om enkele kweekvogels in reserve te houden voor het geval dat een van de geselecteerde vogels gewond raakt of niet langer geschikt blijkt te zijn.

Verlichting: Het begin van het kweekseizoen is afhankelijk van het aantal uren licht. Het aantal lichturen is zeer belangrijk om vogels in broedconditie te brengen. Verschillende methoden worden gebruikt. De hypofyse van de vogel wordt geactiveerd wanneer de lichturen toenemen. Een aanpak is het dagelijkse aantal lichturen te verhogen. Er zijn nu automatische lichtschakelaars met dimmers beschikbaar waarmee je geleidelijk kunt inschakelen en uitschakelen in tijdsintervallen van vijf minuten. Op deze manier heb je gezonde vogels in optimale broedconditie binnen 5-6 weken. Welke methode je ook kiest, wees je ervan bewust dat de mannetjes meer tijd nodig hebben om in broedconditie te komen vergeleken met de vrouwtjes, anders kunnen sommige nesten onvruchtbaar blijken.

Temperatuur: Het moet ook duidelijk zijn dat de temperatuur ook enigszins moet worden verhoogd met de toenemende lichturen. De temperatuur hoeft niet te hoog te zijn, maar bij voorkeur rond de 14-15°C. Wanneer het tijd is om de vogels over te brengen naar de broedkooien, kan de temperatuur rond de 18°C liggen – dit is meer dan voldoende.

Mannetjes hebben meer tijd nodig: Zoals hierboven vermeld, hebben mannetjes meer tijd nodig dan vrouwtjes. Dit moet worden erkend en correct worden genomen. Wout doet dit door de mannetjes na 5 ½ weken in de broedkooien te plaatsen. De temperatuur wordt enigszins verhoogd en enkele vrouwtjes worden in nestkooien tegenover de mannetjes geplaatst. Op deze manier komen de mannetjes sneller in broedconditie en zullen ze beter bevruchten. De periode waarin de mannetjes gescheiden worden gehouden, is afhankelijk van hoe ze reageren en beginnen te fluiten, meestal ongeveer 1 ½ week.

Voeding tijdens de kweekvoorbereiding: Naast verlichting, warmte en frisse lucht moeten kwekers ook andere belangrijke behoeften toevoegen die de vogels nodig hebben. De vogels moeten er schoon en gezond uitzien; regelmatige baden waaraan wat badzout is toegevoegd, zijn een must, zelfs als het weer koud is. Geef nooit baden tegen de avond, omdat vogels volledig droog moeten zijn wanneer het licht begint te dimmen.

Eivoer moet worden verhoogd. Onze vogels eten zaden en het is belangrijk dat ze tijdens de winter alles uit het zadenmengsel halen wat ze nodig hebben als goede voorbereiding op het broedseizoen. Tijdens deze rustperiode kan eivoer niet vaker dan twee keer per week worden verstrekt, en een hoeveelheid die binnen drie uur volledig wordt geconsumeerd. Een stukje appel en/of wortel wordt ook aanbevolen. Denk ook aan een plakje wit brood geweekt in melk (melksop). En vergeet niet om vogels met een recessief factor extra vitamine A om de 14 dagen te geven.

Vanaf het moment dat de vogels extra lichturen krijgen, moeten extra’s aan het voer worden toegevoegd. Verhoog het eivoer naar 2-3 keer per week. Geef elke twee dagen wat extra hennepzaad en ook wat extra koolzaad en gepelde haver. Wat niet vergeten mag worden, is het toevoegen van tarwekiemolie aan het eivoer 2-3 dagen per week.

Koppelen van de vogels

Voor het koppelen van de vogels worden ze gecontroleerd op tekenen van ziekte en darmstoornissen; zieke vogels mogen duidelijk niet worden gebruikt voor de kweek.

Hoewel vogels er uiterlijk gezond uitzien, dienen de meeste kwekers toch een kuur met antibiotica (Baycox) toe om een uitbraak van coccidiose bij de jongen te voorkomen.

Andere zaken vereisen onze aandacht. Een container met fijn schelpengrit en vogelmineralen moet altijd beschikbaar zijn. Zorg er ook voor dat de nestkasten aan de voorkant van de kooi hangen. Dit zorgt voor een betere luchtcirculatie en zorgt er ook voor dat de jongen meer op hun gemak zijn na het grootbrengen.

Controleer ook of de zitstokken niet te hoog zijn gemonteerd of los zitten, omdat dit kan leiden tot onbevruchte eieren. Wout geeft ook de voorkeur aan een sisal voor-nest, zodat de vogels altijd een basisnest hebben dat alleen nog moet worden afgewerkt door de vogels. Voordat de mannetjes in de kweekkooien worden geplaatst, worden hun nagels geknipt als ze te lang zijn, waarbij wordt opgelet dat het kleine bloedvat niet wordt doorgesneden. Wanneer de mannetjes in de kweekkooien worden geplaatst, moet de temperatuur worden verhoogd tot maximaal 18°C en de lichturen tot 14 ½. Let op dat het aantal lichturen op een later tijdstip moet worden verlengd. Doe dit ’s ochtends wanneer je naar het werk gaat en wanneer je ’s ochtends de vogels voert.

De mannetjes zitten in de kweekkooi, en voorin plaats ik een paar vrouwtjes. Je zult zien dat bepaalde mannetjes heel snel zullen reageren. Zoals eerder beschreven, geef extra voedsel, drie keer per week eivoer, en na ongeveer 1 ½ week worden de vrouwtjes toegevoegd. Een vrouwtje in broedconditie heeft een stompe cloaca in de vorm van een kippenei! Je zult zien dat sommige gezonde vogels in goede broedconditie al snel zullen paren. Dit is een teken dat alles volgens plan verloopt. Het kan zijn dat sommige andere vogels later zullen paren, maar de meerderheid zal dit vrij snel doen. Er zullen ook gevallen zijn waarin vogels blijven vechten. In dat geval moet de kweker ingrijpen omdat een van de vogels nog niet in broedconditie is of een van de vogels is gebonden aan de roep van een andere vogel. Je zult merken dat wanneer het vrouwtje roept, dezelfde man antwoordt. Als het geschikt is vanuit een fokperspectief, kan het vrouwtje bij die specifieke man worden geplaatst en zal alles goed gaan. Een andere mogelijkheid is om de vogel enkele dagen te verwijderen en deze ’s avonds terug te plaatsen. Dit kan helpen. Maar wees voorzichtig met vogels die blijven vechten.

Na vier dagen introduceer je nestmateriaal zodat de vogels kunnen beginnen met het maken van hun nest. Ook hier zie je dat met een goede voorbereiding de vrouwtjes direct beginnen met het bouwen van hun nest. Zorg ervoor dat het nest goed gevormd is door een globe rond het nest te draaien. Wanneer de vogels beginnen met het maken van hun nest, verzamelt Wout elk ei zodra het wordt gelegd en plaatst ze terug op het vierde ei; bewaar de eieren niet in de zon, maar op een schaduwrijke plek.

Kort daarna zullen de vrouwtjes beginnen met broeden en 14 dagen later zullen de jongen uitkomen. Zorg voor voldoende lucht en zuurstof in de vogelruimte en bied regelmatig baden aan of besproei de eieren lichtjes. Controleer de eieren regelmatig op vrije beweging zodat het vrouwtje ze kan draaien. Realiseer je en noteer dat de eieren in een gezond legsel glanzend zijn en de puntige uiteinden naar binnen wijzen.

Het uitkomen van de jongen

Voor het uitkomen van de jongen wordt dagelijks vers water aan de vogels gegeven met toevoeging van wat appelciderazijn, in een verhouding van 10 ml per liter. Dit mengsel wordt gedurende de eerste zes dagen dagelijks vers gegeven en daarna 2-3 keer per week. Tegelijkertijd krijgen de vogels voor het uitkomen dagelijks wat eivoer en een lichte neveling van de eieren. Zorg voor voldoende zaad en nu is het een kwestie van wachten tot de jongen uitkomen. Wanneer de jongen zijn uitgekomen, zul je zien dat het dons van gezonde jongen recht overeind staat en meestal ook wat geel eivoermateriaal in hun kleine kropjes. Dit is een goed teken dat alles goed verloopt. Vanaf dat moment voorzie je de jongen drie keer per dag van eivoer, indien mogelijk, maar tweemaal per dag (tijdens het werk) is ook voldoende.

Sommige kwekers zweren bij het gebruik van groenvoer of ontkiemd zaad wanneer er nestjongen zijn, maar Wout ondersteunt dit niet. Als je toch groenvoer geeft, doe dit dan zeker niet tijdens de eerste dagen van het leven en dan alleen genoeg voor één uur. Meer zal waarschijnlijk leiden tot darmstoornissen. Bij het geven van ontkiemd zaad zorg ervoor dat de spruiten zo klein mogelijk zijn; grote spruiten kunnen grote problemen veroorzaken. Als groenvoer wordt gegeven, doe dit dan niet ’s avonds en ook niet tijdens warm weer. Maar nogmaals, Wout geeft de jongen onder geen enkele omstandigheid groenvoer!

Afhankelijk van het aantal jongen in een legsel en hun leeftijd moet er meer eivoer en zaad worden gegeven. Controleer de uitwerpselen nauwlettend en neem direct actie als ze waterig zijn. Dit is echter zeer onwaarschijnlijk als de vogels appelciderazijn en Megabactin gemengd met het eivoer krijgen.

Een periode van grotere alertheid is nodig wanneer het tijd wordt om de jongen te ringen. De meeste hennen zullen hun jongen niet uit het nest gooien als er een ring van uitwerpselen rond de rand van het nest zit. Dit gebeurt wanneer de hen stopt met het schoonmaken van haar nest omdat de jongen hun uitwerpselen op de rand van het nest beginnen te gooien. Maar bij sommige hennen moet extra voorzichtigheid worden betracht, omdat ze hun nesten vaak blijven schoonmaken met alle gevolgen van dien. Als een jong uit het nest wordt gegooid, haast je dan niet om het schijnbaar levenloze jong weg te gooien, maar houd het binnen de gesloten palm van je hand en richt je warme adem erop. Vaak begint het “levenloze” lichaam opnieuw te bewegen.

Wanneer de jongen de leeftijd van 16-18 dagen hebben bereikt, afhankelijk van hoe ze zijn gevoed en zijn gegroeid, plaatst Wout het nest op de bodem van de kooi en voorziet tegelijkertijd in een nieuw nest op de oude locatie. Na korte tijd zal de hen beginnen met het maken van een nieuw nest en tegelijkertijd haar jongen blijven voeden. Met deze methode heeft de hen meestal haar eerste ei gelegd wanneer de eerste jongen klaar zijn om uit het nest te springen. Met deze methode wordt het plukken van veren tot een minimum beperkt. Het moet echter worden erkend dat verenplukken nog steeds kan voorkomen. Het is dan ideaal als de kweker babykooien in de kweekkooien heeft of babykooien die aan de voorkant van de kweekkooi kunnen worden opgehangen. De hierboven beschreven methode is voor het kweken van een enkel paar.

In de afgelopen jaren is er een andere methode van paar kweken geïntroduceerd. Na 10 dagen wordt het mannetje verwijderd (vaak direct nadat de eieren zijn gelegd). De hen voedt de jongen zelf op, en wanneer deze 18 dagen oud zijn, worden ze overgebracht naar een babykooi met verschillende andere nesten. De hennen komen voor de babykooi samen en ze zullen de jongen voeden totdat ze onafhankelijk worden. Deze methode elimineert vrijwel verenplukken zonder problemen van te dikke mannetjes, die in de volière blijven. De methode resulteert in minder onbevruchte eieren, minder schade aan eieren of eieren bedekt met uitwerpselen wanneer de jongen in het nest blijven. Deze methode van het grootbrengen van jongen heeft veel voordelen, maar vereist wat leren en wennen. Zodra de jongen onafhankelijk zijn geworden, plaats ze niet direct in de volière, maar zet ze eerst over naar een overgangskooi waar ze vertrouwd raken met hun zaad en drinken. Zodra de vogels een goede V in hun staart hebben ontwikkeld en minstens een week zelfstandig zijn geweest, kunnen ze worden verplaatst zonder schade te veroorzaken.

Wout van Gils

Het ringen van je jongen

 

Ring het nest jongen – Dingen om op te letten tijdens en na het ringen – Met dank aan Wout van Gils

Het ringen is altijd een plezierige activiteit, waarbij de jongen hun eerste kritieke fase hebben overleefd en zijn begonnen met het ontwikkelen van hun verenkleed. Ringen worden normaal gesproken geleverd door de club of federatie waaraan je bent aangesloten. Ze geven de naam van de betrokken club of federatie, het kweekjaar en het toegekende volgnummer aan.

Jonge rollerjongen moeten worden geringd wanneer ze 5-6 dagen oud zijn.

          (1) (2) (3)                                              

 

Echter kunnen er problemen ontstaan, bijvoorbeeld:

  1. Jongen die te laat of te vroeg worden geringd.
  2. Verwondingen die optreden tijdens het ringen.
  3. Ouders die de jongen met de ring uit het nest gooien.
  4. De ring die vast komt te zitten.

 

De meesten van ons zullen de bovenstaande gevallen herkennen en weten hoe ze deze het beste kunnen vermijden.

De beste tijd om je jonge kuikens te ringen is wanneer hun eerste ontlasting rond de rand van het nest verschijnt. Dit is een indicatie dat de hen het nest niet meer schoonmaakt en minimaliseert de kans dat de ouders de ring als uitwerpselen beschouwen.

Bij het proberen te ringen wordt ook aanbevolen om de tenen en het been te bevochtigen om een gemakkelijke doorgang mogelijk te maken en mogelijke verwondingen te voorkomen.

Het is ook raadzaam om een paar keer te controleren of de jongen ondanks je goede bedoelingen nog steeds in het nest zitten. Beter om eens te veel te controleren dan een vogel te verliezen. Als je een ogenschijnlijk levenloze vogel op de bodem van de kooi vindt, gooi hem dan niet meteen weg maar leg hem in de palm van je hand en verwarm hem met je adem. Vaak herstellen de jongen zich.

 

Tip: Naast het bovenstaande doe ik ook het volgende: voordat ik de jongen na het ringen terug in het nest leg, bedek ik de bodem van het nest met een beetje zaad. De ouders zullen aanvankelijk proberen het nest schoon te maken, maar zullen dit te arbeidsintensief vinden en al snel opgeven. Op deze manier komt het zeer zelden voor dat de ouders nog steeds doorgaan met het uit het nest gooien van hun pas geringde kuikens. Probeer het zelf en zie het resultaat.

Overdreven boven snavel bij kanarievogels!

Beste kanariekwekers,

De laatste jaren is er regelmatig gesproken over een opvallend onderwerp onder kanaries: exemplaren met een abnormaal grote bovensnavel, zelfs zo groot dat de vogel erdoor komt te overlijden (zie foto). Tot op heden is de oorzaak hiervan nog niet gevonden, maar er lijkt wel onderzoek naar te worden gedaan. Als je meer informatie hebt over deze te lange bovensnavel, stuur me dan alsjeblieft de gegevens. Wellicht kunnen we samen de oorzaak achterhalen.

Met vriendelijke groet,

Wout van Gils

bovenbek te lang

Fok tips door Wout van Gils

Vanuit zijn ervaring heeft Wout vastgesteld dat de mannetjes over het algemeen achterlopen op de hennen wat betreft de broedconditie. Daarom plaatst hij ze eerst in de broedkasten en verhoogt de temperatuur tot maximaal 18°C en de lichturen tot ongeveer 14,5. Plaats een paar hennen voor hen; je zult zien dat sommige mannetjes snel reageren. Bied drie keer per week extra eivoer aan en na ongeveer 1 1/2 week kun je de hennen introduceren bij de mannetjes. Met beide vogels in broedconditie zal het koppelen snel plaatsvinden; dit is een teken dat alles volgens plan verloopt. Het kan zijn dat sommige vogels iets later koppelen, maar bij de meerderheid zal het proces soepel verlopen.

Het kan gebeuren dat sommige vogels blijven vechten. In dat geval is snelle actie vereist. Het kan zijn dat een van de vogels niet in de juiste broedconditie verkeert of dat een van hen wordt aangetrokken door de roep van een andere vogel. Luister goed wanneer een hen roept en of dezelfde man voortdurend antwoordt. Als de nieuwe koppeling geschikt is qua zang, kan de hen dan bij de nieuwe man worden geplaatst en zal het over het algemeen goed gaan. Een andere aanpak is om de hen enkele dagen te verwijderen en haar dan ’s avonds terug te plaatsen. Let echter op vogels die blijven vechten.

Na vier dagen voorzie je het nestmateriaal; hennen die in broedconditie zijn, zullen snel beginnen met het bouwen van hun nest. Controleer of het nest goed gevormd is door een globe erin te draaien. Sommige fokkers halen de eieren eruit en plaatsen ze terug zodra het vierde ei is gelegd; bewaar de eieren op een beschaduwde plaats, NIET in de zon. De hennen zullen nu beginnen met broeden en de jongen worden na veertien dagen uitgebroed. Zorg ervoor dat de vogelkamer goed geventileerd is met frisse lucht en zuurstof. Geef de vogels regelmatig baden en besproei de eieren af en toe met een verstuiver. Controleer of de eieren niet aan het nest kleven, zodat de hen ze gemakkelijk kan draaien. Wees ervan bewust dat bij een gezond broedsel de eieren er glanzend uitzien met de puntige uiteinden naar elkaar toe.

Veel succes,

Wout van Gils

Kuikens worden onafhankelijk

Men hoort vaak van kuikens die sterven als ze bijna onafhankelijk worden. Natuurlijk kan van zwakkere vogels worden verwacht dat ze sterven door natuurlijke selectie. Maar sommige vogels kunnen ook sterven door volledig vermijdbare oorzaken.

Het is deze laatste situatie die we moeten aanpakken.

Wanneer worden de jongen onafhankelijk:

Veel kwekers zien dit meteen – sommigen door hun leeftijd ongeveer 3 weken na het uitkomen, maar een uitstekende indicatie is een volledig ontwikkelde V in de staart van de jonge vogel, wat een zeker teken is dat de vogel onafhankelijk is geworden.

Tegelijkertijd zal de vogel voldoende op zichzelf eten en zijn zaden goed en adequaat pellen. Eivoer moet dagelijks beschikbaar zijn.

Wanneer de vogels goed eten en de V in de staart voldoende uitgesproken is, is het tijd om de jonge vogels apart te zetten. De beste procedure is om ze gedurende twee weken in een overgangskooi (broedkooi, kleine volière of andere) te plaatsen voordat ze naar een grotere volière worden overgebracht.

Zorg ervoor dat de vogels in de overgangskooi gemakkelijk hun drinkwater kunnen vinden en plaats dit dicht bij het zaad en eivoer. Controleer of er genoeg zitstokken zijn en of de vloermaterialen schoon en droog zijn. Controleer de jongen dagelijks en let op doffe ogen, piepende geluiden. Vogels die deze symptomen vertonen, hebben mogelijk iets tekort. Door ze terug te plaatsen bij hun ouders of adoptieouders worden dergelijke problemen over het algemeen opgelost.

Vogels in grotere volières plaatsen:

Na twee weken in de overgangskooi kunnen de vogels naar een grotere volière worden overgebracht. Deze stap wordt aanbevolen voor de ontwikkeling van de jonge vogels. De volière moet van tevoren goed worden ontsmet en behandeld tegen ongedierte voor de langere termijn – een procedure die vaak wordt verwaarloosd maar waarvan de gevolgen zeer schadelijk kunnen zijn.

Controleer opnieuw of zowel water als voedsel gemakkelijk toegankelijk zijn voor de jonge vogels en of de zitstokken stevig zijn bevestigd. Afzonderlijke zitstokken worden ook aanbevolen. Als je vogels overplaatst, doe dit dan altijd ’s ochtends, zodat ze tegen de avond vertrouwd zijn met hun nieuwe ruimte.

Heb nooit oudere hennen bij de jonge vogels, omdat dit verenplukken kan aanmoedigen. Bied afleiding door verschillende pluimen van gierst op te hangen, wat de vogels zal vermaken en verenplukken zal voorkomen. Zorg voor voldoende fijn grit en droge bodemmaterialen.

Hoewel de vogels niet meteen al het zaad oppikken, zal dit na enkele weken veranderen. Geef elke dag vers zaad, maar niet te veel, ongeveer 5 g per vogel per dag. Ga door met het dagelijks voeren van eivoer gedurende de eerste maand, maar verminder dit dan geleidelijk tot twee of drie keer per week.

Wat nooit vergeten mag worden, is dat er twee keer per week baden voor de jongen en in feite voor al je vogels moeten worden verstrekt.

Het toevoegen van badzout eens per week is zeer gunstig voor veren, helpt bij de preventie van veermijt en de algemene ontwikkeling van het verenkleed. Tijdens de rui verliezen vogels af en toe een veer van de staart en vleugel, niet uit de normale rui, maar als gevolg van vechtpartijen. Het is het beste om losse veren van de kooivloer te verwijderen, omdat vogels hieraan kunnen pikken voor hun aminozuren en dit op zijn beurt kan leiden tot verenplukken. Vogels die tekenen van bloed vertonen, moeten onmiddellijk worden gescheiden om verenplukken te voorkomen en niet bij de andere vogels worden achtergelaten.

Losse veren kunnen worden opgevangen door een schuin bord in een achterhoek van de volière te plaatsen – de veren zullen zich verzamelen en kunnen gemakkelijk worden verwijderd.

Natuurlijk moeten de vogels af en toe een stukje appel, sinaasappel of ander fruit krijgen, maar slechts genoeg om een paar uur mee te gaan. Bovendien is het belangrijk om de jonge vogels van de rondes één en twee gescheiden te houden en niet samen te voegen. Ook geen oudere vogels bij de jongen, zodat de rui afzonderlijk plaatsvindt en zeker niet ten nadele van de jongen.

Met inachtneming van de bovenstaande stappen zullen de jongen zich goed ontwikkelen zonder problemen en een mooi en gezond verenkleed krijgen. Bovendien zullen er weinig vogels verloren gaan of misvormde vleugel- en staartpennen ontwikkelen.

En natuurlijk is dit niet ons overkoepelende doel.

Succes – Wout van Gils.

Behandelen Lumps knobbel is mogelijk

Beste Wout,

Ik heb je bericht over de lumps bij kanaries op internet gelezen.

Als beginnende volière-houder heb ik hoogstwaarschijnlijk een kanarie met lumps gekocht. Desondanks heb ik de lumps een week lang dagelijks ingesmeerd met looizuurvrije vaseline. Daarna heb ik de kanarie een week lang om de dag badwater gegeven met badzout speciaal voor vogels. Daarna heb ik er niets meer aan gedaan, en na drie weken was de lump totaal ingedroogd. Met enige voorzichtigheid kon ik het vervolgens uit het borstje van de kanarie trekken. Het gat waar de lump uitkwam, heb ik behandeld met betadine. Dit alles heb ik vandaag gedaan, en de vogel maakt een goede indruk. Ik zal een foto van de, naar mijn mening, grote lump meesturen. Misschien is dit een manier om dit soort lumps te verwijderen in plaats van ze door vogelartsen te laten verwijderen. De lump is volledig uit het borstje van de kanarie gekomen, en de kanarie maakt het goed. Ik heb een buitenvolière en hang haar in een apart kooitje in de buitenvolière, omgeven door soortgenoten.

Ik stuur je dit bericht in de hoop dat het andere mensen ook zal helpen, omdat het bij mij minder ingrijpend is verlopen door af te wachten en op te letten dan de verhalen die ik heb gelezen en gezien op YouTube.

Ik hoop dat je iets hebt aan mijn verhaal voor eventuele vragen over lumps. Lumps pas behandelen als ze zijn uitgedroogd!

Met vriendelijke groet,

C. Dorst

Het Rui-seizoen als Krachtige Indicator

Het Rui-seizoen als Krachtige Indicator

Wanneer de vogels in goede gezondheid verkeren, zal de rui normaal en redelijk snel verlopen, maar het is essentieel om de vogels voldoende ruimte te bieden en niet te overbevolken. Het is natuurlijk belangrijk om de vogels te voorzien van een goed uitgebalanceerd dieet, omdat de rui zeer belastend kan zijn. Een goede aanvoer van eiwitten en mineralen is ook nodig om een goede rui te waarborgen, aangezien de veren hoofdzakelijk bestaan uit het eiwit ‘keratine’. Als de vogel ziek is of lijdt aan een tekort, zal de rui langdurig en onvolledig zijn. Een veer heeft een beperkte levensduur, en het totale verenkleed maakt ongeveer 10% uit van het gewicht van de vogel. Om een soepele rui te bevorderen, moeten enkele belangrijke aspecten worden overwogen, zoals “het licht” en het “bad”, evenals een goed gevarieerd zaadmengsel, voldoende leefruimte, zitstokken en afleiding.

Zodra het broedseizoen is beëindigd, moet eventuele kunstmatige verlichting zo veel mogelijk worden verminderd. Alleen natuurlijk licht moet de norm zijn. Dit brengt de vogels in betrekkelijke duisternis en dient als een natuurlijke trigger voor het starten van de rui. Tijdens de rui moeten de vogels met rust worden gelaten en moet elk vangen zoveel mogelijk worden vermeden. Bied ook regelmatig een half ui (aminozuren) aan en sprays van gierst zullen ook zeer nuttig zijn. Zorg voor afleiding door strengen touw op te hangen en voldoende beschutte zitposities te bieden. Vogels die sporen van bloed vertonen, moeten onmiddellijk worden verwijderd en apart worden gehouden, en alleen worden teruggeplaatst wanneer het bloeden is gestopt en alle sporen van bloed zijn weggespoeld.

Baden worden twee keer per week verstrekt. Ik gebruik normaal water en voeg “badzout voor duiven” toe. Het zout verzacht de veren en helpt bij de vernieuwing van de veren door het stof te verwijderen. Het zout wordt eenmaal per week toegevoegd.

Als je bedenkt dat een gewone kanarie ongeveer 1500 veren heeft, zul je de hoeveelheid energie waarderen die de vogel moet produceren. Het effect is vaak dat de vogel mager wordt. Dit is voelbaar wanneer je de vogel in je hand houdt en is de reden om gedurende de ruiperiode van ongeveer 6-7 weken eivoer beschikbaar te stellen. Voedingssupplementen worden toegevoegd aan het eivoer, dat drie keer per week wordt gegeven. Probiotica worden ook toegevoegd om de darmflora in balans te houden. Andere maatregelen omvatten een goede ventilatie en luchtverversing, waarbij vochtinbreng wordt vermeden. Met de juiste zorg zullen je vogels na 6-7 weken goed gevormd zijn. Het verenkleed zal glad, schoon en strak zijn, en de mannetjes zullen je bedanken wanneer ze opnieuw beginnen te zingen.

Met vriendelijke groet, Wout van Gils.

 

Het opvoeren van roodfactorige kanarievogels

OPVOEREN VAN ROODFACTOR KANARIEVOGELS   Roodschimmel d

INLEIDING

Er is veel geschreven en gesproken over roodfactor kanarievogels, met zowel voor- als tegenstanders. Er zijn discussies over hun natuurlijkheid en de vraag of het schadelijk is voor de vogels. Ook op tentoonstellingen hoor je vaak de opmerking “roodbezit is niet egaal”. Daarom behandelen we opnieuw het onderwerp van het opvoeren van deze vogels, met aandacht voor de voor- en nadelen, als die er zijn. De laatste jaren zijn er namelijk prachtige, volledig doorgekleurde roodfactorvogels te bewonderen.

ONTSTAAN VAN DE ROODFACTOR

De rode of oranjerode kanarie is ontstaan door kruisingen met de kapoetsensijs, waarbij vruchtbare vogels werden verkregen. Door verder te fokken met deze vogels is een deel van het rood (oranje) in onze kanarievogels terechtgekomen. Helaas is dit niet helemaal gelukt vanwege de verschillen in de verenstructuur van onze kanaries ten opzichte van de kapoetsensijs. In dit artikel richten we ons vooral op de kleurstoffen, met name “caroteen”, die aanwezig zijn in zaden en planten en door ons kunnen worden toegediend.

ROOD OPVOEREN: IS DIT NATUURLIJK?

Veel liefhebbers en niet-kenners denken dat rode vogels onnatuurlijk zijn en beschouwen ze als “geverfd”. Wij kwekers weten echter wel beter en willen dit uitleggen aan degenen die niet bekend zijn met deze vogelsoort. Hoewel er weliswaar geverfde vogels bestaan, worden deze op tentoonstellingen apart beoordeeld. Normaal opgevoede vogels zijn niet onnatuurlijk, tenzij er sprake is van overdreven opvoeding. Kijk eens naar de natuur: denk aan onze mooie kneu, goudvink, barmsijs, enz. Deze vogels halen hun kleur uit hun voedsel, dat overvloedig aanwezig is in hun natuurlijke omgeving. In volières kan kleurverwatering optreden, en daarom moeten we soms kleurstimulanten toedienen. Het idee dat een gele kanarie met een bepaald goedje rood wordt, is een fabel. Probeer het maar, de vogel wordt misschien oranje, maar nooit rood. Kortom, het kweken van roodfactorvogels is niet eenvoudig en vereist precisie, geduld en toewijding.

FOUTEN BIJ ROODFACTORVogels

Er worden veel fouten gemaakt bij deze vogels, waarvan de meeste nadelig zijn voor de vogels zelf en hun nakomelingen. Een veelvoorkomende fout is de opmerking “tweekleurig”, wat vaak meerdere fouten aanduidt, zoals gele vlekken, een paarse kop of borst, vermenging van rood en oranje, en zelfs gele of rode pennen. Het is jammer dat sommige vogels er zo uitzien, en dit wordt vaak veroorzaakt door onregelmatige en onjuiste toediening van kleurstimulanten. Geduld, regelmaat en overtuiging zijn essentieel om deze problemen te voorkomen.

WAARMEE GAAN WE OPVOEREN

Er zijn verschillende producten beschikbaar en elke kweker heeft zijn eigen voorkeur. Er zijn geen producten bekend die schadelijk zijn voor de gezondheid van de vogels, mits ze correct worden toegediend. Overdosering moet echter worden vermeden, zoals bij alle voedings- en verzorgingsproducten.

Let op: “OVERDAAD SCHAAD” geldt niet alleen voor roodstimulansen, maar voor alle producten. Dus het is onterecht om te beweren dat roodstimulanten schadelijk zijn.

Enkele goede producten zijn onder andere:

  1. Canthaxantine
  2. Carophyll
  3. B-Carothene
  4. Intensieve (Bogena)

Er zijn zeker nog meer goede producten verkrijgbaar, en met de juiste en tijdige dosering zullen alle vogels goed doorgekleurd worden. Elke liefhebber kan en zal voor zichzelf bepalen welk product het beste is.

De liefhebbers van roodfactorige vogels hebben vaak hun eigen voorkeursmerk. Sommigen maken zelfs een mengeling van verschillende producten, terwijl anderen tijdens de rui extra veel caroteenhoudende zaden geven. Veel is mogelijk, maar nogmaals, overdrijven schaadt. Zelf geef ik al zo’n 15 jaar Canthaxantine / Intensief, met goede kleurresultaten en weinig of geen levervlekken. Als u een goed product met goede resultaten heeft, verander dit dan niet en ga zo door.

WANNEER BEGINNEN MET OPVOEREN:

De meeste kwekers beginnen als de jongen uitkomen, dan krijgen de vogels de kleurstimulans in het eivoer gemengd. Dit gebeurt door een hoeveelheid bijvoorbeeld Canthaxantine op te lossen in een beetje warm water (ongeveer 70°C). Meng deze hoeveelheid goed door het eivoer dat nodig is voor één dag en voor de benodigde koppels. Als de jongen in het nest liggen, raad ik af om bijvoorbeeld Canthaxantine in het drinkwater te doen, dit zorgt voor knoeiboel en mogelijk slechtere resultaten bij jonge vogels. Sommige kwekers geven al rood opfokvoer zo’n 10 dagen voordat de vogels hun eieren leggen. Dit zorgt ervoor dat de vleugel- en staartpennen beter doorgekleurd zijn. Let op de jongen uit de tweede ronde, zij zijn vaak beter doorgekleurd dan die uit de eerste ronde. De standaard voor jonge roodfactorige vogels vereist volledig doorgekleurde staart- of vleugelpennen. Door tijdig te beginnen met de kleurstimulator kunnen de vogels goed doorgekleurd zijn tot in de vleugel- en staartpennen. De laatste jaren zijn er meer kwekers die de kleurstimulans gewoon in de gewenste hoeveelheid over het eivoer strooien, dit goed mengen en aan de vogels geven. Ik heb hier ook goed doorgekleurde vogels van gezien. Ook zijn er tegenwoordig voeders op de markt die het vochtgehalte goed opnemen. Als men daar de kleurstimulator door mengt, geeft dit een nog beter evenwichtig balans in de dosering van ons eivoer.

WELKE MANIER VAN TOEDIENEN:

Zoals hierboven al vermeld zijn er verschillende methoden. Maak zelf een keuze, maar zorg altijd voor de juiste hoeveelheid en dagelijks vers.

Enkele methoden:

  • A. Door het eivoer mengen, opgelost in water.
  • B. Over het eivoer strooien en goed mengen.
  • C. In het drinkwater doen (tijdens kweek niet aan te bevelen).
  • D. Mengen met bijvoorbeeld kracht- en opvoerkorrels en dan mengen met eivoer.

OPVOEREN VAN VOGELS TOT ZELFSTANDIGHEID:

Wanneer de vogels uit de kweekkooi komen en na de overgang naar de volière, geef ik de kleurstimulans na ongeveer 4 à 5 weken in het drinkwater. Zorg voor de juiste hoeveelheid per liter drinkwater en bewaar dit in de koelkast. Het drinkwater moet dagelijks worden ververst, nooit wachten tot de drinkflesjes leeg zijn. Bij erg warm weer, indien mogelijk, zelfs twee keer per dag verversen. De kleurstof zal namelijk minder sterk werken naarmate deze langer aan daglicht wordt blootgesteld. Hoewel de hoeveelheid kleurstof gedurende de hele ruitijd constant kan zijn geweest, kan de werking ervan minder dan 50% zijn. Hier zijn enkele punten waarmee u rekening moet houden tijdens het opvoeren in de ruitijd:

A. STEEDS DE JUISTE HOEVEELHEID 1 à 2 MAAL DAAGS VERVERSEN.

B. BEWAREN IN DE KOELKAST OF EEN DONKERE PLAATS (geldt ook voor de kleurstof zelf).

C. GEBRUIK GEEN OUDERE KLEURSTOF (JAARLIJKS VERNIEUWEN).

D. BEPERK DE HOEVEELHEID KIEMZAAD, FRUIT EN GROENVOER (VOGELS DRINKEN DAN MINDER).

E. LAAT BADWATER NIET TE LANG STAAN (OOK NIET DAGELIJKS GEVEN).

F. OVERWEEG OF DE ROODSTIMULATOR NOG DOOR HET EIVOER MOET WORDEN GEMENGD.

HOEVEELHEID VAN TOEDIENEN:

Dit kan moeilijk zijn voor iemand die maar met enkele koppels kweekt, ook de te geven hoeveelheid voor deze koppels is lastig te bepalen. Toch wil ik enkele richtlijnen geven die u kunt volgen:

EN HOU U AAN DEZE:

A. GEBRUIK ALTIJD DE VOORGESCHREVEN HOEVEELHEID VAN DE FABRIKANT (niet meer of niet minder).

B. DRINKWATER: ± 1 GRAM PER LITER WATER.

C. EIVOER VOOR ± 50 VOGELS: 3 à 4 GRAM (ongeveer 12 gram per kilogram eivoer).

D. STOPPEN ALS DE VOGELS VOLLEDIG ZIJN UITGERUID T.T. VOGELS DOORGAAN TOT AAN DE 1E T.T. (Tot de vogel volledig is uitgeruid).

Overdoseren heeft geen zin; de rode kleur kan dan paars lijken, wat schadelijk is voor de vogel en meer kosten met zich meebrengt zonder resultaat. Vooral bij overdosering kunnen vogels leveraandoeningen krijgen. Als uw vogels, en geloof me, de juiste hoeveelheid krijgen zoals hier beschreven en regelmatig, en ze zijn nog niet goed doorgekleurd, dan is het mogelijk dat het roodbezit (factor) te zwak is bij uw vogels. In dat geval moet u op zoek naar ander kweekmateriaal. Overdoseren heeft hier geen zin.

KWEEKMATERIAAL OPVOEREN?

Dit is niet noodzakelijk en zelfs beter voor de vogels. U zult er ook voordeel uit halen. Hierdoor kunt u beter zien welke vogel een sterk of zwak roodbezit heeft, waardoor u het roodbezit van uw vogels kunt verbeteren. Met een goed kweekboek en een duidelijke roodfactor die u ziet, kunt u later effectief uw koppels samenstellen. Het enige nadeel is het minder fraaie uiterlijk van uw kweekvogels in het vogelverblijf.

OPVOEREN VAN ONZE T.T. VOGELS:

Als u roodfactorige vogels kweekt, met veel zorg en geduld, is het begrijpelijk dat u ze ook wilt laten zien op onze T.T., en terecht. Ongeveer 9 weken voor de T.T. controleer ik deze vogels. Het is niet uitgesloten dat enkele vleugel- of staartpennen gebroken zijn. Als het er 1 of 2 zijn, kunnen deze met een korte ruk worden uitgetrokken. (Let op: als u dit aan de linkerkant doet, doe het dan ook aan de rechterkant om een ongelijke staart te voorkomen).

Zijn het er meer, knip dan 1 cm achter de schacht af en ongeveer 1 week later kunnen de pennen heel eenvoudig worden verwijderd zonder de vogel te kwetsen. Ga vervolgens door met het regelmatig toedienen van kleurstof. Stop met het geven in drinkwater bij het ophokken van de T.T. vogels, maar meng het in het eivoer. Vanaf het begin van de T.T.’s geen kleurstimulator meer geven als dit niet meer nodig is.

De laatste jaren zijn er meer kwekers begonnen met de kleurstimulans gewoon in de gewenste hoeveelheid over het eivoer te strooien, dit weer goed mengen en aan de vogels geven. Ik heb hier ook goed doorgekleurde vogels van gezien.

WELKE MANIEREN VAN TOEDIENEN?

Zoals ik hierboven al heb aangegeven, zijn er verschillende methoden. Kies er een, maar zorg voor de juiste hoeveelheid en dagelijks vers. Enkele methoden:

  • A. Door het eivoer mengen opgelost in water.
  • B. Over het eivoer strooien en goed mengen.
  • C. In het drinkwater doen (tijdens de kweek niet aan te bevelen).

OPVOEREN VAN VOGELS TOT ZELFSTANDIGHEID:

Als de vogels uit de kweekkooi komen en na de overgang naar de volière, geef ik de vogels de kleurstimulans na ± 4 à 5 weken in het drinkwater. Bewaar de juiste hoeveelheid per liter drinkwater in de koelkast. Het drinkwater 1 MAAL DAAGS VERVERSEN. Wacht nooit tot de drinkflesjes leeg zijn; geef dagelijks nieuw en vers water en maak het aan. Bij erg warm weer, indien mogelijk, zelfs 2 keer per dag. Het is namelijk zo dat hoe langer de kleurstof aan daglicht wordt blootgesteld, hoe minder sterk deze zal werken. Jullie kunnen dan wel zeggen dat de hoeveelheid kleurstof hetzelfde is geweest gedurende de hele ruitijd, maar de werking ervan was of is nog geen 50% meer. Ik geef u nu nog enkele punten waarmee u degelijk rekening moet houden tijdens het opvoeren in de ruitijd:

A. STEEDS DE JUISTE HOEVEELHEID 1 à 2 MAAL DAAGS VERVERSEN.

B. BEWAREN IN DE KOELKAST OF EEN DONKERE PLAATS (geldt ook voor kleurstof zelf).

C. GEBRUIK GEEN OUDE KLEURSTOF (JAARLIJKS VERNIEUWEN).

D. WEINIG KIEMZAAD – FRUIT – GROENVOER (VOGELS DRINKEN DAN MINDER).

E. BADWATER NIET TE LANG LATEN STAAN (OOK NIET DAGELIJKS GEVEN).

HOEVEELHEID VAN TOEDIENEN:

Dit is vaak moeilijk voor iemand die maar met enkele koppels kweekt, en ook de te geven hoeveelheid voor deze koppels is lastig te bepalen. Toch wil ik enkele richtlijnen geven. Houd deze aan:

A. GEBRUIK ALTIJD DE VOORGESCHREVEN HOEVEELHEID VAN DE FABRIKANT (niet meer of niet minder).

B. DRINKWATER: ± 3 GRAM PER LITER WATER (12 gram per kilogram eivoer).

C. EIVOER VOOR ± 50 VOGELS: 10 à 12 GRAM.

D. STOPPEN ALS DE VOGELS VOLLEDIG ZIJN UITGERUID T.T. VOGELS DOORGAAN TOT AAN DE 1e T.T. (Tot de vogel volledig is uitgeruid).

Overdoseren heeft geen zin; de rode kleur kan dan paars lijken, wat schadelijk is voor de vogel en meer kosten met zich meebrengt zonder resultaat. Vooral bij overdosering kunnen vogels leveraandoeningen krijgen. Als uw vogels, en geloof me, de juiste hoeveelheid krijgen zoals hier beschreven en regelmatig, en ze zijn nog niet goed doorgekleurd, dan is het mogelijk dat het roodbezit (factor) te zwak is bij uw vogels. In dat geval moet u op zoek naar ander kweekmateriaal. Overdoseren heeft hier geen zin. Maar een kuur met cedechol is zeker aan te bevelen bij deze hoge dosering.

Beste roodkwekers, ik hoop met dit artikel weer enkele gegevens en tips te hebben kunnen verstrekken. Over de rode kanaries zullen meningsverschillen blijven bestaan, maar met geduld, overleg, zelfzekerheid en een grote nauwkeurigheid zijn er mooie en gezonde rode vogels te kweken door iedereen. Het valt mij al jaren op, bij mij in het kweekhok, op de T.T. bij mijn collega roodkwekers, dat vele rode en rood gepigmenteerde vogels mooie grote en forse vogels zijn. Glad in de bevedering zitten mooie houding, een streling voor het oog, ondanks onze voor- en tegenstanders over het opvoeren ervan. Roodkwekers, veel succes en tot een volgende keer. En denk eraan: OVERDAAD SCHAAD VOOR DE VOGELS MAAR OOK IN UW BEURS.

Wout van Gils

De Agaat Geel intensief

Agaat geel intensief

De agaat, ook wel bekend als de eerste reductiefactor, is een verdunde vorm van Zwartgeel. Deze verdunning heeft voornamelijk invloed op de toppen van de contourveren en de grote pennen. Hierdoor heeft de agaat een lichte omzoming van vleugel- en staartveren, waardoor het lijkt alsof bruin en zwart zijn afgezwakt, maar dit is slechts gedeeltelijk waar. Wat is er precies gebeurd? Het bruine PHEAO MELANINE wordt beïnvloed door een factor met een verdunde werking. Dit geeft de schijn dat zwart en bruin zijn opgebleekt, maar het is eigenlijk een vermindering van het aantal bruine pigmentkorrels. De factor die dit veroorzaakt, wordt de eerste reductiefactor genoemd, ook wel de opbleekfactor.

Samenstellen van kweekkoppels:

  1. Gebruik volle, krachtige vogels met goede bevedering.
  2. Zorg voor een goede dubbele geelfactor.
  3. Een fijne, smalle, korte, symmetrisch getekende tekening, doorlopend tot in de flanken, met baardtekening.
  4. Zorg ervoor dat vogels pigment hebben, beginnend ongeveer voor aan de snavel (geen pigmentloze band op het voorhoofd).
  5. Geen of minimaal bruin op het rugdek.
  6. Een beetje blauwstructuur wordt aanbevolen.
  7. De beste kweekmethode is de kweek naar AGAAT GEEL INTENSIEF.

Het kweken van agaten is zeker niet eenvoudig, vooral vogels met een witte ondergrond vertonen nogal verschillen in uiterlijk. Het is belangrijk op te merken dat een en dezelfde reeks vogels diverse variaties van agaten kan laten zien. Let hierop en u zult begrijpen wat ik bedoel.

Enkele koppelingen:

  • AGAAT GEEL INTENSIEF x AGAAT GEEL INTENSIEF met lichte schimmel, voldoende grote en goede bevedering.
  • AGAAT GEEL INTENSIEF x AGAAT GEEL (met lichte blauwfactor).
  • AGAAT DOM/REC x AGAAT GEEL. Zonlicht bij de agaat intensief.

In bovengenoemde situaties komt men regelmatig de opbleking, ofwel de opbleekfactor van de agaat (eerste reductiefactor) tegen. Omdat de opbleking al heeft plaatsgevonden bij de agaat, raad ik echter af de vogels in de zon te plaatsen. De zon veroorzaakt namelijk ook opbleking, en overmatige opbleking komt de goudagaat zeker niet ten goede. Houd de vogels dus uit de zon, is mijn advies.

Wat betreft de voeding denk ik dat dit weinig invloed heeft, hoewel een teveel aan caroteen-houdende zaden niet goed is voor de grondkleur. Ik heb ook vaak gelezen dat het geven van zonnepitten tijdens de rui de kleur van de goudagaat ten goede zou komen. Misschien is het het proberen waard.

Standaard Agaat Geel Intensief:

  1. Fijne, korte, smalle en onderbroken tekening symmetrisch ten opzichte van elkaar, duidelijke baardtekeningen.
  2. Hoornachtige delen grijsachtig-vleeskleurig.
  3. Geen bruinbezit.
  4. Flanktekening en wangvlekken moeten zichtbaar zijn en symmetrisch ten opzichte van elkaar.
  5. Licht opgebleekte veerranden.
  6. Een heldere, zuivere en goed verdeelde goudgele intensieve grondkleur.
  7. Kopmelanisatie moet beginnen aan de snavelbasis.
  8. Groot +/- 14,5 cm.

Veel voorkomende fouten:

  • Te zware en niet-onderbroken tekening.
  • Te lichte melanisatie (grijsachtig van kleur).
  • Vlekkerige onzuivere grondkleur.
  • Flanken en broek te licht van kleur.
  • Geheel te bruin.
  • Baardtekening ontbreekt.
  • Uitgeloogde vleugelpennen.

Ik hoop dat ik de Agaat Geel Intensief weer onder de aandacht heb gebracht bij veel beginnende liefhebbers en zo de aandacht voor deze vogels heb hersteld, want deze vogels verdienen het.

Wout van Gils

 

 

De Agaat Roodopaal.

Agaat opaal met rode grondkleur:

Sommige vogels worden maar zelden gezien, zelfs op grote shows in België of wereldwijd; een daarvan is de agaat opaal in het rood. Opalen hebben de laatste jaren een aanzienlijke toename gezien op vogelshows, en veel liefhebbers hebben deze vogels in hun collectie opgenomen. Ze zijn mooi en dankbare vogels om te kweken. In de zwarte reeks waren er vroeger problemen met het goed sluiten van het verenkleed, maar dat is nu goed onder de knie. Wat me echter opvalt, is dat opalen met de rode grondkleur achterblijven in aantal, en hoewel ik niet onmiddellijk een oorzaak kan aanwijzen, valt het wel op. Ondanks dit zijn er nog steeds zeer mooie vogels te zien. De opaal erft recessief en onafhankelijk; de opaalfactor moet dus dubbel aanwezig zijn om tot uiting te komen. Door veranderingen in de structuur van het verenkleed krijgt de aanwezige carotenoïde een andere positie, wat resulteert in roodivoor bij vogels met de rode factor. De melanine moet beginnen net boven de snavel; door de werking van de eerst reductiefactor is deze meestal licht vermengd met de grondkleur. Er is nauwelijks iets zichtbaar van het bruine feomelanine. Merk op dat de typische baardtekening niet mag ontbreken. De vogels zullen een goed, duidelijk blauwgrijs patroon laten zien, goed onderbroken en uitstrekkend tot in de flanken, waar het ook onderbroken en symmetrisch ten opzichte van elkaar is. Het is duidelijk dat het patroon van de schimmelvogels iets breder is dan dat van de intensieve vogels. Dit geldt uiteraard ook voor het verenkleed: kort en nauwsluitend voor de intensieve vogels en iets langer, ook aansluitend, voor de schimmelvogels. De hoorndelen moeten een kleurige uitstraling hebben.

Opmerking: Een grote variatie in kleurdiepte wordt veroorzaakt door drie factoren: de eerste reductiefactor, de opaalfactor in de structuur, en de citroenfactor die ook in zekere mate aanwezig kan zijn.

Enkele koppelingen:

– Opaal * opaal: 100% opaal
– Opaal * agaat: 100% split opaal

– Split/opaal * opaal: 50% opaal en 50% split opaal (kan ook omgekeerd)

– Split opaal * split O: 25% agaat, 50% split/opaal, 25% opaal

Het is essentieel om goed te letten op de structuur van het verenkleed en ook vogels te gebruiken met een goede rode factor, met of zonder de ivoorfactor – de keuze is aan jou. Hetzelfde geldt voor de keuze om te fokken naar intensief of schimmel; mijn voorkeur neigt lichtjes naar de agaat opaal roodivoor schimmel. Maar, begrijp je, het is niet makkelijk. De verdeling van de schimmel is cruciaal voor deze kleurslag. Idealiter koppel je een schimmelvogel aan een matig geschimmelde vogel of vice versa. Wees voorzichtig dat de vogels niet te veel nekschimmel laten zien.

Standaard eisen: Agaat opaal rood geschimmeld.

1. Niet intensief met rode grondkleur, met een gelijkmatige schimmelverdeling over de vogel.
2. Bruine veerpartijen zijn niet toegestaan op de vogel.
3. De bestreping is iets breder dan die van de intensieve vogels.
4. Duidelijk patroon op het rugdek en flanken symmetrisch van elkaar en goed onderbroken.
5. Een goed zichtbaar flankpatroon, ook symmetrisch en onderbroken van elkaar.
6. Snavel en poten moeten één kleur hebben.
7. Een goede egale rode grondkleur.

Standaard eisen: Agaat opaal roodivoor geschimmeld.

a. Niet intensief met rode grondkleur met ivoorstructuur, met een gelijkmatige schimmelverdeling over de vogel.
b. Bruine veerpartijen zijn niet toegestaan op de vogel.
c. De bestreping is iets breder dan die van de intensieve vogels.
d. Duidelijk patroon op het rugdek en flanken symmetrisch en goed onderbroken.
e. Een goed zichtbaar flankpatroon, ook symmetrisch en onderbroken van elkaar.
f. Snavel en poten moeten één kleur hebben.
g. Een goede egale rode ivoor grondkleur.

Standaard eisen: Agaat opaal rood intensief.

1. Intensief met een egale rode grondkleur, gelijkmatig gekleurd en verdeeld.
2. Schimmelsporen zijn niet toegestaan op de vogel.
3. Bruine veerpartijen zijn ook niet toegestaan.
4. Duidelijk patroon op het rugdek en flanken symmetrisch en goed onderbroken.
4. Een goed zichtbaar flankpatroon, ook symmetrisch en onderbroken van elkaar.
6. Snavel en poten moeten één kleur hebben.
7. Een goede egale rode grondkleur.

Standaard eisen: Agaat opaal roodivoor intensief.

a. Intensief met een egale rode ivoor grondkleur, gelijkmatig gekleurd en verdeeld.
b. Schimmels

poren zijn niet toegestaan op de vogel.
c. Bruine veerpartijen zijn ook niet toegestaan.
d. Duidelijk patroon op het rugdek en flanken symmetrisch en goed onderbroken.
e. Een goed zichtbaar flankpatroon, ook symmetrisch en onderbroken van elkaar.
f. Een goede egale rode ivoor grondkleur.

Veel voorkomende fouten:

1. Bruine veerpartijen op het rugdek.
2. Veren te lang of schraal.
3. Te veel nekschimmel (bij de geschimmelde vogels).
4. Patroon te fijn of vaag doorkomend.
5. Patroon niet onderbroken, of symmetrisch ten opzichte van elkaar.
6. Hoorndelen te donker van kleur.
7. Bewolkte, niet egale rode of rode ivoor grondkleur.
8. Te fel opgebleekt boven de snavelbasis.
9. Pigmentverlies in vleugel- of staartpennen.

Ik hoop dat dit artikel deze vogels meer onder de aandacht heeft gebracht. Ik weet dat het geen gemakkelijke vogels zijn, maar misschien is het een uitdaging om ze eens te gaan kweken. Ik wens je er veel succes mee.

Wout van Gils.

Cursus Deel 24 : Vorm fouten enz.

FOUTEN IN VORM, BEVEDERING, ENZ. Deel 24.

Vaak wordt er geschreven over het kweken van vogels en hoe ze zouden moeten zijn. Zowel kanariekwekers als tentoonstellers begrijpen echter ook hoe cruciaal andere aspecten zijn bij het kweken van kanarievogels. In dit artikel wil ik deze aspecten bespreken en met enkele tekeningen duidelijk maken wat keurmeesters bedoelen met hun opmerkingen over fouten. Er zijn talloze fouten die zich kunnen voordoen in onze kanarievogels.

VEEL VOORKOMENDE FOUTEN ZIJN ONDER MEER:

Te klein – te groot – ruwe bevedering – verkeerde houding – kleurfouten – tekeningsfouten – conditiefouten – vormfouten – africhtingsfouten – kopfouten – snavelfouten – hoorndeelfouten – bevederingsfouten – grondkleurfouten – enzovoort. Ik zou hier verder op in kunnen gaan, maar deze rubrieken zijn algemeen bekend, en keurmeesters plaatsen deze fouten onder de desbetreffende rubriek. De bijgevoegde tekeningen zullen hopelijk meer inzicht geven in de mogelijke fouten.

Onthoud als kweker en tentoonsteller dat je tijdens het koppelen van vogels altijd moet letten op de fouten die in dit artikel worden genoemd:

WAT DE ENE VOGEL TE VEEL HEEFT,

MOET DE ANDERE VOGEL MINDER HEBBEN.

Een combinatie van een goede stam vogels en inzicht in bovengenoemde regel moet leiden tot een goede stam vogels met resultaten op onze T.T.’s. Op bladzijde 50 vind je het ideale beeld van een kanarievogel met de bijbehorende eigenschappen:

HOUDING: Fier, levendig en een hoek vormend van 45° of iets meer met het horizontale vlak. Hij of zij mag beweeglijk zijn en al eens tegen de tralies komen, echter zonder té onrustig, bang of wild zijn.

GROOTTE: 13,5 – 14,5 cm. Bij de kampioenkeuze zal, bij overige gelijkheid van de resterende kwaliteiten, de grootste de voorkeur verdienen, zonder dat de grootte van 14,5 cm wordt overschreden.

VORM: De vorm van de kleurkanarie moet steeds spoelvormig zijn; iedere afwijking van deze normen kan duiden op het niet raszuiver zijn. Elke zichtbare kruising met andere kanarierassen moet bestraft worden.

LET OP: Fouten als hangende vleugels, gekruiste staartpunten, afhangende staart, enzovoort zijn géén vormfouten, maar zijn allemaal fouten in houding. Elk afzonderlijk deel van de kanarie waarvan de houding verkeerd is, dient bestraft te worden in de rubriek houding. Evenzo wordt elk afzonderlijk deel waarvan de grootte niet juist is, bestraft in de rubriek grootte. Hetzelfde geldt voor de rubriek vorm.

Over deze vormfouten wil ik ook iets schrijven. Ook hierover zijn meningen verdeeld, maar als de vogel in FIG. 1 duidelijk is, zullen ook de vorm- of houdingsfouten bij u zeker zichtbaar worden. In de bijgevoegde tekeningen zijn de meest voorkomende fouten aangehaald.

 
 

(Figuur 1)

anatomie

  1. Kop: Ovaal, met afgeronde vlakken aan alle zijden; niet plat of hoekig.
  2. Nek: Goed gevuld en niet ingevallen.
  3. Wangen: Licht gebold tot bijna vlak, nooit sterk bol.
  4. Rug: Bijna recht, niet ingevallen of bol.
  5. Vleugelpunten: Gesloten en rustend op de stuit.
  6. Staart: Iets opgericht in verhouding tot de neutrale lijn.
  7. Oog: Bijna in het midden van de kop, absoluut geen wenkbrauwen.
  8. Snavel: Kegelvormig, de beide helften bijna even lang en gesloten.
  9. Kin: Gevuld en vormt één lijn met de borst.
  10. Borstlijn: Gebogen overlangs, nooit bol of vlak; overdwars mooi rond en niet plat of puntig.
  11. Buiklijn: Gebogen en vormt één lijn met de borst, niet uitgezakt.
  12. Dijen: Bevederd en juist zichtbaar. Loopbeen bijna rechtop.
  13. Tenen: Gesloten rond de zitstok.
  14. Nagels: Niet te lang of plat op de stok liggend.
  15. Staart: Gevorkt, maar niet te diep.

Kop- en snavelfouten

1. Platte kop.

kop01

2. Normaal.

kop02

3. Te dikke snavel.

kop05

4. Overhellende kop.

kop01

5. Puntige en lange snavel.

kop01

6. Korte snavel, kleine kop.

kop05

7. Gekrulde kopveertjes.

kop07

8. Kop en nek te breed.

Vormfouten bij kanarievogels

kop06

1. Normale houding.

kan01

2. Gebroken ruglijn.

kan04

3. Smalle nek, geen ronde borst.

4. Holle, ingevallen rug.

kan09

5. (a) “Cravate” (b) Los op borst.

kan05

6. Losse flanken.

kan07

7. Zware vogel, zware borst, te vet.

kan09

8. Hangende vleugels.

kan08

10. Te horizontale houding.

kan10

11. Te verticale houding.

Deze fouten komen regelmatig voor. Ook zijn er fouten in de houding, zoals een gedrukte, liggende houding, achteroverhellend, terughoudend, zenuwachtig, vlinderend op de bodem, vuil, enz.

Andere veelvoorkomende fouten zijn tekeningsfouten. Als een vogel een tekeningpatroon heeft, moet dit patroon kort, fijn, smal en onderbroken symmetrisch ten opzichte van elkaar zijn, doorlopend tot in de flanken, ook onderbroken en symmetrisch ten opzichte van elkaar. Alleen de kleur en het uiterlijk kunnen door bepaalde factoren veranderen door te kweken, maar dat is niet het doel van dit artikel om te bespreken. De voorkomende tekeningsfouten zijn onder andere een niet-onderbroken tekening, te streperige flanktekening, te harde tekening (bij sommige vogelsoorten), ongelijke tekening, en ongelijke/weinig flanktekening. Men moet rekening houden met de intensieve of schimmel factor, die ook het uiterlijk van de tekening enigszins kan wijzigen.

A. Bij intensieve factor wordt de tekening iets fijner van uiterlijk. B. Bij schimmelfactor wordt/kan de tekening iets breder van uiterlijk zijn.

Zoals eerder vermeld, wordt de kleur en het uiterlijk van het tekeningpatroon bepaald door het kweken van bepaalde factoren.

De voorkomende bevederingsfouten. In het algemeen moet de bevedering zijdeachtig zijn en goed aangesloten met een mooie glans. Er mogen geen kale of ruwe plekken voorkomen. Bij intensieve vogels zal de kleur goed doorgekleurd zijn tot in de toppen van de bevedering, vooral bij de overjarige vogels. De eerstejaars vogels zullen iets minder doorgekleurd zijn. De schimmelvogel vraagt een goede en gelijkmatige schimmelverdeling over het hele lichaam, met ook een goed gesloten bevedering.

A. Intensieve vogels hebben korte bevedering. B. Schimmelvogels hebben lange bevedering.

De meest voorkomende fouten in de bevedering zijn ruwe bevedering, ruistoppels, losse/ruwe flanken, borstkrul, nekkrul, gebroken pennen, ontbrekende vleugel- en/of staartpennen, geen glans/dof, opening op de borst, lange bevedering, oogstreep, losse duimpennen, gerafelde bevedering. Met aandacht van de kweker kunnen veel van deze fouten tot het verleden behoren.

De conditiefouten. Deze zijn meestal snel te herkennen en kunnen in de meeste gevallen worden gecorrigeerd. In andere gevallen kan zo’n vogel nog geschikt zijn voor de kweek, maar niet voor de T.T.

Enkele conditiefouten zijn:

  • Te lange bovensnavel en teennagels.
  • Misvormde snavel/tenen.
  • Erg vuile, ruwe veren, vuile poten en staart.
  • Ontbrekende teen of teennagels.
  • Schubvorming op de snavel.
  • Vogel is ziek, opgezwollen, diarree.
  • Tranende ogen/blindheid, enz.

Wout van Gils