Opvoeren roodfactorige kanarievogels.

     Roodschimmel d

OPVOEREN ROODFACTORIGE KANARIE VOGELS”

INLEIDING.

Over deze soort vogels is al heel veel geschreven, gepraat enz We hebben voor- en tegenstanders van deze vogels, o.a. is dit wel of niet natuurlijk, is het schadelijk voor de vogel ja of nee, en de regelmatige opmerking op onze T.T., “roodbezit is niet egaal”. Kortom, er zijn heel wat op- en aanmerkingen over deze vogels. Daarom nogmaals een artikel over het opvoeren van deze vogels, en de voor- en nadelen hiervan, als deze er zijn ?Wand zoals we de laatste jaren ziet zijn er in de roodfactor fantastische vogels te bewonderen totaal doorgekleurd tot in het einde van de pennen toe. 

ONTSTAAN VAN DE ROODFACTOR.

De rode of oranjerode kanarie is zoals de meeste onder U wel zullen weten ontstaan aan de kruising met kapoetsensijs. Tussen de mannen hiervan zaten namelijk vruchtbare vogels. Door met deze vogels verder te fokken (stamkweek) heeft men een gedeelte van het rood (oranje) in onze kanarievogel gekregen.Jammer voor ons kanariekwekers dat dit niet helemaal is gelukt! Dit omdat de structuur van de veren van onze kanarie anders is dan die van de kapoetsensijs. Verder zullen de kleurstoffen van onze vogels gevormd worden door de “caroteen”” en deze komt weer voor in zaden en planten en we kunnen deze zelf toedienen. Daarover gaat het in dit artikel hoofdzakelijk. 

ROOD OPVOEREN: IS DIT NATUURLIJK?

Veel liefhebbers, niet kenners enz. menen dat de rode vogels onnatuurlijk zijn.

Ze zeggen: ”Dit zijn geverfde vogels”. Wij kwekers weten wel beter en laat ons dat dan ook uitleggen aan deze niet kenners van deze vogelsoort. Dat er geverfde vogels zijn, dat klopt maar deze worden op onze TT” met een aparte code gewaardeerd!Maar dit is niet wat we bedoelen. Normaal opgevoerde vogels zijn geen onnatuurlijke vogels (overdreven opvoeren uitgesloten). Beste liefhebbers, kijk eens rond in de natuur. Denk eens aan onze mooie kneu, goudvink, barmsijs enz. Natuurlijk halen deze vogels het uit hun voedsel, wat ze daar in overvloed vinden. Ze weten precies hoezeer en wat ze moeten eten, en ze krijgen een prachtige kleur. Deze vogels geplaatst in een volière krijgen kleurverwatering en weg mooie rode kleur, of we moeten een kleurstimulant toedienen. Ook het gezegde, een gele kanarie wordt met dat goedje ook rood ZIJN FABELS, probeer het maar, de vogel wordt wel oranje, maar nooit rood.“Kortom” als men besluit om roodfactorige vogels te gaan kweken, bedenk dat dit nog verre van eenvoudig is. Men zal heel precies moeten werken, veel geduld en een stipte instelling er op na houden. En begin met enkele koppels, want ook hier zul je leergeld moeten betalen. Mensen die van mening blijven dat de rode kleur toch onnatuurlijk is, lijkt het mij beter dat ze zich met de andere kleuren gaan bezighouden, daar de overtuiging ontbreekt van de echtheid van de roodfactorige vogels. 

FOUTEN AAN DE ROODPACTORIGE VOGELS.

Deze zijn er zeer veel, de meeste zelfs nadelig voor de vogels zelf en voor zijn nakomelingen. Een van de meest gemaakte fouten is de veelgenoemde opmerking “tweekleurig”. Met deze opmerking worden dikwijls meer dan een fout aangegeven, want soms zijn ze wel drie, ja zelfs vierkleurig. Oa gele vlekken, paarse kop of borst, rood en oranje door elkaar, gele of rode pennen, onvoorstelbaar wat men allemaal ziet. En dan stellen dat het onze eigen schuld is, de vogel kan er totaal niets aan doen. Veel kwekers geven zo maar wat als ze tijd hebben of voor een week ineens (water), regelmaat ontbreekt. Kortom erg jammer dat sommige vogels er zo uitkomen te zien.MET REGELMATIGE EN JUISTE TOEDIENING EN STEEDS DE GELIJKE HOEVEELHEID, zouden deze vogels dikwijls in de prijzen vallen het tegenovergestelde is nu het geval. Ik zal nu proberen enkele tips te geven omdat te voorkomen, maar nogmaals: GEDULD – REGELMAAT en OVERTUIGING zullen steeds van u verwacht worden, anders werkt deze kleurstimulans “averechts”. 

WAARMEE GAAN WE OPVOEREN:

Hier zijn diverse producten voor en eenieder heeft hierin zijn eigen keus. Dat er producten zijn die slecht zijn voor de gezondheid van de vogel geloof ik niet. Nadelige bijverschijnselen komen bij de juiste en voorgeschreven toediening niet meer voor, maar let wel: “OVERDAAD SCHAAD”. Maar dit geld niet alleen voor onze roodstimulans, dit geld voor al onze voedings- en verzorgingsproducten. Dus, dit is geen rede om te stellen dat de roodstimulans schadelijk is.

Enkele goede producten zijn o.a.       l. CANTHAXANTINE

                                                       2. CAROPHYLL

                                                       3. B-CAROTHENE

                                                       4. INTENSIEVE (BOGENA)

Zeker zijn er nog meer goede producten verkrijgbaar en mits goede en tijdige dosering zullen alle vogels goed doorgekleurd worden,elke liefhebber kan en zal voor zijn eigen uitmaken welk product voor hem of haar het beste is

De liefhebbers van roodfactorige vogels hebben wel ieder hun merk. Sommigen maken zelfs een mengeling van enkele producten, weer andere geven extra veel carotheen houdende zaden tijdens de rui erbij. Veel is mogelijk maar nogmaals “overdaad schaad”. Ik zelf geef al een 15-tal jaren canthaxantine / inrensief, met goede kleurresultaten, weinig of geen levervlek. Maar hebt u een goed product met goede resultaten, verander dit niet en ga zo door. 

WANNEER BEGINNEN MET OP TE VOEREN.

De meeste kwekers beginnen als de jongen uitkomen, dan krijgen de vogels de kleurstimulans in het eivoer gemengd. Dit gebeurt door een hoeveelheid BV. canthaxantine op te lossen in een beetje warm water ± 70° C. Deze hoeveelheid mengt men goed door het eivoer wat men nodig heeft voor 1 dag en voor de nodige koppels. Als de jongen in het nest liggen raad ik het af om BV canthaxantine in het drinkwater te doen, dit geeft echt een knoeiboel, en mijn inziens ook een slechter resultaat bij de jonge vogels.Er zijn ook kwekers die al rood opfokvoer geven een 10 tal dagen voor de vogels hun eieren leggen. Het voordeel is,, dat de vleugel- en staartpennen dan beter doorgekleurd zijn. En het is dan ook aan te bevelen dit zo te doen. Let maar eens op de jongen uit de 2de ronde deze zijn beter doorgekleurd zijn dan de 1ste ronde. De standaard van jonge roodfactorige vogels vraagt om een volledig doorgekleurde staart- of vleugelpennen , door goed en tijdig beginnen met de kleurstimulator kunnen de vogels goed doorkleurd zijn tot in de vleugelen staart pennen.De laatste jaren zijn er meer kwekers begonnen met de kleurstimulans gewoon in de gewenste hoeveelheid door en over het eivoer te strooien, dit weer goed mengen en aan de vogels geven. Ik heb hier ook goed doorgekleurde vogels van gezien.Ook zijn er heden voeders in de markt die het vocht gehalte erg goed opnemen ,en als men daar de kleurstimulator door mengt geeft dit een nog beter evenwichtig balans in de dosering

Van ons eivoer ,door dit er door te mengen ,het voordeel is een goed vocht gehalte met een juiste dosering van de kleurstmulator. 

WELKE MANIER VAN TOEDIENEN.

Zoals ik hierboven al heb aangehaald zijn er verschillende methoden, maak zelf een keuze, maar met, de juiste hoeveelheid en dagelijks vers.

Enkele methodes:   A. Door het eivoer mengen opgelost in water.

                            B. Over het eivoer strooien en goed mengen.

                            C. In het drinkwater doen. (tijdens kweek niet aan te bevelen)

                             D.Mengen door Bv de kracht en opvoer korrel,dan mengen met eivoer. 

OPVOEREN VOGELS TOT ZELFSTANDIG ZIJN:

Als de vogels uit de kweekkooi komen, en na het overgangshok naar de volière gaan, geef ik de vogels de kleurstimulans na ± 4  à 5   weken in het drinkwater. Weer de juiste hoeveelheid per liter drinkwater (in koelkast bewaren). Het drinkwater 1MAAL DAAGS VERVERSEN. Nooit wachten tot de drinkflesjes leeg zijn, dagelijks nieuw en vers water geven en aanmaken. Met erg warm weer indien mogelijk zelfs 2 maal daags. Het is namelijk zo dat de kleurstof hoe langer die aan het daglicht word blootgesteld, hoe minder sterk deze zal werken. Jullie kunnen dan wel zeggen dat de hoeveelheid kleurstof hetzelfde is geweest de hele ruitijd door, maar de werking ervan was of is nog geen 50% meer. Ik geef u nu nog enkele punten waarmee u degelijk rekening moet houden tijdens het opvoeren in de ruitijd:

A. STEEDS DE JUISTE HOEVEELHEID l à2 MAAL DAAGS VERVERSEN.

B. BEWAREN IN KOELKAST OF DONKERE PLAATS (geld ook voor kleurstof zelf)

C. GEBRUIK GEEN OUDE KLEURSTOF (JAARLIJKS NIEUWE)

D. WEINIG KIEMZAAD – FRUIT – GROENVOER (VOGELS DRINKEN MINDER)  

E. BADWATER NIET TE LANG LATEN STAAN (OOK NIET DAGELIJKS GEVEN)

F.EN OF DE ROODSTIMULATOR NOG DOOR HET EIVOER MENGEN. 

HOEVEELHEID VAN TOEDIENEN:

Dit is dikwijls voor iemand die maar met enkele koppels kweekt moeilijk, ook de te geven hoeveelheid voor deze koppels is moeilijk te zeggen. Toch wil ik enige richtlijnen geven.

EN HOUD DEZE AAN:

  1. A.GEBRUIK ALTIJD DE VOORGESCHREVEN HOEVEELHEID VAN DE

     FABRIKANT. (niet meer of niet minder)

B.   DRINKWATER: ± 1 GR. PER LITER WATER.

C.   EIVOER VOOR ± 50 VOGELS: 3 à 4 GRAM. ( +/- 12 Gram  per kgr eivoer )

D. STOPPEN ALS VOGELS UITGERUID ZIJN T.T. VOGELS DOORGAAN TOT AAN

1e T.T. (Tot de vogel volledig is uitgeruid)

Overdoseren heeft totaal geen zin, de rode kleur doet dan paars aanzien. Vogel wordt vlek-kerig en is schadelijk voor de vogel en het kost ons meer geld zonder resultaat. Vooral bij overdosering zullen we vogels verkrijgen met leveraandoeningen. Als uw vogels, en neem dat van me aan, de juiste hoeveelheid verkrijgen en regelmatig zoals hier beschreven, en ze zijn nog niet goed doorgekleurd, dan is het jammer maar het roodbezit (factor) is te zwak van uw vogels, en zult u naar ander kweekmateriaal uit moeten zien. Overdoseren heeft hier geen zin. 

KWEEKMATERIAAL OPVOEREN.?

Dit hoeft niet en is zelfs wat beter voor de vogels zelf, ook u haalt er voordeel uit. U zult beter zien welke vogel een sterk of een zwak roodbezit heeft, en zodoende kunt u het roodbezit van uw vogels opvoeren. Maar met een goed kweekboek en een goede roodfactor die u ziet, kunt u later zeer goed uw koppels samen stellen. Enig nadeel is het minder fraai uiterlijk van uw kweekvogels in het vogelverblijf.OPVOEREN VAN ONZE T.T. VOGELS.

Indien u roodfactorige vogels kweekt, met veel zorg en geduld, dan kan ik me voorstellen dat u ze ook wilt laten zien op onze T.T. en terecht. Deze vogels die u uitzoekt voor de TT’s ga ik een 9-tal weken voor de T.T. eens controleren, en het is niet uitgesloten dat er enkele vleugel- of staartpennen gebroken zijn. Zijn het er l of 2, kan men deze met een korte ruk uittrekken. (Let wel als men het links doet dit dan ook rechts doen, dit om BV. een ongelijke staart te voorkomen)

Zijn het er meerdere, dan l cm achter de schacht afknippen en ± 1 week daarna kan men heel eenvoudig zonder de vogel te kwetsen de pennen verwijderen. Daarna doorgaan met het regelmatig toedienen van kleurstof. Tijdens het opkooien van de T.T. vogels het niet meer geven in drinkwater, maar in het eivoer. Vanaf de aanvang van de T.T.’s geen kleurstimulator geven als dit niet meer nodig is. De laatste jaren zijn er meer kwekers begonnen met de kleurstimulans gewoon in de gewenste hoeveelheid door en over het eivoer te strooien, dit weer goed mengen en aan de vogels geven. Ik heb hier ook goed doorgekleurde vogels van gezien. 

WELKE MANIEREN VAN TOEDIENEN.

Zoals ik hierboven al heb aangehaald zijn er verschillende methoden, maak zelf een keuze, maar met, de juiste hoeveelheid en dagelijks vers.

Enkele methodes:  A. Door het eivoer mengen opgelost in water.

                            B. Over het eivoer strooien en goed mengen.

                            C. In het drinkwater doen. (tijdens kweek niet aan te bevelen) 

OPVOEREN VOGELS TOT ZELFSTANDIG ZIJN:

Als de vogels uit de kweekkooi komen, en na het overgangshok naar de volière gaan, geef ik de vogels de kleurstimulans na ± 4 à 5 weken in het drinkwater. Weer de juiste hoeveelheid per liter drinkwater (in koelkast bewaren). Het drinkwater 1MAAL DAAGS VERVERSEN. Nooit wachten tot de drinkflesjes leeg zijn, dagelijks nieuw en vers water geven en aanmaken. Met erg warm weer indien mogelijk zelfs 2 maal daags. Het is namelijk zo dat de kleurstof hoe langer die aan het daglicht word blootgesteld,hoe minder sterk deze zal werken. Jullie kunnen dan wel zeggen dat de hoeveelheid kleurstof hetzelfde is geweest de hele ruitijd door, maar de werking ervan was of is nog geen 50% meer. Ik geef u nu nog enkele punten waarmee u degelijk rekening moet houden tijdens het opvoeren in de ruitijd:

A. STEEDS DE JUISTE HOEVEELHEID l à2 MAAL DAAGS VERVERSEN.

B. BEWAREN IN KOELKAST OF DONKERE PLAATS (geld ook voor kleurstof zelf)

C. GEBRUIK GEEN OUDE KLEURSTOF (JAARLIJKS NIEUWE)

D. WEINIG KIEMZAAD – FRUIT – GROENVOER (VOGELS DRINKEN MINDER)  

E. BADWATER NIET TE LANG LATEN STAAN (OOK NIET DAGELIJKS GEVEN) 

HOEVEELHEID VAN TOEDIENEN:

Dit is dikwijls voor iemand die maar met enkele koppels kweekt moeilijk, ook de te geven hoeveelheid voor deze koppels is moeilijk te zeggen. Toch wil ik enige richtlijnen geven.

EN HOUD DEZE AAN:

  1.   GEBRUIK ALTIJD DE VOORGESCHREVEN HOEVEELHEID VAN DE

     FABRIKANT. (niet meer of niet minder)

B.   DRINKWATER: ± 3 GR. PER LITER WATER. (12 gram  per kgr eivoer )

C.   EIVOER VOOR ± 50 VOGELS: 10 à 12 GRAM.

D. STOPPEN ALS VOGELS UITGERUID ZIJN T.T. VOGELS DOORGAAN TOT AAN

1e T.T. (Tot de vogel volledig is uitgeruid)

Overdoseren heeft totaal geen zin, de rode kleur doet dan paars aanzien. Vogel wordt vlek-kerig en is schadelijk voor de vogel en het kost ons meer geld zonder resultaat. Vooral bij overdosering zullen we vogels verkrijgen met leveraandoeningen. Als uw vogels, en neem dat van me aan, de juiste hoeveelheid verkrijgen en regelmatig zoals hier beschreven, en ze zijn nog niet goed doorgekleurd, dan is het jammer maar het roodbezit (factor) is te zwak van uw vogels, en zult u naar ander kweekmateriaal uit moeten zien. Overdoseren heeft hier geen zin.Maar een kuur met cedechol is zeker aan te bevelen bij deze hoge dosering.

Beste roodkwekers, ik hoop met dit artikel weer enkele gegevens en tips te hebben kunnen verstrekken. Over de rode kanaries zullen meningsverschillen blijven bestaan, maar met geduld, overleg, zelfzekerheid en een grote nauwkeurigheid zijn er mooie en gezonde rode vogels te kweken door iedereen. Het valt mij al jaren op, bij mij in het kweekhok, op de T.T. bij mijn collega roodkwekers, dat vele rode en rood gepigmenteerde vogels mooie grote en forse vogels zijn. Glad in de bevedering zitten mooie houding, een streling voor het oog, ondanks onze voor- en tegenstanders over het opvoeren ervan. Roodkwekers, veel succes en tot een volgende keer. En denk eraan: OVERDAAD SCHAAD VOOR DE VOGELS MAAR OOK IN UW BEURS. 

VAN GILS WOUT’   E -mail wout@woutvangils.be

 

 

 

 

Eieren rapen wel of niet doen

Eieren rapen: wel of niet doen?

Binnenkort begint het weer met de kweek van onze kanarievogels. De kooien worden schoongemaakt en ontsmet, enzovoort. We kennen allemaal deze jaarlijkse terugkerende handelingen voordat de vogels naar de kweekbakken en hokken mogen. Het is een drukke en spannende tijd voordat de kweek kan beginnen. Zodra de vogels gekoppeld zijn en enkele weken in de kooien zitten, begint de nestbouw, gevolgd door het leggen van eieren. Op dat moment rijst jaarlijks de vraag: zal ik mijn eieren rapen of laat ik ze in het nest liggen? Het lijkt een eenvoudige beslissing, maar veel leden twijfelen toch over het wel of niet rapen van de eieren. Wat is nu de reden hiervoor?

Een van de redenen is dat sommige leden in ploegendienst werken en ‘s ochtends vroeg weg moeten, waardoor ze de eieren niet kunnen rapen, tenzij hun partner het doet. Een andere reden is dat sommige kwekers van mening zijn dat de eieren ook in het nest bebroed kunnen worden, en de jongen zo ook grootgebracht kunnen worden. Dat zal ik zeker niet ontkennen. Maar ik wil toch benadrukken dat het raadzaam is om, indien de tijd het toelaat, de eieren te rapen en deze tot het vierde ei te vervangen door een kunstei. Dit heeft enkele voordelen in de kweek, zoals:

– De jongen komen gelijktijdig uit.
– Men kan meerdere koppels tegelijkertijd instellen.
– Men kan, indien nodig, de eieren verleggen (volledige nesten maken).
– De voeding van de jonge vogels kan in grotere hoeveelheden worden voorbereid.
– Men kan zelfs bijna de dag regelen waarop de jongen uitkomen, bijvoorbeeld in het weekend.
– Bij problemen, zoals de pop die ziek wordt, heeft men de mogelijkheid om de jongen te verplaatsen.

Dus je ziet, er zijn genoeg voordelen. Met andere woorden, er zijn redenen om eieren te rapen. Hoe gaat dit nu in zijn werk, en waar moet men op letten?

– Raap de eieren op de dag van het leggen, bij voorkeur ‘s ochtends.
– Leg de eieren in een genummerd bakje, overeenkomend met het nummer van het kweekhok.
– Leg de eieren op een schone ondergrond bedekt met watten.
– Plaats ze op een veilige plaats waar geen grote trillingen ontstaan.
– Raap de eieren altijd met schone handen, nooit met vuile handen.
– Leg de eitjes ‘s ochtends terug, bij voorkeur niet ‘s avonds.

Een veelgestelde vraag is of de eieren nog moeten worden gedraaid tijdens de tijdelijke opslag buiten het nest. Het antwoord is eigenlijk NEE. Bij een goed opgebouwd ei zullen de hagelsnoeren zo sterk zijn dat de dooier zeker niet zal uitzakken in de vier dagen dat de eieren worden opgeslagen en aan de eischaal komen vast te zitten of een hagelsnoer zal breken. Maar voor de zekerheid kan men het bakje met de geraapte eieren dagelijks iets schuin plaatsen van links naar rechts. Dit kan geen kwaad. Dus dagelijks het bakje schuin zetten. Ga niet dagelijks de eieren met de hand draaien, met alle risico’s van een vallend of beschadigd ei. Op de vijfde dag legt men de eieren terug, en probeer dit te doen als je zoveel mogelijk koppels als mogelijk aan het broeden hebt. Wacht ook niet te lang, anders bestaat de kans dat de pop stopt met broeden op de echte eieren als de 14 dagen nog niet om zijn. Dit kan nadelige gevolgen hebben voor de eieren.

Ik wil ook via deze weg weer vragen om de nestbakjes voor in de broedkooi te hangen, dit heeft grote voordelen, zoals:

– Er is een uitstekende luchtcirculatie in het nest.
– Controle is gemakkelijk uit te voeren.
– De jonge vogels zullen veel minder bang zijn als het nestbakje aan de voorkant van de kooi hangt, wat later voordelen heeft bij tentoonstellingen.
– Zorg ook voor een vochtpercentage van 70 tot 75% met goede zuurstofcirculatie.

Wat je NOOIT moet doen bij het bewaren van eieren:

– Eieren op scherp zand of andere scherpe steentjes leggen.
– Eieren rapen met vuile, vooral vette handen.
– Eieren plaatsen op een iets donkere, koele plaats, dus nooit in de zon.
– Zet de eieren op een veilige plaats (voorkom omstoten en vallen).

Wanneer je eieren raapt, kom je soms eieren tegen die licht vervuild zijn met ontlasting van bijvoorbeeld andere jongen. Deze vervuiling moet je nooit proberen te verwijderen, omdat de eierschaal dan onmiddellijk kan breken. Haal de vervuiling eraf op de volgende manier: leg het vervuilde ei in een bakje met lauw water en laat het daar enige tijd in weken. Het vuil weekt er vanzelf af. Leg daarna het ei in je bewaarbakje.

Nu, beste kwekers, denk ik dat het duidelijk is dat het rapen van eieren zeker voordelen heeft, maar dat er ook wat extra werk bij komt kijken. Dit loont echter zeker de moeite. Ik hoop dat dit artikel iedereen heeft overtuigd. Ik wens jullie allen een succesvolle kweekperiode. Tijdens de broedperiode let erop: bij een gezond en bevrucht broedsel liggen de eieren altijd met de spitse punt naar elkaar toe. Als dit het geval is, wees dan gerust; je broedsel is kerngezond.

Succes,
Wout van Gils

Het houden van kanaries (Beginners Deel 1)

Het houden van kanaries (Beginners Deel 1)

voliere6

Wanneer men vogels gaat houden, zijn er verschillende manieren om dit te doen, zoals in een gezelschapsvolière, een binnenverblijf in een kleine kamervolière, of in kweekkooien op diverse plaatsen. Elk van deze verblijfsmethoden heeft verschillende doelstellingen en vereist verschillende benaderingen voor verzorging, voeding, bodembedekking, vitaminen en medicamenten. In dit artikel wil ik kort enkele systemen onder uw aandacht brengen om de verschillen aan te geven. U zult dan zelf ontdekken waar de verschillen groot of klein, zo niet gelijk zijn.

1. Gezelschapsvolière

Meestal worden hierbij een aantal koppels van verschillende soorten vogels in een volière (vlucht) gehouden. Dit kan zowel met een binnenhok, wel of niet verwarmd, of voorzien van een buitenhok. Veel vogelsoorten zullen hier nooit of zelden tot broeden overgaan vanwege territoriale gevechten bij het samenbrengen van meerdere koppels in dezelfde ruimte. Sommige soorten vereisen grote aantallen voordat ze aan voortplanting denken, en deze vogelsoorten gedragen zich in een groep meestal monogaam. In zo’n volière treft men vaak allerlei soorten vogels aan. Meestal is dit een liefhebber die niet aan tentoonstellingen deelneemt, maar alles meer ziet als een gezelschapsvolière. In de meeste gevallen is zo’n volière voor de kweek niet ideaal, omdat er vaak gevechten, nestverstoringen en eierenpikkerij plaatsvinden. De grote variëteit onder de diverse soorten leidt tot onrust en veel ziekten, veroorzaakt door verschillen in voeders, bodembedekking en ontlasting. Ook zijn muggenbeten veelvoorkomend. Door de grote ruimte worden de vogels minder individueel gecontroleerd, en problemen vallen vaak pas op wanneer een vogel zich terugtrekt in een hoekje. Helaas is het dan vaak te laat, en is de vogel al ernstig ziek en vrijwel verloren. Als u echter goed overlegt en de soorten redelijk op elkaar afstemt, kan een gezelschapsvolière toch mooi zijn.

2. Kleine vluchten (1m²)

Dit systeem wordt regelmatig toegepast, vooral in de kanariekweek. Veel vogelsoorten zijn echter niet geschikt voor zo’n beperkte ruimte, voornamelijk omdat de meeste vogels sterk monogaam zijn. Tropische vogels die worden geïmporteerd, worden vaak in kleine ruimtes geplaatst, vooral als men het verschil tussen mannen en poppen wil vaststellen. Vooral de mannen vertonen vaak agressiever gedrag in een bepaalde periode, wat helpt bij het vaststellen van hun geslacht. Deze kleine vluchten worden meestal gebruikt voor het tijdelijk loslaten van TT (tentoonstellings) vogels tijdens het TT-seizoen. Ze worden het meest gebruikt bij vogels die polygaam zijn. In zo’n geval plaatst men een man met drie poppen in deze ruimte (vlucht). Men zorgt voor goede bodembedekking en voorziet in alles wat de vogels nodig hebben. Het belangrijkste aandachtspunt is om altijd het dubbele aantal nestbakken op te hangen om problemen te voorkomen. Meestal zal de man toch een popje kiezen waarmee hij samen het nest bouwt, broedt en de jongen verzorgt. Met de andere poppen heeft hij na de paring een vluchtig contact. Deze poppen moeten vaak zelf voor hun jongen zorgen, en hoewel de man soms nog wat meebrengt, moet men hier niet te veel op rekenen. Bij dit soort kweeksystemen komen regelmatig gevechten en onregelmatigheden voor. Vaak willen twee poppen hetzelfde nest gebruiken en breken elkaars nest af. Omdat de poppen niet altijd gelijktijdig hun eieren leggen, kunnen er in zo’n vlucht oudere jongen aanwezig zijn die op hun oorspronkelijke nest slapen, dat met hun ontlasting vervuild wordt of andere eieren beschadigt. Desondanks is deze kweekmethode met de nodige aandacht goed uit te voeren.

3. Wisselbroed

Dit systeem wordt veel toegepast door kwekers die zich richten op slechts enkele soorten vogels, meestal gedomesticeerde soorten. Bij de kanariekweek wordt een man gekoppeld aan een drietal poppen die elk hun eigen aparte kweekkooi hebben. De man verhuist regelmatig van de ene pop naar de andere en wordt, zodra de pop het tweede ei heeft gelegd, bij haar weggehaald. Dit heeft als voordeel dat men minder vogels (mannen) nodig heeft, waardoor het eenvoudiger wordt om een stam op te bouwen en te registreren. Het nadeel is dat het moeilijk kan zijn om de mannen op de juiste tijden over te zetten, vooral als men moet werken zoals de meeste mensen. Het vereist voortdurende aandacht. Desalniettemin kan dit kweeksysteem perfect werken met minder vogels, wat voordelig is, vooral voor gespecialiseerde kwekers.

4. Paarsgewijs broeden

Dit is veruit de meest voorkomende en hygiënische methode onder onze kanariekwekers en ook bij veel andere soorten. De broedkooien zijn ingericht in hokjes van 45x45x45 cm, of aangepast aan de vogelsoort. Deze zijn voorzien van een voorfront met een uitneembare zandlade en zitstokjes. Deze kooien kunnen goed worden afgesloten, gereinigd en behandeld tegen ongedierte. Kortom, in zo’n kweekhok is alles goed mogelijk. Deze methode, zoals eerder vermeld, is het meest gangbaar. Vooral bij vogels waarbij men een weloverwogen keuze heeft gemaakt van de ouders, omdat men specifieke erfelijke factoren in het nageslacht goed kent en wil vastleggen voor de gehele stamkweek. Het enige kleine nadeel is dat men over meer vogels moet beschikken, maar minder tijd heeft. Het is echter een goede, prachtige en overzichtelijke methode die veel wordt toegepast, niet alleen bij kanariekwekers maar ook bij parkietenkwekers, Europese vogels, enzovoort. Alleen worden de broedkooien vaak vervangen door grotere ruimten die zijn aangepast aan de specifieke vogelsoorten.

5. Hygiëne bij onze vogels

Over dit onderwerp valt veel te schrijven, maar dat was niet mijn intentie in dit artikel. Ik wil wel benadrukken dat hygiëne een cruciaal onderdeel is van het vogelverblijf en van de verzorging van de vogels dat nooit over het hoofd mag worden gezien. Alle aspecten dragen bij aan de hygiëne, ongeacht de vorm en het materiaal van het vogelverblijf. Het is van groot belang hoe het vogelverblijf schoongemaakt en onderhouden kan worden. Ook moet er rekening worden gehouden met mogelijke verontreinigingen van buitenaf tijdens de bouw.

6. Wanden en onderkomen van een vogelverblijf

Houten wanden, schotten, slaaphokjes en kweekbakken gemaakt van minder duurzame houtsoorten zijn over het algemeen moeilijk schoon te houden, vaak vol scheurtjes en barstjes, vooral na herhaaldelijk nat en droog te zijn geworden. Met name hardboard en spaanplaat moeten vermeden worden. Als het budget het toelaat, is het aan te raden altijd duurzame materialen te gebruiken voor het vogelverblijf en/of kweekhokken. Minder kieren en barsten, en harder materiaal verminderen de kans op het vinden van luizen en ander ongedierte. Het materiaal moet goed afwasbaar zijn en gemakkelijk te verven met bijvoorbeeld latex. Zorg ook voor voldoende ventilatie in de kweekruimte en houd rekening met lichtinval en zonlicht. Hoewel geplastificeerde kooien of bouwpakketten niet per se hygiënischer zijn dan goede houtsoorten, zijn ze over het algemeen wel iets gemakkelijker te onderhouden. Hygiëne van de liefhebber is hierbij ook belangrijk. Voor kwekers met bestaande volières en kweekbakken van goede houtsoorten wordt aangeraden de hokken te behandelen met een twee-componentenverf die tegenwoordig verkrijgbaar is. Deze verf is bijzonder resistent tegen lichtinval, chemicaliën, ontlasting en externe invloeden. Hoewel het iets duurder is, kan het op de lange termijn kosteneffectief zijn. Voor het verven is het aan te raden de naden goed af te kitten om de kans op het binnendringen van ongedierte te verminderen.

7. De zitstokken in het vogelverblijf

Ook zitstokken kunnen, als ze niet goed zijn gemaakt of gemonteerd, een bron van verontreiniging en besmetting zijn, wat leidt tot talloze problemen. Zitstokken zijn vaak de dragers van ziekten in het vogelverblijf, omdat vogels veel met hun snavel langs deze stokken wrijven. Het is essentieel om de zitstokken goed schoon te kunnen houden. Ze moeten van hardhout zijn gemaakt, en de vogel moet de stok net niet kunnen omklemmen. Dit heeft ook als voordeel dat de vogels hun teennagels redelijk op een normale manier kunnen afslijten. Als de zitstokken te dik of te dun zijn, kan de vogel een slechte houding ontwikkelen, en de kans op onbevruchte eieren wordt ook vergroot.

8. Drinkwater bij ons vogelverblijf

Drinkwater moet te allen tijde beschikbaar zijn en altijd schoon en fris. Vooral voor kanaries en tropische vogels is het fataal als ze langer dan 12 tot 16 uur zonder drinkwater zitten. Kanaries drinken aanzienlijke hoeveelheden, ongeveer 5 ml per vogel van 20 gram, regelmatig. Het geven van drinkwater in een open bak wordt echter afgeraden, omdat dit water snel bedorven raakt door baden en ontlastingen, vooral als het zich onder een zitstok bevindt. Hoewel de meest gebruikte drinkfonteintjes over het algemeen zuiver zijn, dragen sommige vogels toch vuil mee in het tuitje, wat resulteert in verontreinigd drinkwater. In de afgelopen jaren is er steeds meer overgestapt op drinkflesjes die ook worden gebruikt voor kleinvee, namelijk de flesjes met een kogeltje. Dit is de zuiverste manier van water geven, maar het vereist wel aanzienlijke aandacht.

9. Badwater

Badwater is net zo belangrijk als drinkwater voor vogels, zowel voor hygiëne als voor vochtregulering tijdens het broeden. Het is belangrijk om badwater, zeker 2 tot 3 keer per week (behalve bij vorst), na 1 tot 2 uur weg te halen. Geef in de avond of in de winter geen badwater. Laat de vogels voldoende tijd om op te drogen na het baden. Als je medicatie in het drinkwater gebruikt, moet je extra aandacht besteden aan het schoonmaken van de flesjes. Het is belangrijk om hier goed op te letten, zoals bij alle andere aspecten in dit artikel.

10. Voederbakjes (zaadbakjes)

De grootte en vorm van de voerbakjes zijn natuurlijk afhankelijk van het type vogelverblijf of kweekhok. Grote bakken of schalen worden vaak gebruikt in grote volières en kunnen snel vervuild raken door de omgeving. Ernstige problemen ontstaan wanneer de liefhebber de bakken niet regelmatig schoonmaakt, en het wordt nog erger als, zoals vaak voorkomt, de liefhebber achtergebleven zaad verzamelt, de lege schilletjes wegblaast en het oude voer opnieuw aanbiedt. Hierdoor kunnen problemen ontstaan, niet alleen bij buitenvolières, maar ook bij kweekhokken of andere hokken. Het is het beste om de vogels zoveel voer te geven als ze op een dag kunnen opnemen. Hierdoor krijgen ze alle benodigde voedingsstoffen binnen, en je voorkomt dat de vogels selectief alleen het lekkerste voedsel eten, wat de vogels eenzijdig en vatbaar voor ziekten kan maken. Maak de bakjes regelmatig leeg en schoon om schimmelvorming te voorkomen. De beste plek voor onze voederbakken is aan de buitenzijde van de volières of kweekhokken. Als de voerbakjes toch in de ruimte worden geplaatst, zorg dan voor een afdak erboven zodat ontlasting of regen het voer niet kan vervuilen.

11. Kiemzaadbakjes

Dit kwam me net in gedachten en daarom schrijf ik er ook een stukje over. Voor kiemzaadbakjes geldt in nog sterkere mate dat goede hygiëne essentieel is. Gezonde kiemzaden zijn eiwitrijk (18-21%). Ze worden meestal met vocht (water) gemengd, wat optimale omstandigheden biedt voor bacteriën en schimmels om zich te ontwikkelen. Het dagelijks grondig wassen en spoelen van deze bakjes wordt sterk aanbevolen, waarbij je ze met kokend water goed naspoelt en laat drogen voordat je opnieuw kiemzaad gaat bereiden.

12. Bodembedekking

Bodembedekking is een cruciaal aspect in de vogelkweek dat niet onderschat mag worden, omdat hier alles zich verzamelt en het begin kan zijn van verschillende ziekten en symptomen in onze vogelsport. Kwekers die hier strikt op letten, blijven doorgaans gespaard van ziekten en andere problemen. Helaas beseft niet iedereen dit. Uit onderzoek is gebleken dat in kweekhokjes waar dagelijks de bodembedekking werd gereinigd en vernieuwd, het aantal bacteriën in de verse ontlasting sterk afnam, totdat een situatie werd bereikt waarbij aërobe kiemen vrijwel uit de ontlasting verdwenen. Bij gezonde passeriformen en psittaciformen kunnen, bij een goede bodemhygiëne, schoon drinkwater en voer, geen aërobe kiemen geïsoleerd worden uit de ontlasting. De aanwezigheid van Entero bacteriacea (coccidiose) wijst altijd op een zeer slechte hygiëne in ons vogelverblijf. Het klinkt misschien ingewikkeld, maar een gewaarschuwde kweker telt voor twee.

In geval van een bacteriële infectie zoals coccidiose, is het raadzaam eerst de aandacht te vestigen op de bodembedekking voordat de vogel of het voer de schuld krijgt. Dit kan worden gedaan door dagelijks de bodembedekking te vervangen en de vogels op kranten of een draadrooster te zetten. Fijn zilverzand en rivierzand zijn niet slecht, maar ze nemen relatief weinig vocht op, wat de groei van bacteriën kan bevorderen. Dit kan worden opgelost door 50% kattenbakvulling toe te voegen. Men kan ook volledig overschakelen op deze vulling, maar let er dan op dat er altijd een bakje met schelpengrit en maagkiezel beschikbaar is. Bij een goed, droog hok is het voldoende om na ongeveer 14 dagen te vervangen; dit kun je zelf het beste beoordelen. Buitenvolières zijn moeilijker te onderhouden en vereisen extra aandacht, vooral bij een zandbodem. Hier moet ervoor worden gezorgd dat oud zaad regelmatig wordt opgeruimd, vers drinkwater beschikbaar is, en voeding indien mogelijk alleen binnen wordt gegeven. Een betonnen bodem die iets schuin afloopt voor gemakkelijke reiniging is een optie. Als zwarte aarde wordt gebruikt in de volière, spit dan nooit met zaad en al, maar verwijder het en spit jaarlijks de bodem om tot een diepte van ongeveer 45 cm. Verwijder altijd de bodemverontreiniging voor het omspitten, wat ook helpt bij het voorkomen van coccidiose in een buitenvolière. Als het mogelijk is, overdek de buitenruimte ook met bijvoorbeeld lichtdoorlatende golfplaten.

Wout van Gils

De wisselbroed

 

De Wisselbroed:

Over deze kweekmethode is al veel gezegd en geschreven. Ook bij voordrachten komt dit onderwerp regelmatig aan de orde, en terecht. Het is namelijk een methode die goed past bij de veel toegepaste stamkweek, zoals De Patro en Matrokliene methode. Daarom wil ik ook over deze methode iets schrijven. Een van de voordelen is dat je met minder vogels (mannen) kunt volstaan, omdat een man bij meerdere poppen kan worden ingezet. Zo kun je van een uitstekende man meer nakomelingen verwachten, als je hem maar koppelt aan verschillende poppen. Hoe gaat dit in zijn werk?

Elke pop heeft bij deze methode een eigen kooi (40*40*40), waarin je de broedrijpe pop plaatst. Het is handig om poppen van dezelfde kleurslag naast elkaar te zetten, waarvan je denkt dezelfde man te koppelen. Dit maakt het overzichtelijk. Meestal werkt men met één man en twee popjes, wat probleemloos kan. Een kooi aan de linkerkant met een pop, een kooi in het midden voor de man (later babykooi), en een kooi aan de rechterkant voor de andere pop. Dit is het beste systeem. Een man met nog meer poppen kan ook, maar dan kan het werken met de babykooi iets moeilijker zijn. Er zijn babykooien die aan de buitenkant kunnen worden gehangen, wat ook goed werkt, maar dit vraagt meer vrije tijd van de kweker. Hoe de kweker de wisselbroed aanpakt, hangt af van zijn beschikbare ruimte.

Wat men eigenlijk niet moet doen, is de man samen met de pop in de kweekkooi plaatsen. De man kan te veel wennen aan deze pop, wat bij de andere pop tot een vechtpartij kan leiden. Het hoeft niet altijd zo te zijn, maar het is goed om te weten. Bij wisselbroed moeten altijd eerst de poppen worden opgekooid. Als ze het nest bijna klaar hebben, voeg je de man toe. Dit geeft het beste resultaat, omdat de pop broedrijp is en zich sneller zal laten bevruchten. Als de pop het eerste ei heeft gelegd, zijn normaal gesproken de rest van de eieren ook bevrucht. De man zou dan eigenlijk niet meer bij de pop hoeven voor bevruchting. De meeste kwekers zetten de man erbij tot het tweede ei is gelegd. Tijdens de rest van de broedcyclus blijft de man weg bij de poppen. Wanneer plaatsen we de man nu terug bij de pop? Dat verschilt per kweker, maar de meeste plaatsen de man terug als de jonge vogels al goed bevederd zijn, en de pop niet meer op de jongen gaat zitten om ze bijvoorbeeld ‘s nachts warm te houden. Eigenlijk op het moment dat de pop weer aanstalten maakt om een nieuw nest te maken. Dit is het beste en duidelijkste teken om de man weer bij de pop te plaatsen.

Op dit moment kunnen de jongen ook in de tussenkooi of babykooi worden geplaatst. De pop en/of de man zullen deze jongen zeker blijven voeden door de tralieopening totdat ze zelfstandig zijn. Ook kan de man bij de pop blijven als deze weer aan het broeden is. Kortom, er zijn veel voordelen aan de wisselbroed. De meeste kwekers zweren erbij, anderen iets minder, maar toch is deze methode de meest toegepaste in onze kanariekweek. Ik hoop dat dit artikel het enigszins duidelijk heeft gemaakt. Een goede kweek met of zonder wisselbroed.

Wout van Gils

Van Ei tot Ringen van Kanaries

Van Ei tot Ringen van Kanaries

Bij de start van de kanariekweek zijn er enkele zaken die voor enige ergernis kunnen zorgen in het kweekhok. Dit begint al bij de ontwikkeling van het ei, en later kunnen er ongelukken gebeuren, bijvoorbeeld bij het ringen van de jonge vogels. In dit beknopte artikel wil ik deze punten onder uw aandacht brengen.

Het Nest:

1. Zorg voor goed en zuiver zacht nestmateriaal.
2. Gebruik stevige, vaste nestbakjes of korfjes.
3. Hang het nestbakje/korf vooraan in de broedkooi.
4. Zorg dat het nest goed is afgewerkt. Werk het nest zelf nog even na met een kapotte lamp.
5. Gebruik nooit gedrenkte koord- en touwvezels.

Kanarie-eieren:

Zoals u hierboven op de tekeningen ziet, komen kanarie-eieren voor in diverse vormen en groottes. Het blijft belangrijk voldoende mineralen, sepia, grit en een goede bodembedekking te geven aan de vogels, met name tijdens de ontwikkeling van de eieren. Deze elementen moeten altijd beschikbaar zijn. Zorg ook voor een goed vocht- en zuurstofgehalte. Controleer regelmatig of de eieren niet vast komen te liggen in het nest.

De Broedperiode (ongeveer 14 dagen):

Mogelijke problemen tijdens deze fase:
– Onjuist vochtgehalte.
– Te weinig zuurstof in het kweekverblijf.
– Eieren zitten vast;
– De pop kan deze niet meer keren.
– Pop verlaat bijvoorbeeld ‘s nachts het nest door schrikreacties, luizen, muizen, enz.
– Lethale factor.
– Verkeerde koppeling van de ouder vogels.
– De Voeding

Als deze elementen goed worden opgevolgd en uitgevoerd door de vogel en de liefhebber, zal het embryo zich goed en gezond ontwikkelen. Er zullen dan zeker geen jongen sterven tijdens het uitkippen of afsterven in het ei. Hierboven staat de ontwikkeling van het embryo getekend, en bij bovengenoemde verzorging zal dit ook zo in zijn werk gaan. Met andere woorden, alles gaat naar wens.

Als tot zover alles naar wens is gegaan, zullen de jongen ook goed groeien. Dan komt de tijd om ze te ringen. Het kan per nestje verschillen, maar een goede indicatie is wanneer de ontlasting op de rand van het nest blijft liggen en de pop deze niet meer opruimt. Dan is het zeker tijd om de jonge vogels te ringen. De ringmethode is hierboven afgebeeld. Als u eenmaal jongen hebt geringd, zal het de volgende keer zeker makkelijker gaan.

Problemen met het ringen:

– Ring nooit te vroeg. Controleer enkele uren na het ringen.
– Als de ring wat stroef gaat, gebruik wat crème bij het ringen (zeker als u wat laat bent).
– Controleer enkele malen na het ringen (als de jongen niet uit het nest zijn gegooid).
– Noteer de ringnummers met op- en aanmerkingen in uw kweekboek.
– Ringen kunnen worden uitgekookt als ze soms afgeven (komt weinig meer voor tegenwoordig).
– Controleer of de ringen geen braampjes vertonen. Verwijder deze dan.

Vogelvrienden, ik hoop met deze verkorte uiteenzetting opnieuw uw aandacht te vestigen op de komende kweekperiode. Deze aandacht wordt ruimschoots beloond met het aantal jongen dat u anders bij wat minder zorg zeker zou kosten, en dat is toch zeker niet de bedoeling van onze kweek. Ik hoop dat ik met dit artikel jullie aandacht mag vragen voor deze punten, waarbij je kweek ze zal bevestigen.

Wout van Gils

Eitjes Schouwen

eitjes schouwen

 

Eitjes Schouwen

De broedperiode is altijd een spannende tijd. Zodra het nest gereed is, worden we nieuwsgierig naar het aantal gelegde eitjes. Enkele dagen later willen we ook weten of ze bevrucht zijn. Hieronder worden met behulp van drie foto’s aangegeven hoe je dit kunt zien. Het is ook belangrijk, vooral bij veel eitjes, regelmatig te controleren of ze niet te vast komen te liggen. Vooral het middelste ei in het nest is hier gevoelig voor. Daarom is het raadzaam regelmatig te controleren en met een oude gloeilamp door het nest te draaien. Op die manier blijft het nest mooi rond en stevig. Voer deze controle uit bij het begin van de broedperiode en gedurende het broedproces.

Veel succes.

Wout van Gils

Tips – Kanaries kweken

Kanariekweektips

U zult al merken bij het opschrift van dit artikel dat ik u eigenlijk niets nieuws wil vertellen, zeker niet voor de ervaren liefhebber. Onze beginners zullen wel weer nuttige tips kunnen vinden in dit artikel. Mijn bedoeling is eens een opsomming te geven in vogelvlucht over de wijze van vogels te verzorgen voor en tijdens de kweek. Dit in de vorm van een aantal korte zinnen, die anders dikwijls in een lang artikel, weinig of niet aan bod komen.

Tips voor het begin van de kweek (februari):

1. Zorg dat uw vogels de leeftijd hebben van ongeveer 10 maanden, bij voorkeur de mannen iets ouder.
2. Zorg dat de vogels, zowel mannen als poppen, vanaf september van elkaar gescheiden zijn (niet zichtbaar), vooral als het uw kweekvogels betreft.
3. Begin vanaf begin januari met het dagelijks geven van een portie eivoer van uw keuze.
4. Geef wekelijks vanaf begin december wat magere melk. Geef ook regelmatig natuurlijke vitaminen (zoals poten, appel, sinaasappel, witlof, enz.), die ze binnen enkele uren kunnen consumeren.
5. Schakel eind december het licht in voor ongeveer 13 uur, verdeeld over de ochtend en avond. Let op dat de klok mogelijk wordt verzet.
6. Was de kooien begin januari en spuit ze in met Baygon.
7. Voeg vanaf januari tweemaal per week Alvityl toe aan het drinkwater.
8. Voorzie ook vogelgrit en sepia in de volières.
9. Controleer in de derde week van januari de vogels. Let op of de mannen een verdikte tap krijgen en of de poppen al veertjes beginnen te verliezen aan de onderbuik.
10. Als dit het geval is, kunnen de mannen in de kweekkooi worden geplaatst, en stel tegelijkertijd de lichturen in op maximaal 16 uur.
11. Geef de mannen nu warmte bij ongeveer 15 graden, indien mogelijk ook de poppen.
12. Begin vanaf dit moment ook met het toevoegen van tarwekiemolie aan het eivoer, ongeveer driemaal per week (ook aan de poppen).
13. Het is aan te raden om eenmaal per week drie beschuiten met een hardgekookt ei te geven, dit 8 minuten gekookt, gemengd met wat tarwekiemolie.
14. Zet na een week mannen op in afzonderlijke kooien en enkele poppen of allemaal in het kweekhok voor de mannen, maar koppel ze nog niet. Dit ongeveer 4/5 dagen lang.
15. Controleer de poppen en de mannen opnieuw. De man moet een verdikte tap laten zien.
16. Als de pop een kale onderbuik heeft en de man een verdikte tap, kunnen de vogels worden gekoppeld. (Laat iets weten)
17. Geef de vogels nu ook een vijfdaagse kuur met ESB3. Na 5 dagen Alvityl geven gedurende 5 dagen.
18. Als na ongeveer 4/5 dagen koppelen de mannen de poppen goed voeren, kan nestmateriaal worden gegeven. Denk eraan sepia en grit in de kweekkooi te doen. OPM: De vogels kunnen al na een tweetal dagen wat op dreef worden gebracht door een paar sprieten nestmateriaal te geven.
19. Blijf tarwekiemolie geven totdat de vogels het nest klaar hebben. Stop daarna met het geven ervan. Als het nest gereed is, stop dan ook met het geven van eivoer.
20. Geef dagelijks zuiver water en was de drinkflesjes meerdere keren schoon in verband met de vitamines.

Tips voor vroege kweek:

1. Als u vroeg wilt kweken, moet u niet alleen rekening houden met bovenstaande punten, maar ook met enkele andere belangrijke zaken.
2. Verwarm tijdens het broeden tot ongeveer 15 graden. Als de jongen uitkomen, moet de temperatuur omhoog tot 14 tot 16 graden, anders zal de pop weinig of niet van het nest komen.
3. Als u verwarmt, moet u het vochtgehalte goed in de gaten houden. Dit moet ongeveer 70% zijn en gedurende de hele kweekperiode zo blijven, met een kleine stijging maar zeker niet lager dan 60%.
4. Zorg voor goede, droge bodembedekking (grit met kattenbakvulling en wit zand) of andere bodembedekkers. Blijf alert op een droge bodem.
5. Geef de vogels een bakje water aan de kooi zodat ze zelf de vochtregulatie kunnen beheren. Dagelijks voorzie ze van zuiver water.
6. Realiseer u dat waar gestookt wordt, ook zuurstof wordt verbruikt. Dit wordt vaak over het hoofd gezien door veel vroegkwekers, met als gevolg veel dode jongen in het ei en mislukte kweken. Zonder zuurstof

en/of vocht is er geen leven mogelijk. Vernieuw dagelijks het zuurstofgehalte, bijvoorbeeld door ‘s ochtends en ‘s avonds de deur van uw kweekhok open te laten staan, ondanks de kou buiten. BLIJF OOK ALTIJD UW VOCHTGEHALTE CONTROLEREN. VERGEET DIT NOOIT.
7. Geef weer eivoer aan uw koppels 2 dagen voordat de jongen uitkomen. Als de man de pop te veel verwent op het nest, zal de pop misschien minder van het nest komen en zullen de jongen minder worden gevoerd. Als u dit vaststelt, haal dan de man weg. U kunt hem later gewoon weer terugplaatsen.
8. Bij vroegkweek is een veelvoorkomend feit dat de mannen erg agressief worden en de pop of jongen storen op het nest. Dit kan worden waargenomen als er regelmatig nestmateriaal op de bodem van de kweekkooi ligt. De enige oplossing is om de man weg te nemen, anders kunnen er problemen ontstaan.
9. Ook de pop zal eerder driftig worden. Geef daarom de pop een tweede nestkast als de jongen ongeveer 16 dagen oud zijn. Met andere woorden, de pop moet het eerste ei hebben gelegd van de tweede ronde als de jongen van de eerste ronde uitvliegen. Op deze manier wordt het verenpikken voorkomen, enzovoort.
10. Blijf gewoon geven wat u gewend bent aan uw vogels tijdens de kweek.
11. LET OP: Plaats de jongen van de eerste ronde nooit in een onverwarmde ruimte. Eerst in een overgangskooi en daarna in een grotere volière. Blijf de eerste dagen controleren of uw jongen het voer en het drinkwater kunnen vinden. En bezuinig nooit op uw eivoer en natuurlijke vitaminen.

Opmerking:
Ik hoop dat deze tips uw geheugen weer wat hebben opgefrist. Als u andere methoden heeft, zoals normaal is, laat het ons dan weten. Verder kan ik alleen maar zeggen:

Wout van Gils

Het ei

Het Ei

Binnenkort begint het weer. Zenuwachtig kijken de kwekers in hun vluchten, vangen dan een man, dan weer een pop, en controleren maar! Zijn de vogels gezond, en wat ook belangrijk begint te worden: beginnen de vogels geslachtsrijp te worden. Ik denk dat we allemaal deze taferelen kennen. Ik wil het hier niet hebben over de voorbereiding, maar over het ei zelf. Menig probleem kan zich afspelen alleen al met het ei, daarom gaan we hier eens wat dieper op in.

Als de vogels geslachtsrijp zijn, d.w.z.:

– 10 maanden oud zijn.
– Goed gezond zijn, heldere ogen en een zuiver glanzend verenpak hebben.
– De man opgezette testikels laat zien, met een licht ingevallen buik.
– De pop de “broedvlek” volledig laat zien.

Dan gaan we onze vogels in de kweekkooi zetten, en na enkele dagen geven we nest en nestmateriaal. Na een goede koppeling zal de man de pop bevliegen. De man drukt zijn tap tegen de cloaca van de pop. Door het samentrekken van bepaalde spieren bij de man worden de zaadcellen bij de pop binnengebracht. Deze gaan dan op weg naar de eileider, en van daaruit naar de eicel om daar samen een “KIEMCEL” te vormen. “Het begin van een nieuw leven!” Het geheel komt naar buiten via een fantastisch proces in de vorm van ons allen bekend als “EI”.

Zoals gezegd gaan we hier wat verder op in.

“HET EI”

Als de oudervogels broedrijp zijn, zullen bij de paring mannelijke zaadcellen en vrouwelijke eicellen vrijkomen.

Vrouwelijk eicellen
Vrouwelijk eicellen

 

 

 

Mannelijke zaadcellen
Mannelijke zaadcellen

 

 

 

Van een zeer groot aantal mannelijke zaadcellen is er maar één nodig om een eicel te bevruchten. Dus bij een legsel van 4 eieren zijn bij een goede bevruchting 4 zaadcellen nodig. Als een zaadcel eenmaal is samengegaan met zo’n eicel, kan een andere (volgende) zaadcel hier niets meer aan veranderen. Het beginstadium van het jong is dan al bepaald. Ook hebben de mannelijke zaadcel en de vrouwelijke eicel al de erfelijke eigenschappen meegekregen. Dus op dat moment is al bepaald hoe de vorm, kleur, man of pop wordt vastgesteld. Hieraan is dus ook niets meer te veranderen. De bevruchte eicel zit nu vast op de dooierwand, en vanaf dat moment zal het ei zich tijdens de broedperiode verder ontwikkelen.

1. Eiwit. – 2. Hagelsnoeren. – 3. Bevruchte eicel die zich zal ontwikkelen tot embryo. – 4. Dooier. – 5. Luchtkamer. – 6. Schaalvliezen. – 7. Kalkschaal.

ei

Nadat het ei ongeveer 12 uur is bebroed, begint de ontwikkeling van het jong. Vanuit dit beginstadium zal een compleet netwerk om de dooier groeien. De dooier komt nu in een compleet levend netwerk te liggen en voorziet “het embryo” van voedsel. Het hele netwerk is nu in enkele dagen voorzien van bloedvaten, die dan weer verbonden zijn met het embryo. Het bloed van het embryo stroomt nu door deze bloedvaten, waaruit dan de voedingsstoffen worden opgenomen die het voor zijn verdere ontwikkeling nodig heeft. Dat de ontwikkeling van het jong maar een klein gedeelte van de dooiervoeding nodig heeft, blijkt wel doordat het jong voor het uitkomen (1 dag) nog maar + 1/4 deel heeft opgenomen. De laatste uren voor het uitkomen wordt het overige voedsel opgenomen, waardoor het jong de eerste levensuren kan doorkomen. Ja, zo makkelijk is dat, in theorie natuurlijk. Al moet toch gezegd worden dat bij goede verzorging en koppeling het meestal toch wel zo is.

 

Nu in het kort over het ei zelf (zie bovenstaande tekening):

DE KALKSCHAAL:
Dat deze hoofdzakelijk bestaat uit kalk en erg poreus is, zal wel geen uitleg meer nodig hebben. Wat wel belangrijk is, is dat we onze vogels voldoende bouwstoffen geven om deze eieren op te bouwen. Bijvoorbeeld, schelpengruis en sepia. Als we dit te weinig geven of helemaal niet, dan is de kans op windeieren zeer groot, en dat moeten we te allen tijde voorkomen.

DE SCHAALVLIEZEN:
Deze hebben een beschermende functie; ze zorgen ervoor dat er geen schadelijke bacteriën door de kalkkristallen heen dringen en toegang krijgen tot de kiem. Voorkom ook dat de kalkkristallen dicht komen te zitten. Let dus op met nestmateriaal en het materiaal waarin we onze eitjes bewaren als we ze rapen.

DE LUCHTKAMER:
Deze ligt tussen de twee vliezen en dient om een luchtreserve aan te leggen voor het jonge leven. Als de vogel uitkomt, breekt deze eerst het binnenste vlies van de luchtkamer, en kan zodoende nog in het ei voor het eerst lucht (zuurstof) inademen om zo voldoende kracht op te bouwen om volledig eruit te breken.

HET EIWIT:
Het ei bestaat uit + 85 á 90% water en verder uit eiwitten. Deze geleiachtige massa dient ter bescherming van de kiem en houdt bovendien het vocht vast binnen in het ei.

DE DOOIER:
Deze gele dooier bestaat uit 50% vetten, eiwitten en andere voedingsstoffen, en voor de rest uit water. Dit is het voedsel waarvan het embryo moet gaan groeien. De witte dooier ligt direct om de kiemschijf en dient ook in de eerste periode als voedsel voor het embryo. Dit is dan ook van een fijnere samenstelling dan die van de gele dooier.

DE HAGELSNOEREN:
Deze zijn verbonden met het dooiermembraan. Dit zijn als het ware elastiekjes die ervoor zorgen dat de kiemschijf van het ei zich steeds aan de bovenkant bevindt. De reden is dat de bovenkant van het ei bij het broeden steeds het dichtst bij de bloedvlek van de pop komt, en zodoende de meeste warmte ontvangt. Maar de pop keert toch ook de eieren, zult u zeggen. Dat klopt, en dit is nu juist de taak van de hagelsnoeren. Deze zorgen ervoor dat steeds, hoe men ook keert of draait, de kiemschijf boven blijft. Waarom dan de eieren draaien, zult u zeggen. Dit om ervoor te zorgen dat deze hagelsnoeren hun functie juist blijven vervullen en niet zullen rekken (uitzakken), en ze zorgen zo voor de op

 

timale warmte van de kiemschijf. Als al deze functies nu goed werken, zal het weinig problemen scheppen voor het jonge leven om uit het ei te geraken. En toch gebeurt het jaarlijks zeer veel, op elke lezing het onderwerp van gesprek “JONGEN DOOD IN HET EI”!

Hierover ook in het kort wat oorzaken van dit probleem:

ONBEVRUCHTE EIEREN:

– Zaadcel man niet levensvatbaar.
– Inteelt te ver doorgevoerd.
– Gebrek aan bouwstoffen (vitaminen).
– Man te oud, geen goede bevlieging, nagels van de man te lang.
– Losse zitstokken, geknoei met medicamenten.
– Lethaalfactor (intensief x intensief).

AFSTERVEN VAN KIEMCEL:

– Eierschaal beschadigd.
– Temperatuurwisseling (muizen – pop heeft nest verlaten).
– Eitjes vast in het nest (kunnen niet gekeerd worden).
– Lethaalfactor.
– Kalkkristallen zitten dicht (eierschaal laat geen zuurstof door).
– Geen goed nestmateriaal (touw bewerkt met giftstoffen).
– Te weinig of te veel vocht.

DOOD IN HET EI:

– Eierschaal te hard (vochtregeling).
– Schaalvliezen te hard.
– Lucht – zuurstofgehalte kweekkooi.
– Vochtgehalte te hoog – te laag.
– Lethaalfactor.
– Erfelijke factoren door bijvoorbeeld te ver doorgevoerde inteelt.
– Eieren niet goed meer gekeerd.

 

BESLUIT:

U ziet dat er veel problemen naar voren kunnen komen, maar indien u met overleg, inzicht, en zeer zeker goede gezonde vogels gaat kweken, zal dit probleem niet overdreven vaak voorkomen. Let er maar eens op. Bij een goed en gezond broedsel liggen de eitjes altijd met de spitse punt tegenover elkaar, met een mooie glans eroverheen. Hopelijk komt zo’n broedsel bij u dit jaar veel voor.

Een goede kweek en tot een volgende keer!

Wout van Gils

 

 

 

Het zelfstandig worden van nestjongen.

kan jong

Het zelfstandig worden van nestjongen!!!

Vaak hoort men dat er veel jonge vogels sterven zodra ze bijna zelfstandig zijn. Natuurlijk selecteert de natuur zwakke vogels, maar het is ook jammer wanneer jongen sterven terwijl dat eigenlijk niet had moeten gebeuren. Ondanks dat sommige vogels onvermijdelijk zullen sterven, zijn er toch enkele punten waarop gelet moet worden bij het scheiden van jonge vogels van hun ouders. Hierover wat meer informatie.

Wanneer zijn jongen zelfstandig?

Veel kwekers herkennen dit direct, sommigen letten op de leeftijd (ongeveer 3 weken), maar een goed herkenningsteken is nog steeds het volgroeide V-teken in de staart van de jonge vogel. Als dit goed zichtbaar en ontwikkeld is, is de vogel zeker zelfstandig, eet hij voldoende zelfstandig en pelt hij ook zaad goed. Dagelijks moet nog steeds eivoer beschikbaar zijn. Als je ziet dat de jongen goed eten en het V-teken goed ontwikkeld is, kunnen de jongen apart worden geplaatst. Het is het beste om, als je de mogelijkheid hebt, de vogels ongeveer 14 dagen in een overgangskooi (kweekhok, klein vluchtje, of iets anders) te plaatsen voordat je ze in een grotere volière zet. Zorg ervoor dat de vogels in deze kooi hun drinkwater gemakkelijk kunnen vinden, plaats het dichtbij het zaad en eivoer. Zorg voor voldoende zitstokjes en een goede, droge bodembedekking. Laat de vogels hier ongeveer 14 dagen verblijven voordat je ze naar een ruimere volière verplaatst. Blijf ze uiteraard dagelijks goed observeren en let op tekenen zoals doffe ogen of piepende geluiden, wat kan duiden op problemen. Zorg voor goede voeding en plaats zwakkere vogels indien nodig terug bij de ouders of geef ze aan een pleegouder. Over het algemeen zullen er echter weinig problemen zijn als je de jonge vogels op deze manier overplaatst.

Plaatsen in grotere volières:

Als de vogels ongeveer 14 dagen in een overgangsruimte hebben gezeten, kunnen ze worden overgezet naar een grotere ruimte, wat ook wordt aanbevolen voor de ontwikkeling van de jonge vogels. Zorg er natuurlijk voor dat deze ruimte goed is ontsmet en beschermd tegen ongedierte op de lange termijn. Let erop dat water en voer gemakkelijk te vinden zijn voor de jonge vogels, met voldoende en stevig gemonteerde zitstokken. Het is aan te raden om voor elke vogel een aparte zitstok te hebben. Zorg ervoor dat het water altijd in de buurt van het voer staat, vooral in het begin. Verplaats de vogels altijd ‘s ochtends zodat ze de hele dag de ruimte hebben om deze te verkennen. Plaats nooit oudere vogels bij deze jonge vogels, omdat dit verenpikken kan veroorzaken. Zorg voor voldoende afleiding, hang wat strengen trosgierst op verschillende plaatsen op; vogels zullen er graag in pikken en bezig blijven, wat verveling en verenpikken voorkomt. Zorg voor voldoende grit en zorg dat de bodembedekking droog blijft. In het begin zullen de vogels niet alle zaden oppikken, maar na enkele weken zal dit zeker gebeuren. Geef dagelijks nieuw vers zaad, ongeveer 5 gram per vogel per dag. Blijf gedurende de eerste maand dagelijks eivoer geven en verminder dit geleidelijk naar 2 tot 3 keer per week.

Het mag nooit worden vergeten dat jonge vogels en eigenlijk al je vogels twee keer per week badwater moeten krijgen. Doe ook eenmaal per week wat badzout in het water; dit komt de bevedering ten goede en voorkomt vedermijten. Dit is ook essentieel voor de ontwikkeling van het verenkleed van de jonge vogel. Tijdens de rui van de vogels zullen af en toe veren uit de staart en vleugels vallen. Normaal ruien staart- en vleugelpennen niet, maar door vechtpartijen of andere gebeurtenissen kunnen vogels wel eens een pen verliezen. Het is aan te raden deze losse veren uit de ruimte te verwijderen om te voorkomen dat andere vogels eraan pikken, wat tot verenpikken kan leiden. Vogels die om welke reden dan ook bloeden, moeten ook onmiddellijk worden verwijderd om verenpikken te voorkomen. Het opvangen van pluisjes en losse veertjes kan goed worden gedaan door een schuin plankje aan de achterkant van de ruimte te plaatsen, waaronder deze zich verzamelen en eenvoudig kunnen worden verwijderd. Natuurlijk worden de jonge vogels af en toe voorzien van een stukje appel, sinaasappel of iets anders, maar altijd in hoeveelheden die in een paar uur worden opgegeten om overvoeding te voorkomen. Het is ook belangrijk om de eerste en tweede ronde jongen gescheiden te houden en niet bij elkaar te plaatsen. Zet ook geen oudere vogels bij hen, zeker geen overjarige, en laat jonge vogels van verschillende leeftijden niet samen ruiperiodes doormaken. Het komt de ontwikkeling van de jonge vogels zeker niet ten goede.

Conclusie:

Met al deze genoemde aandachtspunten kunnen de jonge vogels zich goed en zonder problemen ontwikkelen, een mooi en gezond verenkleed krijgen en weinig sterven of misvormde veren krijgen. En daar doen we het allemaal voor.

Succes.

Wout van Gils.

Hoeveel broedrondes voor jonge kanaries zijn ideaal?

pop broed

Hoeveel broedrondes voor jonge kanaries zijn ideaal?

Dit is eigenlijk heel duidelijk bij een normale kweek: als je pop twee nestjes jongen grootbrengt, zou twee rondes voldoende zijn. Als een ronde onbevrucht is, kan overwogen worden en is het acceptabel om nog een ronde te doen. Dit is natuurlijk afhankelijk van wanneer je met de kweek bent begonnen en uiteraard de leeftijd van de vogel. Het heeft weinig zin om eind juli nog te beginnen met een nieuwe ronde. Het moet dan ook duidelijk worden afgeraden om vogels die kort voor de ruiperiode staan, te laten beginnen met een volgende ronde. Het grootbrengen van enkele nesten jongen is voor de pop een flinke taak geweest, en zij heeft haar energie de komende tijd hard nodig om goed en tijdig door de rui heen te komen.

Daarbij moeten we ook niet vergeten dat erg late jongen meestal problematisch zijn. Tevens hebben we de ouder vogels overdreven belast en zij ondervinden daar hinder van tijdens de komende ruiperiode. De algemene regel is eigenlijk dat men na de langste dag geen vogels meer tot broeden aanzet. Dit komt niet op enkele dagen aan, maar na 1 juli moet het eigenlijk gedaan zijn met de aanzet tot kweken van vogels (bij de meeste soorten). Alle jongen die je dan gekweekt hebt, zijn meestal van die leeftijd, zeker die van de eerste ronde, om komend seizoen een goede leeftijd te hebben om mee verder te gaan kweken.

Ik weet dat de verleiding erg groot is als een van de vorige ronden niet goed is geweest, nog gauw een ronde erbij te pakken. Met een soort excuus zoals de vogels zijn nog in goede conditie. Dit kan en de vogels zullen ook nog net hun jongen grootbrengen. Maar vergeet niet dat je vogels daarna nog veel energie nodig hebben om goed door de rui te komen. Elke veer moet vervangen worden, en dit is een heel karwei. Wij als liefhebbers moeten alleen zorgen voor de voeding, vitaminen, mineralen, en veel badwater. Maar de vogel moet voldoende kracht hebben om dit te volbrengen in de komende 7 à 8 weken. Eigenlijk moet er tussen de broed- en ruiperiode een rustperiode liggen van enkele weken.

Een derde ronde is eigenlijk alleen aan te bevelen als de kweek wat vroeger is begonnen met kunstlicht en warmte, en als er een ronde verloren is gegaan. Alle andere beslissingen om een derde ronde in te gaan, gaan zonder meer ten koste van de gezondheid van het ouderkoppel en/of van de liefhebber zelf in de vorm van teleurstellingen. Zo zal de pop stoppen met voeren als ze begint te ruien, en de man zal niet meer bevruchten als de rui invalt. Kortom, eigenlijk genoeg aanwijzingen om maar twee rondes te doen. Maar denk aan de einddatum van omstreeks 1 juli; het zal teleurstellingen voorkomen en je oude vogels helpen beter door de rui te komen. Ik weet wel dat er weer uitzonderingen zijn, maar uitzonderingen bevestigen nog altijd de regel. En meestal horen we ook alleen maar van de uitzonderingen. Maar of dit goed is, denk ik niet. Laten we de normale regels maar volgen.

Succes met de kweek.

Wout van Gils

Broeden opletten is de boodschap.

pop broed

Het broeden vereist aandacht. W.v.Gils.

Tijdens het broeden ontwikkelt zich binnenin het ei het embryo. Om dit proces optimaal te laten verlopen, zijn verschillende factoren van belang, zoals licht, temperatuur en zuurstof. Er zijn al meerdere artikelen geschreven over dit onderwerp. Het aanbieden van geschikt en voldoende nestmateriaal is eveneens essentieel, zodat de pop de mogelijkheid heeft om een stevig nest te bouwen. Tijdens het broeden keert de pop regelmatig de eitjes, en daarom is het cruciaal dat het nest goed is gemaakt en stevig is. Dit voorkomt vastliggende eitjes en het afsterven van het embryo. Door het keren wordt ook voorkomen dat de eiwitsnoeren uitzakken en breken, wat ook schadelijk kan zijn voor het embryo.

Gedurende het broeden heerst er in het ei, afhankelijk van de vogelsoort, een temperatuur tussen de 35 en 39 graden. Deze warmte wordt gegenereerd door de broedvlek onder de borst van de vogel, die goed doorbloed is. Dit zorgt voor een juiste warmteoverdracht naar de eieren. Bij warm weer kan de pop met open bek hijgen om warmte af te voeren. Het is belangrijk dit zoveel mogelijk te voorkomen en nestbakjes niet te dicht bij een felle warmtebron te plaatsen of in de volle zon. Tijdens de broedperiode komt de pop zelden van het nest af, en bij een gezonde pop vind je de ontlasting meestal bij de voer- of drinkbakjes. Zorg altijd voor voldoende zuurstof en vocht in de ruimte, omdat het ei ook zuurstof in- en uitademt.

Verzorging van het broedsel:

Op voorhand moet je beslissen of je de eitjes rapen en na het vierde ei terugleggen, of ervoor kiezen om ze te laten liggen. Beide methoden kunnen succesvol zijn, met een lichte voorkeur voor het rapen en gelijktijdig terugleggen. In de eerste dagen van het broeden moet je ervoor zorgen dat de eitjes niet te snel afkoelen. Laat de broedende vogel zo veel mogelijk met rust, zorg voor voldoende lucht en zuurstof, en een goede vochtregeling is van groot belang. Stop met het geven van eivoer tijdens het broeden en hervat dit pas een dag voor het uitkomen. Let op de pop als ze veel van het nest afkomt, dit kan duiden op een verstoring van haar conditie of zelfs bloedluizen. Hang waterbakjes aan de verwarming en geef de pop regelmatig de kans om badwater te nemen.

Maak er ook een gewoonte van om tijdens het voeren de deur van je kweekruimte open te laten staan, zodat er voldoende verse lucht binnenkomt, wat ten goede komt aan het broedsel. Controleer na ongeveer vier dagen broeden regelmatig het nest om te voorkomen dat eitjes vast komen te liggen, vooral bij grotere nesten. Het licht benevelen met lauw water enkele dagen voor het uitkomen wordt ook aanbevolen.

eitjes schouwen

Het uitkomen van de jongen:

Dit is een van de mooiste momenten voor veel liefhebbers. Als de jongen klaarstaan om uit te komen, geven grotere vogels dit aan door hoorbare piepgeluidjes. Dit zijn signalen om de pop te activeren, waardoor een soort moederinstinct wordt opgewekt, inclusief voeden, beschermen en verzorgen van de jongen. Een cruciaal onderdeel voor het uitkomen is de luchtkamer in het ei. Het jong heeft veel zuurstof nodig tijdens de voorbereiding op het uitkomen. Op de laatste dag doorprikt het jong de binnenste schaalhuid om toegang te krijgen tot de luchtkamer. Daarna begint de actieve ademhaling. Als daarna ook de kalkschaal barst, heeft het jong voldoende zuurstof om uit het ei te komen. Een nieuw leven kan beginnen. Het belang van natuurlijke elementen voor een succesvol broedsel wordt hiermee benadrukt.

Het is van essentieel belang dat de broedvogels gezond en in goede conditie zijn, want alleen dan kunnen bevruchte en levensvatbare eieren worden gelegd en uitgebroed.

Let op de ligging van de eitjes met de spitse punten naar elkaar toe en een glanzend oppervlak. Dit duidt op een perfect functionerend broedsel.

Succes,

Wout van Gils.

Het veren plukken van jonge kanaries

Het Plukken (Veren) van Nestjongen

Een probleem waar veel kwekers mee te maken hebben, is dat tijdens de kweek hun jongen worden geplukt – staartpennen, dons, veertjes, ja zelfs helemaal kaal. Het is echt triest om dit te zien of mee te maken. Veel vragen over dit probleem komen dan ook dikwijls op vergaderingen of via e-mail naar voren. Hoewel het bij sommige vogels (koppels) een vaststaand feit is dat veren pikken voorkomt, zijn er toch wel wat zaken om dit te voorkomen. Ik wil er een aantal aanhalen. Maar een zaak staat vast: sommige koppels blijven het hardnekkig doen, terwijl anderen, gelukkig de meeste, het niet of minimaal doen. Toch moeten we waakzaam zijn en middelen ter beschikking stellen om dit te voorkomen.

Inleiding:

Meestal gebeurt dit bij vogels die aanzet geven om een nest te maken of een nieuw nest willen gaan maken. Ze hebben dan snel de neiging om de zachte pluimpjes en veren van hun eigen jongen te gebruiken. Dit gebeurt voornamelijk als de jongen uit het nest zijn gesprongen; het is zeldzaam dat de jongen al in het nest worden geplukt, maar het komt soms voor. Het is dus van groot belang om ervoor te zorgen dat voordat de jongen uitvliegen, het koppel al de kans heeft gekregen om een nieuw en volledig nest te maken. Als regel moet men eigenlijk stellen: als de jongen uitvliegen, moet de pop eigenlijk op het punt staan om het eerste ei te gaan leggen. Heeft de pop het eerste ei gelegd, dan is de kans erg klein geworden dat de jongen nog worden geplukt. Dus tijdig een nieuw nest geven is van groot belang.

Men kan daarvoor de volgende handeling uitvoeren: plaats het oude nest met jongen op de bodem van het kweekhok, hang een nieuw nest op de oude plaats en voorzie nieuw en voldoende nestmateriaal. Het koppel zal de jongen verder voeden op de bodem van het kweekhok, en tegelijkertijd zal zij beginnen met het maken van een nieuw nest. Het plukken zal dan ook veel minder voorkomen of zelfs niet meer gebeuren. Zodra de jongen uit het oude nest springen en de pop het nieuwe ei al aan het vormen is of al heeft gelegd, is het plukken zo goed als gedaan.

Uiteraard zijn er nog andere methoden die ook aan te bevelen zijn. Iedereen heeft zijn eigen keuze, afhankelijk van zijn kweekruimte, kweekkooien en beschikbare tijd. Maar zoals eerder gezegd, er moet iets worden gedaan om het verenpikken te voorkomen.

Andere Methoden:

Diverse Methoden Babykooien:

Dit is ook een erg goede methode. De jongen worden hierin gezet, en de oudere vogels voeren de jongen door de tralies heen zonder ze te kunnen plukken. Het komt wel eens voor dat er hier en daar een staartpen verongelukt. Meestal gebruikt men een babykooi voor twee kweekhokjes, in het midden de babykooi en links en rechts ervan de kweekkooi. Het is een erg goede manier, maar het vraagt veel meer ruimte. Het voordeel is dat er bijna geen geplukte jongen zijn.

Een andere babykooi die je kunt kopen of zelf maken, is de kooi die je tegen de kweekkooi hangt en waarin je de jongen plaatst. Dit gaat ook goed; de ouders voeren ook door de tralies heen, en het plukken is tot een minimum teruggebracht, afgezien van af en toe een staartpen. Men moet wel zorgen dat de zitstokjes in de babykooi niet te dicht bij de tralies komen, anders komt de staart door de tralies heen, en dan trekt de oudere vogel alsnog aan de staart met alle gevolgen van dien. Het nadeel is dat het niet makkelijk is om de vogels in de kweekbakken te voeren en te verzorgen. Het goed schoonhouden van de babykooien en de vogelruimte vraagt extra aandacht, en het is wat onhandig werken om alles goed schoon te houden, maar het kan wel.

Pleegouders:

Wat ook kan, en je ziet het regelmatig bij wat grotere kwekers, is het gebruik maken van pleegouders. Dit zijn over het algemeen wat oudere vogels (poppen), bijvoorbeeld bonte vogels, zelfs kruisingen met kanariebloed erbij, die men plaatst in een ruimte (hok) van bijvoorbeeld een vierkante meter. Hierin plaatst men de jongen die bijna gaan uitvliegen met het nest op de bodem van deze kooi. Meerdere nesten bij elkaar plaatsen is goed mogelijk, en het is echt fantastisch te zien hoe deze oudere vogels deze jongen voeren. Bij veel kwekers geeft deze methode een onzeker gevoel, wat wel te begrijpen is, maar als je het ooit hebt gezien bij een kweker die dit wel doet, zal dit gevoel snel verdwijnen. Het werkt prima. Het nadeel is dat je niet alle soorten vogels bij elkaar kunt zetten; het is duidelijk dat rode en gele vogels bijvoorbeeld niet samen kunnen worden grootgebracht. Ook neemt dit natuurlijk weer wat extra ruimte in beslag, maar het verenpikken is bijna zo goed als verdwenen.

Besluit:

Verenpikken zal altijd blijven voorkomen, maar er zijn ook veel koppels die het niet doen. Uitselecteren op deze eigenschap kan altijd worden overwogen en misschien zelfs worden aanbevolen. Maar de vogel weinig of geen kans geven om het te doen, is nog altijd de beste methode. Dit kan door goed te blijven observeren, tijdig een nieuw nestgelegenheid te geven en/of het gebruik maken van babykooien en/of het plaatsen bij pleegouders. Iedereen

moet voor zichzelf de beste keuze maken met zijn beschikbare tijd en ruimte. Maar er moet iets worden gedaan om het verenpikken te voorkomen.

Een goede tip is om eens te proberen: kook een aardappel met schil half gaar, snijd hem doormidden en geef de vogels hier van te eten. Je zult zien dat er weinig of geen verenpikken meer is.

Succes.

Wout van Gils

Uit het nest gooien jonge kanaries

Uit het nest gooien van geringde jonge vogels.

Een van de uitdagingen bij onze kanarie-kweek is het ringen van de vogels. Dit geldt niet alleen voor kanaries, maar ook voor alle andere vogels is dit een kritieke periode. De natuurlijke instincten van onze vogels omvatten natuurlijk voortplanting, maar ook de zorg voor zichzelf en hun jongen. Vooral wanneer de jongen wat groter worden, zullen de ouders steeds meer aandacht besteden aan het schoonhouden van het nest. Hier ontstaat een probleem voor veel vogelliefhebbers, vooral voor degenen die naast hun hobby ook hun dagelijkse brood moeten verdienen en waarvan de partners niet altijd tijd hebben om voor de vogels te zorgen. Het probleem is vaak dat jonge vogels die door sommige ouders zijn geringd, direct uit het nest worden gegooid. Dit heeft meestal negatieve gevolgen; als je er te laat bij bent, kan het jong sterven, en de verwondingen aan de teentjes kunnen ernstig zijn, wat erg jammer en vervelend is. Dat dit gebeurt, is een natuurlijke reactie van de ouders; ze beschouwen de ring als vuil in het nest en willen ervan af! Er zijn echter enkele maatregelen die dit tot een minimum beperken en de kans op het uit het nest gooien van de vogels aanzienlijk verminderen.

Wat te doen bij het ringen (om uit het nest gooien te voorkomen)

– Ring nooit te vroeg; ring pas als er ontlasting op de rand van het nest blijft liggen.
– Het is ook aan te raden om een rubber (vleeskleurig) fietsventiel om de ring te doen.
– Ring je vogels voor of na je werk, zodat je regelmatig kunt controleren.
– Vraag je vrouw of kinderen om af en toe te gaan kijken als je zelf niet kunt.
– Kleur de ring enigszins vleeskleurig met bijvoorbeeld een viltstift.
– Gooi wat zaad onder in het nest nadat de jongen zijn geringd; dit helpt erg goed.

Wat ook goed helpt en wordt aanbevolen: als je al enkele nesten hebt met grotere jongen, begin dan een dag voor het ringen van een nieuw nestje wat goede, vaste ontlasting van de al geringde jongen rond het nestje te smeren van de te ringen jongen. Doe dit totdat de poppen het opgeven, wat aangeeft dat de jongen groot genoeg zijn om de ontlasting op de rand van het nest te leggen. Het werkt; probeer het maar. Maar blijf ook na het ringen alert en controleer nog steeds.

Enkele tips:

Mocht het toch gebeuren dat je jongen uit het nest zijn gegooid, beslis dan niet te snel om het jong in de vuilnisbak te doen. Jonge vogels kunnen veel hebben. Houd het jong, zelfs als je denkt dat het dood is, een aantal minuten in je gesloten handpalm en blaas er regelmatig wat lucht in. De kans is groot dat het jong na enkele minuten weer begint te bewegen. Kortom, je hebt een leven gered. Doe dit altijd voordat je besluit het jong weg te gooien!!! Het kan de moeite waard zijn.

Het plaatsen van het rubberen fietsventiel om de ring is niet eenvoudig, maar er is een handige truc voor. Neem een priem die iets dikker is dan de ringmaat (inwendig), smeer deze in met een klein beetje zuurvrije vaseline en schuif het rubberen ventielslangetje eroverheen. Vervolgens voeg je de ring toe en schuif je de slang over de ring. Snijd hem op maat af en ga door met de volgende. Dit werkt erg goed en snel. Ik hoop dat dit artikel je helpt om te voorkomen dat je jongen uit het nest worden gegooid. Wees extra waakzaam tijdens het ringen van je jongen.

Succes,

Wout van Gils.

Dit koppel wil niet koppelen!

Man pop

Dit koppel wil niet koppelen!!!

Het is geen vaststaand feit, ja zelfs geen voorschrift, dat elke vogel die de leeftijd van 10 maanden bereikt heeft, ook daadwerkelijk wil paren en broedrijp wil worden. Het kan goed voorkomen dat een pop die in een broedkooi geplaatst wordt, geen interesse toont in een huwelijk. Bij het toepassen van “Wisselbroed” is het niet denkbeeldig dat wanneer we de man bij de pop plaatsen, er hevige vechtpartijen ontstaan. Zelfs veren kunnen letterlijk door de kooi vliegen, omdat de pop nog niet klaar is voor een man en absoluut niet van plan is hierop in te gaan. Het is dan van belang dat de liefhebber ingrijpt bij aanhoudende gevechten, aangezien dit constante gevecht schadelijk is voor beide vogels; ze verliezen onnodig veel energie.

Vogels moeten niet eerder worden gekoppeld dan wanneer de broedsymptomen duidelijk zichtbaar zijn voor zowel de pop als de man. De pop/man moet:

– Ongeveer 10 maanden oud zijn.
– Lokroepen geven.
– Een kaal onderlijf tonen, wat aangeeft dat ze broedrijp is.
– Een onderlichaam hebben met de vorm van een stomp kippenei.
– Met veertjes of pluisjes nestmateriaal heen en weer dragen.
– Natuurlijk gezond zijn zonder enige zichtbare darmproblemen bij het opblazen.

Met deze eigenschappen zal de pop de man herkennen en zal ze na een periode van 10 dagen het nest gereed hebben en het eerste ei leggen. Toch kan het voorkomen dat een pop, ondanks in broedconditie te zijn, de man niet accepteert en dat de gevechten in de broedkooi aanhouden. In dat geval moet de man worden verwijderd. Let dan goed op, want de pop zal lokroepen geven en je zult snel merken dat er een andere man is die op die lokroep antwoordt. Het resultaat is dat beide vogels aan elkaar gekoppeld zijn door hun lokroep, en het is niet gemakkelijk om hier een andere man tussen te krijgen. Dit resulteert meestal in een nestje onbevruchte eieren. Als het echter een man is die bij de kleur past, hoeft dat geen probleem te zijn. Als de kleuren niet passen, ontstaat er echter een probleem. Ik probeer dit soms op te lossen door de pop nestmateriaal te geven. Als ze het nest volledig klaar heeft, plaats ik ‘s avonds tegen het donker worden een man bij haar die bij haar past. Meestal lukt het dan ‘s ochtends wel om bevruchting te bereiken, maar later op de dag kunnen er opnieuw gevechten ontstaan. Ik haal dan de man weg, en ‘s avonds gaat hij weer terug. Vaak is me dit gelukt. Gelukkig komt dit soort koppelingen op basis van lokroep niet vaak voor.

Het broedseizoen is niet alleen een regelmatig proces voor de vogels, maar ook voor onze liefhebbers. Wees eerlijk: als je collega begint met kweken en je bent zelf nog niet bezig, geeft dit je de impuls om snel en misschien wel overhaast te beginnen. Je denkt dan misschien dat je anders te laat bent, maar meestal is het tegenovergestelde waar en begin je te snel (te vroeg) omdat je vogels er nog niet klaar voor waren. Het liefst willen we de vogels vandaag in de kooi en overmorgen het eerste ei, maar zo werkt het niet. De ontwikkeling van het voortplantingsproces volgt hetzelfde patroon als de lengte van de dagen en het aantal lichturen. Het geleidelijk langer worden van de dagen of het verhogen van het aantal lichturen veroorzaakt een impuls aan de hypofyse, waardoor bepaalde hormonen worden geproduceerd. Deze hormonen rijpen de eierstok van de pop en vergroten de testikels van de man. Het is belangrijk om dit goed te beheren om het koppelen soepel te laten verlopen, maar zoals in dit artikel beschreven, kunnen er nog steeds problemen ontstaan. Hopelijk wordt u hiervan bespaard, maar u kunt er zelf veel aan doen!!

Succes,

Wout van Gils.

Coccidiose dan foniopaddy?

NIEUW: Bestrijd Coccidiose met een Natuurlijk Product!!! (Foniopaddy)

Via een Duitse collega vogelvriend kwam ik in contact met dit nieuwe natuurlijke product voor de bestrijding van coccidiose. Hij vertelde me erover en meldde dat hij zeer goede resultaten had behaald; de vogels waren vrij van coccidiose geworden door dit zaad te geven. Nieuwsgierig als ik ben, wilde ik hier natuurlijk meer over weten. Ik heb het product laten bezorgen en heb ook een folder ontvangen over dit zaad dat de vogels coccidiose-vrij zou maken. Als de vogel daarna nog bijvoorbeeld opgezette darmen of buik heeft, is er duidelijk een conclusie: het is geen coccidiose maar een andere, zwaardere infectie, zoals atoxoplasmose. Het is ook een voordeel om dit op deze manier te weten te komen.

Het zou een zaadproduct zijn uit Uganda, waar jaren geleden onderzoek is gedaan naar graslanden waar voortdurend veel vogels naartoe kwamen, zelfs van grote afstanden, allemaal zaadeters. Men vroeg zich af waarom en startte een onderzoek. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat vrijwel alle vogels die daar werden gevangen voor onderzoek vrij waren van coccidiose. Latere onderzoeken brachten dit in combinatie met het graszaad dat de vogels daar aten als een veelbelovende ontdekking.

Wat is dit product nu precies?

Hier is een vertaling uit het schrijven van de folder die aan mij is verstrekt.

Coccidiose is de grootste vijand van de vogelliefhebber. Het wordt algemeen beschouwd als het grootste probleem bij het kweken en verzorgen van kanarievogels en andere zaadeters. Deze hardnekkige ziekte moet zwaar worden bestreden met medicijnen, maar vanwege de bijwerkingen van de medicijnen wordt de lever, darmen en nieren sterk belast en ontregeld. Na een kuur met medicijnen moet je daarom je vogels weer een vitaminekuur geven.

Nu is er een mogelijkheid om dit op natuurlijke en eenvoudige wijze te bestrijden dankzij het product “FONIOPADDY”.

Wat is FONIOPADDY precies?

Dit is een natuurlijk graszaad dat op verschillende plantages in Uganda wordt geoogst. Omdat Foniopaddy een natuurlijk product is, kun je de vogels nooit te veel geven. Het driejarige onderzoek dat hierop volgde, leverde verbluffende resultaten op. Alle vogels die regelmatig met “FONIOPADDY” werden gevoerd, vertoonden geen coccidiose meer, een prachtige ontdekking.

Hoe geef je FONIOPADDY?

Je geeft je vogels twee tot drie keer per week 5 tot 7 gram (in een snoepbakje) Foniopaddy. Het is het beste om dit in een snoepbakje te doen, want als je het door het zaad mengt, zakt het door zijn zeer fijne, harde korrelige uiterlijk naar de bodem, waardoor ze niet genoeg binnenkrijgen en het verspild wordt. (Het lijkt veel op blauw maanzaad, maar de kleur is donkerbruin.) Het is absoluut geen probleem als je meer geeft dan twee tot drie keer per week. Het is een natuurlijk product en overvoeren is onmogelijk. Zolang je “FONIOPADDY” blijft verstrekken aan je vogels, zijn ze gegarandeerd vrij van coccidiose en krijgt je vogel zijn natuurlijke gezondheid terug. Ik en meerdere collega’s voeren dit al.

Wout van Gils

Problemen – Hoe is/was de conditie?

Problemen met je vogels? Hoe was de conditie dan?

Deze twee zaken zijn vaak met elkaar verbonden. Als er problemen zijn, is de conditie van de vogels meestal niet optimaal. De oorzaken hiervan kunnen divers zijn, maar vaak liggen de fouten niet bij de vogels zelf, maar bij de liefhebber. Deze fouten komen vaak terug gedurende het jaar, vooral aan het begin van het kweekseizoen, tijdens de rui en tijdens het tentoonstellingsseizoen. Kortom, de problemen doen zich op verschillende momenten in het jaar voor.

Tijdens de voorbereiding op de kweek:

Als er problemen optreden, zoek de oorzaak dan niet direct bij de vogels, maar begin bij jezelf. Er zijn meerdere artikelen geschreven over dit onderwerp, dus ik zal het hier niet uitgebreid uitleggen. Lees mijn artikel over het in conditie brengen van kanarievogels nog eens door. Wie vroeg wil kweken, moet weten dat de vogels minimaal 9 à 10 maanden oud moeten zijn en voldoende en goed afgestelde lichturen moeten krijgen, met maximaal 15 uur licht. Ook moet de temperatuur ongeveer tussen de 12 en 15 graden Celsius liggen. Vooral de lichturen brengen de vogels in conditie. De meeste vogels krijgen al broedneigingen, beginnen nesten te maken, maar dit gebeurt meestal in april wanneer de dagen voldoende zijn verlengd en de temperatuur redelijk goed is. Het is ook raadzaam de mest goed in de gaten te houden. Vraag een ervaren liefhebber om advies of nog beter, breng wat mest binnen bij je dierenarts en laat het onderzoeken. Afhankelijk van dit onderzoek kun je je vogels wel of niet volgens het voorschrift van je dierenarts behandelen.

Tijdens de kweek:

Hoewel een vogel ziek kan worden, moeten vogels, mits voorzien van een goede zaadmengeling, eivoer met voldoende grit en een darmconditioneringsproduct inclusief vitaminepreparaten in het eivoer, in goede conditie blijven. Normaal gesproken kun je met deze voorzieningen 2 à 3 rondes kweken. Geef bij voorkeur geen groenvoer. Als je het toch geeft, wees dan voorzichtig en geef niet meer dan wat ze in een uur kunnen opeten. Geef groenvoer ook nooit ‘s avonds als er jongen in het nest zijn. Hetzelfde geldt voor kiemzaadvoer; geef alleen de kiem en blijf alert op verzuring. Kortom, problemen tijdens de kweek treden op wanneer de vogels uit conditie raken, en vaak zijn wij de veroorzakers door onjuiste voeding en onvoldoende hygiëne in de kooien. Blijf dus waakzaam.

Tijdens de rui:

Ook tijdens de rui hebben onze vogels goede verzorging en aandacht nodig, inclusief voldoende eivoer, zaad, aminozuren, enzovoort, evenals voldoende afleiding en vliegruimte. Plaats nooit oude en jonge vogels bij elkaar. De veren worden systematisch vervangen. Als dit niet gebeurt, kan de vogel niet meer vliegen. Het is dus van groot belang dat de vogels goed in conditie zijn om deze rui periode door te komen. Oudere vogels hebben hier meer problemen mee dan jonge vogels die af en toe een verloren staart- of vleugelpen moeten plaatsen.

Zorg dus voor een niet te overbevolkte ruimte, goede afgeschermde zitstokken, een goede zaadmengeling en dagelijks eivoer. Als vogels elkaar kunnen pikken, zullen ze dat in deze periode zeker doen, wat resulteert in grote schade aan de veren. Iedereen kent wel de bloedpennen en de pennen die later vaak verdraaid of beschadigd terugkomen. Blijf hier waakzaam op. Geef wekelijks ook eens een halve ui; het is even wennen, maar je zult zien dat ze het later eten. Het is een extra toevoeging van aminozuren die de vogels in voldoende mate nodig hebben in deze periode. Ook helpt het tegen verenpikken.

Naar de tentoonstelling toe:

Eigenlijk valt er niet veel meer over te schrijven. Tijdens tentoonstellingen moet de vogel weer in topconditie zijn. Als dit niet het geval is, zal de keurmeester fouten moeten noteren in verschillende rubrieken. Deze fouten zijn meestal al eerder gemaakt in de kweekperiode of later tijdens de rui, en zijn hier niet meer of nauwelijks te herstellen. Het is een gegeven dat goed doordachte plannen (voorbereiden, kweken, enzovoort) die goed worden uitgevoerd en nageleefd, de beste resultaten opleveren. Willekeurig iets kweken, willekeurig verzorgen, willekeurig handelen, leidt altijd tot teleurstellingen gedurende het hele jaar. De conditie van de vogel is dan ook het hele jaar door van groot belang volgens de gestelde doelen. Wij moeten ervoor zorgen dat deze goed is. De middelen zijn beschikbaar, en wij moeten de vogels de nodige zorg geven. De vogels zullen je belonen als je ze in conditie houdt.

Succes.

Wout van Gils

Wat als de jonge kanaries uitkomen

Wat te doen wanneer jonge kanaries uitkomen.

Tijdens het broeden zijn de vogels rustig en toont de kweker af en toe nieuwsgierigheid en spanning wanneer de eitjes bevrucht zijn. Kortom, het is een rustige maar toch spannende periode, de broedtijd. Het is essentieel om ervoor te zorgen dat de luchtvochtigheid in deze periode goed is, ongeveer 60 tot 65%. Zorg er ook voor dat de vogels regelmatig kunnen badderen. Tijdens deze broedtijd wordt geen eivoer gegeven. De vogels krijgen echter een goede zaadmengeling en dagelijks vers water, met wekelijks wat toegevoegde vitamines. Op de veertiende dag wordt wat eivoer gegeven, en meestal zijn er op dat moment ook jongen in het nestbakje.

Belangrijk is om het kweekhok op dat moment niet volledig schoon te maken, omdat de kans groot is dat de ouder vogels in het nieuwe bodemmateriaal gaan zoeken en grit opnemen. Dit kan schadelijk zijn voor de erg jonge, zachte jonge vogels en zelfs tot sterfte leiden. Na de geboorte van de jongen moet de kweker ervoor zorgen dat er voldoende zaad, water en drie keer per dag eivoer beschikbaar zijn. Het eivoer moet altijd enigszins korrelig zijn en nooit nat. Verdere inmenging kan meer kwaad dan goed doen.

Na drie tot vier dagen kan de hoeveelheid eivoer iets worden vergroot, maar let erop dat het eivoer vers blijft en nooit nat wordt. Bewaar het eivoer in de koelkast en maak het dagelijks vers. Het verstrekken van groenvoer wordt sterk afgeraden en kan problemen veroorzaken. Het is raadzaam om jonge vogels geen groenvoer te geven, zeker niet onder de drie maanden. Later kan dit wel, maar nooit meer dan wat ze in een uur kunnen opeten.

Als de kweker met gezonde, goed gevoede kweekvogels werkt, zal het opgroeien van de jongen over het algemeen naar wens verlopen. Als echter de gezondheid en levenskracht van de kweekvogels te wensen overlaat en het met de jonge nestvogels niet goed gaat, is het voor de jongen vaak een hopeloze zaak. Zwakke jongen kunnen moeilijk het kopje opheffen om gevoerd te worden, zelfs als de moeder dat graag wil. Het kan voorkomen dat een popje met zwakke jongen prima andere, sterkere jongen voert, terwijl haar eigen jongen al dood zijn. De natuur maakt hier ook zijn selectie.

Het verplaatsen van achtergebleven jongen naar een gezond nestje wordt niet altijd aanbevolen, omdat sommige ziekten zich kunnen verspreiden. Wees voorzichtig met het verplaatsen van jonge vogels naar een ander nest. Het is beter om gezonde vogels te kweken en achterblijvertjes te noteren in het kweekboek. Deze moeten zeker niet worden behouden voor de kweek het jaar daarop.

Wanneer de jongen bijna het nest verlaten, plaats dan het nest in een babykooi. Als je deze niet hebt, plaats dan het nestbakje op de bodem van de broedkooi en hang na enkele dagen een nieuw nestbakje op de oude plaats. De pop zal een nieuw nest maken en de jongen blijven voeren. Men kan de jongen ook bij zogenaamde pleegouders plaatsen, enkele mannen of poppen in een kleine ruimte, waarbij het voeren gewoon doorgaat. Let goed op, omdat sommige ouders hun jongen direct kaal kunnen plukken. Dit kan worden voorkomen met een van de bovengenoemde methoden.

Als de jongen zelfstandig zijn, laat ze dan nog ongeveer 10 dagen in een kleinere ruimte zitten. Zorg ervoor dat ze goed op het zaad zijn voordat je ze in bijvoorbeeld een volière of draadkooi plaatst. Zorg ervoor dat de vogels gemakkelijk bij water en zaad kunnen, vooral in de eerste dagen. Zorg ook voor wat afleiding in de kooi, zoals sisaltouw of trosgierst, om verveling en verenpikken te voorkomen. Vanaf nu kan ook wat groenvoer worden gegeven, zoals appel, sinaasappel en ontkiemd zaad, maar nooit meer dan wat ze in een uur kunnen opeten. Geef bij voorkeur ook geen groenvoer ‘s avonds, vooral niet als het erg warm is.

Het mag duidelijk zijn dat niet alleen de ouder vogels veel werk hebben, maar ook de liefhebber. Als je het echter goed doet, is het de moeite waard.

Succes.

Wout van Gils

Help er vallen steeds vleugelpennen

veren donsveren

Help, er vallen enkele vleugelpennen uit bij mijn kweekmannen!

Help, er vallen enkele vleugelpennen uit bij de kweekmannen! Hoe komt dit nu, en wat kan ik eraan doen? Deze vraag wordt regelmatig gesteld via De KANARIE HOMEPAGE, e-mail en andere ontmoetingen in de afgelopen jaren. Ook ikzelf heb hier last van, zij het niet bij allemaal, maar toch te veel. De vragen zijn moeilijk te beantwoorden omdat ik er zelf al ongeveer vier jaar mee te maken heb en geen directe oorzaak/oplossing kan vinden. Ik heb wel jarenlang gegevens verzameld en er vragen over gesteld, maar tot nu toe heb ik nog geen duidelijk antwoord gekregen. Wat ik weet, heb ik in dit artikel weergegeven. Hopelijk kan dit u van dienst zijn. Een zaak staat wel vast: het is een beginnende rui die weliswaar niet direct doorzet, maar zich uit tot het verliezen van enkele vleugelpennen. Meestal betreft het de 6e en 7e pen in de vleugel, maar ook vaak de 4e en 5e pen. Het probleem doet zich meestal voor bij de mannen en zelden, in veel mindere mate, bij de poppen. Dit artikel schrijf ik om via deze weg nog meer gegevens te verzamelen en hopelijk tot een reden/oorzaak te komen. Als u er ook last van heeft en gegevens of een reden kunt opgeven, ben ik u dankbaar deze informatie door te sturen naar mijn e-mailadres. Op een later moment zal er dan een vervolgartikel over geschreven worden met hopelijk meer duidelijkheid over dit probleem. Ik hoop op talrijke medewerking van onze kanariekwekers. Dit artikel mag overgenomen worden voor uw clubbladen, informatieavonden, enz. Met hopelijk veel informatie die teruggekoppeld wordt en een oplossing kan aandragen. Kanariekwekers, laat eens van je horen. Dit moeten we toch kunnen oplossen met zijn allen?

Wat stelt men vast:

Tijdens de kweek eind mei, begin juni, merken veel liefhebbers dat er enkele pennen rond dwarrelen in het kweekhok. In eerste instantie staat men er niet zo bij stil, maar als dit regelmatig terugkomt en in diverse hokken wordt waargenomen, begint het echt op te vallen. Bij controle valt dan op dat het de mannen zijn die enkele pennen laten vallen, soms de 6e, 7e en/of 8e pen in de vleugel, maar ook wordt regelmatig vastgesteld dat het de 4e of 5e pen in de vleugel is. Later zal blijken dat van deze mannen de meeste nestjes onbevrucht zijn, of er is van een legsel van 4 of 5 eitjes maar één ei bevrucht. Een opvallende constatering is ook dat de vogel niet verder gaat met pennen gooien en voorlopig ook niet verder in de rui valt. Het blijft beperkt tot deze pennen in de vleugels. Als men de vogel op een later moment in de volière plaatst, zal na enkele weken de rui verder gaan.

Vreemd is dat de poppen hier veel minder last van hebben. Er is hier misschien een reden voor aan te halen: de poppen hebben meestal bij vroegkweek enkele weken minder lichturen gehad dan de mannen. Een veelgehoorde opmerking is ook: “Ik kweek al meer dan 10 jaar, doe nog steeds hetzelfde qua belichting en voorbereidingen op de kweek, maar ik heb hier pas de laatste 4 à 5 jaar last van gekregen.” Inderdaad, dat stel ik zelf ook vast.

Enkele vermeende oorzaken:

Sommigen dachten dat het mannen waren waarmee tentoonstellingen waren gespeeld. Deze vogels werden direct of na een korte periode ingezet voor de kweek, en deze mannen zouden dan hun pennen eind mei, begin juni laten vallen. Dit zou een oorzaak kunnen zijn. Maar ik heb dit opgevolgd. Het bleek inderdaad dat sommige mannen de pennen lieten vallen, maar opvallend was dat er ook mannen waren waarmee ik niet had tentoongesteld. Dus dit is toch niet de hoofdoorzaak.

Een andere oorzaak die men dacht, is dat het mannen waren die bij de pop werden weggenomen omdat deze te vet werd in de kweekkooi of de pop en jongen lastigviel. Deze mannen zouden te lang in de volière hebben gezeten alvorens terug bij de pop te worden gezet. Ook hier blijkt weer dat enkele mannen pennen lieten vallen, maar bij de meeste kwekers gebeurde dit niet. Dus ook hier weer geen 100% reden voor het laten vallen van de pennen. Dit gebeurde wel als men de mannen te lang in de volière liet en van de pop afhaalde.

Een aantal kwekers stelde vast dat het meestal jonge mannen waren die deze pennen lieten vallen, en de oudere mannen die langer op rust zijn, dit niet of op enkele na geen pennen lieten vallen. Ook deze gedachte heb ik gecontroleerd, ook hier had ik helaas weer verschillende vaststellingen. Inderdaad, als de man te lang in de volière blijft, valt deze versneld in de rui. Maar bij mannen die hooguit maar een kleine week in de volière hadden gezeten, werden bij diverse kwekers ook nog pennen gestoten. Dus ook geen concreet antwoord/vaststelling.

Een andere opmerking is dat we onze vogels te veel lichturen geven, dit begint al bij de voorbereiding, meestal wekelijks een uur tot anderhalf uur erbij tot we aan de 15 uur zitten. De mannen hebben dan al twee weken meer licht dan de poppen. Enkele kwekers beweren dat als men wekelijks de uren opvoert met een half uur en de maximale lichturen op hooguit 13 uur laat uitkomen, het euvel verholpen zou zijn. Dit is iets wat we kom

end seizoen gaan uittesten, ikzelf met enkele collega kwekers. En dan moeten we vervolgen!

Een andere opmerking die ik kreeg van goede kwekers is dat zij denken dat het mannen zijn die bij poppen zitten die minder goed en snel overgaan tot broeden en jongen grootbrengen, en bij mannen die veel gebruikt worden voor wisselbroed. Dit heb ik bij mezelf gecontroleerd. Ik had ook mannen die bij erg goede poppen zaten, een gemiddelde van 4 jongen, maar waarvan de man de eerste week in juni pennen gooide. De oorzaak wisselbroed heb ik niet kunnen controleren, daar ik dit minder doe. Een en ander gaan we natuurlijk wel vervolgen.

Een opvallende constatering is dat verschillende kwekers meldden dat als men begint te kweken begin maart, men er geen last van heeft. Zij geven dus duidelijk aan dat te veel lichturen wel eens de oorzaak zou kunnen zijn. Maar ik stel dan weer de vraag: waarom is dit pas de laatste 4 à 5 jaar opgekomen? Voor die tijd deden we hetzelfde, er gebeurde niets, dus geen pennenwerpen. Ikzelf begin met belichten begin februari en koppel op 1 maart, en toch zijn er jaarlijks een aantal mannen die het hebben. Maar dat het licht een gedeelde oorzaak heeft, ben ik van overtuigd.

Een andere opmerking die ik enkele malen hoorde en tegenkwam, is dat de oorzaak gezocht moet worden in het te lang in topconditie zijn van je fokvogels. Er wordt te veel van geëist, en de pennen die ze gooien zijn een vorm van conditieverlies. Dit zou mogelijk kunnen zijn als het tentoonstellingsvogels betreft, maar we zijn er onlangs achter gekomen dat dit zeker niet altijd het geval is. Dus ook hier geen duidelijke oorzaak.

Enkele kwekers meldden mij dat het niet goed verzetten van het zomeruur in je kweekhok wel eens de reden zou kunnen zijn. Zij adviseren niets aan de zomertijd te doen en de klok op wintertijd te laten staan. Dit zelf heb ik niet gecontroleerd, omdat ik dan ‘s ochtends problemen heb met het voeren van de vogels omdat het dan nog donker is. Maar als meer liefhebbers dit vaststellen, is het belangrijk dit te weten. Laat het dan ook horen.

Oplossingen:

Zoals de oproep blijkt in dit artikel, kan ik en vele anderen die ik al geraadpleegd heb nog geen directe oplossing geven. Of toch? Enkele kwekers met grote ervaring die beginnen te kweken in maart (de koppeldatum geven ze aan op 19 maart) beweren er totaal geen last van te hebben, en zij geven dan aan dat dit wel eens de oorzaak zou kunnen zijn. Maar daarmee is de gestelde vraag nog niet beantwoord waarom we er een jaar of 5 geleden geen last van hadden, toen we bijvoorbeeld in februari begonnen te kweken. Maar toch komt hier weer naar voren dat het aantal lichturen wel eens de oorzaak kan zijn en er zeker iets mee te maken heeft. We moeten proberen vast te stellen waarom dit dan nu wel gebeurt en voorheen niet.

Opvallende vaststellingen:

Dat zijn ze eigenlijk allemaal, maar het merkwaardige aan het pennenstoten is toch dat het meestal maar een beperkt aantal vogels is, die onder dezelfde omstandigheden zijn voorbereid op de kweek en hetzelfde aantal lichturen hebben gehad. Een andere opmerking is dat het meestal de 6e, 7e, 8e of pen is die in de vleugel wordt afgestoten. Waarom dit nu zo is, daarom staat er ook ‘Help’ voor dit artikel. Ik hoop op veel reacties en vaststellingen om te komen tot een reden van en oplossing voor het vallen van enkele pennen.

Ook dat sommige mannen nog enkele eitjes bevruchten is opmerkelijk, maar toch zeggen de meeste kwekers dat ze het risico niet willen nemen en een andere man nemen. Het geeft duidelijk aan hoe groot het probleem is van het gooien van enkele pennen.

Vreemd is ook dat het geruime tijd blijft bij het gooien van deze 3 pennen en zoals eerder vermeld ook op de 6e, 7e of 8e pen, en daarna weinig of niets meer. Normaal begint de rui ook door te lopen naar de borstveertjes. Maar daar is hier duidelijk nog niet het geval.

Waarom de poppen weinig of geen last van hebben, is ook erg vreemd te noemen, al is dit niet helemaal waar. Sommige kwekers meldden dat het bij hen ook poppen waren die het deden. De vaststelling in mijn kweekhok is dat het duidelijk mannen waren en geen poppen.

Wout van Gils

Geduld voor aanvang kweekperiode

kan jong

Geduld voor aanvang kweek !!!!

De tentoonstellingen zijn nog niet achter de rug, maar bij veel kanariekwekers begint het alweer te kriebelen om met de kweek te beginnen. Ik ga hier niet beweren dat dit verkeerd is, maar ik wil toch enkele zaken benadrukken om kwekers ervan te overtuigen dat vroeg beginnen met de kweek direct na de TT weliswaar mogelijk is, maar dat er ook hier enkele spelregels zijn die men in acht moet nemen. Als men dat niet doet, kunnen er problemen ontstaan die velen van ons maar al te goed kennen.

Veel kwekers hebben al jonge kanaries in januari, en zo heeft de liefhebber met zijn vroege broed een voorsprong op de zogenaamde koud-kwekers. Geheel ongevaarlijk is echter het erg vroeg beginnen niet; vaak hoor je van aanloopproblemen, die kunnen wijzen op suboptimale voorbereidingen, onvoldoende voorbereidingstijd, of onzorgvuldig omgaan met verlichting, waardoor mogelijk een te jonge vogel te vroeg tot broeden wordt aangezet. Houd in gedachten dat mannen meer tijd nodig hebben om in kweekconditie te komen dan een pop. Zorg er ook voor dat de vogels minstens 9 à 10 maanden oud zijn en natuurlijk in goede conditie verkeren. Het in conditie brengen moet je nu zelf doen door de dagen te verlengen, en dit op de juiste manier.

Ook de voorbereiding van je kweekhok en kweekruimte vraagt veel en verstandige aandacht, zodat je later niet geconfronteerd wordt met bijvoorbeeld bloedluizen of vedermijten. Vroegkweek kan heel goed, maar niet lukraak; weet wat je doet en hoe je het doet. Forceren leidt tot teleurstellingen.

Naarmate de tijd verstrijkt, hoor je minder van dergelijke problemen. Plotseling met de kanariekweek beginnen is fout! Al zijn er in januari soms al een paar mooie dagen en al heeft een kennis, die onder andere omstandigheden kweekt, mogelijk al jonge vogels, toch mag men dan niet overhaastig te werk gaan. Want je collega heeft bewust naar de vroege kweek toegewerkt, en als jij dat niet hebt gedaan en je begint plots, dan zal dit teleurstellingen opleveren.

Bedenk dat alles zijn tijd nodig heeft en dat een goede start alleen mogelijk is als de voorbereidingen goed waren, als je vogels niet te jong zijn, en zowel mannen als poppen volledig rijp zijn voor de kweek. Zo niet, geef ze dan de kans niet. Kijk niet op de kalender, maar kijk of je vogels aan de eisen voldoen en of ze hun toegewezen partner al accepteren. Zo niet, forceer dan niets en laat vechtende vogels niet bij elkaar zitten. Want vechten geeft aan dat een van beide partners niet in conditie is om over te gaan tot de kweek. Onrust in de broedkooi is een ware ramp.

Als er tijdens of direct na een periode van ruzie toch een legsel komt, zien we vaak dat de eitjes onbevrucht zijn. Een legsel van een te jonge of niet volledig broedrijpe pop is meestal erg klein qua aantal eitjes, en soms zijn die eitjes ook nog erg klein van formaat. Dit komt vaker voor bij jonge dan bij oudere poppen. Het in de steek laten van de eieren of het nest weer afbreken is dan ook schering en inslag.

Bij een gerichte en goed geplande kweek worden de partners zorgvuldig gekozen. Begin je te vroeg en accepteren de partners elkaar niet, geef ze dan niet meteen de kans met een andere partner, maar wacht geduldig het juiste moment af. Overhaast te werk gaan is fout, en overhaaste veranderingen aanbrengen zijn meestal eveneens fout. Met geduld worden meer kanaries gekweekt dan met overhaasting. Een goede voorbereiding, de juiste leeftijd en een goede verzorging, inclusief het bestrijden van ongedierte in je kweekruimte, komen ten goede aan je kweek, resulterend in veel jongen en weinig teleurstellingen.

Wout van gils

 

 

Bruidsluier voor zwarte hoorndelen.

bruidsluier

Zwarte hoorndelen bij kanaries: (dan bruidssluier even)

Iedere kanariekweker die volgens onze standaard kweekt, weet dat onze kanaries in de zwartreeks zwarte hoorndelen moeten hebben. Met andere woorden, de pootjes, nagels en bek moeten zo donker mogelijk zijn. Op tentoonstellingen ziet men vaak het uiterste: perfect donker of niet donker genoeg (te licht). Hoe kan dit nu? De meesten van ons weten dat zonlicht hierbij kan helpen; kanaries in de zwartreeks hebben veel zonlicht nodig. Dit komt de kleur en hoorndelen van deze vogels ten goede. Vogels die buiten in de zon hebben gezeten, zijn direct herkenbaar aan hun uiterlijk. Dus, kwekers, de conclusie is al getrokken: laat de vogels in de zwartreeks zoveel mogelijk van het zonlicht genieten. Een andere gunstige factor is het regelmatig aanbieden van een bakje met biggencompost aan de vogels. Ze pikken er graag in, en ook dit bevat stoffen die de hoorndelen ten goede komen. Vervang deze compost wekelijks en geef dus regelmatig vers.

Ondanks deze twee zaken zullen de pootjes nog niet helemaal donker kleuren. Toch zijn er vogels die dit wel doen. Je vraagt je af hoe dat kan. Naast zonlicht en biggencompost is er nog een natuurproduct dat de pootjes wel erg donker laat kleuren, namelijk de bruidssluier. Dit product is volop verkrijgbaar in de natuur.

Bruidssluier:

De polygonum of fallopia auberti is een krachtige groeier die wel 8 tot 10 meter hoog kan worden. Oorspronkelijk uit China, heeft deze plant ovale hartvormige bladeren die aan de basis lichtgroen zijn. Trompetvormige bloemen verschijnen van juli tot september en groeien in trossen. Ze zijn eerst wit of groenwit maar worden later roze bij de vruchtafzetting. De plant verdraagt een rigoureuze snoei in de winter, die vaak noodzakelijk is om te voorkomen dat de struik te dicht wordt of een onregelmatige vorm krijgt. Bruidssluier is ideaal om in korte tijd allerlei muren of voorwerpen te laten begroeien. Ook als natuurlijke wand tegen bestaande volières wordt deze veel gebruikt. In één seizoen kan de plant scheuten tot 6 meter laten groeien, wat ideaal is om een omheining, een deel van een volière, een lelijk muurtje, of een oude dode boom te laten begroeien en aan het zicht te onttrekken. Deze slingerplant heeft een zonnige tot halfbeschaduwde standplaats nodig en is erg winterhard. Je kunt ze vermeerderen uit scheutstek (zomers) of verhoute stek (winters).

Hoe nu dit voederen:

Je kunt bruidssluier op verschillende manieren geven. Voor kwekers die de vogels niet buiten kunnen plaatsen, kunnen de bloemen worden gedroogd, gemalen en aan de vogels worden aangeboden. Ook kunnen stengels worden afgeknipt, en deze groene stengels van bruidssluier dagelijks aan de vogels worden gegeven. De vogels krijgen zeker donkere hoorndelen, maar het effect is nog mooier als de zon erop schijnt. Opvallend is dat bij het eten van bruidssluier, vooral als het vers en groen wordt gegeven, de vogels vooral de schors van de stengels afpellen. Hierin zit kennelijk een voedingsstof die de vogels graag opnemen; ze eten de stengels bijna helemaal kaal. Dit gedrag is erg interessant om te observeren. Kwekers die hun vogels van de zwartreeks ook buiten in de zon kunnen houden, hebben een streepje voor. Zij kunnen bruidssluier tegen de volière laten groeien, zodat de vogels er altijd van kunnen pikken. Ze kunnen het ook dagelijks aan de vogels geven in groene stekjes. Natuurlijk kan het ook in gemalen vorm worden aangeboden. Ik heb vogels gezien die het zelf pikten van de plant die tegen en over de volière groeide. O

ngelooflijk hoe zwart deze hoorndelen waren en hoe het restje bruin was verdwenen door het zonlicht. Prachtige kleur en zeer donkere hoorndelen.

Hoeveel moet men nu geven:

Velen vragen zich af of hun vogels geen darmstoornissen krijgen door het geven van bruidssluier of door het zelf te laten plukken. Merkwaardig genoeg is dit niet het geval. Ik heb dit enkele jaren gevolgd bij een kennis waar zowat de hele bovenzijde en zijkant begroeid was met bruidssluier. De vogels konden daar de hele zomer van eten. Als je zag hoe gezond en hoe donker deze vogels waren, durf ik te zeggen dat het geen kwaad kan. Als je scheuten geeft of afgeknipte delen, moeten deze wel dagelijks worden ververst. Als het gedroogd is, geef je om de twee dagen het gemalen en gedroogde bruidssluier in een apart voerbakje aan de vogels.

Resultaat:

Het resultaat zal zijn dat je vogels voorzien zijn van keurig donkere hoorndelen. Erg mooi om te zien, zelfs de zwarte rug- en flanktekening zal er mooier uitzien, zeker als het zonlicht het laatste beetje bruin heeft laten verdwijnen. Sommige kwekers voegen nog wat extra zeewier toe aan hun eivoer, maar bij mijn kennis was dit niet het geval, en de hoorndelen zijn inderdaad pikzwart. Puur en alleen door bruidssluier.

Toch nog opletten:

Het opletten van kanaries uit de zwartreeks met het voeren van bruidssluier is eigenlijk niet nodig, behalve als je het in geknipte stukjes geeft, dan moet je dit om de twee dagen vervangen. Let erop dat je geen bruidssluier geeft aan vogels die geen zwarte hoorndelen nodig hebben, bijvoorbeeld vogels uit de agaatreeks. Deze zullen dan ook donkere hoorndelen en nagels krijgen, maar dit is niet conform de standaard en zal worden bestraft door de keurmeester. Wees hier dus erg voorzichtig mee. Geef bruidssluier alleen aan vogels uit de zwartreeks!!

Tip:

Tegenwoordig is er ook een zeer goed poeder verkrijgbaar, genaamd Black Magic. Dit poeder is ook ontworpen om de hoorndelen donker te krijgen. Ik heb dit gezien bij kwekers die het al gebruiken, en ja hoor, de hoorndelen zijn erg donker gekleurd.

Besluit:

Ik hoop dat veel kwekers nu weten hoe het mogelijk is zonder veel moeite en met behulp van een plant uit onze natuur, en als je kunt, gebruik dan ook nog het zonlicht om de hoorndelen van onze vogels uit de zwartreeks perfect donker te krijgen. Hopelijk zijn hiermee de vele vragen beantwoord die ik kreeg over het donker krijgen van de hoorndelen van onze kanarievogels in de zwartreeks! Veel succes.

Wout van Gils

Waar is biggenkompost goed voor?

biggen1

Waar is die biggen compost goed voor?

Inleiding:

In aansluiting op mijn artikel over de zwarte hoorndelen bij kanarievogels en het gebruik van biggen compost, wil ik hier wat meer informatie delen naar aanleiding van verschillende vragen hierover. Deze biggen compost is een product dat zeker niet mag ontbreken bij vogels in de zwartreeks, omdat het in combinatie met bruidssluier gunstig is voor de zwarte hoorndelen en het pigment. De hoorndelen worden aanzienlijk donkerder en het pigment komt intenser naar voren. Het is ook ten zeerste aan te raden voor Europese vogels. Tijdens de rui-periode is het ook goed om verveling tegen te gaan en heeft het uiteraard een zuiverende werking, maar hierover meer in de rest van het artikel.

Wat is biggen compost:

Biggen compost is geen varkensmest, zoals velen denken. Het is een product dat bestaat uit zuivere, extra fijne compost van groente-, fruit- en tuinafval, met toevoeging van een bepaalde samenstelling aan mineralen en aminozuren. Dit maakt het product ideaal voor dierlijke consumptie, en het is later ook vastgesteld als geschikt voor vogels. De naam is ontstaan omdat proefstations voor varkenshouderijen ontdekten dat het geven van deze compost resulteerde in aanzienlijk minder medicijngebruik bij biggen. Ze begonnen hiermee vanaf de tweede dag van de geboorte, en meer dan 75% van de biggen met diarree kon verder zonder medicijnen. Het werd ook preventief gebruikt tegen bloedarmoede bij biggen. Later werd ontdekt dat kooi- en volièrevogels hier ook dol op zijn, vooral jonge uitgevlogen vogels.

Wat doet biggen compost voor onze vogels:

1. Door de lage zuurgraad (pH=3,4) is het zeer goed voor de maag- en darmflora.
2. Vanwege het hoge koolstofgehalte heeft het een zuiverende werking.
3. Bevordert de spijsvertering.
4. Een goed uitgebalanceerd voedingssupplement op basis van natuurlijke grondstoffen.
5. Bevat verschillende mineralen en sporenelementen, waaronder kalium, calcium, zink, magnesium, fosfor, koper, ijzer, en molybdeen.
6. Draagt bij aan donkerdere hoorndelen bij vogels in de zwartreeks.
7. Heeft een positief effect op het zwarte eumelanine bij vogels.
8. Helpt diarree voorkomen bij pas zelfstandige jonge vogels.
9. Bevordert de spijsvertering.

Aan welke vogels geven:

Aangezien het een gunstige invloed heeft op de zwarte kleur van de hoorndelen, is het aan te raden dit product alleen te geven aan vogels in de zwartreeks en aan Europese vogels, bepaalde parkietachtigen en exoten. Ik raad het niet aan voor andere vogels, omdat ik daar geen ervaring mee heb. Als daar kleurveranderingen in de hoorndelen plaatsvinden, kan dit als fout worden beschouwd bij tentoonstellingsvogels. Een klein schoteltje eens per maand voor andere vogels kan echter geen kwaad.

Belangrijk om te weten: geef dit niet aan nestjongen, alleen aan zelfstandige jonge vogels. Zorg ervoor dat het altijd licht vochtig is, droog wordt het zelden meer opgenomen.

Hoe geef je dit aan de vogels:

Zoals eerder vermeld, niet geven aan nestjongen. Wanneer de vogels zelfstandig zijn en uitvliegen, kun je het geven. Geef ongeveer een eetlepel per twee vogels gedurende 3 tot 4 dagen. Plaats het in een bakje op een droge plaats; licht vochtig maken is aan te raden. Verwijder na de vierde dag wat over is en vervang het door verse compost. Ik adviseer dit alleen aan vogels in de zwartreeks te geven. Als je kweker bent van tentoonstellingsvogels, is het niet erg als je dit ook aan andere reeksen kanarievogels geeft.

Besluit:

Ik hoop dat ik je wat meer informatie heb gegeven over deze compost. Geef het echter alleen aan zelfstandige jonge vogels en nooit aan nestjongen. Tegenwoordig is biggen compost ook verkrijgbaar onder andere merknamen, zoals gezien bij leverancier Avi Terra. Probeer het uit en bekijk de resultaten.

Succes met de kweek.

Wout van Gils

Deel 1. Voorbereiding op de kweek

ei new

Voorbereiding op de kweek – Deel 1

Er zijn al veel artikels, uren voordrachten en lezingen gewijd aan de voorbereiding op de kweek, en toch blijven bij diverse kwekers vragen opduiken. Soms gaat het zelfs volledig mis met de voorbereiding. Daarom wil ik nog eens enkele essentiële zaken benadrukken die iedereen moet volgen om zijn vogels en kweekruimte goed voor te bereiden op het kweekseizoen.

De Kweekruimte:

Voorafgaand aan de kweek moeten de kweekbakken grondig worden gereinigd en ontsmet. Dit is van groot belang om eventuele ziektekiemen en ongedierte te elimineren. Gebruik hiervoor warm water met bijvoorbeeld javel of Dettol. Er zijn meerdere producten op de markt die geschikt zijn om de kooien goed schoon te maken en te ontdoen van ongewenste kiemen. Maak ook de omgeving in de kweekkooi goed schoon en, indien mogelijk, verf deze opnieuw. Enkele dagen later is het aan te raden een koudijsrookontsmetter te gebruiken (zonder vogels erin) om alles grondig te desinfecteren.

Enkele weken later is het tijd om de kooien te behandelen met een product dat gedurende enkele maanden de kweekhokken vrij moet houden van bloedluizen en ander ongedierte. Er zijn verschillende producten beschikbaar, zoals Home Shield, Baygon, Birdspray, enz. Kies een product dat goed bij je past en gebruik het. Voor meer informatie verwijs ik naar mijn artikel over ontsmetten en bestrijden.

De Kweekvogels:

Bij de kweekvogels worden de mannen en poppen gescheiden gehouden. Het is het beste als ze elkaar kunnen horen, al hoeven ze elkaar niet per se te zien. Het is echter wel aan te raden. Het is snel duidelijk als er nog een man bij de poppen zit en vice versa. Zorg ervoor dat de vogels minstens 9 tot 10 maanden oud zijn en gezond. Bij het opblazen van de vogels moeten ze een boterachtige gele kleur hebben en voorzien zijn van een vetlaagje. Vermijd vogels met darmlussen, vergrote lever, of bevuilde stuitveren. Controleer regelmatig op deze punten en let ook op de ogen van de vogels, aangezien waterige ogen kunnen duiden op gezondheidsproblemen.

De Verlichting:

Afhankelijk van de gewenste kweekperiode en het aantal lichturen moet je werken met de verlichting. Dit kan je uitgebreid lezen in mijn artikel over Licht, Lucht, en Zuurstof. Lichturen zijn cruciaal om de vogels in conditie te brengen. Begin langzaam met het opvoeren van de lichturen. Er zijn nu handige tijdklokken met dimmers op de markt. Persoonlijk gebruik ik de Lichtautomatic van G&O. Deze kan het licht langzaam laten aangaan en ook de tijd per 5 minuten opvoeren, zowel bij het aan- als uitzetten van het licht. Op deze manier heb je gezonde vogels binnen ongeveer 5 tot 6 weken prima in broedconditie. Onthoud dat mannen altijd wat meer tijd nodig hebben dan poppen om in de juiste broedconditie te komen. Houd hier rekening mee om onbevruchte eieren te voorkomen.

De Temperatuur:

De temperatuur moet ook geleidelijk worden verhoogd tijdens de voorbereiding en het geven van lichturen om de vogels gezond en in goede broedconditie te krijgen. De temperatuur hoeft niet extreem hoog te zijn, maar kan wel iets stijgen met de lichturen. Op het moment dat de vogels de kweekbakken ingaan, kan de temperatuur rond de 18 graden zijn, wat meer dan voldoende is.

Mannen Hebben Meer Tijd Nodig:

Mannen hebben, zoals hierboven beschreven, meer tijd nodig dan poppen. Dit is bekend en er zijn manieren om hiermee om te gaan. Ongeveer 5 ½ week na het opvoeren van de lichturen plaats ik de mannen in de kweekbakken. Ik geef ze wat extra warmte en plaats enkele poppen tegenover deze mannen in aparte kooien. Op deze manier worden de mannen sneller in broedconditie en zullen ze beter bevruchten. De periode dat de mannen alleen zitten, hangt af van hoe ze reageren en fluiten, meestal ongeveer 1 ½ week.

Voor verdere informatie over de voeding tijdens de voorbereiding, verwijs ik naar Deel 2.

Met vriendelijke groet,
Wout van Gils

 

Deel 2. Voorbereiding op de kweek – Voeding voor de start van de kweek

kweek kooi

Voeding tijdens voorbereiding op de kweek – Deel 2

Wanneer je je kanarievogels klaarmaakt voor de kweek, is het niet alleen belangrijk om rekening te houden met licht, warmte en zuurstof, maar ook met andere aspecten die de vogels wat extra aandacht nodig hebben. Deze mogen op geen enkele manier ontbreken in de dagelijkse verzorging van de vogels. Het is van groot belang dat de vogels er gezond en verzorgd uitzien. Regelmatig baden is dan ook een must, zelfs als het wat koud is; gezonde vogels houden van poedelen. Voeg altijd wat badzout toe aan het badwater. Geef echter nooit ‘s avonds een bad, zodat de vogels volledig droog zijn wanneer de lichtdimmer aangaat.

Ook het eivoer moet worden verhoogd. In de rustperiode hebben onze vogels op zaad moeten leven, en dit is volkomen normaal omdat vogels zaadeters zijn. Ze moeten alle benodigde voedingsstoffen uit een goede zaadmengeling halen om gezond de winter door te komen en goed voorbereid te zijn op het kweekseizoen. Tijdens de rustperiode kun je ook wat eivoer geven, maar niet meer dan twee keer per week, en dan in een hoeveelheid die binnen ongeveer drie uur wordt opgenomen. Regelmatig stukjes appel en/of wortel zijn zeker aan te bevelen. Wat dacht je van een sneetje witbrood gedrenkt in melk? En vergeet niet om vogels met de recessieve factor elke 14 dagen extra vitamine A te geven.

Op het moment dat je de vogels meer lichturen geeft ter voorbereiding op de kweek, moet je ook extra voeding toevoegen. Begin ook met het geven van eivoer van 2 naar 3 keer per week. Voeg om de twee dagen wat extra hennepzaad toe, en het kan zeker geen kwaad om wat extra raapzaad en gepelde haver toe te voegen. Vergeet zeker niet wat tarwekiemolie toe te voegen aan het eivoer. Hoewel ik moet toegeven dat ik de afgelopen vier jaar de tarwekiemolie heb weggelaten en heb vervangen door Fertibol van Comed. Hierin zit alles wat de vogels nodig hebben voor de voorbereiding op de kweek, en ik beveel het ten zeerste aan. Maar zoals met veel producten, maakt iedereen zijn eigen keuze. Het is echter belangrijk om te weten dat extra vitamines en sporenelementen essentieel zijn in de voorbereiding op de kweek, samen met het aantal lichturen. Dit vormt de basis voor een succesvol of minder succesvol kweekseizoen. De samenstelling en het nut van deze producten zijn over het algemeen bekend bij de meeste kwekers en ze zijn dan ook niet meer weg te denken uit onze kanariekweek. Het blijft van belang om producten die speciaal ontwikkeld zijn voor dit doel ook daadwerkelijk te gebruiken. Deze producten zijn op basis van natuurlijke ingrediënten, dus wat wil je nog meer?

De producten die ik hiervoor gebruik zijn van COMED, met als voorbereiding op de kweek FERTIBOL in het eivoer, en tijdens de kweek Megabactin, Winmix en Megabactol in het eivoer. Als de jongen zelfstandig zijn, voeg ik af en toe wat jongerenolie toe aan het eivoer van deze jonge vogels, en ik voel me daar al vele jaren heel goed bij.

Succes,
Wout van Gils

Deel 3. Voorbereiding op de kweek – Het koppelen van de vogels

geelmozaiek koppel

Het koppelen na de voorbereiding op de kweek: Deel 3

In mijn vorige artikels heb ik gesproken over de voorbereiding en voeding tijdens het in conditie brengen van de kweekvogels. Hierbij hebben we vastgesteld dat het van groot belang is om de vogels goed te observeren en alleen te beginnen met vogels van voldoende ouderdom en goede gezondheid. Ik heb de voorbereiding beschreven, inclusief het belang van licht en voeding, die allemaal zaken zijn die we goed moeten beheersen en naleven. Dit geldt ook voor het ontsmetten en bestrijden van ongedierte; de aandacht hiervoor mag nooit verslappen.

Voor het koppelen hebben we de vogels uiteraard nogmaals grondig gecontroleerd op ziekten en darmstoornissen. Zieke vogels moeten niet gebruikt worden voor de kweek, dat is duidelijk. Maar zelfs als de vogels ogenschijnlijk gezond zijn, geven de meeste kwekers toch nog een kuur. Persoonlijk geef ik een kuur met Baycox: een soeplepel op 1 liter water gedurende 3 dagen, gevolgd door 2 dagen een vitaminekuur Alvithyl, en daarna nog een kuur met Baycox. Dit is om eventuele coccidiose te onderdrukken, zelfs als deze niet meer is vastgesteld. Dit wordt gedaan voor alle zekerheid bij alle vogels in de ruimte. Het kuren met ESB3 is ook mogelijk, waarbij 1 gram/liter drinkwater gedurende 5 dagen wordt gegeven, gevolgd door twee dagen een vitaminekuur. Daarna kan men deze ESB3-kuur nog eens gedurende ongeveer 3 dagen herhalen.

Bij het koppelen van de vogels zijn er ook zaken die we zeker in het oog moeten houden en naleven. Zoals eerder beschreven, kooi ik de mannen als eerste in. Dit komt doordat mannen meer tijd nodig hebben om in conditie te komen dan de poppen. Ik begrijp dat er kwekers zijn die eerst de poppen opkooien, maar zij hebben zeker een methode om de achterstand van de mannen in te halen.

Zoals beschreven, zijn de kweekkooien en de kweekruimte goed ontsmet en behandeld tegen ongedierte. De kooien zijn schoon, en op de bodem kan golfkarton, vogelgrit en andere vogelbedekking worden gelegd, afhankelijk van persoonlijke voorkeur. Zorg ervoor dat een bakje met grit en vogelmineralen nooit ontbreekt. Het nestbakje moet voor of buiten de kooi kunnen worden gehangen, dit is goed voor de luchtcirculatie, maar ook de jongen zullen rustiger zijn als ze voor in de kooi zijn grootgebracht.

Let erop dat de zitstokjes niet te hoog maar ook niet los zitten, dit kan een oorzaak zijn van onbevruchte eieren. Mijn voorkeur gaat uit naar het plaatsen van een sisal voornestje in de nestbakjes, zodat de vogels altijd een vast nest hebben; ze hoeven eigenlijk alleen het nest af te bouwen.

Voordat de mannen in de broedkooi worden geplaatst, moeten de nagels van die vogels die te lang zijn worden geknipt, maar wees voorzichtig om het leven niet te raken. Ik weet dat er kwekers zijn die de aarsbevedering weghalen bij de mannen; ik wil dit ten stelligste afraden bij onze kanarievogels. Als dit wordt weggeknipt of uitgetrokken, kan er irritatie ontstaan bij de tap van de man, met als gevolg onbevruchte eieren. Ook kan de man de pop hinderen bij de bevruchting door de stoppels, wat leidt tot irritatie en onbevruchte eieren. Het is ook beschreven dat de stuitbevedering van de man dient als geleider voor de bevruchting, dus het weghalen hiervan vergroot de kans op onbevruchte eieren. Dus niet de stuitbevedering weghalen. Een geslachtsrijpe man heeft een verdikte tap en een iets ingevallen onderbuik.

Als de mannen in de kweekbakken zitten, moet ook de temperatuur iets worden verhoogd. De maximale temperatuur is 18 graden, wat voldoende is, en het aantal lichturen is ongeveer 14 ½ uur. Houd er rekening mee dat de klok nog een keer verzet gaat worden; stel deze zo in dat het licht aan is als je ‘s morgens moet gaan voeren. De mannen zitten in de kweekkooi, en ik plaats daar enkele poppen voor. Je zult zien dat verschillende mannen snel reageren.

Zoals eerder beschreven, moet extra voeding worden gegeven, en eivoer moet 3 keer per week worden verstrekt. Na ongeveer 1 ½ week kunnen de poppen erbij. De broedrijpe pop heeft een stomp uiteinde met de vorm van een kippenei. Bij gezonde vogels in broedconditie zullen er al snel verschillende vogels direct worden bevlogen; dit is een teken dat alles prima is verlopen. Natuurlijk zullen sommige vogels elkaar pas later vinden, maar het merendeel zal vrij snel het met elkaar eens zijn.

Het kan ook gebeuren dat vogels met elkaar blijven vechten. Hier moet je ingrijpen; de reden kan verschillend zijn, maar meestal is een van de vogels nog niet broedrijp of is een van de vogels gekoppeld aan de lokroep van een andere vogel. Let erop dat als mogelijk is, wat kleur en tekening betreft, je de pop bij die man plaatst; je zult zien dat het dan wel pakt. Ook kan het helpen om de vogels enkele dagen weg te nemen en ‘s avonds weer terug te plaatsen. Maar let op bij aanhoudende vechtende vogels.

Na ongeveer 4 dagen geven we nestmateriaal, en de vogels kunnen beginnen. Ook hier zie je bij een goede voorbereiding dat de poppen direct beginnen met het maken van een nest.

Zorg ervoor dat het nest goed wordt afgewerkt of help de vogel door met een lamp door het

nest te schijnen. Als de vogels beginnen met het maken van een nest, ben ik voorstander om de eitjes te rapen en deze terug te plaatsen bij het vierde ei. Bewaar de eitjes niet in de zon, maar op een schaduwrijke plaats. Daarna beginnen de poppen met broeden, en na ongeveer 14 dagen komen de jongen.

Zorg in je kweekruimte voor voldoende lucht en zuurstof, tussen de 60 en 70%, en zorg ervoor dat de vogels regelmatig kunnen badderen en dat de eitjes licht vochtig worden gesproeid. Controleer regelmatig of de eitjes niet vast komen te liggen in het nest en of de pop ze goed kan draaien. Bij een gezond broedsel blinken de eitjes en liggen ze altijd met de spitse punt naar elkaar toe.

Een succesvolle broedperiode toegewenst.

Wout van Gils

Deel 4. Voorbereiding op de kweek – Jongen komen uit het ei

nest jongen rood

Jongen komen uit het ei – Deel 4

In het vorige artikel spraken we over het broedproces, en we zijn gestopt toen de jongen bijna uitkwamen. Hier pak ik de draad weer op. Een dag voor het uitkomen krijgen de vogels drinkwater met appelazijn, 10 ml per liter water, dagelijks vers voor de eerste 6 dagen, daarna 2 tot 3 keer per week. Zorg ervoor dat de appelazijn van goede kwaliteit is, verkrijgbaar bij een betrouwbare biologische winkel. Ook wordt de dag voor het uitkomen al wat eivoer gegeven, en de eitjes licht benevelen kan geen kwaad. Het zaad wordt ook royaal verstrekt. Nu is het wachten tot de jongen uitkomen.

Bij gezonde jongen zie je, zodra ze uitkomen, dat het dons mooi wit en recht staat. Meestal zit er ook een geel streepje (kropsap) in het kropje, wat een goed teken is. Vanaf dat moment geef je, indien mogelijk, 3 keer per dag eivoer. Als je moet werken, kunnen 2 keer per dag ook voldoende zijn. Sommige kwekers geven de voorkeur aan groenvoer of kiemzaad als er jongen zijn, maar persoonlijk doe ik dat niet en ben ik er ook geen voorstander van. Als je groenvoer geeft, dan niet meer dan wat ze in 1 uur opeten, vooral de eerste dagen. Te veel kan darmstoornissen veroorzaken. Als je kiemzaad geeft, zorg dan voor kleine kiemen, omdat grote kiemen problemen kunnen veroorzaken. Als je toch groenvoer wilt geven, doe dat dan niet ‘s avonds en niet bij erg warm weer. Ik geef echter geen groenvoer aan de jongen in de kweekkooi!

Als je met roodfactorvogels kweekt, is het aan te raden om 2 dagen voor het uitkomen rode stimulerende middelen onder het eivoer te mengen. Dit komt de kleurontwikkeling van de vleugel- en staartpennen ten goede. Afhankelijk van de grootte van de nesten en de leeftijd van de jongen moet je mogelijk meer eivoer en zaad geven. Blijf de ontlasting goed controleren, en als je dunne mest opmerkt, handel dan onmiddellijk. Het geven van appelazijn en de producten die ik meng onder mijn eivoer, zoals Megabactin, Winmix en Megabactol, voorkomen dit echter grotendeels.

Wees voorzichtig als je de jongen gaat ringen. De meeste poppen laten de jongen niet uit het nest vallen als er voldoende ontlasting rond het nest zit. Sommige poppen moeten echter goed in de gaten worden gehouden, omdat ze het nest schoon willen maken, wat problemen kan veroorzaken. Blijf dus altijd controleren tijdens het ringen om teleurstellingen te voorkomen.

Rond de leeftijd van 16 tot 18 dagen, afhankelijk van de groei van de jongen, plaats ik de nesten op de bodem van de kooi en voorzie ik nieuwe nestmogelijkheden op de oude locatie. De pop zal vrij snel beginnen met het maken van een nieuw nest en zal de jongen blijven voeren. Deze methode minimaliseert verenpikken. Hoewel het ideale scenario is om babykooien te hebben, is het ook mogelijk babykooien aan de kooi te hangen voor deze aanpak.

In de laatste jaren is er een andere methode opgekomen. Men kweekt per koppel, maar na ongeveer 10 dagen wordt de man weggehaald, vaak direct bij het begin van het broedproces. De pop brengt de jongen alleen groot, en wanneer ze ongeveer 18 dagen oud zijn, worden ze in een babykooi geplaatst waar poppen gezamenlijk voor hen zorgen. Deze methode heeft vele voordelen en vermindert het plukken van veren, elimineert problemen met te vette mannen, vermindert onbevruchte eieren en voorkomt beschadigde eitjes vol ontlasting.

Zodra de jongen zelfstandig zijn, plaats ze niet direct in een volière. Zet ze eerst in een overgangskooi zodat ze goed aan zaad wennen en gemakkelijk drinken en eten kunnen vinden. Als de vogels een goede V-vorm in de staart vertonen en al ruim een week zelfstandig zijn, kun je ze veilig verplaatsen zonder schade op te lopen.

Hopelijk heb je weer prachtige jongen!

Succes.

Wout van Gils

Deel 5. Voorbereiding op de kweek – Het zelfstandig worden van nestjongen

pop broed

Het zelfstandig worden van nestjongen – Deel 5

Vaak hoort men berichten dat veel jonge vogels sterven zodra ze bijna zelfstandig zijn. Natuurlijk selecteert de natuur zwakke vogels, maar soms vallen er jongen weg die dat eigenlijk niet hadden mogen doen, wat natuurlijk jammer is, want we kweken vogels met een ander doel voor ogen. Hoewel het normaal is dat sommige vogels wegvallen zonder duidelijke reden, zijn er toch belangrijke punten om op te letten wanneer jonge vogels van hun ouders worden gescheiden. Hierover vertel ik iets meer.

Wanneer zijn jongen zelfstandig:

Veel kwekers herkennen dit meteen, sommigen letten op de leeftijd van ongeveer 3 weken. Maar een uitstekend herkenningsteken blijft het volgroeide V-teken in de staart van de jonge vogel. Als dit goed zichtbaar en volgroeid is, is de vogel gegarandeerd zelfstandig, eet voldoende zelfstandig en pelt ook zaad goed. Uiteraard moet dagelijks nog steeds eivoer beschikbaar zijn. Als je ziet dat de jonge vogels goed eten en het V-teken in de staart goed ontwikkeld is, kunnen ze apart worden geplaatst. Het is het beste als je de vogels ongeveer 14 dagen in een overgangskooi (kweekhok, klein vluchtje of iets anders) plaatst voordat je ze in een grotere vlucht zet. Zorg ervoor dat de vogels in deze kooi hun drinkwater goed kunnen vinden, plaats dit dicht bij het zaad en eivoer. Zorg voor voldoende zitstokjes en een goede droge bodembedekking. Laat de vogels hier ongeveer 14 dagen verblijven voordat je ze in een ruimere vlucht plaatst. Blijf ze natuurlijk dagelijks goed observeren en let op tekenen zoals doffe ogen of piepende geluiden, wat erop kan wijzen dat de vogel iets tekortkomt of niet voldoende voeding tot zich neemt. Plaats zulke vogels terug bij de ouders of geef ze aan een pleegouder. Over het algemeen zullen er weinig problemen optreden als je de jonge vogels op deze manier verplaatst.

Vogels plaatsen in grotere vluchten:

Als de vogels ongeveer 14 dagen in een overgangsruimte hebben gezeten, kunnen ze naar een grotere ruimte worden overgezet, wat ook wordt aanbevolen voor de ontwikkeling van de jonge vogels. Natuurlijk moet deze ruimte eerst goed worden ontsmet en behandeld tegen ongedierte op de langere termijn. Dit zou eigenlijk altijd moeten gebeuren, maar wordt vaak over het hoofd gezien. Onthoud dat je de rekening gepresenteerd krijgt als je dit niet doet, en dan is de schade veel groter. Let erop dat water en voer gemakkelijk te vinden zijn voor de jonge vogels en dat er voldoende, stevig bevestigde zitstokken zijn. Een aanrader is om voor elke vogel een apart zitstokje te hebben. Zorg ervoor dat het water altijd in het begin in de buurt van het voer staat. Als je de vogels overzet, doe dit dan altijd ‘s ochtends, zodat ze ‘s avonds wennen aan de ruimte. Plaats nooit oudere poppen bij deze jonge vogels, want dit zal verenpikken in de hand werken. Zorg ook voor voldoende afleiding, hang op enkele plaatsen wat strengen trosgierst op; de vogels zullen er graag in pikken en bezig blijven. Dit voorkomt verveling en wederom verenpikken. Zorg uiteraard voor voldoende grit en dat de bodembedekking droog blijft. In het begin zullen de vogels niet alle zaden oppikken, maar na enkele weken zal dit zeker gebeuren. Geef dagelijks nieuw vers zaad en niet te veel, ongeveer 5 gram per vogel per dag. Blijf de eerste maand dagelijks eivoer geven en breng dit geleidelijk terug naar 2 à 3 keer per week.

Wat nooit mag worden vergeten:

Het is essentieel dat jonge en eigenlijk alle vogels twee keer per week badwater krijgen; dit mag nooit worden vergeten. Voeg ook wekelijks wat badzout toe aan het water, dit komt de bevedering ten goede en voorkomt vedermijten. Het is ook onmisbaar voor de ontwikkeling van het verenpak van de jonge vogel. Tijdens de rui van de vogels kunnen hier en daar zeker wel eens veren uit de staart en/of vleugels vallen. Normaal gesproken ruien de staart- en vleugelpennen niet, maar door gevechten of andere redenen verliezen vogels wel eens een pen. Het is aan te bevelen deze losse pennen uit de ruimte te verwijderen en niet te laten liggen, omdat vogels hier graag aan pikken (aminozuren) en dit kan leiden tot verenpikken. Ook vogels die om welke reden dan ook bloeden, moeten onmiddellijk worden verwijderd en niet blijven zitten, aangezien dit ook verenpikken kan veroorzaken. Het opvangen van pluimpjes en losse veertjes kan goed gebeuren door in

de achterkant van de ruimte in een hoek een schuin plankje te plaatsen; hieronder verzamelen zich al deze pluimen en ze zijn zo eenvoudig te verwijderen. Natuurlijk krijgen de jonge vogels af en toe een stukje appel, sinaasappel of iets anders, maar altijd in mate, zodat het binnen enkele uren wordt geconsumeerd, anders geef je te veel. Verder is het belangrijk om de eerste en tweede ronde jongen apart te houden en niet bij elkaar te plaatsen. Plaats ook geen oudere vogels bij hen, vooral geen overjarige vogels. Houd jonge en oude vogels gescheiden tijdens het ruien; plaats ze niet bij elkaar, want dat komt de ontwikkeling van de jonge vogel zeker niet ten goede.

Besluit:

Met al deze genoemde zaken zullen de jonge vogels zich goed ontwikkelen zonder problemen, een mooi en gezond verenpak krijgen, en wat ook belangrijk is, er zullen weinig vogels sterven of misvormde vleugel- en staartpennen krijgen. En daar doen we het uiteindelijk allemaal voor.

Succes.

Wout van Gils

Deel 6. Voorbereidig op de kweek – De rui van jonge en overjarige kanarievogels

badende-kanarie

De rui van jonge en overjarige kanarievogels – Deel 6

De rui is een cruciaal proces in het leven van vogels, en als kwekers moeten we tijdens deze periode zeer alert zijn en de vogels voorzien van alles wat ze nodig hebben om de rui succesvol te doorlopen. In de kweekperiode hebben vogels al optimale verzorging nodig, maar de rui vergt ook veel energie, vooral voor onze overjarige vogels. Het is essentieel om te weten dat jonge en oudere vogels verschillende vormen van rui ondergaan.

A – Jonge vogels ruien alleen hun donsveertjes volledig, maar niet hun slag- en vleugelpennen.

B – Overjarige en oudere vogels vervangen hun volledige bevedering tijdens de rui, inclusief staart- en vleugelpennen.

Aangezien de vogels uit een energie-intensieve kweekperiode komen en direct in de rui vallen, is het duidelijk dat deze vogels alle aandacht en voeding moeten krijgen die beschikbaar is. Niets mag over het hoofd worden gezien. In dit artikel wil ik kort bespreken wat kan worden gedaan om de rui van jonge en oudere vogels succesvol te laten verlopen.

De rui van jonge vogels:

Wanneer jonge vogels, rond de leeftijd van 28 dagen, de ouders verlaten, is het cruciaal dat ze naar een ruimte gaan waar ze vrij kunnen vliegen. Deze ruimte moet goed ontsmet zijn en behandeld met een product tegen bloedluizen, vedermijten en ander ongedierte. Het is van belang dat alleen jonge vogels zich in deze ruimte bevinden, en zeker geen oudere vogels, vooral niet tijdens de rui. Het is belangrijk dat de vogels wekelijks ongeveer 3 keer badwater krijgen met badzout, volgens de instructies op de verpakking. Zorg ook voor afleiding in de vorm van bijvoorbeeld touwen waar ze aan kunnen pluizen, en een bos trosgierst zorgt ook voor de nodige afleiding. Tijdens de rui wekelijks een halve ui geven kan verenpikken verminderen. Af en toe wat appel of wortel is ook toegestaan, maar nooit meer dan wat binnen een uur wordt gegeten. Een goede zaadmengeling met toevoeging van gepelde haver is essentieel, evenals de dagelijkse portie eivoer en wekelijkse vitamines in het drinkwater. Het is van groot belang om voldoende goede voeding en afleiding te bieden, evenals eivoer, maar zonder te veel vogels in een te kleine ruimte. Op deze manier zullen jonge vogels de rui succesvol doorlopen, en wekelijks zul je de veranderingen zien. Het is een kritieke tijd voor jonge vogels, maar ook een boeiende periode voor de kweker om te zien hoe de vogel zich ontwikkelt volgens de verwachtingen.

De rui van overjarige vogels:

Wat betreft verzorging loopt deze gelijk aan die van jonge vogels. Ook moeten deze vogels gescheiden worden van jonge vogels en voldoende vliegruimte hebben. Alle eerder genoemde zaken zijn van toepassing. Overjarige vogels kunnen wel wat extra hulp gebruiken, aangezien sommige moeite hebben met de rui, zowel bij het begin als het einde. Je kunt deze vogels helpen door een deel van hun staart af te knippen, ongeveer 10 tot 15 mm achter het leven van de staartpennen. Deze staartpennen zullen dan afsterven, waardoor de vogels ze gemakkelijker en sneller kunnen afstoten en minder energie hoeven te steken in dit proces. Deze energie kunnen ze dan weer gebruiken voor het verwisselen van de rest van hun verenpak. Het is belangrijk om tijdens de rui, zoals altijd, de vogels perfect te verzorgen. Na deze periode krijg je een vogel terug met een volledig glanzend verenkleed. Help de vogels hierbij en wens ze succes.

Met vriendelijke groet,

Wout van Gils.

Rood opvoeren van kanaries

Roodschimmel het verschil

Rood opvoeren van kanaries.

Bij het opvoeren van kanarievogels is het belangrijk om dit doordacht aan te pakken. De laatste jaren moeten niet alleen de pennen in de vleugel maar ook de staartpennen volledig doorgekleurd zijn. Het opvoeren van vogels vereist daarom kennis en discipline. Een kleine fout of verandering in kracht of voedingspatroon kan resulteren in kleurafwijkingen, wat uiteraard niet de bedoeling is. Daarom wil ik hier kort iets over schrijven.

De kweek en het rood opvoeren van jonge vogels:

Veel mensen vroegen zich af of het echt nodig is om de vleugel- en staartpennen volledig door te kleuren. Ja, het is noodzakelijk, omdat de vogel veel mooier is dan wanneer de pennen niet volledig zijn doorgekleurd. Onze standaard vereist dit dus als je je vogels wilt tentoonstellen; ze moeten volledig doorgekleurd zijn. In het begin hadden veel liefhebbers hier moeite mee omdat ze dachten dat de vogels tijdens de rui de pennen niet kunnen doorgekleuren. Helaas is dit slechts gedeeltelijk waar, omdat er genoeg vogels waren die wel volledig doorgekleurde

 

vleugel- en staartpennen hadden. Hoe doen deze kwekers dat dan? Deze kwekers hebben vogels die al een volledige dieprode factor dragen, wat het eerste punt is waar rekening mee moet worden gehouden. Een andere aanpak is het geven van kleurstof aan de vogels in het eivoer, te beginnen op het moment dat de vogels beginnen met nestelen. Op deze manier wordt kleurstof meegegeven in de opbouw van het ei. Tijdens de broedperiode wordt het eivoer gestopt, maar dat weten de meesten van ons al. Op de dag van uitkomen wordt opnieuw eivoer gegeven met rode kleurstof. Vanaf dag 2 tot 3 geef ik de vogels ‘s avonds extra voeding met een stokje of een voederspuit, ongeveer een uur voor het donker wordt. Een bevriende kweker doet dit zelfs tweemaal daags, ‘s ochtends en ‘s avonds, bij een nest van 4 jongen. De reden hiervoor is dat als je alles zelf gaat voeren, de ouders kunnen stoppen met voeren, met alle gevolgen van dien. Je kunt ook roodstimulans aan het water toevoegen, maar dat wordt na verloop van tijd een vieze boel en je zult toch eivoer moeten bijmaken met roodstimulans om bij te voeren. Het is beter om het alleen in het eivoer te geven en altijd strikt dezelfde hoeveelheid aan te houden.

 

De kleurstof:

De gebruikte kleurstof is Intensief. Een pot van 500 gram wordt aangeschaft en daar meng je 80 tot 100 gram Cantaxatine onder. Bij het aanmaken van eivoer voeg je 12 tot 14 gram van dit mengsel toe aan een kilogram eivoer, afhankelijk van de roodfactor van je vogels. Als je het op deze manier doet en de hierboven beschreven methode volgt, zullen de vleugel- en staartpennen zeker volledig doorgekleurd zijn. Geef niet meer roodstimulans, want dat brengt alleen de gezondheid van de vogel in gevaar en de kleur zal naar een paarse tint neigen, wat zeker niet de bedoeling is.Houd dus vogels aan met een goede rode factor en begin op tijd met het opvoeren en bijvoeren, met ongeveer 12 tot 14 gram roodstimulans per kilogram eivoer, en de vogels zullen mooi en diep doorgekleurd worden. Succes.

 

 

Met vriendelijke groet,

Wout van Gils.

Schema tijdklok kweek kleurkanaries

Tijdklokschema voor het kweken van kleurkanaries.

Bij de start van je kweek zijn er verschillende manieren om je vogels, die natuurlijk 9 maanden oud moeten zijn, goed voor te bereiden op de kweek. Hierbij speelt het licht een belangrijke rol. Voor kwekers die beginnen in maart, is hieronder een schema opgesteld. Uiteraard kun je het schema eenvoudig aanpassen aan je eigen startdatum, of je nu vroeg, midden of laat in het kweekseizoen begint.

Week nummerLicht aanLicht uitAantal uren lichtDatumOpmerkingen
37:30 uur18:45 uur11,25 uur12 januari2x per week eivoer
47:30 uur19:15 uur11,75 uur19 januari3x per week eivoer
57:00 uur19:30 uur12,5 uur26 januari3x per week eivoer
66:45 uur20:00 uur13,25 uur2 februari4x per week eivoer
76:30 uur20:30 uur14,0 uur9 februari4x per week eivoer
86:15 uur20:30 uur14,5 uur16 februariMannen in kweekkooi
96:00 uur20:25 uur15,75 uur23 februari4x per week eivoer
106:00 uur21:00 uur15,0 uur2 maartKoppelen, 4 dagen later nest

Opmerkingen:

– Voeg wat extra hennep- en pirella/sicoreizaad toe aan het eivoer.
– Voeg ook wat Fertibol of tarwekiemolie toe onder het eivoer.
– Blijf badwater geven; gezonde vogels baden altijd.
– Controleer de vogels op darmlussen en levervlekken (deze verwijderen).
– Zorg voor voldoende grit, maagkiezel en sepia.
– Onthoud: Ontsmetten is niet hetzelfde als bestrijden; beide stappen zijn nodig!
– Controleer of de zitstokken niet los of te hoog zitten in je kweekkooien.
– Controleer of de nagels niet te lang zijn; knip ze anders bij.
– Trek stuitveertjes nooit uit; laat ze zitten, ze zijn zaadgeleiders.
– Laat je niet haasten door een drifteitje in de vlucht; dit is een teken dat alles goed gaat.
– Veel pluimpjes rond de drinkbak geven aan dat alles goed gaat.
– Geef mannen in de kweekkooi wat extra hennepzaad.
– Vanaf nu niet meer van eivoermerk veranderen.
– Indien mogelijk, bij de mannen in de kweekkooi, voorzichtig verwarmen tot ongeveer 15 graden.
– Let op de leeftijd van de vogels; minimaal 9 maanden oud zijn!
– Inteelt alleen met forse, gezonde vogels doen.

Let op bij het koppelen; zorg altijd dat wat de ene vogel te veel heeft, de andere te kort heeft. Let ook goed op de lengte van de bevedering.

Wout van Gils.

Broed kalender

voeren

Voor het bijhouden van je kweekresultaten, het verstrekken van voeding, enzovoort, is het belangrijk om te weten wanneer de gelegde eitjes uitkomen. De meeste kwekers rapen hun eitjes en zetten de vogels aan tot broeden bij het vierde of vijfde ei. Deze broedkalender helpt je bij het berekenen van het moment waarop de bevruchte eitjes uitkomen. Bijvoorbeeld, als ze zijn gelegd op 22 februari, komen ze uit op 7 maart.

BROEDKALENDER VOOR KANARIE VOGELS
Heel eenvoudig om te zien wanneer je jonge vogels mag verwachten. Gedaan met dat uittellen.
Januari12345678910111213Januari
Januari14151617181920212223242526Januari
Januari272829303112345678Januari
Februari9101112131415161718192021Februari
Februari22232425262728123456Februari
Maart78910111213141516171819Maart
Maart2021222324252627282930311Maart
April234567891011121314April
April15161718192021222324252627April
April28293012345678910April
Mei11121314151617181920212223Mei
Mei242526272829303112345Mei
Juni6789101112131415161718Juni
Juni19202122232425262728293031Juni

Enkele aandachtspunten tijdens het broeden:

– Hou de vochtigheid tussen 55% en 65%. Bevochtig anders de vloer lichtjes en plaats waterbakjes op de verwarming.
– Zorg voor voldoende zuurstof in je kweekhok.
– Geef geen eivoer tijdens de broedperiode.
– Controleer om de drie dagen of er geen eitjes vastzitten.
– Let erop dat de man de pop en het nest met rust laat; verwijder anders de man.
– Geef regelmatig badwater of benevel de vogel zelf met lauw water.
– Geef geen groenvoer tijdens het broeden en de eerste dagen van de jonge vogels.
– Een gezond broedsel heeft de eitjes altijd met de spitse punt naar elkaar toe liggen.
– Op de dag van het uitkomen iets eivoer geven.
– Daarna, indien mogelijk, driemaal per dag, anders zeker tweemaal per dag.

Veel succes met de vogels.

Wout van Gils.

Kanarie met Rood en Zwart Oog

Kanarie (Albino) met Zwart en Rood Oog!!!!

Kweekresultaat Wout van Gils…

Halfzijder

Op 20 mei 2009 deed ik een nestcontrole. Van de vier eitjes waren er 2 uitgekomen. Wat me direct opviel, was de oogkleur van een van de jongen; een roodoog en een donker oog. Ik dacht direct aan zaadpellets of iets dergelijks dat op het oog geplakt zou zijn. Aangezien de jongen nog erg klein waren, besloot ik er nog niets aan te doen. Ik zou over enkele dagen wel weer eens zien, en als het droog is, kan het er misschien wel makkelijk afgehaald worden. Bij de volgende nestcontrole stelde ik vast dat het geen zaadpelletje was, maar duidelijk een zwart oog en een roodoog. Was het dan een albino met een rood en zwart oog? Op 25 mei 2009 heb ik de vogel geringd met AoB ring plo45-2009-200. De vogel heeft verder normale bevedering, en de verschillende oogkleur is nog steeds goed waarneembaar. Collega-kwekers die op bezoek kwamen, liet ik uiteraard direct dit wonder zien, en zij stelden ook direct de oogkleur vast. Bij verdere navraag bij collega-kwekers zou het gaan om Heterochromia iridis? – Gyandromorf? Zou u meer weten, laat het me dan weten aub. Meer hierover vindt u op Wikipedia en op de blog van collega-kweker Frans Begijn, die ik ook heb gevraagd om meer informatie over het fenomeen. Ik zou het erg op prijs stellen als u meer weet of denkt te weten, mij dit door te sturen. Bijgevoegd vindt u enkele foto’s van de jonge vogel. Als de vogel volledig in de veren zit, zal ik er nog enkele proberen te maken. Het jong komt uit een nest split albino met een geelwitte pop en uit mijn eigen stam witten. De vogel groeit perfect, en wat nu opvalt, is dat hij aan de ene zijde lichtgeel is en de andere zijde wit. Het is dus ook een halfzijder of gyandromorf (linker en rechter helft afzonderlijke kleuruitingen of afzonderlijke geslachten). Nog even wachten of dat bij dit exemplaar ook het geval kan zijn. Ofwel een speling van de natuur, maar zo ver ik kan vaststellen, is er geen enkele kleur van bontheid in bevedering of hoornstructuren vast te stellen. En voor mij is het een albino met zwart en roodoog. Ik hou u verder op de hoogte van de ontwikkelingen via deze site. Helaas is de vogel in 2011 gestorven; hij of zij heeft nooit gefloten, nest geprobeerd te maken of een eitje gelegd. Het is dus gebleven bij een mooi zeldzaam kweekproduct.

Groet,
Wout van Gils

Beste Johan & Wout, waarde vrienden kleurliefhebbers!!!

Enige tijd geleden, bij de eerste confrontatie met dit fenomeen, ging ook mijn idee uit naar een mogelijke halfzijder. (Een volwaardige halfzijder heeft namelijk méér dan slechts beide ogen geheel verschillend van kleur.) Met deze afbeelding denk ik eerder aan een soort van partieel melanisme (zoals ook partieel albinisme bestaat). Hou echter een flinke slag om de arm, want een frivole speling van de natuur is vaak meer dan alleen maar ondoorgrondelijk.

Groet allen!
Frans Begijn

Beste Wout,

Da’s wel de eerste keer dat ik dergelijke afwijking zie in de pigmentatie in de ogen. Graag zou ik willen weten of deze kanarie satinet of ino factor is. We kunnen over een halfzijder spreken; laten we vertrekken vanuit het idee dat de satinetfactor verantwoordelijk is voor het albinisme. Een albino vader aan een klassieke witte pop geeft alle mannen zwarte ogen en alle poppen rode ogen. Bij deze kanarie hebben we een zwart oog (man) en een roodoog (pop), en zouden we kunnen spreken van een halfzijder.

Johan van der Maelen.

De vogel is ongeveer een dikke 2 jaar geworden, heeft nooit gefloten, of een poging tot nest te maken. Kortom was het een hij of zij, ik weet het niet.

Met vriendelijke groet,
Wout van Gils

De volière als gezelschapsruimte

De volière als gezelschapsruimte: (en voor het kweken?)

Wanneer men hierover spreekt, weet men dat het te maken heeft met een vogelliefhebber, en dit kan verschillende vormen aannemen. Zeker wanneer men vogels houdt in een volière, varieert het van een gezelschapsvolière tot doelgerichte kweekvolières, bijvoorbeeld voor het kweken van goudvinken en andere parkieten. Er zijn diverse mogelijkheden beschikbaar. Volières voor doelgerichte kweek bevatten meestal een specifiek koppel voor de fok of pogingen tot fokken. Dit zijn vaak kwekers die zich richten op tentoonstellingen of hobbyisten die zich specifiek richten op één of enkele soorten, die dan apart worden gehouden om het resultaat te bevorderen en te overzien. Aan de andere kant is de gezelschapsvolière iets heel anders, maar ook een prachtige vorm van hobby en tijdsbesteding, inclusief een mooie aankleding van de tuin. Veel vogelliefhebbers zijn op deze manier ervaren kenners/vogelkwekers geworden en zijn vervolgens overgestapt naar specifieke kweek per koppel en per volière, en zelfs naar het kweken volgens standaardeisen met deelname aan tentoonstellingen. Deze ontwikkeling heeft bijgedragen aan het behoud van bedreigde vogelsoorten, zoals onze goudvinken, die zelden te zien zijn in de natuur, maar nu in grote aantallen worden gefokt door Europese vogelkwekers.

Over deze vorm van vogelliefhebberij nu iets meer:

Zoals hierboven beschreven, is een gezelschapsvolière een ruimte waar meerdere soorten vogels worden gehouden, meestal niet met het doel om te kweken. Het wordt ergens in de tuin geplaatst, deels in het zonlicht maar niet de hele dag, met een binnenruimte eraan toegevoegd, en wat beplanting. Daarna kunnen de vogels erin worden geplaatst. Meestal wordt er geen voorafgaand onderzoek gedaan naar welke soorten vogels goed samen kunnen leven. De volière wordt snel bevolkt, maar al snel realiseren mensen zich dat sommige vogels moeilijk samen kunnen leven. Dit leidt tot vechtpartijen en soms gewonde vogels, soms met fatale gevolgen. De liefhebber begint dan na te denken over de redenen hiervoor en zoekt advies bij andere kwekers. Vaak wordt dan besloten om een of meerdere soorten te verwijderen. Dan rijst de vraag welke vogels wel samen kunnen worden gehouden. Wanneer dit wordt ontdekt, maken mensen vaak een keuze en ontstaat de specialisatie bij een vogelliefhebber. Hij begint meer gericht te kweken naar specifieke soorten in afzonderlijke ruimtes. Zo wordt een vogelliefhebber in specialisatie gevormd!

Sommige kwekers blijven dit accepteren en hebben een gezelschapsvolière met vogels die redelijk goed samen kunnen leven, hoewel er af en toe vechtpartijen zijn. Maar deze vechtpartijen worden vaak intenser in het voorjaar. Dit is normaal omdat elke vogel zijn territorium wil verdedigen, vooral tijdens het paringsseizoen. Mannen vechten om een pop of om hun territorium, wat resulteert in meer vechtpartijen. Ondanks enkele vogels die nog steeds proberen te broeden, kan dit tot teleurstellingen leiden. Het is belangrijk om bij het starten van een gezelschapsvolière goed te overwegen wat je wilt. Het kweken kan minimaal zijn vanwege de bovengenoemde problemen, maar het kan ook een mooie vorm van hobby zijn. Zoals eerder gezegd, zijn veel liefhebbers met specialisatie begonnen door op deze manier te beginnen en zijn ze uitgegroeid tot ervaren vogelkenners. Daarom is een gezelschapsvolière ook een prachtige vorm van hobby. Houd er echter rekening mee dat het kweken in deze ruimte problemen kan opleveren als je verschillende soorten bij elkaar houdt. Voor kanaries geldt bijvoorbeeld een regel van één man op drie popjes ofwel drie mannen op 8 à 9 popjes. Specialisatie is een bekend begrip in onze hobby: het houden van vogels.

Succes,

Wout van Gils.

Let op tijdens en na het ringen

Let op tijdens en na het ringen

Het ringen is altijd een mooie bezigheid; in deze fase zijn de jongen meestal de kritieke periode gepasseerd en beginnen ze al mooi in hun verenkleed te komen. Het ringen gebeurt met kleurringen van je federatie waarbij je bent aangesloten. Deze ringen zijn voorzien van je stamnummer, jaartal, doorloopnummer en de maat van de ring zelf.

Tijdens het ringen kunnen er echter nog wel wat zaken misgaan, zoals:

1. Te laat of te vroeg zijn met het ringen.poten
2. Beschadigingen tijdens het ringen.
3. Ouders gooien het jong met ring uit het nest.
4. Ring komt vast te zitten.

De meesten van ons kennen dit wel en weten ook hoe ze dit moeten voorkomen. Als men jonge vogels gaat ringen, is de beste periode wanneer je de eerste ontlasting op de rand van het nest ziet liggen. Dit geeft aan dat de pop het nest niet meer schoonmaakt en de kans dus erg klein is dat de ouders de ring voor mest aanzien. Als je de jongen ringt, is het ook aan te bevelen het pootje iets vochtig te maken zodat de ring er makkelijk overheen schuift zonder het pootje te kwetsen.

Het is ook raadzaam enkele malen te gaan controleren als het jong nog in het nest ligt, ondanks je goede zorgen. Beter een keer te veel controleren dan een vogel hierdoor te verliezen. Mocht er toch een jonge vogel uit het nest zijn gegooid, gooi het dan niet te snel weg. Hou het een tijdje in je handpalm en blaas er regelmatig over; vaak herstelt het jong nog.

TIP: Wat ik altijd doe als ik vogels heb geringd, is natuurlijk tijdig ringen en enkele malen controleren. Daarnaast doe ik nog het volgende: als de jongen zijn geringd, leg ik ze terug in het nest waarvan de bodem licht bedekt is met wat zaad. Daar leg ik de jongen op. De ouders zullen even proberen het nest schoon te maken, maar geven het snel op omdat dit te veel werk is. Op deze manier gooien de ouders zelden nog een jong met ring uit het nest. Probeer het maar eens.

Succes! – Wout van Gils.

Het houden van kanaries (deel 2)

Het houden van kanaries (deel 2)

13. Voeding

Bij het voeren van kanaries, die voornamelijk zaadeters zijn, bestaat het dieet uit een combinatie van zaadmengsel, eivoer, en mogelijk andere lekkernijen. Kanaries nemen ongeveer 18% eiwit op uit hun zaadmengsel. Eivoeders, algemeen bekend, worden tijdens de kweekperiode extra gegeven en in iets mindere mate tijdens de rustperiode. Het is essentieel om dit voedingspatroon te handhaven voor een gezond vogelbestand. Het is belangrijk om te beseffen dat eivoeders geen vervanging zijn voor de eiwitten uit zaden. Veel kwekers bereiden zelf eivoer, bijvoorbeeld door drie beschuiten met een hardgekookt ei ertussen te mengen. Dit mengsel bevat ongeveer 21% eiwitten, voornamelijk bestaande uit dierlijke eiwitten. Het resultaat is een uitgebalanceerd eivoer met de benodigde mineralen en vitaminen. Het is gebruikelijk om vogelkwekers te veel voer te geven, wat leidt tot kieskeurige vogels en een eenzijdig dieet met minder gunstige kweekresultaten. Tegenwoordig geven de meeste kwekers een gerantsoeneerd dieet, bestaande uit:

– Vier gram zaad (van goede kwaliteit)
– Een gram eivoer (+/- 21% eiwitten)
– Bakje met vogelgrit en mineralen (altijd standby)

Let op, deze hoeveelheid is voldoende voor één volwassen vogel. Toevoeging van eiwithoudende producten is mogelijk, maar overdosering is gevaarlijk en kan diarree veroorzaken.

14. Gekiemde zaden en zelfstandige jonge vogels

Het geven van gekiemde zaden is niet slecht, maar moet met mate gebeuren. Let erop dat dit niet het hoofdvoedsel wordt, vooral tijdens de kweek, vanwege het hoge vochtgehalte dat nadelige gevolgen kan hebben. Zorg ervoor dat het kiemzaad niet verzuurt of beschimmelt. Het is het beste om het te mengen met eivoer, maar opnieuw met mate. Bij het zelfstandig worden van jonge vogels, nadat ze van hun ouders zijn gescheiden, kan er een fout optreden bij het aanbieden van zaadmengeling. De snavel van de jonge vogel is nog te zacht om zaden te pellen, en onvoldoende eivoer kan leiden tot ondervoeding. Verminder daarom in de eerste weken de hoeveelheid zaadmengeling voor deze jonge vogels en voeg eivoer toe met wat gekiemde zaden ertussen. De ideale verhouding per jonge vogel is 3 gram zaad en 2 gram eivoer. Zorg ervoor dat de jonge vogels ook in de eerste dagen toegang hebben tot vers drinkwater.

14. Het broeden en zijn uitdagingen

Een te lage of te hoge relatieve luchtvochtigheid (normaal 60 á 70%) in onze broedruimten leidt tot een slecht uitkomstpercentage, bacteriële verontreiniging van de eieren en sterfte in het ei of ziekte bij de ouder vogels. Bij kanaries en veel andere soorten worden de eieren meestal geraapt en pas teruggelegd als het legsel compleet is. Het voordeel hiervan is dat alle eieren tegelijk uitkomen en er minder zwakke jongen zijn. Toch kan er een nadeel zijn als de eieren niet goed worden gelegd en regelmatig worden gekeerd; uitzakking van de hagelsnoeren of bacteriën die door de eischaal dringen, vooral bij een vochtige ondergrond, kan voorkomen. Tijdens het broeden krijgen de vogels alleen zaadmengsel. Op de dag van het uitkomen wordt eivoer beschikbaar gesteld. Er zijn verschillende meningen over wanneer eivoer moet worden gegeven. Sommige kwekers geven het al een dag voor het uitkomen, terwijl anderen beweren dat de jonge vogel in de eerste 24 uur moet teren op de dooierzakresten. Vroegtijdig eivoer geven kan leiden tot sterfte op de 6e dag. Elke kweker heeft zijn eigen mening; persoonlijk geef ik een dag voor het uitkomen eivoer en dit gaat goed. Ik heb wel eens jongen gehad die rond de 6 dagen stierven, maar of dat aan het eivoer ligt, ben ik nog niet zeker van. De temperatuur in de kweekruimte mag niet te hoog liggen; 18 á 19 graden is voldoende en vermindert de kans op bacteriële ontwikkeling. Let erop dat de pop niet alleen zaad aan de jongen geeft, omdat dit sterfte onder de jongen kan veroorzaken. Als dat het geval is, controleer dan het eivoer. Als dit goed is, verwijder dan het zaad voor een korte periode en geef kleine hoeveelheden zaad in de eerste dagen. Als de pop veel drinkt, kan dit wijzen op een tekort aan kropsappen; geef wat extra groenvoer of nog beter, wat kiemzaad of vogelmuur (met mate).

15. Nestmateriaal

Er valt zowel veel als weinig te zeggen over nestmateriaal. Er zijn voldoende goede materialen te koop, maak hier gebruik van. Zorg ervoor dat het materiaal niet te fijn is, zodat de pootjes er niet in verstrikt kunnen raken. Een waarschuwing voor wellicht beginnende liefhebbers: gebruik nooit touw dat wordt gebruikt voor het binden van strobalen. Dit touw is behandeld met pentachloorfenol, een gif om knagen door muizen tegen te gaan. Als je dit gebruikt, komt tijdens het broeden van de pop dit gif vrij en dringt het door de poriën van het ei met als gevolg het onmiddellijk afsterven van het embryo. Het is zeker niet de eerste en laatste keer dat dit is gebeurd. Koop dus nestmateriaal en zorg ervoor dat het nest aan de binnenzijde altijd glad is afgewerkt. Controleer na enkele dagen broeden of de nestbodem voldoende glad blijft en houd ook de man in de gaten; als deze door vervelling of drift aan het nest plukt, is het het beste om de man tijdelijk te verwijderen en de pop alleen te laten broeden.

16. Ontsmetten van het vogelverblijf

Er zijn al talloze pagina’s geschreven over het ontsmetten van vogelverblijven. Toch wil ik hier kort iets over zeggen. Voor mij staat één ding als een paal boven water: tegenwoordig hoeft niemand meer geplaagd te worden door luizen; ik vind dat als iemand hier last van heeft, het zijn eigen schuld is. Wat belangrijk is, is het volgende: voor aanvang van het kweekseizoen moet het vogelverblijf grondig worden ontsmet, oftewel goed worden gereinigd en alles moet goed worden afgewassen. Vervolgens moet het vogelverblijf gedurende langere perioden worden BEHANDELD met een geschikt product. Welke producten hiervoor moeten worden gebruikt, wil ik niet uitgebreid behandelen in dit artikel; iedereen heeft hier zijn eigen voorkeur voor. Eén ding staat vast: je moet ONTSMETTEN EN BEHANDELEN (lees mijn artikel hierover “LUIZEN, WEL ONTSMETTEN”). Welk product je gebruikt en op welke manier is meestal niet zo belangrijk, zolang het product maar krachtig genoeg is. En het belangrijkste is dat je het ook daadwerkelijk doet! ONTSMETTEN EN BEHANDELEN! Als je eenmaal luizen hebt, is het meestal te laat. De pop zal tijdens het broeden erg onrustig zijn door de aanwezigheid van deze luizen. ‘s Nachts zuigen ze bloed uit de al zwakke jongen, waardoor de jongen verzwakt raken en na enkele dagen niet meer in staat zijn om zichzelf te voeden. De slijmvliezen van de jongen, die normaal gesproken mooi rood zijn, worden bleek en na enkele dagen zullen de jongen één voor één sterven. Uiteindelijk zal ook de pop het nest verlaten. Bovendien zal de overdracht van infecties snel verergeren als er luizen of ander ongedierte aanwezig is.

17. Zweetziekte (Coccidiose)

Het is niet mijn bedoeling om aansluitend op dit artikel te gaan schrijven over alle ziekten die bij onze vogels kunnen ontstaan. Dit zou het artikel ontzettend lang en misschien ook wel saai maken. Daarbij is de variatie aan ziekten ook zo groot dat ik er het fijne niet van weet. Als afsluitend verhaal op mijn artikel wil ik toch een ongemak in ons kweekhok behandelen. Dit doe ik om de eenvoudige reden dat dit verhaal goed aansluit op al hetgeen hierboven beschreven staat. Als men hier ergens faalt, dan is de kans groot dat men hiermee geconfronteerd wordt, namelijk DE ZWEETZIEKTE.

Dit is een aandoening van jonge vogels, met name kanaries, die in het nest aan sterke bacteriële (huisvesting) blootgesteld zijn. Hierdoor treedt een sterke vermeerdering op van het aantal bacteriën in de darmen. Ook slecht kiemzaad, eivoer, zaadmengeling, vocht en/of tocht kunnen aanleiding geven tot verzwakte jongen, met als gevolg een te sterke kolonisatie (vermeerdering) van bacteriën in de darmen. De jonge vogels krijgen hierdoor diarree, waardoor hun ontlasting niet meer vast is en dus niet meer door de pop verwijderd kan worden. Het nest wordt hierdoor nat en de jonge vogels ook. Hierdoor lijkt het alsof de jongen zweten, vandaar ook de naam zweetziekte. Maar eigenlijk is dit een volledig verkeerde naam, en is deze gewoon gebaseerd op het nat liggen van de jongen in het nest. De zweetziekte is een foutieve naam, om de eenvoudige reden dat vogels geen zweetklieren hebben. Als men de dunne ontlasting waarneemt, is het eigenlijk al wat laat om in te grijpen, maar als men het tijdig ziet, is hulp nog mogelijk.

Men dient direct te beginnen met de hokken volledig te zuiveren. Ook moet men veel aandacht besteden aan het opfokvoer en tijdelijk het kiemzaad stoppen. Men maakt het eivoer iets rul door hier wat magere melk door te mengen. Verder zijn hiervoor ook medicamenten in de handel verkrijgbaar; als men deze geeft, dan niet langer dan 3 dagen. Maak ook regelmatig, om de dag, het nest schoon en voeg droog nestmateriaal toe. Zorg ook dagelijks voor vers drinkwater en meng wat wildzaad door uw normale zaadmengeling. Ik hoop dat u de komende kweek gespaard blijft van deze ziekte, dan denk ik dat dit toch wel lange artikel zijn dienst heeft bewezen. Ik ben er zeker van dat uw huisvesting en verzorging van de vogels goed zijn geweest.

Voor de meer ervaren liefhebber hoop ik dat het een goede opfrisser is geweest en dat het lezen van dit artikel ook zijn waarde heeft gehad. Als er nog vragen zijn, kunt u me altijd mailen; ik zal mijn best doen om te antwoorden. Verder wens ik u allen nog veel plezier met onze mooie vogels.

Wout van Gils

Kanaries Ontleden

bookwormwht

Kanaries Ontleden.

1. Als je van plan bent om kanaries te kweken, is het essentieel om eerst de standaard te raadplegen, te lezen en te bestuderen. (JE MOET DIT KENNEN!) Koop bij een selectieve kweker (stam), vraag hem om te beginnen met 1 man en 2 poppen. Bouw zelf je volière met de volgende gegevens, wat voor iedereen haalbaar moet zijn.

2. OPBOUW VAN EEN VOGEL: (groene kanarie) door mutatie verdere ontwikkeling.

PIGMENT: Eumelanine (zwarte) staafjes, pheomelanine (bruin) korrels met hooguit 4 kleurbeïnvloedende factoren (mogelijk aangevuld met de ivoor factor).

VETSTOF: 4 kleuren mogelijk, namelijk Rec. Wit – Dom. Wit – Geel – Rood.

– Bij deze vogel hebben we ook de “KLEUR BEÏNVLOEDENDE FACTOR” zoals de Intensief factor, ivoorfactor, en mozaïek (exclusief de roodogen). Deze worden kort besproken voor een overzicht van de grondkleur, pigment en de beïnvloedende factoren.

3. PIGMENT: heeft 4 mogelijkheden:

ZWART PIGMENT: (eumelanine) bijvoorbeeld groene of bronzen kanarie. Herkenbaar aan zwarte poten en nagels.

AGAAT PIGMENT: of 1° reductiefactor. Dit is verdund zwart of gereduceerd zwart. Twijfel je, vraag dan of het bruin of zwart is; is het geen van beide, dan is het “agaat”.

BRUIN PIGMENT: de oudste mutatie, waarbij zwart eumelanine is omgezet in pheomelanine. Het verschil in bruin moet wel worden opgemerkt.

ISABEL PIGMENT: verdund bruin, ook wel beigebruin genoemd. De l° reductiefactor beïnvloedt sterk het uiterlijk van de Isabel.

GRONDKLEUR: (4 soorten) ook bekend als bijtint.

Dominant wit factor: herkenbaar aan de gele aanslag.

Rood factor

Geel factor

Recessief wit factor: herkenbaar aan blauwpaarse huidskleur.

PIGMENT BEÏNVLOEDENDE FACTOREN: Ook hier zijn er 4 soorten die invloed hebben op het pigment en de grondkleur.

Pastel factor: of 2° reductiefactor, maakt isabel en bruine streeploos en verdunt agaatpigment naar lichtgrijs en zwartpigment naar grijs.

Opaal factor: verandert de ligging van het pigment van boven naar onder in de veer.

Ino factor: onderdrukt eumelanine, waardoor bijvoorbeeld een groene vogel met schubtekening ontstaat en rode ogen.

Satinet factor: onderdrukt pheomelanine, creëert vogels met rode ogen en een fijne bestreping op een bijna pigmentloze ondergrond.

Deze factoren zijn recentelijk uitgebreid met topaas en eumo, en de volgende, onyx, is in aantocht.

GRONDKLEUR BEÏNVLOEDENDE FACTOREN: Ook hier zijn 4 factoren die invloed hebben op de grondkleur en gedeeltelijk op het pigment.

Intensief factor: maakt de vogel helder en glanzend.

Blauwfactor: of citroenfactor (dubbele blauwfactor).

Ivoorfactor: maakt geel zachtgeel en rood roze.

Mozaïek factor.

Als je een vogel ziet, kun je deze het beste ontleden door je af te vragen:

– Wat is de grondkleur?
– Wat is het pigment?
– Wat beïnvloedt het pigment?
– Wat beïnvloedt de grondkleur?

Je zult altijd tot een conclusie komen. Je kunt je natuurlijk afvragen welke factoren ontbreken. Ik hoop dat ik je met deze eenvoudige uiteenzetting meer inzicht heb gegeven in de kleur en kleurbeïnvloedende factoren van onze vogels, en je een hulpmiddel hebt gegeven om je vogels gemakkelijker te ontleden.

De laatste jaren is de standaard wat betreft tekening aangepast, vooral in de zwart- en bruinreeks. Houd hier rekening mee.

Broedperiode? Blijf waakzaam.

Als er moeilijkheden zijn met onze vogels tijdens de kweek, in de rui-periode, of welke tijd dan ook, zijn we vaak geneigd onze vogels te vergelijken met andere vogel- en pluimveerassen. Ook de producten (medicamenten) die we gebruiken, zijn meestal bedoeld voor grotere pluimveesoorten en andere dieren. We moeten dan zelf uitzoeken hoeveel we onze vogels moeten geven. Gelukkig is er de laatste jaren een verandering gekomen, en nu zijn er ook medicamenten te koop die al zijn gedoseerd voor onze vogels. Bovendien zijn er steeds meer dierenartsen die gespecialiseerd zijn in onze vogelsoorten. Dit is een positieve ontwikkeling voor onze hobby, omdat we nu medicijnen kunnen verkrijgen met de juiste dosering voor onze vogels.

pop broed

Een van de problemen die veel kwekers momenteel ondervinden tijdens de broedperiode is het niet uitkomen en/of afsterven van de jonge vogels in het ei, vooral in de laatste dagen van het broedproces. Vaak geven kwekers dan de schuld aan het voer: er zouden niet genoeg mineralen en/of vitaminen in het voer zitten, het voer ruikt muf en/of is erg stoffig, of het eiwitgehalte was niet voldoende. Het is verbazingwekkend wat je soms hoort. Na een voerverandering constateren kwekers echter vaak dat het probleem blijft bestaan. Nadat ze hebben onderzocht of inteelt, parasieten of andere besmettelijke ziekten een rol spelen en deze hebben uitgesloten, grijpen ze vaak als laatste redmiddel naar laboratoriumonderzoeken van enkele vogels. Ik wil zeker niet ontkennen dat een van de genoemde punten niet de oorzaak kan zijn van het afsterven in het ei. Zeker kan dat, en ik heb daar al eerder over geschreven. Een te droog en/of te vochtig hok kan zeker een oorzaak zijn. Als de vochtigheid voldoende is, kunnen jongen toch afsterven in het ei, vooral als de temperatuur van de eieren te laag is, vooral in het kweekhok. En vocht is zeker helemaal niet goed te keuren.

eivoer

De meest voorkomende oorzaak van afsterven in het ei moet gezocht worden bij het onvoldoende aanwezig zijn van zuurstof. Dit is de meest voorkomende reden en wordt vaak over het hoofd gezien, waardoor de voederfabrikant onterecht de schuld krijgt dat het voer niet goed was. Kwekers beginnen onnodig medicijnen te geven en sturen vogels onnodig naar een lab voor onderzoek, terwijl de oorzaak eigenlijk in het kweekhok, dus bij de kweker, ligt en niet bij onze vogels. De embryo’s sterven in het ei vooral door een gebrek aan zuurstof; ze stikken gewoon!!! Vooral in de laatste twee dagen verbruiken de embryo’s veel zuurstof, die door de eierschaal moet gaan. Als er in verhouding te weinig zuurstof in de omgevingslucht is, zal er ook te weinig zuurstof door de schaal kunnen gaan, met alle gevolgen van dien.

Dus let op voldoende toevoer van frisse lucht, uiteraard zonder tocht. Geef de vogels regelmatig badwater en houd de vochtigheid in de gaten. Controleer bovendien regelmatig of de eitjes niet vastzitten. Op deze manier geef je minder snel de schuld aan andere factoren en grijp je minder snel naar medicijnen. Het is ook niet nodig om vogels naar het lab te sturen voor onderzoek als er eigenlijk niets aan de hand is met je vogels, maar je zelf niet alles onder controle had, met alle bekende gevolgen van dien.

Sommigen onder jullie zullen denken: alweer een artikel over het ei. Wel, dit is zeker geen hobby van mij, om artikelen te schrijven over het ei. Maar als je weet hoeveel brieven, telefoontjes en e-mails ik ontvang over het afsterven van vogels in het ei, dan denk ik dat er niet genoeg over geschreven kan en mag worden. Veel jongen worden helaas niet geboren om deze reden.

DUS BLIJF WAAKZAAM TIJDENS DE BROEDPERIODE.

Dit is een erg goed middel, aangevuld met een goede koppeling van de ouders, een goede zaadmengeling en natuurlijke vitaminen, samen met de juiste lucht- en vochtigheidsgraad. Dan worden de eerste jongen zeker geboren. Veel succes.

Wout van Gils

Kanarie kweek begint weer in augustus

koppel witte

Je vraagt je wellicht af waarom we nu al praten over de kweek voor het komende jaar, terwijl onze jonge vogels van het afgelopen broedseizoen nog niet allemaal volwassen zijn om zich voort te planten. Het kan wat vroeg lijken, maar vooruitkijken is cruciaal voor het succes van het volgende kweekseizoen. Door de ervaringen van dit jaar en voorgaande jaren hebben we veel geleerd. We weten nu al welke vogels ongeschikt zijn voor het volgende kweekseizoen, om diverse redenen zoals weinig of geen jongen grootbrengen, veren plukken, eieren breken, slecht voeren, ziekten, onbevruchte eieren, enzovoort. Daarnaast hebben sommige kweekvogels de leeftijdsgrens bereikt en worden ze meestal vervangen, bij voorkeur door jonge vogels uit onze eigen kweeklijn. Onze focus moet nu liggen op jongen die voldoen aan de juiste kleur, tekening, vorm, en grootte, en die zonder problemen zijn grootgebracht in ruime nesten. We moeten nu beginnen met sorteren en selecteren, zowel voor tentoonstellingen als voor de kweek van volgend jaar. Welke vogels gaan we wegdoen? Alles wat niet goed is of te veel hebben, zetten we zo snel mogelijk apart en verkopen we aan andere liefhebbers of opkopers, afhankelijk van de kwaliteit van de te verkopen vogels.

Kweekboek:

Het is essentieel om de informatie die hierboven is beschreven uit het kweekboek te halen. Hierin staat de informatie die je nodig hebt om je vogels voor te bereiden op het komende jaar. Let op de soorten die je wilt kweken en zorg voor voldoende mannen en poppen. Hoewel het nu misschien moeilijk is om te bepalen of een vogel een mannetje of vrouwtje is, kan de kleur je vaak helpen, evenals het kweekboek. In sommige gevallen kun je echter wel eens mis zijn. Het is daarom aan te bevelen altijd wat reserve materiaal te hebben. Vaak bieden de kleur en het kweekboek al een oplossing.

Vogels plaatsen:

De vogels die we willen behouden, plaatsen we in niet te kleine volières, zodat ze zich ruim kunnen laten rondvliegen. Dit komt hun ontwikkeling ten goede. Als er voldoende ruimte is, is het altijd aan te bevelen om jonge mannen en poppen te scheiden. Op die manier kun je later snel zien of er nog mannen tussen de poppen zitten. Het is ook van groot belang om de oudere vogels die je behoudt niet bij de jongere vogels te plaatsen, om verenpikken te voorkomen. Ook is het belangrijk dat vogels in de zwartreeks, als dit mogelijk is, veel zonlicht krijgen, in tegenstelling tot pastellen en isabellen. Vogels met rode ogen moeten ook niet in fel zonlicht of onder TL-verlichting worden geplaatst, omdat dit kan leiden tot oogontsteking. Natuurlijk moeten ook vogels die rode kleurstof krijgen, gescheiden worden gehouden van de gele kleuren. Je ziet dat je vogels nu al flink wat aandacht en kennis vragen.

Welke vogels voor de tentoonstellingen?

We vragen ons af welke vogels we klaar gaan maken voor de tentoonstelling, al zo vroeg in het jaar. Ook hier moet onze kennis en de bijbehorende standaard van de vogels ons helpen. Het raadplegen van een ervaren kweker of keurmeester kan vaak ook helpen bij het selecteren van deze vogels. Deze vogels kun je het beste apart houden om ervoor te zorgen dat ze zo min mogelijk geplukt of beschadigd worden. Ook is het belangrijk om ze te trainen voor de tentoonstellingen. Sommigen zullen denken dat we al vogels hebben geselecteerd voor de kweek, waarom nu alweer vogels uitzoeken? Het antwoord is ja. In deze categorie moeten we nu niet specifiek zoeken naar onze toekomstige kweekvog

els, want het gezegde “Een goede kweekvogel is nog geen goede tentoonstellingsvogel” blijft van kracht. Zo zijn schimmelvogels nodig in de kweek, maar deze zijn vaak geen geschikte tentoonstellingsvogels in verschillende kleurslagen. Let ook op de grootte, bouw, bevedering, kleur, tekening en erfelijke factoren. Kortom, weet wat je gaat kweken en wat je nodig hebt. Het is het beste om nu al een goed schema te maken: met hoeveel poppen ga ik volgend jaar kweken? Met welke kleuren? Vooraf weten wat je wilt, is erg belangrijk. Daarna kijk je welke overjarige kweekvogels het goed hebben gedaan en die je volgend jaar nog kunt gebruiken. Het tekort wordt aangevuld met eigen jongen van dit jaar. Let op de eerder genoemde criteria: wat de ene vogel te veel heeft, moet de andere wat te weinig hebben. Dit is een goede richtlijn bij het behouden van vogels. Pas daarna kun je bij collega-kwekers kijken en kopen wat je denkt nodig te hebben. Wacht daar ook niet te lang mee, want dan wordt de keuze minder goed. Sommige liefhebbers ruimen alle overjarige poppen of mannen op, zelfs als ze goed hebben gekweekt, zowel kwantitatief als kwalitatief. Dit is een vergissing: blijf kweken met goed materiaal en zorg extra goed voor deze vogels. Het devies van elke kweker moet zijn: zoveel mogelijk doorgaan met eigen (stam)materiaal, zodat je een eigen stam kunt opbouwen. Koop alleen vogels om je te verbeteren of om het bloed te verversen. Onthoud dat je een winnend team niet verandert!

Aangekochte vogels observeren / verzorgen:

En onthoud: een vogel is zeer gevoelig voor stress. De meeste hebben tijd nodig om te wennen aan een andere omgeving en ander voedsel. Als je nieuw materiaal te laat aanschaft, kan het zijn dat de aanwinst niet tot kweken komt. Dit ligt niet aan de verkoper, maar vaak aan jezelf. Vanaf begin september zouden we moeten weten welke vogels niet weg mogen, omdat rond die tijd mogelijk geïnteresseerde kopers aankloppen. Het is lastig om iets te verkopen als je zelf niet weet welke vogels weg kunnen of niet. Dit is ook niet prettig voor de koper. Weet wat je verkoopt en verkoop zeker niet te veel, een fout die veel liefhebbers maken (zoals eerder vermeld, zorg ook voor wat reserve materiaal). Het gebeurt vaak dat een paar kweekvogels ziek worden, sterven of weigeren te kweken. Dan ben je blij als je deze vogels kunt vervangen uit je eigen materiaal. Het is geruststellend als je enkele reserves hebt. Dit is ook de tijd dat je op zoek gaat naar aanvullend materiaal. Zoek een betrouwbare liefhebber die heeft bewezen degelijk en betrouwbaar materiaal te hebben. Koop vooral gezond en medicijnvrij materiaal en koop bij kwekers die al jaren in stamverband kweken en al jaren goede resultaten behalen op tentoonstellingen. Vraag naar de leeftijd van de vogel, het voer, wat hij vererft of mogelijk kan vererven. Kijk of hij rustig ademt, niet hijgt en met de staart op en neer beweegt, geen vuile ontlasting heeft aan de aarsbevedering, glanzend is in de bevedering, goed gesloten is, en helder uit de ogen kijkt zonder piepend of krakend geluid. Wacht ook niet te lang met je aankopen, want dan zijn de beste vogels al weg. Houd de aangekochte vogels het beste een veertiental dagen apart om ze goed te observeren en te laten wennen aan de nieuwe omgeving en voeding voordat je deze vogels plaatst bij je eigen kweekvogels.

Kweken met tentoonstelling vogels?

Sommige kwekers kweken ook met hun tentoonstelling vogels, maar hier zijn enkele voorwaarden aan verbonden. De vogels mogen niet meer dan 4 à 5 wedstrijden hebben gespeeld, en na de laatste tentoonstelling moeten ze direct worden ingezet voor de kweek. Als je dat niet doet, is de kans groot dat de vogels in de rui gaan, wat het kweekseizoen natuurlijk beëindigt. Als je dit niet of te laat opmerkt, loop je het risico van onbevruchte eieren, enzovoort. Houd er rekening mee dat vogels die van oktober tot en met december wekelijks worden gespeeld, zoveel energie verspelen dat ze eigenlijk niet meer geschikt zijn voor de kweek. De energie die ze nodig hebben om jongen groot te brengen, is vrijwel op. Hoewel er uitzonderingen op deze regel kunnen zijn, is het logisch dat dit vaak te veel gevraagd is voor onze vogels. Als je dit weet, blijven teleurstellingen vaak uit. Houd hier rekening mee bij het bepalen van het aantal koppels dat je wilt behouden voor de kweek.

Besluit:

Tot slot zou ik willen adviseren om nu al te beginnen met selecteren en sorteren. Maak op tijd je kweekschema en weet met hoeveel koppels en soorten je van plan bent te kweken. Dit zal je zeker ten goede komen. Dus, in de kop van dit artikel zit toch weer veel waarheid en kennis. Een succesvolle selectie gewenst.

Wout van Gils. Keurmeester Aob / C.o.M.

Een prima eivoer voor kanaries

Een uitstekend eivoer voor onze kanarievogels:

Dit blijft een onderwerp waar de meesten nooit over uitgepraat raken. Iedereen heeft zijn eigen merk, ideeën en samenstelling. Kortom, het blijft levendig als het gaat om eivoer. Zonder eivoer zal het niet of nooit lukken. Dat is duidelijk. Een paar keer per week in de rustperiode, dagelijks tijdens de kweek, en een paar keer per week tijdens de rui, zoals de meesten wel weten. In onze kweekperiode loopt dit op tot ongeveer 5 à 6 gram per jonge vogel. Gelukkig zijn er tegenwoordig tal van eivoeders op de markt, allemaal van goede kwaliteit. Toch voegen veel kwekers iets toe, ondanks dat deze eivoeders goed zijn uitgebalanceerd.

Mijn eivoer bestaat uit: (dagelijks vers)

eivoer

– 250 gram Witte Molen eivoer (vochtig)
– Een soeplepel couscous (minstens een half uur geweekt in 2 delen water)
– 1 Soeplepel onkruidzaden
– Een dosis Megabactin volgens voorschrift van COMED-producten
– Een dosis Winmix (Bird) + Megabactol volgens voorschrift van COMED-producten (Cometavis in plaats van Winmix is ook prima)
– Twee keer per week voeg ik een hardgekookt ei toe
– Het geheel maak ik wat rul (nooit te nat maken, voelbaar rul is meer dan voldoende)
– Voeg twee keer per week wat Roni toe volgens voorschrift

Een uur voor het uitgaan van het licht, geef ik 4 à 5 ontdooide pinkies. Geen groenvoer, behalve broccoli, en tijdens de broedperiode geen eivoer geven. De dag voor het eivoer geef ik wel weer eivoer. Vanaf dag 4 is af en toe een stukje broccoli aan te bevelen.

Met deze voeding heb ik de laatste jaren succesvol gekweekt, waaronder diverse albinovogels en andere roodoogsoorten. Ik ben ervan overtuigd dat er nog veel meer eivoeders zijn, misschien is het aan u om die naar mij te sturen, dan zal ik deze op de website plaatsen onder de rubriek “Eivoer voor onze kanarievogels”. Er zijn vast liefhebbers die denken: “Alweer een mix, ons eivoeder dat we kopen is toch ook goed.” Dat beweer ik ook niet. Maar ik constateer dat door toevoeging van deze producten bij mij het net iets beter gaat. Een winnend elftal moet je niet zomaar veranderen.

Succes.

Wout van Gils.

Gaat het nu al mis?

Gaat het nu al mis? Wout van Gils

Dit artikel schrijf ik op 22-02-2003 naar aanleiding van e-mails van kanariekwekers die nu al problemen ondervinden. Het valt me op dat dezelfde problemen zich elk jaar voordoen rond deze tijd. Ik vraag me af hoe het mogelijk is dat deze liefhebbers het nog steeds niet begrijpen. Er is al veel geschreven over het in broedconditie brengen van onze vogels, dus waar gaat het fout? Zijn we dan zo hardleers? Of zijn het allemaal beginners? Hoewel er zeker beginners tussen zullen zitten, geloof ik niet dat dit voor iedereen geldt. Hoe is het toch mogelijk dat er nu al problemen zijn? Ik denk dat 80% van deze liefhebbers het bij zichzelf moet zoeken en niet bij hun vogels.

Wat gaat er dan mis:

Natuurlijk kan een vogel ziek worden en daardoor een broedsel verliezen, maar dat is niet wat er nu gebeurt. Er zijn diverse andere problemen, waaronder:

1. De pop stopt met broeden.
2. De pop maakt een nest en breekt dit weer af.
3. De pop legt maar enkele eitjes.
4. De eieren zijn onbevrucht.
5. De pop wil overal een nest maken behalve in het nestbakje.
6. De mannen zijn niet goed voorbereid op de kweek.

Dit zijn slechts enkele oorzaken waarvan de liefhebber denkt dat het aan de vogels ligt. Daar ben ik het niet mee eens. Daarom ben ik nogmaals in de pen gekropen om te verduidelijken dat de oorzaak niet bij de vogels ligt, maar puur aan de voorbereiding, en die voorbereiding doen wij. Wij moeten zorgen voor goede voeding, een juist aantal lichturen, goede gezondheid en de juiste leeftijd van de vogels.

pop broed

Wat is dan de oorzaak:

Bovenstaand zijn al enkele oorzaken genoemd, maar de belangrijkste is de leeftijd van onze vogels. De vogels zijn te jong, misschien amper 9 maanden oud, en dat is de reden dat de vogels wat wispelturig zijn, met als gevolg de genoemde problemen. Als men dan ook nog niet goed omgaat met de lichturen, dan is het helemaal compleet: onbevruchte eieren of het in de steek laten van het nest is een feit. Ook laten onze liefhebbers zich soms opjagen door een collega-kweker die al begonnen is, of door het vinden van enkele eitjes in de ruimte waar de poppen zijn gehuisvest. Men denkt al snel: “Nu moet ik snel beginnen, anders is het te laat.” Liefhebbers, raak niet in paniek. Meestal zijn dit een of enkele eitjes van een overjarige pop. Een ervaren kweker beschouwt dit meestal als drift-eitjes en stelt vast dat alles goed gaat. Hij let ook op als de vogels al met wat pluimpjes gaan dragen, vooral rond de drinkbak ziet men deze veelal liggen, ook dat is een goed teken.

Waarom is het nu fout gegaan:

Ik heb het al eerder aangehaald: de grootste fout is dat de vogels te jong zijn. Wees eerlijk, hoeveel vogels worden er op een verkoop aangekocht? Wie vraagt er naar de leeftijd? De verkregen leeftijd klopt niet altijd, en je begint dan met het kweken van vogels waarvan je niet precies weet hoe oud ze zijn. Dan kom je alle zaken tegen die hierboven in de 6 punten zijn genoemd, zeker als je in januari wilt beginnen met kweken. Jammer dat het gebeurt, maar het is des te pijnlijker als je weet dat het eigenlijk je eigen schuld is. Ik hoop met deze uiteenzetting menig liefhebber wakker te schudden en dat ze begrijpen dat een vogel zeker 9 à 10 maanden moet zijn en een goede voorbereiding vraagt, met verstandig omgaan met het lichturenprogramma. Dan zullen deze problemen volgend jaar zeker niet meer voorkomen, en heeft dit artikel, dat zeker niet het eerste in zijn soort is, weer nut gehad.

Wout van Gils.

Kweken en Tentoonstellen van Kanaries

boek mingeroetKweken en Tentoonstellen van Kanaries: Een Fantastisch Boek

Op 30 november 2004 had ik de eer om uitgenodigd te worden door de CEDE-fabriek en de heer Alois van Mingeroet voor de presentatie van zijn nieuwe boek “Kanaries kweken en tentoonstellen,” aangeboden door de CEDE-fabriek. Verschillende sprekers, waaronder de voorzitter van de AOB, de heer Van Boven, en Alois van Mingeroet zelf, nodigden ons uit voor een rondleiding door de fabriek om te zien hoe het eivoer werd gemaakt, met alle controles, een uniek proces dat zeer nauwkeurig wordt beheerd. Ongeveer 100 topkwekers waren uitgenodigd, allemaal op hun eigen manier betrokken bij dit schitterende boek.

Na de receptie en een aantal gastsprekers werd het boek uitgereikt aan de aanwezigen door Alois van Mingeroet zelf, die het ook signeerde op zijn altijd sportieve en eenvoudige manier. De reacties waren al snel lovend, uitstekend, fantastisch, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Toen ik het boek zelf onder ogen kreeg, moest ik ook vaststellen dat er geen moeite was gespaard om dit tot een leesbaar en begrijpelijk boek te maken. Zonder ingewikkelde formules, maar eenvoudig en leesbaar voor iedereen. En dan te bedenken dat ruim 80 kwekers op hun eigen manier een stukje schrijven over hun manier van vogels houden; dat is toch uniek. Ik durf gerust te stellen dat dit boek in de boekenkast van elke kanariekweker zou moeten staan.

Als je dit boek wilt bestellen, kun je doorklikken op de volgende link of op het bijgevoegde boek, dat je naar de uitgever Boekhandel J & J brengt. Zij zullen ervoor zorgen dat het binnen enkele weken bij je thuis is. Ikzelf heb ook de mogelijkheid gehad om enkele stukjes te schrijven in dit boek, op mijn bekende manier, eenvoudig en leesbaar, zoals het hele boek trouwens is. Hieronder staat een tekst uit het boek van Alois van Mingeroet die blijk geeft van waardering voor wat ik voor de kanariesport doe op mijn manier en via de kanarie homepage, evenals vele anderen.

Wout van Gils: iemand die zich zeer verdienstelijk maakt in de kleurkanariewereld. Hij schrijft talloze artikels over kleurkanaries en geeft er ook voordrachten over. Maar een van zijn belangrijkste verdiensten is toch wel dat hij een leerzame en eerlijke website heeft opgesteld over de kleurkanaries in al hun facetten. Met een muisklik zit je in “Kanariewonderland.“ Zijn eerste vogels waren gele kanaries toen hij ongeveer 12 jaar oud was. Ondertussen heeft het hok een afmeting van 8 x 4 meter, voorzien van centrale verwarming en een volledige “LICHTAUTOMATIC” met dimmer en sensor. Ook de verluchting is optimaal. De kweekkooien zijn 40 x 40 x 40, en de volières zijn 2 x 1.50 x 2 meter.

Wout start de kweek in maart met ongeveer 50 koppels, en jonge zelfstandige vogels worden eerst in ruime kooien geplaatst en daarna overgeplaatst naar de volière. Ontsmetten en bestrijden zijn voor Wout uitermate belangrijk. Voor aanvang van de kweek wordt er gekuurd, en half juli wordt geënt tegen de kanariepokken. Aan de kanariemengeling van “DAMME” worden tijdens de kweek nog wat enkelvoudige zaden toegevoegd. Het eivoer van “CEDE” wordt aangevuld met de bekende COMED-producten. Verder wordt er af en toe wat fruit toegevoegd. De vogels krijgen geen kiemzaad, groenvoer of onkruid.

Zijn kleurspecialisaties zijn geel mozaïek, Lutino, en Albino Recessief wit opaal wit en lutino mozaïek. Met de kweekvogels neemt Wout deel aan ongeveer 6 tentoonstellingen. Voor een grote show worden de vogels gewassen. Wout heeft medailles behaald op VVNK te Geel en ook op vele nationale en internationale kampioenschappen en speciaalklubs. Ook voor hem is zijn beste herinnering het behalen van zijn eerste kampioenschap op een plaatselijke show. Hij deelt de mening dat de onderlinge samenwerking van de bonden beter zou kunnen. Het opstellen van een standaard voor alle bonden en COM zou een stap in de goede richting

zijn. Wout is lid van de Pestvogel St. Huibrechts Lille, Vogelvrienden Hamont en Reuver NL, en van de speciaalklub kleurkanaries Limburg en VVNK te Geel.

Zijn streefdoel is, zoals voor iedereen, gezond blijven om nog zo lang mogelijk van zijn hobby te kunnen genieten. Ook het “up-to-date” houden van zijn website vindt hij belangrijk om zo iedereen in de kleurkanariewereld via dit medium op de hoogte te houden van de allerlaatste nieuwigheden. Dit was een citaat uit het boek, maar bedenk dat er nog 600 andere pagina’s zijn met leerzame en duidelijke foto’s. Een erg goed boek waar ik vereerd door ben geweest om mijn steentje te hebben kunnen bijdragen. Ontdek het zelf maar: “Kanaries kweken en tentoonstellen” mag, naar mijn mening, bij geen enkele kanariekweker ontbreken.

Succes

Wout van Gils

 

Weinig eitjes en andere problemen

Wel een nest maar weinig eitjes of andere problemen.

Bij het koppelen hoort een goede voorbereiding voor aanvang van de kweek, dit zal wel bij alle kwekers bekend zijn. Maar toch komen er rond deze tijd erg veel vragen over mislukkingen aangaande de kweek. Deze kwekers vragen zich dan af wat doe ik toch mis of, meestal geven ze de vogels de schuld. Natuurlijk kan er een koppel bij zitten dat het niet goed doet of niet helemaal 100% zit, maar bij een goede voorbereiding moet het normaal gesproken goed gaan. Een aantal oorzaken kan ik hier opnoemen, met de hoop dat de kweker hier zijn oorzaak van een slechte aanvang van de kweek kan achterhalen en er lessen uit kan trekken. Ik ga ervan uit dat de voorbereiding met lichturen correct is uitgevoerd. Hierover staat meer op mijn site over hoe men dit kan aanpakken. Ondanks dat kunnen er nog de volgende problemen ontstaan met het koppel.

1 – De vogels blijven vechten.

Bij een goede voorbereiding zullen de man of de pop, ieder heeft zijn manier, 10 tot 14 dagen eerder in de broedkooi gezet worden. Als er dan later de partner erbij wordt gezet, zal bij goede gezonde en goed voorbereidende vogels het direct klikken. Meestal zie je na enige tijd de man de pop direct bevliegen. Wees gerust, dit gaat goed.

eitjes schouwen

Maar ook zie je wel eens dat de vogels na enige dagen blijven vechten en elkaar aanvliegen. Dit geeft aan dat:

A – De vogels niet in broedconditie zijn.

B – Zijn het geen twee mannen.

C – De vogel(s) zijn te jong (nog geen 9 maanden).

D – De pop is gekoppeld op een lokroep van een ander man.

De reden en/of oplossing zit in een van bovengenoemde oorzaken. Het is aan de kweker deze waar te nemen en op te lossen.

2 – De pop maakt een nest, breekt deze weer af, enz.

Meestal zie je na het koppelen dat na een dag of 3 a 4 de pop nest begint te maken, en bij een goede broedconditie gaat dit zeer snel. Maar ook zie je wel eens dat de pop een nest maakt, weer afbreekt, een andere plaats kiest (bijvoorbeeld voerbak). Kortom, het nest maken is meer een zoektocht geworden. Dit kan ook enkele redenen hebben, en de kweker zal dit moeten oplossen en/of aanpakken. Enkele redenen zijn:

A – De pop vindt niet de juiste nestgelegenheid. Hang de nestbak eens op een andere plaats.

B – De pop is te jong.

C – Nog geen paring met de man heeft plaatsgevonden.

D – De pop is niet in broedconditie.

E – Geef eens ander nestmateriaal. Of probeer een kunstnestje.

De reden en/of oplossing zit in een van bovengenoemde oorzaken. Het is aan de kweker deze waar te nemen en op te lossen.

3 – De pop legt maar enkele eitjes.

Het leggen van weinig eitjes geeft ook aan dat er met de vogels iets is wat niet helemaal 100% is. Misschien val ik wel weer in herhaling, maar de oorzaak is meestal dezelfde als hierboven genoemd, maar toch belangrijk genoeg om er weer even bij stil te staan.

A – De pop is te jong.

B – De pop is te oud.

C – De voorbereiding was te kort of niet goed. Te snel in conditie willen brengen.

D – Zorg voor voldoende grit en mineralen.

Beste kwekers, je ziet de oorzaken liggen heel kort bij elkaar, maar ze kunnen wel beslissen over een goed, minder goed of slecht broedsel. Vogels die te jong zijn en te snel ingezet worden voor de kweek zullen bovengenoemde problemen opleveren. Nogmaals, vraag bij aankoop naar de ouderdom van de vogel, zeker als je aan vroege kweek wil gaan doen. Dit zal je veel problemen helpen voorkomen.

Succes.

Wout van Gils

Man of pop eerste opkooien?

kanarievogels

Opkooien voor de Kweek: Man of Pop eerst?

Voorafgaand aan het kweekseizoen worden onze vogels in broedconditie gebracht door onder andere de lichturen te verlengen en de temperatuur iets te verhogen. Hoewel het belangrijk is te weten dat het aantal lichturen net zo cruciaal is als de temperatuur. Kijk eens naar buiten; zelfs als het nog koud is, hebben tortelduiven bijna een nest, merels jagen elkaar al achterna, en mezen roepen al naar een mogelijke partner. Dit alles komt door het lengen van de dagen, niet noodzakelijk door de temperatuur. Het in broedconditie brengen kan op verschillende manieren, zoals het geleidelijk verhogen van de lichturen tot 15 uur, of direct instellen op 15 uur. Het is allemaal mogelijk, maar de vogels moeten wel minstens 9 maanden oud zijn. Tijdens het verlengen van het licht moet ook de voeding aangepast worden door meer eivoer te geven, inclusief producten zoals Fertibol, tarwekiemolie, hennep, gepelde haver, cichoreizaad en pirellazaad, evenals wat wildzaden voor de voorbereiding.

Maar eigenlijk gaat dit artikel niet daarover. Ik vond het echter belangrijk om dit als inleiding op te nemen als opfrisser. Dit artikel behandelt gewoon de veelgestelde vraag: wat kooien we voor aanvang van de kweek als eerste op, de man of de pop? Ik denk dat er op zich, mits een goede voorbkweek kooiereiding, weinig tot geen verschil is. Toch zijn er veel ervaren kwekers die als eerste de man opkooien, en eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik dat ook doe. Maar waarom doen we dat?

Ten eerste weten we dat de man ongeveer 10 dagen langer nodig heeft dan de pop om goed in broedconditie te komen. Hierdoor kunnen we de man 10 dagen eerder laten beginnen met de lichturen en later iets eerder in de broedkooi plaatsen. Indien nodig kunnen we zelfs bijverwarmen vanaf het moment dat we bijna gaan koppelen, rond de +/- 14 lichturen. Ongeveer vijf dagen nadat de man in de kweekkooi zit, plaatsen we enkele poppen in een TT-kooi om de mannen nog meer op te winden, en het werkt; je moet ze maar eens horen. Een ander voordeel van het eerst opkooien van de man is dat hij de kweekkooi na een aantal dagen als zijn territorium zal beschouwen en dit indien nodig zal verdedigen.

Als de man ongeveer 10 dagen in de kweekkooi heeft gezeten en je plaatst dan de pop erbij, zal de man in de meeste gevallen dominant zijn, waardoor de pop zich snel schikt naar de man en een eventuele bevruchting zal toelaten. Als je de pop eerder opkooit, kan het tegenovergestelde effect optreden, waarbij de pop de man overheerst, wat resulteert in een grotere kans op mislukte bevruchting.

Dit zijn voor mij en veel andere kwekers redenen om de man als eerste in de kweekkooi te plaatsen, hoewel er velen zijn die er anders over denken. Maar de meest gangbare keuze is toch om eerst de man op te kooien. Ik hoop dat dit artikel het subtiele verschil duidelijk heeft gemaakt.

Succes met de kweek!

Wout van Gils

 

 

Kweekruimte meestal te klein genomen

Bij het bepalen van uw toekomstige fok zullen het volume, de ligging, de verlichting en de hoeveelheid licht leidend zijn. De genoemde criteria bepalen niet alleen het type, maar ook het aantal fokvogels dat u kunt huisvesten, rekening houdend met het verwachte aantal jongen na het kweekseizoen. Het verdubbelen van het aantal kweekkoppels betekent niet automatisch een verdubbeling van het aantal jongen. Er bestaat zoiets als een optimaal aantal kweekkoppels in de vogelhouderij. Beperk ofwel de beschikbare ruimte, ofwel het aantal vogels. Dit hangt af van verschillende factoren, en het is de taak van de liefhebber om zijn optimum te ontdekken en zich eraan te houden om toekomstige problemen te vermijden.

Een eerste factor die een rol speelt bij het bepalen van dit optimum is de volière of de kweekruimte. Overlaad uw ruimte niet met kweekkoppels. Onthoud dat u voor de jongen minstens evenveel ruimte moet hebben als voor de kweekkoppels. De kweekbakken mogen nooit meer dan de helft van de beschikbare ruimte in beslag nemen. Het aangeven van een specifiek aantal vogels per vierkante meter is onmogelijk, omdat dit afhangt van de vogelsoort(en) en de manier waarop ze worden gehouden (in bakken of volières).

kan jong

 

De tweede belangrijke factor is de tijd en ruimte die u heeft om uw vogels te verzorgen. Veel liefhebbers schieten tekort op dit vlak. Voor tien tot twintig koppels veronderstel ik dat u ‘s morgens één tot anderhalf uur en ‘s avonds nog eens twee uur nodig heeft.

Als u niet meer tijd heeft, moet u zeker niet boven dit aantal gaan. Denk niet dat ik overdrijf door te stellen dat 20 koppels dagelijks drieënhalf uur werk vergen. Het verzorgen van vogels vereist dagelijkse aandacht, inclusief het reinigen van opfok eetbakjes, controleren van uitwerpselen aan zitstokken, observeren van het nest maken en broeden, verstrekken van schoon water, voer (minstens twee keer per dag), en af en toe wat groen of snoepzaad.

Daarnaast moet u tijd hebben om uw vogels te observeren, notities te maken over de koppels, jonge vogels te ringen en anderen van de ouders te scheiden. De kweekkooi moet worden opgeruimd, vuile nesten moeten worden verwijderd, en dagelijks moet de gezondheid van uw vogels worden gecontroleerd. Als u meer dan vijftien à twintig koppels vogels wilt houden, wordt het moeilijk om dit alles te behappen, vooral als u ook nog een baan hebt. Overmatig veel vogels kan leiden tot minder kweeksucces, verminderde waarneming van de vogels en zelfs verwaarlozing. Kijk kritisch naar uw huidige situatie en bepaal het aantal vogels dat u met plezier kunt verzorgen en observeren. Als u merkt dat u niet meer van het houden van vogels geniet door gebrek aan tijd, overweeg dan om uw kweekbestand te verminderen.

Wout van Gils

De rui van de kanarie vogels

veren donsveren

Vogels zitten in de rui, en elke vogelkweker wordt ermee geconfronteerd. Deze periode vindt plaats direct na of net na het broedseizoen. Tijdens de rui vinden er allerlei veranderingen plaats met betrekking tot de kleur van het verenkleed, pigmentatie, enzovoort. Sommige van deze veranderingen zijn belangrijk voor de vogel zelf, maar ook wij, als kwekers en tentoonstellers, maken er gebruik van. Bijvoorbeeld door enkele van de buitenste veren te verwijderen. De nieuwe veer groeit ruim 6 millimeter langer terug, waardoor het lijkt alsof de vogel groter is geworden. Ook neemt het bruin af en worden de hoornachtige delen donkerder. Echter, fouten kunnen ook optreden, zoals wanneer een mozaïek enkele veren verliest, deze komen dan dieper van kleur terug en lopen verder door in de veer, wat ongewenst is. Dit artikel belicht meer zaken die belangrijk zijn voor zowel u als de vogel.

Eenmaal per jaar wisselt de kanarie zijn verenkleed, tijdens de rui die normaal gesproken plaatsvindt in de maanden juli en augustus. Bij jonge vogels vindt in het eerste jaar echter geen volledige verandering van het verenkleed plaats; alleen de contourveren worden geruid, de slag-, staart- en dekveren wisselen het eerste jaar niet.

Na de jeugdrui, zoals deze eerste rui wordt genoemd, tonen kanaries pas hun eigenlijke kleuren. Deze kleurverandering bij de jeugdrui berust op hormonale werking. Het jeugdkleed van de kanarie is over het algemeen doffer en vertoont, afhankelijk van de kleur, meer bruine veren in de vleugel- en staartpennen en op het rugdek. Het feit dat de vleugel- en staartpennen bij de jeugdrui niet wisselen, is nadelig voor kleurslagen waarbij wordt geëist dat ze geen bruin mogen vertonen. Dit geldt ook voor kleurslagen waarbij wordt gevraagd dat de vleugel en staart goed doorgekleurd moeten zijn.

Een jonge kanarie kan door een ongelukje één of meer staart- of vleugelpennen verliezen, bijvoorbeeld tijdens het vangen of bij gevechten in de vlucht. Deze veren zullen in ongeveer zes weken weer aangroeien, maar zullen langer zijn dan de veren die zijn blijven zitten, wat kan resulteren in een asymmetrische staart. Een volgroeide veer is dood en verandert niet meer. Ze groeit niet meer en de kleuren die zijn ontstaan door de kleurstofkorrels veranderen niet meer door het lichaam. Ze kunnen echter wel door externe factoren veranderingen ondergaan, bijvoorbeeld door het uitlogen van pigment onder invloed van de zon. Dit bleken doet zich vooral voor bij kanaries in de bruine isabel-serie, vooral als deze vogels langdurig worden blootgesteld aan zon en regen in een buitenvolière. Het pigmentverlies kan resulteren in bijna pigmentloos verenkleed. Dit komt door de ozonwerking, vooral na een regenbui bij zonnig weer. Na de rui keert het oorspronkelijke pigment terug.

Wist je dat vogels tijdens de rui graag extra aminozuren hebben? Je kunt dit eenvoudig geven door regelmatig een halve ui te verstrekken. Let op hun enthousiaste reactie als ze dit herkennen.

Succes!

Wout van Gils

Opvoeren gele kanarie vogels

Opvoeren van Gele Kanaries: Een Handleiding door Wout van Gils

Inleiding:

Regelmatig komen er vragen binnen over het opvoeren van gele kanaries – waarom opvoeren, hoe opvoeren, hoelang opvoeren, welk product, enzovoort. Je zou denken, geef gewoon een productnaam en de bijsluiter, en je bent begonnen. Helaas werkt het meestal niet zo. Velen van ons herinneren zich nog de praktijk van het plukken van veren, vooral bij rode vogels en in mindere mate bij gele vogels. Gelukkig is deze praktijk nu achterhaald, en er zijn andere methoden ontwikkeld.

Aandacht voor Kleurdiepte:

Tijdens de praktijk van het verenplukken begonnen sommige kwekers meer aandacht te besteden aan de kleurdiepte van de veren, vooral met succes bij rode vogels en in mindere mate bij gele vogels. Dit heeft zeker geleid tot vogels met een diepere kleur in de veren. Selectie speelde hierbij een grote rol, en deze praktijk werd voortgezet. Voeding begon ook een rol te spelen. Raapzaad en wilde zaden leverden ook extra kleurstof, soms zelfs te veel, waardoor de kleur naar oranje verschoven. Ervaren kwekers begonnen verder te zoeken en merkten op dat bij sommige vogels de kleurloze omzoming van de veren varieerde in breedte. Deze kleurloze omzoming werd een belangrijk aandachtspunt voor die kwekers. Ze selecteerden zoveel mogelijk vogels met een brede kleuromzoming.

Wanneer Beginnen met Opvoeren:

Het is algemeen bekend dat opvoeren alleen noodzakelijk is voor de vleugel- en staartpennen, omdat deze het eerste jaar niet worden vervangen. Opvoeren gebeurt dan ook alleen in het nest. Sommige kwekers beginnen kleurstof toe te voegen wanneer het vrouwtje het nest maakt, maar persoonlijk ben ik daar niet direct een voorstander van. De kans dat de gele kleur verschuift naar oranje is erg groot! Bovendien is het toevoegen van carotenoïde bevattende zaden in deze periode zeker niet aan te bevelen. Dit geldt ook voor het te lang toedienen van gele kleurstof; anders zal de kleur naar een oranjeachtige tint verschuiven, wat volledig ongewenst is. De kleur geel wordt dan te warm.

Waarmee Opvoeren:

Tegenwoordig zijn er verschillende producten op de markt. Enkele bekende producten zijn XXX Geel Intensief en vloeibare Luteïne. De hoeveelheid voor XXX is ongeveer 10 g per 500 ml water of 500 g eivoer. De Luteïne zou in een hoeveelheid van 50 ml per kg eivoer moeten worden gegeven. Bewaar alles in de koelkast. Er zijn nog andere kleurstoffen, maar met zoveel producten heeft iedereen zijn eigen voorkeursmerk en -hoeveelheid. Het is cruciaal, zoals eerder vermeld, om de kleurdiepte van je vogels goed te kennen en een zorgvuldige selectie te maken. Dit, samen met het benodigde inzicht en de kennis, zorgt voor een goede kleurdoordringing van de veren. Bij ondoordachte pogingen zal de kleur zelden goed doorkleurd zijn. Nogmaals, wees voorzichtig met een teveel aan carotenoïde bevattende zaden. Als je ze toch gebruikt, overweeg dan de hoeveelheid kleurstof te verminderen. Goed opvoeren is essentieel; alles anders is een fout en veel ervaring is noodzakelijk. We moeten hier zeker ook leergeld betalen.

Is Opvoeren Wel Gezond?

Alle extra kleurstoffen, medicijnen en andere stoffen die we te veel geven, zijn belastend en niet goed voor onze vogels. Met name kleurstoffen leggen een aanzienlijke druk op de lever. Daarom geven deze kwekers na het toedienen van de kleurstof regelmatig een lever-ontlastend product, zoals Sedechol of Biochol. Er zijn zeker ook andere producten die de lever ondersteunen. Echter, overmatige en roekeloze dosering veroorzaakt zeker onherstelbare schade aan de vogels.

Conclusie:

Het opvoeren van gele kanaries met toegevoegde pigmenten vereist kennis, vogelselectie en ervaring met opvoeren. Selectie heeft de hoogste prioriteit, samen met het correct en gezond opvoeren van je vogels. Veel deskundigen hebben hun selectie- en opvoertechnieken al geperfectioneerd, wat blijkt uit de prachtige en hoogwaardige vogels op onze tentoonstellingen.

Opmerking: Om de lever te ontlasten, kan men gedurende 5 dagen een gele stimulans geven, vervolgens 2 dagen geen kleurstof, en in die periode kan men ook een tweedaagse kuur met Sedechol doen.

Succes aan alle kwekers!

Wout van Gils.

Een keerpunt in medicatie (Antibiotica)

Turning point in healthcare… (Antibiotics)

The last major European fairs, especially for pigeon racing in Kassel and Dortmund, marked a turning point. The government and the inspection services of the Ministries of Health and Agriculture specifically focused on the illegal sale of medicines in pigeon food distribution, in particular the misuse of antibiotics. It was no surprise that numerous offenders were discovered among the exhibitors. Unfortunately, this problem also exists in birdwatching. For decades we have bred generations using antibiotics, which has led to varieties that can no longer survive without antibiotics. The resistance of birds to infectious diseases is significantly reduced. The word ‘disease’ doesn’t really fit into the world of sports.

Vaccinations and medical checks at the vet of the manure and crop mucus, and possibly checking the blood, are absolutely necessary. In fact, these checks should be used to determine which specimens should be better removed from the bloodline. I dare say that birds that cannot breed without antibiotics should simply be replaced. I really advocate using as little antibiotics as possible and preferably no antibiotics at all. For me, Comedgamma is a revelation. I was intrigued by the system of a certain Willem De Bruijn, who apparently managed to race pigeons without antibiotics with Comed. You can of course doubt the “so-called system” of a super champion… if it weren’t for the fact that Willem is a special man. This noble Dutchman is the “eminence grise” of the Low Countries in pigeon racing; he is an academic, dentist, married to a doctor. The intellectual integrity that exists among all scientists when faced with a scientific problem was encouraging. They see, more than anyone else, that the “antibiotic-based system” has no future. However, antibiotic mixes (three-in-one, four-in-one…) are still very popular, but are actually equivalent to medical prostitution. Worse still, mixing different antibiotics causes more and more persistent fungal infections in the digestive system. Combating this requires a difficult treatment that completely pushes the carefree nature of the hobby into the background.

 

Kweekproblemen bij Kanaries

Enkele Kweekproblemen bij Kanaries

Zij die beweren dat er nooit problemen optreden, moeten nog geboren worden. Met dit artikel probeer ik enkele mogelijke problemen te beschrijven en waar mogelijk oplossingen aan te dragen. Het is niet uitgesloten dat ik niet alles beschrijf of dat er andere oplossingen zijn voor bepaalde problemen. Verder op mijn website vind je zeker meer uitgebreide informatie.

Lichturen:

Dit is een van de meest gemaakte fouten, namelijk het niet goed omgaan met de lichturen. Zoals je weet, zijn er 2 methoden. Het licht direct op 15 uur zetten – weet wel dat met deze methode de mannen ongeveer een week later in conditie zijn dan de poppen. Dus, de mannen beginnen een week eerder op te lichten. De andere methode is het langzaam verhogen van de lichturen tot 15 uur in een periode van 6 à 7 weken.

Voeding:

Vanaf het moment van voorbereiding op de kweek mag je niet meer veranderen van voeding. Blijf bij het merk dat je de hele winter hebt gegeven en ga niet switchen. Wel voegen we wat extra toevoegingen toe, zoals Megabactin onder het eivoer, wat extra hennep en negerzaad, en ook wat witte pirella onder het eivoer is aan te bevelen. Voeg regelmatig tot aan het koppelen Fertibol of tarwekiemolie toe onder het zaad of eivoer. En wat zeer zeker niet mag ontbreken, is de Megabactin, dit blijf je geven 3 maal per week.

Vechten:

Het komt regelmatig voor dat twee bij elkaar geplaatste vogels vechten en zo de rust in het hok verstoren. Dit kan meerdere oorzaken hebben, zoals twee mannen die bij elkaar zijn geplaatst. Blijf controleren. Het is ook van belang dat de vogels oud genoeg en broedrijp zijn. Plaats je een pop die nog niet voldoende broedrijp is bij een broedrijpe man, dan kan trammelant in de kooi verwacht worden. De leeftijd moet minimaal 9 maanden zijn.

Pop Begint niet:

Het komt ook voor dat een pop niet begint met de bouw van een nest. Dit kan komen doordat er nog onvoldoende lichturen zijn, zodat deze pop nog niet in broedstemming komt. Ook kan het zijn dat de pop nog te jong is; 9 maanden oud is minimaal, maar liever nog iets ouder. Het kan ook helpen om een andere man bij de pop te plaatsen.

Onbevruchte eieren:eitjes schouwen

Dit is een probleem dat regelmatig voorkomt; elke kweker heeft wel eens een koppel met onbevruchte eitjes gehad. Ook dit kan meerdere oorzaken hebben. De man kan nog niet voldoende broedrijp zijn, of de pop laat zich niet dekken. Dit kan weer veroorzaakt worden door te lange nagels van de man. Wanneer de nagels te lang zijn, zal dit voor de pop aanvoelen alsof ze wordt geprikt met een naald, en ze gooit vervolgens de man van haar rug. Het kan ook zijn dat de man of de pop niet vruchtbaar is; ook in dit geval geen bevruchte eieren.

Eieren komen niet uit:

Dit kan verschillende oorzaken hebben. Bij een te lage luchtvochtigheid wordt de eischaal te hard en kan het jong de schaal niet breken. Ook kan het jong in de dop zijn afgestorven door beschadiging van de schaal of door erfelijke afwijkingen. De eitjes kunnen vast komen te liggen (blijf controleren), of de pop heeft om een of andere reden het nest verlaten.

Ouders Voeren niet:

Wanneer de pop en de geboren jongen gezond zijn, zal het voeren van de jongen geen enkel probleem geven. Wanneer dit niet het geval is, kan dit verschillende oorzaken hebben. De pop is uit conditie; probeer de jongen over te leggen naar andere nesten. De jongen zijn verzwakt; probeer een druppel water met druivensuiker in de bekjes van de jongen te druppelen en geef een zure appel onder het eivoer. Ook enkele pinkies geven wil ook wel eens helpen.

Plukken:

Wanneer de jongen goed in de veren beginnen te komen, kan het gebeuren dat de jongen worden geplukt. In ernstige gevallen zo erg dat deze helemaal kaal zijn en zullen sterven doordat ze de warmte niet kunnen vasthouden. Vaak is het de pop die weer wil beginnen met het bouwen van een nieuw nest, ook wil soms een vervelende man beginnen met het plukken van de veren. Wanneer men constateert dat er geplukt wordt, kan men de jongen in een babykooi plaatsen, voor de tralies van de broedkooi. Zelf plaats ik de jongen met de kweekman in een andere kooi en laat ik de man de jongen verder grootbrengen. Ook kan het helpen om voldoende nieuw nestmateriaal te verstrekken, en dit al te doen als de jongen ongeveer 14 dagen oud zijn.

Willen niet op zaad komen:

Het kan gebeuren dat jongen die bij de ouders zijn weggehaald dik gaan zitten. Ook dit kan verschillende oorzaken hebben. Het kan zijn dat de jongen nog niet geheel zelfstandig zijn; ze moeten ongeveer 30 dagen zijn. Dit is afhankelijk van de ontwikkeling van de vogel. Er zijn ook jongen die na 25 dagen zelfstandig zijn, maar ook die dit pas na 35 dagen zijn. Ook wil het nog wel eens een probleem zijn om de zaden goed te pellen; men kan de jongen dan zaad geven dat even gemalen is in een koffiemolen of met een fles over het te geven zaad rollen, dan is het zaad wat gebroken.

Ongedierte:

Een groot probleem tijdens de kweek kan bloedluis zijn, een kleine mijt die zich tegoed doet aan het bloed van onze vogels. Vaak zijn deze met de voor ons legaal beschikbare insecticiden niet goed te bestrijden. Een veel gebruikt middel is de Evermectine. Meer over bloedluizen en de bestrijding ervan vind je zeker op mijn site. Lees dit ook en pas het toe, want eenmaal bloedluizen hebben je kweek veel geleden. En het bestrijden ervan is goed mogelijk voor iedereen.

Succes met je kweek

Wout van Gils

Herkennen man of pop.

Bij verschillende kleuren van onze kanaries is het al goed vast te stellen of het een mannetje of een vrouwtje is, zelfs al bij het uitkomen van de jonge kanaries. In veel gevallen is de kweker echter nog niet helemaal zeker. Men sorteert dan vaak op basis van het fluitgedrag. Maar wanneer we de kanaries gaan voorbereiden op de kweek, moet op een gegeven moment het geslacht duidelijk te zien zijn, zelfs voor een minder ervaren kweker. Als er dan nog twijfel is, betekent dit dat de vogel nog niet helemaal in broedconditie is. Hierbij zijn twee foto’s gevoegd, één van een mannetje en één van een vrouwtje. Bekijk deze goed, en het onderscheid tussen man en vrouwtje wordt veel duidelijker. Dit is van groot belang, vooral als men van plan is om te gaan kweken. De eerste foto toont een mannetje, en de tweede foto toont een vrouwtje.

Succes!

Wout van Gils

Man
Man
pop
Pop
broedrijpe pop
broedrijpe pop

 

                                                                                                         

Kweken mozaieken, man of pop lijn

Bij het kweken heeft men de keuze tussen mozaïekpoppen of -mannen.

De mozaïekfactor heeft een grillige verervingsvorm, waar de meeste kwekers inmiddels bekend mee zijn. Er werd altijd gedacht dat de mozaïekfactor volledig geslachtsgebonden overerfde, maar uit verschillende onderzoeken en testen blijkt nu dat dit slechts gedeeltelijk waar is. Bij het kweken met de mozaïekfactor moet men goed letten op de lengte van de bevedering, anders ontstaat er een ongewenste groei van veren die men ‘lumps’ noemt.

geelmozaiek koppelLumps zijn geen ziekte; ze ontstaan door de groei van veertjes onder de huid die te zacht zijn en niet genoeg kracht hebben om door de huid heen te prikken. Hierdoor vormt zich een bolvormig gezwel op de huid waarin niet-ontwikkelde veertjes zich ophopen. Daarom is het niet verstandig om voortdurend vogels met lange veren met elkaar te paren. Ook verenpikken kan leiden tot lumps-knobbels, en deze komen vaak voor op de schouders, daar waar de schoudervlek zichtbaar wordt.

Meestal hoeft men hier weinig aan te doen; als de lumps niet te ernstig zijn, valt de knobbel er vanzelf af na de ruiperiode, maar er kan wel een lichte beschadiging van het verendek zichtbaar blijven.

Bij het kweken moet men kiezen tussen het kweken van een mannelijk type of een vrouwelijk type.

Het is praktisch onmogelijk om uit een koppel mozaïeken zowel goede types 1 als types 2 te kweken. Uitzonderingen bevestigen de regel. Daarom moet men kiezen tussen type 1 of type 2 en een mannenlijn of vrouwenlijn opzetten. Belangrijk is om deze lijnen goed gescheiden te houden. Als men toch beide types wil kweken, moet men rekening houden met het samenstellen van de kweekkoppels.

Voor type 1: gebruik een pop met een oogstreep achter het oog, een kleine schoudervlek en een kleine borstvlek. De man moet een zo klein mogelijk masker hebben, bij voorkeur licht gespleten boven de snavel, en een zo klein mogelijke schouder- en/of borstvlek.tekening Mozaik koppel

Voor type 2: gebruik een pop die het begin van een masker vertoont, met duidelijke schouder- en borstvlek. De man moet een vol masker hebben, een borstvlek die op een driehoek lijkt (niet te groot) en een normale schoudertekening. Op deze manier heeft men de meeste kans op het kweken van goede types 1 en 2.

Wat betreft voeding: bij mozaïeken, vooral bij de lipochroom mozaïeken, moet men voorzichtig zijn met voeding die caroteen bevat. Sommige zaden bevatten caroteenhoudende stoffen, zoals raapzaad. Momenteel is er speciaal mozaïekzaad en eivoer verkrijgbaar in de handel, dat door veel mozaïekkwekers wordt gebruikt.

Wat betreft kleurstof: als men mozaïeken kweekt in geel of rood, is het belangrijk te weten wanneer men moet beginnen met het geven van kleurstof. Over het algemeen is dit na 6 à 7 weken, wanneer de jongen aan de jeugdrui beginnen. Een andere goede indicatie is wanneer de staartpennen volgroeid zijn. Het is ook belangrijk om steeds dezelfde hoeveelheid kleurstof te geven; anders worden de vogels tweekleurig en ongeschikt voor tentoonstelling. Veel kwekers voegen kleurstof toe aan het eivoer en houden daarbij steeds dezelfde dosering aan, wat perfect werkt. Veel succes met het kweken van mozaïeken.

Wout van Gils

De Vroegkweek

Het is perfect mogelijk om de broeddrift van vogels te beïnvloeden, vooral voor de “vroege” kweker die vaak al in december met de kweek wil beginnen. Deze kweker zal invloed moeten uitoefenen op de broeddrift van zijn vogels, waarbij een van de vereisten is dat de vogels minimaal 9 maanden oud zijn.

Door kunstmatig de dag te verlengen, kan men de vogels in broedstemming brengen. Het lengen van de dag activeert namelijk de hypofyse in de hersenen van vogels, wat resulteert in de productie van hormonen voor de voortplanting. De kunstmatige dagverlenging moet geleidelijk gebeuren, maar het is ook mogelijk om de lichturen direct op 15 uur in te stellen.jong kan gekipt

Als je bijvoorbeeld in december met de kweek wilt beginnen, moet je in oktober al beginnen met het geleidelijk verlengen van de dag. Wekelijks moet de tijd via de tijdklok met ongeveer een uur worden verlengd. Tijdens het kweekseizoen brandt de kunstmatige verlichting bij mij van 6.00 uur ‘s ochtends tot ongeveer 21.00 uur ‘s avonds. Gedurende de periode van daglichtverlenging moeten we ervoor zorgen dat de vogels overdag niet te veel gaan slapen. Als dit wel het geval is, verminderen we de daglichtlengte iets. Als de vogels weer actiever worden, kunnen we de daglichtlengte opnieuw verhogen.

Tijdens deze periode zul je merken dat de mannetjes agressiever worden en dat de poppen ook wat onrustiger worden. Het is belangrijk te weten dat met deze methode de mannen iets meer tijd nodig hebben om in voortplantingsconditie te komen. Naast het lengen van de dag is het verstandig om een constante temperatuur te handhaven, afhankelijk van de vogelsoort die je kweekt. Voor kanaries is een temperatuur van 10 °C voldoende.

Naast de temperatuur moet je ook de voeding van de vogels aanpassen. Het verstrekken van extra haver en/of hennepzaad, eivoer en blauw maanzaad dat aan het eivoer kan worden toegevoegd, zal ook de broedconditie en broeddrift positief beïnvloeden. Zorg in deze periode ook voor voldoende kalk (bijvoorbeeld sepia), omdat dit essentieel is voor de eierschaal. Voeg ook voldoende maagkiezel en oestergrit toe. Enkele malen per week het verstrekken van pinkies is ook zeker aan te raden in de voorbereidingsfase. Met een goede voorbereiding en vogels van de juiste leeftijd is vroege kweek zeker mogelijk.

Succes,

Wout van Gils.

De Stamkweek

Voor de ervaren kweker van kanarievogels en/of mutaties zal dit zeker niets nieuws zijn. Dat er direct topvogels gekweekt gaan worden als men goed aan stamkweek doet, is ook wel wat overdreven, maar toch. DE STAMKWEEK IS DE KORTSTE WEG NAAR HET RESULTAAT TOE. Men is gauw geneigd te zeggen dat de topkwekers veel foefjes kennen enzovoort. Ik denk dat er tijdens het hele kweekproces van de vogels weinig foefjes zijn uit te halen. Goed koppelen met goede gezonde vogels met de kennis van de achtergrond van de kweekvogels (stam) zal het meeste resultaat geven. Met andere woorden, de kweker zal doordacht te werk gaan. Overwegen welke vogels men gaat kweken, de afstamming van de vogels goed kennen, hun erfelijke factoren. Kortom, zij kennen bijna alle eigenschappen van deze vogels. Hoe zij dat nu doen heel eenvoudig, zij doen al jaren aan STAMKWEEK. Het is hierover dat ik in dit artikel iets wil schrijven en u probeer te overtuigen van het nut van de stamkweek.

Kijk en vergelijk

Wat is nu een stam?

Dit is een aantal vogels afkomstig uit een populatie vogels die qua afstamming in meer of mindere mate verwantschap met elkaar hebben. Dus een streng geselecteerde groep vogels, die weinig of geen verschil laten zien in hun erfelijke overdrachten. Het zogenaamde verdringingskruisen heeft ertoe geleid dat de meeste ongewenste eigenschappen zijn verdwenen, en men heeft getracht de goede eigenschappen te behouden, en zelfs te verbeteren, van welke aard deze ook zijn. Dus een STAM is een collectie vogels met dezelfde kenmerken, zowel in pigment en vetstoffen, vorm, gedrag, houding, ja zelfs in de erfelijke eigenschappen. Dit is voor de verdere kweek erg belangrijk. Kortom, de stam moet een waar kleurbeeld vormen in kleurtekening, vorm, houding, bevedering; ook de rust in de vogels speelt hierbij een factor, enzovoort. Als men begint met een stamkweek, is men verplicht op alles te letten en goed vast te leggen in je kweekboek (zonder dit boek is stamkweek onmogelijk). Dit vanaf de koppeling tot dat de vogels zelfstandig zijn; alles vastleggen, onder andere:

  • De afstamming van de vogels
  • De erfelijke factoren (die men al moet weten)
  • Gedrag van de vogels (aantal eieren, nestbouw, voeren, enz.)
  • De groei van de vogels (kleur…)
  • Vorm, bevedering, houding, grootte, enz.
  • Het aantal en de kenmerken van bonte jongen
  • TT-resultaten vastleggen en bijhouden

Later gaat men beginnen alle slechte en minder goede eigenschappen uit te schakelen. De vogels met de gewenste eigenschappen, zoals wij die graag zien en zoals in de standaard is voorgeschreven, zullen we behouden voor onze verdere stamkweek.

Het opbouwen van een stam

Indien men al beschikt over een selectie vogels die het redelijk goed doen, zowel in de kweek als op de TT, en die dus de standaardeisen goed benaderen en waarvan men de erfelijke eigenschappen goed kent, is de basis al gelegd om aan stamkweek te beginnen. Met andere woorden, hiermee kun je verder een goede stam gaan opbouwen. Kweek dan in deze groep vogels nog geen nieuw bloed in. Heeft men deze gegevens niet, of wil men een andere kleur gaan kweken, dan is het natuurlijk wat anders. Wat men dan te doen staat? Ga naar een kweker toe na het kweekseizoen die jouw gewenste kleurslag heeft en waarvan je weet via TT-uitslagen dat zijn resultaten goed zijn met deze vogels, en dit niet met een of twee vogels maar met meerdere vogels van deze kleurslag en dit al over een langere periode. Dit geeft je een degelijke garantie dat hij over goede vogels (STAM) beschikt en dus zeker ook aan stamkweek zal doen. Ik hoor al eens zeggen: ja, maar die meneer verkoopt toch ook niet zijn beste vogels, dat is dan ook bijna wel zo, maar deze meneer kan ook niet al zijn vogels behouden. En als u bij hem een goede afspraak maakt, zult u zeker een goede keuze kunnen maken uit zijn verkoopvogels die ook uit zijn stam komen en dus voorzien zijn van deze goede erfelijke factoren. En waar u zeker mee kunt beginnen met stamkweek. Bij deze kweker gaat men kopen: 2 mannen en 4 poppen. De poppen mogen twee zusters zijn, de andere twee poppen mogen niet verwant zijn. Uiteraard zult u dat zelf controleren in het kweekboek van de verkoper; vraag hier naar, hij zal u dat zeker laten zien. Noteer eventuele aan- en opmerkingen indien deze erin vermeld staan. U controleert het volgende…:

  • Kleurslag van de vogels
  • Afstamming van de vogels
  • Erfelijke factoren van de vogels
  • De ringnummers
  • De grootte van het nest
  • Eventuele TT-uitslagen

De reden dat we twee verschillende poppen kopen, heeft als doel om zo lang mogelijk door te kweken met de nakomelingen. Als we onze twee mannen (broers) zouden koppelen aan de vier zusters (door wisselbroed), zitten we direct in regelrechte inteelt. Zeker als we onze jonge vogels naderhand nog eens onderling gaan koppelen (inteelt mag, maar wel tot een zekere hoogte en met goede, sterke uitgeselecteerde vogels).

De kweek

Als we met de hierboven beschreven vogels gaan kweken, krijgen we in het eerste jaar HALFBROER en HALFZUSTER van elkaar. Hieruit selecteren we na de kweek de beste vogels op basis van kleur, tekening, bevedering, grootte, vorm, enzovoort. Nadat we de vogels hebben uitgezocht, zowel van de man als van de pop, kunnen we weer een keuze maken voor het volgende jaar, bijvoorbeeld HALFBROER + HALFZUSTER of nog verder gaan, bijvoorbeeld VADER + DOCHTER of ZOON + MOEDER. Het is duidelijk dat bij deze laatste koppelingen de vogels goed moeten zijn in grootte en vorm, inclusief bevederingstructuur.

Indien na deze koppelingen en enkele kweekjaren later blijkt dat enkele jonge vogels niet aan de verwachtingen voldoen, bijvoorbeeld ze worden te klein of de bevederingstructuur wordt minder, dan is het verstandig om een vogel aan te kopen met de eigenschap die uw vogels minder hebben laten zien in hun uiterlijk. Het doel hiervan is om uit dat koppel met nieuw bloed jonge vogels in te zetten in uw bestaande stamvogels. Natuurlijk kunnen we ook nog een jonge vogel uit de tweede generatie terugkoppelen aan de grootvader en/of grootmoeder, ja zelfs aan overgrootvader/moeder.

We kunnen, indien we doordacht en zorgvuldig te werk gaan, ver gaan wat betreft de verwantschap van onze kweekvogels, zonder aan regelrechte inteelt te doen. Broer + zus is wel de kortste weg om alle goede en slechte eigenschappen uit te selecteren, maar weet wel dat dit alleen kan bij kerngezonde en sterke uitgeselecteerde kweekvogels. Het is om die reden dat deze methode niet direct wordt aanbevolen. Het zal nu ook wel duidelijk worden dat we een goede kweekadministratie nodig hebben en dus ook niet te snel een vreemde vogel in je stam moet gaan in kweken. Kortom, in de eerste jaren moet men als volgt gaan kweken:

A – Eerste jaar:

1. MAN + POP (Halfbroer en halfzusters)
2. POP + MAN (Halfzuster en halfbroer)

B – Tweede jaar (jongen of oudervogels van paring A):

1. VADER + DOCHTER.
2. MOEDER + ZOON.
3. NEEF + NICHT.
4. HALFBROER + HALFZUSTER.
5. OOM + NICHT.
6. TANTE + NEEF.

Ik begrijp dat deze termen misschien vreemd kunnen overkomen, maar voor beginnende kwekers leek het me de duidelijkste aanpak. Nu, in een meer traditionele formulering:

C – Derde jaar:

Jonge vogels, zoals genoemd in B, onderling koppelen.

D – Vierde jaar:

Dit is vooral voor ervaren kwekers. Als het nodig is, kunnen enkele oudere vogels gekoppeld worden aan enkele nieuw aangekochte vogels. Zorg er wel voor dat deze nauw verwant zijn maar toch drager zijn van nieuw bloed. Hierdoor kunnen ze het komende jaar weer worden ingezet in onze stam. Op deze manier kunnen we vele jaren doorgaan zonder in regelrechte inteelt te vervallen en zo kunnen we succesvol blijven meedraaien aan de top, wat uiteindelijk het doel is van stamkweek.

Een veelgebruikte methode, die ik graag met je deel en aanbeveel, is de volgende. Misschien is het een tip om beide methoden uit te proberen met twee lijnen.

Deze methode staat bekend als de patrokliene en/of matrokliene methode.

Patrokliene methode = vadergelijkend.

Matrokliene methode = moedergelijkend.

Deze methode lijkt sterk op de eerder beschreven methode A-B-C-D en kan als volgt worden toegepast.

De Patrokliene Methode (Vader Gelijkend):

Eerste jaar: Man van stamvader paren met 2 à 3 goede poppen.

Tweede jaar: De mooiste en beste dochters paren met de stamvader.

Derde jaar: De mooiste poppen uit het tweede jaar koppelen aan de stamvader.

Vierde jaar: De nakomelingen van het derde jaar onderling laten kweken.

De Matrokliene Methode (Moeder Gelijkend):

Deze methode kunnen we starten met vogels uit het tweede jaar van de patrokliene methode. Hierdoor krijgen we twee lijnen:

– EEN LIJN: Vadergelijkend (patrokliene methode)
– EEN LIJN: Moedergelijkend (matrokliene methode)

Hoe dit werkt:

Eerste jaar: Pop van stammoeder paren met een goede en betrouwbare man uit de patrokliene methode.

Tweede jaar: De mooiste zoon uit het derde jaar paren met de stammoeder.

Derde jaar: De beste zoon uit het derde jaar paren met de stammoeder of een dochter uit het tweede jaar.

Vierde jaar: Nu hebben we twee lijnen, beide gelijkend op de patrokliene methode. De jongen uit het vierde jaar kunnen onderling worden gekoppeld, waarna we opnieuw beginnen met het vormen van twee lijnen.

Met deze methoden is het mogelijk om binnen enkele jaren een goede stam op te bouwen en te behouden. Natuurlijk moet men gespaard blijven van ziekten en andere tegenslagen. Het is ook aan te raden om na enkele jaren een nieuwe lijn langs de bestaande lijn op te zetten. Blijf altijd alert op dominante factoren.

Besluit

De bedoeling van stamkweek zou nu duidelijk moeten zijn, veronderstel ik. We leggen een basis waaruit regelmatig goede vogels zouden moeten voortkomen, uiteraard met de nodige kennis en zonder tegenslagen zoals ziekten, enzovoort. Het is niet nodig om elk jaar nieuwe vogels aan te kopen; we zijn nu in staat om via stamkweek regelmatig succes te behalen op tentoonstellingen. Als we het goed hebben gedaan, beschikken we nu over goed uitgeselecteerde kweekvogels. Succes op lange termijn is verzekerd via stamkweek, zonder constant nieuwe vogels te moeten aanschaffen en opnieuw af te wachten wat hun nakomelingen zullen brengen.

Tips voor het opzetten van een stam:

1. Begin niet met te veel verschillende soorten vogels.
2. Focus op één of twee specialiteiten.
3. Pas een zeer strenge selectie toe.
4. Koop vogels bij iemand die maar enkele soorten heeft en hierin een specialiteit heeft ontwikkeld.
5. Noteer alles in een kweekboek en koop via een kweekboek.
6. Let op bevederingstructuur, grondkleur/tekening en/of schimmelfactor.
7. Weet wat je kweekt en lees de standaarden van die vogels.
8. Kweek niet te snel nieuw bloed in, tenzij noodzakelijk.
9. Blijf je vogels vergelijken op tentoonstellingen met andere toppers in deze soort.
10. Sluit jonge vogels met een levervlek in het nest altijd uit voor verdere kweek.

Beste kanariekwekers,

Ik hoop dat dit artikel de stamkweek voor u verduidelijkt. Het lijkt misschien wat ingewikkeld, maar ik weet zeker dat het de moeite waard zal zijn zodra u ermee begint. Hoe eerder u begint, des te sneller zult u goede vogels kweken met een sterke stam voor de komende jaren. Maak alvast een begin in het komende kweekseizoen, doe het in overleg en doordacht, weet wat u wilt (niet te veel soorten), en onthoud dat een strenge selectie en een goed kweekboek, samen met stamkweek, de kortste weg naar succes vormen.

Wout van Gils

De lijnenteelt of stamkweek

De lijnenteelt of stamteelt.

Deze kweekmethode is niet alleen voor mij, maar ook voor veel liefhebbers de enige en beste manier om succesvol te zijn in het kweken van kanarievogels. Alle verborgen factoren, zowel de goede als de minder goede of slechte, komen op deze manier het snelst tot uiting. Bontheid, vormfouten, gedragsstoornissen, pigment- en kleurbeïnvloedende factoren, bevedering, enzovoort, komen snel naar voren. Het is aan de liefhebber-kweker om deze goede eigenschappen vast te leggen en later te gebruiken om ze te verankeren in de te kweken vogelsoort of kleurslag. Een goed kweekboek met nauwkeurige observaties van de vogels is hierbij essentieel.

Vaak wordt gezegd dat ervaren kwekers trucs gebruiken. Hoewel ik niet zal erkennen dat sommige kwekers trucs gebruiken, geloof ik dat dit eerder betrekking heeft op andere aspecten dan op het vlak van erfelijkheid. Kwekers die doordacht te werk gaan, goed nadenken over welke vogels ze gaan kweken, begrip hebben van de erfelijke factoren van de vogels en hun kennis en gevoel inzetten, zullen de snelste weg naar succes hebben. En hoe doen ze dat? Heel eenvoudig, door lijnenteelt of stamkweek.halfzijder.jpeg

Wat is een stam:

Een stam is een groep vogels afkomstig uit een populatie vogels die enige mate van verwantschap met elkaar hebben in afstamming. Het is een zorgvuldig geselecteerde groep vogels die weinig verschil vertoont in hun erfelijke overdracht. Het zogenaamde verdringingskruisen heeft geleid tot het verdwijnen van de meeste ongewenste eigenschappen, waardoor alleen de gewenste eigenschappen (zoals kleur en vorm) overblijven. Een stam moet een waar kleurbeeld vormen, zowel in gedrag, houding als vorm.

Bij het opzetten van een stam is het vanaf het moment dat de vogel uit het ei komt essentieel om alles goed vast te leggen in een nauwkeurig kweekboek. Zowel de goede als de slechte eigenschappen moeten worden genoteerd om ze later uit te kunnen sluiten. Voorkomen is immers beter dan genezen.

Systeem van de stamkweek (lijnenteelt):

Altijd vogels aanschaffen bij een erkende kweker in de gewenste kleurslag, waarvan men zeker weet dat er al een goede selectie heeft plaatsgevonden. Controleer de gegevens van deze vogels via het kweekboek van de verkoper, inclusief informatie over verervende factoren en de mate van verwantschap. Start alleen met onverwante kwaliteitsvogels, zowel man als pop, die zuiver verervend zijn, een goede bevederingsstructuur hebben, en een goede houding en gedrag vertonen.

De kweker:

Ongeacht de kleur of soort vogel waar je enthousiast over bent, kleurkennis van de vogelkweker is een eerste vereiste. Zonder deze kennis is weinig te bereiken. Daarom mag de standaard kleurkanarie bij geen enkele kweker ontbreken. Met deze kennis kan men beginnen met het opzetten van de lijnenteelt.

Welk systeem toepassen?

De meest verwante en niet direct aan te bevelen voor een beginner is de koppeling van broer en zus. Dit is de kortste weg om in de nakweek snel goede of slechte eigenschappen te selecteren en vast te leggen. Deze methode kan alleen worden toegepast bij kerngezonde, sterke en goed uitgeselecteerde vogels.

Een veelgebruikte methode is de Patrokliene methode (vadergelijkend) en de Matrokliene methode (moedergelijkend). Beide methoden volgen een stappenplan dat over vier jaar loopt, waarbij de beste exemplaren worden teruggekoppeld aan de stamvader of -moeder.

1 Jaar: Een MAN (stamvader) koppelen aan 2 à 3 betrouwbare poppen.
2 Jaar: De mooiste en beste dochters terugkoppelen aan de stamvader.
3 Jaar: De mooiste poppen uit het tweede jaar koppelen aan de stamvader.
4 Jaar: De nakweek van het derde jaar onderling koppelen.

Opmerking: Tot het vierde jaar is het maximum wat je verantwoord uit de kleurkanarie kunt halen.

De Matrokliene methode:

Deze methode kunnen we starten met vogels uit het tweede jaar van de patrokliene methode. Hierdoor krijgen we twee lijnen:
– A – Lijn 1: Vadergelijkend = Patrokliene methode.
– B – Lijn 2: Moedergelijkend = Matrokliene methode.

1 Jaar: Stammoeder pop koppelen aan een goede en betrouwbare man uit het eerste jaar van de patrokliene methode.
2 Jaar: De mooiste man uit het tweede jaar terugkoppelen aan de moeder van het tweede jaar.
3 Jaar: De mooiste man van het derde jaar terugkoppelen aan de stammoeder of aan de mooiste poppen uit het tweede jaar.
4 Jaar: We bezitten nu twee lijnen (gelijk aan de patrokliene methode), waar de goede, mooie, grote, sterke jongen uit het derde en/of vierde jaar onderling gepaard worden. En dan beginnen we weer opnieuw met het vormen van twee lijnen. Uiteraard kan men ook nog nieuw bloed introduceren en nog een extra lijn opzetten. De methode blijft hetzelfde, maar blijf wel alles goed vastleggen. Succes is verzekerd bij het opzetten van je stam.

Besluit:

Op deze manier kan in korte tijd een uitstekende stam (lijn) worden opgezet, mits vrij van ziekten en tegenslagen. Het gebruik van nieuw bloed na elke opbouw is optioneel, maar kan verfrissend werken. Let altijd op de dominerende factoren. Ik wens je succes met de beschreven lijnenteelt, en herinner je eraan je kweekboek goed bij te houden.

Wout van Gils.

Broedrijp maken van kanaries

man pop

Man                                                          Pop

Het broedrijp maken van man en pop.

Inleiding: Een van de mooiste momenten in onze kanariesport is het kweken met onze vogels. Veel mensen halen hier het grootste plezier uit, en dat is begrijpelijk. Als we die vogeltjes zien nestelen, eieren leggen en vervolgens uitbroeden, gaat ieders hart sneller kloppen. Elk jaar staan we weer vol bewondering voor dit nieuwe leven. Als dit het grootste plezier is, dan geldt ook dat het de grootste teleurstelling kan zijn als het niet verloopt zoals we verwachten. Mensen denken vaak dat alles volgens hun vooraf bepaalde plan moet verlopen, maar vogels houden zich daar niet altijd aan. Kortom, het blijft steeds een uitdaging!herken1

Als we ons realiseren dat we te maken hebben met levende wezens en dat we niet alles naar onze hand kunnen zetten, zijn we al een stap verder. Tegelijkertijd kunnen we ervoor zorgen dat een aantal zaken goed geregeld zijn. Denk bijvoorbeeld aan de voedermethode. Het is belangrijk om te weten hoe de vorige eigenaar zijn vogels voerde, welk voer hij gebruikte, enzovoort, wanneer u nieuwe vogels aanschaft. Licht speelt ook een zeer belangrijke rol. Hoewel meer licht niet erg is, kan een plotselinge afname van de lichtduur ernstige gevolgen hebben. Onregelmatige lichtduur en het willekeurig in- en uitschakelen van de verlichting gedurende de dag zijn niet bevorderlijk. De vogels kunnen gemakkelijk in de rui vallen, en vogels die ruien hebben wel wat anders te doen dan aan voortplanting te denken. Voortplanting is voornamelijk een kwestie van hormonen, en die zijn tijdens de ruiperiode heel anders dan wat nodig is voor succesvolle voortplanting.

pop broed

Hoe gaan we te werk: Broedrijp maken, staat er boven dit stukje. Dat betekent dat we er wel invloed op kunnen uitoefenen. Allereerst moeten we weten wanneer we willen beginnen met de kweek. Een goede voorbereiding is al de helft van het succes. Als we optimaal willen kweken met onze vogels, hebben we een lichtduur van ongeveer 15 uur nodig. Geef nooit meer dan 16 uur licht, omdat dit schadelijk kan zijn voor onze vogels. De meeste kwekers verhogen de daglengte van vandaag op morgen tot 14 à 15 uur. We moeten echter rekening houden met de overschakeling naar het zomeruur (eind maart).

Het voordeel van deze methode is dat de vogels snel in conditie komen en het opgebouwde vetlaagje op een natuurlijke manier verdwijnt, omdat ze plotseling meer tijd hebben en dus ook meer energie verbruiken. Omdat mannen over het algemeen meer tijd nodig hebben dan poppen, moet hiermee goed rekening worden gehouden. Zorg ervoor dat de mannen minstens veertien dagen eerder dan de poppen in broedconditie komen. Dit geldt ook voor het aantal lichturen.

Natuurlijk kunnen de lichturen ook geleidelijk worden verhoogd, maar dan moet je er rekening mee houden dat het tijdsverschil over een periode van ongeveer zes weken wordt overbrugd, met wekelijks een aantal extra uren. Ook dan hebben mannen vaak iets meer tijd nodig dan de vrouwtjes.

Sommige kwekers doen het helemaal natuurlijk en wachten gewoon op de natuurlijke gang van zaken. Dit is ook mogelijk, maar dit zijn meestal liefhebbers die voor hun plezier kweken in bijvoorbeeld een volière, wat natuurlijk ook een mooie vorm van onze hobby is. Iedereen maakt zijn eigen keuze hierin. De meeste kwekers die in kweekbakken werken, starten echter met kunstlicht.

Instellen van lichturen:

Dit is natuurlijk de keuze van de liefhebber zelf, hoe hij wil gaan kweken en wanneer. De verlichtingsmethode hoeft tegenwoordig geen probleem te zijn, er zijn veel goede verlichtingsapparaten te koop die we in onze kweekruimte kunnen gebruiken. Koop er uiteraard een met een dimmer. Het is logisch dat het licht niet direct mag uitgaan; dit moet langzaam gebeuren. De reden hiervoor zal wel bij iedereen bekend zijn.

Dan het voeren. In de winterperiode hebben we het aantal keren dat we eivoer geven natuurlijk verminderd in vergelijking met de kweekperiode. Een à twee keer per week is dan voldoende. Het zaad moet in de winter de hoofdzaak blijven voor onze vogels. Maar nu gaan we dat weer wat opvoeren. Elke week een dag meer, zodat we aan het eind van de periode om de twee dagen eivoer verstrekken. Natuurlijk geven we ze in de winter ook wat anders: brood, gepelde haver, negerzaad, wat wildzaad, hennepzaad, en natuurlijk regelmatig een stukje appel of sinaasappel. Houd er rekening mee dat vogels een rustperiode nodig hebben. We moeten goed en voldoende voeren, maar niet te zwaar. Zeker niet zo dat daardoor de voortplantingsorganen worden gestimuleerd (overdreven hennep, negerzaad, etc.). Het eivoer kunt u vermengen met wat fijn gemaakte appel. Sommige kwekers hebben hiermee goede resultaten behaald. Het voer wordt er smeuïger en ruller door. Dat rul maken kan ook worden bereikt door wat water toe te voegen. Ook uitgeperste sinaasappels of een andere vloeibare substantie worden gebruikt. Let goed op de kiemen als het zaad kiemt. Ze moeten niet te groot worden, het is geen groenvoer. Pas ook goed op voor schimmels. Spoel het zaad zorgvuldig na het kiemen. Het gekiemde zaad kan het best worden bewaard in de koelkast. Het voordeel is dat het kiemproces dan langzamer zal verlopen. Maar het kan niet genoeg gezegd worden: kiemzaad is goed, maar gebruik het zoals de naam zegt, alleen de kiem, en niets anders, zo klein mogelijk!

Wat zeker niet vergeten mag worden tijdens het broedrijp maken is regelmatig wat tarwekiemolie onder het eivoer te mengen. Zorg er ook voor dat de vogels voldoende mineralen, sepia en vogelgrit tot hun beschikking hebben. Zoals eerder gezegd, hebben poppen minder tijd nodig om in broedconditie te komen. Ongeveer drie weken voor de gewenste startdatum geeft u de poppen net zoveel licht als de mannen op dat moment hebben. Er treedt als het ware even een schok op, maar gezonde poppen halen de mannen gemakkelijk in. Hou er uiteraard rekening mee dat de vogels in goede conditie zijn en minstens 9, liever 10 maanden oud zijn.

Plaatsen van vogels in de broedkooi:

Ook hierover zijn de meningen verdeeld, maar de meesten onder ons plaatsen de mannen eerst. Controleer of de man al een voldoende vergrote tap heeft die verdikt van achteren is en wat smal uitloopt naar voren. De poppen moeten een redelijk kaal onderlijf laten zien (broedvlek) en een stomp onderlijf; er mag geen twijfel zijn of het nu een man of pop is, want dan is de vogel duidelijk nog niet in broedconditie. Voordat we de vogels in de broedkooien doen, controleren we eerst de nagels en de snavel. Als die te lang zijn, knippen we ze even bij. De vogels zouden elkaar ermee kunnen irriteren, en beschadiging van de eieren is niet ondenkbaar. De broedgelegenheid is al schoongemaakt na de vorige kweekperiode. Nu moeten we ze ontsmetten en voorzien van een luiswerend middel. Ontsmetten is heel iets anders dan bestrijden. Ontsmetten kan worden gedaan met chloor, ammonia, Dettol, halamid; iedereen maakt hierin zijn eigen keuze. Schoonmaken kan met wat zeep. Ontsmetten doe je tegen virussen, andere ziekteverwekkers, luizen, enzovoort, en dit voor een langere periode; kortom, je bestrijdt voor de gehele kweekperiode. Daarnaast moeten we preventief een behandeling geven tegen luizen. Luis is aartsvijand nummer één van veel kwekers, maar er zijn tegenwoordig goede middelen verkrijgbaar. Maar nogmaals, bestrijden is een must! Om luizen te weren behandelen we de zitstokken, vooral de uiteinden, en de nestgelegenheid goed. Ook de wanden, kieren en vloeren van de broedkooi worden onder handen genomen. Met een spuitbus kunnen we goed ons werk doen. Natuurlijk moeten we gedurende de hele kweekperiode altijd opletten of er toch nog luizen verschijnen. Zeg nooit: dat gebeurt bij mij niet! Hoe sneller we erbij zijn, hoe beter we het kunnen bestrijden. Luizen zuigen bloed bij de vogels, en vooral bij de kleintjes kan dat al snel de dood tot gevolg hebben. Zij hebben nog zo weinig om zich te verweren. Dus blijf zorgen voor een goede hygiëne, voeding, observatie en leeftijd van je vogels; dit is het begin van het succes van je komende kweek.

Wout van Gils

Eivoer geven en in welke periode

Providing egg food: How and in what period?

Our birds are seed eaters, and generally the seeds available are of good quality. These mixed bird seeds form the basic food for seed-eating bird species. Since these seeds are rich in phosphorus and relatively poor in lime, it is necessary to always add grit and shell sand in the breeding rooms and aviaries. This way, the birds can absorb lime themselves as needed. The need for lime and phosphorus varies during different times of the year. To ensure that all the necessary building blocks from dietary protein are sufficiently present, we provide egg food during those specific periods. Egg food provides both animal and vegetable proteins. The need for animal protein is well known, but it is also essential to supplement with the necessary amino acids, as seed mixtures fall short in this regard. A good egg food should supplement these deficiencies and guarantee optimal growth and vitality in all circumstances. Although commercially available eggfood is usually good, many breeders add additional ingredients, despite contradictory claims from manufacturers.

Periods of Egg Feeding:Red mosaic type 2

How much and when to give egg food?

A common misconception is that egg food can always be given in abundance because it is good for birds. As mentioned earlier, we provide egg food during the periods when our birds need it. The amount of egg food varies considerably per period.

The Molding Period:

During this phase, birds clearly need daily portions of egg food to form their plumage for winter. Amino acids, vitamin B6, sodium, and other nutrients abundant in seed mixtures are needed for this. The amount of egg food given must be adjusted to daily consumption; what is offered in the morning must be gone by the evening. Remnants indicate over-dispensing. A successful molt requires both a balanced seed mixture and daily egg food provision.

The Rest Period:

In this phase, when birds are not moulting and their feathering is good, we provide some egg food no more than 2-3 times a week. Seed should remain the main food, with occasional natural vitamins such as apple pieces. The amount of egg food given should be one cup consumed in a morning. Leftover egg food in the afternoon indicates excessive provision, which can negatively affect the condition of the bird.

The Breeding Period:egg food

During the breeding period, birds need sufficient seed and an ample supply of egg food, depending on the size of the family. Daily fresh egg food provision, both in the morning and in the evening, is essential. The bowl must be virtually empty at each feeding, otherwise too much will be given. During incubation it is better not to provide egg food, but egg food can be started carefully one or two days before hatching. The key is daily freshness.

Wout van Gils

Correct omgaan met de lichturen

tl lamp

Hypofyse: Het reactieorgaan op licht.

Inleiding:

In mijn artikel “Licht en temperatuur” heb ik al benadrukt hoe belangrijk het is om verantwoord om te gaan met het aantal lichturen, zowel tijdens de vroege kweek als om bepaalde vogels in optimale conditie naar een tentoonstelling te brengen. In dit artikel wil ik even stilstaan bij een belangrijk orgaan van onze vogels, namelijk de Hypofyse. Dit orgaan speelt een cruciale rol voor onze vogels. In de korte dagen van de winter moeten we onze vogels goed verzorgen. Ze moeten in deze korte dag (ongeveer 9 lichturen) voldoende voedsel tot zich nemen om genoeg brandstof te hebben voor de 15 uur rusttijd (donker). Je zult zien dat vogels hier enorm hun best voor doen, vooral tijdens de schemering, zowel ‘s ochtends als ‘s avonds. Ze blijven zo lang mogelijk aan de voerbak om voldoende voedsel binnen te krijgen voor de nacht. Eerlijk gezegd hebben veel kweekhokken en volières slechts minimaal invallend licht, wordt het snel donker, en krijgen de vogels mogelijk ‘s ochtends en ‘s avonds misschien een half uur minder licht, waardoor het slechts 8 uur per dag is in plaats van de normale 9 uur. Het is duidelijk dat deze vogels zonder extra kunstlicht veel later in broed- of kweekconditie zullen komen vanwege minder en later invallend licht. Een kleine tip om over na te denken.

Algemene informatie:

Kanariekwekers weten maar al te goed hoe belangrijk het aantal lichturen is voor kanarievogels. Bij het houden en kweken van vogels is het resultaat sterk afhankelijk van de lengte van de dagen, oftewel hoe je omgaat met het aantal lichturen voor je vogels. Het orgaan dat dit regelt bij vogels, de “hypofyse”, zal elke vogelliefhebber wel kennen of er tenminste van hebben gehoord. Dit orgaan reageert op signalen uit de natuur, in dit geval het aantal lichturen. Een langer lichtsignaal activeert de geslachtsorganen; de man gaat meer fluiten en krijgt een verdikte tap, terwijl de pop langzaam in broedconditie komt. Bij het korter worden van de dagen (lichturen) gebeurt dit in omgekeerde volgorde. Vogels raken uit conditie en krijgen signalen om bijvoorbeeld hun verenkleed te veranderen (ruien). Kortom, licht heeft een enorme invloed op het gedrag van onze vogels, en we moeten er verstandig mee omgaan.

In de natuur:

In het vroege voorjaar, zelfs als het nog koud is, merk je aan vogels in de tuin dat de dagen beginnen te lengen. De vogels gaan wat met elkaar vechten, maar wat vooral opvalt, is dat de vogels beginnen te fluiten en agressiever worden. Iets later beginnen sommige vogels al met het maken van een nest, en er worden zelfs hier en daar al eieren gelegd. Zelfs als het nog wat koud of nat weer is, worden sommige vogels zo gestimuleerd door de lengte van de dagen dat ze snel overgaan tot voortplanting. Dit geeft duidelijk aan dat de hypofyse reageert op de lengte van de dagen en minder op de temperatuur. Het is belangrijk dat wij als kwekers hierop inspelen en ermee omgaan. Vogels kunnen hier zelf niets aan doen, zeker niet als we kunstlicht gebruiken.

De lichturen:

Het normale aantal lichturen voor vogels waarmee men gaat kweken ligt tussen de 14 en 15 uur per dag. Deze uren komen overeen met de volle kweekperiode in de natuur, die dan ook wordt verlicht gedurende dit aantal uren (juni), opgemerkt moet worden dat dit ook de langste dagen van het jaar zijn. Daarom hebben wij als kwekers voor de vroege kweek tussen de 13 en 15 lichturen. Andere kwekers laten de natuur zijn gang gaan en wachten de datum af, zoals we die vroeger kenden, namelijk rond 19 april (13 uur licht).

De lichturen per maand:

In de bijgevoegde grafieken zijn de lichturen aangegeven zoals ze zouden moeten zijn tijdens een normaal seizoen. Het kan natuurlijk iets afwijken, bijvoorbeeld bij erg donker en slecht weer in het voorjaar, maar het laat zien hoe de lichturen verlengen of inkorten. Hier kunnen we op inspelen met onze tijdklok, afhankelijk van de methode die je kiest om je vogels in conditie te brengen. Je ziet ook in de grafiek hoe mooi dit in elkaar past als je de cyclus volgt voor zowel dag- als nachturen. De natuur heeft het erg goed geregeld. Het is aan ons kanariekwekers, en zeker zij die vroeg beginnen, om dit op een zo natuurlijk mogelijke manier te benaderen.

Aanpassingen aan de omgeving:

Om hierop in te spelen, zijn er tegenwoordig uitstekende verlichtingsdim- en regelsystemen te koop, samen met bijpassende lampen. Deze mogen echter ook niet te fel zijn. Laat je hierover goed informeren, vooral over de lichtsterkte.

hypofy1

hypofy2


Overzicht lichturen per maand :

Dag urenMaandNacht uren
10Januari14
11Februari13
12Maart12
13April11
14Mei11
15Juni9
15Juli9
13Augustus11
12September12
11Oktober13
10November14
9December15

De vroege kweek:

Er zijn al veel artikelen geschreven over dit onderwerp, dus ik zal hier niet al te uitgebreid op ingaan. Hierboven staat duidelijk vermeld waar we rekening mee moeten houden. In het kort komt het erop neer dat elke kweker zijn eigen voorkeur heeft. Bij het opvoeren van het aantal lichturen zijn er drie hoofdmethoden: de “DIRECT” functie, de “GEREGELDE” functie en de “NATUURLIJKE” functie. Ongeacht welke functie je kiest, zorg ervoor dat je vogels ongeveer 10 maanden oud zijn, gezond en levendig. Bij het gebruik van de Directe en Geregelde functie is een tijdklok met dimmer noodzakelijk, en deze zijn in diverse vormen en maten verkrijgbaar.

De Directe Functie:

Deze functie wordt gebruikt door vroege kwekers die al beginnen in januari. Bij deze methode verhoogt men het aantal lichturen direct naar 13 uur en voegt men ongeveer 10 dagen later nog een uur toe, zodat het totaal op 14 uur komt. Dit doet men ongeveer vier weken voor de datum van het koppelen. Men kan dit combineren met een lichte temperatuurverhoging, maar dit is niet direct noodzakelijk. Let bij het instellen van de tijdklok erop dat er nog een uur moet worden verzet, en het licht aan is wanneer je ‘s ochtends moet gaan voeren. Na deze periode van lichturen plaatst men de mannen in de kweekhokjes (ruimte), afhankelijk van de methode die je gebruikt voor het kweken van je vogels. Een extra stimulans voor de mannen kan zijn om enkel popjes in de buurt te plaatsen die ze kunnen zien en horen. Ongeveer tien dagen later kunnen de popjes worden toegevoegd, en een week later kan men het nest en nestmateriaal toevoegen. Het is opmerkelijk dat de mannen iets meer tijd nodig hebben om in conditie te komen met deze methode dan de popjes. Vogels blijven normaal gesproken maar ongeveer vier maanden in broedconditie; daarna zullen ze niet meer bevruchten of minder vaak eieren leggen en hun jongen mogelijk niet meer voldoende voeren. Een klein nadeel van deze methode is dat vogels iets eerder in de rui vallen, maar dit hoeft geen probleem te zijn bij een normale en succesvolle kweek.

De Geregelde Functie:

Deze functie voert het aantal lichturen systematisch op met de tijdregelaar over een periode van ongeveer zes weken, van 9 daglichturen naar 15 uren daglicht, zowel bij de mannen als bij de poppen. Het probleem dat de mannen hier iets achter blijven, is hier minder aanwezig. Het koppelen is verder afhankelijk van de keuze die je als kweker maakt, en dit staat beschreven in de Directe Functie.

De Natuurlijke Functie:

Hier valt eigenlijk weinig over te schrijven; de natuur regelt het voor je. Meestal hebben kwekers die in een volière kweken hiermee te maken, of zij die bewust kiezen voor een late kweek, uiteraard ook in broedkooien. De koppeldatum ligt dan rond 19 april/mei. Let wel op dat ook de vogels in een kweekruimte voldoende lichtinval hebben, omdat dagelijks ongeveer 45 minuten minder of te weinig licht ‘s ochtends en ‘s avonds veel invloed kan hebben op het snel in broedconditie komen.

Besluit:

Het belang van licht voor onze vogels is nu duidelijk. Licht kan het natuurlijke ritme zowel versnellen als vertragen. Een tekort aan lichturen kan funest zijn, maar te veel lichturen zijn ook zeker ongunstig. Hierdoor kan de vogel uit zijn ritme worden gehaald, en wie kent niet de zogenaamde “Stokrui”. Houd altijd rekening met het feit dat een vogel ongeveer vier maanden in voortplantingsconditie kan blijven. Daarna beslist moeder natuur opnieuw. Ook al werken we zelf aan onze omgeving, in de vorm van ons aantal lichturen, de natuur bepaalt uiteindelijk. Spring er dus verantwoord en verstandig mee om. Hoe je het ook draait of keert, het “NATUURLIJKE” ritme is een vaststaand gegeven. Na de kweektijd komt een ruiperiode en daarna de welverdiende rustperiode. Wij moeten zorgen voor de omgeving met al zijn facetten: voer, ruimte, water, etc. Maar bovenal moeten we goed en verstandig omgaan met het aantal lichturen omdat we de natuur nabootsen en onze vogels hier alleen maar op reageren. Ik hoop dat dit artikel hieraan bijdraagt.

Succes.

Wout van Gils.

 

 

 

Het nest en nestmateriaal

voeren

Inleiding:

Wanneer onze vogels broedrijp worden, vertonen ze vaak opvallend gedrag. Het mannetje begint krachtig te fluiten, staat hoog op de poten en vertoont vrij agressief gedrag. De pop begint pluimpjes te verliezen, er vliegt hier en daar al een uitgevallen vleugelpen rond, enzovoort. Kortom, er zijn verschillende signalen die wijzen op het aanstaande broedseizoen, dat voorafgaat aan het maken van een nest door de vogels. In dit artikel wil ik kort enkele mededelingen doen over dit proces, omdat het soms mis kan gaan, zowel bij het bouwen van een nest als bij de keuze van de nestlocatie en het nestmateriaal.

Opstellen van het nest:

Wanneer de pop in de kweekkooi wordt geplaatst, is deze uiteraard goed ontsmet en behandeld met een product dat eventuele ongedierte gedurende de kweekperiode buiten houdt. Er zijn verschillende methoden, maar het is essentieel dat het grondig wordt gedaan. Het opstellen van het nest is de plaats waar de kweker het nest plaatst, bij voorkeur aan de voorkant buitenkant van de kooi. Als er geen speciale broedhokjes zijn, hang dan het nest aan de binnenkant, maar ook aan de voorkant tegen de tralies aan. Dit bevordert een betere luchtcirculatie dan aan de achterkant van de kooi. Bovendien zal de pop rustiger zijn tijdens het broeden als ze vooraan zit, omdat ze snel vertrouwd raakt met je handelingen. Het is ook handig bij het controleren van jongen, omdat ze dan langer in het nest blijven. Plaats het nestbakje altijd voorin de kooi. Soms kiest de pop een andere locatie, zoals de zaadbak. In dat geval kun je de zaadbak weghalen, enkele dagen op de grond voeren, en de pop zal dan een andere door jou aangewezen nestlocatie kiezen. Let op dat als je kweekt met vogels met rode ogen, het nest voorin moet worden geplaatst, maar zo dat er geen fel licht of direct zonlicht invalt, omdat deze vogels daar niet tegen kunnen en de kans op oogontsteking toeneemt, evenals het risico dat de pop niet voert.

Materiaal van het nest:

Nestbakjes zijn verkrijgbaar in allerlei vormen en kleuren, alles is goed, zelfs als je ze zelf maakt. Er zijn echter enkele opmerkingen die ik hier wil maken. Als je plastic kommetjes gebruikt, zorg er dan voor dat er iets op de bodem ligt of is geplakt, anders kan het nestje gemakkelijk verdraaien met alle gevolgen van dien. Of je nu wel of geen kunstnestje gebruikt, zorg ervoor dat ze jaarlijks goed worden schoongemaakt voordat je ze opnieuw gebruikt. Het voordeel van deze nestjes is dat je minder nestmateriaal nodig hebt en meestal een stevig nest krijgt. Als je de pop zelf een nest laat maken, kun je verschillende soorten nestmateriaal kopen, zoals katoendraadjes, sisaldraadjes, uitgeplozen touw, enzovoort. Zorg ervoor dat deze draadjes niet langer zijn dan 5 à 6 cm en controleer dit regelmatig om te voorkomen dat een vogel zich verstrikt in te lange draadjes. Spuit nooit het te gebruiken nestmateriaal in met een luizendodend middel, omdat de pop dit in de bek pakt en de kans op infectie groot is. Als je toch wilt spuiten, gebruik dan een minder sterk middel en breng dit heel licht aan aan de onderzijde van het gemaakte nestje, maar wees voorzichtig, overmatig gebruik kan schadelijk zijn.

Controle van het nest:

Zodra het nest gereed is, is het aan te bevelen het na te behandelen met een kapotte gloeilamp door deze enkele malen door het gemaakte nestje te draaien, zowel linksom als rechtsom. Hierdoor wordt het nest mooi glad en stevig. Na enkele dagen zal de pop haar eitjes gaan leggen. Omdat het nestje voorin de kooi hangt, is het eenvoudig te controleren, wat belangrijk is om mogelijke problemen tijdig te signaleren. Ondanks goede zorg bestaat de kans dat er eitjes vast komen te liggen. Bij regelmatige controle kun je dit op tijd opmerken en herstellen door de lamp enkele malen door het nestje te draaien. De pop zal de rest van het broedproces vanzelf regelen, en bij een gezond broedsel liggen de eitjes met de spitse punt naar elkaar toe.

Succes!

Wout van Gils.

 

Tijdens broed opletten en controleren

It is also important to remain attentive and monitor during breeding.

Introduction: The breeding season is always a wonderful and exciting time for bird watchers. We have already had a long period of purchasing birds, the winter period, and certainly not to forget the preparation period. We have thoroughly cleaned our breeding lofts and treated them against pests for a longer period. After all this is done, the breeding period begins, and we wait with anticipation for the first eggs of our birds.blood mite

The nest and the eggs:

In the morning the pupa lays an egg every day, which is immediately noticeable when you see an egg that is well developed, nice in size and shape, and already reveals something about the condition of the pupa. After a few days this will become even more noticeable. Pupae in good condition will also have a large clutch, usually 4 or even 5 eggs. If so, it indicates that all is well until then. One can choose to collect the eggs or leave them, depending on personal choice. Collecting is not necessary, and in recent years it has been found that eggs that have not been collected show little or no difference. Read the following article about this. If you decide to collect eggs, you return the eggs after the fourth egg. Before returning the eggs, the nest is carefully checked again. I would recommend inspecting the nest several times using an old lamp so that the nest looks solid and round; this is very important.
pop brood

Also check during incubation:

It is precisely at this point that I am writing this article. Many fanciers leave their birds alone while breeding, and that is how it should be. But continuing to check is essential if you don’t want to be confronted with disappointments. That is why I recommend that you continue to check the nest and eggs regularly and intervene if necessary. But what else could go wrong? Some may wonder. I will briefly mention these points.

1. If you regularly see nesting material on the bottom of couples that breed together, remove the male, he becomes too aggressive and there is a good chance that the eggs will be damaged or the female will stop incubating.
2. If you do alternate breeding, pay attention to the female when you remove the male. Some pupae may grieve and stop breeding. If you see this, quickly replace the man; the nest can still be saved.
3. Check the eggs during incubation. If they are not properly attached, you will be too late and the young will die if they are not properly or sufficiently turned by the pupa.
4. It is also possible for eggs to become stuck in feces, for example by the man. In that case, the eggs also become stuck, resulting in their death.
5. If the eggs are unfertilized, allow the pupa to incubate for another ten days. She needs rest after the effort of making and producing the eggs.
6. Also regularly spray the eggs with a little lukewarm water if the birds cannot handle bath water themselves.

Conclusion: By checking regularly, many nests and/or eggs will be saved, which will then certainly produce young ones. I therefore recommend that you do this regularly. Pay close attention to your brood; a healthy fertilized brood usually has eggs with their pointed tips facing each other. Wishing you a successful breeding.

Wout van Gils

Gevaar van Roodsteen en andere Gritsoorten

Danger of Redstone and other Grit types

Here is a brief report on the problems in my 2011 breeding, especially in the first round, where only one egg was laid and then nothing. Fortunately, I was able to find the cause, and although some issues remain unanswered, fortunately recovery was complete by the second round, which this report confirms.

My first round went completely wrong. I paired 65 pairs, and within a week I had 60 litters. The preparation must have been perfect, otherwise the birds will not build nests and so on. After a few days, 53 pairs had laid a nest and ONE egg. The next day I went to collect eggs again, and to my surprise, almost all the females that had laid an egg had not laid anything. This was strange and I quickly got scared. The next day I went to take a closer look and sure enough, what I feared was true: again nothing had been settled. With tears in my eyes I started looking for the cause, called for days and searched the internet for hours, but found nothing, or at least something about redstone!

Then I woke up. When buying 25 kg of grit I noticed that this grit was red. Unfortunately, I didn’t notice this until I had provided it to my birds. Until I found an article on the internet that stated how harmful too much redstone can be for small songbirds. Then I analyzed the grit further and discovered that there was almost no oyster grit and stomach gravel mixed in. This must have been the mistake. An excess of redstone, combined with a shortage of oyster grit, has stagnated the calcium production in the birds, with the result that the birds could only produce one egg.

I immediately threw away all the old grit, bought new sustainable one and gave it to the birds. And what I hoped happened: the birds made nests again and laid beautiful eggs, some even with 6. Unfortunately, about 6 pupae were so disordered that they no longer did anything. All in all, this joke cost me about 100 birds. Fortunately, I managed to grow well in the second round and entered a third round with a large number of them, which all went reasonably well. I was still able to breed about 190 birds.

It is also important to know that redstone has an influence on the intestinal system; it causes lazy bowels, and that’s not good either. It has the same effect, but greater, as charcoal that is also given by some growers.

Conclusion: I will never buy grit for bargain prices again. Some redstone is allowed, but too much is completely out of the question. Redstone consists of ground flower pots, roof tiles, decorative pots, clay pots, and so on. This contains many substances that are less good for our birds and more suitable for larger fowl. I think that’s where I went wrong too. Did I purchase the wrong bag? Or was a bag created incorrectly? These are all questions that I cannot answer. I do know one thing: I try to exclude redstone as much as possible. From now on I will buy good oyster grit and mix stomach gravel with it. In other words, an excess of redstone in combination with a shortage of oyster grit has stagnated calcium production in the birds, with the well-known consequence.

You see, you are never too old to learn (or should you pay more attention to your purchases?). And of course I can’t prove it, but the observation and the major improvement after using different grit have convinced me. That’s why I’m sending this article around to make other growers aware of this problem. Good luck with your birds.

Wout van Gils

Tip 22 : Voorkom Lever vervetting

Beste Rood- en Geelkwekers,

sedochol

Aandacht alstublieft. Ik hoef u zeker niet meer te vertellen hoe belangrijk het is om uw vogels goed te voeren met rode kleurstof en cantaxanthine. De standaard vereist diepgekleurde vleugel- en staartpennen. Dit dwingt de kweker enigszins om meer kleurstof toe te dienen. Ja, al bij het begin van het nestbouwproces geeft men kleurstof, e

n zelfs voedt men de eerste dagen nog bij met een voederspuitje. Dit alles brengt de lever van de vogel in gevaar, met alle gevolgen van dien. Sedechol helpt wel enigszins tegen een overbelaste lever, maar het kan zeker niet als ideaal worden beschouwd.

 

Toch is er een manier om leververvetting te voorkomen, en dat doet men als volgt. Geef de vogels de kleurstof die u nodig acht om ze goed op kleur te krijgen. Geef gedurende 5 dagen deze kleurstof, te beginnen bij het maken van het nest. Bijvoorbeeld, start op maandag en stop op zaterdag. Met andere woorden, 5 dagen kleurstof en 2 dagen geen kleurstof. U zult zien dat de lever aanzienlijk minder belast wordt. U heeft dan zelf zo goed als geen sedechol kuur meer nodig, en u krijgt gezonde vogels met een prachtige kleur. Wie kan daar iets op tegen hebben?

Ik wens u succes met deze tip.

Wout van Gils

 

 

Waar u op moet letten tijdens en na het ringen

 Het ringen is altijd een plezierige activiteit, nu de kuikens hun eerste kritieke fase hebben overleefd en zijn begonnen met het verzamelen van veren. Ringen worden meestal geleverd door de club of federatie waaraan je bent verbonden. Ze geven de naam van de betrokken club of federatie aan, het kweekjaar en het uitgegeven volgnummer.

Vanaf 2015 zal de ringkleur die is aangenomen door de Roller Canary Society voldoen aan de Europese (COM) zesjarige kleurencyclus, namelijk, 2015 violet, 2016 oranje, 2017 donkerblauw, 2018 rood, 2019 zwart, en 2020 pastelgroen. Deze praktijk zal ook in overeenstemming zijn met de benadering aangenomen door The Canary and Cage Bird Federation of Australia Inc.

Jonge rollerkuikens moeten worden geringd wanneer ze 5-6 dagen oud zijn. Er kunnen echter problemen ontstaan, zoals:

– Kuikens te laat of te vroeg ringen.
– Letsel opgelopen tijdens het ringen.
– Ouders die de jongen met ring uit het nest gooien.
– Ring die vast komt te zitten.

De meesten van ons zullen bovengenoemde gevallen herkennen en weten hoe deze het beste vermeden kunnen worden.

Hint: Naast het bovenstaande doe ik ook het volgende: voordat ik de jongen na het ringen terug in het nest leg, bedek ik de bodem van het nest met een beetje zaad. De ouders zullen aanvankelijk proberen het nest schoon te maken, maar vinden dit te arbeidsintensief en geven al snel op. Op deze manier wordt het zeer zeldzaam dat ouders hun pasgeringde kuikens uit het nest blijven gooien. Probeer het en zie zelf.

Gesplitste ringen

Onze nieuwe voorraad is gearriveerd en kan nu worden besteld bij onze secretaris, mevrouw Margaret Kuschel.

Beschikbare kleuren zijn: zwart, wit, lichtgroen, middengroen, roze, paars, lichtblauw, middelblauw, rood, bruin en oranje.

Verzorging tijdens de rui

Zorg tijdens de Rui

De rui is bekend bij elke vogelliefhebber en wordt herkend als een jaarlijks terugkerend evenement in het leven van zijn kanaries.

Een beginner hecht er aanvankelijk niet veel belang aan, maar merkt al snel dat er iets gebeurt met het verenkleed van zijn vogels. De rui is begonnen, en dit is een zeer belangrijke periode in het leven van zowel de vogels als wij liefhebbers. Een vogel die niet goed ruit, vertoont een tekort in zijn metabolisme en zal nooit 100% fit worden en kan niet verwacht worden uit te blinken. Tijdens de rui komen alle zwakke punten van de vogel aan het licht, maar ook alle goede eigenschappen, vooral wanneer je ziet hoe het verenkleed verandert en hoe prachtig de kleuren en tekeningen zijn geworden.

Aan de andere kant kan de gezondheid van de vogel hebben geleden en is de vogel niet goed door de rui gekomen of de bevedering en markeringen zijn niet aan de verwachtingen voldaan. Kortom, de rui belooft een interessante tijd voor zowel de vogel als de liefhebber.

De Rui

De rui begint normaal gesproken medio tot eind januari; dit hangt af van wanneer het broedseizoen is begonnen. Vroege broeders zullen hun vogels laten ruien voordat laatbroeders, die in oktober zijn begonnen. De natuur speelt ook een rol en je moet je fokken tijdig voltooien om de rui te laten beginnen en eindigen vóór het begin van kouder weer. De rui kan en mag niet worden afgedwongen, en de vogel heeft zijn energiereserves nodig om het succesvol af te ronden; het is gunstig voor de vogel als dit gebeurt bij redelijk weer. Onder voorwaarde dat aan deze voorwaarden wordt voldaan, zal de rui volledig zijn afgerond tussen 6 en 8 weken.

Jonge vogels zullen over het algemeen hun staart- en vleugelveren niet verliezen. Oudere vogels hebben het veel moeilijker omdat ze al hun veren moeten vervangen. Soms voel je zelfs medelijden met hun gehavende uiterlijk, maar met de juiste zorg zul je verrast zijn hoe snel de vogel herstelt. Mensen zeggen vaak dat een vogel in de rui niet echt ziek is, maar zeer vatbaar voor ziekten, vooral als ze tekortschieten in voedsel, mineralen en voldoende rust en kalmte. Een gebrek aan een van deze elementen kan uiterlijk worden waargenomen aan de hand van het uiterlijk van de veerschachten; het is daarom zeer belangrijk om een goede voeding te handhaven en de observatie voort te zetten.

Zorg tijdens de rui

Zoals hierboven beschreven, is het voor een goede rui noodzakelijk om een grotendeels constante temperatuur, lage luchtvochtigheid, frisse lucht, evenwichtige voeding en eivoer drie keer per week te handhaven. Het is ook zeer belangrijk om je volières niet te overbevolken; vogels hebben ruimte en rust nodig, en dit helpt ook verenpikken te voorkomen. Ook belangrijk is dat de zitstokken van elkaar gescheiden zijn, zodat vogels kunnen zitten zonder door anderen te worden gestoord. Distractions moeten worden verstrekt – hang kleine bosjes strengen van sisaltouw op of nog beter regelmatige trossen gierst. Voeg regelmatig vitaminen toe aan het drinkwater en supplementeer het voedsel van recessieve witte vogels met vitamine A.

Een andere aanbevolen maatregel is het wekelijks toevoegen van een halve ui. Het zal de vogels even duren om hieraan te wennen, maar eenmaal gewend, zullen ze ervan genieten en is ui van bijzondere waarde wanneer het tijdens de rui wordt ingenomen.

Bovendien kan twee of drie keer per week fruit worden aangeboden. Bied alleen genoeg aan om 2½ uur mee te gaan; langer kan ertoe leiden dat het fruit beschimmeld raakt met nadelige gevolgen. Een goede zaadmengeling moet altijd worden opgenomen en moet altijd voldoende beschikbaar zijn.

Meer recentelijk zijn verschillende bedrijven begonnen met het aanbieden van producten om vogels door hun rui te helpen.

Het is aan de liefhebber om ervoor te zorgen dat zijn vogels zonder blijvende gevolgen door de rui komen.

Baden en de rui

Ik heb opzettelijk vermeden het gebruik van baden tot nu toe te noemen om het belang van regelmatige baden te benadrukken. Tijdens de rui moeten baden minstens drie keer per week worden verstrekt, en eens per week moeten ook badzouten worden toegevoegd. Een andere aanbeveling is het gebruik van een goede bloemenspuitfles of verstuiver om de vogels enkele keren per week te benevelen (bovenop het gebruik van baden). De vogels vinden het heerlijk en het is niet alleen gunstig voor de vogels en hun veren, maar heeft ook een kalmerend effect op hen; dit laatste is bijzonder gunstig als ze naar een tentoonstelling worden gebracht. Dus bezuinig tijdens de rui nooit op het aanbieden van baden – je vogels zullen je ervoor bedanken. En de bloemenspray doet wonderen!!!

De zachte rui

De zachte rui komt niet bijzonder veel voor bij kanariekwekers, maar komt vaker voor in een huis waar slechts een paar vogels worden gehouden vanwege hun zang. Het komt ook vaak voor bij mensen die onzorgvuldig zijn met hun kunstmatige verlichting. Hier dus een paar woorden over de zogenaam de zachte rui.

Aan het begin heb ik alle factoren beschreven waarmee rekening moet worden gehouden bij de verzorging van een kanarie. Een van deze factoren is het handhaven van de dagelijkse lichturen op ongeveer 11 uur. Wanneer dit niet wordt gedaan, bijvoorbeeld 11 uur de ene dag en 16 de volgende en min of meer hetzelfde voortdurend, zul je niet lang van je vogel genieten. Wat gebeurt er?

De pijnappelklier van de vogel reageert op het aantal uren licht; met andere woorden, vogels in de natuur bereiken de broedconditie naarmate de daglichturen langer worden; de temperatuur heeft weinig effect. Op dezelfde manier, naarmate de daglichturen korter worden, zal de vogel stoppen met broeden en zijn verenkleed vervangen.

Nu wat er gebeurt in een huis waar de vogel niet op een specifiek tijdstip in een verduisterd gebied wordt geplaatst. De activiteit van de hypofyse zal fluctueren en de vogel beseft niet of het lente, zomer, herfst of winter is. Kortom, de vogel is volledig in de war en zal beginnen met ruien, maar omdat zijn systeem uit de pas loopt, kan hij niet meer uit de rui komen – hij zal niet langer zingen, broeden, enz., en de veren zullen blijven rondvliegen in de kamer.

De vogel bevindt zich nu in de zogenaamde zachte rui, een toestand die moeilijk en vaak onmogelijk te herstellen is. Na een lange weg kan het zijn dat de vogel niet langer in staat is de vereiste hoeveelheid energie te genereren, vermageren en sterven.

Vandaar het belang van een goede controle over het aantal lichturen!

Enkele tips

Zoals hierboven vermeld, is het aanbieden van baden essentieel, maar je moet ook voor geschikte vloermaterialen zorgen, constant grit, afleiding bieden door het ophangen van strengen sisaltouw of trossen gierstspray.

Verwijder regelmatig de losse veerschachten, omdat deze kunnen leiden tot slechte gewoonten. Een gouden tip is het leunen van een klein plankje tegen de muur aan de achterkant van de vogelkamer. Luchtverplaatsingen zullen ervoor zorgen dat de veren zweven en deze veren zullen achter de plank tot rust komen. Na een paar dagen kunnen de veren met de handvol worden opgepakt en zullen er weinig of geen veren meer rondvliegen in je vogelkamer. Zeer eenvoudig en handig.

Conclusie

Ik hoop dat dit artikel opnieuw uw aandacht heeft gevestigd op de noodzaak van goede zorg tijdens de rui. Het kan niet vaak genoeg worden gezegd en geschreven dat er tijdens deze periode veel goede vogels worden vastgesteld en sommige door gebrek aan aandacht en zorg worden vernietigd, en dat is niet ons doel.

De rui is een opwindende tijd. De meeste kwekers realiseren zich dit en handelen dienovereenkomstig.

Ik hoop dat je vogels je trots zullen maken tijdens de rui en op onze tentoonstellingen.

Succes.

                                                                                                                          

 

 

Schouwen

Schouwen

Het schouwen van eieren wordt uitgevoerd om te bepalen of de eieren bevrucht zijn of niet. Hoewel er nog steeds soms eenvoudige fouten worden gemaakt. Deze komen vooral voor wanneer de zaklamp op het verkeerde deel van het ei schijnt, namelijk het luchtkamereinde. Een andere fout treedt op wanneer het schouwen te vroeg wordt uitgevoerd. De beste methode omvat schouwen na 4 tot 5 dagen. Wat je dan moet bepalen, wordt weergegeven in de foto’s hieronder.

De eerste foto toont een onbevrucht ei, de tweede een bevrucht ei en de derde een geschouwd ei na 4 dagen.

Haast je niet om de eieren die als onbevrucht worden getoond te verwijderen en laat de hen ongeveer 10 dagen broeden. Dit zorgt ervoor dat de hen voldoende rust krijgt tussen het broeden door.

Wout van Gils

Artikel in vogelvreugd Wout Van Gils

Wout van Gilswout 1

De Nederlandse vogelpublicatie “Vogelvreugd” heeft recentelijk het uitstekende werk van Wout van Gils erkend bij het opzetten van zijn website www.woutvangils.be, die sinds 2008 meer dan 1,5 miljoen bezoekers heeft aangetrokken.

De meeste talrijke artikelen over kanaries op de website zijn door Wout zelf geschreven, die van nature een altruïstisch talent heeft voor samenwerking met anderen.

Vijf jaar geleden is de website gemoderniseerd, waardoor Wout zelf artikelen kon uploaden, bijwerken en aanpassen.

Ondanks zijn functie als onderhoudsmanager in een metaalfabriek, vindt hij nog steeds 1½ uur per dag om zijn homepage te beheren en te reageren op de 25 e-mails die hij dagelijks ontvangt. De meest voorkomende vragen gaan over fokken, bloedluis, gezondheidszorgen en problemen met de kweek.

Wouts ware specialiteit ligt in het fokken van kleurkanaries, waarbij hij elk jaar ongeveer 45 koppels kleurkanaries beheert om ongeveer 200 nakomelingen voort te brengen. Op het gebied van kleurkanaries was hij vele jaren betrokken bij het jureren van wedstrijden op zowel nationaal als COM-niveau.

Zijn succesvolle website is niet onopgemerkt gebleven, en hij wordt vaak benaderd door fabrikanten om hun nieuwe producten uit te proberen.

Goed gedaan! Bedankt, Herman.

Groeten – Herman

Hoe herken ik meestal de man of pop

man herkennentekening Mozaik koppelbroedrijp20pop

Herkennen van het geslacht: Man en pop.

Voor veel kanariekwekers is het meestal vrij eenvoudig om het geslacht te herkennen. Vaak geeft de kleur of de vererving al aan of het een mannetje of vrouwtje is. Desondanks kunnen zelfs ervaren kwekers zich vergissen, en ik moet toegeven dat het mij ook weleens is overkomen bij het vaststellen van het geslacht. Vooral na de rui en de daaropvolgende periode zijn vogels moeilijk te identificeren. Geleidelijk wordt het geslacht echter duidelijker zichtbaar. Een van de eenvoudigste methoden is nog steeds het fluitgedrag van de vogel, maar ook hier kan het weleens misgaan, aangezien zelfs een vrouwtje af en toe kan ‘pruttelen’ (fluiten). Met dit korte artikel wil ik enkele zaken aanhalen die het voor velen van ons wellicht gemakkelijker maken om het geslacht vast te stellen.

Het houden van vogels na de kweek:

Zoals eerder geschreven is, is het altijd beter om, indien mogelijk, jonge en oudere vogels van elkaar te scheiden. Dit voorkomt gevechten en vermindert ook het verenpikken. Oudere mannetjes worden meestal voorzien van een extra knijpring, zodat het in het voorjaar eenvoudiger is om ze te herkennen. Overjarige vrouwtjes krijgen natuurlijk geen knijpring en worden het best gescheiden gehouden van oudere mannetjes, bijvoorbeeld in de volière. Jonge vogels worden in een aparte volière of ruimte gehouden om een goed overzicht te behouden.

Herkenning van man of pop aan de hand van de kleur:

Bij veel soorten kanaries (en natuurlijk ook in het wild) kan men het geslacht herkennen aan de kleuruiting. Voor veel vogels zal dit geen probleem zijn, maar voor sommige is de nodige kennis vereist. Standaardeisen kunnen vaak al een goede indicatie geven als je twijfelt. Ik zal er een aantal noemen, maar allemaal behandelen is te uitgebreid. Een goede indicatie kan worden gegeven op basis van onder andere:

Herkenbaarheid aan de kleur of tekening.

  • Geslachtsbepaling bij Kanaries
  • Alle Mozaïeken zijn goed te herkennen: Type 1 POP, Type 2 Man.
  • Bij de Pheao-kanaries is er een duidelijk verschil in tekening tussen mannetjes en vrouwtjes.
  • Bij de Bruine kanaries is er een kleurverschil.
  • Bij de Agaten is er een licht kleurverschil op het rugdek, waarbij de poppen iets meer bruin op hun rug hebben.
  • Ook bij de Pastellen is er een waarneembaar kleurverschil.
  • Vogels in de zwarte reeks hebben meestal de popjes met iets meer bruin op het rugdek.
  • Bij de Opalen laten de popjes meestal ook iets meer bruin op het rugdek zien.
  • Bij Geel vetstof vertoont de pop meestal een lichte nekschimmel.
  • Bij Rood intensief laat ook de pop een lichte nekschimmel zien.
  • Bij Roodschimmel zal de pop een teveel aan nekschimmel vertonen.

Een ervaren kweker of keurmeester kan deze lijst nog verder aanvullen. Kennis en ervaring spelen hier een grote rol. Het is ook nuttig om je te verdiepen in de standaardeisen van een kanarie, wat het herkennen vergemakkelijkt.

Enkele andere herkenningspunten zijn:

Er zijn nog enkele andere herkenningspunten, maar deze zijn minder betrouwbaar. Zoals eerder vermeld, is fluitgedrag een goede indicatie. Een opvallend kenmerk is ook de houding van het mannetje. Over het algemeen is hij fierder, staat rechter op zijn pootjes en zal zijn territorium goed verdedigen. De pop is meestal wat gedrongener, zal minder fier staan en kan fluiten of reageren op het gefluit van een mannetje. Zoals eerder genoemd, kan de kleur vaak ook een goede indicatie zijn. Bij kwekers die aan selectieve kweek doen, kan men vaak al in het nest bepalen of het mannetjes of vrouwtjes zullen worden, maar dit vereist meer kennis van erfelijkheid.

Geslachtsbepaling van het mannetje:

Dit is goed te herkennen wanneer hij in geslachtsconditie is, ofwel kunstmatig gebracht door verlichting en temperatuur. De vogel moet ongeveer negen maanden oud zijn. Een mannetje heeft, wanneer je hem tegen de stuitveren blaast terwijl je het kopje van je af houdt, een opstaand tapje van ongeveer 5 mm lang staan, iets schuin naar achteren met stuitveertjes eromheen. Als je hetzelfde doet met een mannetje in geslachtsconditie, zie je een tapje van 5 mm dat recht omhoog staat, met een iets bredere schuine uitloop naar het lichaam toe. Ook is het onderlichaam achter het tapje licht ingevallen. Dit zijn duidelijke kenmerken van een man in geslachtsconditie. Zo’n vogel is fier, agressief en fluit fel.

Geslachtsbepaling van de pop:

Dit is zeker als de vogel niet in broedconditie is moeilijker vast te stellen, behalve aan de hand van kleur en schimmelsporen. De vogel moet ook minstens negen maanden oud zijn. Een pop die nog niet in broedconditie is, vertoont een lichte verdikking (geen tap) bij het opblazen, een iets bredere opstaande verdikking van het onderlichaam (cloaca), bedekt met licht dons. Als de pop in broedconditie is, verdwijnt de lichte verdikking volledig, en het uiteinde van de stuit (cloaca) neemt de vorm aan van het stompe gedeelte van een ei. Ook is het onderlichaam bijna kaal, dit wordt de broedvlek genoemd, zodat de pop haar lichaamswarmte beter kan overdragen aan de eieren. Zie de bijgevoegde foto van een broedrijpe pop.

Laatste informatie:

Als er twijfel bestaat bij aankoop of koppeling van vogels, is het raadzaam de leeftijd op

te vragen en de beslissing te baseren op kleur, maar dit kan fout gaan. Als er twijfel is bij het koppelen, heeft het geen zin om deze vogels in de broedkooi te plaatsen, omdat ze nog lang niet in broedconditie zijn. De kans op legnood en onbevruchte eieren is groot. Het verwijderen van de stuitveren bij zowel het mannetje als de pop wordt afgeraden, omdat deze dienen als zaadgeleiders voor een goede bevruchting.

Onderstaande serie artikelen van onze vriend Wout van Gils

De volgende reeks artikelen van onze vriend uit België is bijzonder relevant voor onze fans op dit moment van het jaar. De website van Wout van Gils is een overweldigend succes met meer dan 2,5 miljoen bezoekers!

Voorbereiding op de kweek – Met dank aan Wout van Gils

Hoewel er veel artikelen zijn geschreven en presentaties zijn gegeven over dit onderwerp, worden er nog steeds vaak fouten gemaakt. Hier zijn daarom enkele aanwijzingen voor fans om te volgen.

Kweekkwartieren: Voordat je aan het kweekseizoen begint, zorg ervoor dat de broedkooien grondig worden gereinigd en ontsmet. Dit is zeer belangrijk om alle ziektekiemen te elimineren en te voorkomen dat ze nog steeds in de kooien aanwezig zijn. De kooien worden schoongemaakt met Dettol of vergelijkbare producten. Behandel ook de omgeving op dezelfde manier en kalk indien nodig. Het is ook gebruikelijk in Nederland voor kwekers om hun vogels te verwijderen en enkele dagen na het reinigen Koudijs Smoke ontsmetters te gebruiken om schimmelsporen te elimineren.

Na enkele weken kunnen de kooien worden behandeld met producten (Baygon, Birdspray, enz.) die de broedkooien langdurig vrij houden van bloedmijt en ongedierte.

Kweekvogels: Bij broedparen is het het beste om de mannetjes zichtbaar van de vrouwtjes te scheiden, maar zodat ze elkaar nog steeds kunnen horen. Je zult snel merken wanneer er nog een mannetje tussen de hennen zit of vice versa, maar de mannetjes en vrouwtjes komen sneller in broedconditie wanneer ze elkaar horen in plaats van zien.

De vogels moeten een leeftijd van minstens 9-10 maanden hebben en in goede gezondheid verkeren. Het is prima als de vogels een beetje vet hebben – gemakkelijk te observeren wanneer je de veren blaast en een botergele vetlaag onthult.

Vogels met darmlussen, vergrote lever en milt worden onmiddellijk uit het kweekprogramma uitgesloten. Ook vereisen bevuilde staartveren extra aandacht. Controleer deze punten op tijd. Onderzoek ook de ogen van de vogel, aangezien deze ook een indicator zijn voor de algehele gezondheid. Waterige of samengeknepen ogen geven aan dat de vogel niet in optimale conditie is, en het is raadzaam zo’n vogel te behandelen, bijvoorbeeld met Baycox. Vergeet niet om enkele kweekvogels in reserve te houden voor het geval dat een van de geselecteerde vogels gewond raakt of niet langer geschikt blijkt te zijn.

Verlichting: Het begin van het kweekseizoen is afhankelijk van het aantal uren licht. Het aantal lichturen is zeer belangrijk om vogels in broedconditie te brengen. Verschillende methoden worden gebruikt. De hypofyse van de vogel wordt geactiveerd wanneer de lichturen toenemen. Een aanpak is het dagelijkse aantal lichturen te verhogen. Er zijn nu automatische lichtschakelaars met dimmers beschikbaar waarmee je geleidelijk kunt inschakelen en uitschakelen in tijdsintervallen van vijf minuten. Op deze manier heb je gezonde vogels in optimale broedconditie binnen 5-6 weken. Welke methode je ook kiest, wees je ervan bewust dat de mannetjes meer tijd nodig hebben om in broedconditie te komen vergeleken met de vrouwtjes, anders kunnen sommige nesten onvruchtbaar blijken.

Temperatuur: Het moet ook duidelijk zijn dat de temperatuur ook enigszins moet worden verhoogd met de toenemende lichturen. De temperatuur hoeft niet te hoog te zijn, maar bij voorkeur rond de 14-15°C. Wanneer het tijd is om de vogels over te brengen naar de broedkooien, kan de temperatuur rond de 18°C liggen – dit is meer dan voldoende.

Mannetjes hebben meer tijd nodig: Zoals hierboven vermeld, hebben mannetjes meer tijd nodig dan vrouwtjes. Dit moet worden erkend en correct worden genomen. Wout doet dit door de mannetjes na 5 ½ weken in de broedkooien te plaatsen. De temperatuur wordt enigszins verhoogd en enkele vrouwtjes worden in nestkooien tegenover de mannetjes geplaatst. Op deze manier komen de mannetjes sneller in broedconditie en zullen ze beter bevruchten. De periode waarin de mannetjes gescheiden worden gehouden, is afhankelijk van hoe ze reageren en beginnen te fluiten, meestal ongeveer 1 ½ week.

Voeding tijdens de kweekvoorbereiding: Naast verlichting, warmte en frisse lucht moeten kwekers ook andere belangrijke behoeften toevoegen die de vogels nodig hebben. De vogels moeten er schoon en gezond uitzien; regelmatige baden waaraan wat badzout is toegevoegd, zijn een must, zelfs als het weer koud is. Geef nooit baden tegen de avond, omdat vogels volledig droog moeten zijn wanneer het licht begint te dimmen.

Eivoer moet worden verhoogd. Onze vogels eten zaden en het is belangrijk dat ze tijdens de winter alles uit het zadenmengsel halen wat ze nodig hebben als goede voorbereiding op het broedseizoen. Tijdens deze rustperiode kan eivoer niet vaker dan twee keer per week worden verstrekt, en een hoeveelheid die binnen drie uur volledig wordt geconsumeerd. Een stukje appel en/of wortel wordt ook aanbevolen. Denk ook aan een plakje wit brood geweekt in melk (melksop). En vergeet niet om vogels met een recessief factor extra vitamine A om de 14 dagen te geven.

Vanaf het moment dat de vogels extra lichturen krijgen, moeten extra’s aan het voer worden toegevoegd. Verhoog het eivoer naar 2-3 keer per week. Geef elke twee dagen wat extra hennepzaad en ook wat extra koolzaad en gepelde haver. Wat niet vergeten mag worden, is het toevoegen van tarwekiemolie aan het eivoer 2-3 dagen per week.

Koppelen van de vogels

Voor het koppelen van de vogels worden ze gecontroleerd op tekenen van ziekte en darmstoornissen; zieke vogels mogen duidelijk niet worden gebruikt voor de kweek.

Hoewel vogels er uiterlijk gezond uitzien, dienen de meeste kwekers toch een kuur met antibiotica (Baycox) toe om een uitbraak van coccidiose bij de jongen te voorkomen.

Andere zaken vereisen onze aandacht. Een container met fijn schelpengrit en vogelmineralen moet altijd beschikbaar zijn. Zorg er ook voor dat de nestkasten aan de voorkant van de kooi hangen. Dit zorgt voor een betere luchtcirculatie en zorgt er ook voor dat de jongen meer op hun gemak zijn na het grootbrengen.

Controleer ook of de zitstokken niet te hoog zijn gemonteerd of los zitten, omdat dit kan leiden tot onbevruchte eieren. Wout geeft ook de voorkeur aan een sisal voor-nest, zodat de vogels altijd een basisnest hebben dat alleen nog moet worden afgewerkt door de vogels. Voordat de mannetjes in de kweekkooien worden geplaatst, worden hun nagels geknipt als ze te lang zijn, waarbij wordt opgelet dat het kleine bloedvat niet wordt doorgesneden. Wanneer de mannetjes in de kweekkooien worden geplaatst, moet de temperatuur worden verhoogd tot maximaal 18°C en de lichturen tot 14 ½. Let op dat het aantal lichturen op een later tijdstip moet worden verlengd. Doe dit ‘s ochtends wanneer je naar het werk gaat en wanneer je ‘s ochtends de vogels voert.

De mannetjes zitten in de kweekkooi, en voorin plaats ik een paar vrouwtjes. Je zult zien dat bepaalde mannetjes heel snel zullen reageren. Zoals eerder beschreven, geef extra voedsel, drie keer per week eivoer, en na ongeveer 1 ½ week worden de vrouwtjes toegevoegd. Een vrouwtje in broedconditie heeft een stompe cloaca in de vorm van een kippenei! Je zult zien dat sommige gezonde vogels in goede broedconditie al snel zullen paren. Dit is een teken dat alles volgens plan verloopt. Het kan zijn dat sommige andere vogels later zullen paren, maar de meerderheid zal dit vrij snel doen. Er zullen ook gevallen zijn waarin vogels blijven vechten. In dat geval moet de kweker ingrijpen omdat een van de vogels nog niet in broedconditie is of een van de vogels is gebonden aan de roep van een andere vogel. Je zult merken dat wanneer het vrouwtje roept, dezelfde man antwoordt. Als het geschikt is vanuit een fokperspectief, kan het vrouwtje bij die specifieke man worden geplaatst en zal alles goed gaan. Een andere mogelijkheid is om de vogel enkele dagen te verwijderen en deze ‘s avonds terug te plaatsen. Dit kan helpen. Maar wees voorzichtig met vogels die blijven vechten.

Na vier dagen introduceer je nestmateriaal zodat de vogels kunnen beginnen met het maken van hun nest. Ook hier zie je dat met een goede voorbereiding de vrouwtjes direct beginnen met het bouwen van hun nest. Zorg ervoor dat het nest goed gevormd is door een globe rond het nest te draaien. Wanneer de vogels beginnen met het maken van hun nest, verzamelt Wout elk ei zodra het wordt gelegd en plaatst ze terug op het vierde ei; bewaar de eieren niet in de zon, maar op een schaduwrijke plek.

Kort daarna zullen de vrouwtjes beginnen met broeden en 14 dagen later zullen de jongen uitkomen. Zorg voor voldoende lucht en zuurstof in de vogelruimte en bied regelmatig baden aan of besproei de eieren lichtjes. Controleer de eieren regelmatig op vrije beweging zodat het vrouwtje ze kan draaien. Realiseer je en noteer dat de eieren in een gezond legsel glanzend zijn en de puntige uiteinden naar binnen wijzen.

Het uitkomen van de jongen

Voor het uitkomen van de jongen wordt dagelijks vers water aan de vogels gegeven met toevoeging van wat appelciderazijn, in een verhouding van 10 ml per liter. Dit mengsel wordt gedurende de eerste zes dagen dagelijks vers gegeven en daarna 2-3 keer per week. Tegelijkertijd krijgen de vogels voor het uitkomen dagelijks wat eivoer en een lichte neveling van de eieren. Zorg voor voldoende zaad en nu is het een kwestie van wachten tot de jongen uitkomen. Wanneer de jongen zijn uitgekomen, zul je zien dat het dons van gezonde jongen recht overeind staat en meestal ook wat geel eivoermateriaal in hun kleine kropjes. Dit is een goed teken dat alles goed verloopt. Vanaf dat moment voorzie je de jongen drie keer per dag van eivoer, indien mogelijk, maar tweemaal per dag (tijdens het werk) is ook voldoende.

Sommige kwekers zweren bij het gebruik van groenvoer of ontkiemd zaad wanneer er nestjongen zijn, maar Wout ondersteunt dit niet. Als je toch groenvoer geeft, doe dit dan zeker niet tijdens de eerste dagen van het leven en dan alleen genoeg voor één uur. Meer zal waarschijnlijk leiden tot darmstoornissen. Bij het geven van ontkiemd zaad zorg ervoor dat de spruiten zo klein mogelijk zijn; grote spruiten kunnen grote problemen veroorzaken. Als groenvoer wordt gegeven, doe dit dan niet ‘s avonds en ook niet tijdens warm weer. Maar nogmaals, Wout geeft de jongen onder geen enkele omstandigheid groenvoer!

Afhankelijk van het aantal jongen in een legsel en hun leeftijd moet er meer eivoer en zaad worden gegeven. Controleer de uitwerpselen nauwlettend en neem direct actie als ze waterig zijn. Dit is echter zeer onwaarschijnlijk als de vogels appelciderazijn en Megabactin gemengd met het eivoer krijgen.

Een periode van grotere alertheid is nodig wanneer het tijd wordt om de jongen te ringen. De meeste hennen zullen hun jongen niet uit het nest gooien als er een ring van uitwerpselen rond de rand van het nest zit. Dit gebeurt wanneer de hen stopt met het schoonmaken van haar nest omdat de jongen hun uitwerpselen op de rand van het nest beginnen te gooien. Maar bij sommige hennen moet extra voorzichtigheid worden betracht, omdat ze hun nesten vaak blijven schoonmaken met alle gevolgen van dien. Als een jong uit het nest wordt gegooid, haast je dan niet om het schijnbaar levenloze jong weg te gooien, maar houd het binnen de gesloten palm van je hand en richt je warme adem erop. Vaak begint het “levenloze” lichaam opnieuw te bewegen.

Wanneer de jongen de leeftijd van 16-18 dagen hebben bereikt, afhankelijk van hoe ze zijn gevoed en zijn gegroeid, plaatst Wout het nest op de bodem van de kooi en voorziet tegelijkertijd in een nieuw nest op de oude locatie. Na korte tijd zal de hen beginnen met het maken van een nieuw nest en tegelijkertijd haar jongen blijven voeden. Met deze methode heeft de hen meestal haar eerste ei gelegd wanneer de eerste jongen klaar zijn om uit het nest te springen. Met deze methode wordt het plukken van veren tot een minimum beperkt. Het moet echter worden erkend dat verenplukken nog steeds kan voorkomen. Het is dan ideaal als de kweker babykooien in de kweekkooien heeft of babykooien die aan de voorkant van de kweekkooi kunnen worden opgehangen. De hierboven beschreven methode is voor het kweken van een enkel paar.

In de afgelopen jaren is er een andere methode van paar kweken geïntroduceerd. Na 10 dagen wordt het mannetje verwijderd (vaak direct nadat de eieren zijn gelegd). De hen voedt de jongen zelf op, en wanneer deze 18 dagen oud zijn, worden ze overgebracht naar een babykooi met verschillende andere nesten. De hennen komen voor de babykooi samen en ze zullen de jongen voeden totdat ze onafhankelijk worden. Deze methode elimineert vrijwel verenplukken zonder problemen van te dikke mannetjes, die in de volière blijven. De methode resulteert in minder onbevruchte eieren, minder schade aan eieren of eieren bedekt met uitwerpselen wanneer de jongen in het nest blijven. Deze methode van het grootbrengen van jongen heeft veel voordelen, maar vereist wat leren en wennen. Zodra de jongen onafhankelijk zijn geworden, plaats ze niet direct in de volière, maar zet ze eerst over naar een overgangskooi waar ze vertrouwd raken met hun zaad en drinken. Zodra de vogels een goede V in hun staart hebben ontwikkeld en minstens een week zelfstandig zijn geweest, kunnen ze worden verplaatst zonder schade te veroorzaken.

Wout van Gils

Het ringen van je jongen

 

Ring het nest jongen – Dingen om op te letten tijdens en na het ringen – Met dank aan Wout van Gils

Het ringen is altijd een plezierige activiteit, waarbij de jongen hun eerste kritieke fase hebben overleefd en zijn begonnen met het ontwikkelen van hun verenkleed. Ringen worden normaal gesproken geleverd door de club of federatie waaraan je bent aangesloten. Ze geven de naam van de betrokken club of federatie, het kweekjaar en het toegekende volgnummer aan.

Jonge rollerjongen moeten worden geringd wanneer ze 5-6 dagen oud zijn.

          (1) (2) (3)                                              

 

Echter kunnen er problemen ontstaan, bijvoorbeeld:

  1. Jongen die te laat of te vroeg worden geringd.
  2. Verwondingen die optreden tijdens het ringen.
  3. Ouders die de jongen met de ring uit het nest gooien.
  4. De ring die vast komt te zitten.

 

De meesten van ons zullen de bovenstaande gevallen herkennen en weten hoe ze deze het beste kunnen vermijden.

De beste tijd om je jonge kuikens te ringen is wanneer hun eerste ontlasting rond de rand van het nest verschijnt. Dit is een indicatie dat de hen het nest niet meer schoonmaakt en minimaliseert de kans dat de ouders de ring als uitwerpselen beschouwen.

Bij het proberen te ringen wordt ook aanbevolen om de tenen en het been te bevochtigen om een gemakkelijke doorgang mogelijk te maken en mogelijke verwondingen te voorkomen.

Het is ook raadzaam om een paar keer te controleren of de jongen ondanks je goede bedoelingen nog steeds in het nest zitten. Beter om eens te veel te controleren dan een vogel te verliezen. Als je een ogenschijnlijk levenloze vogel op de bodem van de kooi vindt, gooi hem dan niet meteen weg maar leg hem in de palm van je hand en verwarm hem met je adem. Vaak herstellen de jongen zich.

 

Tip: Naast het bovenstaande doe ik ook het volgende: voordat ik de jongen na het ringen terug in het nest leg, bedek ik de bodem van het nest met een beetje zaad. De ouders zullen aanvankelijk proberen het nest schoon te maken, maar zullen dit te arbeidsintensief vinden en al snel opgeven. Op deze manier komt het zeer zelden voor dat de ouders nog steeds doorgaan met het uit het nest gooien van hun pas geringde kuikens. Probeer het zelf en zie het resultaat.

Overdreven boven snavel bij kanarievogels!

Beste kanariekwekers,

De laatste jaren is er regelmatig gesproken over een opvallend onderwerp onder kanaries: exemplaren met een abnormaal grote bovensnavel, zelfs zo groot dat de vogel erdoor komt te overlijden (zie foto). Tot op heden is de oorzaak hiervan nog niet gevonden, maar er lijkt wel onderzoek naar te worden gedaan. Als je meer informatie hebt over deze te lange bovensnavel, stuur me dan alsjeblieft de gegevens. Wellicht kunnen we samen de oorzaak achterhalen.

Met vriendelijke groet,

Wout van Gils

bovenbek te lang

Fok tips door Wout van Gils

Vanuit zijn ervaring heeft Wout vastgesteld dat de mannetjes over het algemeen achterlopen op de hennen wat betreft de broedconditie. Daarom plaatst hij ze eerst in de broedkasten en verhoogt de temperatuur tot maximaal 18°C en de lichturen tot ongeveer 14,5. Plaats een paar hennen voor hen; je zult zien dat sommige mannetjes snel reageren. Bied drie keer per week extra eivoer aan en na ongeveer 1 1/2 week kun je de hennen introduceren bij de mannetjes. Met beide vogels in broedconditie zal het koppelen snel plaatsvinden; dit is een teken dat alles volgens plan verloopt. Het kan zijn dat sommige vogels iets later koppelen, maar bij de meerderheid zal het proces soepel verlopen.

Het kan gebeuren dat sommige vogels blijven vechten. In dat geval is snelle actie vereist. Het kan zijn dat een van de vogels niet in de juiste broedconditie verkeert of dat een van hen wordt aangetrokken door de roep van een andere vogel. Luister goed wanneer een hen roept en of dezelfde man voortdurend antwoordt. Als de nieuwe koppeling geschikt is qua zang, kan de hen dan bij de nieuwe man worden geplaatst en zal het over het algemeen goed gaan. Een andere aanpak is om de hen enkele dagen te verwijderen en haar dan ‘s avonds terug te plaatsen. Let echter op vogels die blijven vechten.

Na vier dagen voorzie je het nestmateriaal; hennen die in broedconditie zijn, zullen snel beginnen met het bouwen van hun nest. Controleer of het nest goed gevormd is door een globe erin te draaien. Sommige fokkers halen de eieren eruit en plaatsen ze terug zodra het vierde ei is gelegd; bewaar de eieren op een beschaduwde plaats, NIET in de zon. De hennen zullen nu beginnen met broeden en de jongen worden na veertien dagen uitgebroed. Zorg ervoor dat de vogelkamer goed geventileerd is met frisse lucht en zuurstof. Geef de vogels regelmatig baden en besproei de eieren af en toe met een verstuiver. Controleer of de eieren niet aan het nest kleven, zodat de hen ze gemakkelijk kan draaien. Wees ervan bewust dat bij een gezond broedsel de eieren er glanzend uitzien met de puntige uiteinden naar elkaar toe.

Veel succes,

Wout van Gils

Kuikens worden onafhankelijk

Men hoort vaak van kuikens die sterven als ze bijna onafhankelijk worden. Natuurlijk kan van zwakkere vogels worden verwacht dat ze sterven door natuurlijke selectie. Maar sommige vogels kunnen ook sterven door volledig vermijdbare oorzaken.

Het is deze laatste situatie die we moeten aanpakken.

Wanneer worden de jongen onafhankelijk:

Veel kwekers zien dit meteen – sommigen door hun leeftijd ongeveer 3 weken na het uitkomen, maar een uitstekende indicatie is een volledig ontwikkelde V in de staart van de jonge vogel, wat een zeker teken is dat de vogel onafhankelijk is geworden.

Tegelijkertijd zal de vogel voldoende op zichzelf eten en zijn zaden goed en adequaat pellen. Eivoer moet dagelijks beschikbaar zijn.

Wanneer de vogels goed eten en de V in de staart voldoende uitgesproken is, is het tijd om de jonge vogels apart te zetten. De beste procedure is om ze gedurende twee weken in een overgangskooi (broedkooi, kleine volière of andere) te plaatsen voordat ze naar een grotere volière worden overgebracht.

Zorg ervoor dat de vogels in de overgangskooi gemakkelijk hun drinkwater kunnen vinden en plaats dit dicht bij het zaad en eivoer. Controleer of er genoeg zitstokken zijn en of de vloermaterialen schoon en droog zijn. Controleer de jongen dagelijks en let op doffe ogen, piepende geluiden. Vogels die deze symptomen vertonen, hebben mogelijk iets tekort. Door ze terug te plaatsen bij hun ouders of adoptieouders worden dergelijke problemen over het algemeen opgelost.

Vogels in grotere volières plaatsen:

Na twee weken in de overgangskooi kunnen de vogels naar een grotere volière worden overgebracht. Deze stap wordt aanbevolen voor de ontwikkeling van de jonge vogels. De volière moet van tevoren goed worden ontsmet en behandeld tegen ongedierte voor de langere termijn – een procedure die vaak wordt verwaarloosd maar waarvan de gevolgen zeer schadelijk kunnen zijn.

Controleer opnieuw of zowel water als voedsel gemakkelijk toegankelijk zijn voor de jonge vogels en of de zitstokken stevig zijn bevestigd. Afzonderlijke zitstokken worden ook aanbevolen. Als je vogels overplaatst, doe dit dan altijd ‘s ochtends, zodat ze tegen de avond vertrouwd zijn met hun nieuwe ruimte.

Heb nooit oudere hennen bij de jonge vogels, omdat dit verenplukken kan aanmoedigen. Bied afleiding door verschillende pluimen van gierst op te hangen, wat de vogels zal vermaken en verenplukken zal voorkomen. Zorg voor voldoende fijn grit en droge bodemmaterialen.

Hoewel de vogels niet meteen al het zaad oppikken, zal dit na enkele weken veranderen. Geef elke dag vers zaad, maar niet te veel, ongeveer 5 g per vogel per dag. Ga door met het dagelijks voeren van eivoer gedurende de eerste maand, maar verminder dit dan geleidelijk tot twee of drie keer per week.

Wat nooit vergeten mag worden, is dat er twee keer per week baden voor de jongen en in feite voor al je vogels moeten worden verstrekt.

Het toevoegen van badzout eens per week is zeer gunstig voor veren, helpt bij de preventie van veermijt en de algemene ontwikkeling van het verenkleed. Tijdens de rui verliezen vogels af en toe een veer van de staart en vleugel, niet uit de normale rui, maar als gevolg van vechtpartijen. Het is het beste om losse veren van de kooivloer te verwijderen, omdat vogels hieraan kunnen pikken voor hun aminozuren en dit op zijn beurt kan leiden tot verenplukken. Vogels die tekenen van bloed vertonen, moeten onmiddellijk worden gescheiden om verenplukken te voorkomen en niet bij de andere vogels worden achtergelaten.

Losse veren kunnen worden opgevangen door een schuin bord in een achterhoek van de volière te plaatsen – de veren zullen zich verzamelen en kunnen gemakkelijk worden verwijderd.

Natuurlijk moeten de vogels af en toe een stukje appel, sinaasappel of ander fruit krijgen, maar slechts genoeg om een paar uur mee te gaan. Bovendien is het belangrijk om de jonge vogels van de rondes één en twee gescheiden te houden en niet samen te voegen. Ook geen oudere vogels bij de jongen, zodat de rui afzonderlijk plaatsvindt en zeker niet ten nadele van de jongen.

Met inachtneming van de bovenstaande stappen zullen de jongen zich goed ontwikkelen zonder problemen en een mooi en gezond verenkleed krijgen. Bovendien zullen er weinig vogels verloren gaan of misvormde vleugel- en staartpennen ontwikkelen.

En natuurlijk is dit niet ons overkoepelende doel.

Succes – Wout van Gils.

Behandelen Lumps knobbel is mogelijk

Beste Wout,

Ik heb je bericht over de lumps bij kanaries op internet gelezen.

Als beginnende volière-houder heb ik hoogstwaarschijnlijk een kanarie met lumps gekocht. Desondanks heb ik de lumps een week lang dagelijks ingesmeerd met looizuurvrije vaseline. Daarna heb ik de kanarie een week lang om de dag badwater gegeven met badzout speciaal voor vogels. Daarna heb ik er niets meer aan gedaan, en na drie weken was de lump totaal ingedroogd. Met enige voorzichtigheid kon ik het vervolgens uit het borstje van de kanarie trekken. Het gat waar de lump uitkwam, heb ik behandeld met betadine. Dit alles heb ik vandaag gedaan, en de vogel maakt een goede indruk. Ik zal een foto van de, naar mijn mening, grote lump meesturen. Misschien is dit een manier om dit soort lumps te verwijderen in plaats van ze door vogelartsen te laten verwijderen. De lump is volledig uit het borstje van de kanarie gekomen, en de kanarie maakt het goed. Ik heb een buitenvolière en hang haar in een apart kooitje in de buitenvolière, omgeven door soortgenoten.

Ik stuur je dit bericht in de hoop dat het andere mensen ook zal helpen, omdat het bij mij minder ingrijpend is verlopen door af te wachten en op te letten dan de verhalen die ik heb gelezen en gezien op YouTube.

Ik hoop dat je iets hebt aan mijn verhaal voor eventuele vragen over lumps. Lumps pas behandelen als ze zijn uitgedroogd!

Met vriendelijke groet,

C. Dorst

Het Rui-seizoen als Krachtige Indicator

Het Rui-seizoen als Krachtige Indicator

Wanneer de vogels in goede gezondheid verkeren, zal de rui normaal en redelijk snel verlopen, maar het is essentieel om de vogels voldoende ruimte te bieden en niet te overbevolken. Het is natuurlijk belangrijk om de vogels te voorzien van een goed uitgebalanceerd dieet, omdat de rui zeer belastend kan zijn. Een goede aanvoer van eiwitten en mineralen is ook nodig om een goede rui te waarborgen, aangezien de veren hoofdzakelijk bestaan uit het eiwit ‘keratine’. Als de vogel ziek is of lijdt aan een tekort, zal de rui langdurig en onvolledig zijn. Een veer heeft een beperkte levensduur, en het totale verenkleed maakt ongeveer 10% uit van het gewicht van de vogel. Om een soepele rui te bevorderen, moeten enkele belangrijke aspecten worden overwogen, zoals “het licht” en het “bad”, evenals een goed gevarieerd zaadmengsel, voldoende leefruimte, zitstokken en afleiding.

Zodra het broedseizoen is beëindigd, moet eventuele kunstmatige verlichting zo veel mogelijk worden verminderd. Alleen natuurlijk licht moet de norm zijn. Dit brengt de vogels in betrekkelijke duisternis en dient als een natuurlijke trigger voor het starten van de rui. Tijdens de rui moeten de vogels met rust worden gelaten en moet elk vangen zoveel mogelijk worden vermeden. Bied ook regelmatig een half ui (aminozuren) aan en sprays van gierst zullen ook zeer nuttig zijn. Zorg voor afleiding door strengen touw op te hangen en voldoende beschutte zitposities te bieden. Vogels die sporen van bloed vertonen, moeten onmiddellijk worden verwijderd en apart worden gehouden, en alleen worden teruggeplaatst wanneer het bloeden is gestopt en alle sporen van bloed zijn weggespoeld.

Baden worden twee keer per week verstrekt. Ik gebruik normaal water en voeg “badzout voor duiven” toe. Het zout verzacht de veren en helpt bij de vernieuwing van de veren door het stof te verwijderen. Het zout wordt eenmaal per week toegevoegd.

Als je bedenkt dat een gewone kanarie ongeveer 1500 veren heeft, zul je de hoeveelheid energie waarderen die de vogel moet produceren. Het effect is vaak dat de vogel mager wordt. Dit is voelbaar wanneer je de vogel in je hand houdt en is de reden om gedurende de ruiperiode van ongeveer 6-7 weken eivoer beschikbaar te stellen. Voedingssupplementen worden toegevoegd aan het eivoer, dat drie keer per week wordt gegeven. Probiotica worden ook toegevoegd om de darmflora in balans te houden. Andere maatregelen omvatten een goede ventilatie en luchtverversing, waarbij vochtinbreng wordt vermeden. Met de juiste zorg zullen je vogels na 6-7 weken goed gevormd zijn. Het verenkleed zal glad, schoon en strak zijn, en de mannetjes zullen je bedanken wanneer ze opnieuw beginnen te zingen.

Met vriendelijke groet, Wout van Gils.