De Bruinfactor.


Bruin wit schimmel

De Bruin Factor.

INLEIDING:

Deze vogels, die door jullie allen wel bekend zijn en weinig problemen zullen opleveren wat betreft herkenning, worden desondanks nog vaak met fouten gekweekt. Menig liefhebber neemt contact met mij op voor informatie over de Bruine Kanarie. Hoewel ik de bruine kanarie zelf niet al jarenlang kweek, vind ik deze vogels toch erg mooi en interessant, vooral in combinatie met de Ivoor- of Pastelfactor en in samenwerking met de recessief witfactor komen regelmatig prachtige exemplaren voor. In dit artikel wil ik kort ingaan op deze vogels om enkele punten te benadrukken en om tot een beter fok- en koppelingsresultaat te komen. De bruine kanarie is een van de oudste mutaties in de pigmentserie. Voor elke kanariekweker is de herkenning van de bruine kleur geen probleem. Het is een vogel die in al zijn veren bruin pigment zal tonen. Hoe warmer en voller van kleur, hoe beter de vogel eruit zal zien. De vogel kan nooit te bruin zijn, het geheel moet goed doorlopen in de flanken en borst, met een zo zacht mogelijke bruine tekening.

DE BRUINFACTOR DOET EIGENLIJK TWEE DINGEN:

  1. De zwarte eumelanine-tekening wordt omgezet in het bruine phaeomelanine-tekening.
  2. Het andere vormt de bruine phaeomelanine tussen de bestreping. Het is dus bijna vanzelfsprekend dat hoe sterker de bruine factor werkt, hoe vloeiender het bruine verenkleed eruit zal zien.

EEN ANDER KENMERK IN DE BRUINREEKS IS DAT:

  • Een pop altijd de beste bruine kleur zal hebben.
  • Een man zal altijd wat harder getekend zijn.

VERERVING BRUINFACTOR: (z)

Deze is geslachtsgebonden en dus ook gekoppeld aan alle andere factoren die op het geslachtschromosoom liggen. Men gebruikt kleine letters omdat:

  • de mutant z recessief vererft ten opzichte van de wildvorm z+
  • de wildvorm z+ dominant vererft ten opzichte van de mutant z.

BRUINFACTOR EN BLAUWFACTOR.

BLAUWGRIJZE KLEUR RONDOM DE KOP. WERKT HARDE BESTREPING IN DE HAND. ER ZAL NOOIT EEN VOLLEDIG BRUINE KLEUR ZICHTBAAR ZIJN. DOET AFBREUK AAN HET TOTALE KLEURBEELD.

DE KWEEK:

Er zijn veel mogelijkheden in de keuze van de kweker welke kleur hij wil kweken. Vogels met “Blauwfactor” worden gebruikt, uiteraard zonder isabel- of agaatfactor. Als u een fokzuivere (homozygote) man heeft en hiermee kweekt, zullen er alleen groene jongen uitkomen. De mannen hiervan zijn bruinverervend. Deze paart u weer met een bruine of bruin-witte pop. De dochters van de groene man koppelt u aan een bruine of bruin-witte man:

Voorbeeld: BRUIN x BRUIN. BRUIN x BRUIN WIT geel/BRUIN x BRUIN WIT BRUIN WIT x GROEN

Als u bruin-geel wilt kweken, kunt u het bruin verbeteren door gebruik te maken van een groene of zwart-gele vogel,

Voorbeeld: een koppelingsmogelijkheid is Bruin x bruin-geel intensief, deze geeft 50% bruin en 50% bruin-geel. Om het bruin te verbeteren, gaan we dus zwart inschakelen. Als u kweker bent van bruin-geel, dan zult u in plaats van zwart een bruin-rood moeten inschakelen om het bruin te willen verbeteren. Meest voorkomende koppelingen zijn:

  • roodbruin-schimmel x roodbruin-intensief
  • roodbruin-intensief x roodbrons-schimmel

Ik zou u ook aanraden het te proberen met de ivoorfactor erbij. Nog enkele mogelijkheden:

  • bruin-wit pastel x bruin-ivoor
  • bruin-ivoor x bruin-wit pastel
  • bruin-wit pastel x bruin-pastel
  • bruin-wit x ivoorbruin
  • bruin-ivoor x bruin-wit

HET GEBRUIK VAN DE IVOORFACTOR IN DE BRUINREEKS KAN MEN GUNSTIG NOEMEN. (Geeft een maximum aan bruin te zien). Ook het gebruik van de recessief wit-factor is aan te bevelen. Ik hoop u hiermee enkele richtlijnen te hebben gegeven voor de kweek van bruine vogels. Belangrijk is dus: blauwfactor vermijden!

ENKELE STANDAARDGEGEVENS EN VOORKOMENDE FOUTEN:

BRUIN WIT: Een maximale bruinconcentratie, goed doorlopend in flanken en borst. Het bruin van de bestreping moet goed overvloeien in het bruine phaeomelanine, die ook zo maximaal mogelijk aanwezig moet zijn. De kleur van de borst en het onderlichaam moet een egale bruin-witte tint laten zien. Een minimale aanslag in de vleugels (bij de dominante vogels). Hoorndelen eenkleurig, middelmatig zachtbruin.

Enkele fouten:

  • Aanwezigheid van blauwe schijn op kop of borst
  • Niet bruin genoeg – niet vloeiend – te streperig
  • Te licht in flanken, borst, onderlichaam
  • Te veel aanslag vleugels – schouders
  • Opgebleekte vleugelpennen
  • Tekening onderbroken, te smal

BRUIN INTENSIEF: Hierbij moet men weten dat het bruin tussen de bestreping nooit in die mate aanwezig is als bij de bruine en mogelijk is en moet zijn. De tekening en vleugel- en staartpennen moeten wel zo bruin mogelijk zijn. Tussen de bestreping een weinig (haalbare) bruin phaeomelanine, dit doorlopend in borst en flanken. Een goede werking van de intensief-factor en egaal van kleur, hoorndelen eenkleurig zachtbruin.

Enkele fouten:

  • Tekening niet bruin genoeg, en onderbroken
  • Geen of te weinig flanktekening
  • Lichte toppen aan vleugel- of staartpennen
  • Niet egaal van kleur – schimmelsporen
  • Rugdek niet egaal van kleur

BRUIN-ROOD INTENSIEF: Een maximaal haalbaar bruin is vereist, met een minimum aan streperigheid – rugdek goed bruin van kleur. Het geheel met een bruine tekening zacht vloeiend in elkaar lopend. Het pigment moet zover mogelijk doorlopen in flanken en borst. Een egale goede rode kleur is vereist. De bruine phaeomelanine zal de intensief-factor enigszins tegenwerken. Maar het rugdek zal toch een zo vloeiend mogelijk warmbruine kleur laten zien. Hoorndelen eenkleurig zachtbruin.

Enkele voorkomende fouten:

  • Tekening te hard, onderbroken, te smal
  • Te weinig bruin (vloeiend) op rugdek en flanken
  • Geen flanktekening, onderbroken
  • Niet egaal van kleur – schimmelsporen tweekleurig
  • Lichte vleugel en staartpennen

BRUIN (SCHIMMEL): Een maximale concentratie van bruin, zover mogelijk doorlopen in de flanken en borst. De tekening moet zacht uitvloeien en als het ware een geheel vormen met het tussenliggende bruin phaeomelanine. Een enkelvoudige geelfactor met een lichte egaal verdeelde schimmel-factor en grondkleur.

Enkele voorkomende fouten:

  • Niet bruin genoeg
  • Grondkleur niet egaal
  • Rugdek te streperig, tekening te smal
  • Vleugel en staartpennen, borst en stuit schimmelverdeling niet goed

BRUIN-ROOD SCHIMMEL: Een maximaal aan bruin op rugdek, borst en flanken. Zo weinig mogelijk streperigheid op het rugdek. De bestreping en tussenliggend bruin moeten als het ware in elkaar overgaan. Een zacht rode grondkleur egaal verdeeld, met een egaal verdeelde schimmel erover verdeeld. De borst zal iets dieper van kleur zijn.

Enkele voorkomende fouten:

  • Niet bruin genoeg
  • Schimmelverdeling niet goed, grondkleur niet egaal – twee- of driekleurig
  • Lichte vleugel of staartpennen
  • Lichte flanken of broek
  • Tekening te onderbroken en te smal

BRUIN IVOOR INTENSIEF: Zie eisen en fouten als bij de goudbruine, alleen door de werking van de ivoorfactor is de diepe goudkleur gehalveerd. De grondkleur moet wel zuiver en egaal blijven, mooie vogels om te zien en te kweken.

BRUIN IVOOR (SCHIMMEL): Zie eisen en fouten zoals bij de bruine, doordat men hier te maken heeft met een enkelvoudige geelfactor, samen met de ivoorfactor, zal er een zeer zwakke grondkleur ontstaan, en dit is dan foutief. Men moet een geelfactor gebruiken die ligt tussen dubbel en enkel factorig samen met de ivoorfactor zal dit het juiste kleurbeeld aan de bruinivoor geven.

BRUIN ROOD IVOOR: Zie eisen en fouten als bij de roodbruine, alleen door de werking van de ivoorfactor is de dieprode grondkleur gehalveerd, “roze”. De grondkleur zal wel zuiver en egaal moeten blijven.

BRUIN ROOD IVOOR (SCHIMMEL): Zie eisen en fouten als bij de roodbruin, de grondkleur is alleen door de werking van de ivoorfactor minder diep. Men krijgt een roze kleuruiting, deze moet wel egaal van kleur zijn.

BRUINFACTOR IN SAMENWERKING MET PASTEL: In samenwerking met de pastelfactor op onze bruine kanarie is er natuurlijk van onze normale klassieke bruine vogel geen sprake meer. Door de werking van de pastelfactor (2de reductie factor) is het bruin van de bestreping zodanig gereduceerd dat de hele vogel een lichter uiterlijk heeft gekregen, zonder nog een duidelijk spoor van een tekening. Dit is nu geheel samengevloeid met het gehele rugdek en is ook de vereiste verschijning nu.

BRUIN WIT PASTEL: Een zo vloeiend mogelijk egaal bruin rugdek. Geen of zeer weinig bestreping meer. Rugdek maximaal bruin doorlopend in flanken en borst. Lichtbruin vleugel en staartpennen aangepast aan het totaalbeeld van de vogel. Dus geen lichte of opgebleekte pennen. Borstkleur moet een zacht zilveren tint laten zien. Bij de dominante vogels een minimale aanslag in vleugelpennen.

Enkele voorkomende fouten:

  • Laat zware bestreping zien op rugdek.
  • Vloeit niet over in bruine rugdekkleur.
  • Flanken en borstkleur te licht (wit).
  • Te veel aanslag (dominantiefactor) vleugel en staartpennen te licht.

BRUIN PASTEL INTENSIEF: De goudkleur zal in het rugdek meer naar voren komen. Toch moeten we proberen het rugdek zo vloeiend mogelijk bruin te houden. Uiteraard ook flanken en borst. Evenals bij de goudbruine, zal door de intensief-factor het bruine minder overheersen dan bij de schimmelvogels. Maar het geheel zal zo vloeiend mogelijk moeten zijn, geen of zeer weinig bestreping meer, met een egale dubbel geelfactor.

Enkele veelvoorkomende fouten:

  • Onvoldoende bruinheid.
  • Onjuiste schimmelverdeling, ongelijkmatige grondkleur (twee- of driekleurig).
  • Te lichte vleugel- of staartpennen.
  • Te lichte flanken of broek.
  • Te onderbroken en te smalle tekening.

BRUIN IVOOR INTENSIEF: Zie eisen en fouten zoals bij de goudbruine, maar door de werking van de ivoorfactor is de diepe goudkleur gehalveerd. De grondkleur moet wel zuiver en egaal blijven voor mooie vogels om te zien en te kweken.

BRUINIVOOR (SCHIMMEL): Zie eisen en fouten zoals bij de bruine. Door de enkelvoudige geelfactor samen met de ivoorfactor ontstaat een zwakke grondkleur; gebruik een geelfactor tussen dubbel en enkel samen met de ivoorfactor voor het juiste kleurbeeld.

BRUIN ROOD IVOOR: Zie eisen en fouten zoals bij de roodbruine, maar door de ivoorfactor is de dieprode grondkleur gehalveerd, resulterend in een “rose” tint. De grondkleur moet zuiver en egaal blijven.

BRUIN ROOD IVOOR (SCHIMMEL): Zie eisen en fouten zoals bij de roodbruin, maar de grondkleur is door de ivoorfactor minder diep, met een roze kleuruiting die wel egaal moet zijn.

BRUINFACTOR IN SAMENWERKING MET PASTEL: In samenwerking met de pastelfactor op onze bruine kanarie verliest de klassieke bruine vogel zijn bestreping door de werking van de pastelfactor, waardoor de vogel een lichter uiterlijk krijgt. Er mag geen duidelijk spoor van tekening meer zijn.

BRUIN WIT PASTEL: Een egaal bruin rugdek zonder of met zeer weinig bestreping. Rugdek moet maximaal bruin doorlopen in flanken en borst. Lichtbruine vleugel- en staartpennen moeten passen bij het totaalbeeld van de vogel. Geen lichte of opgebleekte pennen. Borstkleur moet een zachte zilvertint hebben. Bij dominante vogels minimale aanslag in vleugelpennen.

Enkele veelvoorkomende fouten:

  • Zware bestreping op rugdek.
  • Onvoldoende overvloeiing in bruine rug dekkleur.
  • Te lichte flanken en borstkleur (wit).
  • Te veel aanslag (dominantiefactor), te lichte vleugel- en staartpennen.

BRUIN PASTEL INTENSIEF: De goudkleur moet prominenter zijn in het rugdek, maar probeer het bruine toch vloeiend te houden, inclusief flanken en borst. Ondanks de intensieve factor mag het bruine niet te sterk overheersen zoals bij schimmelvogels. Het geheel moet zo vloeiend mogelijk zijn, met weinig of geen bestreping en een egale dubbel geelfactor.

Enkele veelvoorkomende fouten:

  • Rugdek nog te zwaar getekend, te weinig vloeiend bruin.
  • Te lichte flanken en vleugel- of staartpennen.
  • Onegale grondkleur, bewolkt, schimmelsporen, onzuiver, weinig bruin zichtbaar.

BRUINPASTEL (SCHIMMEL): Een vloeiend egaal bruin rugdek, goed doorlopend in borst en flanken. Geen of zeer weinig zichtbare bestreping. Egaal enkelvoudige geelfactor, met gelijkmatig verdeelde schimmel over de hele vogel.

Enkele veelvoorkomende fouten:

  • Onvoldoende bruin zichtbaar.
  • Te lichte vleugel- en staartpennen, lichte broek.
  • Bewolkte kleur, onjuiste schimmelverdeling.
  • Te zware tekening op rugdek, geen vloeiend rugdek.

BRUIN ROOD PASTEL: Net als bij de roodbruine, door de intensieve factor ontwikkelt het bruin zich iets minder, maar probeer maximaal bruin te behouden zonder streperigheid. Egaal rode grondkleur, vooral bij oudere vogels, met goed doorgekleurde vleugel- en staartpennen. Het geheel moet een goede bruine indruk maken.

Enkele veelvoorkomende fouten:

  • Twee- of driekleurig, ongelijkmatige grondkleur.
  • Te fijne tekening op rugdek, onvoldoende bruinheid.
  • Lichte vleugel- en staartpennen, of broek.
  • Schimmelsporen.

BRUIN ROOD PASTEL (SCHIMMEL): Een vloeiend egaal bruin rugdek, flanken en borst zo bruin mogelijk. Geen of zeer weinig zichtbare bestreping, goed ineen vloeiend geheel met een egale enkelvoudige roodfactor en gelijkmatig verdeelde schimmel over de hele vogel.

Enkele veelvoorkomende fouten:

  • Onvoldoende bruinheid.
  • Onvoldoende overvloeiing op rugdek, borst, flanken.
  • Niet egale kleur, lichte flanken.
  • Te zware tekening op rugdek en flanken.
  • Onjuiste schimmelverdeling.

BESLUIT: Beste bruinkwekers, jullie hebben diverse mogelijkheden, maar ook uitdagingen in het kweekproces. Vooral de zilvertint kan voor moeilijkheden zorgen vanwege de onvoorspelbare blauwfactor. Selectieve kweek en aandacht bij het koppelen en aankopen van vogels kunnen dit voorkomen. De Bruingeelivoor is een veelgekweekte en prachtige vogel, ook op onze T.T. Voor ervaren kwekers raad ik aan samen te werken met de recessieve witfactor in de zilverkleur. Ik hoop dat ik jullie weer nuttige informatie en tips heb kunnen geven over de bruine kanarie. Onthoud dat naast een goede kleur ook andere aspecten belangrijk zijn voor een succesvolle T.T. vogel.

Vanaf 2003 is ook deze standaard aangepast naar het meer zuidelijke type, met een overgangsperiode. Houd hier rekening mee, zie ook de rubriek AOB technische commissie.

Wout van Gils

More Articles

Kanarie kleuren

Het opvoeren van roodfactorige kanarievogels

OPVOEREN VAN ROODFACTOR KANARIEVOGELS    INLEIDING Er is veel geschreven en gesproken over roodfactor kanarievogels, met zowel voor- als tegenstanders. Er zijn discussies over hun

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

Kanarie kleuren

De Agaat Geel intensief

De agaat, ook wel bekend als de eerste reductiefactor, is een verdunde vorm van Zwartgeel. Deze verdunning heeft voornamelijk invloed op de toppen van de

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

Kanarie kleuren

De Agaat Roodopaal.

Agaat opaal met rode grondkleur: Sommige vogels worden maar zelden gezien, zelfs op grote shows in België of wereldwijd; een daarvan is de agaat opaal

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

Kanarie kleuren

De Geelivoor intensief.

Geel Ivoor Intensief Vereisten: Een goede, diepe grondkleur is essentieel, evenals een gelijkmatige en zuivere kleur (citroenfactor). Geen schimmelvorming bij de intensieve exemplaren en geen

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

Kanarie kleuren

Het opvoeren van roodfactorige kanarievogels

OPVOEREN VAN ROODFACTOR KANARIEVOGELS    INLEIDING Er is veel geschreven en gesproken over roodfactor kanarievogels, met zowel voor- als tegenstanders. Er zijn discussies over hun

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

Kanarie kleuren

De Agaat Geel intensief

De agaat, ook wel bekend als de eerste reductiefactor, is een verdunde vorm van Zwartgeel. Deze verdunning heeft voornamelijk invloed op de toppen van de

Done
ClosePlease login

No account yet? Register