DE MOZAÏEK KANARIE

geelmozaiek koppel


DE MOZAÏEK KANARIE

HET ONTSTAAN EN DE ONTWIKKELING:

Deze variëteit is ontstaan door het inkweken van de Kapoetsensijs. Naar mijn weten dateert dit terug tot ongeveer 1942. De verdere ontwikkeling kwam tot stand door een strenge selectie op de vrouwelijke kleurkenmerken van de Kapoetsensijspop en de kanariepop. Er is dus sprake van duidelijk geslachtsdimorfisme. In de loop der jaren heeft strenge selectie het mozaïekpatroon in de kanarievogel gefixeerd door een omkering van de verdeling van de lipochroom kleur in de veren. Met uitzondering van de typische mozaïekpatronen (waar de lipochroomkleur zich bevindt), werd de vetstofkleur teruggedrongen naar de basis van de veren, waardoor wit aan de buitenkant van de veren zichtbaar werd.

In de beginjaren waren er veel fouten bij deze vogels. De grote doorbraak begon rond 1970. In die periode werd ook vastgesteld dat het mozaïek “geslachtsgebonden erft” met een intermediair karakter. Met andere woorden: de mozaïekkenmerken erven geslachtsgebonden over, maar enkele factoren beïnvloeden het patroon. Het mozaïekpatroon is alleen zichtbaar bij een NIET INTENSIEVE VOGEL! (Dus een schimmelvogel).

Het mozaïekpatroon wordt beïnvloed door de: a. INTENSIEFFACTOR b. DOMINANT WITFACTOR c. RECESSIEF WIT FACTOR

In de jaren ’70 werden veel ontdekkingen gedaan en gedocumenteerd. Lange tijd dacht men dat alleen de mozaïekpop een TT (tentoonstelling) vogel was, maar later werd ingezien dat dit niet het geval was. Op verschillende plaatsen ontdekte men dat de mozaïekman een eigen verschijningsvorm heeft, en men kwam tot de volgende onderscheidingen:

  1. Mozaïekpop, ook wel Type I genoemd.
  2. Mozaïekman, ook wel Type II genoemd.

image14moz manOver deze types zal ik later een apart stukje schrijven. De mozaïekfactor werd vele jaren gekweekt in de vetstofreeks. De laatste jaren is het type ook veel gekweekt in de pigmentserie, waar ook prachtige vogels ontstonden. Door de inzet van veel liefhebbers en de oprichting van speciaalclubs is de mozaïek de laatste jaren sterk in opkomst. Het is een uitdagende vogel, maar recente successen bewijzen dat er prachtige vogels mee te kweken zijn. Het is een nieuwe uitdaging voor veel kwekers, exposanten en keurmeesters om deze vogel te kweken en op tentoonstellingen te presenteren. Aan de heren keurmeesters de taak om deze vogels naar waarde en moeilijkheidsgraad te beoordelen. Er ligt nog veel werk voor ons allemaal. De mozaïekkanarie verdient het, laten we daarom samenwerken om deze vogel te leren waarderen!

KENMERKEN MOZAÏEKPOP – TYPE I (zie tekening) Deze vertoont vier specifieke kleurtekeningen in hoofdzakelijk witte veren. Deze tekeningen moeten duidelijk en scherp afgebakend zijn, waaronder: a. KOPTEKENING, OOGSTREEP EN KEELVLEKKEN AAN BEIDE ZIJDEN VAN DE KOP b. SCHOUDERVLEK (goed doorgekleurd) c. DE BORSTVLEK (zo klein mogelijk) d. DE STUITVLEK (goed doorgekleurd)

KENMERKEN MOZAÏEKMAN – TYPE II (zie tekening) a. EEN DOORGEKLEURDE VOORKOP (puttermasker) b. SCHOUDERVLEK (goed doorgekleurd) c. DE BORSTVLEK, die veel groter is dan bij de pop, de kleur moet vrij zijn van de hals en de flanken. d. EEN GEKLEURD STUITKUSSEN. Deze tekening kan in de gele of rode vetstofkleur voorkomen. (Met de ivoorfactor erin, raad ik af, ondanks verschillende meningen hierover.)

NB. Bij de pop Type I moet de borstvlek zwak doorschijnen, niet te groot zijn en ter hoogte van het borstbeen zitten. Bij de man Type II moeten de schouder, borst en stuittekening ruimer zijn dan bij Type I. De borstvlek moet echter goed gescheiden zijn van het masker en de flanken. Type I kan keelstippen hebben, maar een mozaïek zonder of met weinig keelstippen kan ook hoog gewaardeerd worden. Toch verdient een mozaïek van goede tekening en kleur met keelstippen altijd de voorkeur.

LET OP. Bij de vetstofmozaïekkanarie, zowel man als pop, moeten de vleugel- en staartpennen zo wit mogelijk zijn!

VEELVOORKOMENDE FOUTEN BIJ VETSTOFMOZAIEKEN: DE POP TYPE I

  1. Vetstofkleur boven de snavel.
  2. Vetstofkleur op het rugdek.
  3. Rode kleur rond de ogen, geen oogstrepen.
  4. Borst te fel en te diep doorgekleurd, en te groot.
  5. Geen stuitkleur – keelvlekken.
  6. Gekleurde vleugel- of staartpennen.
  7. Schoudertekening loopt te ver door.

DE MAN TYPE II:

  1. Onderbroken masker, te groot of niet goed afgebakend.
  2. Borstvlek die aansluit op masker en flanken.
  3. Stuitkleur niet goed doorgekleurd.
  4. Ontbreken van helderheid tussen de vetstofkleur van de rug en de schouders.
  5. Schoudertekening loopt te ver door in vleugelpennen.
  6. Vetstofkleur loopt door tot in de staartpennen.
  7. Mozaïektekening niet symmetrisch.

Uiteraard kan men deze mozaïektekening in de gele of rode kleur ook in de pigmentreeks kweken. Men kan dan niet meer spreken van de witte veervelden. De gepigmenteerde mozaïek zal altijd een zogenaamde ZILVERSLUIER vertonen, vooral in de Agaat of Groen serie.

DE GEPIGMENTEERDE MOZAÏEK:

Als eerste eis moet altijd gelden: HET MOZAÏEKPATROON. De eisen voor het pigment komen op de tweede plaats. De mozaïektekening ontstaat door de vetstofgekleurde veren en de veren die gepigmenteerd zijn. De tekening moet duidelijk en scherp waarneembaar zijn en aan beide zijden volkomen gelijk. De pigmenttekening moet voldoen aan de eisen van een vogel zonder mozaïektekening. Het kenmerk bij de pigmenttekening is de witte broek. Gepigmenteerde mozaïeken zullen over het algemeen meer of minder een witte broek laten zien en de zilversluier, dan bij dezelfde soort vogel zonder de mozaïekfactor. In de Agaatreeks zal de zilversluier het meest waarneembaar zijn, evenals in de zwart serie. De broek moet dus wit zijn en doorlopen tot tegen het lichaam, waar de poot zich bevindt. Ook in de pigmentserie onderscheidt men weer type I en type II.

VEELVOORKOMENDE FOUTEN IN DE PIGMENTREEKS:

  1. Ontbreken van zilversluier.
  2. Pigmentfouten – onsymmetrisch.
  3. Verdere fouten beschreven in de vetstofreeks Type I + II.

MOZAIEK KANARIE TYPE I (POP) MOZAIEK KANARIE TYPE II (MAN)

BESCHRIJVING TYPE I (POP) DE KOPTEKENING:

De kop vertoont aan beide zijden, net boven beide ogen, een smal, scherp en goed doorgekleurd oogstreepje. Deze strepen mogen niet te lang zijn en moeten gelijk zijn aan beide zijden van de kop. Doorlopende vetstofkleur boven de bek is niet toegestaan. Keelstipjes kunnen zich aftekenen, ook weer aan beide zijden van de kop. De kleur moet zuiver geel of rood zijn.

DE SCHOUDERTEKENING:

Duidelijk afgebakende, niet te grote vlekken, ook aan beide zijden. De kleur is hetzelfde als die van de koptekening en loopt niet door in de vleugelpennen. Vetstofkleur in de pennen is niet toegestaan. De crèmeachtige kleur (zoals beschreven bij Type II) is ook hier acceptabel bij rode mozaïekkanaries.

DE BORSTTEKENING:

De borstvlek is goed doorgekleurd en matig groot (niet te groot en niet te klein). Deze mag niet doorlopen naar de keel, flanken en poten.

DE STUITTEKENING:

Het stuitkussen moet voorzien zijn van een goed afgebakende en gekleurde tekening (stuittekening). De kleur is weer hetzelfde als die van de koptekening en schoudertekening. Het mag niet doorlopen naar de staartpennen.

PIGMENTTEKENING:

De pigmentvereisten zijn gelijk aan die voor vogels zonder mozaïektekening of kenmerken. Het vereiste kenmerk is de witte broek, waarbij een zilverachtige kleur de tekening beheerst door het ontbreken van vetstofkleur. Zoals eerder beschreven als “zilverachtige sluier”.

BESCHRIJVING TYPE II (MAN) DE KOPTEKENING:

Deze bestaat uit een scherp afgebakend en goed doorgekleurd masker, dat zich rond de snavel en ogen bevindt. De ogen liggen precies in het masker. Maskerbeschrijving: De grenslijnen lopen zo recht mogelijk van de ene ooghoek naar de andere, de afstand van de lijnen tot aan de snavel is gelijk en bovendien gelijk aan de afstand van snavel naar ogen. De kleur moet zuiver diepgeel of rood zijn.

DE SCHOUDERTEKENING:

Scherp afgebakende schoudervlekken aan beide zijden, gelijk en niet te groot. De kleur van deze schoudervlekken is hetzelfde als die van de koptekening. Zoals eerder beschreven, mag deze tekening niet doorlopen in de vleugelpennen. Vetstofkleur is niet vereist, waardoor een zeer lichte (zwakke) kleurschakering in de vleugelpennen is toegestaan. Deze kleur wordt nestkleur genoemd en komt alleen voor bij rode mozaïekvogels.

DE BORSTTEKENING:

Doorschijnend goed doorgekleurd, duidelijk gescheiden van masker en flanken.

DE STUITTEKENING:

Het stuitkussen (of rugeinde) is bedekt door de vleugelpennen. De kleur van deze stuittekening is weer hetzelfde als de koptekening en schoudertekening en mag niet doorlopen in de staartpennen.

PIGMENTTEKENING:

Zoals eerder beschreven, moeten de pigmentvereisten voldoen aan dezelfde eisen als voor vogels zonder mozaïektekening of kenmerken. Het vereiste kenmerk is de witte broek, waarbij een zilverachtige kleur de tekening beheerst door het ontbreken van vetstofkleur. Reeds eerder beschreven als “zilversluier”.

DE KWEEK: Zoals eerder opgemerkt, is de kweek de laatste jaren sterk toegenomen. Een eerste vereiste voor het fokken van mozaïeken is het kweken in stamverband, oftewel fokparen samenstellen in familieverband, bijvoorbeeld:

  • Vader x dochter
  • Moeder x zoon
  • Halfbroer x halfzus

Dit vereist uiteraard een uitstekende administratie of kweekboek. Een paring van bijvoorbeeld een mozaïekman x zalmpop geeft de helft van de zonen en dochters de mozaïekfactor. Dit betekent zalmmannen en poppen, evenals enkele mozaïekfactorige mannen en mozaïekpoppen.

Uiteraard zullen beide fokparen redelijke mozaïeken opleveren, maar het uiterlijk zal bestaan uit mozaïektypen. Van een scherp gemaskerd mozaïekpatroon zal geen sprake zijn, aangezien de witte veervelden (de vereisten van de mozaïek) doorlopend zullen zijn met de vetstofkleur. Hierdoor vloeit de mozaïektekening te veel ineen.

Het selecteren moet zeer overwogen gebeuren. Het is nooit aan te bevelen twee zeer witte vogels aan elkaar te koppelen. Het verdient de voorkeur een zeer witte man te paren aan een pop die veel lipochroomkleur (vetstof) vertoont, vooral een korte bevedering heeft, en indien mogelijk, zelfs een beetje vetstofkleur boven de snavel heeft. Het is belangrijk om de intensieffactor zoveel mogelijk te vermijden. Als de bevedering te lang wordt, kan men overwegen een intensieve vogel in te kweken, maar het is beter om dit te vermijden. Verder moet men rekening houden met het feit dat de mozaïekfactor recessief en geslachtsgebonden vererft.

ENKELE KOPPELINGSMOGELIJKHEDEN: a/ Mozaïek x mozaïek = 100% mozaïek b/ Niet mozaïek x mozaïek = 50% split-mozaïek (mannen) / 50% niet-mozaïek (poppen) c/ Mozaïek x niet-mozaïek = 50% split-mozaïek (mannen) / 50% mozaïek (poppen) d/ Split-mozaïek x mozaïek = 25% split-mozaïek (mannen) / 25% mozaïek (mannen) / 25% mozaïek (poppen) / 25% niet-mozaïek (poppen) e/ Split-mozaïek x niet-mozaïek = 25% niet-mozaïek (mannen) / 25% split-mozaïek (mannen) / 25% niet-mozaïek (poppen) / 25% mozaïek

HET OPVOEREN VAN DE ROODFACTORIGE MOZAÏEKEN: Op de eerste plaats moet tijdens de nestperiode geen kleurversterkend middel aan de mozaïeken worden gegeven. De kans op een goede mozaïek is dan al verkeken. Kleurstof toedienen moet pas beginnen wanneer de vogels ongeveer zes weken oud zijn, zodat het kleurcontrast optimaal uitkomt. De hoeveelheid kleurstof moet gelijk zijn aan het opvoeren van andere roodfactor kanarievogels; nooit minder toedienen aan de mozaïek! Zulke vogels zijn te herkennen aan de oranje onderbevedering, wat als foutief wordt beschouwd.

Wout van Gils

More Articles

Kanarie kleuren

Het opvoeren van roodfactorige kanarievogels

OPVOEREN VAN ROODFACTOR KANARIEVOGELS    INLEIDING Er is veel geschreven en gesproken over roodfactor kanarievogels, met zowel voor- als tegenstanders. Er zijn discussies over hun

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

Kanarie kleuren

De Agaat Geel intensief

De agaat, ook wel bekend als de eerste reductiefactor, is een verdunde vorm van Zwartgeel. Deze verdunning heeft voornamelijk invloed op de toppen van de

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

Kanarie kleuren

De Agaat Roodopaal.

Agaat opaal met rode grondkleur: Sommige vogels worden maar zelden gezien, zelfs op grote shows in België of wereldwijd; een daarvan is de agaat opaal

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

Kanarie kleuren

De Geelivoor intensief.

Geel Ivoor Intensief Vereisten: Een goede, diepe grondkleur is essentieel, evenals een gelijkmatige en zuivere kleur (citroenfactor). Geen schimmelvorming bij de intensieve exemplaren en geen

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

Kanarie kleuren

Het opvoeren van roodfactorige kanarievogels

OPVOEREN VAN ROODFACTOR KANARIEVOGELS    INLEIDING Er is veel geschreven en gesproken over roodfactor kanarievogels, met zowel voor- als tegenstanders. Er zijn discussies over hun

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

Kanarie kleuren

De Agaat Geel intensief

De agaat, ook wel bekend als de eerste reductiefactor, is een verdunde vorm van Zwartgeel. Deze verdunning heeft voornamelijk invloed op de toppen van de

Done
ClosePlease login

No account yet? Register