Cursus Deel 31: Ziekten bij kanarievogels

Ziekten bij kanarievogels: Deel 31.

Het grootste probleem waarmee vogelhouders te maken krijgen.

Eigenlijk zou deze rubriek aan een deskundige dierenarts moeten worden overgelaten. Helaas zijn de dierenartsen die zich interesseren voor kooi- en volièrevogels nog dun gezaaid en ontbreekt het hen vaak aan praktijkervaring op dit gebied. Bovendien is het vaak zo dat de kosten van een onderzoek de waarde van de vogel overstijgen. Toch raad ik zowel de onervaren liefhebber als de meer ervaren kweker aan om, zeker bij meerdere sterfgevallen binnen korte tijd, een dierenarts te raadplegen of de vogel op te sturen voor autopsie.

Uit de resultaten van het onderzoek kunnen beide partijen leren, vooral als de ziekteverschijnselen van de vogel vooraf goed zijn bestudeerd. Het is niet mijn bedoeling hier uitgebreid in te gaan op alle ziekten. Het gaat erom wat vogelhouders kunnen doen om de meest voorkomende ziekten te voorkomen of te bestrijden. De nadruk moet liggen op preventie. Dat betekent niet dat we volledig gespaard zullen blijven van ziekten, maar de kans op epidemische uitbraken is wel aanzienlijk kleiner geworden.

Daarnaast moet rekening worden gehouden met de woonplaats. Mensen die in vochtige omgevingen wonen, zoals bij moerassen, kanalen of rivieren, lopen een groter risico dan mensen die op droge zandgrond wonen. Dit geldt zowel voor mensen als voor vogels. Natuurlijke selectie is in een volière onmogelijk; dit kan alleen in de natuur plaatsvinden. In kooien en volières, waar veel vogels op een beperkte oppervlakte verblijven, is dit een utopie. Deze selectie moet de liefhebber grotendeels zelf doen door middel van goede selectie, koppeling en verzorging, en dit alles nauwkeurig vast te leggen in het beruchte kweekboek. Alleen op deze manier is het mogelijk ziektes redelijk onder controle te houden, maar ze zullen nog steeds voorkomen in meer of minder ernstige vormen. Alleen deskundig gebruik van medicatie kan bij het uitbreken van ziekten een oplossing bieden. Zo niet, kan in sommige gevallen 60 tot 70 procent van uw vogels sterven, en wat nog erger is, de overlevenden worden bijna allemaal drager en zullen hun eieren en eventuele jongen besmetten, wat vaak leidt tot mislukte broedseizoenen. Denk bijvoorbeeld aan de BLAUWE STIP die de laatste jaren bij veel liefhebbers voorkomt; dit is hier zeker een oorzaak van.

Houd er rekening mee dat de meeste wilde zangvogels veel gevoeliger zijn voor specifieke infecties dan de kanarie, die al vele jaren in gevangenschap wordt gekweekt en enige resistentie heeft opgebouwd tegen veel ziekten. Het feit dat de meeste wilde zangvogels sneller stress ervaren, soms minder krachtvoer eten en daardoor een slechtere conditie hebben, zorgt ervoor dat infecties beter aanslaan. Een eerste vereiste is leren onderscheid te maken tussen een gezonde vogel en een vogel die niet in conditie is. Over het algemeen geldt dat een vogel die met de kop in de veren zit en weinig neiging heeft om te vliegen al behoorlijk ziek is. Vang onmiddellijk vogels die niet fit zijn. Houd de vogel tegen uw oor en luister naar de ademhaling. Een iets snellere ademhaling is normaal. Elk piepend, fluitend of klikkend bijgeluid is verdacht. Blaas vervolgens de buikveren op en bekijk wat er abnormaal is. Een gezonde lever is praktisch onzichtbaar. Een gezonde buik is enigszins ingetrokken. De darmen zijn normaal gesproken bijna niet zichtbaar. Is de huidskleur goed? Is de vogel vermagerd? Zijn er parasieten aanwezig, enzovoort…

Een goede waarneming is ook nog altijd de observatie. Let op, als de vogel op de stok zit, moet deze ook rustig zitten. Als de vogel ademhaalt en de staart beweegt op en neer, is dit geen goed teken; de vogel heeft mogelijk iets aan de luchtwegen of een infectie. Blaas de vogel voorzichtig op en bekijk de onderbuik. Houd de vogel ook eens tegen uw oor; verzorg een vogel direct als er symptomen zijn, voordat het te laat is. De helderheid van de ogen van de vogel onthult ook veel over de conditie ervan; let hier goed op. Bij vogels met de recessief witte factor zijn tranende ogen een zorgwekkend teken, en sterk blauw geworden hoorndelen duiden ook op mogelijke problemen. De symptomen laten zich zien, en het is aan ons om tijdig in te grijpen (verzorgen). Isoleren van de vogel in een ziekenkooi is aan te raden. Leg op de bodem eerst een stuk krantenpapier of een plaatje om de uitwerpselen te verzamelen en te controleren. Noteer eventuele afwijkingen voordat u een dierenarts of ervaren liefhebber raadpleegt.

U (en de dierenarts en/of liefhebber) zullen telkens iets leren van deze handelingen. Voer dezelfde controles uit als u een vogel gaat kopen of ruilen. Geef altijd onmiddellijk een geneesmiddel aan uw zieke vogel, omdat meerdere exemplaren geïnfecteerd kunnen zijn. U kunt dan alvast vaststellen of het gebruikte middel effectief is en het indien nodig aanpassen bij volgende patiënten. Zorg voor de juiste dosering en overdrijf niet. Het juiste medicijn kan variëren tussen liefhebbers, en er zijn veel opties op de markt. Ik noem bewust geen namen om misverstanden en/of vooroordelen te vermijden. Liefhebbers die willen weten wat ik gebruik of advies willen, kunnen mij altijd mailen of schrijven. Vaak kunnen zij bij hun vereniging of bij bekende liefhebbers de naam van het product achterhalen. Als u uw vogel via de dierenarts laat onderzoeken, zal deze het medicijn voorschrijven.

Enkele grondregels voor het voorkomen van zieke vogels. Zoals vaak gezegd, is voorkomen beter dan genezen, en dit geldt zeker ook voor onze vogelhobby. We verwijzen hiervoor naar de juiste voeding en correcte verzorging. Over de verzorging is voldoende geschreven en informatie beschikbaar. Iedere vogelliefhebber zou moeten weten hoe hij hiermee moet omgaan. De eerste stappen ter voorkoming van ziekten zijn hiermee al gezet.

De voornaamste vogelziekten behoren tot de groep van INFECTIEZIEKTEN, veroorzaakt door microscopisch kleine organismen zoals bacteriën, virussen en eencellige schimmels. Tegen deze ziekten worden voornamelijk antibiotica gebruikt, stoffen die worden uitgescheiden door bepaalde schimmelsoorten, zoals penicilline uit Penicillium glaucum. Een bepaalde hoeveelheid microben in het lichaam van een dier is normaal en zelfs gunstig, met name in de darmen, waar de goedaardige darmflora zorgt voor vitamine B-productie. Problemen ontstaan wanneer bepaalde microben zich te veel vermenigvuldigen door verzwakking van het natuurlijke afweermechanisme van het lichaam, wat verschillende ziekten veroorzaakt. Op dat moment is het tijd om in te grijpen en de infectie te bestrijden. Antibiotica, zoals de naam suggereert (anti=tegen en bios=leven), zijn stoffen die gericht zijn tegen het leven en in principe al het leven doden. Ze zijn echter in de normaal voorgeschreven dosering niet sterk genoeg voor de gastheer, maar wel effectief tegen microben. Het is essentieel om de voorgeschreven dosis nauwkeurig te volgen, bij voorkeur na overleg met een gespecialiseerde apotheker of dierenarts. Tijdens behandeling met antibiotica moeten ook poly-vitaminemengsels worden toegediend, omdat de goedaardige darmflora ook wordt aangetast, wat kan leiden tot een tekort aan vitaminen bij de zieke vogel. Poly-vitaminen, met alle bekende vitaminen, dragen bij aan het herstel van de normale afweerkrachten van de vogels. Chemotherapeutica, kunstmatig vervaardigde chemische producten die vergelijkbaar zijn met antibiotica, worden ook gebruikt voor hetzelfde doel. Deze zijn even effectief als antibiotica, maar ook even giftig bij overmatig gebruik. Wees dus altijd waakzaam.

Preventie van infectieziekten.

Let goed op bij het aanschaffen van nieuwe vogels en plaats ze altijd enkele weken in quarantaine. Houd gedurende deze periode de vogels nauwlettend in de gaten en let op hun eet- en drinkgedrag, de stand van de ogen en de beweging van de staart. Als alles goed blijft gaan, kunnen de vogels na ongeveer twee weken bij de andere vogels worden geplaatst.

Let vooral op als de vogels afkomstig zijn van tentoonstellingen. Ze hebben daar blootgestaan aan drukte, temperatuurschommelingen, ander voer, kortom allerlei stressfactoren. Vogels die niet in goede conditie verkeren, zijn snel vatbaar voor stress, wat een fysieke en fysiologische belasting vormt en het natuurlijke afweermechanisme kan verminderen, waardoor ze snel infecties kunnen oplopen. Daarom is het essentieel dat vogels van tentoonstellingen goed worden geobserveerd, voorzien van hoogwaardig zaad en eivoer, en de nodige vitaminen krijgen. Hierdoor blijven mogelijke problemen tot een minimum beperkt.

Een andere risicovolle periode is de kweekperiode, zowel tijdens het broeden als wanneer er jonge vogels zijn. Jonge vogels hebben nog niet voldoende weerstand en immunisatie tegen verschillende infectieziekten. Net zoals mensen kunnen vogels immuun worden voor infectieziekten als ze deze met succes hebben doorgemaakt, vergelijkbaar met de behandeling van pokken.

Het is duidelijk dat ook de rui een gevaarlijke periode vormt voor het oplopen van infecties of ziekten. Veel problemen kunnen, zoals vaak wordt benadrukt, worden voorkomen door orde en netheid in de vogelverblijven te handhaven, waarbij de hokjes regelmatig worden ontsmet en behandeld.

A. Ziekten veroorzaakt door virussen.

Pokken kennen we in een uitwendige en inwendige vorm. Psittacosis, ornithosis of chlamydiosis is geen echt virus maar een soort overgangsvorm tussen virus en bacterie. Leukose of leverziekte, miltziekte. Ik zal niet dieper ingaan op deze ziekten, aangezien ze niet veelvuldig voorkomen bij Europese vogels. Bovendien bestaan er geen geneesmiddelen tegen virusziekten. De enige remedie is vaccinatie, naast het zorgen voor goede huisvesting, hygiëne en voeding. Alleen bij ornithose (ook besmettelijk voor de mens) kan een chloortetracycline HOI-kuur een oplossing bieden. Van de inwendige vorm van pokken (hapziekte) bij Europese vinken is nog nooit melding gemaakt. De uitwendige vorm (minder dodelijk) hebben we wel enkele keren vastgesteld. Het jaarlijks vaccineren van onze kanarie vogels wordt uitvoerig beschreven, en het zijn geen verstandige liefhebbers die niet vaccineren en denken dat het hen niet zal overkomen.

B. Ziekten veroorzaakt door bacteriën.

We onderscheiden Gram-positieve bacteriën en Gram-negatieve bacteriën. Vooral met de laatste krijgen onze vogels te maken en eisen ze jaarlijks veel slachtoffers. Salmonella of paratyfus kent verschillende vormen. De belangrijkste zijn Salmonella gallinarum en Salmonella pullorum. Ziekteverschijnselen: Deze zijn niet altijd specifiek. Acute sterfte is het meest opvallend, met ernstige diarree die een opvallende witte kleur heeft, vergelijkbaar met gemorste koffiemelk. De pullorum vorm kan vogels van elke leeftijd treffen, maar jonge vogels zijn het meest gevoelig. De dood kan plotseling optreden zonder duidelijke vermagering, maar soms is er snelle vermagering op één dag omdat de vogels weinig of niet meer eten en drinken en veel vocht verliezen door de diarree. De ziekte kent dikwijls een epidemisch verloop, vooral in dichtbevolkte volières, en eist in enkele dagen veel slachtoffers als er niet met geneesmiddelen wordt ingegrepen. De incubatietijd is 2 tot 3 dagen. Nestjongen kunnen besmet worden zonder dat de ouders ziekteverschijnselen vertonen. De witte diarree veroorzaakt bij hen het zogenaamde mestkontje. Ze houden de poten gestrekt, verlaten soms te vroeg het nest en vallen dan op de bodem. Buik en darmen zijn meestal donker tot zwart gekleurd, en aan de cloaca ziet men de witte mest klaarzitten. Soms zijn er ook verlammingsverschijnselen en afwijkende ademhalingsgeluiden waarneembaar (meestal klikkende). Zwaar geïnfecteerde vogels zijn zeer moeilijk te genezen doordat ze echt doodziek zijn en praktisch niet meer eten of drinken. De anderen maken een goede kans op herstel. Ook hier hebben we vaak groenachtig gekleurde diarree (gallinarum vorm). Het meest opvallend is de vergrote lever die duidelijk waarneembaar is in het centrum onder het borstbeen en een bruin-gele kleur heeft (kleur van dode herfstbladeren). Meestal is de buik ook gezwollen, en afhankelijk van de kleur kan er sprake zijn van een menginfectie (zie cocidiose). Soms treden ademhalingsmoeilijkheden op (op en neer wippen met staart, open bek). Deze ziekte kan vogels van elke leeftijd besmetten. Salmonella bacteriën kunnen via het broedei aan de nakomelingen worden doorgegeven, waardoor de jongen in het ei sterven of in de eerste dagen na het uitkomen van de tere jongen.

Zelfs gezonde jongen kunnen later nog door de ouders worden besmet als deze dragers zijn. Bij sectie zijn de sterk gezwollen en vergrote lever en milt de voornaamste herkenningspunten. Ook vinden we witgele vlekken op hartspier, longen en maag. De darmen zijn gevuld met een kaasachtige substantie. Gewoonlijk verloopt het ziekteproces erg onduidelijk. Er treedt slechts af en toe een sterfgeval op, maar op de langere termijn vallen er toch veel slachtoffers en hebben veel overlevenden een vergrote lever en slechte conditie. Aangetaste vogels maken een redelijke kans op genezing als de ziekte niet te ver gevorderd is. Het genezingsproces kan echter lang duren. Pseudo-tuberculose of vogelcholera. Opnieuw moet een onderscheid worden gemaakt tussen acute en chronische vorm. De ziekteverschijnselen lijken veel op salmonella, maar er kunnen kleine verschillen zijn. Acute vorm: Aangetaste vogels zijn maar kort ziek, gaan dik zitten en kunnen een uur later dood zijn. Bijna altijd is er diarree geweest. Bek en neusdoppen zijn soms blauw. Vogels die wat meer weerstand bieden, vertonen ernstige ademhalingsmoeilijkheden, zitten ineengedoken en hebben diarree. Hersenstoornissen komen ook voor. Chronische vorm: De lever is vaak ontstoken en verschijnt als een bruinrode vlek onder het borstbeen. Ook een ontsteking van de snavelrand, oogvliezen of oogholte kan voorkomen, wat zelfs een uilekop kan veroorzaken (kaal rond de ogen). Eventuele ontsteking van de neusholte kan leiden tot snotverschijnselen. De ademnood is meestal meer uitgesproken dan bij paratyfus. Omdat beide bacteriële infecties qua ziekteverschijnselen veel overeenkomsten vertonen, is het moeilijk om een juiste diagnose te stellen. Dit is echter niet van essentieel belang omdat de gebruikte geneesmiddelen dezelfde kunnen zijn. In principe komt paratyfus meestal voor in de zomer, terwijl pseudo-tuberculose een voorkeur heeft voor de winter. Dit hoeft echter niet altijd zo te zijn. Colibacillose (Escherichia coli). Bij jonge nestvogels staat deze infectie bekend als zweetziekte. Besmette vogels lijden aan darmstoornissen en hebben hevige diarree. Het nest wordt vervuild omdat de ouders deze uitwerpselen niet kunnen verwijderen. De bacteriën kunnen zich explosief vermenigvuldigen en het hele nest besmetten. Zelfstandige jongen zijn ook vatbaar voor deze ziekte. Sterfte is zeer plotseling en vertoont veel gelijkenissen met acute salmonella of pseudo-tuberculose. Bacterie-verontreinigd voedsel en slechte hygiëne kunnen ook hier weer de oorzaak zijn.

C. Ziekten veroorzaakt door protozoa.

Coccidiose is een veelvoorkomende ziekte bij kanaries en vinkachtigen. Het is een van de gemakkelijkst te herkennen infecties. Een typerend kenmerk is de rood aangelopen buik, waar de rode gezwollen darmlussen te zien zijn. Op de darmen kunnen fijne rode bloedstreepjes waarneembaar zijn. De buik en darmen kunnen meer of minder gezwollen zijn, afhankelijk van de acute of chronische aard van de ziekte. Diarree is mogelijk maar niet noodzakelijk. Snelle vermagering treedt altijd op. Besmetting vindt plaats via de uitwerpselen en kan vogels van elke leeftijd aantasten, hoewel jonge vogels het gevoeligst zijn. Omdat coccidiën de darmwand aantasten en wondjes veroorzaken, krijgen paratyfusbacteriën de kans om de vogel te besmetten. Hierdoor ontstaat een menginfectie die herkenbaar is aan een bruingele leverplek en een rood gezwollen buik met rode darmlussen. Putters en groenvinken zijn extra gevoelig voor coccidiose. Probeer besmetting te voorkomen door de bodem van je volière zo droog mogelijk te houden en regelmatig schoon te maken.

Atoxoplasmose, een vorm van coccidiose, is vooral een ziekte van jonge vogels tot ongeveer 9 maanden en is meestal onmiskenbaar in zijn optreden. Opnieuw is de gezwollen lever typisch, die blauw tot zwart gekleurd is en in eerste instantie rechts onder het borstbeen te zien is. Later kan dit zich uitbreiden tot een brede blauwzwarte band. De uitwerpselen zijn meestal lichtgroen gekleurd. Jonge vogels kunnen ook in het nest besmet raken en vertonen ziekteverschijnselen vanaf ongeveer de 8e dag. Ze verlaten vaak te vroeg het nest en lijden soms aan hersenstoornissen. Het is essentieel om deze ziekte tijdig te herkennen en zo snel mogelijk te behandelen, omdat deze ziekte zich razendsnel verspreidt en meestal fataal afloopt als er niet op tijd wordt ingegrepen met een behandeling. Parasieten vermenigvuldigen zich in de milt, merg, lever, longen, enz., wat ook bloedarmoede veroorzaakt. De keel en huid zijn daardoor bleker van kleur, vooral bij nestjongen. De buik is ook gezwollen. Bij sectie valt naast de lever de sterk vergrote donkerrode milt op. Oudere vogels worden niet dodelijk ziek omdat ze een grotere weerstand hebben. Ze hebben echter een minder goede conditie en blijven, omdat ze dragers zijn, de jongen zonder geneesmiddelen besmetten. De infectie treedt vooral op in de nazomer.

Trichomoniose, hoewel bekend bij duivenliefhebbers, komt af en toe voor bij vinken en insecteneters (zoals zanglijsters). De snavelholte is aangetast, en de vogel ademt met geopende bek. In de keel en snavelholte zijn altijd kleverige witte tot gele afzettingen te zien. Zieke vogels hebben ernstige moeilijkheden met eten en drinken en verkeren constant in ademnood.

Worminfecties zoals gaapwormen, lintwormen, spoelwormen, enzovoort, komen zelden tot nooit voor bij hygiënisch gehuisveste vinkachtigen. Aangetaste vogels ademen met geopende snavel en proberen de wormen weg te slingeren door met de kop en bek op en neer te slingeren.

D. Schimmelziekten.

Aspergillose. Geïnfecteerde vogels gapen veel en vertonen ademhalingsmoeilijkheden. De schimmel tast de longen, luchtzakken, neus- en voorhoofdsholte aan. Soms raken daardoor de ogen ontstoken. De ziekte heeft meestal een slepend verloop en kan wel een jaar duren voordat de vogel sterft. Er is een langzaam vermageringsproces waarneembaar.

Candidiasis. De schimmels bevinden zich in de keel, slokdarm en krop. Aangetaste vogels zijn weinig actief, braken soms, eten moeilijk en vermageren.

Trichophyton. Het is een schimmelinfectie van de huid, met name op de kop en in de nek, wat leidt tot veeruitval. De huid op de kale plekken heeft een witgrijze kleur.

Bij schimmelziekten is het vooral belangrijk de oorzaak te achterhalen, die vaak te vinden is in de bouw van je kweekruimten. Slechte ventilatie, beschimmeld voedsel en een te vochtige omgeving kunnen oorzaken zijn. Ook langdurige toediening van antibiotica kan leiden tot schimmelinfecties.

Infectiemogelijkheden:

Onhygiënisch eivoer en andere eiwitrijke producten, meelwormen, pinky’s en slakjes kunnen soms gevaarlijke bronnen van paratyfusbacteriën zijn. Smetstoffen kunnen ook worden overgebracht door muizen of insecten, vooral in de nazomer, herfst en winter wanneer er vaak sprake is van overbevolking en de meeste vogels in groepen worden gehuisvest. Door uitsluitend zaad te voeren en weinig of geen krachtvoer zijn de vogels extra vatbaar vanwege conditieverlies. De hogere luchtvochtigheid en grotere temperatuurschommelingen in deze jaargetijden vormen een extra risico. Een zieke vogel kan dan in korte tijd uw hele volière besmetten. Zowel salmonella als pseudo-tuberculose vertonen vaak een epidemisch verloop, vooral in dichtbevolkte, onhygiënische en ondoelmatig gebouwde volières. Dit betekent niet dat u in andere gevallen geen problemen zult ervaren. Cocidiose, atoxoplasmose, salmonella, pseudo-tuberculose en colibacillose zijn de meest voorkomende ziekten. Probeer vooral deze infecties te leren onderscheiden en behandelen, want ze veroorzaken 50% tot 60% van uw sterfgevallen (bij kanaries en veel Europese vogels).

Geneesmiddelen:

Antibiotica worden gemaakt van de natuurlijke stofwisselingsproducten van schimmels. De meeste hebben een breedspectrumwerking, wat betekent dat ze effectief zijn tegen verschillende soorten bacteriën, zowel gram-positief als gram-negatief. De meest bekende zijn de tetracyclines (Terramycine). Chemobiotica worden langs chemische weg vervaardigd. Ze bestrijden een groot aantal bacteriën maar zijn vooral actief tegen protozoa. De sulfonamiden, zoals Esp3, worden veel gebruikt. Er zijn ook anti-wormmiddelen, anti-schimmelmiddelen (fungiciden) en bestrijdingsmiddelen tegen ectoparasieten (insecticiden).

Geneesmiddelen: Antibiotica

Bij acute sterfgevallen zonder duidelijke ziektekenmerken (behalve diarree) hebben we de beste ervaringen met antibiotica. Houd u zeker aan de opgegeven dosering. U kunt beter iets overdrijven dan te weinig geven. Vogels kunnen meer verdragen dan u denkt. Een te lage dosis zal weinig effect hebben en de bacteriën kunnen resistent worden. Omdat bij acute ziektegevallen de vogel zeer snel achteruitgaat en weinig of niets meer eet of drinkt, is het misschien beter, zeker bij waardevolle exemplaren, een sterk geconcentreerde oplossing met de kropnaald of pipet in de krop of bek in te brengen. Natuurlijk is hier de nodige kennis, handigheid en ervaring vereist. Experimenteer nooit ten koste van uw vogel. Laat dit over aan uw dierenarts of andere ervaren kwekers.

Geneesmiddelen: Chemobiotica (Esb3)

Industrieel chemotherapeuticum tegen:

  • Cocidiose
  • Salmonellose
  • Pasteurellose

Specifiek ontwikkeld voor toevoeging aan drinkwater. Enkele voordelen van Esb3:

  • Gemakkelijk te verdragen door zowel jonge als oudere vogels
  • Geen nevenwerkingen of vermindering van de eitjes
  • Spontane feedback op de groei
  • Geen nevenwerkingen op de vruchtbaarheid
  • Gemakkelijk toe te dienen aan de vogels

Hoeveelheid en manier van toedienen:

  • Drie dagen Esb3: 1 gram op 1 liter water
  • Daarna 3 dagen een vitaminekuur (bijvoorbeeld Alvathil)
  • Daarna weer 3 dagen Esb3: 1 gram op 1 liter water

Ververs dagelijks het water en maak de flesjes schoon. Zorg ervoor dat de vogels na een Esb3-kuur een vitaminekuur krijgen en een goede zaadmengeling, samen met de nodige eivoer. Het geven van een kuur direct voor de aanvang van de kweek wordt ook aanbevolen. Continu kuren, zoals soms gebeurt, wordt niet aangeraden. Het biedt geen garantie dat uw vogels vrij blijven van coccidiose omdat de dosis te laag is en de protozoa resistent kunnen worden. Bovendien kan het de weerstand van de vogel tegen andere bacteriële infecties verminderen. Geef liever een goede kuur wanneer dit echt nodig is, omdat coccidiose tamelijk gemakkelijk te genezen is als u niet te lang wacht voordat u ingrijpt.

Diagnose: Atoxoplasmose.

Geneesmiddel: Esb 30%, 1 g/liter gedurende 7 dagen, vervolgens 1/2 g/liter dagelijks tot na de rui. Verhoog de dosis elke 3 à 4 weken terug tot 1 g/liter. Geef dagelijks een iets groter rantsoen opfokvoer. Ook in het volgende kweekseizoen blijft voorzichtigheid geboden, omdat sommige vogels drager kunnen blijven. Overweeg in dat geval zeker, vanaf de 2e ronde van het daaropvolgende jaar, op dezelfde manier preventief het geneesmiddel te geven. Het is niet nodig dit elk jaar te herhalen. Aangetaste jonge vogels waarbij de protozoa de ingewanden hebben verlaten en zich in de lichaamscellen en bloedbaan bevinden, zullen meestal sterven. Alleen de uitscheiding van oöcysten en besmetting kan met geneesmiddelen worden voorkomen. Hoewel ik geen voorstander ben van continu medicijnen verstrekken, kan het in het geval van bijvoorbeeld atoxoplasmose noodzakelijk zijn om te proberen te redden wat er te redden valt om een goede stam te behouden.

Diagnose: Coccidiose. Geneesmiddelen: Sulfonamiden / Esb3 30%. We gebruiken meestal Esb3 30% (wie niet?) twee of drie keer. 1 g/liter water gedurende 6 dagen, met telkens daartussen een pauze van 3 à 4 dagen met een multivitaminenpreparaat (Alvathil). Bij ernstige gevallen kan het nodig zijn om de dosis de eerste week te verdubbelen en later te verminderen.

Ontsteking van de luchtwegen. Vooral onze geliefde goudvink is er zeer gevoelig voor, maar ook andere vogels en onze kanarievogel kunnen geïnfecteerd raken.

Ziekteverschijnselen: De infectie vertoont veel overeenkomst met chronische bronchitis bij de duiven. De verkouden vogel ademt met ritmisch geopende bek. Soms kan dat gepaard gaan met fluitende en reutelende geluiden. Besmette vogels niezen af en toe, wat ongeveer als volgt klinkt: puft – puft. De lokroep is hees en sommigen verliezen volledig hun stem. Ademhalingsstoornissen kunnen nog vele andere oorzaken hebben, zoals pseudo-tuberculose, paratyfus, aspergillose, luchtpijpmijten en gaapwormen. Probeer deze ziektebeelden van elkaar te onderscheiden. Vooral in de herfst, met zijn sterk wisselende temperatuur, treedt de infectie veelvuldig op. Het verschil tussen dag- en nachttemperatuur kan in sommige volières enorm verschillen. Zorg hier altijd voor een tochtvrij verblijf en, wat zeker zo belangrijk is, een erg droge bodembedekking die regelmatig wordt vervangen door nieuwe droge bedekking. Zorg bij deze bodembedekking altijd voor voldoende vogelgrit. Het is ook enorm belangrijk om de ziekte in een vroeg stadium op te merken. Vogels die al langere tijd ziek zijn, kunnen nog wel genezen maar hervallen erg snel. Geef naast een geneesmiddel een beetje warmte aan zo’n vogel en houd de vogel weg van een vochtig verblijf. Zo kan de vogel met deze hulp er bovenop geholpen worden. U ziet dat vogelziekten voorkomen niet altijd meevalt, maar door goed te observeren en te verzorgen, kunnen veel ziekten en narigheden in ons vogelverblijf worden voorkomen. Men moet er tijdig bij zijn en uiteraard ook de vogel willen verzorgen; wij zijn tenslotte niet voor niets vogelliefhebbers. Het zal duidelijk zijn dat vogels die regelmatig in de winter (rust) periode ziek worden, het best kunnen worden uitgesloten voor de kweek om verdere teleurstellingen tijdens de kweek te voorkomen.

Slot: Ik hoop dat ik met deze uiteenzetting een leidraad heb gegeven over vogelziekten, voor zover mogelijk met mijn ervaring van 45 jaar kanariekweek. Ook bij mij komen er jaarlijks wel eens problemen om de hoek kijken, maar dit hoort waarschijnlijk bij de vogelhobby.

Wout van Gils

More Articles

Kleurkanarie Cursus

Cursus Deel 24 : Vorm fouten enz.

FOUTEN IN VORM, BEVEDERING, ENZ. Deel 24. Vaak wordt er geschreven over het kweken van vogels en hoe ze zouden moeten zijn. Zowel kanariekwekers als

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

Kleurkanarie Cursus

Cursus Deel 10 : Vetstof en Mozaiek

DE VETSTOFKLEUREN – Deel 10. Vetstofkleuren bepalen de grondkleur van onze kleurkanaries, variërend van geel tot rood. Zoals we eerder hebben besproken in relatie tot

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

De medicatie

Megabacteriën – Wat nu?

Megabacteriën – Wat nu? Een vreselijke en tot voor kort moeilijk te behandelen ziekte, genaamd megabacteriën, komt voor in veel van onze volières. De naam

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

De kweek

Zwarte stip behandeld met succes .

  Ingezonden. Als je tylan had gegeven, zouden je vogels niet dood zijn! Lees maar eens! Veel liefhebbers in Zuid-Europese landen hadden al lange tijd

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

Kleurkanarie Cursus

Cursus Deel 24 : Vorm fouten enz.

FOUTEN IN VORM, BEVEDERING, ENZ. Deel 24. Vaak wordt er geschreven over het kweken van vogels en hoe ze zouden moeten zijn. Zowel kanariekwekers als

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

Kleurkanarie Cursus

Cursus Deel 10 : Vetstof en Mozaiek

DE VETSTOFKLEUREN – Deel 10. Vetstofkleuren bepalen de grondkleur van onze kleurkanaries, variërend van geel tot rood. Zoals we eerder hebben besproken in relatie tot

Done
ClosePlease login

No account yet? Register