DE OPAAL


Bruin opaal geel mozaiek

DE OPAAL KANARIE

INLEIDING:

Hoewel de opaalkanarie al vele tientallen jaren bestaat, heeft deze vogel pas in de laatste tien jaar opmerkelijk terrein gewonnen onder kanariekwekers, zowel binnen als buiten onze federatie. Dit wordt duidelijk op onze tentoonstellingen en in gesprekken tijdens mijn lezingen over kanarievogels, waar steeds meer vragen over de opaalkanarie naar voren komen. Dat juich ik toe. Net als velen ben ik al jaren bezig met de opaalfactor, die me niet loslaat. Naast mijn rode en witte kanaries heb ik verschillende opaalvariëteiten gekweekt, zij het niet altijd met succes. Vooral in de rood ivoor agaat opaal en de zwart opaal geel ivoor verliep het niet altijd zoals gewenst. Persoonlijk vind ik de zilver agaat opaal recessief de mooiste variatie, hoewel smaak hierin een rol speelt. Opvallend is dat deze vogel het meest wordt gezien.

DE OPAALFACTOR OF “STRUCTUURFACTOR”:

De opaalfactor staat ook bekend als de “structuurfactor”, en terecht. De opaalstructuur brengt namelijk een verandering in de ligging van de melanine met zich mee. Hoewel de opaal voor velen niet direct duidelijk lijkt in tijdschriften, tentoonstellingen of lezingen, is de opaalfactor meer geschikt voor ervaren kwekers. Beginnende liefhebbers doe ik het advies om te starten met klassieke kleuren en later over te stappen op niet-klassieke kleuren. Toch wil ik in dit artikel iets schrijven over de “opaalkanarie”, zodat het voor beginners duidelijker wordt en voor ervaren kwekers een opfrissing kan zijn.

ONTSTAAN VAN DE OPAALFACTOR:

Net als elke kleur die meestal ontstaat door een mutatie, geldt dit ook voor de opaalkanarie. Deze mutatie ontstond rond 1949 in Duitsland bij een zekere Hr. Rossner, een kweker in het stamverband van de groene zangkanarie. Plotseling verschenen er in enkele nesten “GRIJSBLAUWE KANARIES”. U kunt zich voorstellen dat deze man niet wist wat hij zag. Jarenlang had hij groene Harzerzang-kanaries gekweekt en dan plotseling geconfronteerd worden met grijsblauwe kanarievogels. Gelukkig heeft deze man ingezien dat dit iets heel bijzonders was en is met deze vogels verder gegaan in samenwerking met enkele andere kanariekwekers. De eerste vogels hadden ook een zeer slechte bevedering; hier moest veel aan verbeterd worden. De erkenning van de opaalmutatie heeft ontzettend lang geduurd, zelfs ervaren vakmensen wilden er weinig of niets van weten. Als men eerder op grote schaal was overgegaan tot het kweken met deze mutatie, zou het zeker geen 13 jaar hebben geduurd voordat deze in veel fokkerijen werd gekweekt. Dit gebeurde rond 1962. Nu, bij het bekijken van veel hokken en tentoonstellingen, is er op korte tijd ontzettend veel gebeurd en zijn er veel goede kweekresultaten bereikt, vooral in de bevederingsstructuur. Waarom de naam “OPAAL”? Deze is zeker niet zomaar gegeven. Ooit hebben ze mij verteld dat deze naam afstamt van een bepaalde edelsteen. De opaal als kleuruitdrukking is juist door zijn opaliserende werking, gebaseerd op een indirecte waarneming van de kleur. Men krijgt bijna altijd een “NIET VOLLEDIGE BLAUWUITING”, veroorzaakt door de lichtinval op het zwarte eumelanine. De meeste melanine ligt verzonken in de kern van de baarden en de onderzijde van de veer. Het opaliserende effect leidt bij bijvoorbeeld de groen en agaatopaal tot een “blauwgrijze kleur”. Dus bij elke kanarievogel die in zijn bevedering enige blauwnuance vertoont, is dit in wezen een veranderd kleurbeeld van de zwarte eumelanine, veroorzaakt door een wijziging van de bevederingsstructuur.

WERKING VAN DE OPAALFACTOR

Agaat opaal wit rec

Zoals de meesten van ons wel zullen weten, heeft de groenopaal een blauwgrijze pigmentkleur. Dit blauwgrijs ontstaat door een veranderde ligging van de melaninen en de verdringing van de bruine phaomelanine. Bij de groenopalen ligt een deel van de melanine niet meer rondom de kern van de veerbaardjes, de mer

gcellen, gegroepeerd, maar verzonken in de kern. Rondom deze kern ligt een filterzone die een reflex teweegbrengt, waardoor het zwarte eumelanine een blauwgrijs kleurkarakter krijgt, en het aanwezige bruine phaeomelanine wordt geobserveerd. Op de buitenzijde van de veer, het gedeelte dat tegen het lichaam aan ligt, heeft deze structuurwijziging geen effect en blijft dus zwart.

Zoals eerder geschreven, komt de opaalfactor het mooist tot uiting op een bevedering met zwarte pigmentatie, met andere woorden bij de groene en de agaat. Enkele neveneffecten die hierbij kunnen ontstaan zijn door de structuurwijziging van de veer, vooral bij de groenopalen de rommelige bevedering, iets wat naar mijn mening de laatste jaren wel is verbeterd. In 1998 kunnen we stellen dat de zwart opalen ook een goede, strakke bevedering kunnen hebben. Ervaring in de kweek is wel een grote vereiste; vermijd in elk geval losse bevedering.

Daar de opaalfactor ook een bruin phaeomelanine verdringend vermogen heeft, zal het voor iedereen duidelijk zijn dat een bruin- of isabelopaal een bijna pigmentloze vogel is. De donskleur zal dan uitkomst moeten bieden:

  • Zwartopaal geeft blauwzwarte dons.
  • Agaatopaal geeft blauwgrijze dons.
  • Bruinopaal geeft blauwbeige dons.

De opaal in de bruinreeks ziet men weinig of niet. De reden is de bruinbelettende werking van de opaalfactor. Indien men deze vogel wil kweken, gebruik dan altijd een schimmelvogel, omdat bij de bruinopaal nog een zacht bruinbeige kleur vereist is, zelfs in vleugels en staart. De enige kleur in de bruinreeks die redelijk doorkomt, is de roodbruin opaal in de schimmelreeks. In de isabelreeks heeft de opaal weinig of geen zin, zoals iedereen wel begrijpt. De bruinopaal wordt wel regelmatig gebruikt om bij de groenopaal de bevedering gladder te krijgen; daarom worden ook deze vogels nog wel gekweekt. Als T.T.-vogel zullen ze misschien minder geschikt zijn ten opzichte van de andere opalen.

Om de opaalfactor (structuur) nog iets duidelijker te maken, zal de tekening met de uitleg nog iets verhelderender werken.

A) BIJ DE NORMAALSTRUCTUUR: hier zien we de meeste melanine aan de buitenkant van de cortex, de kern is niet gemelaniseerd, en de binnenkant bevat weinig melanine.

B) BIJ DE OPAAL STRUCTUUR: hier zien we aan de buitenkant dat deze zeer licht is gemelaniseerd, de kern is zeer zwaar gemelaniseerd. Ook de binnenkant bevat veel melanine. Rond de sterk gemelaniseerde kern bevindt zich een bewolkte zone met holtes, die een lichtbrekingseffect hebben op de blauwe lichtstralen uit het spectrum. Deze invallende lichtstralen worden deels door de cortex teruggekaatst, en dit nemen we als kleurloos waar. De overige lichtstralen dringen door de cortex en door de bewolkte zone, en worden zo door de gemelaniseerde kern geabsorbeerd. Een klein gedeelte van de blauwe lichtstralen wordt door de holtes gebroken en verstrooid, en via de cortex weer teruggekaatst. Dit nemen wij als liefhebbers, samen met de reeks teruggekaatste lichtstralen, waar als blauw. Dus hoe meer holtes om de gemelaniseerde kern, des te blauwer zal het effect worden.

Het geheel komt moeilijk over, maar door dit enkele malen over te lezen, zal het toch wel wat duidelijker worden hoe de opaalstructuur wordt veroorzaakt. Tengevolge van de structuurverandering van de bevedering wordt de kern zeer zwaar gemelaniseerd, de haakjes bevatten zeer weinig of geen melanine, en de kern omgeven met holtes, met een lichtbrekingsindex voor de blauwe lichtstralen, veroorzaakt dus de blauwe schijn in de bevedering van de vogel. Daardoor ontstaat bij een kanarievogel:

  • OPAALFACTOR MET GEEL: de groene tint.
  • OPAALFACTOR MET ROOD: de violette tint.
  • OPAALFACTOR MET WIT: de grijzblauwe tint.

VERERVING VAN DE OPAALFACTOR:

Deze is recessief en vererft onafhankelijk, net als de recessief wit factor en de phaeofactor. De opaalfactor moet dubbel aanwezig zijn om tot uiting te komen in zijn verschijningsvorm.

Voor de kweek onderscheiden we dus:

  • A) opaal
  • B) splitopaal (enkele opaalfactor)
  • C) niet-opaal (klassieke vogel)

Bij de onafhankelijke factor maakt het totaal niet uit welke ouder de factor draagt. Enkele voorbeelden zijn:

  • Vader Opaal x Moeder Opaal = gelijk aan ouders = Opaal
  • Vader Opaal x Moeder Niet Opaal = 100% split-opaal
  • Vader Split-opaal x Moeder Split-opaal = 50% split-opaal, 25% opaal, 25% niet opaal
  • Vader Split-opaal x Moeder Niet Opaal = 50% split-opaal, 50% niet opaal

DE KWEEK VAN DE OPALEN:

Zoals ik al eerder opmerkte, zijn de opalen in de zwart- en agaatreeks erg mooi. Ook de bruinopaal is in de afgelopen jaren in perfecte kleur gekweekt en te bewonderen op vele tentoonstellingen. Het is erg goed gegaan met de opalen, ook in combinatie met de mozaïekfactor zijn het prachtexemplaren en is ook zeker aan te bevelen om deze vogels te gaan kweken.

BIJ HET KWEKEN VAN OPALEN

Voor een succesvolle kweek van opalen is het van essentieel belang te beginnen met fokzuivere vogels uit de klassieke reeks, bijvoorbeeld uit de zwart- of agaatreeksen. Een stamkweek is hierbij een eerste vereiste. Vermijd vogels met losse bevedering, dit kan problemen in de hand werken. Bij het fokken met opalen is het raadzaam regelmatig terug te koppelen aan een klassieke vogel. Mijn persoonlijke voorkeur gaat uit naar de agaat opaal wit, vooral wanneer deze gepaard gaat met de recessief wit factor. Gebruik vogels die zowel split-opaal als split voor wit zijn, en vergeet niet regelmatig vitamine A te verstrekken.

Indien men overgaat tot het kweken van de blauwopaal, is het belangrijk om opnieuw te letten op de bevedering. Indien de keuze er is, koppel dan vogels met blauwfactor bij zich. Dit zal de blauwopaal alleen nog maar mooier maken. Een apart stukje over de tekening van de vogel is hier niet nodig; deze kennis wordt verwacht van elke kweker die al opalen heeft gekweekt. In het gedeelte over de enkele standaardeisen zal ik hierop terugkomen. Bij het kweken van opalen, zoals bij alle andere soorten, geldt altijd: WAT DE EEN TE VEEL HEEFT, MOET DE ANDER TE WEINIG HEBBEN, met aandacht voor grootte, vorm en bevedering.

Kortom, let bij de kweek van opalen op de volgende punten:

  1. Kweek nooit te lang opaal x opaal om problemen met opbleekfactor en bevedering te vermijden.
  2. Gebruik zo veel mogelijk splitvogels.
  3. De opaalfactor is recessief en vererft onafhankelijk (zie punt 2).
  4. De opaalfactor heeft ook een bruin belettende werking.
  5. Bij het kweken van agaat opaal wit: gebruik vogels met blauwfactor.
  6. Schakel vogels met een lange bevedering uit in de opaalkweek.
  7. Opalen hebben een sterke invloed op het melanine bezit.
  8. Isabel opalen hebben weinig of geen nut voor T.T. en kweek.
  9. Bij het kweken van recessief opaal: geef regelmatig vitamine A.

ENKELE STANDAARDGEGEVENS:

Het is een uitdaging om van elke vogel in de opaalreeks een standaard te geven. Daarom beperk ik mij tot de meest voorkomende vogels.

OPALEN IN DE ZWARTREEKS:

Door de aanwezigheid van de opaal- en blauwfactor krijgt de melanine, vanaf de bovenzijde van de bevedering gezien, een sterk belemmerde kleuruiting. Het diepe zwart wordt als gevolg van de opaalfactor een blauwgrijze kleur, waarbij de bruine phaeomelanine bijna niet meer zichtbaar is (poppen vertonen altijd een lichte bruine waas).

1) DE ZWART OPAALWIT:

De vogel vertoont een blauwgrijze tint, vooral op het rugdek. De blauwgrijze kleur mag niet geelachtig doorschijnen. De bestreping op het rugdek mag niet overheersen maar ook geen vage indruk geven. Een maximaal pigment is vereist in de vleugel- en staartpennen. Borst-, onderlichaam- en flankkleur moeten gelijk zijn, met minimaal pigment in de vleugelpennen. Snavel, poten en nagels dienen donker van kleur te zijn, maar niet diep zwart.

VEEL VOORKOMENDE FOUTEN:

  • Tekening te fijn en/of te smal.
  • Tekening te sterk samengevloeid in de grondkleur.

Wout van Gils

More Articles

Kanarie kleuren

Het opvoeren van roodfactorige kanarievogels

OPVOEREN VAN ROODFACTOR KANARIEVOGELS    INLEIDING Er is veel geschreven en gesproken over roodfactor kanarievogels, met zowel voor- als tegenstanders. Er zijn discussies over hun

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

Kanarie kleuren

De Agaat Geel intensief

De agaat, ook wel bekend als de eerste reductiefactor, is een verdunde vorm van Zwartgeel. Deze verdunning heeft voornamelijk invloed op de toppen van de

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

Kanarie kleuren

De Agaat Roodopaal.

Agaat opaal met rode grondkleur: Sommige vogels worden maar zelden gezien, zelfs op grote shows in België of wereldwijd; een daarvan is de agaat opaal

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

Kanarie kleuren

De Geelivoor intensief.

Geel Ivoor Intensief Vereisten: Een goede, diepe grondkleur is essentieel, evenals een gelijkmatige en zuivere kleur (citroenfactor). Geen schimmelvorming bij de intensieve exemplaren en geen

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

Kanarie kleuren

Het opvoeren van roodfactorige kanarievogels

OPVOEREN VAN ROODFACTOR KANARIEVOGELS    INLEIDING Er is veel geschreven en gesproken over roodfactor kanarievogels, met zowel voor- als tegenstanders. Er zijn discussies over hun

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

Kanarie kleuren

De Agaat Geel intensief

De agaat, ook wel bekend als de eerste reductiefactor, is een verdunde vorm van Zwartgeel. Deze verdunning heeft voornamelijk invloed op de toppen van de

Done
ClosePlease login

No account yet? Register