Cursus deel 29 – Kanaries Houden

eitjes schouwen

KANARIES HOUDEN (Verkorte richtlijnen) – Deel 29

Als je vogels wilt houden, zijn er verschillende manieren om dat te doen: in een gezelschapsvolière, in een binnenverblijf met een kleine kamervolière, in kweekkooien op diverse plaatsen. Ook de doelen verschillen per behuizing. Dit geldt in mindere mate voor de verzorging van voer, bodembedekking, vitamines en/of medicijnen, maar er zijn altijd verschillen. In dit artikel wil ik een aantal systemen kort onder de aandacht brengen om het verschil aan te geven. Zo zul je zelf ontdekken waar de verschillen groot of klein zijn, zo niet gelijk.

1 – GEZELSCHAPS VOLIÈRE
Hierbij worden meestal een aantal koppels van verschillende soorten vogels in een volière (vlucht) gehouden. Dit kan zowel met een binnenhok wel of niet verwarmd, of voorzien van een buitenhok. Vele vogelsoorten zullen hier nooit of zelden tot broeden overgaan, om de eenvoudige reden dat als men meerdere koppels in een ruimte samenbrengt, er een gevecht ontstaat om het territorium. Weer andere soorten moeten met grote aantallen samen worden gebracht voordat ze aan voortplanting gaan denken. Deze vogelsoorten gedragen zich in groep altijd monogaam. Maar meestal treft men in zo’n volière van allerlei soorten vogels aan. Meestal is dit een liefhebber die niet aan tentoonstellingen meedoet maar alles meer ziet als gezelschapsvolière. In de meeste gevallen is zo’n volière voor de kweek nooit goed, want er zal wel gepaard, genesteld en gelegd worden. Maar door de grote variëteit onder de diverse soorten wordt er onderling gevochten, nesten afgebroken, eieren stuk gepikt, kortom er heerst in deze periode grote onrust in de volières. Ook komen er in dit soort volières erg veel ziekten voor. Dit komt door het grote verschil in voeders, soorten bodembedekking en ontlasting van eigen vogels en/of vogels uit de natuur. Verder zijn muggenbeten ook schering en inslag. Door de grote ruimte worden de vogels minder individueel gecontroleerd en het valt pas op als de vogel ergens verscholen in een hoekje zit. En meestal is het te laat, de vogel is al ernstig ziek en zo goed als verloren. Maar indien u in dit soort volières toch nog goed in overleg te werk gaat en de soorten redelijk goed op elkaar afstemt, is een gezelschapsvolière mooi.

2 – KLEINE VLUCHTEN (1 meter x 1 meter)
Dit systeem wordt ook regelmatig toegepast, zeker in de kanariekweek. Veel vogelsoorten zijn voor zo’n ruimte niet geschikt, om de eenvoudige reden dat de meeste vogels erg sterk monogaam zijn. Tropische vogels die worden geïmporteerd, worden vaak met meerdere in kleinere ruimtes geplaatst, vooral als men het verschil tussen mannen en popjes wil vaststellen. Vooral de mannen zullen zich op een bepaald moment veel agressiever gaan gedragen dan normaal. En zo komt men dikwijls eerder achter hun geslacht. De kleine vluchten worden meestal gebruikt voor het tijdelijk loslaten van TT-vogels in het TT-seizoen. Het meest worden deze vluchten gebruikt bij vogels die polygaam zijn. In zo’n geval plaatst men een man met drie poppen in deze ruimte (vlucht). Men zorgt verder voor goede bodembedekking en alles wat de vogels nodig hebben. Het enige wat je hier niet moet vergeten is dat men altijd het dubbele van de nestbakken erin hangt, anders komen er zeker problemen van. Meestal zal de man toch een popje kiezen waarmee hij samen het nest bouwt, broedt en de jongen verzorgt. Met de andere poppen zal hij na de paring een vluchtig contact hebben. Deze poppen moeten meestal zelf voor hun jongen zorgen, soms zal de man nog wat meebrengen bij de jongen, maar reken er niet te veel op. Bij dit soort kweeksystemen komen regelmatig gevechten en onregelmatigheden voor, bijvoorbeeld als twee poppen hetzelfde nest willen gebruiken en elkaars nest afbreken. Doordat ook niet altijd de poppen gelijktijdig hun eieren leggen, kunnen er in zo’n vlucht oudere jongen aanwezig zijn. Die op hun oorspronkelijke nest gaan slapen, dat met hun ontlasting vervuilen en/of andere eieren beschadigen, enz. Maar de kweek op deze manier is met wat aandacht goed uit te voeren.

3 – WISSELBROED
Dit systeem wordt erg veel toegepast bij kwekers die zich richten op maar enkele soorten vogels, meestal zijn dat gedomesticeerde vogelsoorten. Bij de kanariekweek wordt een man gekoppeld aan een 3-tal poppen die elk een aparte kweekkooi hebben. De man verhuist regelmatig van de ene pop naar de andere en wordt als de pop het tweede eitje heeft gelegd bij de pop weggehaald. Dit heeft het voordeel dat men minder vogels (mannen) nodig heeft en men eenvoudiger een stam kan opbouwen en registreren. Het nadeel is dat als je moet gaan werken, zoals de meeste mensen, het moeilijk wordt om op de gepaste tijden de mannen over te zetten, je moet blijven opletten. Maar het kweeksysteem kan perfect werken met minder vogels veel vogels kweken zeker ook als men aan specialisatie wil doen.

4 – PAARSGEWIJS BROEDEN
Dit is wel de meest voorkomende en hygiënische methode bij onze kanariekwekers en ook bij vele andere soorten. De broedkooien zijn uitgevoerd in hokjes van 454545 cm, of naar gelang de vogelsoort, dit voorzien voor een voorfront met een uitneembare zandlade en zitstokjes. Men kan deze hokjes goed afsluiten en opstellen, goed ontsmetten en bestrijden tegen ongedierte, kortom alles is in zo’n kweekhok goed mogelijk. Deze kweek is, zoals ik al eerder schreef, het meest voorkomende systeem. Vooral voor vogels waarvan men een bewuste keuze heeft gemaakt van de ouders, dit met name op de gewenste erfelijke factoren in het nageslacht, zeer goed kent en wil vastleggen en gaan gebruiken in zijn gehele stamkweek. Het enige kleine nadeel is dat men over meer vogels moet beschikken, maar dat men minder tijd heeft, is dit een goede en prachtige, mooie overzichtelijke methode. Men ziet ze overal bij de parkietenkwekers, Europese vogels, enzovoort. Alleen worden de kweekhokjes vervangen door grotere ruimten aangepast aan de vogelsoorten.

5 – DE HYGIËNE BIJ ONZE VOGELS
Hierover is heel veel te schrijven, maar dat was ik in dit artikel niet van plan. Wel wil ik benadrukken dat dit een groot onderdeel is van het vogelverblijf en van de vogels dat nooit of te nimmer over het hoofd mag worden gezien.

Tot de hygiëne dragen alle onderdelen bij waarvan een vogelverblijf in welke vorm en materialen ook is gemaakt. Zeker de manier hoe het vogelverblijf kan worden schoongemaakt en onderhouden. Ook hoe een vogelverblijf verontreinigd kan worden van buitenaf is erg belangrijk en er zal bij de bouw ook altijd rekening mee gehouden moeten worden.

6 – WANDEN EN ONDERKOMEN VAN EEN VOGELVERBLIJF

Houten wanden, schotjes, slaaphokjes en kweekbakken die gemaakt zijn van minder duurzame houtsoorten zijn over het algemeen moeilijk schoon te houden. Deze zitten dikwijls vol scheurtjes en barsten, zeker als ze meerdere keren nat en droog zijn geweest. Vooral hardboard en spaanplaat zijn uit den boze. Gebruik als je budget het toelaat altijd duurzame materialen om je vogelverblijf en kweekhokken te maken. Hoe minder kieren en barsten en hoe harder het materiaal, des te kleiner de kans dat er luizen of ander ongedierte zich hier gaat vestigen. Ook moet het materiaal goed afwasbaar zijn en/of goed te verven met bijvoorbeeld latexverf. Zorg ook voor voldoende ventilatie in de kweekruimte en houd rekening met de lichtinval en zon. Geplastificeerde kooien en bouwpakketten zijn niet per se hygiënischer dan een goede houtsoort, maar ze zijn over het algemeen iets makkelijker te onderhouden. Ook hier is de hygiëne van de liefhebber belangrijk. Bestaande volières en kweekbakken die gemaakt zijn van een goede houtsoort zou ik aanraden te behandelen met een twee componenten verf die tegenwoordig in de handel is. Deze is bijzonder resistent tegen lichtinval, chemicaliën, ontlasting en invloeden van buitenaf. Het is een iets duurdere verf, maar op termijn is dit even duur. Voordat je gaat verven, dien je de naden eerst nog eens goed af te kitten. Daardoor verminder je nogmaals de kans dat ongedierte zich daar zal gaan ophouden.

7 – DE ZITSTOKKEN IN HET VOGELVERBLIJF

Ook deze kunnen, mits niet goed gemaakt of gemonteerd, een bron van vervuilingen en besmettingen zijn en zodoende aanleiding geven tot vele problemen. Het zijn meestal de zitstokken die de overdrager zijn van ziektes in het vogelverblijf. De vogels wrijven immers erg veel met hun snavel langs deze stokjes, waardoor het overdragen van ziekten groter is, zeker als men de stokjes moeilijk of niet schoon kan houden. Zitstokken dienen van een hardhoutsoort gemaakt te zijn en de vogel moet de stok net niet kunnen omklemmen. Dit heeft ook het voordeel dat de vogels hun teennagels redelijk op een normale manier kunnen afslijten. Zijn de zitstokken te dik of te dun, dan geeft dit de vogel aanleiding een slechte houding aan te leren en ook de kans op onbevruchte eieren is erg groot. Over de zitstokken in het algemeen heb ik al eens een artikel geschreven. Ik denk dat het raadzaam is bij het maken en/of veranderen van je vogelverblijf of kweekhok dit nog eens door te lezen.

8 – DRINKWATER BIJ ONS VOGELVERBLIJF

Drinkwater dient te allen tijde beschikbaar te zijn. Het moet bovendien altijd schoon en fris zijn. Vooral bij onze kanaries, en zeker ook bij de tropen, is het fataal als deze langer dan 12 tot 16 uur zonder drinkwater komen te zitten. Kanaries drinken erg veel en regelmatig, ongeveer 5 ml per vogel van 20 gram. Drinkwater geven in een open bak is echter nooit aan te raden, dit water is meestal door het baden, ontlastingen en andere factoren binnen enkele uren bedorven en wordt een voedingsbodem voor allerlei soorten bacteriën. Zeker als men de bak ook nog eens plaatst onder een zitstok. De meest gebruikte drinkfonteintjes zijn het meest hygiënisch, maar je hebt vogels die toch nog van alles in het tuitje dragen, wat kan leiden tot verontreinigd drinkwater. De laatste jaren wordt er steeds meer overgegaan op de drinkflesjes die men al reeds bij de kleinveedieren gebruikte, namelijk het flesje met het kogeltje. Dit is wel de zuiverste manier van water geven. Maar voor iedereen moet duidelijk zijn dat hier grote aandacht aan besteed moet worden.

9 – BADWATER

Evenals drinkwater is badwater erg belangrijk voor onze vogels, zowel voor de hygiëne als voor de vochtregeling bij bijvoorbeeld het broeden. Het is belangrijk dat als men badwater geeft, zeker 2 tot 3 keer per week (met vorst niet natuurlijk), dit na 1 tot 2 uur weer wordt weggehaald. Geef geen badwater laat in de avond of in de winter. Geef de vogels ruim de tijd om op te drogen na het baden. Als men medicatie geeft in het drinkwater, dient men nog meer aandacht te besteden aan het schoonmaken van de flesjes, maar ik denk dat jullie dit wel weten, zoals al het andere in dit artikel, of niet soms?

10 – DE VOEDERBAKJES (ZAADBAKJES)

De grootte, plaats en de vorm van de voerbakjes zal uiteraard afhangen van het soort vogelverblijf of kweekhokmethode. Grote bakken en schalen staan meestal in grote volières. Deze bakken zullen meestal erg vervuild raken door de omgeving. Het zal ernstige vormen aannemen als de liefhebber de bakken niet regelmatig schoonmaakt, maar nog erger als hij, en je ziet het regelmatig, de rest van het zaad verzamelt, de lege schilletjes wegblaast en de rest van het oude voer teruggeeft. Hier kun je problemen verwachten, niet alleen als je dit doet in een buitenvolière, maar ook als je dit doet in je kweekhokjes of andere hokken. Het beste is de vogels voer te geven zoveel dat ze in een dag opnemen. Zo krijgen ze alle voedingsstoffen die ze nodig hebben, en voorkom je dat de vogels er alleen het lekkerste uit halen en de voeding voor de vogel te eenzijdig wordt, wat kan leiden tot zwakte en ziekte. Maak de bakjes regelmatig leeg en schoon en voorkom schimmelvorming die eerder ontstaat dan je zou verwachten. De beste plaats voor onze voederbak is nog aan de buitenzijde van de volières of kweekhokjes. Worden de voerbakjes toch in de ruimte gezet, zorg dan voor een afdak erboven zodat er zeker geen ontlasting of regen het voer kan vervuilen.

11 – KIEMZAADBAKJES

Dit komt nu bij me op, en daarom schrijf ik hier ook maar een stukje over. Hiervoor geldt in nog sterkere mate dat een goede hygiëne in acht genomen moet worden. Goede gezonde kiemzaden zijn eiwitrijk (18-21%). Ze worden meestal met vocht (water) gemengd, wat optimale mogelijkheden biedt voor bacteriën en schimmels om zich te ontwikkelen. Het dagelijks goed uitwassen en spoelen van deze bakjes is zeer aan te bevelen, en dit met kokend water goed naspoelen en laten drogen alvorens opnieuw kiemzaad aan te maken.

12 – DE BODEMBEDDEKKING

Dit is ook een niet te onderschatten belangrijk aspect in de vogelkweek, hier zal zich alles gaan verzamelen en een begin ontstaan van allerlei ziekten en symptomen in onze vogelsport. Kwekers die hier zeer streng op zijn, zullen gespaard blijven van ziekten en andere problemen. Helaas beseft niet iedereen dit. Maar uit onderzoeken is gebleken dat in kweekhokjes waar dagelijks de bodembedekking werd gezuiverd en vernieuwd, het aantal bacteriën in de vers geproduceerde ontlasting heel sterk afneemt. Totdat er een toestand is bereikt waarbij de aerobe kiemen vrijwel uit de ontlasting zijn verdwenen. Bij gezonde passeriformen en psittaciformen zullen bij een goede bodemhygiëne, schoon drinkwater en voer geen aerobe kiemen uit de faeces geïsoleerd kunnen worden. De aanwezigheid van Enterobacteriaceae (coccidiose) duidt altijd op een zeer slechte hygiëne in ons vogelverblijf. Misschien klinkt het moeilijk, maar een gewaarschuwd kweker telt voor twee. Indien er sprake is van een bacteriële infectie zoals coccidiose, is het raadzaam eerst je aandacht te vestigen op de bodembedekking voordat je de vogel of het voer de schuld geeft. Dit kan door dagelijks de bodembedekking te vervangen, en/of de vogels op kranten of een draadbodem te zetten. Fijn zilverzand of rivierzand is niet slecht, maar dit kan relatief weinig vocht opnemen wat het kiemen van bacteriën kan bevorderen. Je kunt dit oplossen door hier 50% kattenbakvulling tussen te mengen. Ofwel ga volledig over op deze vulling, maar zorg er dan wel voor dat je altijd een bakje met schelpengrit en maagkiezel ter beschikking hebt staan. Als je een goed droog hok hebt, is het vervangen na ongeveer 14 dagen voldoende. Je zult dit zelf het beste kunnen waarnemen. Ook houtkrullen zijn een goed product, maar let wel op regelmatig verversen en niet bijvullen. Buitenvolieres zijn veel moeilijker te onderhouden, en hier is grote aandacht vereist, zeker als men een zandbodem heeft. Hier moet men zorgen dat het oude zaad regelmatig wordt opgeruimd, vers drinkwater houden en als het kan voer alleen in je binnenhok. Of maak een betonnen bodem die iets schuin afloopt zodat je het goed kunt schoonmaken (spuiten). Houdt men in de volière de zwarte aarde aan, doe dan nooit de mest steeds maar inspitten met al het zaad en nog wat, maar haal dit weg en spit jaarlijks de bodem om tot op een diepte van ongeveer 45 cm. Haal voor het omspitten de bodemverontreiniging altijd weg, dit zal in een buitenvolière ook de problemen van coccidiose wegnemen. En als het kan, overdek ook de buitenruimte met bijvoorbeeld lichtdoorlatende golfplaten.

13 – DE VOEDING:

Voor de meeste zaadeters bestaat het voer uit een zaadmengsel, eivoer en eventuele versnaperingen. Kanaries nemen met hun zaadmengsel ook ongeveer 18% eiwit op. Het zo genaamde eivoer is bij iedereen bekend. Dit voeren we extra tijdens de kweek en in iets mindere mate in de rustperiode, maar we moeten het blijven geven voor een gezond vogelbestand. Het mag echter nooit gezien worden als vervanging van de eiwitten uit de zaden. Veel kwekers maken ook zelf hun eivoer, bijvoorbeeld met drie beschuiten met een hardgekookt ei ertussen. Dit mengsel bevat ongeveer 21% eiwitten, waarvan het grootste deel uit dierlijke eiwitten bestaat. Voeg hier de nodige mineralen en vitaminen aan toe en je hebt een perfect eivoer. Vaak geven wij vogelkwekers te veel voer, waardoor de vogels kieskeurig worden en alleen het lekkerste eruit halen. Dit leidt tot een te eenzijdige voeding met minder goede kweekresultaten.

Tegenwoordig geven de meeste kwekers een gerantsoeneerde voeding, die bestaat uit:

Vier gram zaad (goede kwaliteit)
Een gram eivoer (+/- 21% eiwitten)
Een bakje met vogelgrit en mineralen altijd stand-by
Let op, dit is voldoende voor EEN volwassen vogel.

Het toevoegen van eiwithoudende producten kan, maar is altijd gevaarlijk bij een te hoge dosis. Diarree is het resultaat van een teveel aan eiwitten. Over het geven van gekiemde zaden lopen de meningen nog sterk uiteen. Slecht is het niet, maar geef dan altijd met mate en zorg ervoor dat dit niet het hoofdvoedsel van de vogels wordt, zeker niet tijdens de kweek, omdat het hoge vochtgehalte tot allerlei nare gevolgen kan leiden. Let ook op dat je kiemzaad niet verzuurt of dat er schimmel optreedt. Het is het beste om het wat te mengen onder je eivoer als je dit geeft, maar weer met mate. Bij het zelfstandig worden van jonge vogels, als deze van de ouders worden gescheiden, worden soms fouten gemaakt met de zaadmengeling. De bek van de jonge vogel is nog te zacht om de zaden te pellen en als je ze dan onvoldoende eivoer geeft, kunnen de jongen het loodje leggen door een gebrek aan voer.

Breek dus in de eerste weken de zaadmengeling wat voor deze jonge vogels en geef eivoer met wat gekiemde zaden er tussendoor gemengd. De verhouding per jonge vogel is 3 gram zaad en 2 gram eivoer. En let erop dat de jonge vogels ook de eerste dagen het drinkwater kunnen vinden.

14 – HET BROEDEN en zijn problemen

Een te lage of te hoge relatieve luchtvochtigheid (normaal 60 tot 70%) in onze broedruimten resulteert in een slecht uitkomstpercentage, bacteriële verontreiniging van de eieren, sterfte in het ei en/of zieke ouder vogels, enzovoort. Bij kanaries en veel andere soorten worden de eieren geraapt om ze pas terug te leggen als het legsel volledig is. Het voordeel hiervan is dat alle eieren tegelijk uitkomen en er minder zwakke jongen zijn. Er kan echter ook een nadeel zijn als men de eieren niet goed weglegt en regelmatig keert, namelijk uitzakkingen van de hagelsnoeren en/of bacteriën die door de eischaal dringen (bijvoorbeeld bij een vochtige ondergrond). Tijdens het broeden geven we de vogels alleen zaadmengsel; op de dag van het uitkomen geven we eivoer ter beschikking. Ook hier zijn de meningen over verdeeld. Sommige kwekers geven al daags voor het uitkomen eivoer, maar anderen spreken dit tegen en zeggen dat de jonge vogel de eerste 24 uur moet teren op de resten van de dooierzak. Als je eerder eivoer geeft, kan dit leiden tot sterfte op de 6e dag, maar iedere kweker zal zijn eigen mening hierover hebben. Ikzelf geef daags voor het uitkomen eivoer ter beschikking en dat gaat goed. Ik heb wel eens jongen dood rond de 6 dagen, maar of dat daaraan ligt, weet ik nog zo zeker niet. De temperatuur in de kweekruimte mag nooit te hoog liggen; 18 tot 19 graden is voldoende en zal de bacteriën minder kans geven om zich te ontwikkelen. Let er ook op dat de pop niet alleen zaad geeft aan de jongen, want dit kan sterfte veroorzaken onder de jongen. Als dit zo is, controleer dan je eivoer. Is dit goed, verwijder dan het zaad en geef de eerste dagen heel kleine beetjes zaad. Als de pop veel drinkt, kan dit wijzen op een tekort aan kropsappen. Geef wat extra groenvoer of nog beter, wat kiemzaad of vogelmuur, maar met mate.

15 – NESTMATERIAAL:

Er is veel en weinig over te vertellen. Er zijn voldoende goede materialen te koop, gebruik deze dan ook. Zorg wel voor een niet te fijn materiaal, zodat de pootjes er niet in verstrikt kunnen raken. Een waarschuwing voor misschien jonge liefhebbers: gebruik nooit touw dat gebruikt wordt voor het binden van strobalen. Dit touw is namelijk behandeld met een soort gif om knagen door muizen tegen te gaan, namelijk pentachloorfenol. Als je dit gebruikt, komt dit tijdens het broeden van de pop vrij en dringt het door de poriën van het ei heen, met als resultaat directe sterfte van het embryo. Het zal zeker niet de eerste en de laatste keer zijn dat dit gebeurt. Koop dus je nestmateriaal en zorg ervoor dat het nest aan de binnenzijde altijd glad is afgewerkt. Controleer na enkele dagen broeden of de nestbodem voldoende glad blijft en hou ook de man in de gaten dat deze door vervelling of drift niet aan het nest gaat plukken. Gebeurt dit, dan is het het beste om de man tijdelijk te verwijderen en de pop alleen verder te laten broeden.

Wout van Gils

More Articles

Kleurkanarie Cursus

Cursus Deel 24 : Vorm fouten enz.

FOUTEN IN VORM, BEVEDERING, ENZ. Deel 24. Vaak wordt er geschreven over het kweken van vogels en hoe ze zouden moeten zijn. Zowel kanariekwekers als

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

Kleurkanarie Cursus

Cursus deel 32 : Herkennen man of pop.

PoP   HERKENNING VAN MAN EN VROUW Voor veel kanariekwekers is het herkennen van het geslacht vrij goed te doen. Meestal geeft de kleur of

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

De medicatie

Cursus Deel 31: Ziekten bij kanarievogels

Ziekten bij kanarievogels: Deel 31. Het grootste probleem waarmee vogelhouders te maken krijgen. Eigenlijk zou deze rubriek aan een deskundige dierenarts moeten worden overgelaten. Helaas

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

Kleurkanarie Cursus

Cursus Deel 30 : Ontsmetten en Bestrijden

Ontsmetten en bestrijden – Deel 30 Vaak wordt gezegd, en terecht: “Voorkomen is beter dan genezen.” Dit geldt zeker ook voor dit onderwerp. Het valt

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

Kleurkanarie Cursus

Cursus Deel 24 : Vorm fouten enz.

FOUTEN IN VORM, BEVEDERING, ENZ. Deel 24. Vaak wordt er geschreven over het kweken van vogels en hoe ze zouden moeten zijn. Zowel kanariekwekers als

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

Kleurkanarie Cursus

Cursus deel 32 : Herkennen man of pop.

PoP   HERKENNING VAN MAN EN VROUW Voor veel kanariekwekers is het herkennen van het geslacht vrij goed te doen. Meestal geeft de kleur of

Done
ClosePlease login

No account yet? Register