Cursus Deel 5 : De crossingover.

Crossing-over van factoren : Deel 5. 

Dit is het breken en terug, maar verkeerdelijk aaneengroeien van chromosoomstukken ! 

We moeten grote bewondering hebben voor de natuur, maar toch loopt daar ook soms iets fout. Zo ook bij het uiteengaan van homologe chromosomenparen in zaad- en eicel juist voor de bevruchting, waar het aantal chromosomen eerst tot de helft moet worden gereduceerd om uiteindelijk na de bevruchting in de kiemcel of eerste lichaamscel terug tot het oorspronkelijk juiste aantal chromosomen te kunnen komen.

fig 1 Deel 5 crossing

            Figuur 2                                                                    Figuur 3 

Verloopt die splitsing normaal, zoals bij figuur 2, dan blijft achteraf factor A verder gekoppeld aan factor B en A’ aan B’.Meestal gebeurt evenwel dat stukken van een chromosomenpaar elkaar overdekken of zelfs ineengestrengeld zijn, zodat bij het splitsen of uiteentrekken breuken kunnen ontstaan. Door een speling van de natuur groeien dan veelal de verkeerde stukken aan elkaar en plots zien we dat er zich alzo een gewijzigde factorenbezit heeft kunnen voordoen.

fig 2 Deel 5Bij figuur 3 zijn A B en A’ B’ niet meer gekoppeld. Ze liggen dus niet meer op hetzelfde chromosoom, maar wel de factoren A’ B en A B’ zijn samengekomen.

Dit verschijnsel noemen we crossing-over of overkruisen van factoren. Het voorbeeld, dat is besproken, is een enkelvoudige crossing-over. Bij meer breuken kunnen er zich meervoudige uitwisselingen van factoren voordoen en speelt de plaats die de factor (of het gen) op de chromosomen inneemt een belangrijke rol om tot crossing-over te kunnen komen. Sterk gekoppelde factoren, die dus zeer dicht tegen elkaar aanliggen op het zelfde chromosoom, zullen veel minder aan crossing-over onderhevig zijn dan zwak gekoppelde. Omdat de afstand tussen sterk gekoppelden te weinig ruimte laat voor een eventuele breuk (fig. 4).

 Crossing-over kan zowel voorkomen bij geslachtschromosomen als bij autosomen, dus zowel bij geslachtsgebonden verervende als bij onafhankelijk verervende factoren.Het spreekt voor zichzelf dat, voor wat betreft kleur en tekening, alleen de eerst genoemden zullen van nut zijn. De anderen liggen te veel verspreid op verschillende autosome chromosomen om tot crossing-over te kunnen komen. Bij poppen kan zich tussen geslachtschromosomen geen crossing-over voordoen, omdat ze er slechts 1 bezitten. 

Allelomorfe factoren : 

Afgekort : “allelen”.Crossing fig 5Dit zijn factoren die elkaars allele vormen als ze liggen op eenzelfde overeenkomstige plaats, op een zelfde focus van beide chromosomen van een homoloog paar.

Z+ en z+, rb+ en rb zijn voorbeelden van allelomorfe factoren.
Rb is de mutant van rb+, de wild- of oervorm of ook nog de wildallele van rb.

Een mutant is een product van een mutatie, een plotse natuurlijke verandering van de wildvorm 

Multiple allelomorfe factoren : 

Zijn naar alle waarschijnlijkheid zeer belangrijk bij het ontstaan en de vererving van onze nieuwste kleurslagen o.a. bij de satinet en de topaas, en in principe ook bij de intensief- en blauwfactor.Het woord zegt het zelf, het zijn allele factoren die door verschillende mutaties meerdere toestandsveranderingen (twee of meer) kunnen ondergaan. 

Voorbeeld : Nemen we aan dat factor x+, in wildvorm verantwoordelijk voor zwarte vleugels, eerst muteert in x1 = grijze vleugels en vervolgens in x2 = bleke vleugels. x+ is hier dus een fictief voorbeeld van een multiple allelomorfe factor.

 crossing Fig 6

Figuur 6a 

De juiste oorzaak over ontstaan van zowel de satinet als de topaasfactor is weliswaar nog niet met volledige zekerheid achterhaald, maar toch laat alles vermoeden dat in beide gevallen een multiple allelomorfe factor of toch zeker een verwante vorm ervan aan de basis zou liggen. Bij een normale multiple allelomorfe, zoals hierboven beschreven, komen alle mutanten rechtstreeks uit dezelfde wildvorm factor, wat bij satinet en topaas niet volledig het geval schijnt te zijn. Hier zou dezelfde fictieve wildvorm x+ eerst muteren naar x1, dewelke op zijn beurt zou verder muteren naar x2.Dus ook hier vindt de factor x2 in feite nog altijd zijn oorsprong in de wildvorm x+, zij het dan weliswaar onrechtstreeks.

More Articles

Kleurkanarie Cursus

Cursus Deel 24 : Vorm fouten enz.

FOUTEN IN VORM, BEVEDERING, ENZ. Deel 24. Vaak wordt er geschreven over het kweken van vogels en hoe ze zouden moeten zijn. Zowel kanariekwekers als

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

Kleurkanarie Cursus

Cursus deel 32 : Herkennen man of pop.

PoP   HERKENNING VAN MAN EN VROUW Voor veel kanariekwekers is het herkennen van het geslacht vrij goed te doen. Meestal geeft de kleur of

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

De medicatie

Cursus Deel 31: Ziekten bij kanarievogels

Ziekten bij kanarievogels: Deel 31. Het grootste probleem waarmee vogelhouders te maken krijgen. Eigenlijk zou deze rubriek aan een deskundige dierenarts moeten worden overgelaten. Helaas

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

Kleurkanarie Cursus

Cursus Deel 30 : Ontsmetten en Bestrijden

Ontsmetten en bestrijden – Deel 30 Vaak wordt gezegd, en terecht: “Voorkomen is beter dan genezen.” Dit geldt zeker ook voor dit onderwerp. Het valt

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

Kleurkanarie Cursus

Cursus Deel 24 : Vorm fouten enz.

FOUTEN IN VORM, BEVEDERING, ENZ. Deel 24. Vaak wordt er geschreven over het kweken van vogels en hoe ze zouden moeten zijn. Zowel kanariekwekers als

Done
ClosePlease login

No account yet? Register

Kleurkanarie Cursus

Cursus deel 32 : Herkennen man of pop.

PoP   HERKENNING VAN MAN EN VROUW Voor veel kanariekwekers is het herkennen van het geslacht vrij goed te doen. Meestal geeft de kleur of

Done
ClosePlease login

No account yet? Register